[U25.05248] Zienswijze gemeente Lansingerland op Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025
Tekst van het document
Provincie Zuid-Holland Team Omgevingsbeleid Postbus 90602 2509 LP 'S-GRAVENHAGE
Van
Gemeente Lansingerland
Onderwerp
Zienswijze gemeente Lansingerland op Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025
Datum
10 december 2025
Ons kenmerk
U25.05248
Geacht college van Gedeputeerde Staten,
Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025. Verschillende voorgenomen beleidswijzigingen geven ons aanleiding te reageren door middel van een zienswijze. Deze treft u hierbij aan. Wij starten met enkele algemene opmerkingen, vervolgens besteden wij aandacht aan respectievelijk de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma. Bevoegdheidsverdeling bestuurslagen onder de Omgevingswet In algemene zin merken wij op dat het onder de voorgestelde wijzigingen in het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland voor gemeentes steeds moeilijker wordt om zelfstandig ruimtelijk beleid te voeren en eigen keuzes te maken. De beleidsruimte wordt meer en meer ingeperkt; dit verdraagt zich niet goed met een van de uitgangspunten van de Omgevingswet, namelijk ‘decentraal, tenzij’. Dit beginsel is ook opgenomen in de Omgevingswet (het subsidiariteitsbeginsel in artikel 2.3 lid 2 Omgevingswet). Dit klemt nu onze gemeenteraad op 4 november 2025 de Omgevingsvisie 2.0 heeft vastgesteld. De taken en bevoegdheden worden in principe uitgevoerd door gemeentes en waterschappen. De gemeente staat in dit stelsel aan de basis van de algemene zorg van de fysieke leefomgeving.
Ingrijpen in de gemeentelijke autonomie kan alleen als sprake is van een provinciaal belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd. Wij vragen ons af of met deze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025 nog aan dit beginsel wordt voldaan. Het gaat hierbij ook om proportionaliteit.
1/10
Wij doen bij deze de oproep om gemeentes meer bewegingsruimte te geven zodat zij de taken die bij hen zijn belegd goed kunnen uitvoeren. Dit geldt niet alleen voor bovengenoemde algemene zorg voor de fysieke leefomgeving maar ook voor de in de Ontwerp-Nota Ruimte benoemde opgave om te transformeren. Zonder deze ruimte kunnen wij minder goed acteren en inspelen op lokale ontwikkelingen en behoeftes en het versterken van kwaliteiten. Daarnaast verzoeken wij de provincie om toch vooral in te zetten op die onderwerpen die daadwerkelijk bij het provinciale niveau passen en bovengemeentelijk van aard zijn, in het bijzonder natuurontwikkeling en -herstel, klimaat en water. Bij een aantal onderwerpen hierna lichten wij dit verder toe. Ruimtelijke opgaven vragen om beleidsrust en beleidsmatige consistentie In het verlengde van de opmerking hiervoor constateert Lansingerland andermaal een grote mate van beweeglijkheid in het provinciale Omgevingsbeleid. Ook op Rijksniveau zien we veel beleidsontwikke lingen, waaronder de net gepubliceerde Ontwerp-Nota Ruimte. Deze beleidsmatige ontwikkelingen lijken niet altijd goed op elkaar afgestemd. Dit zorgt voor een toenemende mate van inconsistentie en onzekerheid terwijl we gezamenlijk juist voor grote ruimtelijke opgaven staan. Wij zien hierin steeds grotere risico’s voor vertraging of het stilvallen van ruimtelijke ontwikkelingen.
De vele beleidswijzigingen hebben niet alleen vergaande gevolgen voor de bewegingsruimte van gemeentes maar ook voor onze maatschappelijke partners, ondernemers en onze inwoners. Wij pleiten voor een nauwere samenwerking tussen gemeentes en provincie in het vormgeven van de ruimtelijke koers en meer rust in de beleidsmatige kaders. Stuur gericht op een veilige en gezonde leefomgeving In het Programma zijn duidelijke kaders en ambities nodig voor de ruimtelijke complexe vraagstukken. En in de Omgevingsverordening zijn kaders en regels nodig om die beleidsdoelstellingen uitvoerbaar te maken. De taak over ruimtelijke ontwikkeling, duurzame energie, natuur en milieu ligt veelal bij gemeentes. In het provinciale beleid lijkt het economisch spoor nogal sturend te zijn en lijkt er weinig sprake van beschermen van onderdelen zoals ruimte voor natuur, de waterkwaliteit en de recreatie. Daarin zou de provincie meer verantwoordelijkheid moeten nemen; zie in dit verband onze opmerking hierboven. Bijvoorbeeld door bij economie/ bedrijventerreinen meer te faciliteren, stimuleren op toekomstbestendigheid. Geef daarbij aan wat daarvoor door de provincie als noodzakelijk wordt gezien, bijvoorbeeld samenwerking. Het is aan ons als gemeente hoe we dit met maatwerk uitwerken naar toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen zoals we dat in onze Omgevingsvisie 2.0 voor ogen hebben.
Bedrijventerreinen waar ook ruimte en aandacht is voor biodiversiteit, ecologie en beleefbaarheid van het landschap als schakels in het groenblauwe netwerk. Verantwoordelijkheid van de provincie voorkomt dat complexe ruimtelijke opgaven, die vaak gemeente grens overschrijdend zijn, zoals het verbeteren van biodiversiteit en klimaatadaptatie, worden afgewen teld op volgende partijen in de lijn op weg naar uitvoering en draagt daarmee bij aan de versnelling van bijvoorbeeld het oplossen van het tekort aan woningen. Geef expliciete ruimte voor het versnellen van netbewuste nieuwbouw In zowel de Omgevingsvisie als het Omgevingsprogramma is opgenomen dat de provincie met ‘toekomst bestendige bouw’ onder meer energiepositief (meer energie opwekken dan verbruiken) bedoelt. 2/10
Wij vragen ons af hoe wij dit moeten zien in relatie tot ‘netbewust bouwen’. Netbeheerders, waaronder Stedin, hebben samen met andere partijen ontwerpprincipes voor netbewust bouwen ontwikkeld die onder meer gemeentes kunnen gebruiken bij het plannen en ontwerpen van woningbouwprojecten. Het Rijk heeft in de Ontwerp-Nota Ruimte 2025 aangegeven ‘samen met provincies te werken aan (experimenteer)ruimte in regelgeving, zoals voor het versnellen van netbewuste nieuwbouw.” Wij pleiten ervoor dat de provincie Zuid-Holland zich hierbij aansluit. Bestuursovereenkomst Ruimtelijke ontwikkelingen Lansingerland Ten aanzien van de bestuursovereenkomst tussen de provincie en de gemeente willen we nog een aantal zaken meegeven. Allereerst staan wij positief tegenover het feit dat de provincie Zuid-Holland de gemaakte afspraken in de bestuursovereenkomst Ruimte Ontwikkelingen Lansingerland conform afspraak heeft verwerkt in de ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025. Met betrekking tot de transformatielocaties wijzen wij graag nog op het volgende. In de bestuurs overeenkomst Ruimtelijke Ontwikkelingen hebben wij afspraken gemaakt over de planologische realisatie van 36ha. bedrijvigheid met een hogere milieubelasting in onze gemeente. Deze afspraak is gemaakt op basis van de uitgangspunten van het toen geldende omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland.
Bovendien zijn we overeengekomen dat we bij het uitwerken van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling de gezamenlijke ambitie hebben om te werken aan een kwalitatief goede leefomgeving zoals beoogd in de Omgevingswet (artikel 13). Tijdens het vaststellen van onze omgevingsvisie zijn er veel zorgen uitgesproken door omwonenden van de drie genoemde transformatiegebieden. De raad heeft daarop de Omgevingsvisie 2.0 aangescherpt. Er is uitgesloten dat er bedrijvigheid in deze gebieden komt met een milieubelasting vergelijkbaar met milieucategorie 5 en 6. Daarnaast worden er geen woningen of bedrijven onteigend door de gemeente in deze gebieden. Ontwikkelingen mogen niet ten koste gaan van de gezonde leefomgeving in Lansingerland. We wegen daarom altijd het effect van nieuwe activiteiten op aangrenzende gebieden af en beschermen de kwaliteit van de leefomgeving, de bereikbaarheid en de (verkeers-)veiligheid van deze aangrenzende gebieden. Dit sluit aan bij de gemaakt afspraken in de bestuursovereenkomst. Leesbaarheid in het geding Door de vele wijzigingen is het Omgevingsbeleid moeilijk te doorgronden en in onderlinge samenhang lastig leesbaar. Mogelijk is het ook innerlijk tegenstrijdig; dit geldt met name voor de Omgevingsverordening. De consequenties ervan zijn daardoor niet goed in te schatten. Dit leidt tot onzekerheid, ook voor maatschappelijke partners, ondernemers en inwoners.
Herziening Omgevingsvisie Clustering van de glastuinbouw Voor het clusteren van de glastuinbouw zijn financiële middelen nodig. Deze heeft de gemeente maar in beperkte mate tot haar beschikking. Wij verzoeken de provincie ons beleidsmatig, juridisch en financieel te ondersteunen bij het clusteren/herstructureren van de glastuinbouw. Indien dit van de grond komt, ontstaat ook ruimte voor groenblauwe verbindingen, woningbouw en bedrijfsruimte (verbonden aan de glastuinbouwsector). Daarmee kan ook aan andere beleidsdoelen worden bijgedragen.
3/10
(2.1.1 Stimuleren duurzaam, veilig en slim personenvervoer) STOMP-principe: waardevol, maar gebiedsafhankelijk in toepassing Wij onderschrijven het STOMP-principe als duurzaam ordeningsprincipe, maar benadrukken dat de positie van modaliteiten per gebied verschilt en dat een flexibele, gebiedsgerichte toepassing noodzakelijk is. De auto blijft in landelijke - en zelfs ook stedelijke - gebieden relevant, zeker waar alternatieven nog niet dezelfde kwaliteit, nabijheid of betrouwbaarheid bieden. STOMP mag daarom geen afbreuk doen aan de functionaliteit van modaliteiten lager in de hiërarchie. Het gaat wat ons betreft om een én-én-aanpak waarbij alle modaliteiten adequaat worden gefaciliteerd en geen wordt overgeslagen. De visie stelt dat lopen, fietsen en OV meer prioriteit krijgen om druk op autowegen te verminderen. De huidige formule ring kan onbedoeld de indruk wekken dat andere modaliteiten automatisch worden teruggezet, terwijl dit in de praktijk niet wenselijk en niet altijd realistisch is. Een compleet, samenhangend mobiliteitssysteem vraagt om ruimte voor alle modaliteiten, gecombineerd met slimme parkeervormen en mobiliteitsmanagement om het netwerk te ontlasten. STOMP is daardoor weliswaar een duurzaam ordeningsprincipe, maar niet per definitie het meest ruimteefficiënt.
(2.1.2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer) Ketengericht denken: ook de auto als voortransport naar OV De Herziening Omgevingsvisie benadrukt terecht dat lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit een deur-totdeurreis mogelijk maken. Wij benadrukken dat ook de auto een volwaardige schakel kan zijn in keten mobiliteit. Parkeer-en-reislocaties dragen ook nog steeds bij aan het verminderen van verkeersdruk op stedelijke assen. Door deze rol te erkennen ontstaat een realistischer en effectiever mobiliteitsaanbod dat aansluit bij het reisgedrag van inwoners, zeker ook voor diegenen die niet in de gelegenheid zijn om anders dan met de auto te verplaatsen. Ketengericht denken: veilige overstappunten en fietsparkeren In de Herziening Omgevingsvisie missen wij een paragraaf over de kwaliteit van overstappunten. Veilig overstappen, beveiligd fietsparkeren en sociale veiligheid in (bus)stationsomgevingen. De groei van fietsverkeer, de toenemende diversiteit aan voertuigen én de ambitie voor meer multimodale ketens vragen om hogere kwaliteit aan overstapmogelijkheden. Bestaande knelpunten rondom diefstal, drukte en onoverzichtelijkheid worden niet benoemd. Wij pleiten voor uitbreiding van bewaakte stallingen om daarmee zowel het fietsgebruik en OV-gebruik in de ketenreis verder te stimuleren.
(4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat) Geef klimaatadaptatie een plek in de doelstellingen voor economie Gezien het enorme areaal is het wenselijk dat bedrijventerreinen een verplicht aandeel hebben in het verbeteren van het klimaat, in plaats van dat dit wordt gezien als een vrijblijvende bijdrage. Met deze bijdrage vanuit het bedrijfsleven wordt de kans vergroot dat de klimaatdoelstellingen van Zuid-Holland gehaald zullen worden. We willen het woord ‘kunnen’ graag vervangen zien door ‘moeten’ of in ieder geval zo dat het een duidelijke doelstelling is waar de provincie ook haar verantwoordelijkheid in neemt.
4/10
(6.1.1. Voldoende en betaalbare huisvesting voor iedereen) Waardering voor de inzet op betaalbare woningbouw Wij waarderen de doelstelling in de Omgevingsvisie om te sturen op voldoende en betaalbare huisvesting. Dit is in lijn met de doelstelling van de Omgevingsvisie 2.0 van de gemeente Lansingerland waarin wij hier ook op sturen voor de doelgroepen die op de sociale huur en middeldure huur en betaalbare koop zijn aangewezen. Daarom programmeren wij bij nieuwe woningbouwprojecten 2/3^ betaalbaar. (6.2.1 Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling) Parkeernormen: passend, gebiedsgericht dient een breder doel Parkeren is een belangrijk sturingselement in gebiedsontwikkelingen, die tegelijkertijd een groot beslag leggen op de schaarse openbare ruimte. Passende parkeernormen onderschrijven wij, maar wij constateren dat de Omgevingsvisie ze vooral koppelt aan het doel om meer woningen per hectare mogelijk te maken. Dat is te beperkt. Passende normen zijn afhankelijk van multimodale bereikbaarheid, de aanwezigheid en nabijheid van essentiële dagelijkse voorzieningen, locatie en stedelijke dichtheid. In sommige landelijke (buiten)gebieden kan een hogere norm juist passend zijn. Daarbij kan parkeren flexibel en multifunctioneel worden ingezet: dubbelgebruik met andere functies, parkeren op afstand, slim regimebeheer, én meervoudig gebruik van dezelfde ruimte voor recreatie of groen.
Parkeernormen zijn een afwegingsinstrument, waarbij ook de belangen van Water en Bodem sturend, recreatie, economie, enz. worden gediend. In de Omgevingsvisie wordt een passende (lagere) parkeernorm echter vooral en alleen gekoppeld aan het verder kunnen verdichten. Dit is een te beperkt doel. Herziening Omgevingsverordening (Paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig en ruimtelijk ontwikkelen) Beschermingsgebied onbebouwde ruimte beperkt gemeentelijke autonomie Opvallend is de nieuwe regeling in de artikelen 7.41aa, 7.41bb, 7.41cc, 7.41dd, 7.41ee en 7.41ff voor wat betreft het beschermingsgebied onbebouwde ruimte. Dit lijkt op een herintroductie van de rode contour. Daar het principe ‘nee, tenzij’ is (het principe van de Omgevingswet is: ‘ja, mits’), lijkt het ook op voorbereidingsbescherming of het op een andere manier opschrijven van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is overeenkomstig onze algemene opmerking aan het begin van deze zienswijze een drastische inperking van de gemeentelijke autonomie. Wij maken hier dan ook bezwaar tegen. (Paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit) Herziening bemoeilijkt realisatie Triangelpark De gemeente Lansingerland is momenteel bezig met de realisatie van het Triangelpark. Daarbij gaan we uit van de ambities voor natuur en recreatie.
De aanwijzing voor NatuurNetwerkNederland en de opgave uit het PMR (project Mainport Rotterdam) om schade aan beschermde natuur te compenseren met nieuwe natuur- en recreatiegebieden ten noorden van Rotterdam (Noordrand Rotterdam) zijn daarvoor de basis vanuit beleid. Net zoals geformuleerd wordt in de Nota Ruimte houden wij vast aan het nakomen van bestaande afspraken met betrekking tot NatuurNetwerkNederland. Om dit af te kunnen maken is minimaal het behoud nodig van dit beleid met de bestaande beschermingscategorie 2 zoals aangegeven op de kaart van de huidige situatie en voorgestelde nieuwe situatie waarin een belangrijk deel van de beschermingscategorie 2 is verdwenen.
5/10
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Overzicht
Regels
Bijlagen
Kaarten
Toelichting
gebieden met beschermíngscategoríe 2, recreatiegebied |
| gebieden met beschermingscategorie 2, recreatiegebied
gebieden met beschermingscategorie 2, groene buffer |
| gebieden met beschermingscategorie 2, groene buffer
gebieden met beschermingscategorie 2, belangrijk weidevogelgebied |
| gebieden met beschermingscategorie 2, belangrijk weidevogelgebied
gebieden met beschermingscategorie 2 |
| gebieden met beschermingscategorie 2
gebieden met beschermingscategorie 1, kroonjuweel cultureel erfgoed gebieden met beschermingscategorie 1, kroonjuweel cultureel erfgoed gebieden met beschermingscategorie 1, beschermd grasland in de bollenstreek gebieden met beschermingscategorie 1, beschermd grasland ín de
ìļğļ 6 800 0 00000
PLekinfo
Kaart huidige situatie met beschermingscategorie 2
Kaart voorgestelde nieuwe situatie waarin de beschermingscategorie 2 nagenoeg verdwijnt. Realisatie van het NNN wordt daarmee een onrealistische doelstelling. Het downgraden van de bescherming voor natuur en recreatie zal de realisatie ervan bemoeilijken, frustreren of onmogelijk maken. Voor de planvorming en realisatie is het cruciaal dat de begrenzing van de bestaande bedrijvigheid beperkt blijft en ontwikkeling van recreatie en natuur behouden blijft. Daarbij zijn we gebaat bij het behoud van de oorspronkelijke begrenzing. Dit is tevens de enige mogelijkheid om het NatuurNetwerkNederland hier te realiseren.
6/10
(Artikel 7.45b Dichtheid en verscheidenheid woningbouw) Minimaal aantal woningen niet altijd en overal haalbaar In artikel 7.45b is een minimum aantal woningen voorgesteld van 33 per ha. Dit minimum is begrijpelijk in een stedelijke context maar niet in een meer landelijke/minder stedelijke met een specifieke ruimtelijke kwaliteit. Deze norm is dan ook niet altijd en overal haalbaar. Verzocht wordt om een uitzondering te maken voor die situaties waarin dit gezien de aard van het gebied om stedenbouwkundige, planologische en/of landschappelijke redenen onwenselijk of onmogelijk is. Dit verzoek geldt ook voor die projecten waar in regionaal verband al afspraken over zijn gemaakt en die de provincie heeft geaccordeerd bij de groeipadbrief. Indien deze uitzonderingen niet worden gemaakt of niet in een adequate overgangsregeling wordt voorzien, zullen problemen ontstaan bij de uitvoering van een aantal projecten in Lansingerland. Dit is onwenselijk. (Artikel 7.45fa Afhankelijkheid van de aanwezigheid van openbaar vervoer) Instructieregels parkeren Wij hebben kennisgenomen van de instructieregels in artikelen 7.45e tot en met 7.45fa, waarin parkeernormen worden opgenomen voor sociale huurwoningen, stationsomgevingen en grote buitenstedelijke bouwlocaties. Deze regels zijn tenslotte ook niet nieuw en wijzigen nu ook niet.
Wij begrijpen ook de bedoeling om een basiskader te bieden voor ruimtelijke ontwikkelingen, maar constateren dat de huidige formuleringen zeer algemeen zijn en in de praktijk tot interpretatieverschillen kunnen leiden. Daarom vragen wij om aanscherping en verduidelijking. Wij verzoeken specifiek om toelichting op de interpretatie van de verwijzing in artikel 7:45fa lid 2 naar de “afhankelijkheid van de aanwezigheid van openbaar vervoer”. Het is nu onduidelijk of het enkel gaat om aanwezigheid, of ook om de kwaliteit van het OV, zoals frequentie, betrouwbaarheid, loopafstand, toegankelijkheid, sociale veiligheid en ketenfaciliteiten zoals fietsparkeren. Expliciete criteria zouden bijdragen aan een eenduidige toepassing door gemeenten. Daarnaast vragen wij om verduidelijking van de reikwijdte van de maximale parkeernorm in stations omgevingen. In het OV wordt doorgaans met specifieke loopafstanden gewerkt. De door u aangewezen stationsgebieden zijn groot en kennen diverse ruimtelijke concepten binnen één groot gebied. Wij verzoeken daarom aan te geven tot welke loopafstand de invloedssfeer van een (HOV-) station loopt en in welk gebied de maximale norm van 0,7 (exclusief bezoekers) daadwerkelijk van toepassing is.
(Artikel 7.45j Ruimte voor voorzieningen) Overbodig artikel Het is de gemeente bekend dat bij toename van het inwonertal de maatschappelijke voorzieningen moeten meegroeien en dat hier ruimte voor nodig is. Ons verzoek is om dit artikel te schrappen. (Paragraaf 7.3.11 Bedrijven) Onduidelijke regeling met grote gevolgen De artikelen 7.51a, 7.51b, 7.51c, 7.51d, 7.52, 7.52a en 7.52b bevatten een nieuwe regeling voor zware bedrijven waarvan de consequenties niet goed zijn te doorzien. Dit roept bij ons dan ook een aantal vragen op die wij bij deze stellen. Leiden wij correct af dat: als gevolg van artikel 7.51c elk stuk van een bedrijvengebied/terrein dat op meer dan 50 meter van een gevoelige bestemming ligt als ‘zwaar bedrijventerrein’ bestempelt? rondom deze ‘zware bedrijventerrein’ binnen een straal van 300 meter geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogelijk mogen worden gemaakt?
7/10
-
de gemeente in deze gebieden geen extra milieueisen mag stellen dan het minimaal vereiste in het omgevingsplan? de provincie dus wil dat op alle bedrijventerreinen zo ‘zwaar’ mogelijke bedrijven worden geplaatst?
Zo ja, dan maken wij hier bezwaar tegen om de volgende redenen: De provincie stelt in de Omgevingsvisie onder andere dat: “De provincie geeft meer prioriteit aan welzijn, welbevinden en gezondheid in haar ruimtelijke keuzes voor de toekomst en in de bestaande omgeving. De provincie wil een schone, veilige en gezonde leefomgeving voor haar inwoners en onderzoekt hoe gestuurd kan worden op brede welvaart. “ en dat een van de voordelen van het inzetten op circulaire economie is dat “De milieudruk wordt verminderd en zorgt voor een verbetering van de leefomgeving”. Hoe kan aan deze ambities worden voldaan als de provincie op alle bedrijventerreinen zo ‘zwaar’ mogelijke bedrijven wil plaatsen? Dan neemt de milieudruk dus per definitie toe. In onze Omgevingsvisie 2.0 stellen wij gezondheid centraal in nieuwe ontwikkelingen en zetten we in op beschermen of verbeteren van diverse milieuthema’s. De gemeente kan deze ambities niet waarmaken als de provincie ernaar streeft om op alle bedrijventerreinen zo ‘zwaar’ mogelijke bedrijven te plaatsen. De gemeente Lansingerland onderschrijft dat er ruimte nodig is voor circulaire economie en brede welvaart. Ook wij zien dat er behoefte is aan ruimte voor bedrijven met een mogelijk hogere milieubelasting. Om in deze behoefte te voorzien heeft de gemeente drie gebieden aangewezen als transformatiegebieden naar bedrijvigheid.
Opgenomen in onze Omgevingsvisie 2.0 is dat deze transformaties niet ten koste mogen gaan van de gezonde leefomgeving van aangrenzende gebieden. Het kan dus zijn dat de gemeente aanvullende milieueisen moet stellen. Het voornemen dat de gemeente geen extra milieueisen mag stellen gaat in tegen het decentrale karakter van de Omgevingswet. De Omgevingswet wil juist meer ruimte bieden aan lokaal maatwerk om de doelen voor de leefomgeving te bereiken. De gemeente Lansingerland wil meer ruimte creëren voor bedrijven met hogere milieubelasting maar wel in een goede afweging tussen verschillende belangen en die ruimte geeft de Omgevingsverordening nu niet. Dit is onacceptabel. Om meer ruimte te maken voor bedrijvigheid is draagvlak nodig bij inwoners en ondernemers. Dit draagvlak ontstaat niet als overal en altijd gezocht wordt naar het maximaliseren van de milieu normen. Deze normen staan ten dienste van de leefomgeving, het is niet andersom. Zie ook artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de maatschappelijke doelen van de wet bevat: er moet sprake zijn van een balans tussen beschermen en benutten. In onze Omgevingsvisie 2.0 staat dat het verdere beleid rondom milieuzonering wordt uitgewerkt aan de hand van de nieuwe handreiking van de VNG. De Omgevingsverordening van de provincie sluit een deel van deze handreiking al uit. Dit is ongewenst en beperkt gemeentelijk maatwerk.
Ons dringende verzoek is dus: geef ons de ruimte om samen met onze inwoners en ondernemers de gemeente op een goede manier in te richten. Behoud ruimte voor maatwerk zodat wij een gezonde leefomgeving kunnen bieden aan onze inwoners. Aanvullend merken wij op dat deze nieuwe regeling onverhoopt de uitvoering van een project in de weg kan staan. Het gaat hierbij om nog lopende planologische maatregelen rond het bedrijventerrein Bosland en het naastgelegen woonwagencentrum. Deze hangen op zodanige wijze samen dat deze zienswijze zich tevens richt tegen iedere wijziging van de Omgevingsverordening die aan deze samenhang in de weg staat en het legaliseren van het woonwagencentrum en/of de beoogde kwaliteitsimpuls van het bedrijven terrein kan belemmeren. 8/10
Mocht dit niet mogelijk zijn dan verzoeken wij hierbij in elk geval om overgangsrecht voor de volgende situatie: wijzigingen van het omgevingsplan die voor de eventuele vaststelling van dit Omgevingsbeleid als ontwerp ter inzage zijn gelegd worden uitgezonderd van deze regeling. (Bijlage 2, Kaart 26) Utilitair fietsnetwerk langs N209 Aan beide zijden van de N209 tussen Bleiswijk-Zuid en de A12 liggen parallelwegen die goed worden gebruikt door fietsers, zowel voor woon-werkverkeer als door scholieren. In het opgenomen utilitaire netwerk is echter uitsluitend de oostelijke route aangewezen. In de praktijk vervullen beide routes een belangrijke functie. De oostzijde ligt langs de transformatielocatie Chrysantenweg (ontwikkeling naar HMC-bedrijventerrein) en bedrijventerrein Klappolder. Juist hier spelen aanzienlijke verkeersveiligheidsopgaven, mede gezien de verdere intensivering van het gebied, de transformatie van de Chrysantenweg en de recent gerealiseerde vrije rechtsaffer. Dat de oostzijde is opgenomen in het utilitair fietsnetwerk is wel terecht, met name wegens de fietsbereikbaarheid van dit bedrijventerrein. Tegelijkertijd vormt de westelijke parallelweg de kortere, snellere en veiligere utilitaire fietsroute vanuit Bleiswijk richting Zoetermeer, Hoefweg-Zuid, Prisma en HOV-knooppunt Lansingerland-Zoetermeer.
Met de ontwikkeling van Bleizo-West zal het utilitaire fietsverkeer aan de westzijde bovendien verder toenemen. Om deze redenen verzoeken wij om zowel de oostelijke als de westelijke parallelweg van de N209 tussen Bleiswijk-Zuid en de A12 aan te wijzen als utilitaire fietsroute. Herziening Omgevingsprogramma (3.1.3.2 Verduurzaming) Creëer meer inzicht in de gevolgen van de ruimtevraag van het warmtenet Er lijkt onvoldoende rekening gehouden te worden met de ruimtevraag van warmtenet en de gevolgen daarvan voor functies zoals groen, ecologische netwerken en recreatie. Doelstellingen in de vorm van bijvoorbeeld een inspanningsverplichting lijken nog te missen.
(4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat) Maatschappelijke voorzieningen en groen onderdeel van het toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat Daarnaast zien wij dat het stimuleren van circulaire en duurzame bedrijventerreinen wordt benoemd, maar dat dit nog op kleine schaal gebeurt. Bedrijventerreinen kunnen met hun oppervlakten een enorme bijdrage leveren aan klimaat en biodiversiteit. De gemeente Lansingerland zou dit graag zien als een grotere prioriteit van de provincie. De provincie zou zich kunnen inzetten op stimuleren of faciliteren, en daar waar nodig (nabij groene verbindingen op regionale schaal) verplichten. (4.1.5.2 Ruimte voor de circulaire economie) Meer ruimte voor samenwerking op het thema van circulaire economie De gemeente Lansingerland onderschrijft de stelling: “De provincie gaat bestaande ruimte voor bedrijvig heid beter benutten mede ten behoeve van de circulaire economie”. Een verplaatsingsfonds kan hierbij helpen. 9/10
(4.1.6.1 Toekomst bestendige ruimte voor ondernemen) Benader de term toekomstbestendig ook vanuit een ecologisch perspectief De term ‘Toekomstbestendig’ wordt veel gebruikt, maar met name vanuit het perspectief van economie en bedrijven. Een toekomstbestendig bedrijventerrein is met name ook groen, heeft een basis voor rijke biodiversiteit en is bovenal klimaatadaptief. Zie ook onze opmerkingen bij 4.1. Om kansen voor de ecologie door economie aan natuur te koppelen te kunnen benutten is de sector zelf nodig maar dit kan niet zonder een actieve overheid die het natuurinclusief handelen en ondernemen stimuleert. De betrok kenheid van bedrijven bij natuur is daarom gebaat bij gericht overheidsbeleid. Zie in dit verband ook onze oproep aan het begin van onze zienswijze. Tot slot De uitdagingen in Zuid-Holland zijn groot; de ruimte is beperkt en keuzes zijn noodzakelijk. Samen met andere gemeenten in onze regio hebben we behoefte aan provinciaal beleid dat een bijdrage levert aan ontwikkelingen die deze opgaven adresseren. We begrijpen het dilemma waarvoor de provincie staat, omdat het balanceren vraagt tussen beschermen en ontwikkelen. Net als andere gemeenten in de Rotterdamse regio constateren we dat het Ontwerp Omgevingsbeleid, zoals dit nu voorligt beperkende en onduidelijke regels bevat die soms ook tegenstrijdig zijn.
Tegelijkertijd begrijpen en delen we veelal de doelstellingen die u nastreeft, maar zien dat onderdelen van dit omgevingsbeleid niet bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen. Onze regio staat voor een belangrijke transformatieopgave, zoals ook door het Rijk benoemd in de onlangs gepubliceerde Ontwerp-Nota Ruimte. De snelheid waarin de maatschappij verandert, vraagt juist ruimte om snel en flexibel te kunnen reageren. Niet elke regel is overal even belangrijk. We willen hier graag met u over in gesprek.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Gemeentesecretaris
Jules Bijl Burgemeester
10/10