CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

U21.01307 Bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur

Commissie Algemeen Bestuur 30 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Brief Afloop bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur (nav Eneco)5.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*U21.01307* *U21.01307*

Bedrijfsvoering

Financiën Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs

Aan de leden van de Gemeenteraad

Nadere informatie Bart Velthoven/Manus Twisk Telefoon 14 010 E-mail info@lansingerland.nl Website

Verzenddatum 27 mei 2021

www.lansingerland.nl

Ons kenmerk U21.01307

Onderwerp

Afloop bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur

Geachte leden van de Raad,

Begin 2020 heeft de verkoop van alle aandelen Eneco plaatsgevonden wat geleid heeft tot een boekwinst van € 137,6 miljoen in 2020 en een toename van onze liquiditeitspositie voor dat bedrag. In de bestuursopdracht Herziening Financieringsstructuur (kenmerk U20.05626) heeft het college de opdracht gegeven om in relatie tot de verkoopopbrengst Eneco en de daarbij wegvallende dividenden het volgende te onderzoeken: de liquiditeitsbehoefte in relatie tot de schuldpositie met mogelijke schuldreductie tot gevolg, mogelijke structurele oplossingen voor de wegvallende dividenden door financieel renderende investeringen, een wegingskader voor de investeringsvoorstellen ten laste van de Enecogelden. Wij hebben u toegezegd over de uitwerking van deze bestuursopdracht te rapporteren bij de Kadernota 2022. Inmiddels doet zich een aantal ontwikkelingen voor die het college heeft doen besluiten om u eerder te informeren over de bestuursopdracht. Wij laten in deze informerende brief de volgende onderwerpen de revue passeren: a) Aanleiding voor de bestuursopdracht b) Nieuwe context leidt tot nieuwe inzichten c) Liquiditeitsprognose en inzet Enecogelden voor schuldreductie d) Weg vrij voor maatschappelijke investeringen en het toetsingskader e) Burgerparticipatie in het proces van de inzet Enecogelden

pagina 1/14

Ons kenmerk U21.01307

a) Aanleiding voor de bestuursopdracht De aanleiding voor de bestuursopdracht Herziening Financieringsstructuur (kenmerk U20.05626) lag in de noodzaak om te komen tot een financiële oplossing voor de wegvallende dividenden. Als gevolg van de verkoop van de Eneco-aandelen betreft het € 1,6 miljoen vanaf 2021 en bij Stedin werd duidelijk dat het eerdere dividend (€ 1,6 miljoen) van deze omvang structureel niet meer haalbaar zou zijn en terug zou lopen tot ca € 0,1 miljoen in 2025. Stedin geeft aan dat het dividend naar verwachting pas in 2040 weer het voormalige niveau zal bereiken. In totaal gaat het dus om een dividendderving van € 3,1 miljoen vanaf 2025. Aanvankelijk werd bij de Begroting 2021-2024 voorzien in een tijdelijke overbrugging voor het wegvallende dividend door gebruik te maken van de bestemmingsreserve Financieringsstructurering. Daarmee zou voor een maximale periode van 4 jaar de ruimte worden gecreëerd om te onderzoeken of, en zo ja welke, financieel renderende investeringen voor de gemeente Lansingerland mogelijk waren. De bestuursopdracht is bedoeld voor dat onderzoek. Bij nader inzien heeft de financiële toezichthouder, Provincie Zuid-Holland, niet ingestemd met de dekking vanuit deze bestemmingsreserve om zo de wegvallende dividenden structureel op te vangen.

Direct na de vaststelling van de Begroting 2021-2024 op 5 november 2020 heeft u de 1e Begrotingswijziging 2021 (BR2000120) aangenomen waarin de reserve Financieringsstructurering is opgeheven en de kapitaallastenreserve Boeterente leningenportefeuille is gevormd waarvan de onttrekkingen naar de aard structurele dekkingsmiddelen zijn1. Voor het begrotingsjaar 2021 bood dat, zoals uit de tabel hieronder blijkt, voldoende soelaas. Bedragen x € 1.000 2023 2024 -/- 1.755 -/- 2.827 -/- 3.000 -/- 1.715

2021 15 -/- 2.660

2022 -/- 1.419 -/- 2.925

-

-/- 679

-/- 361

2.886

2.741

1.157

814

672

-/- 2.282

-/- 3.959

-/- 3.728

Verschil t.o.v. huidig begrotingssaldo

+ 657

-/- 863

-/- 2.204

-/ 901

Incidentele lasten, excl. Begrotingssaldo Incidentele baten, excl. Begrotingssaldo Structureel begrotingssaldo

79.932

46.682

36.795

26.565

80.192

46.852

36.512

26.676

412

-/- 2.452

-/- 3.675

-/- 3.839

Saldo Begroting 2021-2024 Terugdraaien onttrekking reserve Financieringsstructurering Terugdraaien onttrekking reserve Sociaal domein Onttrekking uit nieuwe reserve Boeterente leningenportefeuille Terugdraaien opschalingskorting in septembercirculaire 2020 Nieuw meerjarig begrotingssaldo en verrekening algemene reserve

431

Bron BR2000120 1

Zie uiteenzetting in raadsbrief: ‘Uitkomsten technisch overleg provincie en eerste begrotingswijziging 2021’ (U20.08290)

pagina 2/14

Ons kenmerk U21.01307

Deze tabel laat zien dat ook voor het begrotingsjaar 2022 een substantieel deel van de wegvallende dividenden nog kan worden opgevangen. Voor het jaar 2023 is dat al aanzienlijk minder en de jaarlijkse bedragen voor compensatie in latere jaren nemen steeds verder af. Dat is het gevolg van het uitsmeren van de (afnemende) onttrekkingen uit de reserve Boeterente leningenportefeuille over de periode van de resterende looptijd van de leningenportefeuille (12 jaar), terwijl voorheen de onttrekkingen uit de reserve Financieringsstructureringen slecht een periode van 4 jaar omvatten. b) Nieuwe context leidt tot nieuwe inzichten Bij het instellen van de bestuursopdracht (kenmerk U20.055626) per 1 september 2020 werd, nog op basis van de oorspronkelijke begroting 2021-2024, voor het compenseren van de wegvallende dividenden rekening gehouden met een overbruggingstermijn tot 2025. Voor het vinden en daadwerkelijk genereren van één of meer investeringen met een totaal financieel rendement van ca € 3 miljoen, had het college 3 à 4 jaar de tijd. Bovenstaand financieel overzicht van de implicaties van de wegvallende dividenden laat zien dat die periode ons niet meer is gegeven. Dit betekent dat veel sneller dan bij het ingaan van de bestuursopdracht was voorzien, financieel renderende investeringen gevonden zouden moeten worden.

De eerste effecten van deze investeringen zouden al moeten neerslaan in de Kadernota 2022 om het resterende tekort van € 863.000 in 2022 (zie bovenstaande tabel) te compenseren. Om te komen tot renderende investeringen is er onderzoek gedaan naar de bestedingsmogelijkheden van Enecogelden. Hierin zijn ook de suggesties meegenomen uit de inventarisatieronde van de wethouder Financiën langs de fracties (kenmerk U20.09947). De volgende mogelijkheden zijn onderzocht: Investeren in bedrijven met een publiek belang Investeren of verstrekken van leningen in het algemeen Investeren in duurzaamheid met financieel resultaat Investeren in de woningmarkt Investeren in bedrijven met een publiek belang Een van de mogelijkheden om structureel rendement te creëren lijkt binnen handbereik. Het betreft de deelname in de herkapitalisatie van Stedin die jaarlijks voor de gemeente nieuw dividend zal genereren. De gesprekken omtrent de voorwaarden van de herkapitalisatie tussen de Raad van bestuur van Stedin en de Aandeelhouderscommissie, waarin onze wethouder Financiën zitting heeft, zijn recent afgerond. Op 31 maart zijn het informatiepakket en het intekenverzoek voor de herkapitalisatie verzonden aan de aandeelhoudende gemeenten. Het betreffende raadsvoorstel is u toegezonden (BR2100035).

Pro rata participeren in deze herkapitalisatie levert voor ons een structurele dividendstroom op van ca € 200.000 vanaf 2022. Dat is gebaseerd op het aandeel van 3,38% dat Lansingerland momenteel heeft. Dat vergt wel een beslag van € 6,7 miljoen op de Enecogelden. De facto betekent het dat we met een deel van de Enecogelden nieuwe (cumulatief preferente) aandelen in Stedin verwerven. Het ene bezit (liquiditeiten) zetten we dan in voor ander bezit (aandelen) met een ten opzichte van de huidige rente, die nauwelijks positief is, aanzienlijk beter rendement (dividend). Dit additionele dividend is echter nog niet toereikend voor een totale compensatie van de dividendderving.

pagina 3/14

Ons kenmerk U21.01307

Een groter aandeel in de herkapitalisatie –en dan ook meer dividend- is niet uitgesloten; dat is echter afhankelijk van de opstelling van de andere aandeelhouders. Als die mogelijkheid zich voordoet wil het college daar gebruik van maken. Andere mogelijkheden om financieel te participeren in bedrijven in onze regio met een publiek belang zijn vooralsnog niet voorhanden. Het is niet reëel om in deze categorie al een nieuwe renderende investering op de korte termijn (2022) te verwachten. Investeren of verstrekken van leningen in het algemeen Als gemeente zijn we gebonden aan strakke voorschriften rondom investeringen, beleggingen en de daarbij behorende risico’s. De wet FIDO legt de gemeenten, begrijpelijk, de nodige beperkingen op waardoor het niet mogelijk is om te investeren op de reguliere aandelenmarkt. Investeringen en leningen vanuit gemeenten zullen het publiek belang moeten dienen, beleggen in aandelen of bijvoorbeeld directe leningen vertrekken aan commerciële bedrijven is derhalve geen optie. In het huidige renteklimaat is het bovendien moeilijk financieel rendement te creëren op leningen aan andere partijen, ook al is er een duidelijk publiek doel, bijvoorbeeld aan bepaalde groepen inwoners.

Een goed voorbeeld hiervan zijn de starters- en duurzaamheidsleningen via het SVn, die op dit moment een rendement hebben wat volledig ten laste komt van het beheer van deze leningen. Er is desalniettemin onderzocht of er andere mogelijkheden zijn om financieel rendement te creëren. Ten derde hebben we binnen deze categorie gekeken naar de mogelijkheid om geld te lenen aan andere overheden. Wanneer we echter kijken naar de leningen die worden verstrekt vanuit de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) en de NWB (Nederlandse Waterschapsbank), dan zijn de renteopbrengsten nihil en in uitzonderlijke gevallen zelfs negatief. Om deze reden zien wij af van het actief zoeken naar leningzoekende mede-overheden (deze kunnen immers veel goedkoper geld lenen via de sectorbanken). Door de extreem lage rentestand biedt het uitzetten van geld geen oplossing voor het wegvallende dividend. Investeren in duurzaamheid met financieel resultaat Een investering in duurzaamheid kan langs twee invalshoeken worden bekeken: ecologisch en/of financieel rendement. Zonnepanelen op gebouwen in eigendom zijn een goed voorbeeld. Bijkomend voordeel is dat er ook nog aanvullende structurele inkomsten uit subsidie mee gemoeid zijn. Voor wat betreft duurzaamheid is binnen het reguliere investeringsprogramma (MIP) inmiddels voorzien in verduurzaamingsmaatregelen bij scholen.

Daarbij was de ecologische invalshoek doorslaggevend: het ingeschatte financieel rendement wordt daarbij niet afgeroomd ten behoeve van de algemene middelen. Voorts kan nog bekeken worden of gebouwen die wij zelf in bezit of beheer hebben zich nog lenen voor onderhoudsvoorzieningen waarbij gebruik wordt gemaakt van zonnepanelen, spouwmuurisolatie, ‘van gas los’ en van de zogenoemde ‘groene’ en ‘witte’ daken. Ook daarbij geldt dat de eerste insteek niet ligt in het doel om financieel rendement te behalen. En al mocht dat wel het geval zijn dat is het maar zeer de vraag of er dan sprake kan zijn van substantiële bedragen. Kortom, het college acht het geen haalbare kaart wanneer het investeren in duurzaamheid als hoofddoel heeft financieel resultaat te boeken dat aangewend kan worden voor compensatie van wegvallende dividenden.

pagina 4/14

Ons kenmerk U21.01307

Investeren in de woningmarkt Ondanks dat meerdere partijen tijdens de inventarisatieronde hebben aangegeven terughoudend te zijn over actief investeren in woningbedrijven (kenmerk U20.09947) hebben we deze optie wel overwogen. Daarbij is de conclusie dat het opstarten van een woningbedrijf of participeren in een woningbouwfonds geen reële optie is om op de korte termijn te realiseren, laat staan om al voor 2022 financieel rendement te genereren. Extern marktonderzoek en een gedegen en een sluitende businesscase zijn daarbij op zijn minst vereist. Dat vergt zeker maanden en is niet voorhanden bij de Kadernota 2022. Mede vanwege het beperkte enthousiasme vanuit de Raad ziet het college er nu van af deze optie verder te onderzoeken. Introductie van erfpacht Een andere optie is het beschikbaar stellen van grond, waaronder voor bedrijventerreinen, op basis van erfpacht. Met erfpacht ontstaan er structurele baten. Belangrijk daarbij is in beeld te krijgen of het instrument erfpacht nu wel of juist niet belemmerend werkt bij het realiseren van groei in het woningaanbod. Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheden die het instrument erfpacht ons biedt en zullen wij u bij de Kadernota 2022 meer informatie geven over de (financiële) haalbaarheid van deze optie.

Geen afdoende tijdige oplossingen Zoals eerder geschetst is het tijdspad om te komen met renderende voorstellen ter compensatie van de wegvallende dividenden aanzienlijk verkort. Van de mogelijkheden die er op dit moment voorliggen is de herkapitalisatie van Stedin het meest kansrijk. Kortom, het compenseren van de wegvallende dividenden met financieel renderende investeringen uit Enecomiddelen zal voor 2022 geen volledige oplossing bieden. Het resterende deel van de compensatie voor de wegvallende dividenden zullen wij meenemen in het totaal van de financiële problematiek vanaf 2022. In de ‘cijferreeks’ voor de Kadernota 2022 zoals gepresenteerd in onze brief Achtergrondinformatie traject Kadernota 2022 van 25 maart jl. (U21.01749) was dit ook zo opgenomen. Bij de Kadernota 2022 zullen we de raad een voorstel doen om de omvang van de reserve Boeterente leningenportefeuille (€ 11,34 miljoen) ten laste te brengen aan de reserve Enecogelden. Deze kapitaaldekkingsreserve is immers ingesteld om de problematiek van de wegvallende dividenden (deels) op te lossen. Er ligt derhalve een duidelijke relatie met de Enecogelden. De Algemene reserve, van waaruit de reserve Boeterente vorig jaar is gevormd, zal dan met dit bedrag worden opgehoogd.

c) Liquiditeitsprognose en inzet Enecogelden voor schuldreductie Op dit moment heeft de gemeente Lansingerland een leningenportefeuille van € 137 miljoen. Daartegenover staan de inkomsten/liquiditeiten uit de verkoop van Eneco-aandelen van ongeveer dezelfde omvang. De zogenoemde ‘netto-schuld quote’2 is door de verkoop van de aandelen fors gedaald. De Raad heeft aangegeven het belangrijk te vinden om onze schuldpositie verder te reduceren en wanneer dat opportuun is daar de Enecogelden voor te gebruiken. Hieronder geven wij een overzicht van de huidige leningenportefeuille. 2

De Netto schuldquote is conform BBV gedefinieerd als de som van de vaste en vlottende schuld en overlopende passiva

minus debiteuren, liquide middelen en overlopende activa, samen gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote (Bron: Commissie BBV)

pagina 5/14

Ons kenmerk U21.01307

Bedrag bij aangaan lening in € 20.000.000 7.000.000 50.000.000 40.000.000 20.000.000 25.000.000 17.500.000 10.000.000 10.000.000 40.000.000

Ingangs datum

Looptijd (jr)

Einddatum

22-9-2017 13-1-2003 18-2-2013 7-5-2015 15-12-2015 13-2-2012 28-2-2013 7-5-2015 15-12-2015 3-2-2012

22-9-2022 13-1-2023 18-2-2023 7-5-2025 15-12-2025 13-2-2027 28-2-2028 7-5-2030 15-12-2030 3-2-2032

Lopende lening 2021 in €

Rente 5 10 10 10 10 15 15 15 15 20

-0,05% 4,74% 2,61% 0,63% 0,99% 3,19% 2,35% 0,90% 1,43% 3,86%

239.500.000

4.000.000 7.000.000 50.000.000 16.000.000 8.000.000 10.000.000 8.166.667 6.000.000 6.000.000 22.000.000 137.166.667

Aflossen van schulden is staand beleid De Raad heeft aangegeven de Enecogelden expliciet in te willen zetten voor schuldreductie; maar dat is eigenlijk al het staand gebruik dat voortkomt uit het treasurybeleid. Immers, wanneer Lansingerland meer dan € 137 miljoen aan liquiditeiten ontvangt uit de verkoop van Enecoaandelen3, dan zijn er geen (kortlopende) leningen nodig om bijvoorbeeld salarissen of crediteuren te betalen terwijl Gemeentefonds bekostiging of belastinginkomsten nog niet zijn ontvangen. Door onze forse liquiditeitspositie hebben we al enige tijd geen leningen hoeven aan te trekken. Dit ‘interen’ zal in 2023 kortstondig toenemen wanneer er € 57 miljoen ineens moet worden afgelost en we daarvoor niet herfinancieren. Bij de raming van de liquiditeitspositie houden we rekening met de financiering van de voorgenomen investeringen zoals die zijn opgenomen in de Meerjaren Investeringsplanning (MIP). Volgens de huidige inzichten blijft de liquiditeitspositie komende jaren (erg) sterk, omdat we naast de Enecogelden ook nog inkomsten ontvangen uit grondverkopen. In onderstaande cijfers is nog geen rekening gehouden met een eventuele (tijdelijke) toename van de financieringsbehoefte in verband met het in exploitatie komen van Wilderszijde.

In welke mate deze financieringsbehoefte zich voordoet is namelijk nog sterk afhankelijk van de uitkomsten van de onderhandelingen met de marktpartijen over de afname van de gronden. x €1.000 Per 31-12

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Liquiditeitspositie

26.379

126.373

133.780

131.703

63.375

76.214

77.732

Na de grote aflossing van twee fixe leningen, samen € 57 miljoen ineens, loopt de liquiditeitspositie in de jaren na 2023 weer op als gevolg van de verwachte positieve resultaten van de grondexploitaties.

3

De verkoop van de Eneco-aandelen leverde een boekwinst op van € 137,6 miljoen. De liquiditeiten aan de activa zijde van de gemeentelijke balans zijn daarmee toegenomen met dit bedrag, alsmede de reserve Enecogelden voor dit bedrag aan de passivazijde van de balans.

pagina 6/14

Ons kenmerk U21.01307

Wanneer er komende jaren nieuwe investeringsprojecten van start gaan –dus in geval het MIP wordt bijgesteld- heeft dat gevolgen voor de liquiditeitspositie in de toekomst; dan kan het economisch rendabel zijn om nieuwe leningen aan te gaan. Door onze (bijzondere) lage schuldquote (zie verder) en het profiel van een lokale overheid is aantrekken van leningen voor Lansingerland geen enkel probleem. Waar we op dat moment wel rekening mee moeten houden is dat we de rentelasten structureel kunnen dekken in de begroting. Op dit moment is de rente extreem laag; er is zelfs sprake van negatieve rente. De gevolgen voor de meerjarenbegroting en de reserve Enecogelden Het aflossen van de schulden en het teruglopen van de liquiditeitspositie hebben maar een beperkt effect op de begroting en de meerjarenramingen. Het gaat hier dan vooral om het wegvallen van rentelasten wanneer leningen niet worden geherfinancierd. Met het wegvallen van de rentelasten van de twee fixe leningen vanaf 2023 is al rekening gehouden in de Begroting 2021-2024. Voor de reserve Enecogelden heeft het aflossen van de leningen geen enkel gevolg. Deze reserve is als passivapost op de balans nog onaangetast en representeert toekomstige budgettaire dekking 4 (i.c. eigen vermogen).

Wanneer de reserve ingezet wordt voor het dekken van nieuwe projecten of investeringen zal op het moment dat er betalingen nodig zijn (financiering) bezien moeten worden of de liquiditeitspositie op dat moment toereikend is; het kan dan zijn dat voor de financiering op dat moment een nieuwe lening moet worden afgesloten. Het betaalde project of de aangekochte investering staat dan als bezit aan de activazijde van de balans. Financiering staat volledig los van dekking uit een reserve. De netto schuldquote Door het aflossen van de leningen doen we recht aan de wens van de Raad om te komen tot schuldreductie. Met de liquiditeiten uit de verkoop van Eneco-aandelen in 2020 is onze nettoschuld positie fors gedaald: de netto schuldquote daalde van 125% naar 37%. Het aflossen van lopende leningen uit deze extra liquiditeit heeft echter geen effect op onze netto schuldquote5. De schuldquote van de gemeente Lansingerland zal hiermee onverminderd zeer laag blijven, ruimschoots in de groene ‘veilige zone’ zoals de Provincie Zuid-Holland die hanteert in haar toezichtskader. Vanaf 2025 is dat op basis van de huidige inzichten en uitgangspunten zelfs lager dan 20%: een percentage dat aanzienlijk lager ligt dan de ambitie die in het coalitieakkoord is genoemd.

Daarin staat vermeld dat: ‘de netto schuldquote wordt teruggebracht naar de categorie neutraal (90-130%), waarbij wij ons richten op een percentage van 110%’.

4

Zie voetnoot 2

5

De Netto schuldquote is conform BBV gedefinieerd als de som van de vaste en vlottende schuld en overlopende passiva

minus debiteuren, liquide middelen en overlopende activa, samen gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote (Bron: Commissie BBV)

pagina 7/14

Ons kenmerk U21.01307

Bron: Begroting 2021-2024 De netto schuldquote zal pas gaan stijgen wanneer we nieuwe, nu nog niet begrote, projecten opstarten of extra, nu nog niet begrote, investeringen doen. Herfinanciering Het ontvangen van de Enecomiddelen heeft dus een enorm positief effect gehad op onze liquiditeitspositie. Door het niet aangaan van nieuwe leningen en continu aflossen van leningen zonder herfinanciering loopt onze schuldenportefeuille aanzienlijk terug. Streven naar nog minder schulden is geen doel op zich. Er komt een moment dat de financieringspositie, dat wil zeggen de liquiditeitspositie over meerdere jaren, ontoereikend wordt om nieuwe projecten en investeringen mogelijk te maken. Dan zullen we opnieuw leningen moeten aantrekken. Door onze bijzonder lage schuldquote zijn we als gemeente extreem financierbaar. De huidige rentetarieven (nagenoeg nihil) zijn van dien aard dat herfinanciering van aflopende leningen juist bedrijfseconomisch rationeel kan zijn. In dit verband zou het sturen op targets voor de schuldquote of voor de omvang van de liquiditeit juist averechts kunnen werken: leidend moet zijn welke projecten of investeringen passen in onze ambities en van meerwaarde zijn voor onze gemeente. Het vraagstuk van de financiering is daarvan afgeleid. Wel is het verstandig om de signaleringswaarden voor de hoogte van de schuldquote te blijven gebruiken.

Indien signalen wijzen op een schuldquote die oploopt en boven de categorie ‘neutraal’ dreigt uit te komen is reden voor extra alertheid bij beslissingen rondom de financiering van activiteiten en projecten. Het college zal bij de grote aflossingen in 2023 nogmaals de vorm van herfinanciering bezien vanuit deze bedrijfseconomische invalshoek. d) De weg vrij voor maatschappelijke investeringen en het toetsingskader Bij de inzet van de Enecomiddelen zou een volgorde worden gehanteerd, namelijk (1) schuldenreductie, (2) financieel renderende investeringen ter compensatie van wegvallende dividenden en (3) de mogelijkheid tot investeringen zonder financieel rendement. Bij de herkapitalisatie Stedin willen wij de maximaal mogelijke variant gebruiken. Op grond van ons aandeel is ten minste een storting van € 6,76 miljoen mogelijk; afhankelijk van de inschrijving van andere aandeelhouders bedraagt het maximale bedrag € 13,52 miljoen. Aangezien de tweede categorie, op herkapitalisatie van Stedin na, op korte termijn geen soelaas gaat bieden, maakt dat de weg vrij om de Enecomiddelen in te zetten voor maatschappelijk relevante investeringen (mogelijk) zonder dat deze investeringen ook financieel rendement opleveren. De omvang van die inzet moet nog worden

pagina 8/14

Ons kenmerk U21.01307

bepaald. In de Kadernota 2022 willen wij de raad daarover een voorstel doen. Daarbij houden wij rekening met het ten laste van de reserve Enecogelden brengen van het bedrag van € 11,34 miljoen dat nodig was voor de instelling van de reserve Boeterente leningenportefeuille. Zoals aangegeven neemt als gevolg daarvan de Algemene reserve met die omvang toe. Uit de rondgang langs de fracties (U20.09947) is gebleken dat inzet van de Enecomiddelen gefaseerd zou mogen plaatsvinden. Voor de categorie maatschappelijke investeringen ligt het in de rede een relatie te leggen met het Toekomstperspectief Lansingerland, maar er is geen termijn bepaald waarbinnen de bestemmingsreserve Enecogelden ingezet moet zijn en met welke omvang. Om alle investeringsvoorstellen ten laste van de Enecogelden eenduidig te kunnen beoordelen hebben wij op uw verzoek een praktisch hanteerbaar toetsingskader opgesteld. Dit kader geeft aan in welke mate het investeringsvoorstel bijdraagt aan de voor Lansingerland belangrijke uitgangspunten. Het ‘toetsingskader investeringen uit Enecogelden’ en een toelichting daarop is in de bijlage van deze brief opgenomen. Recent hebben wij u via diverse beeldvormende avonden meegenomen in dilemma’s die wij zien in de opgaven voor het Toekomstperspectief Lansingerland. Daarbij onderscheiden wij tien verschillende opgaven die voor Lansingerland relevant zijn.

Bij een aantal daarvan spelen inmiddels concrete (voorbereidings-)projecten. Wij zullen u in de Kadernota 2022 voorstellen doen, met daarbij de overweging om deze incidenteel ten laste te brengen van de reserve Enecogelden; een voorbeeld is Horti Science waarbij wij in deelprojecten ons willen richten op campusontwikkeling, onderwijs-arbeidsmarkt, gezondheid & welzijn, gebiedsontwikkeling (wonen en bereikbaarheid), duurzaamheid en city marketing. Deze projecten steunen op het idee dat burgers, bedrijven en instellingen van Lansingerland daar in de toekomst baat bij zullen hebben. Wij willen het merendeel van de besteding van de Enecogelden overlaten aan het nieuwe gemeentebestuur dat in 2022 zal aantreden. Tegelijkertijd kan de Raad zelf ook al eerder dan in 2022 aanvullend op of in afwijking van de collegevoorstellen projecten of investeringen aandragen die op grond van het toetsingskader zich lenen voor dekking uit de reserve Enecogelden. Met uw griffie zoeken we naar een geschikte vorm om hierover het gesprek te voeren. e) Burgerparticipatie in het proces van de inzet van Enecogelden Met de opbrengst uit de verkoop van Eneco heeft Lansingerland de kans om extra te investeren in de toekomst van de gemeente. De bedoeling is dat inwoners, lokale ondernemers en/of plaatselijke maatschappelijke organisaties daar maximaal van profiteren.

In de Commissie Algemeen Bestuur van 13 januari 2021 is de toezegging (T2021-003) gedaan u te infomeren hoe burgerparticipatie in dit proces meegenomen is en nog kan worden. Bij de inventariserende ronde langs de fracties heeft u duidelijk aangegeven dat de Raad als democratische afvaardiging de wensen van de inwoners goed kan wegen. Met het nu aangeboden toetsingskader heeft u een handzaam instrument tot uw beschikking om investeringsinitiatieven af te wegen die het meeste bijdragen bij de wensen en ambities van Lansingerland. Wij achten het geen begaanbare weg om nu al participatietrajecten te starten als er nog geen concrete voorstellen voor investeringen op tafel liggen. Het is namelijk op voorhand moeilijk te bepalen welk soort van burgerparticipatie in het algemene geval het meest passend is. In de debatavonden over de toekomstperspectieven is veelvuldig gebruik gemaakt van de burgerparticipatie die heeft plaatsgevonden bij het opstellen van de Nota van Uitgangspunten voor de Omgevingsvisie, de Mobiliteitsvisie, Duurzaamheidsvisie en Woonvisie, zodat de wensen en zorgen van onze inwoners impliciet al wel ter sprake zijn gebracht. Nadat u zelf keuzes hebt gemaakt in het type van investering of project, zal bij de uitwerking daarvan naar concrete projectplannen burgerparticipatie naar de overtuiging van het college veel meerwaarde hebben. pagina 9/14

Ons kenmerk U21.01307

Een voor Lansingerland relevante investering kan gericht zijn op zeer uiteenlopende doelgroepen; het kan gaan om de burger in zijn algemeenheid, maar bijvoorbeeld ook om jongeren, (specifieke) ondernemers of verenigingen, etc. Wij stellen voor om de beoogde aanpak van burgerparticipatie integraal onderdeel te laten uitmaken van het concept projectplan. Zo kunt u bij de besluitvorming nog invloed uitoefenen op de aanpak van burgerparticipatie van het specifieke project. Tot slot Met deze brief informeren wij u eerder dan bij de Kadernota 2022 over de uitvoering van de bestuursopdracht Herziening Financieringsstructuur. Wij hebben u meegenomen in hoe wij aankijken tegen schuldreductie, liquiditeitsprognoses en de manier waarop wij invulling willen geven aan de wegvallende dividenden. Zoals aangegeven ziet het college geen mogelijkheden om in de Kadernota 2022 al met financieel renderende investeringsvoorstellen te komen om de gederfde dividenden volledig te compenseren. Wel zien we een kans voor de herkapitalisatie van Stedin; het voorstel heeft u inmiddels bereikt. Hetgeen nog aan compensatie voor de wegvallende dividenden nodig is, zullen wij meenemen in het totaal van de financiële problematiek vanaf 2022. In de Kadernota 2022 doen wij voorstellen hoe wij willen komen tot een sluitende begroting.

Wij zien derhalve geen verdere meerwaarde om de bestuursopdracht voort te zetten en zullen die dan ook hierbij afsluiten. Om het momentum in het kader van het Toekomstperspectief Lansingerland niet te verliezen, zullen wij in de Kadernota 2022 mogelijk ook (voorbereidings-)projecten voorstellen waarbij wij dekking uit de reserve Enecogelden opportuun achten; het gaat er immers om dat burgers, bedrijven of instellingen van Lansingerland daar in de toekomst baat bij zullen hebben. Wij stellen voor om afhankelijk van de doelgroep waar een specifiek (investerings-)project op is gericht burgerparticipatie te organiseren. Wij bieden u bij deze brief een toetsingskader investeringen uit Enecogelden aan waarom u heeft verzocht. Daarmee krijgt u een instrument in handen om investeringen langs relevante criteria af te wegen. Wij zullen met de Griffie in overleg treden over een procedure waarin u suggesties voor bestedingsrichtingen kunt doen. Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland b.a.

Lucas Vokurka Secretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

Bijlage:  Toetsingskader investeringen uit Enecogelden

pagina 10/14

Ons kenmerk U21.01307

Bijlage 1: Toetsingskader investeringen uit Enecogelden Dit toetsingskader geeft aan in welke mate het investeringsvoorstel bijdraagt aan de voor Lansingerland belangrijke uitgangspunten. Hoe groener het resultaat, hoe beter het voorstel aansluit bij de wensen en ambities van Lansingerland. In onderstaande tabel zijn de criteria voor de afweging weergegeven, daaronder volgt een korte uitleg. Criteria voor afweging 1) De mate waarin het publiek belang van Lansingerland wordt gediend

Groot belang

Gering belang

Geen belang

2) De structurele lasten die volgen uit de investering zijn gedekt in de meerjarenbegroting

Volledige structurele dekking

Gedeeltelijke dekking of op termijn dekking

Geen dekking

3) De afname van liquiditeit/toename van schulden

Schuldenquote laagste categorie

Schuldenquote voldoende

Schuldenquote komt in categorie 'onvoldoende'

Inhoudelijke weging De mate waarin de investering past bij de langjarige toekomstperspectieven.

Zeer passend

Passend

Nauwelijks passend

Niet passend

De mate waarin de investering een bijdrage levert aan verschillende opgaves

Grote bijdrage

Draagt bij

Draagt nauwelijks bij

Geen bijdrage

De mate waarin de investering bijdraagt aan lopende opgaves en gemaakte afspraken richting derden, verplichtingen, toezeggingen, etc.

Grote bijdrage

Draagt bij

Draagt nauwelijks bij

Geen bijdrage

De mate waarin de uitvoering van het investeringsproject (en de gestelde doelen) kansrijk wordt geacht

Zeer kansrijk

Tamelijk kansrijk

Nauwelijks kansrijk

Niet kansrijk

pagina 11/14

Ons kenmerk U21.01307

De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut

> 25 jaar

>10 jaar, =< 25 jr

>5 jaar, =< 10 jr

< 5 jaar

De mate waarin de investering zichzelf terugverdient (rendabel is)

>=80%

< 80%, maar >=50%

<50% maar >=20%

<20%

De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland

>=80%

< 80%, maar >=50%

<50% maar >=20%

<20%

De financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien

Groot

Aanmerkelijk

Gering

Nihil

Financiële weging

Criteria voor de afweging Eerst zijn er drie criteria geformuleerd die bepalend zijn of een verdere beoordeling op inhoud en financiën volgt. Dit betreft het publiek belang, deugdelijke financiële dekking en een voldoende schuldenquote. Verdere uitwerking van een voorstel voor inzet van Enecomiddelen gebeurt alleen indien op deze drie criteria drie keer groen wordt gescoord, of twee keer groen en maximaal één keer oranje. 1) De investering dient het publiek belang van Lansingerland De investering dient het publieke belang van Lansingerland. Zonder impuls vanuit de gemeente komt de investering niet tot stand. In welke mate het publiek belang wordt gediend kan kwantitatief worden bepaald aan de hand van hoeveel inwoners of ondernemers daar baat bij hebben. Maar gaat daarnaast ook over hoe voelbaar, tastbaar en zichtbaar deze investering bijdraagt aan het publieke belang (zoals opgehaald in de rondgang langs de fracties). 2) De structurele lasten volgend uit de investering worden gedekt in de Meerjarenbegroting Afhankelijk van de aard van het investeringsvoorstel zullen er structurele lasten gemoeid zijn met de investering. Uit het voorstel dient te blijken hoe deze structurele lasten gedekt zijn. Voorbeelden hiervan kunnen zijn verzekerings- of onderhoudslasten. Wanneer een investering uiteindelijk vervangen zal moeten worden, zou hier ook melding van gemaakt moeten worden.

3) De afname van liquiditeit of de toename van schuld mag niet leiden tot een schuldquote onvoldoende In het coalitieakkoord is gesteld dat de schuldquote van de gemeente Lansingerland minimaal voldoende moet zijn (dus onder de 130%). Een investering op basis van de Enecogelden mag dus niet leiden tot een hogere schuldquote dan 130%.

pagina 12/14

Ons kenmerk U21.01307

Voorts kan de afweging worden gemaakt vanuit inhoudelijke en financieel perspectief. Inhoudelijke afweging De inhoudelijke afweging kent geen harde uitsluitingscriteria. Echter hoe “groener” het voorstel, hoe kansrijker het voorstel zal zijn om doorgang te vinden. De mate waarin de investering past bij de langjarige toekomstperspectieven. In principe kunnen investeringsvoorstellen los worden ingediend van bijvoorbeeld het coalitieakkoord. Het is echter wel belangrijk dat investeringen bijdragen aan de lange termijn doelen die het college zich stelt. De mate waarin de investering een bijdrage levert aan verschillende opgaves De investering versterkt het imago van Lansingerland en wordt ingezet voor alle beleidsterreinen (sociaal, maatschappelijk), bij voorkeur voor onderwerpen die vragen om een integrale beleidsterrein overstijgende aanpak en resultaat. Het gaat hier om een kwantitatieve – hoeveelheid opgaves – en een kwalitatieve – in welke mate draagt het bij aan de opgaves – benadering. De mate waarin de investering bijdraagt aan lopende opgaves en gemaakte afspraken richting derden, verplichtingen, toezeggingen, etc. Ook de afgelopen jaren is ingezet op de nodige investeringen. Daarin trekken we samen op met inwoners, ondernemers, maatschappelijk partners en andere overheden.

Nieuwe investeringen kunnen lopende projecten versterken en ligt in lijn met reeds gemaakte afspraken met derden. De mate waarin de uitvoering van het investeringsproject (en de gestelde doelen) kansrijk wordt geacht Aan de investering ligt een investeringsplan, inclusief heldere doelstellingen en een reële investeringsplanning en investeringsbegroting ten grondslag. De investering draagt bij aan de geformuleerde doelstellingen. Deze doelstellingen worden inhoudelijk, in planning en in budget haalbaar en realistisch geacht. De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut De duur van de voordelen van de investering heeft een effect op de aantrekkelijkheid van de investering. Hierbij kan ook gekeken worden naar het neveneffect dat de investering teweegbrengt. Financiële afweging Ook de financiële afweging kent geen harde uitsluitingscriteria. Ook hier geldt, hoe groener het voorstel hoe kansrijker. De mate waarin de investering zichzelf terugverdient (rendabel is) De Enecogelden worden zodanig ingezet dat er een opbrengst wordt gerealiseerd die weer kan worden besteed. Enerzijds doordat de investeringslasten worden gecompenseerd door besparingen of inkomsten op de reguliere begroting als gevolg van innovatieve investeringen. Het geld dat wordt bespaard of naar de gemeente terugvloeit kan opnieuw worden ingezet.

Anderzijds door met het geld investerend vermogen van andere partijen aan te trekken. Zodat met het geld extra geld wordt aangetrokken.

pagina 13/14

Ons kenmerk U21.01307

De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland Wanneer een investering met cofinanciering tot stand komt maakt dit dat iedere euro geïnvesteerd door Lansingerland vanuit financieel oogpunt een groter effect geeft. Dit maakt een investering financieel aantrekkelijker voor Lansingerland. De financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien Dit afwegingscriteria is een duidelijke indicator over het financieel risico dat de gemeente loopt wanneer een investering geen doorgang vindt. Echter wanneer de financiële consequenties nihil zijn hoeft dit niet per se als negatief uitgelegd te worden.

pagina 14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1474f5ea-32cd-4774-943c-1f72e3e32469