U21.02629 Handelingsperspectief biomassa voor de glastuinbouw in Lansingerland
Tekst van het document
*U21.02629* *U21.02629*
De leden van de Gemeenteraad Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS
Ruimtelijke Economische Strategie Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs Nadere informatie Rob Wijsman Telefoon 14 010 E-mail Rob.Wijsman@lansingerland.nl
Datum 21 april 2021 Ons kenmerk U21.02629
Onderwerp
Handelingsperspectief biomassa voor de glastuinbouw in Lansingerland
Geachte leden van de gemeenteraad, Het ‘Handelingsperspectief biomassa voor de glastuinbouw in Lansingerland’ werd op 6 april 2021 behandeld in de Commissie Ruimte. Tijdens deze vergadering deed de wethouder de volgende toezegging: In Pijnacker-Nootdorp is een regel gesteld waarbij alleen installaties voor de opwekking van energie slechts voor eigen gebruik vergund mogen worden. De wethouder onderzoekt de (on-) mogelijkheden van deze regelgeving en of dit ook voor Lansingerland van toepassing kan zijn en informeert de commissie daarover. Met deze brief informeren wij u hierover en beschouwen we deze toezegging als afgedaan. De brief geeft een toelichting op de situatie in Pijnacker-Nootdorp, de situatie in Lansingerland, de (on)mogelijkheden en de voorgestelde lijn. Situatie gemeente Pijnacker-Nootdorp Biomassacentrale in gemeente Pijnacker-Nootdorp geweigerd op basis van bestemmingsplan? In Pijnacker-Nootdorp ontstond opschudding over de vergunning die was verleend voor de bouw van een biomassacentrale aan de Molenlaan in Pijnacker, vlakbij de gemeentegrens met Zoetermeer. Een petitie tegen de komst van de biomassacentrale werd, onder meer door inwoners uit PijnackerNootdorp en Zoetermeer, zo’n 3.500 keer getekend. Tegen het besluit om de vergunning te verlenen zijn zo’n 500 bezwaren ingediend.
Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om het besluit te herroepen. Het college was op basis van alle beschikbare informatie van mening dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het destijds geldende bestemmingsplan1. Die staat levering van warmte aan derden niet toe. In de aanvraag van de initiatiefnemer blijkt duidelijk dat er sprake is van levering aan derden. Zeker gezien het feit dat initiatiefnemer al zelf geen tuinder was. De rechtbank heeft de gemeente uiteindelijk in het gelijk gesteld om de vergunning in te trekken op deze gronden. 1 https://www.pijnacker-nootdorp.nl/artikelen/geen-omgevingsverguning-houtstookinstallatie.htm
pagina 1/4
Ons kenmerk U21.02629
Wat heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp daarna gedaan? De gemeenteraad heeft in september 2018 een voorbereidingsbesluit energievoorzieningen genomen. Dit besluit gold voor de periode van één jaar en heeft tot gevolg dat omgevingsvergunningen die in deze periode zouden kunnen worden aangevraagd voor de bouw van een biomassacentrale en passen binnen destijds vigerende bestemmingsplannen niet zonder meer konden worden verleend. De gemeenteraad verklaarde met het voorbereidingsbesluit dat er een herziening van diverse bestemmingsplannen werd voorbereid. Uiteindelijk is bestemmingsplan ‘Partiële herziening Agrarische Glastuinbouwgebieden 29 mei 2019 2 door de raad vastgesteld. Deze partiële herziening past de regels van een aantal glastuinbouwbestemmingen in verschillende bestemmingsplannen aan, waardoor warmtekrachtkoppelingsinstallaties, houtstookinstallaties en transformatoren alleen toegestaan zijn via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan (omgevingsvergunning) en daarmee alleen na een inhoudelijke afweging van het college. Pijnacker-Nootdorp heeft twee geothermiebronnen met allebei een beperkt warmtenet in de glastuinbouwgebieden.
Situatie gemeente Lansingerland De bestemmingsplannen voor de glastuinbouwgebieden Noordpolder 3 (artikel 4.2.6, lid i), Oosteindsepolder en Warmoeziersweg, Oostland-Berkel en Schil om Bleiswijk bevatten allen dezelfde bepalingen over energieproductie. Voor bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk zijn de bepalingen hieromtrent anders verwoord, opgenomen in artikel 4.2.11, lid a.4 In beide typen bestemmingsplannen is bepaald dat energieproductie voor eigen bedrijf en/of levering aan derden is toegestaan (onder voorwaarden). De reden daarvoor is dat bedrijfsoverstijgend uitwisselen van warmte een belangrijk onderdeel vormt van een efficiënt en toekomstbestendig warmtenet. Zo kunnen warmteoverschotten of duurzame warmte worden uitgewisseld tussen bedrijven. In Lansingerland is het grootste gedeelte van de glastuinbouwbedrijven aangesloten op een warmtenet en wekken zij dus de benodigde warmte niet of beperkt zelf op. In andere gebieden, zoals Wilgenlei en Noordpolder, worden er concrete plannen gevormd voor de aanleg een warmtenet. In Lansingerland is een groter aantal geothermie- en biomassabronnen in bedrijf dan in Pijnacker-Nootdorp. Daarnaast zijn er ook bedrijven die elektriciteit nodig hebben, maar geen of beperkt warmte. De warmte die vrijkomt uit hun WKK leveren zij liever aan een nabijgelegen bedrijf dan dit te lozen.
Kortom: de gewenste uitwisseling van warmte vindt volop plaats en het belang daarvan zal in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen.
2 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1926.bp100180123-4001/r_NL.IMRO.1926.bp100180123-
4001.html#_3_Duurzameglastuinbouwgebieden 3 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1621.BP0100-VAST/r_NL.IMRO.1621.BP0100-VAST_2.4.html 4 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1621.BP0171-VAST/r_NL.IMRO.1621.BP0171-VAST.html#_4_Agrarisch-
Glastuinbouw
pagina 2/4
Ons kenmerk U21.02629
Redenen voor huidige lijn Is het verbieden van levering aan derden in het bestemmingsplan ook mogelijk in Lansingerland? Middels een parapluherziening kan bij de bestemmingsplannen een bepaling worden toegevoegd dat warmtelevering aan derden niet is toegestaan indien deze warmte uit een biomassacentrale afkomstig is. Dit heeft geen invloed op reeds verleende vergunningen. Doordat van een biomassacentrale de warmte dan alleen voor eigen gebruik kan worden toegepast, wordt realisatie van dergelijke centrales financieel onaantrekkelijker. We wijken hiermee af van de nationale lijn, zoals de SDE-subsidiebeschikking, die warmtelevering aan anderen toestaat. Momenteel is er expliciet in bestemmingsplannen opgenomen dat diverse soorten van duurzame energie-opwek, waaronder biomassacentrales, en levering aan derden onder voorwaarden mogelijk zijn. Door het ontnemen van dit recht en de onzekerheden die dit meebrengt, ontstaat er een risico op planschades. Dit treedt op als bedrijven aan kunnen tonen met voorbereidingen bezig te zijn (geweest) voor een dergelijke installatie, waarbij door deze wijziging dit niet meer mogelijk is. Mogelijk ontstaat dit zelfs al als deze wijziging een waarde dalend effect heeft. Het is onbekend hoe groot dit risico is. Er kan mogelijk worden opgenomen dat het college onder bepaalde voorwaarden ontheffing kan verlenen.
Keuze voor de huidige lijn De huidige lijn is duidelijk in het ontraden van realisatie van nieuwe biomassacentrales. - We geven daarmee een duidelijk signaal. Dit standpunt is in lijn met het afbouwpad dat de SER in haar rapport benoemt en ook bij rijksoverheid en provincie wordt benoemd en breder in de maatschappij heerst. Wij handelen daarmee in lijn met het nationaal beleid. - Daarnaast wijzigt het niet het relatief nieuwe bestemmingsplan uit 2017 (betrouwbare overheid). Er treedt geen risico op planschade op. - Het kabinet zet in op een ‘voortvarend afbouwpad’ voor de subsidiëring van dit type installaties.5 Dit afbouwpad wordt op zeer korte termijn verwacht. De kamerbrief van oktober 2020 stelt: “Het kabinet wil op basis hiervan nog dit kalenderjaar duidelijkheid geven aan de markt door een jaartal vast te stellen voor de beëindiging van de subsidies voor houtige biomassa voor lage temperatuurwarmte.” Hierna zullen geen subsidies voor deze categorie meer worden verleend, waardoor nieuwe centrales niet meer rendabel zijn. - Het verminderen van mogelijkheden voor warmtelevering aan andere bedrijven zou een beperking vormen voor de energietransitie en een efficiënt warmtenet. Gezien de omvang van warmtenetten in Lansingerland zien wij het als onwenselijk dat het college voor iedere uitzondering apart dient te besluiten, zoals nu in Pijnacker-Nootdorp het geval is.
- De ambtelijke capaciteit is beperkt bij de bestemmingsplanjuristen en duurzaamheidsadviseurs. Een plan hiervoor opstellen gaat ten koste van capaciteit voor andere ontwikkelingen zoals woningbouw. Daarnaast kost het ambtelijke capaciteit die daardoor niet kan worden ingezet op de ontwikkeling van alternatieve duurzame bronnen.
5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskader-biogrondstoffen
pagina 3/4
Ons kenmerk U21.02629
Aanvullend – bestemmingsplan wordt omgevingsplan De huidige bestemmingsplannen worden op termijn vervangen door omgevingsplannen. De basis voor deze omgevingsplannen is de omgevingsvisie, die we momenteel ontwikkelen en per 1-1-2022 in werking zal treden. Ook in de omgevingsvisie zullen we opnemen dat we negatief tegenover de realisatie van nieuwe biomassacentrales staan. Gezien bovenstaande overwegingen kiezen wij voor de lijn in het ‘Handelingsperspectief biomassa voor de glastuinbouw’. We geven een heel helder signaal af op een thema waar wij niet primair de bevoegdheid op hebben. We schatten in dat de kans op nieuwe installaties beperkt is. Nationaal beleid zet in op een voortvarend afbouwpad. We lopen geen risico op planschade, waarvan de omvang nu onbekend is. En we kunnen de beperkte ambtelijke capaciteit inzetten op andere ruimtelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van duurzame bronnen. We nemen het standpunt op in de omgevingsvisie, die nog in 2021 wordt voorgelegd aan de raad.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Lucas Vokurka Secretaris
drs. Pieter van de Stadt Burgemeester
pagina 4/4