[U26.01981] Bespreekstuk vervolg duurzaamheidslening
Tekst van het document
De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS
Van
College van B&W
Onderwerp
Vervolg Duurzaamheidslening gemeente Lansingerland
Datum
26 mei 2026
Ons kenmerk
U26.01981
Geachte raadsleden, Aanleiding De Commissie Algemeen Bestuur heeft in juni 2025 het raadsvoorstel ‘Beëindigen duurzaamheidslening’ (BR2500023) besproken. De commissie heeft tijdens deze vergadering aangegeven meer informatie over de scenario’s voor het vervolg van de duurzaamheidslening te willen ontvangen, alvorens een beslissing te nemen. In deze brief wordt de duurzaamheidslening kort toegelicht, de mogelijke scenario’s uiteengezet en een advies voorgelegd. De volgende zaken worden ter informatie voorgelegd: 1. Doelstellingen en kaders. 2. Financiën. 3. Evaluatie Duurzaamheidslening Lansingerland 2025. 4. Overzicht bestaande financiële regelingen t.b.v. energiebesparing woningen. Ten slotte worden de scenario’s ter bespreking uiteengezet en een advies gegeven. 1. Doelstellingen en kaders Omgevingsvisie 2.0 In de Omgevingsvisie 2.0 van de gemeente is de belangrijkste doelstelling op het gebied van de energietransitie: klimaatneutraal in 2050. Onder de pijler ‘Vindingrijk en ondernemend’ is opgenomen dat de gemeente slimme verduurzaming stimuleert. Een belangrijke stip op de horizon hierin is ook dat de gemeente de ambitie heeft om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. Als gemeente zijn we regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. We vinden het daarbij belangrijk dat alle inwoners de overstap kunnen maken naar een aardgasvrij alternatief.
We helpen hen dan ook om dit zo makkelijk mogelijk te maken.
1/5
Kaders Verordening Duurzaamheidslening Gemeente Lansingerland Vanuit de gemeente zijn er enkele voorwaarden gesteld waarbinnen een financiële regeling in eigen beheer kan worden gerealiseerd. Dat gaat over: Kostendekkend. De duurzaamheidslening mag geen grote kostenpost zijn of worden. De rente die we betalen voor het aantrekken van middelen voor deze lening is gelijk aan de rente die inwoners betalen. Aanvullend op bestaande maatregelen. Er zijn verschillende landelijke financiële regelingen beschikbaar voor inwoners om hun woning te verduurzamen (zie paragraaf 4). Extra aandacht voor inwoners met een laag inkomen. 2. Financiën Constructie financiën duurzaamheidslening gemeente Lansingerland De gemeenteraad heeft in 2021 middels de Verordening Duurzaamheidslening Gemeente Lansingerland C 5.000.000,- ter beschikking gesteld voor de duurzaamheidslening. Dit is in tranches van C 500.000,overgemaakt naar SVn. De laatst uit gegeven tranche is overgemaakt in december 2025. Hiermee is er in totaal 4,5 miljoen euro uitgezet. Er resteert dus nog C 500.000,-. Hiermee is rekening gehouden in de liquiditeitsprognose van de gemeente. Naar verwachting1 wordt in Q3 of Q4 van 2026 een beroep gedaan op deze middelen om de rekening courant bij SVn weer aan te vullen. Daarna is het gereserveerde geld geheel besteed.
Algemene financiën gemeente In maart 2026 bent u geïnformeerd over de actuele liquiditeitsontwikkeling en de daaruit voortvloeiende noodzaak om per eind maart 2026 een langlopende lening van C 45 miljoen met een looptijd van 10 jaar en een lineaire aflossingsstructuur aan te trekken (zie U26.00833). Zonder aanvullende financiering zou zowel op korte als op middellange termijn een liquiditeitstekort ontstaan. Voor een eventuele verlenging van de duurzaamheidslening zijn geen direct inzetbare eigen middelen beschikbaar. Financiering kan plaatsvinden via de algemene leningenportefeuille van de gemeente, tegen het geldende rentetarief van circa 3% (peildatum maart 2026). 3. Evaluatie Duurzaamheidslening Lansingerland 2025 In het Coalitieakkoord 2022-2026 heeft het college aangegeven onderzoek te doen naar de huidige vorm van de duurzaamheidslening. Daarbij diende te worden geëvalueerd of deze maatregel voldoet om de energietransitie te versnellen en op basis van de uitkomst een passend financieel fonds vast te stellen. De evaluatie die vorig jaar is gedaan (T25.03353), kan als volgt worden samengevat: Er zijn sinds 2021 468 leningen verstrekt voor een totaalbedrag van C 5.454.377,362. Het gemiddelde bedrag per lening bedroeg C 11.654,55. De rente waartegen de gemeente geld leent om de middelen aan te vullen voor de duurzaamheids lening fluctueert en is de laatste jaren gestegen.
Hierdoor zijn de kosten voor de gemeente gestegen en is het aanbieden van de lening niet langer kostenneutraal. De administratieve kosten kunnen middels de CDOKE3 worden vergoed. Er is geen eigen vermogen ter beschikking voor deze lening.
1 Gebaseerd op het aantal aanvragen voor de duurzaamheidslening in 2025. 2 Peildatum 15 april 2026. 3 Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 2/5
4. Overzicht bestaande financiële regelingen t.b.v. verduurzaming woningen Op dit moment zijn er verschillende financiële mogelijkheden voor inwoners om hun woning te verduur zamen. Kort samengevat komt het neer op het volgende:
Subsidies
Leningen
Fiscale voordelen
Landelijk - Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) (RVO) - Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (RVO) - Energiebespaarlening (Nationaal Warmtefonds) - Duurzame monumentenlening (Restauratiefonds) - Hypotheekverhoging via de bank (met hypotheekrente aftrek bij energielabel A) - VvE Energiebespaarlening (Nationaal Warmtefonds) - 0% btw bij aanschaf zonnepanelen - Verlaagde btw op arbeidskosten bij isolatiemaatregelen - Btw-teruggave bij thuisbatterij
Gemeentelijk - Isolatiesubsidie Gemeente Lansingerland
- Duurzaamheidslening Gemeente Lansingerland/SVn
Scenario’s uiteengezet Verschillende scenario’s zijn mogelijk met betrekking tot het al dan niet beëindigen van de duurzaamheidslening. A. Lening doorzetten zonder inzet van nieuwe middelen Na de laatste tranche (vermoedelijk besteed eind 2026) wordt geen gemeentelijk budget meer toegevoegd aan het fonds. De aflossingen van de lopende duurzaamheidslening worden middels revolverende werking beschikbaar gesteld voor nieuwe aanvragen van duurzaamheidsleningen. De eerdergenoemde C 5.000.000,- zal dan in circulerende werking beschikbaar blijven voor nieuwe aanvragen voor duurzaamheidsleningen. Het geld dat al is uitgezet bij SVn is echter deels met vreemd vermogen gefinancierd. Dat betekent dat er wel nog steeds rente vanuit de gemeente moet worden betaald. Volledig revolverend, waarbij de gemeente geheel geen financiële bijdrage meer hoeft te leveren aan de duurzaamheidslening, zal binnen deze constructie dan ook niet mogelijk zijn. Daarnaast zal het aantal te behandelen aanvragen afhankelijk zijn van het beschikbare budget. Dat is nu ook het geval, maar er wordt in dit scenario niet meer geld bijgestort, dus er kunnen dan minder aanvragen worden toegewezen. Het is mogelijk om voor deze constructie een looptijd in te bouwen om vervolgens de resultaten te evalueren. Bijvoorbeeld een looptijd van twee jaar en een halfjaarlijkse evaluatie. B.
Lening doorzetten met inzet van nieuwe middelen De gemeente heeft geen eigen middelen, maar kan budget vrijmaken via vreemd vermogen. Dit vreemde vermogen wordt al aangetrokken door de gemeente voor algemeen budget tegen een rente van ca. 3% (zie paragraaf 2). De lening wordt dan voortgezet in dezelfde constructie. Er kan bijvoorbeeld voor worden gekozen om de lening voor een aantal jaar in stand te houden en een te bepalen budget in tranches opnieuw beschikbaar te stellen voor nieuwe aanvragen. Dat betekent onder andere dat aanvragen minder afhankelijk zijn van hoeveel van uitstaande leningen is afgelost, zoals in het vorige scenario geschetst.
3/5
C. Omzetten van de duurzaamheidslening in een stimuleringslening De duurzaamheidslening wordt beheerd door SVn die ook andere producten aanbiedt zoals de stimuleringslening. De stimuleringslening is vergelijkbaar met de duurzaamheidslening met als belangrijk verschil dat het rentepercentage door de gemeente aan te passen is. Het voordeel van dit scenario is dat wij als gemeente kostendekkend kunnen zijn door het rentepercen tage voor nieuwe leningen gelijk te stellen met het percentage waarmee wij de middelen aantrekken voor deze lening. Het nadeel is dat het verschil tussen het rentepercentage van de gemeentelijke duurzaam heidslening ten opzichte van het rentepercentage van de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds (in het vervolg: Warmtefonds) een stuk kleiner wordt, waardoor de gemeentelijke lening mogelijk minder aantrekkelijk wordt. Dit is afhankelijk van het rentepercentage dat de gemeente instelt. Voor lage inkomens is de Energiebespaarlening van het Warmtefonds voordeliger dan deze stimuleringslening (en ook voordeliger dan de huidige duurzaamheidslening), omdat bij de Energiebespaarlening van het Warmtefonds geen rente wordt gevraagd bij deze doelgroep. D. Lening beëindigen De lening wordt na de laatste tranche (vermoedelijk besteed eind 2026) beëindigd.
Wanneer de raad hiervoor kiest en daarmee de verordening intrekt, kan dit bijvoorbeeld per 1 januari 2027 zijn. Dat betekent dat de al uitgegeven duurzaamheidsleningen blijven bestaan. Deze leningen worden afge lost. De terugbetalingen kunnen teruggaan naar de gemeente voor eigen middelen. Voor de uitgegeven leningen heeft de gemeente al deels vreemd vermogen moeten inzetten. Dat betekent dat gedurende deze looptijd de gemeente rente betaalt. Vervolgens kan worden ingezet op communicatie rondom de andere mogelijkheden voor inwoners om de verduurzaming van hun woning te financieren, zie paragraaf 4. Het meest passende alternatief is de Energiebespaarlening van het Warmtefonds. Dit biedt huishoudens met een verzamelinkomen lager dan C 60.000,- per jaar de mogelijkheid om renteloos te lenen. Huishoudens boven dit verzamelinkomen kun nen bij hetzelfde Warmtefonds een lening afsluiten tegen een rente tussen de 3,92% en 4,40% (afhankelijk van de looptijd).4 Samenvatting van de scenario’s: Kansen A. Lening doorzetten - Inwoners kunnen gebruik blijven zonder inzet van maken van de lening. nieuwe middelen - Er hoeft geen extra vreemd vermogen te worden ingezet (naast de rente). B. Lening doorzetten - Inwoners kunnen gebruik blijven met inzet van nieuwe maken van de lening. middelen
Risico’s - Grote kans dat minder aanvragen dan voorheen kunnen worden behandeld. - Nog steeds rente betalen voor eerdere inzet vreemd vermogen. - Nog steeds rente betalen voor eerdere inzet vreemd vermogen. - Extra vreemd vermogen moet worden ingezet voor nieuwe tranches en rente. - Niet kostendekkend, dus niet in lijn met kaders verordening.
4 Peildatum 19 mei 2026. 4/5
C. Omzetten van de duurzaamheidslening in een stimuleringslening
- Inwoners kunnen gebruik blijven maken van een gemeentelijke lening. - Mogelijkheid kostendekkend
D. Lening beëindigen
- Inwoners kunnen gebruik maken van andere regelingen (paragraaf 4). - Gemeente hoeft geen extra gelden in te zetten.
- Hogere rente voor inwoners. - Landelijke regelingen vrijwel net zo aantrekkelijk (afhankelijk van het rentepercentage dat door de gemeente wordt vastgesteld) - Inwoners kunnen minder gemotiveerd zijn om woning te verduurzamen, door minder aantrekkelijke alternatieven.
Tot slot U wordt gevraagd om uw mening te geven over de geschetste scenario’s, zodat het college op basis daarvan een raadsvoorstel kan opstellen omtrent het vervolg van de duurzaamheidslening. De voorkeur van het college gaat uit naar scenario C: omzetten van duurzaamheidslening naar stimuleringslening. Dit scenario voldoet aan de gestelde kaders en aan de ambitie van de gemeente om inwoners te stimuleren te verduurzamen. Door de duurzaamheidslening om te zetten naar een stimuleringslening kan het rentepercentage gelijk gesteld worden aan de gemeentelijke financieringskosten (circa 3% rente, peildatum maart 2026) en daarmee voldoen aan het criterium dat de lening kostendekkend is voor de gemeente. Daarnaast is er voor de inwoners met lage inkomens de mogelijkheid om voor 0% rente te lenen via de Energiebespaarlening bij het Warmtefonds. De stimuleringslening werkt aanvullend op deze bestaande regeling. Wanneer voor scenario C: omzetten van duurzaamheidslening naar stimuleringslening wordt gekozen is het advies om een termijn van twee jaar aan te houden. Op basis van tussentijdse evaluatie kan worden besloten of deze termijn wordt verlengd.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Mickel Beckers Gemeentesecretaris
Rik van der Linden Burgemeester
Bijlage: Evaluatie Duurzaamheidslening Lansingerland 2025 (T25.03353).
5/5