[U25.02727] Raadsinformatiebrief Meicirculaire 2025
Tekst van het document
De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS
Van
College van B&W
Onderwerp
Meicirculaire 2025
Datum
26 juni 2025
Ons kenmerk
U25.02727
Geachte raadsleden,
Het kabinet heeft na haar Voorjaarsnota de Meicirculaire Gemeentefonds 2025 gepubliceerd met daarin de laatste ontwikkelingen aangaande de algemene uitkering voor gemeenten. Zoals gebruikelijk informeren wij u over wat een circulaire betekent voor de gemeentelijke financiën van Lansingerland. Recent heeft u het raadsvoorstel Zomerrapportage 2025 (BR2500040) en het raadsvoorstel Perspectiefnota 2026 (BR2500052) ontvangen. De Zomerrapportage 2025 betreft een tussentijdse afwijkingenrapportage van het lopende boekjaar met actualisatie van de Begroting 2025-2028. De Perspectiefnota 2026 bevat een financieel meerjarenbeeld met autonome ontwikkelingen en de uitgangspunten voor Begroting 2026-2029 en geeft daarbovenop een inhoudelijke richting aan het college als tussenstap voor het opstellen van de begroting. Door het moment van publicatie van de Meicirculaire 2025 was het niet mogelijk deze ontwikkelingen mee te nemen in het geschetste financiële beeld van de Zomerrapportage 2025 en Perspectiefnota 2026. Met deze brief informeren wij u over de financiële effecten die voortkomen uit deze circulaire die betrekking hebben op het meerjarenbeeld, evenals het lopende begrotingsjaar 2025. Op die manier kunt u de uitkomsten meenemen in uw afwegingen.
In onderstaande tabel is het bijgestelde saldo van de Perspectiefnota 2026 opgenomen na verwerking van de financiële mutaties uit de Meicirculaire. Het tekort voor 2026 bedraagt nu voorlopig C 4,9 miljoen, een verbetering ten opzichte van het eerdere tekort van C 11,5 miljoen. De mutaties worden in deze brief nader toegelicht.
1/7
Bedragen x C 1.000
Tabel 1 2025
Saldo Zomerrapportage Saldo Perspectiefnota Netto effect Meicirculaire Eerste inschatting bijstelling indexatie CAO o.b.v. nieuwe CAO Bijstelling indexatie materiële budgetten (2,22% i.p.v. 3,16%) Bijstelling indexatie OZB (2,22% i.p.v. 3,16%) Effect bijgestelde maatstaven op lasten (o.a. capaciteit en memo realistisch begroten sociaal domein) en effect op jeugdzorg Bijgesteld saldo Zomerrapportage 2025 en Perspectiefnota 2026
2026
2027
2028
2029
-11.535 6.062 690 150 -232
-13.393 5.733 690 150 -232
-13.936 3.174 690 150 -232
-16.794 2.711 690 150 -232
PM
PM
PM
PM
-1.341 3.030 1.000 PM 2.689
-4.865
-7.051
-10.154
-13.474
Structurele ontwikkelingen Meicirculaire 2025 Voor 2025 en verder laat de Meicirculaire 2025 de volgende ontwikkelingen zien met structurele effecten: a) Autonome ontwikkelingen (algemene mutaties) b) Taakmutaties c) Decentralistatieuitkeringen d) Mutaties stelposten e) Overige effecten Onderstaand presenteren wij u het cijfermatige overzicht van deze effecten ten opzichte van de Kaderbrief 2026 en de Zomerrapportage 2025. Daarna volgt een nadere toelichting per onderwerp. Bedragen x C 1.000
Tabel 2 2025
2026
2027
2028
2029
Accres en onwikkeling uitkeringsbasis Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven Hoeveelheidsverschillen en overige ontwikkelingen
1.329 -314 -8 1.765
5.383 0 446 1.579
5.700 0 741 186
5.561 0 671 -1.403
5.851 0 585 -3.303
a)
Subtotaal autonome ontwikkelingen
2.772
7.408
6.627
4.829
3.133
Jeugdzorg (zie tabel 2) Taakmutaties (ex Jeugdzorg) (zie tabel 3)
906 32
3.493 400
3.275 6
722 5
778 5
b)
938
3.893
3.281
727
783
Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Alleenverdienersproblematiek Overige mutaties decentralisatie- /integratieuitkeringen
244 76 56
-
-
-
-
c)
376
54
Totaaleffect Meicirculaire (a+b+c)
4.086
11.355
Mutatie Stelpost BCF Stelpost Jeugd 2028 en verder Stelpost reservering Ontwikkeling uitkeringsbasis Stelpost reservering taakmutaties excl. Jeugd
-6 0 -330 -32
-314 0 -1.083 -400
-368
-1.797
-1.492
-916
-1.016
3.718
9.558
8.464
4.691
2.954
d)
Subtotaal taakmutaties
Subtotaal decentralisatie-/ integratieuitkeringen
Mutaties stelposten
Totaaleffect Meicirculaire incl. bijstelling stelposten (a+b+c+d)
54
48
51
54
-314 0 -1.172 -6
-314 643 -1.240 -5
-314 642 -1.339 -5
Reeds gecommuniceerd effect in de Perspectiefnota en Zomerraportage e)
Overige effecten
Netto effect Meicirculaire t.o.v. Perspectiefnota en Zomerrapportage (a+b+c+d+e)
2/7
Ad a) Autonome ontwikkelingen Accres en ontwikkeling uitkeringsbasis In de Meicirculaire 2025 zijn zowel de accresramingen als de uitkeringsbasis opnieuw geactualiseerd. De financieringssystematiek is gebaseerd op een koppeling met de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp), waarbij het volume-accres wordt bepaald op basis van een historisch gemiddelde van acht jaar (t-9 t/m t-2). Ten opzichte van de stand van de Decembercirculaire 2024 is voor 2025 sprake van een licht positieve bijstelling van het volume-accres, oplopend tot een aanzienlijke plus in latere jaren. Daarnaast is het LPO-accres (loon- en prijsontwikkeling) voor 2025 bijgesteld vanwege een hogere raming van de prijs bbp. Deze combinatie van volume- en prijsontwikkelingen zorgt per saldo voor een stijging van de algemene uitkering in de jaren 2025 t/m 2029. Daarbovenop is de ontwikkeling van de uitkerings basis verwerkt. In de Meicirculaire 2025 is een groei van landelijke aantallen op de maatstaven geraamd. Dit zorgt voor een aanzienlijke groei van de uitkeringsbasis. Als de daadwerkelijke ontwikkeling anders is dan voorzien, zal dit in komende circulaires tot bijstellingen leiden. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Gemeenten kunnen Btw terugvorderen via het Btw-compensatiefonds (BCF).
Als er landelijk geld overblijft in het fonds, wordt dit toegevoegd aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Er is gebleken dat gemeenten in 2024 weliswaar onder het landelijke BCF-plafond zijn gebleven, maar minder ruim dan eerder werd verwacht. Hierdoor valt de verwachte opbrengst C 314.000 lager uit. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven Voor uitkeringsjaar 2026 zijn de rekentarieven voor de WOZ-maatstaf aangepast om schommelingen in WOZ-waarden als gevolg van marktontwikkelingen te neutraliseren. De stijging van de WOZ-waarden voor woningen en niet-woningen is deels gecorrigeerd via aanpassing van de rekentarieven. Dit leidt vanaf 2026 tot een beperkte positieve bijstelling van de algemene uitkering. Deze bijstelling is groter dan gebruikelijk. Hoeveelheidsverschillen en overige ontwikkelingen Naast de mutaties in de algemene uitkering vanuit het Rijk wordt een deel van de mutatie veroorzaakt door actualisatie van de geraamde verdeelmaatstaven specifiek voor Lansingerland. Deze post omhelst onder andere de verwerking van de bijgewerkte bevolkingsgroeiprognose, de woningbouwprognose, de herijkte maatstaf huishoudens met een laag inkomen en de raming van het aantal bijstandsgerechtigden.
Ad b) Taakmutaties Jeugdzorg Voor 2025 tot en met 2027 komt er circa C 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Op basis van het advies van de Commissie Van Ark heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit verbetert het financiële beeld voor de jaren 2025-2027. In de Meicirculaire beschouwt het Rijk de demping van het zogeheten “ravijn” als onderdeel van het cluster jeugdzorg. Deze keuze heeft als belangrijk gevolg dat de tekorten op jeugdzorg worden verminderd, waardoor de compensatie die gemeenten ontvangen voor deze tekorten komende jaren lager uitvalt. Het Rijk neemt 50% van dit tekort voor haar rekening. Hierbij is 2024 als uitgangspunt gebruikt voor de compensatie van 2025 en verder. Voor de jaren 2023 en 2024 is nog geen compensatie toegekend. Hierover moet nog een besluit worden 3/7
genomen. Een andere mutatie betreft het ingroeipad van de Hervormingsagenda. De effecten hiervan worden voor de jaren 2026 en 2027 verzacht. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan hun beoogde effect zullen hebben. Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. Zo moeten de eigen bijdrage jeugdzorg en het sturen op de trajectduur besparingen opleveren voor gemeentes. Tevens wordt de opbrengst van de Hervormingsagenda geïndexeerd, omdat de besparingsopgave initieel was ingeboekt op prijspeil 2019. Tot slot voegt het Rijk de gereserveerde bedragen op de Aanvullende Post voor de Hervormingsagenda Jeugd toe aan het gemeentefonds. De VNG heeft serieuze vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de reeks zoals die nu vanaf 2028 is opgenomen. Het kabinet en de VNG hebben afgesproken de Commissie Van Ark te vragen om vervroegd in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak te doen over haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Bedragen x C 1.000
Tabel 3 2025
2026
2027
2028
2029
Demping terugval gemeentefonds Tekorten voor rekening Rijk Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullende Post (AP)
906 -
847 887 1.054 705
897 893 952 533
867 884 -510 -133 -994 608
869 881 -509 -133 -991 661
Taakmutaties Jeugdzorg
906
3.493
3.275
722
778
Overige taakmutaties De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds in 2026 wordt daarom teruggedraaid en gaat nu pas in 2027 in. Bedragen x C 1.000
Tabel 4
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
2025
2026
2027
2028
2029
-
378
-
-
-
Overige taakmutaties ^ C 35.000)
32
22
6
5
5
Taakmutaties (ex Jeugdzorg)
32
400
6
5
5
Ad c) Decentralisatie- en integratieuitkeringen Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Het Rijk stelt in 2025 landelijk aanvullende middelen beschikbaar ter ondersteuning van gemeenten bij de verdere invoering van de Omgevingswet. Deze middelen zijn bedoeld om te zorgen dat gemeenten goed zijn aangesloten op het nieuwe stelsel, voldoende zijn geoefend, hun systemen zijn ingeregeld en zij voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt. De middelen worden verdeeld op basis van een verdeel sleutel met componenten voor inwonersaantal (60%), landoppervlak (25%) en een vast bedrag (15%). Voor Lansingerland betekent dit een eenmalige uitkering van C 244.000 in 2025. In een latere fase volgt een stelselevaluatie waarin de daadwerkelijk gemaakte kosten worden geïnventariseerd.
4/7
Alleenverdienersproblematiek Voor 2025 is een tijdelijke regeling getroffen om huishoudens met een alleenverdiener te compenseren die als gevolg van een ongunstige samenloop van regelingen onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten ontvangen hiervoor een decentralisatie-uitkering op basis van een raming van het aantal rechthebbenden, de hoogte van de tegemoetkoming en bijbehorende uitvoeringskosten. De bijdrage voor Lansingerland in 2025 bedraagt C 76.000. De regeling loopt door tot en met 2027. Indien het aantal daadwerkelijke rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan geraamd, volgt op termijn een aanvullende nabetaling op basis van definitieve inkomensgegevens. Overige mutaties decentralisatie-lintegratieuitkeringen Daarnaast zijn er in de Meicirculaire kleinere mutaties verwerkt in diverse bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat hierbij vooral om loon- en prijsbijstellingen en technische aanpassingen in de verdeling van middelen. Voor Lansingerland betreft dit een positief effect, van circa C 50.000 per jaar. Ad d) Mutaties stelposten Mutatie Stelpost BCF Hierboven is de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond 2024 benoemd. De eindafrekening voor 2024 vormt de basis voor de stelpost die de gemeente mag opnemen voor de jaren 2025 en verder.
Met de informatie uit de Meicirculaire 2025 is deze stelpost herijkt en de mutatie is in de bovenstaande tabel verwerkt. Stelpost Jeugd 2028 en verder In de Meicirculaire 2025 neemt het Rijk een financieel voorschot op nog te nemen maatregelen om het jeugdzorgstelsel te beheersen door een uitname uit het gemeentefonds voor ‘sturen op trajectduur jeugdzorg’ en ‘eigen bijdrage jeugdzorg’ voor de jaren 2028 en verder. De provincie in haar rol als toezichthouder staat toe om hier een stelpost tegenover te zetten, omdat het aannemelijk is dat het realiseren van deze uitwerking en wetgeving daarvoor onder verantwoordelijkheid van het Rijk vallen. Omdat hier nog geen concrete uitwerking aan gegeven is door het Rijk, zit er wel een zeker risico aan het opnemen van deze stelpost. Stelpost reservering Ontwikkeling uitkeringsbasis De ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de voorliggende circulaire is significant hoger dan in andere jaren. Dit houdt in dat de totale omvang van het gemeentefonds toeneemt, omdat de landelijke aantallen op maatstaven hoger ingeschat worden. Wij zien daarnaast ook een forse stijging van onze eigen hoeveelheidsverschillen. Hier zit een relatie tussen.
Als alle gemeenten opgeteld namelijk een stijging van de hoeveelheden hebben die opgeteld hoger is dan die van het Rijk, dan wordt het bedrag per maatstaf via de uitkeringsfactor naar beneden bijgesteld, omdat de totale omvang van het gemeentefonds al vaststaat. Omdat zowel de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als onze eigen hoeveelheidsverschillen fors zijn, is de verwachting dat dit in komende September- en/of Decembercirculaire gecorrigeerd wordt via de uitkeringsfactor. Dit beeld wordt door meerdere gemeenten gedeeld. Onze externe dienstverlener voor het doorrekenen van de Meicirculaire heeft daarom aan alle gemeenten bij wie dit effect optreedt, voorgesteld om de toegenomen middelen als gevolg van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis te reserveren om verwachte schommelingen in de gemeentefondsuitkering te neutraliseren. We nemen dit advies over en nemen daarom een stelpost op.
5/7
Stelpost reservering taakmutaties excl. Jeugd Onder Ad b zijn de taakmutaties toegelicht. Er wordt bekeken wat de impact van deze taakmutaties op ons beleid en op onze bestaande budgetten is. Vooralsnog worden deze middelen conform de gebruikelijke werkwijze dus nog gereserveerd. Overige ontwikkelingen Door de recente herverdeling van het gemeentefonds worden wij aangemerkt als nadeelgemeente. Dit betekent dat onze structurele uitkering lager wordt. Om de overgang te verzachten, ontvangen wij voorlopig via een ingroeipad een suppletieuitkering. Vanaf 2027 zal deze aanvullende bijdrage echter stapsgewijs verder worden afgebouwd. Hoe groot de volgende stap is, is nog niet bekend. De toezicht houder staat toe dat we de hoogte van de suppletieuitkering van 2026 (C 2,9 miljoen) ook in de jaren erna als stelpost aanhouden totdat er meer duidelijkheid is. Dit brengt wel een financieel risico met zich mee, omdat onze totale inkomsten vanaf 2027 verder zullen dalen. Bijstelling saldo Perspectiefnota 2026 In tabel 1 hieronder is weergegeven wat het bijgestelde saldo is van de Perspectiefnota 2026 na verwerking van de bovengenoemde effecten.
Daarbij is zichtbaar gemaakt wat het effect is als de loon- en prijsindexaties uit de Perspectiefnota bijgesteld worden naar de in de Meicirculaire 2025 gepresenteerde indexen en de stelpost CAO indexatie wordt bijgesteld naar aanleiding van de inmiddels vastgestelde nieuwe CAO. Het effect van de bijgestelde maatstaven, zoals het aantal inwoners en het aantal bijstandsgerechtigden op de lasten moet nog berekend worden. Daarnaast zullen we deze zomer ook de prognose van de kosten voor jeugdzorg weer actualiseren, mede in het licht van de informatie uit deze Meicirculaire. Dan krijgen we een beter beeld van de indirecte effecten van deze Meicirculaire. Na verwerking van alle ontwikkelingen resteert er voor 2026 een voorlopig tekort van C 4,9 mln. Dit is aanzienlijk lager dan het tekort van C 11,5 mln. uit de Perspectiefnota 2026, maar nog steeds een dusdanig tekort dat er keuzes nodig zijn, zeker met het oog op de langere termijn waarin het tekort oploopt.
Tabel 1
Bedragen x i 1.000 2025
Saldo Zomerrapportage Saldo Perspectiefnota Netto effect Meicirculaire Eerste inschatting bijstelling indexatie CAO o.b.v. nieuwe CAO Bijstelling indexatie materiële budgetten (2,22% i.p.v. 3,16%) Bijstelling indexatie OZB (2,22% i.p.v. 3,16%) Effect bijgestelde maatstaven op lasten (o.a. capaciteit en memo realistisch begroten sociaal domein) en effect op jeugdzorg Bijgesteld saldo Zomerrapportage 2025 en Perspectiefnota 2026
2026
2027
2028
2029
-11.535 6.062 690 150 -232
-13.393 5.733 690 150 -232
-13.936 3.174 690 150 -232
-16.794 2.711 690 150 -232
PM
PM
PM
PM
-1.341 3.030 1.000 PM 2.689
-4.865
-7.051
-10.154
-13.474
6/7
Tot slot Nu de effecten van de Meicirculaire bekend zijn, is het (meerjaren)beeld verder uitgekristalliseerd, maar nog steeds aan veranderingen onderhevig. Er zijn diverse posten die tot op heden onzeker zijn of nog niet gekwantificeerd kunnen worden. Zo zijn onder andere de kosten voor jeugdzorg nog steeds aan wijzigingen onderhevig. Het bijgewerkte saldo na de Meicirculaire 2025 zoals bovenstaand weergegeven, is voor de jaren 2026-2029 dus nog altijd geen vaststaand gegeven, maar richtinggevend. Wel blijft het onverminderd duidelijk dat we meerjarig voor een grote financiële opgave staan en zijn er in dit stadium van de begrotingsvoorbereiding 2026 vanuit uw Raad richtinggevende keuzes voor en aan het college nodig. Het college herhaalt dan ook de wens om in de huidige bestuurscultuur graag samen met uw Raad te besturen, en ziet uit naar uw richting om tot een structureel sluitende Begroting 2026 te komen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Mickel Beckers Gemeentesecretaris
Jules Bijl Burgemeester
Bijlage(n):
.
Meicirculaire 2025 (I25.10379)
7/7