CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[U23.05822] Raadsinformatiebrief over GS-besluit projectbesluit realisatie windenergie Lansingerland

Commissie Algemeen Bestuur 17 januari 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Raadsinformatiebrief over besluit GS realisatie windenergie Lansingerland3.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS

Van

Gemeente Lansingerland

Onderwerp

Raadsinformatiebrief over GS-besluit projectbesluit realisatie windenergie Lansingerland

Datum

27 december 2023

Ons kenmerk

U23.05822

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 3 oktober 2023 informeerden wij uw raad over het proces van de provincie Zuid-Holland met betrekking tot de realisatie van windturbines in de gemeente Lansingerland (U23.04347). Deze brief beschrijft de ons bekende ontwikkelingen op dit onderwerp. Hieronder informeren wij u over de uitkomsten van het technische locatieonderzoek dat uitgevoerd is door de provincie, het besluit van het college van GS van 19 december jl. (I23.20458) en informeren wij u tenslotte over het standpunt van uw college hierover. Belangrijkste zaken in het kort - Het college van GS selecteert op basis van beperkte informatie drie potentiële windlocaties waarvoor een planMER procedure wordt doorlopen, in aanloop naar een projectbesluit voor windenergie in Lansingerland; - Projectbesluit procedure voor realisatie windenergie in Lansingerland door de provincie is niet gerechtvaardigd op basis van gemaakte afspraken in windconvenant en RES; - Financiële haalbaarheid en marktconsultatie Bleizo-West in locatieonderzoek zijn gebaseerd op opwekpotentie inclusief Horti Science Park. Conclusie over haalbaarheid Bleizo-West is niet langer valide na schrappen Horti Science Park uit het zoekgebied en waarmee 1/3 van de opwekpotentie wegvalt; - Een deel van de locaties weegt het college van GS integraal af op basis van bekende informatie.

Bij andere locaties wordt dit onnodig uitgesteld. Indien de door ons aangereikte informatie zou zijn betrokken in de besluitvorming had veel onnodige maatschappelijke schade kunnen worden voorkomen; - Door dit besluit worden grote gebieden in Lansingerland lange tijd planologisch op slot gezet of in onzekerheid gehouden, wat andere regionale maatschappelijke invullingen blokkeert. Het college acht dit niet acceptabel.

1/9

Technisch locatieonderzoek provincie Zuid-Holland Om de realisatiemogelijkheden voor windturbines in Lansingerland in beeld te brengen heeft het college van Gedeputeerde Staten adviesbureau Bosch & Van Rijn opdracht gegeven tot nader onderzoek naar technische plaatsingsmogelijkheden. Dit onderzoek vormt een second opinion op de eerder door de gemeente Lansingerland uitgevoerde onderzoeken. Aanvullend op de second opinion is ook in opdracht van het college van GS de economische haalbaarheid onderzocht aan de hand van een marktconsultatie. In het locatieonderzoek is uitsluitend gekeken naar haalbaarheid van winturbines op basis van de huidige ruimtelijke situatie. Er is geen integrale weging gemaakt van de maatschappelijke, ruimtelijke en financiële gevolgen. In het besluitvormingsproces binnen onze gemeente over de haalbaarheid van windenergie in Lansingerland heeft het college wel breder gekeken naar de daadwerkelijke haalbaarheid. Zo zijn in het Rapport Windenergie (T23.01587) ook conflicterende beleidskaders en -ambities opgenomen en zijn andere ruimtelijke ontwikkelingen betrokken en gewogen. Het college van GS heeft de inhoud en resultaten van dit rapport niet meegewogen in de besluitvorming.

Beperkte rol en inbreng gemeente Lansingerland bij locatieonderzoek De afgelopen maanden is het college van Lansingerland (beperkt) betrokken geweest bij de totstandkoming van het locatieonderzoek van Bosch & Van Rijn. Zoals eerder met uw raad gedeeld (U23.04347), vond het college het van belang dat er een degelijk en objectief onderzoeksrapport zou komen. Het college heeft zowel bestuurlijk als ambtelijk gevraagd en ongevraagd input geleverd voor het locatieonderzoek. Hierbij hebben we onder andere beleidsmatige belemmeringen en conflicterende ruimtelijke opgaven naar voren gebracht, relevante gebiedskennis aangeboden, en benodigde onderzoeksinformatie gedeeld. Ook heeft het college er voortdurend voor gepleit dat belanghebbenden in de verschillende gebieden proactief en in een vroeg stadium door de provincie werden betrokken bij het proces. Het college moet helaas constateren dat veel van de door ons aangedragen informatie onvoldoende is betrokken en dat wij slechts zeer beperkt inzicht hebben gekregen in de voortgang van het onderzoek. Dit heeft het college ook bestuurlijk aangekaart bij het provinciebestuur. Tenslotte wijst het college erop dat de gemeente Lansingerland in de financiële analyse van Bosch & Van Rijn als opdrachtgever is aangeduid, dit is uiteraard onjuist.

Het college van gedeputeerde Staten is opdrachtgever van Bosch & Van Rijn, ook voor de financiële analyse. Resultaten locatieonderzoek Bosch & Van Rijn De bevindingen in de second opinion van Bosch & Van Rijn zijn voor wat betreft de strikt technische plaatsingsruimte in de gemeente Lansingerland grotendeels in lijn met de resultaten van het Ponderaonderzoek. Op basis van deze technische plaatsingsruimte worden er in het onderzoek vier zoekgebieden geïdentificeerd waarvan de realisatiepotentie is onderzocht: Kruisweg oostzijde (locatie A), Bleizo-West (locatie B), Noordpolder (locatie C), en het Hoge Bergsche Bos (locatie D). Zie de afbeelding op pagina 4. Ten behoeve van de leesbaarheid hanteren wij in deze brief dezelfde benamingen voor de verschillende zoekgebieden. Locatie Kruisweg oostzijde Bosch & Van Rijn concluderen dat zoeklocatie Kruisweg oostzijde op basis van de technische plaatsingsruimte de meeste potentie biedt voor de realisatie van windturbines.

2/9

Echter, zijn er wel verschillende beleidsmatige knelpunten, voornamelijk op het gebied van landschap, natuur en recreatie. Het gebied is in het provinciaal omgevingsbeleid aangewezen als groene buffer en als recreatiegebied. Dit houdt in dat ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk zijn als deze de landschappelijke waarde van het gebied versterken. De realisatie van windturbines voldoet waarschijnlijk niet aan dit beleid. Bovendien maakt het gebied onderdeel uit van het Groene hart. De belangrijkste kwaliteit van het Groene Hart is het open landschap. Ook hiervan is het de vraag of de realisatie van windturbines hierbinnen passen. Deze strijdigheden worden benoemd maar niet gewogen. Uit de marktconsultatie komt het gebied nabij Kruisweg als voorkeurslocatie naar voren. Hiervoor is volgens de marktpartijen wel een duidelijk standpunt van de provincie nodig over de mogelijkheden voor ontwikkeling van windturbines in het Groene Hart en de Groene Buffer. Locatie Bleizo-West Door de aanwezigheid van verschillende uitdagingen op het gebied van externe veiligheid wordt het zoekgebied van Bleizo-West erg complex bevonden. De plaatsingsruimte in het gebied is hierdoor beperkt en door de nieuwe veiligheidsnormen van de Rijksoverheid wordt dit mogelijk verder beperkt. De realisatie van windturbines binnen dit gebied is op basis van het provinciaal omgevingsbeleid in principe mogelijk.

Het zoekgebied is binnen het huidige omgevingsbeleid opgenomen als zoekgebied voor windturbines. Het omgevingsbeleid stelt daarbij, ook binnen het zoekgebied, aanvullende voorwaarden op het gebied van landschappelijke inpassing. Door de beperkte plaatsingsruimte in het gebied is de realisatie in een gewenste lijnopstelling of clustering complex. In de marktconsultatie is een uitvraag gedaan naar windturbines voor het hele gebied Bleizo-West, PRISMA inclusief het Horti Science Park. Uit de markconsultatie blijkt dat de commerciële ontwikkelaars voorzien dat de ontwikkeling voor dit complete gebied erg complex is, ondanks dat dit is aangewezen als zoekgebied voor windenergie. Bleizo-West wordt gezien als sterk verstedelijkt en kent verschillende overlappende functies, wat complexiteit toevoegt aan de ontwikkeling van een windpark. Ook de nabijheid van Rotterdam Airport en bovengrondse en ondergrondse infrastructuur vormen belemmeringen. Een verspreid park over PRISMA en de nabijgelegen polder in het gebied is een optie voor één van de ontwikkelaars. De kans om dit daadwerkelijk te ontwikkelen wordt ingeschat als middelmatig. Locatie Noordpolder De realisatiekansen in het zoekgebied Noordpolder worden volgens Bosch & Van Rijn ernstig beperkt door de nabijheid van Rotterdam the Hague Airport.

Ook kan de ligging van het zoekgebied nabij de drie kernen veel hinder voor omwonenden opleveren. De haalbaarheid van deze locatie wordt dan ook als twijfelachtig aangeduid. Bosch & Van Rijn constateren geen beleidsmatige belemmeringen op basis van het provinciaal omgevingsbeleid voor de realisatie van windturbines in het gebied. De kansrijkheid van de locatie Noordpolder wordt ‘laag’ ingeschat door de markt. Locatie Bergsche Bos: Op basis van de technische plaatsingsruimte en de marktconsultatie wordt er geen ruimte gezien voor realisatie van windturbines in dit gebied. Door de beperkte opwekpotentie en recreatie in het gebied valt deze locatie af. 3/9

Onderstaande kaart uit het onderzoeksrapport geeft per zoekgebied de meest haalbare opstellingen weer op basis van ruimtelijk onderzoek en de marktconsultatie.

GS-besluit over vervolgproces windenergie Lansingerland Op basis van de onderzoeksresultaten van Bosch & Van Rijn heeft het college van Gedeputeerde Staten op 19 december jl. besloten om de PlanMER procedure te starten voor de realisatie van windturbines in de gemeente Lansingerland (I23.20458). Deze procedure wordt gestart voor de locaties Kruisweg oostzijde (locatie A), Bleizo-West exclusief het Horti Science Park (locatie B), en Noordpolder (locatie C). Locatie D, het Hoge Bergsche Bos wordt niet verder onderzocht. In tegenstelling tot andere locaties waar onvoldoende ruimte is voor 15MW, laat het college van GS deze locatie wel vallen op basis van de beperkte opwekpotentie. Voor locatie Bleizo-West wordt ook de conclusie getrokken dat 15MW niet haalbaar is. Vervolgprocedure projectbesluit Met deze beslissing worden de drie potentiële locaties nader onderzocht in een PlanMER, met de intentie om vervolgens een projectbesluit procedure te starten. Het college van GS geeft daarbij aan dat de selectie van de potentiële windlocaties voor de PlanMER enkel gebaseerd is op de resultaten van het technische locatie-onderzoek en de marktconsultatie. Een integrale afweging over de haalbaarheid en wenselijkheid van deze locaties vindt nog weer later plaats op basis van de uitkomsten van de PlanMER en het participatietraject.

Deze onderzoeken vormen de basis voor het aanwijzen van de (ontwerp)voorkeurslocatie waar windenergie uiteindelijk via de projectbesluitprocedure mogelijk gemaakt moet worden.

4/9

De provincie schetst dat de gehele projectbesluitprocedure circa drie jaar duurt. De ontwerpvoorkeursbeslissing kan na 1,5 jaar worden genomen, waarna nog ongeveer 1,5 jaar nodig is voor het nemen van het projectbesluit. Na het nemen van het projectbesluit (afgifte vergunning en wijziging Omgevingsplan) en beroepsprocedure duurt het nog ca. 2 à 3 jaar tot het project is gerealiseerd. Totaal vanaf heden ca. 5 à 6 jaar. Collegestandpunt over GS-besluit: grote gevolgen vervolgprocedure onacceptabel Het college ziet zich met het besluit van GS geconfronteerd met een complex vraagstuk. Hieronder informeren wij uw raad over de eerste reactie van het college op de rechtvaardigheid van het GS-besluit met het oog op eerder gemaakte afspraken, de zorgvuldigheid van de afwegingen in het GS-besluit en de impact van het proces dat hierna door het provinciebestuur wordt doorlopen. Overname regie door provincie Zuid-Holland in strijd met gemaakte afspraken Het afgelopen jaar is er veel gesproken en geschreven over de afspraken waaraan de gemeente Lansingerland zich gecommitteerd heeft aangaande de realisatie van windenergie in de gemeente Lansingerland. Het college staat nog steeds achter de afspraken die de gemeente Lansingerland in het verleden heeft gemaakt in het windconvenant, de bestuursovereenkomst realisatie windopgave Lansingerland en in de RES regio Rotterdam-Den Haag.

Het college heeft dan ook onveranderd hoge ambities op het gebied van de energietransitie. Met de ondertekening van het windconvenant is de gemeente Lansingerland een inspanningsverplichting aangegaan voor de realisatie van 12MW aan windenergie binnen een zorgvuldig afgebakend zoekgebied. Zoals uitvoerig uiteengezet in het Rapport windenergie (T23.01587), zijn de gemaakte afspraken helder en heeft de gemeente Lansingerland meermaals aangetoond aan de inspanningsverplichting te hebben voldaan. Het college ziet zich daarin nu extra gesterkt door de resultaten van onderzoek Bosch & Van Rijn waarin de complexiteit en geringe kansrijkheid van het oorspronkelijke zoekgebied duidelijk wordt bevestigd. Het windconvenant en bijbehorende bestuursovereenkomst, worden echter door het college van GS niet genoemd. Er wordt slechts verwezen naar het coalitieakkoord van de provincie ter rechtvaardiging van dit besluit. Uw college moet hiermee constateren dat een oorspronkelijke inspanningsverplichting voor de realisatie van 12MW binnen een afgewogen zoekgebied door het college GS eenzijdig is omgezet naar een resultaatsverplichting van 15MW binnen het volledige grondgebied van de gemeente. Het college vreest daarbij dat de realisatie van windturbines door het provinciebestuur eenzijdig wordt nagestreefd zonder voldoende oog voor de bredere gevolgen daarvan.

Daarmee dreigen andere grote maatschappelijke opgaven en ambities zonder zorgvuldige belangen afweging terzijde geschoven te worden. Dit staat op geen enkele manier in verbinding met de gemaakte afspraken. Het college vindt het GS-besluit dan ook strijdig met gemaakte afspraken en de argumentatie daarvoor onvoldoende en onaanvaardbaar. College van GS wil in gesprek over bevoegdheden realisatie windturbines Het college van GS geeft in de brief aan het college aan graag in gesprek te gaan over de bevoegdheid voor de realisatie van windturbines in Lansingerland. Met de ondertekening van de bestuursovereenkomst inzake realisatie windopgave gemeente Lansingerland (I17.43777) in 2017 zag het college van GS af van de uitoefening van de bevoegdheid door de realisatie van windturbines in Lansingerland. Daarbij zijn ook heldere afspraken vastgelegd over de voorwaarden waarop het college van GS alsnog haar bevoegdheden zelf mag uitoefenen. Dit is enkel gerechtvaardigd wanneer de gemeente Lansingerland niet heeft voldaan aan de afgesproken inspanningsverplichting. Het college stelt zich zoals gezegd op het standpunt dat de

5/9

gemeente Lansingerland heeft voldaan aan deze verplichtingen en ziet op dit moment dan ook geen grond voor het opheffen van de bestuursovereenkomst. Het college zal het provinciebestuur er bovendien op wijzen dat in de bestuursovereenkomst inzake realisatie windopgave gemeente Lansingerland tevens is opgenomen dat “Gedeputeerde Staten kennis genomen hebben van de diverse maatschappelijke en ruimtelijke belangen verbonden aan de locatie Prisma/Bleizo en zich bewust zijn van het maatschappelijk belang van de in 2018 te openen multimodale vervoersknooppunt.” Nu uit het locatieonderzoek van Bosch en Van Rijn blijkt dat de realisatie van windturbines binnen het ontwikkelgebied van Bleizo een forse beperking vormt voor de ontwikkelpotentie van het gebied, stelt het college vast dat het provinciebestuur de afspraken uit de bestuursovereenkomst onvoldoende nakomt. Collegestandpunt over haalbaarheid ongewijzigd Ondanks de bezwaren tegen deze stappen ziet het college zich geconfronteerd met het gegeven dat het provinciebestuur voornemens is de projectbesluitprocedure voor de realisatie van windturbines te starten. Het college zal de bezwaren hiertegen uiteraard kenbaar blijven maken bij zowel het college van GS als Provinciale Staten. De realiteit is wel dat het college genoodzaakt is dit proces af te wachten.

Het college vertrouwt erop dat de PlanMER tot een integraal beeld zal leiden van de kansen en belemmeringen en het college van GS hierover een zorgvuldige en verantwoorde afweging maakt. Dat het college hier slechts beperkte invloed op heeft doet echter niets af aan het collegestandpunt over de wenselijkheid van de uiteindelijke realisatie in de verschillende zoekgebieden. Het college heeft voortdurend onderstreept dat het zich dient te houden aan de kaders van uw raad en eerder genomen collegebesluiten. Dit betekent dat het college de realisatie van windturbines nog steeds onhaalbaar acht in de drie door GS aangewezen zoekgebieden. Aankondiging potentiële projectbesluitprocedure voor deze locaties onacceptabel Het college wijst erop dat de PlanMER een belangrijk onderdeel is van een zorgvuldig proces. Het besluit over de scope en de locaties die hierin betrokken worden moeten echter zorgvuldig worden afgewogen. Het college constateert dat dit in het genomen GS-besluit onvoldoende is gebeurd. Er zijn directe gevolgen verbonden aan het besluit om de PlanMER-procedure te starten voor deze locaties, als aanloop naar een potentieel projectbesluit. Deze gevolgen verschillen per zoeklocatie. Dit geeft omwonden, initiatiefnemers, ondernemers, en andere belanghebbende in de gebieden lange tijd onnodige onzekerheid.

Daarnaast zijn de financiële en ruimtelijke implicaties voor grondeigenaren en de gemeente groot. Het college vreest dat andere ruimtelijke ontwikkelingen met groot regionaalmaatschappelijk belang hierdoor uitgesteld of afgesteld worden. Het college is van mening dat veel van deze zwaarwegende gevolgen en argumentatie op dit moment al bekend zijn en heeft deze ook aangereikt aan de provincie. Deze informatie is echter onvoldoende meegenomen in de overwegingen van het college van GS. Hierdoor zien wij onnodige gevolgen voor de verschillende zoekgebieden. Deze gevolgen zijn maatschappelijk en financieel dermate groot dat deze ontoelaatbaar zijn voor het college. Windturbines locatie Kruisweg oostzijde stroken niet met beleidsmatige kaders en ambities Conflicterende beleidsmatige kaders en ambities van gemeente, provincie, en recreatieschap op het gebied van landschap en recreatie vormen de grootste belemmeringen in dit gebied. In het vigerend 6/9

omgevingsprogramma van de provincie worden windturbines bovendien expliciet uitgesloten in het Groene Hart, waar deze locatie onderdeel van uitmaakt. De impact van de realisatie van windturbines in dit gebied is volgens ons college groot en staat haaks op de beleidsmatige kaders en ambities. Dit standpunt zien wij bevestigd in de verkenning ‘Rotte Noord en Bentwoud’, uitgevoerd in opdracht van de provincie door Strootman Landschapsarchitecten (T23.07915 of via 1). Met stip op één staat in dit rapport het dringende advies om het landschap in het open gebied bij Kruisweg te borgen: ‘Hier geen energielandschap, geen corridor-A12 ontwikkelingen, geen woningbouw.’ Het college vindt de realisatie van windturbines in dit gebied dan ook niet haalbaar en onwenselijk. Ook het Recreatieschap de Rottemeren heeft het college van GS met een brief geïnformeerd dat de realisatie van windturbines strijdig is met de opgaven in het gebied en dat dit voor het Recreatieschap dan ook onacceptabel is. De PlanMER geeft concreet inzicht in de ecologische en milieu-impact op dit gebied. Het college vertrouwt erop dat het college van GS op basis van deze informatie een juiste afweging maakt over (on)wenselijkheid van windturbines in dit gebied. Een juiste scope van het onderzoek is echter van groot belang om de daadwerkelijke impact te bepalen.

Voor dit gebied zien wij geen directe gevolgen als gevolg van het doorlopen van de PlanMER-procedure. Bleizo-West planologisch op slot; besluitvorming onnavolgbaar en gevolgen onacceptabel In de marktconsultatie en het locatieonderzoek is de kansrijkheid van het zoekgebied Bleizo-West bestempeld als “Erg complex”. Indien de planschade van tientallen miljoenen, die optreedt bij de uiteindelijke realisatie van windturbines in dit gebied, bij het rapport zou zijn betrokken, wordt deze ontwikkeling financieel onhaalbaar. De realisatie van windturbines zal de ontwikkelpotentie van het gebied sterk doen afnemen. Het niet opnemen van deze kosten maakt de financiële analyse van Bosch & Van Rijn niet valide. Ondanks de geconstateerde belemmeringen heeft het college van GS besloten het plangebied van BleizoWest te betrekken in de PlanMER-procedure. Het Horti Science Park wordt daarbij wel uitgesloten. Dit besluit wordt genomen op basis van de resultaten van het locatieonderzoek van Bosch & Van Rijn. Het college wijst er echter op dat de al beperkte haalbaarheid van dit zoekgebied in het onderzoeksrapport is gebaseerd op de opwekpotentie van het volledige zoekgebied inclusief de potentiële turbine(s) op het Horti Science Park.

Door de scope van het zoekgebied drastisch in te perken en een derde van de opwekpotentie te schrappen, zijn de resultaten uit het onderzoek en marktconsultatie niet meer valide en niet bruikbaar voor besluitvorming. Dat het provinciebestuur hier toch voor kiest vindt het college onzuiver en niet getuigen van zorgvuldige besluitvorming. Dit besluit heeft directe, grote gevolgen die in geen verhouding staan tot de gebleken beperkte kansrijkheid voor de realisatie van windturbines. In de periode dat de PlanMER wordt uitgevoerd dreigt het ontwikkelgebied van Bleizo-West planologisch op slot te staan. Koppeling gebiedsontwikkeling Bleizo-West en realisatie windturbines elders onacceptabel

1 https://www.zuid-holland.nl/publish/besluitenattachments/aanbieding-park-advies-landschapspark-rotte/verkenning-rotte-noord-en-bentwoud-

def-lres-210301-pdf.pdf

7/9

Zelfs wanneer het zoekgebied van Bleizo-West na de PlanMER periode afvalt als potentiele windlocatie stelt GS dat zij pas een afweging over de toekomst van het gebied willen maken als er een onherroepelijke bouwvergunning is afgegeven voor de realisatie van windturbines elders in Lansingerland. Zoals blijkt uit de brief van GS kan dit nog vele jaren duren. Het college vindt dit een oneigenlijke koppeling waarvoor het provinciebestuur geen steekhoudende argumentatie aandraagt. Een dergelijke koppeling van twee losstaande ruimtelijke ontwikkelingen is zonder precedent in de ruimtelijke ordening in Nederland. Gedurende deze periode blijft het maatschappelijke potentieel van het ontwikkelgebied naast station Lansingerland-Zoetermeer onbenut. Hiermee worden 4.000 – 6.000 woningen en 100.000-150.000 m2 voor voorzieningen en bedrijvigheid jarenlang onnodig geblokkeerd. Dit heeft tot gevolg dat Lansingerland de bestuurlijke afspraken over de sociale woningbouwopgave in het regioakkoord en de woningbouwafspraken met demissionair minister De Jonge niet kan nakomen. Het college vindt dit in een tijd van hoge woningnood en andere ruimtelijke opgaven niet uitlegbaar en zal zich hard blijven maken om de gemaakte afspraken na te komen en snel werk te maken van de maatschappelijke opgaven waar wij voor staan.

Financiële gevolgen Bleizo-West onverantwoord Naast de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen van het GS-besluit, maakt het college zich nadrukkelijk zorgen om de financiële consequenties hiervan. De directe financiële schade voor GR Bleizo en GR Hoefweg bedraagt jaarlijks € 2 mln. door de oplopende rentelasten en het uitblijven van de gebiedsontwikkeling. Dit maakt dat het door GS geschetste proces tussen de € 6 mln. en € 12 mln. euro aan gemeenschapsgeld zal kosten. Daarnaast wijst het college erop dat langdurige uitstel van de gebiedsontwikkeling van Bleizo-West ertoe kan leiden dat een afwaardering van de grondwaarde noodzakelijk is. Deze afwaardering bedraagt naar schatting van GR Bleizo en GR Hoefweg tussen de €75 mln. en €110 mln. Het college vindt het onbegrijpelijk dat de provincie deze mogelijke gevolgen accepteert en zelfs onbenoemd laat. Schrappen Horti Science Park na integrale afweging verstandig Het college acht het verstandig dat het college van GS bij het Horti Science Park wel al in dit stadium breder naar de gevolgen heeft gekeken en deze locatie in haar besluitvorming uit het zoekgebied heeft geschrapt. Dit laat zien dat het provinciebestuur zich realiseert dat het besluit om locaties te betrekken in het vervolgtraject niet zonder gevolgen is en dat hier zorgvuldig naar gekeken moet worden.

Het college vindt het echter opmerkelijk dat voor dit gebied wel een integrale afweging gemaakt wordt en voor de andere gebieden niet. Locatie Noordpolder technisch niet kansrijk, PlanMER-procedure zorgt voor onnodige onzekerheid Over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de realisatie van windturbines in het zoekgebied van de Noordpolder is Bosch & Van Rijn glashelder. Door de nabijheid van Rotterdam the Hague Airport en de verwachte hinder bij omwonenden is het nagenoeg onmogelijk om hier voldoende windturbines te realiseren om de business case rond te krijgen. Het college van Lansingerland heeft zich dan ook verbaasd over het besluit het college van GS om deze locatie toch te betrekken in het PlanMER. Ook in dit gebied lopen andere ruimtelijke ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven risico op vertraging of te worden geblokkeerd. Op dit moment werkt de gemeente in dit gebied aan de planvorming voor woningbouw in de Driehoek Noordpolder en onderzoeken we de mogelijkheden voor de huisvesting van mensen uit Oekraïne en ander doelgroepen met urgentie. Daarnaast onderzoekt Dunea de mogelijkheid voor de realisatie van wateropslag in het gebied. Bovendien zien omwonden en andere belanghebbenden zich 8/9

hiermee geconfronteerd met langdurige onzekerheid terwijl er voldoende informatie is om deze locatie vanwege de zeer beperkte haalbaarheid niet te betrekken in het vervolgproces. Vervolgproces en inzet college Met het GS-besluit van 19 december kondigt het college van GS de start van de PlanMER aan, in aanloop naar de formele projectbesluitprocedure. Het college zal haar standpunten zoals geformuleerd in deze brief inbrengen bij het college van GS en Provinciale Staten. Daar waar het GS-besluit gemaakte afspraken met regio en/of Rijksoverheid raken zullen wij hen hiervan op de hoogte moeten stellen. Het college beraadt zich over eventuele aanvullende vervolgstappen. De aankomende periode zal het college uw raad nauw blijven informeren over de ontwikkelingen in dit dossier. Het college hecht uiteraard waarde aan de visie en standpunten in uw raad over deze ontwikkelingen. Vanwege het mogelijke bestuurlijk overleg met het college GS in januari over dit GS-besluit en de bevoegdheden, bespreekt het college dit onderwerp graag spoedig met uw raad. Het college stelt dan ook voor om deze brief als bespreekstuk te agenderen in de commissie Algemeen Bestuur van 17 januari (deze commissievergadering werd geannuleerd vanwege het ontbreken van bespreekpunten). Ook wisselt het college dan graag met uw raad van gedachte over hoe om te gaan met het aangehouden raadsbesluit.

Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland

Mickel Beckers Gemeentesecretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

Bijlagen:

1. I23.20458 Brief GS aan college BW Lansingerland over locaties wind 2. I23.20465 Adviesnota Bosch & van Rijn: windenergie in Lansingerland 3. I23.20466 Bijlage A Financiële analyse 4. I23.20467 Bijlage B Informatiememorandum 5. I23.20468 Notitie participatie wind Lansingerland

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c0f7fc5e-1369-434a-8d33-067888396078