[U25.01717] Reactiebrief op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein (kenmerk ASD25.B.003)
Tekst van het document
Aan Adviesraad Sociaal Domein Lansingerland Per e-mail verzonden: secretariaat@asd-lansingerland.nl
Van
Gemeente Lansingerland
Onderwerp
Beantwoording op advies ASD | Derde Wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2023
Datum
8 april 2025
Ons kenmerk
U25.01717
Beste adviesraad,
Onlangs hebben wij u gevraagd om advies uit te brengen op de voorgestelde wijzigingen voor de Verordening Sociaal Domein 2023. Op 18 maart jl. ontving u de adviesvraag en op 24 maart jl. hebben wij de wijzigingen middels een presentatie aan u toegelicht. Met uw brief van 31 maart jl. heeft u een advies uitgebracht. Hierbij reageren wij daarop. U heeft enkele algemene opmerkingen op de voorgestelde wijzigingen U geeft aan dat u kunt zien wat er met betrekking tot jeugdhulp allemaal niet meer wordt aangeboden, maar daarbij te missen of daar wel of niet iets voor in de plaats komt (bijvoorbeeld in de pedagogische basis). U ziet deze aanvulling ook graag terug in de tekst met verwijzing naar de samenlevingsvisie. Wij hechten eraan hierbij aan te geven dat de voorgestelde aanpassingen vooral als doel hebben de toegang tot jeugdhulp duidelijk(er) af te bakenen. Dat betekent niet per se minder aanbod. Onderdeel van de hele opgave jeugdhulp (waar het aanpassen van de verordening een onderdeel van is) is onder andere ook het lokale aanbod in het voorveld en de maatschappelijke dialoog over normaliseren, waarmee wij beogen de pedagogische basis te versterken. Dit is in lijn met de samenlevingsvisie waar u in uw advies ook naar verwijst. Het expliciet benoemen van de samenlevingsvisie en de daarin gehanteerde uitgangspunten hoort ons inziens niet letterlijk thuis in de verordening.
Daarnaast geeft u aan dat de stevige lokale teams nog nergens worden genoemd. Ook vraagt u zich af waar de gemeente advies kan inwinnen over een casus. Ook het versterken en eventueel verbeteren van onze toegang is onderdeel van de bredere opgave jeugdhulp. We verwachten vóór komende zomer aan de gemeenteraad een aantal varianten van de inrichting hiervan aan te kunnen bieden.
1/5
Het inwinnen van advies wordt in de toelichting verder geduid: ‘Meestal is dit een arts, maar het is ook mogelijk dat er bijvoorbeeld een ergotherapeut of een andere deskundige wordt ingezet. In complexe situaties kan er ook een team van deskundigen worden ingezet.’ U heeft enkele gedetailleerde opmerkingen op de voorgestelde wijzigingen Hoofdstuk 2. Toegang U vraagt zich af hoe we gaan bepalen of ouders/verzorgers voldoende ‘eigen kracht’ bezitten. > In artikel 5.3.7, lid 2, staat wat onder eigen kracht wordt verstaan. Dat zijn de kaders waarin het "kunnen" wordt getoetst. Artikel 2.2.3 U constateert dat er een gedetailleerde beschrijving wordt gegeven van een aantal onderzoeksvragen, maar u mist hoe de uitvoering is georganiseerd. > De uitvoering regelen we niet in de verordening. Dit kan uitgewerkt worden in de beleidsregels, of anders in de werkinstructies. lid c: U ontvangt graag een toelichting waar men dan aan denkt en hoe dit gerealiseerd gaat worden ^ U lijkt te verwijzen naar 2.2.3 lid 2, c ('hoe, als de jeugdige of zijn ouders dat wenst, bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders').
Antwoord: De ouder/jeugdige kan aangeven welke voorkeur men heeft voor een aanbieder, hier proberen we zo goed als mogelijk rekening mee te houden. Indien niet ingekocht, kan het mogelijk via PGB gefinancierd worden. We doen dat ook met maatwerkcontracten als PGB geen optie is en we niet passend ingekocht aanbod hebben. Lid 6: Kan worden aangegeven op welke wijze dit uitgevoerd wordt en door wie. Wie gaat dit advies verzorgen? > Dit staat in de toelichting. Lid 7: U adviseert om de informatie met de inwoner niet uitsluitend schriftelijk te verzorgen maar een aanbod te doen om in een persoonlijk gesprek toelichting te geven. > Dit staat al in de verordening. Hier is niets in veranderd. Het betreft alleen daar waar gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid van extern onderzoek (medische advisering). Hoofdstuk 5: Jeugd Artikel 5.1.3 In dit artikel wordt bij lid 2.b aangegeven dat de voorziening altijd van tijdelijke aard is en niet in volle omvang benut behoeft te worden indien niet nodig. U vraagt zich af op welke wijze dit wordt bepaald en door wie. > De jeugdhulpaanbieder bepaalt dit. Het komt voor dat gaandeweg het jeugdhulptraject blijkt dat de doelen kunnen worden bereikt met minder uren dan geïndiceerd of dat het traject eerder kan worden afgerond. Ouders vinden echter in sommige gevallen dat zij recht hebben op een bepaald aantal uren of duur van jeugdhulp.
Dit is niet het geval, wij zetten jeugdhulp in om bepaalde doelen te behalen en willen alleen hulp inzetten die noodzakelijk is. Wanneer jeugdhulp-
2/5
aanbieders zien dat een minder intensief traject nodig blijkt te zijn, verwachten wij dat zij afschalen. Artikel 5.3.7 U benadrukt nogmaals dat de realisering van sterke wijkteams met veel deskundigheid en kwaliteit absoluut noodzakelijk is. En het valt u op dat er voortdurend over eigen kracht en inzet van sociaal netwerk wordt gesproken maar nergens waar de gemeente de helpende hand biedt aan kwetsbare burgers zonder sociaal netwerk. > Het artikel bepaalt dat een individuele voorziening wordt ingezet als (o.a.) het sociaal netwerk niet kan worden ingezet. Dus als uit onderzoek blijkt dat er geen sociaal netwerk is kan de gemeente een voorziening verstrekken. Bij dit artikel en haar subonderdelen zou u graag willen horen door wie/welke organisatie de benoemde onderzoeken worden uitgevoerd. Datzelfde geldt voor het genoemde externe medische onderzoek. > In dit artikel wordt niet gesproken over onderzoeken. Het gaat hier om een beoordeling of een voorziening moet worden toegekend en die beoordeling wordt door de gemeente gedaan. Artikel 5.3.9 Het valt u op dat bij alles wordt uitgegaan van "tijdelijk", maar sommige kinderen hebben gedurende hun hele jeugd begeleiding nodig.
> Het streven is dat ouders door de begeleiding genoeg kennis/vaardigheden op doen zodat jeugdhulp niet meer nodig is, maar als dat om welke reden dan ook niet mogelijk is en de begeleiding nodig blijft, dan verlengen we de begeleiding. Dit speelt voor jeugdigen met een chronische aandoening die zorg nodig hebben die ouders niet zelf kunnen bieden. Dan biedt de gemeente de nodige begeleiding (zo lang en intensief als nodig). Bijvoorbeeld voor kinderen die mogelijk in de toekomst een Wlz-indicatie krijgen. Artikel 5.3.13 U juicht het toe om in de wijziging van de verordening uitgebreid en helder in te gaan op de verschillende verantwoordelijkheden van gemeente en onderwijs. Dit gezegd hebbende geeft u aan te willen wijzen op het risico dat door het redelijk gedetailleerd weergeven waar de gemeente wel en niet over gaat de kans van dit ‘naar elkaar wijzen’ nog sterker wordt aangezet. U bent van mening dat het juist van belang is om eendrachtig de samenwerking met het onderwijsveld te zoeken. > Wij zijn het volstrekt met u eens dat het van belang is om in samenwerking met het onderwijs onze (wettelijke) taken te vervullen en verantwoordelijkheid te nemen. Daarom is het wat ons betreft juist zo van belang om duidelijkheid te verschaffen in de afbakening. Er blijft echter altijd een grijs gebied en daarin moeten we samen met het onderwijsveld verantwoordelijkheid nemen.
U vraagt aandacht om de ontwikkelingen rond de jeugdhulp nadrukkelijk te agenderen in de overleggen met het onderwijsveld. > Dat zijn wij met u eens en dat gebeurt ook in het kader van het opstellen van de lokale educatieve agenda (LEA). U geeft aan aandacht voor de leeftijdsgroep 18-23 te missen. > We hebben dit in artikel 4.3.3, onder het kopje het kopje "Begeleiding jongeren" van de Beleidsregels Sociaal Domein uitgewerkt.
3/5
U geeft aan dat bij het onderwerp passend onderwijs niet wordt ingegaan op de categorie van absoluut verzuimers, terwijl de gemeente hier een wettelijke taak heeft. U ontvangt graag de actuele stand van zaken met betrekking tot deze situatie. > Op het moment dat een jongere jonger dan 18 uitstroomt uit de opleiding zonder startkwalificatie en zich niet voor een andere opleiding inschrijft, komen deze jongeren met leerplicht. Leerplicht gaat met de jongere in gesprek om ervoor te zorgen dat ze alsnog richting onderwijs gaan. Ter informatie ontvangt u het jaarverslag van leerplicht in oktober. We onderzoeken nu om hoeveel jongeren het in totaal gaat en welke extra interventie(s) er eventueel moet(en) worden ingezet Artikel 5.3.14 U geeft aan voorstander te zijn van het tijdig en kwalitatief goede diagnostiek toepassen maar adviseert om dit artikel te verrijken met de aanvullende opmerking ‘in principe slechts eenmaal’. > Het is niet altijd mogelijk om maar één keer diagnostiek uit te voeren bij een kinderen. Dit komt juist doordat kinderen nog in de groei zijn en daarmee veel veranderingen kunnen doormaken. Ook zijn er bij bepaalde diagnoses richtlijnen om deze na enkele jaren opnieuw te bekijken of te onderzoeken. Om deze reden kiezen we er voor om vast te houden aan de richtlijn: één keer in de drie jaar.
Artikel 5.3.15 U adviseert om met het samenwerkingsverband afspraken te maken conform de strekking in dit artikel (m.n. over een ontwikkelingsperspectief plan). U geeft aan graag te horen of de gemeente naast de reeds gestarte intensivering van actieve samenwerking ook nog plannen heeft om buiten de strikte afbakening van verantwoordelijkheden een extra inzet te plegen op de ondersteuning van kwetsbare jongeren in het onderwijs. > We onderzoeken op dit moment hoeveel zorgleerlingen er zijn in het middelbaar onderwijs. Afhankelijk van het onderzoek bekijken we of er (extra) beleid nodig is. Daarnaast zetten we in op een intensivering van de samenwerking met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden. Op dit moment worden er in het primair en voortgezet onderwijs jeugdcoaches en jongerenwerkers op school ingezet. Deze “Jossers” en jongerenwerkers kunnen worden ingezet als een leerling meer ondersteuning op school of thuis nodig heeft. Het samenwerkingsverband kan ook ingeschakeld worden als er extra ondersteuning nodig is voor een zorgleerling op het primair en voortgezet onderwijs. U heeft enkele afrondende opmerkingen op de voorgestelde wijzigingen U ziet in aanpassingen van de verordening vooral ‘structuurwijzigingen’, maar vraagt ook aandacht voor de benodigde ‘cultuuromslag’.
U bent benieuwd op welke wijze de gemeente de burgers van Lansingerland actief gaat informeren maar ook gaat ‘meenemen’ en begeleiden bij de noodzakelijke verandering in het denken over hulp en ondersteuning. Om de benodigde cultuuromslag te realiseren zijn we vorig jaar gestart met een maatschappelijke dialoog. Die dialoog krijgt vorm door met alle betrokken maatschappelijke partners (sociale basis) én inwoners in gesprek te gaan over normalisering en het versterken van eigen kracht binnen gezinnen en de gemeenschap. De gemeente en partners in de sociale basis, kunnen samenwerken in het realiseren van de noodzakelijke verandering in het denken over hulp en ondersteuning. Door gezamenlijk in te zetten op de juiste jeugdhulp, op de juiste plek op het juiste moment. En samen de boodschap uit te dragen dat
4/5
professionele jeugdhulp niet altijd de eerste of beste oplossing is, en in plaats daarvan de kracht van het eigen netwerk en preventieve ondersteuning te benadrukken. U wacht nog op voorgestelde wijzigingen met betrekking tot een aantal hoofdstukken die nu nog niet aan de orde zijn geweest. U denkt daarbij onder andere aan hoofdstuk 6 (Werk - en re-integratie) en hoofdstuk 7 (Inkomen). > De volgende wijzigingsronde van de Beleidsregels is in december. We verwachten in augustus een adviesaanvraag neer te leggen bij de ASD. Wij gaan er van uit u hiermee goed te hebben geïnformeerd. Als u nog vragen heeft over de wijzigingen in de Verordening, de Beleidsregels of de planning, dan kunt u contact opnemen met René SegersHoogendoorn via rene.segers@lansingerland.nl of 14 010.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Gerard van Wijhe Loco-Gemeentesecretaris
Jules Bijl Burgemeester
5/5