[U24.02082] Kaderbrief 2025
Tekst van het document
De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS
Van
College van B&W
Onderwerp
Kaderbrief 2025
Datum
6 juni 2024
Ons kenmerk
U24.02082
Geachte raadsleden,
Voor u ligt de Kaderbrief 2025. De Kaderbrief 2025 is het startdocument van de nieuwe planning ŭ controlcyclus voor 2025. We informeren u met deze brief over het financiële beeld, de onzekerheden en het vervolgproces. Daarnaast bieden wij u een voorstel aan voor de uitgangs-punten voor de Meerjarenbegroting 2025-2028. De Kaderbrief bevat een eerste beeld van de cijfers. Deze zijn nog niet uitgehard en het saldo is daarmee nog in beweging. Het biedt echter wel een eerste inzicht in de grote financiële opgave waar we voor staan als gemeente. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden, keuzes over bezuinigingen, maar waarschijnlijk ook lastenverzwaring. Ook de VNG heeft in haar begrotings-advies opgeroepen om kenbaar te maken hoe de gemeente geraakt wordt door de ontoereikende bijdragen vanuit het Rijk voor de medebewindstaken (wettelijke taken). Inmiddels is er door het nieuwe Kabinet een hooflijnenakoord gepresenteerd. We zullen onderzoeken welke impact dat heeft op onze begroting. Om te komen tot een structureel sluitende begroting doorlopen we een met uw Raad gecommuniceerd proces, waarin we alle mogelijkheden in beeld brengen (de gereedschapskist met begrotingsknoppen) en waarin we via Cebeon/Rijnconsult een traject doorlopen om onze begroting te toetsen aan het gemeentefonds en een aantal referentie-gemeentes.
Met deze Kaderbrief stelt u als Raad de uitgangspunten voor de Begroting 2025 vast. Deze uitgangspunten, tezamen met de begrotingsknoppen en de uitkomsten van het onderzoek door Cebeon/Rijnconsult vormen de basis voor de meerjarenbegroting 2025-2028 en de hiervoor door u te nemen besluiten. Kaderbrief: het vertrek voor de Begroting 2025-2028 Net als vorig jaar ontvangt u dit jaar een Kaderbrief. Het betreft een beleidsarme Kaderbrief, waarin we vooral een actualisatie geven van het financiële meerjarenbeeld 2025-2028 en daarmee de huidige vertreksituatie voor de Begroting 2025. Alleen (autonome) ontwikkelingen die hoe dan ook een financieel effect hebben en waar we als gemeente geen, of maar zeer beperkte invloed op hebben, zijn verwerkt. Beleidsarm betekent dat er geen intensiveringen of ombuigingen zijn opgenomen op de beleids-velden. De basis voor de Kaderbrief vormt de Begroting 2024-2027. Hierin vertaalde het college de belangrijkste
1/9
opgaven voor Lansingerland de komende jaren. Deze opgaven volgen uit de door uw Raad vastgestelde Samenlevingsvisie en Omgevingsvisie, de randvoorwaarden die hierbij zijn geformuleerd voor de hiervoor benodigde bedrijfsvoering en het Coalitieakkoord. Die vormen de ‘leidraad’ voor onze gemeente de komende jaren waarop we ons (college en Raad gezamenlijk) richten, dit in lijn met het uitgangspunt: ‘Samen besturen’. Uitdagende financiële tijden De betaalbaarheid van deze opgaven staat nog steeds onder grote druk. Zoals u in deze Kaderbrief leest, zorgen externe ontwikkelingen ervoor dat onze structurele inkomsten onvoldoende zijn om de structurele uitgaven te betalen en de verwachtingen op dit moment ook niet verbeterd zijn ten opzicht van Begroting 2024. Het gecompliceerde in dit alles is dat sommige onderdelen van de begroting nog grote onzekerheden kennen ten tijde van het afronden van deze Kaderbrief. Bijvoorbeeld hoe de Meicirculaire 2025 gaat uitpakken voor Lansingerland en hoe de inflatie zich tot 2025 verder ontwikkelt. Het begrotingsjaar 2025 en de jaren die daarop volgen, stellen ons daarom voor een uitdaging. Dit is een brede trend; ook het Rijk en andere gemeenten hebben moeite om de begroting sluitend te krijgen, zoals te lezen is in de Voorjaarsnota van het Rijk en in diverse publicaties van de VNG. We verkeren in een lastig financieel klimaat met onzekerheden.
Het voorlopige saldo van deze Kaderbrief, met aandacht voor alle onzekerheden, laat een structureel tekort zien. Om het tekort te kunnen dekken zijn keuzes nodig. Keuzes om beleid en/of activiteiten te stoppen, uit te stellen, meer inkomsten te genereren of de lokale lasten te verhogen om daardoor de maat-schappelijke opgaven te kunnen realiseren. Daarom werken we aan een goedgevulde gereedschaps-kist. De gereed schapskist bevat de begrotingsknoppen (maatregelen) die ingezet kunnen worden om te komen tot een sluitende begroting. Deze inzet kan volgens een aantal scenario’s waarbij sprake is van een mix tussen bezuinigingen, ombuigingen en intensiveringen. Daarnaast biedt de gereed-schapskist in het gunstigste geval de mogelijkheid om ruimte te creëren voor aanvullend, nieuw beleid. Op die manier kunnen er weloverwogen keuzes gemaakt worden. De gereedschapskist zal, net zoals voor de Begroting 2024, tegelijkertijd met de conceptbegroting 2025 integraal aan u worden aangeboden. Op die manier bent u in staat om alternatieven aan te dragen op de door het college voorgestelde Begroting 2025. VNG Begrotingsadvies Op 1 maart j.l. presenteerde de VNG haar begrotingsadvies voor 2025. In haar brief (I24.08221) riep zij gemeenten op om een reële meerjarenbegroting op te stellen voor 2025-2028 en de maatregelen in beeld te brengen die nodig zijn om het tekort te mitigeren.
In lijn met deze oproep zal het college voor de Meerjarenbegroting 2025-2028 een reëel beeld presenteren, met daarbij een sluitende begroting voor 2025. Middels de begrotingsknoppen zullen wij mogelijke maatregelen in beeld brengen. Het college zal echter voor de jaarschijven 2026 t/m 2028, waarin de financiële opgave ten opzichte van de jaarschijf 2025 nog eens met miljoenen toeneemt, geen aanvullend maatregelpakket inzetten. Het Rijk dwingt ons als gemeente om te bezuinigen in de kern van de samenleving en nagenoeg al het beleid dat lokaal noodzakelijk is te schrappen. Door de besluit-vorming van de Rijksvoorjaarsnota zelfs al twee jaar eerder dan oorspronkelijk de verwachting was. Afgelopen jaren zijn er al forse maatregelen ingezet om tot een structureel sluitende begroting te komen. Maatregelen die we grotendeels niet nogmaals kunnen inzetten en die ook echt impact hadden op de lokale maatschappij. Zo bezuinigden we in 2024 op veiligheid (BOA’s), de Jeugdzorg (taakstelling), subsidies voor maatschappelijke activiteiten, bedrijfsvoering (taakstelling) en fietsenstallingen. Dit kwam bovenop bezuinigingsmaatregelen en lastenverzwaringen (lokale lasten niet-woningen) die we in 2023 al
2/9
doorvoerden (zie ook T24.03126). Daarmee zijn er dus al de nodige maatregelen genomen, wat het sluiten van de Begroting 2025 niet eenvoudiger maakt. Want ook voor 2025 zullen er zeer ingrijpende maat regelen nodig zijn. Duidelijk is dat hoe dan ook de Lansingerlandse maatschappij geraakt wordt. Of dit nu gaat om bezuinigingen (inclusief stoppen met een groot aantal investeringen) of lastenverzwaringen. Beide zijn nodig op basis van de huidige cijfers. Ons college is van mening dat gemeenten de stijgende kosten, met name binnen het Sociaal Domein, niet langer voor eigen rekening kunnen blijven nemen. Als we dit wel (moeten) doen, leidt dit tot onverantwoorde keuzes. En afbraak van de lokale maatschappij, wat dan weer invloed heeft op het kostenniveau binnen het domein Samenleving, omdat vangnetten worden afgebroken zoals lokaal veiligheidsbeleid, jeugd- en jongerenwerk en de lokale leefomgeving (buitenruimte). Het college is van mening, daarbij gesteund door de VNG, dat het Rijk haar verantwoor delijk moeten nemen om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor de medebewindstaken en om het ravijnjaar volledig op te lossen. Onderzoek Rijnconsult/Cebeon Zoals eerder aangekondigd is er een onderzoek gestart door Rijnconsult/Cebeon ter opvolging van de drie moties die eerder door de raad zijn aangenomen, te weten (M2023-021, M2023-012 en M2023-026).
Ten tijde van het opstellen van de nu voorliggende Kaderbrief is het onderzoek nog in volle gang. De uitkomsten zijn daarom nog niet in deze Kaderbrief verwerkt, maar zullen waar mogelijk in de Begroting 2025-2028 verwerkt worden c.q. onderdeel zijn van de in beeld gebrachte begrotingsknoppen. Uiteraard zijn we als gemeente parallel aan het onderzoek al aan de slag met zero-based begroten en de begrotingsknoppen. De eerste, voorlopige beelden uit het onderzoek van Rijnconsult/Cebeon zijn wel al bekend. Over de hele breedte is onze begroting redelijk in lijn met zowel het gemeentefonds als de referentiegemeenten. Zo wijken wij vrijwel niet af op het gebied van bedrijfsvoering. Op Participatie en op Jeugd wijken wij daarentegen wel af van het gemeente-fonds en in het geval van Jeugd ook van de referentiegemeenten (onze lasten zijn hoger dan referentiegemeenten die een vergelijkbare hoeveelheid aantallen jongeren in met Jeugdzorg hebben). Er vindt daarom een verdiepingsslag plaats om te duiden wat deze afwijking veroorzaakt en welke mogelijke acties wij daarop kunnen ondernemen, uiteraard met de wetenschap dat er al de nodige maatregelen zijn ingezet, waarvan we hopelijk in de komende jaren de vruchten gaan plukken. Financiële doorrekening In deze Kaderbrief zijn de (autonome) ontwikkelingen zoveel als mogelijk doorgerekend.
Echter, dit neemt niet weg dat er nog de nodige onzekerheden zijn, bijvoorbeeld omdat de relevante infor-matie nog niet beschikbaar was of de analyse van de ramingen meer tijd vergt. De focus van deze Kaderbrief ligt dan ook op het vaststellen van de uitgangspunten voor de Begroting 2025-2028 en het ophalen van richtingen voor mogelijke bezuinigingen of intensiveringen vanuit de Raad. We nemen u daarnaast in grote lijnen mee in het financiële beeld, waarbij de cijfers dus een eerste indicatie zijn. Per post hebben we aangegeven wat de mate van hardheid is. Het saldo zal naar mate er meer zekerheid komt over cijfers nog wijzigen voor de Begroting 2025-2028. In T24.02625 vindt u de uitgangspunten voor de Begroting 2025-2028 die gebruikt zijn om het financiële meerjarenbeeld in deze Kaderbrief door te rekenen, zoals voorgesteld door het college. Wij vragen uw Raad om deze uitgangspunten vast te stellen zodat we deze ook formeel gaan toe-passen in de begroting 2025. De uitgangspunten gaan bijvoorbeeld over de te hanteren indexaties, het hanteren van de inwonerprognose als basis voor de begrote baten en lasten, het principe ‘capaciteit volgt beleid’ en het doorbelasten van overhead aan investeringskredieten.
3/9
Het uitgangspunt met de meeste impact voor Begroting 2025-2028 is het uitgangspunt over welke jaarschijven we in deze begroting structureel willen sluiten. De toezichthouder vereist een struc-tureel sluitende begroting voor 2025 (structurele lasten en structurele baten zijn in 2025 in evenwicht). Gezien de financiële onzekerheden die er nog zijn, ook gezien het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet, stelt het College voor om alleen het begrotingjaar 2025 structureel te sluiten. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2024 zijn op dit moment nog niet in beeld en zijn daarom vooralsnog als PM-post opgenomen. Het Rijk publiceert waarschijnlijk begin juni de Meicirculaire. Zodra de Meicirculaire gepubliceerd en doorgerekend is, wordt u hierover separaat geïnformeerd. Onze inzet is om de betreffende raadsinformatiebrief voorafgaand aan de behan-deling van de Kaderbrief aan u toe te sturen. Overigens is in deze Kaderbrief wel een voorschot op de Meicirculaire genomen door een aantal via de Voorjaarsnota van het Rijk aangekondigde maatregelen te verwerken. Dit lichten wij verder toe in hoofdstuk 2 van T24.02624]. In deze Kaderbrief hebben we de reeds bekende ontwikkelingen opgenomen. Echter, we leven in een veranderende wereld. Ontwikkelingen die wat verder op de horizon liggen, zijn nu niet finan-cieel meegenomen, omdat de financiële implicatie nog niet helder is.
We houden deze ontwik-kelingen uiteraard wel nauwlettend in de gaten. Denk hierbij aan de Hervormingsagenda Jeugd, de aangekondigde wijziging in de Participatiewet en wetten rondom digitalisering. Financieel beeld Kaderbrief 2025 Op 2 november 2023 heeft de Raad de Begroting 2024-2027 vastgesteld. In de Kaderbrief 2025 wordt deze begroting met alle mutaties die zich sindsdien hebben voorgedaan verwerkt. Daarnaast wordt ook vooruitgekeken en bevat de Kaderbrief de financiële mutaties die zich vanaf 2025 voor gaan doen. De financiële mutaties leiden tot het volgende financiële meerjarenbeeld:
Financieel meerjarenbeeld 2025-2028 Baseline beginsaldi Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging Bijstelling algemene uitkering Totaal bovenstaande posten (A) Autonome ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 in T24.02624) OZB, leges en heffingen Meicirculaire Capaciteit Actualisaties projecten en MJOP Overige ontwikkelingen Totaal bovenstaande posten (B) Totaal (A+B)
2025
2026
Bedragen x C 1.000 2027 2028
-1.098 2.212 1.114 -9.608 903 PM -496 11 670 -8.521 -7.407
-11.016 5.791 -5.225 -9.177 1.027 PM -234 11 561 -7.812 -13.037
-11.448 5.492 -5.956 -9.205 1.164 PM 54 11 918 -7.058 -13.014
-12.217 8.203 -4.014 -7.878 1.302 PM -1.123 11 917 -6.771 -10.785
Opbouw cijfers De jaren 2025-2028 starten we, na de Begroting 2024 tezamen met de structurele effecten van de Slotwijziging 2023 met een tekort van C 1,1 mln. negatief in 2025. Dit tekort loopt op tot C 12,2 mln. in 2028. Hiermee hebben we geanticipeerd op extra compensatie, voor met name de inflatie 2024, vanuit het Rijk.
4/9
Deze compensatie zien we gedeeltelijk terug bij de bijstelling van de Algemene Uitkering o.b.v. de Decembercirculaire 2023 met het prijspeil 2024. De aanpassing naar het prijspeil 2025 levert een plus op van C 4,1 mln. per jaar. Per saldo betekent dit een positieve bijstelling van de algemene uitkering en daarmee een dekking van het tekort. Echter, daar staan aan de lastenkant ook aanvullende loon- en prijsstijgingen tegenover, die (nog) niet volledig door de Algemene Uitkering gedekt worden. Daarnaast is de Algemene Uitkering bijgesteld o.b.v. de meest recente maatstaven. De aangepaste maatstaven leveren, met name door lagere inwoneraantallen in latere jaren dan eerder verwacht, een negatieve bijstelling op van ca. C 0,3 mln. in 2026 en ca. C 0,8 mln. in 2027. Met de Voorjaarsnota 2024 heeft het Rijk wel besloten om de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 te schrappen. Dit levert voor de jaren 2026 en verder een positieve bijstelling op van ca. C 1,9 mln. Daarnaast wordt de nieuwe bbp-systematiek versneld ingevoerd. Dat zorgt in 2025 voor een negatief effect van ca. C 1,9 mln. (zie voor meer toelichting T24.02624). Dit zijn de belangrijkste componenten uit de Voorjaarsnota. De definitieve uitwerking volgt pas bij de Meicirculaire. Tezamen leiden deze mutaties in bovenstaande tabel tot reeks “A”.
Vervolgens worden daar de effecten van de nu voorziene ontwikkelingen aan toegevoegd (“B”) om te komen tot het totaal van de Kaderbrief 2025. Hierbij zijn de uitgangspunten uit T24.02625 toegepast. Belangrijk om te vermelden is dat de cijfers niet in beton gegoten zijn, gezien de onzekerheden die er nog spelen. Het saldo van de jaarschijven geeft richting, maar zal nog wijzigen naarmate er in de voor bereiding van de begroting meer duidelijkheid komt over cijfers. Voor het begrotingsjaar 2028 geldt aanvullend dat deze jaarschijf nog niet volledig geactualiseerd kon worden en deels een kopie van 2027 is. Belangrijkste oorzaken voorlopig tekort In T24.02624 lichten we de diverse mutaties in meer detail toe, waarbij we per onderdeel hebben aangegeven wat de mate van hardheid van de cijfers is. Drie ontwikkelingen verklaren ook dit jaar weer het grootste deel van het voorlopige tekort. Voor jeugdzorg stijgen de kosten nog steeds. Enerzijds is er aanvullend budget nodig voor de zorg die we via de GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond) regionaal organiseren. Dit betreft een stijging van ca. C 1,9 mln. Anderzijds stijgen ook de kosten voor de lokale zorg met C 2,3 mln. Voor beide bestaat de toename van de kosten uit zowel een effect van prijsstijgingen door inflatie, als een volumemutaties in de zorg.
De taakstelling op jeugd is nog steeds van kracht en daar wordt hard aan gewerkt. Met de recente raadsinformatiebrief (U24.02030) bent u daarover geïnformeerd. Voor de GRJR volgen we vooralsnog de begroting 2025 van de GRJR. De begroting GRJR 2025 is gebaseerd op de realisatie in 2023 en een prognose van de verdere ontwikkeling van de uitgaven aan specialistische jeugdhulp. Deze prognose is het resultaat van onze gezamenlijke data-analyse met de uitvoeringsorganisatie van de GRJR in januari 2024. We zien in de gemeentelijke systemen inmiddels het begin van een daling van de actieve trajecten aan ambulante hulp. Dit komt door de aanpassingen in ons beleid als gevolg van de Taakstelling Jeugd 2024. Indien deze daling doorzet, kunnen de begrote kosten aan de GRJR mogelijk neerwaarts worden bijgesteld. Op basis van de werkelijke uitgaven in de eerste helft van 2024 maken we daarom richting de Begroting 2025 een nieuwe, scherpere prognose waarin we de nieuwe recentere cijfers verwerken. Zie voor meer toelichting 4.3.3. in T24.02624.
5/9
De tweede factor die een forse impact heeft op de Kaderbrief 2025 is de inflatie. We zien nog steeds forse prijsstijgingen, waar zowel burgers, de markt, als de overheid mee te maken hebben. Dus ook onze gemeente. Een deel van deze inflatie wordt gecompenseerd door de Algemene Uitkering. Echter, wij zien op sommige kostenposten een hogere inflatie dan waar het Rijk mee rekent. Mogelijk dat daar op termijn nog compensatie op plaatsvindt. Als derde oorzaak verwachten we als gevolg van de hoge inflatie ook voor de CAO 2025 een loonstijging. Onzekerheden: mogelijke mee- en tegenvallers Hierboven schetsten we een beeld van de financiële componenten van deze Kaderbrief met nadere toelichting in T24.02624. Voor een belangrijk deel zijn deze cijfers nog behoorlijk onzeker. Voor het doorrekenen van het financiële meerjarenbeeld zijn er aannames gedaan (geel gemarkeerd). Het effect van deze aannames kan als volgt geduid worden, waarbij de aannames in de kolom ‘huidige aanname’ verwerkt zijn in deze Kaderbrief. Hierin kunnen andere keuzes gemaakt worden: Post gebaseerd op aanname
Huidige aanname
1% staat gelijk aan (circa)*:
Indexatie materiële budgetten
4"7o
C166.000
Indexatie Subsidies Indexatie Wmo en Jeugd Lokaal Indexatie lasten Openbare Ruimte CAO 2025
5"7o 2,8"7o-5"7o
Indexatie Gemeenschappelijke Regelingen (GR), regio Rijnmond
6,87, tenzij lager gehanteerd door
GRJR en Jeugd
Stijging van C 4,3 mln.
Meer informatie in bijlagen 1.3.1 (T24.02625) en 4.1 (T24.02624)
Opmerking
Idem Idem
Richtlijn Provincie ZuidHolland (PZH) is een reële indexatie. Op dit moment hanteren we de indexcijfers uit de Septembercirculaire 2023. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2024 anders uitvallen, kunnen we dit bijstellen. Idem Idem
7,2"7o
C 148.000
Idem
Idem
5,37
C 483.000
1.3.2 (T24.02625) en 4.1 (T24.02624)
Idem
N.t.b.
4.3.3 (T24.02624)
6,87 is vastgesteld conform de vaste berekeningssystematiek van de Kring van Gemeentesecretarissen Zie aparte toelichting bij de oorzaken
6/9
Indexatie OZBopbrengsten (woningen)
4"7o
C 99.000
1.4 (T24.02625) en 5 (T24.02624)
Indexatie OZBopbrengsten (nietwoningen)
4%
C 116.000
1.4 (T24.02625) en 5 (T24.02624)
Derving OZB-inkomsten niet-woningen
3"7o
C124.000
1.4 (T24.02625) en 5 (T24.02624)
Stelpost Financiering
C 40 mln. 10 jaar vast tegen 4%
C400.000 aan rentelasten, of bij 4% rente is C 1 mln. lening gelijk aan ca. C 40.000 aan rentelasten
1.5 (T24.02625) en 8c (T24.02624)
Meicirculaire Stelpost onvoorzien
PM C 8.000 (in het verleden C 1 per inwoner)
C 985.000 C 80
hierboven en onder 4.3.3 (T24.02624) Hierbij is nog geen rekening gehouden met mogelijk andere grondslagen; naast een aanname bevat deze post dus nog een aanvullende onzekerheid Impact OZB-stijging voor huishouden met gemid delde woningwaarde van C 416.000 in Lansingerland: 1% stijging komt overeen met C 4 per jaar Hierbij is nog geen rekening gehouden met mogelijk andere grondslagen; naast een aanname bevat deze post dus nog een aanvullende onzekerheid Ervaringscijfers na samenvoeging OZB eigenaren en gebruikers voor niet-woningen Uitgaande van de huidige kasgeldleningen. Keuzes t.a.v. investeringen /grondexploitaties bepalen in belangrijke mate de kapitaal behoefte en dus ook de mutatie in de te verwachten rentelasten.
J 3 (T24.02624) 1.9 (T24.02625)
Stelpost Onvoorzien is richtlijn PZH. Bedrag is vrij.
7/9
Aantal inwoners
Groei van ca. 400 inwoners in 2024 conform conceptbevolkingsgroeiprognose
1000 extra of juist minder inwoners, betekent circa C 555.000 meer of minder uitkering uit het gemeentefonds
1.2 (T24.02625)
Dit betreft alleen de opbrengstenkant. Diverse lastenposten zijn ook gerelateerd aan inwonergroei. Hierbij is ter indicatie alleen gekeken naar de directe maatstaf ‘inwoners’ en nog niet naar de maatstaven die indirect afhankelijk zijn van het aantal inwoners.
(* tenzij anders geduid dan in percentages) Daarnaast zijn er nog diverse andere posten die op dit moment nog onzeker zijn of nog niet gekwan tificeerd kunnen worden. Het gaat dan met name om de volgende posten (rood gemarkeerd): » » » » » » » »
Sociaal Domein: uitgangspunt is realistisch ramen; zie 4.3 (T24.02624). Het onderdeel Jeugd (GRJR en lokaal) wordt nog verder onderzocht. Herijking OZB: actualisatie volgt na juni-ramingen SVHW; zie 5 (T24.02624). Herijking overige leges en heffingen; actualisatie nog gaande; zie 5 (T24.02624). Doorbelasting overhead aan Meerjaren Investeringsplan (MIP): definitieve doorrekening volgt nog; zie 1.10 (T24.02625) en 6.f (T24.02624). Actualisatie Meerjaren Investeringsplan (MIP): actualisatie nog gaande; zie 7.a (T24.02624). Actualisatie Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2023: actualisatie nog gaande; zie 7.b (T24.02624). Actualisatie Anterieure overeenkomsten (AOK’s): actualisatie nog gaande; zie 7.c (T24.02624). Stelpost BTW Compensatiefonds: momenteel houden we rekening met een dekking van 100% (C 1.483.000); zie 8.a (T24.02624).
Vervolgproces: Hoe gaan we nu verder? Door de bovengenoemde onzekerheden is het saldo geen vaststaand gegeven, maar alleen richting gevend. Duidelijk is echter dat we voor een grote uitdaging staan. Het voorziene tekort betekent dat er keuzes nodig zijn. Bij de Kaderbrief 2025 bieden we, net als bij de Kaderbrief 2024, nog geen inhoudelijke oplossingen aan. We stellen wel een proces voor. In de huidige bestuurscultuur wil het college graag samen met uw Raad besturen. Daarom verzoekt het college uw Raad dan ook om richtingen voor de Begroting 2025-2028 kenbaar te maken om te komen tot een sluitende begroting voor de jaarschijf 2025. Denk daarbij aan voorkeuren voor oplossingsrichtingen, of nieuwe suggesties. Uiteraard hoort bij de richtingen ook de voorkeur om voor bepaalde oplossings richtingen juist niet te kiezen. Daarbij is de dringende oproep van het college aan uw raad om ook deze voorkeuren kenbaar te maken, maar om niet bij voorbaat al oplossingsrichtingen uit te sluiten, omdat het op te lossen te tekort nog niet in beton gegoten is. Mocht het tekort gedurende het begrotingsproces onverhoopt oplopen, dan zou dit kunnen leiden tot een andere afweging van oplossingsrichtingen.
8/9
Daarnaast wordt de gereedschapskist gevuld met begrotingsknoppen, waarbij in beeld gebracht wordt waarop keuzeruimte binnen de begroting is, zowel aan de kosten- als opbrengstenkant. De onderzoeken van Cebeon/Rijnconsult gebruiken we hierbij als kritische toetssteen. Verder bekijken we welke begrotingsposten nog ruimte bieden naarmate ze minder onzeker worden en zal de Meicirculaire 2024 na publicatie geanalyseerd worden. Met al deze informatie zal het college een weloverwogen, integrale afweging maken tussen benodigde intensiveringen en de in te zetten maatregelen om het tekort te dekken, waarbij mogelijke bezuinigingen en intensiveringen beoordeeld worden langs de lijn van de strategische opgaven die benoemd zijn in o.a. de Samenlevingsvisie, de Omgevingsvisie en het Coalitieakkoord. Om het vooralsnog berekende tekort te dekken, maken we een integrale afweging van de begrotings-knoppen. Dit geldt ook voor beleid en taken die we uitvoeren naar aanleiding van besluiten en programma’s uit het verleden (lokaal beleid) boven het wettelijk minimum. De volledige gereedschapskist en de uitkomsten van deze integrale afweging legt het college aan uw Raad voor bij de behandeling van de Begroting 2025-2028. Publicatie
Beeldvormende avond
Raadsinformatiebrief
Vaststellen
Beeldvormende
Commissie
meicirculaire 2024
uitkomsten
uitkomsten
kaderbrief
avond Z technische
behandeling
Wanneer: 31 mei
4
onderzoeken Cebeon/Rijnconsult,
|
4
meicirculaire, Wanneer: 1 3 juni
4
Wanneer: 1 3 juni
Wanneer: A juli
4
vragen Z tafeltjesavond, Wanneer: A oktober
4
begroting 2025. Waneer:
Vaststellen Begroting 2025
4
Wanneer: 7 november
2 3 oktober
Als gemeente staan we al met al voor een grote uitdaging. Er zijn zorgen om de grote financiële consequenties die de maatschappelijke opgaven waar we voor staan met zich meebrengen. We zien ook oplossingen om dit financieel tekort te dichten. Daarvoor zullen echter wel (mogelijk pijnlijke) keuzes gemaakt moeten worden.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Gemeentesecretaris
drs. Pieter van de Stadt Burgemeester
Bijlagen: 1. Uitgangspunten Begroting 2025-2028 (T24.02625) 2. Toelichting financiële mutaties (T24.02624) 3. Voorjaarsnota 2024 Rijksoverheid (T24.02806) 4. VNG Begrotingsadvies 2025(I24.08221) 5. Ingezette en niet-ingezette begrotingsknoppen Begr. 2023 en Begr. 2024 (T24.03126)
9/9