Voorstel Raad 16112
Tekst van het document
Onderwerp
Verordening Sociaal Domein 2021
Portefeuillehouder
Ankie van Tatenhove
Registratienummer
BR2000144
Datum Raad
28 januari 2021
Gevraagde beslissing: 1. De Verordening Sociaal Domein 2021 (T20.14076) vast te stellen per 1 januari 2021. 2. De Verordening Sociaal Domein 2020 (T19.13049) in te trekken per 1 januari 2021. 0. Samenvatting Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wetten in het sociaal domein. Met de Verordening Sociaal Domein worden deze wetten vertaald naar lokale regelgeving. Sinds 1 januari 2015 heeft de gemeente Lansingerland één integrale verordening voor maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en participatie. Hiermee geven wij binnen deze drie beleidsvelden uiting aan onze integrale aanpak. Jaarlijks passen wij deze verordening aan naar aanleiding van bijvoorbeeld wijzigingen in ons beleid, onduidelijkheden of wetswijzigingen. De voorliggende verordening sociaal domein van de gemeente Lansingerland is op twee belangrijke punten inhoudelijk gewijzigd: a) Voor jeugdhulp hebben we enkele bepalingen opgenomen die ons beter grip geven op gebruik en uitgaven. Zoals aangekondigd in de voortgangsbrief veranderopgave jeugdhulp stellen wij met de voorliggende verordening voor om het tarief voor informeel pgb jeugdhulp te verlagen van € 20,- per uur naar € 13,- per uur. Verder hebben wij nieuwe bepalingen opgenomen over huisartsenverwijzingen en enkele therapievormen. b) Ook voor de Wmo verlagen wij het tarief voor informeel pgb naar € 13,- per uur.
c) Wij verankeren toezicht en het bestrijden van misbruik van de WMO, Jeugdwet en Participatiewet beter in de verordening. Wij hebben daartoe een nieuw hoofdstuk, Hoofdstuk 8, toegevoegd over toezicht en het bestrijden misbruik van de WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Deels is het een vervanging van bestaande bepalingen, deels een uitbreiding om al onze bevoegdheden te kunnen uitvoeren. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wetten in het sociaal domein. Met de Verordening Sociaal Domein worden deze wetten vertaald naar lokale regelgeving. Sinds 1 januari 2015 heeft de gemeente Lansingerland één integrale verordening voor maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en participatie. Hiermee geven wij binnen deze drie beleidsvelden uiting aan onze integrale aanpak. Jaarlijks passen wij deze verordening aan naar aanleiding van bijvoorbeeld wijzigingen in ons beleid, onduidelijkheden of wetswijzigingen.
1
2. Maatschappelijk effect Het bieden van integrale rechtmatige hulp en ondersteuning binnen de wetten van het Sociaal Domein. 3. Argumenten 1.1 De verordening vraagt om actualisatie Sommige onderdelen van de verordening stellen wij voor om aan te passen wegens een wijziging van ons beleid of onze uitvoering. Andere onderdelen blijken tekstueel onduidelijk of niet meer actueel. In deze verordening voeren wij drie belangrijke wijzigingen door: a) We verankeren toezicht en handhaving beter in de verordening. wij hebben daartoe een nieuw hoofdstuk toegevoegd over toezicht en het bestrijden van misbruik van de WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Deels is het een vervanging van bestaande bepalingen, deels een uitbreiding. b) Voor jeugdhulp hebben wij enkele bepalingen opgenomen over huisartsenverwijzingen. Voortaan zijn deze beperkt geldig en volgt altijd een gemeentelijke beschikking na een huisartsverwijzing. Verder nemen wij nieuwe bepalingen op om sterker te sturen op het aanbod van vaktherapie en dierentherapie. c) Zoals aangekondigd in de voortgangsbrief veranderopgave jeugdhulp, stellen wij met de voorliggende verordening voor om het tarief voor informeel pgb jeugdhulp te verlagen van € 20,- per uur naar € 13,- per uur. Hetzelfde doen wij voor het tarief voor informeel pgb Wmo. Zie voor een onderbouwing per wijziging het wijzigingsdocument, T20.12251.
2 2.1 De verordening is een belangrijk sturingsinstrument De voorliggende verordening sociaal domein van de gemeente Lansingerland is op een aantal technische punten aangepast. Daarnaast is een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht om beter te kunnen sturen op het sociaal domein. 2.2 Om onze grip op jeugdhulp te verbeteren is sturing op huisartsenverwijzingen en kwaliteit belangrijk De huisartsenroute is kwantitatief een belangrijke route naar jeugdhulp. We grijpen hier al op in door met de jeugdcoaches op school en praktijkondersteuners bij de huisarts kinderen te helpen met lichte hulp, zodat minder kinderen verwezen hoeven te worden naar specialistische hulp. Met de voorgestelde wijziging van de verordening hebben we nog een aantal extra stappen gezet. Zo hebben we vastgelegd dat we geen jeugdhulp in natura vergoeden als de huisarts verwijst naar niet gecontracteerd aanbod. Verder is de verwijzing nog maar één jaar geldig, zodat een aanbieder die een verlenging wil terug moet naar de huisarts en deze de gelegenheid heeft de situatie opnieuw te beoordelen. De huisarts kan daarbij gebruik maken van de praktijkondersteuner als de arts die heeft. Om de betrokkenheid van de gemeente bij
2
de jeugdhulp en de rol van onze jeugdconsulenten onder de aandacht te brengen van jeugdigen en ouders, sturen wij voortaan na een huisartsenverwijzing een gemeentelijke beschikking. Als we jeugdhulp inzetten, dan moet dit kwalitatief goede hulp zijn en dan moet de inzet doelgericht zijn. Specifiek voor enkele vormen van therapie, het palet dat onder vaktherapie en dierentherapie valt, willen wij steviger sturen. De jeugdconsulenten hebben op dit moment onvoldoende juridisch kader om dat te doen. Daarom is het voorstel om hier bepalingen over op te nemen in de verordening. 2.3 De verlaging van het tarief voor het informele pgb jeugdhulp en Wmo sluit beter aan bij het huidige beleid van normaliseren. We hebben voor ogen dat inwoners en het netwerk problemen op het gebied van opvoeden en opgroeien en maatschappelijke participatie zoveel als mogelijk zelf oplossen of ermee leren omgaan. Bij de pgb’s waarbij de ouders zichzelf ‘inkopen’ kunnen en willen ouders de zorg zelf leveren, maar vragen ze daar een vergoeding voor. Dat is verklaarbaar vanuit de wetgeving van vóór de Jeugdwet waarbij ouders recht hadden op zo’n vergoeding. Dat leidde tot hoge pgb’s voor hulp die ouders zelf bieden aan hun kind. Dat sluit echter niet meer aan op onze visie.
Het (informele) pgb onder de Jeugdwet is niet bedoeld als aanvulling op het inkomen, maar fungeert in de praktijk wel als zodanig voor ouders die zichzelf daaruit betalen. We willen dat er in het tarief zo min mogelijk een financiële prikkel zit om zorg die ouders zelf bieden financieel te compenseren. Een tarief op basis van (bijna) het wettelijk minimumloon is hierbij het meest passend. 2.4 Door de tariefsverlaging naar (ongeveer) het wettelijk minimumloon past het tarief beter bij de taken die uitgevoerd waarvoor een pgb voor informele hulp is bedoeld. Degene die de hulp verleent is volgens de verordening iemand uit het sociaal netwerk die de hulp niet verleent in het kader van een hulpverlenend beroep. Volgens de beleidsregels hoeft deze persoon geen relevante opleiding hoeft te hebben. Bij de uitvoering van een taak waar geen minimale opleiding vereist is, past een beloning op basis van het wettelijk minimumloon. Om praktische redenen, stellen wij voor iets boven het minimumloon te gaan zitten. 2.5 Verlaging van het tarief draagt niet alleen inhoudelijk maar ook financieel bij aan de veranderopgave Voor de jeugdhulp hebben we de opdracht en de ambitie om de uitgaven te beheersen. Aanpassing van het tarief voor informele pgb’s is één van de mogelijkheden om de uitgaven te beheersen.
We hebben dit voorstel daarom ook al aangekondigd in onze voortgangsbrief veranderopgave jeugdhulp van 10 september 2020 (U20.06060). 2.6 Een tarief dat iets hoger is dan het wettelijk minimumloon beperkt administratieve lasten. Het Rijk wijzigt de hoogte van het wettelijk minimumloon jaarlijks. Als we de hoogte van de pgb’s afhankelijk maken van de hoogte van het wettelijk minimumloon, moeten we op het
3
moment van indexering alle pgb’s aanpassen. Dat is een administratieve last die we kunnen voorkomen door de hoogte van het tarief vast te stellen op een niveau iets boven het wettelijk minimumloon. Daarmee kunnen we naar verwachting een aantal jaren vooruit zonder het tarief tussentijds te hoeven aanpassen. 2.7 Rechtszekerheid Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is het belangrijk de oude verordening in te trekken op dezelfde dag als de nieuwe verordening in werking treedt. 4. Kanttekeningen 1.1 Een verlaging van het tarief van informele pgb’s kan ertoe leiden dat ouders of het netwerk minder snel geneigd zullen zijn informele hulp te verstrekken Hierdoor zou een ongewenste verschuiving plaats kunnen vinden van (goedkopere) informele hulp naar (duurdere) professionele jeugdhulp. We hebben geen aanwijzingen dat dit effect is opgetreden bij de verlaging naar € 20,- voor jeugdhulp. Pgb’s voor informele hulp zijn met name een uitkomst voor hulp die bijvoorbeeld niet goed in te plannen is, die op onregelmatige momenten nodig is of waar de vertrouwensrelatie erg belangrijk is. Die hulp is lastig te vervangen door formele hulp. Keerzijde hiervan is dat ouders de verlaging hierdoor feitelijk kunnen ervaren dat ze geen alternatief hebben.
Bij de aanvraag van een informeel pgb speelt vaak ook de behoefte van de ouders mee om erkenning te krijgen voor de zware zorgvraag van het kind en hun inzet. 1.2 De verlaging moet wel zorgvuldig gebeuren Voor de pgb-houders betekent de verlaging van het tarief een verlaging van 35% (jeugdhulp) of 38% (Wmo) ten opzichte van het huidige tarief. Het is daarom belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met de wijziging. Voor bestaande cliënten passen we het nieuwe tarief toe op het moment dat het pgb afloopt. We informeren de betreffende cliënten hierover na vaststelling van de nieuwe verordening. Niettemin is niet uit te sluiten dat deze aanpassing leidt tot extra bezwaar- en beroepszaken. Op nieuwe aanvragen passen we direct het nieuwe tarief toe. 2.1 Geen 3.1 Geen 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Van de pgb’s jeugdhulp die in 2020 zijn gestart, betreft 20% van de bedragen een informeel pgb (circa € 500.000). We verwachten dat de verlaging van het informele pgb tarief jeugdhulp op jaarbasis tot een besparing van circa € 150.000 per jaar leidt. Dit effect is niet meteen in 2021 zichtbaar omdat we de indicaties niet per 1 januari aanpassen, maar een overgangstermijn hanteren.
4
6. Juridische aspecten De gemeenteraad heeft op grond van artikel 147 van de Gemeentewet de bevoegdheid om gemeentelijke verordeningen vast te stellen. Wij hebben de inhoudelijke wijzigingen in de verordening juridisch laten toetsen door de jurist binnen het team. Gedelegeerde wetgeving: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 7. Duurzaamheid Niet van toepassing 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie De Verordening Sociaal Domein en de wijzigingen zijn schriftelijk gedeeld en mondeling toegelicht aan de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). De ASD heeft mondeling advies uitgebracht over de voorgestelde aanpassingen in de verordening. De opmerkingen zijn verwerkt in de wijzigingen en wij sturen de ASD een brief (U20.09649) met uitleg over de toevoegingen naar aanleiding van het advies. Na akkoord wordt de vastgestelde Verordening gedeeld met de ASD. 9. Verdere procedure Na een positief besluit door de gemeenteraad publiceren we de verordening via het CVDR. Hierbij wordt de Verordening 2020 ingetrokken. Bijlagen 1. Verordening Sociaal Domein 2021, T20.14076 2. Oplegger bij Verordening Sociaal Domein 2021, U20.09784 3. Wijzigingsdocument bij de Verordening Sociaal Domein 2021, T20.12251 4. Reactiebrief op het mondelinge advies van de ASD, U20.09649
5
Datum Raad
28 januari 2021
Registratienummer
BR2000144
Onderwerp
Verordening Sociaal Domein 2021
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten dat - de verordening Sociaal Domein op onderdelen dient te worden aangepast, conform het wijzigingsdocument T20.12251. Rekening te houden met - artikel 147 van de Gemeentewet, waarin de gemeenteraad de bevoegdheid krijgt gemeentelijke verordeningen vast te stellen.
Besluit(en) 1. De Verordening Sociaal Domein 2021 (T20.14076) vast te stellen. 2. De Verordening Sociaal domein 2020 (T19.13049) in te trekken.
Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 28 januari 2021,
de griffier,
drs. Marijke Walhout
6