CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

U21.05789 Invullen Motie inzet Kapitaaldekkingsreserve (M2021-024)

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Begroting 2022-20251.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS

Van

College van B&W

Onderwerp

Invullen Motie inzet Kapitaaldekkingsreserve (M2021-024)

Datum

6 oktober 2021

Ons kenmerk

U21.05789

Geachte leden van de raad, Bij de vaststelling van de Kadernota 2022 nam uw raad Motie M2021-024 Uitwerken voorstel inzet kapitaaldekkingsreserve aan. In deze brief informeren wij u hoe het college invulling heeft gegeven aan de motie en deze betrekt in de Begroting 2022-2025. De motie riep het college op:  Om te onderzoeken of er investeringen in het MIP zijn die in aanmerking komen om te dekken uit een reserve kapitaallasten en bij dit onderzoek ook de investering in het cultuurhuis Blok B te betrekken;  De raad te informeren over de resultaten van dit onderzoek en het effect op zowel de structurele meerjarensaldi, de algemene reserve als de weerstandsratio;  De resultaten van dit onderzoek te betrekken bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025  Hierbij het uitgangspunt te hanteren dat de reserve kapitaallasten een tijdelijke overbrugging is naar normale structurele dekking en bij de begroting goede spelregels op te stellen om aan dit uitgangspunt invulling te geven. Context In het kader van structureel begrotingsevenwicht worden reservemutaties in de gemeentebegroting in principe buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat tegenover structurele (kapitaal-)lasten structurele inkomsten staan. Uitzondering hierop binnen de verslaggevingsregels is de reserve ter dekking van kapitaallasten.

Binnen voorwaarden kan de onttrekking aan deze reserve gezien worden structureel dekkingsmiddel. Daarmee kan het gebruik ervan de structurele begrotingsruimte vergroten en het helpen de meerjarenbegroting structureel sluitend te krijgen. De omvang van de reserves in relatie tot de weerstandscapaciteit dient dan groot genoeg te zijn. In Lansingerland zijn aan de inzet van de kapitaallastendekkingsreserve aanvullende criteria gesteld in de Nota Reserves en voorzieningen.

1/5

Uitkomsten onderzoek Het college onderzocht in lijn met de motie welke geplande of reeds in uitvoering zijnde investeringen in aanmerking komen voor dekking via een ‘kapitaallastendekkingsreserve’. Hierbij is getoetst aan de criteria zoals opgenomen in de Nota Reserves en voorzieningen 2020. Relevant in dit kader is paragraaf 3.6 uit de nota: ...Door het inzetten van kapitaal dekkingsreserve wordt echter niet via de afschrijvingen gespaard voor de eventuele vervanging of levensduurverlenging van een actief. Hierdoor is het van belang spelregels op te stellen voor welke activa we de dekking via kapitaal dekkingsreserves vormgeven en van welke activa de kapitaallasten ten laste van de exploitatie worden gedekt. Doordat reeds bestaande activa worden gedekt uit de reserve kapitaallasten worden deze buiten de hierna genoemde spelregels gehouden. Voor de dekking van kapitaallasten uit een reserve moet in ieder geval voldaan worden aan de volgende criteria: -

Het weerstandsvermogen van de gemeente blijft ook met de inzet van de reserve kapitaallasten boven de 1,2; De investering wordt gefinancierd met eigen vermogen (er hoeft voor dat deel niet te worden geleend c.q. de schulden van de gemeente stijgen hierdoor niet).

Hiernaast moet ten minste nog aan één van onderstaande criteria worden voldaan: - Het actief is tijdelijk en zal na de looptijd van het actief, naar beste inschatting, niet meer benodigd zijn of na einde van de looptijd kan worden door geëxploiteerd met een beperkte (aanvullende) investering in of aan het actief; - Het betreft een bijdrage in een activum van een derden; - De investering vloeit voort uit gewijzigde wettelijke verplichtingen die niet konden worden voorzien; - De investering draagt bij aan impulsen voor maatschappelijk belangrijke thema’s (bijvoorbeeld duurzaamheid). Op basis van deze inhoudelijke criteria uit de nota komt een drietal investeringen in aanmerking voor dekking via de kapitaallastendekkingsreserve. Het betreft (1) aanpassing AMG Schmidtpark (waterpunten en verlichting), (2) bouw en installaties Cultuurhuis en (3) upgrade evenemententerrein. Totaal is de geraamde investering circa € 12,3 miljoen. Zowel het criterium dat de investering als zodanig niet vervangen hoeft te worden na de gebruiksduur, als het criterium dat de investering bijdraagt aan een maatschappelijk belangrijk thema geven daarbij de doorslag. De raad heeft aan het einde van de looptijd opnieuw de keuzemogelijkheid om het actief te blijven exploiteren en op dat moment de dekking van de lasten te bepalen.

Op basis van onze liquiditeitspositie en -prognose kunnen de investeringen gefinancierd met eigen vermogen. Voor de eerste twee investeringen heeft de raad al het investeringskrediet gevoteerd. Over de derde investering zal de raad zich eerst nog moeten uitspreken, dat voorstel komt te zijner tijd, gelinkt aan de Evenementenbeleid. In het MIP is nu voor de jaarschijf 2023 een bedrag opgenomen voor een upgrade van het evenemententerrein.

2/5

Effect op begrotingssaldi Als de raad ervoor kiest voor deze investeringen een kapitaallastenreserve in te stellen dan zijn de kapitaallasten structureel gedekt en drukken deze niet meer op de jaarlijkse begrotingssaldi. Voor 2022 is het effect op het begrotingssaldo beperkt. Dit loopt echter op naar circa € 0,5 miljoen positief in 2025. bedragen x € 1.000 Structureel begrotingssaldo in jaar

2021

2022

2023

2024

2025

Zonder inzet kapitaaldekkingsreserve

PM

292

-/1.559

-/2.337

-/3.697

Effect inzet kapitaaldekkingsreserve

0

45

45

295

542

PM

337

-/1.514

-/2.042

-/3.155

Structureel saldo begroting

Effect op algemene reserve en weerstandsratio Ervan uitgaande dat het benodigde bedrag van € 12,3 miljoen wordt onttrokken aan de algemene reserve heeft dit een effect op het beschikbare weerstandsvermogen en daarmee de weerstandsratio. Op basis van de begroting 2022-2025 ontwikkelt het weerstandsvermogen zich dan als volgt:

bedragen x € 1.000 Stand per 31 december

2021

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve

84.518

70.183

65.971

62.381

59.495

Totale weerstandscapaciteit

67.300

70.183

65.971

62.381

59.495

Benodigde weerstandscapaciteit

47.900

47.900

47.900

47.900

47.900

1,8

1,5

1,4

1,3

1,2

Ratio weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of de lokale lasten te verhogen. Met een ratio weerstandsvermogen van 1,8 in 2021, 1,5 eind 2022 en 1,4 eind 2023 is Lansingerland ruimschoots in staat om financiële tegenvallers op te vangen. De ratio ligt dan nog binnen de bandbreedte van de door de raad gewenste marge ‘ruim voldoende’ (tussen de 1,4 en 2,0), waarbij de raad streeft naar een ratio van 1,7. Vanaf 2024 ligt de ratio buiten (onder) de door de raad gewenste marge ‘ruim voldoende’. Er is een bedrag van circa € 7,5 miljoen aan hogere weerstandscapaciteit (lees: hogere algemene reserve) nodig om ook eind 2025 op de ondergrens van 1,4 te zitten van de score ‘ruim voldoende’. Opgemerkt wordt dat in de bepaling van de weerstandscapaciteit, conform de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen, nog geen rekening wordt gehouden met toekomstige positieve resultaten op de grondexploitatie. Op basis van de cijfers van het MPG 2021 verwachten we de komende jaren nog wel positieve resultaten die op moment van realisatie (bij de jaarstukken) in de algemene reserve worden gestort. Op contante waarde basis is dat nog circa € 8 miljoen (zijnde € 26,3 miljoen aan winstgevende projecten o.b.v. MPG 2021 -/- € 18,1 miljoen aan reeds genomen winsten t/m MPG 2021).

3/5

Daarnaast maakt de reserve Enecogelden (per eind 2021 nog circa € 113 miljoen) geen onderdeel uit van de algemene reserve, maar is dit (formeel) nog geen bestemd geld en kan dus in geval van risico’s, indien echt nodig, wel worden aangewend. Dit is overigens niet in lijn met huidig beleid en heeft niet de voorkeur. Uw raad zou anderzijds nog kunnen beslissen – aan de hand van het Toetsingskader investeringen uit Enecogelden (T21.06716)– de eerder genoemde investeringen niet uit de algemene reserve maar uit de reserve Enecogelden te dekken. De weerstandsratio in 2025 zou dan op 1,5 uitkomen. In de Nota Reserves en voorzieningen 2020 is aangegeven dat een deel van de algemene reserve gebruikt kan worden als kapitaallastenreserve indien de weerstandsratio minimaal 1,2 blijft, al ligt dit percentage wel lager dan de ‘streefnorm’ voor het weerstandsvermogen. Aan deze eis van 1,2 wordt dus voldaan. Daarmee past de voorgestelde werkwijze binnen dit kader van de raad. Uitkomst verwerkt in begroting De uitkomsten van het onderzoek van college zijn:  binnen het beleid omtrent de inzet van de reserve kapitaallasten komen drie investeringen in aanmerking;  wanneer hiervoor een onttrekking aan de algemene reserve plaatsvindt verbeteren de meerjarige structurele begrotingssaldi én de weerstandsratio blijft minimaal 1,2.

Deze resultaten betrok het college bij het opstellen van de begroting en om recht te doen aan uw oproep verwerkten wij dit reeds in het boekwerk en raadsvoorstel voor de Begroting 2022-2025 zodat u hier een besluit over kan nemen. In lijn met uw motie weegt het college daar de inzet van de (ruim) aanwezige incidentele middelen af tegen het verbeteren van de meerjarensaldi in de begroting Spelregels inzet incidentele en structurele dekking Daarbij roept u in uw motie op bij de begroting goede spelregels op te stellen omtrent de inzet van tijdelijke en structurele dekking. In dat licht heeft het college gekeken naar de vorig jaar door u vastgestelde nota’s Reserves en voorzieningen 2020, alsmede de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2023. Wij zien dat uw raad daar heldere en werkbare uitgangspunten en criteria heeft vastgesteld om uitvoering te geven aan verantwoord begrotingsbeleid. Wij merken op dat als er gekozen wordt bij een investering voor het dekken van de structurele kapitaallasten vanuit een kapitaaldekkingsreserve, deze systematiek gedurende de looptijd van de investering niet meer kan veranderen. Zou dat wel gebeuren dan is er géén sprake van een bestendige gedragslijn; de controlerend accountant zal in dat geval daar zeker zijn bedenkingen bij hebben. In de motie wordt gesproken over een tijdelijke overbrugging.

Gezien bovenstaande interpreteren wij dat als de periode van de gehele afschrijvingsduur. Tot slot willen wij benadrukken dat als het structurele begrotingsbeeld ruimte biedt voor het dekken van de kapitaallasten van investeringen dan de systematiek van een kapitaaldekkingsreserve niet onze voorkeur geniet. In die zin onderschrijven wij het in de motie genoemde uitgangspunt van ‘tijdelijke overbrugging’ waarin deze systematiek nu in voorziet.

4/5

Wij verwachten u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen hiermee motie M2021-024 als afgedaan.

Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland

drs. Wilma Atsma Gemeentesecretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=27eb8fe8-18dd-4234-adfa-cc0801b6943e