CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T26.02249] Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2027

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kaderbrief 20278.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2027

Afdeling: Financiën Datum: 26-05-2026 Corsanummer: T26.02249

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Financiële mutaties Kaderbrief 2027 ........................................................................... 3 Financiële uitgangspositie ......................................................................................... 4 Meicirculaire ......................................................................................................... 5 Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten ................................................... 6 4.1 Indexaties ......................................................................................................... 6 4.2 Stelpost Ontwikkeling CAO 2027 ............................................................................... 8 4.3 Samenleving....................................................................................................... 8 4.4 Bijstelling budgetten bestaande taken ..................................................................... 10 4.5 Nieuwe wettelijke taken ...................................................................................... 11 4.6 Dividend nutsbedrijven ........................................................................................ 11 5 Actualisatie OZB, leges en heffingen...........................................................................

12 6 Capaciteit ............................................................................................................ 13 7 Actualisaties projecten en MJOP ............................................................................... 14 8 Overige ontwikkelingen........................................................................................... 16 9 Afhankelijk van kabinetsbesluit................................................................................. 21 10 Incidentele claims.................................................................................................. 23

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

2

1

Financiële mutaties Kaderbrief 2027

In de Kaderbrief 2027 presenteren we het financiële meerjarenbeeld 2027-2030. Hieronder vindt u de samenvattende tabel en verderop in deze bijlage lichten we de financiële mutaties nader toe.

Financieel meerjarenbeeld 2027-2030 Baseline beginsaldi Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging Bijstelling algemene uitkering Totaal bovenstaande posten (A) Autonome ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 in T26.02249) OZB, leges en heffingen Meicirculaire Capaciteit Actualisaties projecten en MJOP Overige ontwikkelingen Totaal bovenstaande posten (B) Totaal (A+B)

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

2027 -4.447 1.853 -2.594 -6.608 809 607 495 1.314 -2.604 -5.987 -8.581

2028

Bedragen x € 1.000 2029 2030

-6.987 2.352 -4.635 -6.461 830 480 33 1.266 -3.000 -6.852 -11.487

-8.656 2.475 -6.181 -6.558 750 199 332 883 -3.053 -7.448 -13.629

-10.459 6.279 -4.180 -7.405 1.019 144 -1.151 -1.208 -3.344 -11.946 -16.126

3

2

Financiële uitgangspositie

Bij het opstellen van de Kaderbrief 2027 zijn we gestart met een financiële uitganspositie. Deze financiële uitganspositie is ontstaan uit de Begroting 2026 met wijzigingen en de bijstelling van de algemene uitkering op basis van de Decembercirculaire 2025 (de laatst gepubliceerde circulaire). De uitgangspositie betreft het structurele saldo dat is geschoond van de incidentele baten en lasten, aangezien de Gemeentewet (en daarmee de PZH als toezichthouder van de gemeente) een structureel sluitende begroting vraagt. Het meerjarenbeeld bij de start van de Kaderbrief 2027 is als volgt:

Financiële uitgangspositie Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging 2025 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. decembercirculaire 2025 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. prijspeil 2027 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. nieuwe maatstaf inwoners Bijstelling algemene uitkering o.b.v. nieuwe maatstaf BUIG Beginstand begrotingssaldo 2026-2029

2027 -4.447 -113 2.931 -984 18 -2.594

2028 -6.987 345 2.904 -942 45 -4.635

Bedragen x € 1.000 2029 2030 -8.656 -10.459 365 2.507 2.938 2.959 -849 842 21 -30 -6.181 -4.180

De jaren 2027-2030 starten we, na de Begroting 2026 tezamen met de structurele effecten van amendementen en de Slotwijziging 2025, met een tekort van € 4,4 mln. in 2027. Dit tekort loopt op tot € 10,5 mln. in 2030. De Algemene Uitkering is bijgesteld o.b.v. de Decembercirculaire 2025 met het prijspeil 2026. De aanpassing naar het prijspeil 2027 levert een plus op van ca € 3 mln. per jaar en dient ter dekking van loon- en prijsstijgingen. Per saldo betekent dit een positieve bijstelling van de algemene uitkering en daarmee een dekking van een deel van het tekort. Echter, daar staan aan de lastenkant ook aanvullende loon- en prijsstijgingen tegenover. Daarnaast is de Algemene Uitkering bijgesteld o.b.v. de meest recente maatstaven. De aangepaste maatstaven leveren, met name door de correctie van de maatstaf Jeugd en een sterke stijging van het totale inwoneraantal in 2030 (zie hiervoor 1.2 in T26.00996), een negatieve bijstelling op van ca. € 0,8-1,0 mln. in 2027-2029 en een positieve bijstelling van ca. € 0,8 mln. in 2030. Deze bijstellingen hebben uiteraard ook een effect op de lasten. Ook op rijksniveau spelen er grote financiële uitdagingen. Het kabinet heeft inmiddels de Voorjaarsnota 2026 gepresenteerd.

Een eerste inschatting van de effecten van de Voorjaarsnota 2026, waarvan we de definitieve uitwerking in de Meicirculaire 2026 verwachten, is terug te vinden in hoofdstuk 3.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

4

3

Meicirculaire

De Algemene Uitkering (AU) in de Begroting 2026–2029 werd gebaseerd op de Meicirculaire 2025, die door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt gepubliceerd. Via de amendementen bij de begrotingsbehandeling is dit bijgesteld met de gepubliceerde Septembercirculaire 2025. De effecten van de Decembercirculaire 2025, waarover u bent geïnformeerd via raadsinformatiebrief U25.06026 zijn verwerkt in de Kaderbrief 2027. Dit beeld is, zoals in Hoofdstuk 2 is benoemd, geactualiseerd naar het nieuwe prijspeil en de huidige inzichten m.b.t. maatstaven. Bij het opstellen van deze Kaderbrief, is de Meicirculaire 2026 echter nog niet gepubliceerd. Dit betekent dat er nog niet bekend is wat de effecten hiervan voor onze gemeente zullen zijn. Het Rijk heeft wel reeds de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerd, waarvoor een eerste inschatting van de effecten is gemaakt in deze Kaderbrief, zoals te zien is in onderstaande tabel.

Meicirculaire 2026 Meicirculaire 2026 1e inschatting Voorjaarsnota 2026 Totaal

2027 PM 607 607

2028 PM 480 480

Bedragen x € 1.000 2029 2030 PM PM 199 144 199 144

De doorrekening van de Meicirculaire 2026, waarin deze effecten definitief worden genomen, wordt verwerkt in een raadsinformatiebrief. Mits de Meicirculaire tijdig wordt gepubliceerd, zullen we die voor de behandeling van de Kaderbrief 2027 aan de Raad verstrekken. Op die manier kunt u zich een completer (en minder onzeker) beeld vormen van de financiële uitgangspositie voor de Begroting 2027-2030.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

5

4

Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten

Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen in 2027 en latere jaren waarvan nagenoeg zeker is dat die op ons afkomen. Wij kunnen als gemeente niet of maar beperkt invloed uitoefenen op deze ontwikkelingen. Het gaat hierbij met name om indexaties, bijstellingen binnen het sociaal domein (o.a. volumegroei) en op reeds vastgesteld beleid.

Autonome ontwikkelingen 4.1.1. Indexaties (excl. zorgkosten GRJR) 4.1.2. GRJR (zorgkosten) 4.2. Stelpost ontwikkeling CAO 2027 4.3. Domein Samenleving 4.3.1. Bijstelling Participatie 4.3.2. Bijstelling Samenleving 4.3.3. Bijstelling Jeugd lokaal 4.3.4. Bijstelling Wmo 4.4. Bijstelling budgetten bestaande taken 4.4.1. Overgang wethouderspensioen naar ABP 4.4.2. Aframen budget geluidsschermen N209 4.5. Nieuwe wettelijke taken 4.6. Bijstelling dividend nutsbedrijven Totaal

4.1

2027 -956 -700 -1.558

2028 -936 -702 -2.079

-1.249 -424 -1.117 -484 -89 0 0 -32 0 -6.608

-896 -406 -1.221 -520 -121 255 198 -32 0 -6.461

Bedragen x € 1.000 2029 2030 -954 -928 -1.002 -1.606 -2.079 -2.079 -558 -249 -1.486 -523 -129 255 198 -32 0 -6.558

1.393 -342 -2.252 -610 -138 255 198 -32 -1.264 -7.405

Indexaties

Daar waar mogelijk bouwen we de budgetten in onze begroting zero-based (vanaf 0) op. Daar waar dit niet mogelijk is, of daar waar er afspraken zijn om met indexaties te werken, indexeren we ieder jaar onze budgetten naar de actuele prijsniveaus. De indexatie heeft zowel betrekking op onze eigen (materiële) budgetten, alsook de bijdragen aan verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Indexatie materiële budgetten (3,40%) Met het oog op verantwoord financieel beleid en systematiek indexeren we jaarlijks de aan inflatie gerelateerde materiële budgetten. Een aanzienlijk deel van onze structurele lasten ligt ook vast in meerjarige contracten waarin meestal ook afspraken zijn gemaakt over het volgen van landelijke indexeringen. Wij achten het daarom van belang om bij het opstellen van de Begroting 2027 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. De indexatie is van toepassing op tal van budgetten in de gemeente zoals uitbesteed werk, onderhoud, uitvoeringsbudgetten, accountantskosten, onderzoek en advies, maar bijvoorbeeld ook gas en elektriciteit en overige budgetten. Er is gerekend met één vast indexpercentage (3,40%). Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen/budgetten. Het percentage is gebaseerd op de loon- en prijsontwikkeling uit de CEP-raming 2026 van het Rijk.

We hanteren net als in voorgaande jaren de gecombineerde LPO-index. Dit betreft een gewogen gemiddelde van de loonvoet sector overheid (60%), de index prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC, 20%) en de index prijs overheidsinvesteringen (IBOI, 20%):

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

6

In het gemeentefonds volgt door middel van het accres, compensatie voor de indexatie van de materiële budgetten. Richting de begroting kan zowel de indexatie als het accres nog behoorlijk wijzigingen als gevolg van de Meicirculaire 2026. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2026 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2027-2030 hierop bijstellen. Indexatie Wmo, Participatie en Jeugd (voor zover lokaal ingekocht) (4,1%-5,13%) Ook de budgetten van het sociaal domein worden jaarlijks geïndexeerd. Het gaat onder andere om Hulp bij het huishouden, Dagbesteding, Mantelzorg, Collectief vervoer (allen Wmo) en Jeugd met een beperking, Basis GGZ en Ernstige enkelvoudige dyslexie (allen Jeugd). Om onze wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is het van belang om deze budgetten jaarlijks te indexeren. Dit is bovendien conform de contractafspraken die wij met onze zorgaanbieders hebben. Indexatie verbonden partijen (3,41% en 3,8%) De budgetten van de verbonden partijen worden geïndexeerd met een vastgesteld indexpercentage voor het komende begrotingsjaar 2027.

Jaarlijks wordt er door de deelnemende gemeenten in de regio Rijnmond via een vaste methodiek een indexatie vastgesteld voor de verbonden partijen waaraan de deelnemende gemeenten zich committeren. Deze systematiek is gebaseerd op de BBP/pBBP-systematiek van het rijk. Dit is voor 2027 3,41%. Hiermee kunnen GR’en de door de deelnemende gemeenten te leveren bijdragen verhogen in verband met loon- en prijsstijgingen waar deze GR’en zich mee geconfronteerd zien. Het gaat om de verbonden partijen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), DCMR en GGD. De GR Recreatieschap Rottemeren conformeert zich ook aan deze indexatie. Voor de MRDH volgen we de Kaderbrief van de regio Haaglanden. Zij hanteren ook de gecombineerde LPO-index met een correctie over de twee voorgaande jaren. Omdat ten tijde van het opstellen de nieuwste CEP-raming nog niet beschikbaar was, is de berekening gebaseerd op de CEP 2025 en MEV 2026. Dit komt voor de Begroting 2027 uit op 3,8%. Indexatie raamcontracten Openbare Ruimte (2,2%) In diverse raamcontracten, zoals op het gebied van Openbare Ruimte, liggen al indexatiecijfers vast. Zo wordt voor Openbare Ruimte gerekend met de indexatiecijfers van het CBS/GWW per 1 januari. Hiervoor is de indexatie over 2027 toegepast. Indexatie subsidies (5,13%) Tot slot indexeren we de subsidies.

Bijdragen aan gesubsidieerde instellingen zijn een aparte categorie en hebben betrekking op de thema’s uit de Samenlevingsvisie: Krachtige en vitale samenleving, Kansrijk opgroeien, Grip op het leven, Vitaal en waardig ouder worden. De geïndexeerde budgetten vallen niet onder de indexatie van de materiële budgetten, verbonden partijen, of Wmo en Jeugd lokaal. Het gehanteerde percentage is 5,13%, conform de OVA/PPCindex (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling/Prijs particuliere consumptie).

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

7

Risico omtrent brandstofprijzen Als gevolg van het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen aanzienlijk gestegen. Dit heeft ook gevolgen voor onze aannemers en leveranciers. Een stijging van de brandstofprijzen wordt in de regel beschouwd als een ondernemingsrisico. Dit betekent dat de ondernemer zelf verantwoordelijk is voor het opvangen van deze kostenstijgingen. Echter, de huidige stijging van brandstofprijzen is dermate groot dat er vanuit de markt signalen worden ontvangen dat er behoefte is aan compensatie. Op dit moment kan er nog geen inschatting gedaan worden in hoeverre dit invloed heeft op Begroting 2027-2030 en dit is daarom een risico.

4.2

Stelpost Ontwikkeling CAO 2027

De huidige Cao loopt af op 31 maart 2027. Het is nog niet duidelijk wat de nieuwe Cao-afspraken zullen zijn. Mochten deze afspraken voorafgaand aan de afronding van de begroting duidelijk zijn, dan zullen deze afspraken verwerkt worden in loonkosten. Echter, zolang er nog geen nieuwe Cao is, hanteren we, zoals in paragraaf 1.3.2. van T26.00996 is aangegeven, vooralsnog voor heel 2027 een Cao-stijging van 4,2%, gebaseerd op de loonvoetindexatie genoemd in de CEP-raming 2026. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2026 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2027-2030 hierop bijstellen.

4.3

Samenleving

In 2023 heeft de gemeenteraad de Samenlevingsvisie vastgesteld. Deze visie is ons kompas en afwegingskader voor beleid en uitvoering van de opgaven in de samenleving. Onze gemeente groeit in de komende jaren verder en ook onze demografische samenstelling verandert. Het aantal 67plussers in onze gemeente groeit sterk en ook het aantal nieuwkomers neemt toe. Deze en andere ontwikkelingen zullen invloed hebben op het aanbod en gebruik van gemeentelijke voorzieningen. 4.3.1

Bijstelling Participatie

Binnen Participatie spelen diverse (externe) ontwikkelingen die invloed hebben op de benodigde budgetten. Het aantal aanvragen voor bijstandsuitkeringen stijgt naar verwachting de komende jaren, met daarbij ook een toename van het aantal inwoners met meervoudige hulpvragen, onder andere als gevolg van de complexiteit van de doelgroep, een stijging van de werkeloosheid en een stijging van het aantal nieuwkomers. Daarnaast stijgt de hoogte van de gemiddelde uitkering. Voor het BUIG-budget (inkomsten) gaan we uit van de raming van LIAS BUIG. De bijstelling van het budget leidt vooralsnog tot een negatief effect. Wanneer de definitieve BUIG 2026 is gepubliceerd, volgt een (definitieve) bijstelling van de BUIG. 4.3.2

Bijstelling Samenleving

De deelnemersbijdrage van de gemeenten voor de GGD is geïndexeerd met het afgesproken indexcijfer van 3,41%. Daarnaast zijn er bijstellingen geweest in de huuropbrengsten van o.a. Casa Cadanza en kinderopvang in PWA de Kwakel en de OZB-lasten van maatschappelijk vastgoed. Uit de recente aanbesteding voor het toezicht op het onderhoud van sportvelden blijkt dat de inschrijvingsprijzen hoger liggen dan eerder geraamd. Daarom wordt voorgesteld het budget structureel te verhogen in lijn met de uitkomsten van de aanbesteding. Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

8

Verder zijn er diverse budgetbijstellingen doorgevoerd op onderwijs. De geraamde verhuizingskosten voor tijdelijke huisvesting vloeien voort uit de uitvoering van de tweede actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Hierbij wordt uitgegaan van verhuizingen van een zestal scholen (grote en kleine locaties). Voor onderwijsleerpakketten (OLP) en eerste inrichting van meubilair wordt op basis van leerlingenprognoses een structurele groei verwacht ten opzichte van de huidige begroting. 4.3.3

Bijstelling Jeugd

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) Voor de specialistische jeugdhulpkosten gaan we uit van onze prognose over de jeugdzorglasten voor 2026 (peildatum maart 2026) en de momenteel bekende indexatie die de VNG voor jeugdhulp hanteert op basis van de OVA en CPI (5,13% voor 2026 en een voorlopige indexatie van 4,24% voor 2027). We nemen in onze prognose - voor zover dit in de trends zichtbaar is – mee dat we werken aan kostenbesparende maatregelen zoals de lokale opgave jeugdhulp, de Regionale Bestuursopdracht Kostenbesparing (RBOK) en de Hervormingsagenda. Zo zagen we in 2025 een afname van de kosten op specialistische ambulante hulp (perceel E, veelal ggz hulp). Hierop hebben we ingezet met de opgave jeugdhulp. Deze dalende trend lijkt door te zetten in 2026 en dus vallen ook voor 2027 de kosten hierop lager uit. Ook de kosten voor dagbehandeling (perceel D) dalen licht doordat de stijging van eind 2024 en begin 2025 is geremd. Tegelijkertijd zien we ook factoren waardoor de kosten stijgen. Een deel van de kostenstijging zit op de indexatie die hoog uitvalt en geldt voor de regionale jeugdhulpkosten, subsidies en uitvoeringskosten. Daarnaast zien we dat de kosten oplopen voor de zorg aan jeugdigen die behandeling met opname krijgen.

Deze kostenstijging komt onder andere doordat een enkele jeugdige zeer intensieve en kostbare 1-op-1 begeleiding krijgt, die we inzetten vanwege zorgen over de veiligheid van de jeugdige zelf en/of de mensen om hen heen. Deze inzet hangt samen met de afbouw van de jeugdhulpplus (voorheen gesloten jeugdhulp) en de uitdagende ontwikkeling van alternatieve voorzieningen. De zorgkosten voor een extra jeugdige die deze 1-op-1 begeleiding met behandeling en verblijf nodig heeft zijn zeer hoog. Dit maakt de kosten voor verblijf zeer gevoelig voor verandering en het begroten grillig. We gaan in onze huidige raming uit van een redelijk stabiel aantal jeugdigen met deze intensieve ondersteuning. Verder blijven de kosten voor de zorg die we landelijk organiseren voor jeugdigen met zeer complexe problematiek (LTA) onzeker. De kosten voor deze zorgvorm zijn hoog en we hebben beperkte invloed op de instroom van jeugdigen op dit type hulp. Veilig Thuis Via de centrumgemeenten ontvangen we DUVO-middelen vanuit het Rijk (decentralisatieuitkering vrouwenopvang) als baten. De lasten voor Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) stijgen sterker dan de compensatie via de DUVO-middelen. We subsidiëren VTRR via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR).

Op basis van de subsidie 2026 aan VTRR en de uitkomsten van het regionale kostprijsonderzoek verwachten we een stijging ten opzichte van de primitieve begroting 2026. Onder andere is dit vanwege een hogere instroom van meldingen en het inzetten op meer structurele capaciteit, om zo aan de wettelijke normen te voldoen. Voor de onderdelen gericht op het versterken van het lokale veld op de aanpak van veiligheid in gezinnen verwachten we geen stijging. Lokale jeugdhulp Binnen het jeugddomein zien we een aanhoudende druk op de uitgaven, met name door een toename van de vraag naar ondersteuning en een stijgende complexiteit van casuïstiek. Tegelijkertijd is sprake van een verschuiving van zwaardere regionale vormen van jeugdhulp naar lichtere lokaal georganiseerde ondersteuning. Binnen de lokale jeugdhulp zien we een toename van het gebruik van begeleiding en ggz-trajecten. Deze ontwikkeling wordt deels verklaard door autonome groei en deels door een verschuiving vanuit regionale voorzieningen. Door scherpere

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

9

sturing op duur en intensiteit van trajecten en aanpassingen in de verordening wordt verwacht dat de kostenontwikkeling vanaf 2027 afvlakt. Het gebruik van dagbesteding blijft onder druk staan door aanhoudende wachtlijsten, waardoor vaker wordt uitgeweken naar maatwerkoplossingen. Hierdoor nemen de kosten voor jeugdhulp zonder verblijf (overig) toe, waarbij sprake is van een grillig en lastig te voorspellen uitgavenpatroon. De lasten voor Persoonsgebonden Budget (PGB) nemen af doordat er vaker wordt ingezet op maatwerkvoorzieningen en er strenger wordt getoetst op PGBvaardigheid. We verwachten dat de uitgaven voor inzet PGB in 2027 stabiliseren. Ook bij de sociaalmedische indicaties is sprake van een stabilisatie na eerdere groei. De inzet van de POH-GGZ Jeugd wordt verder uitgebreid om instroom in de jeugdhulp te beperken, maar wordt geremd door arbeidsmarktkrapte. De kosten voor jeugdvervoer zijn licht gestegen door grotere reisafstanden, maar stabiliseren naar verwachting doordat er in 2027 minder jeugdigen gebruik gaan maken van jeugdvervoer. Binnen de dyslexiezorg is sprake van een autonome groei, die naar verwachting in 2027 stabiliseert. Tot slot staan subsidies aan jeugdorganisaties onder druk door stijgende loonkosten en een toenemende vraag naar ondersteuning, in combinatie met uitdagingen rondom het werven en behouden van vrijwilligers. 4.3.4

Bijstelling Wmo

Begeleiding individueel In 2025 zien we een lichte stijging op het totaal gebruik van Wmo-begeleiding. Deze stijging zien we vooral op begeleiding individueel. In 2025 zijn nieuwe contracten voor begeleiding mantelzorg ingegaan. Het gebruik hiervan stijgt langzaam, maar het is moeilijk om een precieze schatting te geven van in hoeverre het gebruik hiervan gaat toenemen in 2027. Hulp bij het huishouden We zien de afgelopen jaren dat het aantal gebruikers van Huishoudelijke hulp sterk toeneemt. De verwachting is dat deze trend zich de komende jaren voort zal zetten. Door onderhandelingen met de aanbieders van huishoudelijke ondersteuning, waren we genoodzaakt om eind 2025 een nieuw kostprijsonderzoek uit te voeren. Dit resulteerde in een flinke stijging van het uurtarief in 2026. Collectief vervoer We zien de afgelopen 2 jaar een afname in het gebruik van de collectieve vervoersvoorziening. Dit heeft te maken met aanhoudende problemen bij de aanbieder van het collectieve vervoer, waardoor inwoners vaker gebruikmaken van voorliggende of algemene vervoersvoorzieningen. Momenteel loopt de nieuwe aanbesteding voor collectief vervoer, het nieuwe contract gaat in augustus van 2026 in.

4.4

Bijstelling budgetten bestaande taken

In een aantal gevallen is er een bijstelling nodig van het budget voor bestaande taken ten opzichte van het reeds beschikbare budget, of worden recent genomen besluiten in deze Kaderbrief financieel verwerkt. Denk hierbij aan het elimineren van lucht uit de begroting, het bijstellen van de bijdrage voor de VNG, het budget voor verkeersregelinstallaties, en de exploitatiebijdrage voor het zwembad, het bijstellen van het ICT-budget vanwege de complexiteit van het landschap en het verlagen van het budget voor de brandverzekering als gevolg van een gunstige aanbesteding. 4.4.1

Overgang wethouderspensioen naar ABP

Per 1 januari 2028 gaat het ABP het wethouderspensioen verzorgen. Hierdoor stopt de dotatie en wordt de voorziening overgedragen aan het ABP. Voor de voormalig wethouders zal er eenmalig een overdracht plaatsvinden naar het ABP. De structurele consequenties voor de pensioenbijdragen voor toekomstige wethouders is op dit moment nog niet bekend.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

10

4.4.2

Aframen budget geluidsschermen N209

Het structurele budget geluidschermen N209 wordt ingezet ten behoeve van de voorbereidingen voor de realisatie van de geluidschermen bij Bleiswijk. Zodra de ontwerpfase is afgerond wordt het project voor de realisatie overgedragen aan de provincie Zuid-Holland. Vanaf dat moment is er geen structureel budget voor de geluidschermen bij Bleiswijk meer nodig.

4.5

Nieuwe wettelijke taken

Vanuit het Rijk komen er regelmatig nieuwe wettelijke taken of nieuwe wetgeving op ons af, die invloed heeft op ons takenpakket als gemeente. Sinds 1 januari is de Wet Integrale Suïcidepreventie van kracht. Dit stelt de gemeente de verplichting om eind 2026 beleid omtrent suïcidepreventie te hebben opgesteld. Weerbaarheid is een wettelijke taak voor de gemeente en staat volop in de aandacht, onder meer vanuit rijksbeleid. Gemeenten hebben een belangrijke rol in het waarborgen van de continuïteit van de samenleving bij verstoringen van vitale voorzieningen, zoals energie, drinkwater en communicatie. Om in beeld te brengen waar Lansingerland de weerbaarheid kan vergroten en hier – in samenwerking met partners – uitvoering aan te geven, en om daarnaast ook invulling te geven aan de afspraken die landelijk en binnen de Veiligheidsregio zijn gemaakt omtrent o.a. het inrichten van noodsteunpunten, is de komende periode extra focus op weerbaarheid nodig middels een tijdelijke aanpak. Ter dekking wordt een reserve tijdelijke beleidsimpuls voorgesteld. De Provincie in haar rol als toezichthouder heeft de ruimte vergroot om de Algemene Reserve (i.e. incidentele middelen) in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Het surplus van de Algemene Reserve (i.e.

het deel dat niet nodig is als weerstandsvermogen ter dekking van mogelijke risico’s) mag tegen voorwaarden ingezet worden ter dekking van structurele lasten als dit een tijdelijke beleidsimpuls betreft. Alle voorstellen waarin dit toegepast wordt, zullen door de Provincie getoetst worden. Belangrijk is wel om te vermelden dat elke inzet van een reserve een directe financieringsbehoefte met zich meebrengt.

4.6

Dividend nutsbedrijven

Als aandeelhouder in Stedin en de BNG ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. Dit betreft het dividend over zowel de reguliere aandelen als de cumulatief preferentie aandelen. De prognose laat na 2029 weer een daling van het dividend zien. Dat is nu verwerkt in de jaarschijf 2030. Vanwege het hoge investeringsniveau binnen Stedin, met name als gevolg van de energietransitie, zal Stedin in de komende jaren naar verwachting tegen een kapitaalbehoefte aanlopen. Samen met de aandeelhouderscommissie worden alle mitigerende maatregelen bekeken om deze kapitaalbehoefte te beperken. Op dit moment is nog niet duidelijk of en wat de gevolgen hiervan zullen zijn voor de dividenduitkering.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

11

5

Actualisatie OZB, leges en heffingen

In de Kaderbrief 2027 hebben we niet alleen gekeken naar de lasten, maar ook naar de baten. De OZB-opbrengsten vormen daarin een belangrijk onderdeel. Bij de OZB spelen een aantal factoren een rol, namelijk de WOZ-waardes, de areaaluitbreiding, de inflatiecorrectie en een eventuele tariefsaanpassingen. In de Kaderbrief 2027 hebben wij een aanpassing gedaan voor de inflatie conform bestaand beleid. We hebben voor zowel de OZB woningen als de OZB niet-woningen de indexatie van 3,40% uit de CEP-raming 2026 toegepast. Het SVHW levert ons tweemaal per jaar een rapportage aan met een raming van de grondslagen voor onze lokale heffingen. Hierin staan dus de WOZ-waarden en areaaluitbreiding. Deze raming ontvangen wij in juni en september. De OZB-raming in de Kaderbrief 2027 is bijgewerkt met de grondslagen uit de raming van september 2025. Voor de Begroting 2027 dient onze OZB-raming nog te worden herijkt op basis van de SVHW-rapportage van juni 2026. Eventuele overige tariefsaanpassingen op de OZB-tarieven zijn maatregelen en vallen daarom buiten het beleidsarme financiële meerjarenbeeld. Voor de inkomsten aan verblijfsbelasting zien we een negatieve bijstelling in 2027. Dit wordt veroorzaakt door een aantal effecten.

Een klein positief effect betreft de indexatie van de tarieven van 3,40% en een lager aantal arbeidsmigranten dan eerder ingeschat dat ingeschreven staat in de BRP; na inschrijving in de BRP vervalt de verplichting tot het betalen van verblijfsbelasting. Daartegenover staat echter het negatieve effect van minder wooneenheden, omdat er voor de nog te bouwen woonlocatie aan de Hoefweg nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Mocht dit alsnog gebeuren, dan zal deze locatie naar oplevering ook inkomsten genereren. De mutatie op de overige leges en heffingen wordt met name veroorzaakt door een actualisatie van de hondenbelasting.

OZB, leges en heffingen Actualisatie OZB Wonen Actualisatie OZB Niet-wonen Actualisatie verblijfsbelasting Actualisatie overige leges en heffingen Totaal

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

2027 404 614 -181 -27 809

2028 417 623 -183 -27 830

Bedragen x € 1.000 2029 2030 423 598 535 629 -181 -181 -27 -27 750 1.019

12

6

Capaciteit

Ieder jaar actualiseert de gemeente de personeelsbegroting. De actualisatie betreft onder andere het effect van de huidige Cao-verhoging (CAO 2025), de onregelmatigheidstoeslag, de toeslag voor gladheidsbestrijding en administratieve correcties. De Cao-verhoging loopt van 1 apr. 2025 t/m 31 maart 2027. Het opleidingsbudget van de gemeente is gekoppeld aan de personeelsbegroting. De vuistregel daarbij is dat we 2% van de personeelsbegroting reserveren voor opleidingsbudget. Hiervan gaat 0,5% naar het centrale opleidingsbudget; de overige 1,5% gaat naar de afzonderlijke teams. We hanteren het principe: ‘capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak’. De benodigde capaciteit (formatie en inhuur samen) is afhankelijk van de hoeveelheid werk. Door een lichte daling van het geprognosticeerde aantal inwoners per 1-1-2029 van 70.600 (conceptbevolkingsgroei 2025) naar 69.200 neemt de groei af. Door een toenemende groei in het aantal uitkeringen zien wij daarentegen een stijging in programma 4. De stijgende lijn van het aantal Wmo-gebruikers die we in 2025 zagen, blijft gelijk. Ook de areaaluitbreiding van ca. 2,5% is gelijk gebleven aan eerdere jaren. Ondanks de stijging van het aantal teams in 2026 en de implementatie van de Next Step binnen Samenleving, is besloten om daarvoor geen groei toe te kennen aan programma Overhead.

Wel wordt er in 2028 extra budget toegekend aan Overhead door een groei van het aantal medewerkers. De effecten van mogelijke bezuinigingsmaatregelen op de capaciteit zijn hierin nog niet verwerkt. Dit zal bij het opstellen van de begroting verwerkt worden. Keuzes op inhoud vertalen we dan via het capaciteitsmodel door naar effecten op de capaciteit.

Aanvullend op de autonome groei, zijn er werkzaamheden waar capaciteit voor benodigd is. Dit betreft de capaciteit voor toezicht op de Rottemerentunnel. Het toezicht op bouwkundige en tunneltechnische eisen vanuit respectievelijk de Omgevingswet en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) vereist specialistische kennis. De gemeente Rotterdam beschikt via de afdeling Bouw- en Woningtoezicht over deze expertise op het gebied van tunneltoezicht en tunnelveiligheid, die momenteel niet binnen de gemeente Lansingerland aanwezig is. Daarom willen we gebruikmaken van deze expertise en wordt de begroting structureel opgehoogd met €24.000. Volgens de vastgestelde uitgangspunten van de Begroting 2026–2029 belasten we overhead door aan zowel grondexploitaties en anterieure overeenkomsten als aan investeringsprojecten, afval- en rioolheffing en leges. De actualisatie hiervan wordt meegenomen in de Begroting 2027.

Capaciteit a. Actualisatie P-Begroting incl. CAO 2026 en opleidingsbudget b. Capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak c. Capaciteit aanvullend op autonome groei Totaal

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

2027 519 0 -24 495

2028 345 -288 -24 33

Bedragen x € 1.000 2029 2030 345 345 10 -1.473 -24 -24 332 -1.151

13

7

Actualisaties projecten en MJOP

Actualisaties projecten en MJOP a. MIP b. MPG 2025 (uren/overhead/rente) c. AOK's (uren en overhead) d. MJOP Totaal

2027 1.743 21 0 -450 1.314

2028 2.008 -292 0 -450 1.266

Bedragen x € 1.000 2029 2030 1.377 -618 -44 -140 0 0 -450 -450 883 -1.208

a. Meerjaren Investeringsplan (MIP) Elk jaar vindt er een actualisatie plaats van het MIP. Gekeken wordt onder andere welke investeringen kunnen worden afgesloten of doorgeschoven, welke nieuwe, technisch noodzakelijke en vervangingsinvesteringen gepland staan en hoe de afschrijvingen, rentelasten en uren- en overheadraming van de afgesloten investeringen en nieuwe investeringen zich verhouden ten opzichte van de huidige begroting. Dit is een technische exercitie waarvan de financiële effecten in het structurele begrotingssaldo worden meegenomen. Het MIP is grotendeels geactualiseerd. Het definitieve MIP volgt bij de Begroting 2027-2030. Als gevolg van het doorschuiven van investeringen, schuiven de kapitaallasten deels ook door. Voor de begroting is dat op korte termijn gunstig, maar het houdt wel in dat de realisatie van investeringen achterblijft. Daarentegen concluderen we op basis van de realisatie van 2025 dat er meer uren doorbelast worden naar investeringen. Dit ontlast op korte termijn het begrotingssaldo. Voor het gemeentehuis moeten er twee investeringen opgenomen worden in het MIP. Er is sprake van tekortkomingen bij het dak en terras van het bestuursgebouw. De luifel- en plafondconstructie vertonen op een groot aantal plaatsen ontwerp- en uitvoeringsfouten, waardoor de functionaliteit en veiligheid (op termijn) niet gegarandeerd kan worden.

Om het dak weer in optimale en blijvend sterke conditie te krijgen, is een investering van € 3 miljoen benodigd. Ook het natuurstenen terras is niet juist aangebracht waardoor deze op meerdere plekken herstel vraagt. De geschatte kosten van dit herstel zijn begroot op € 600.000. Deze werkzaamheden maken geen onderdeel uit van het MJOP en kunnen geactiveerd worden. In afwijking op de nota Activabeleid wordt voorgesteld de kapitaallasten af te schrijven over de duur van de resterende afschrijvingstermijn gemeentehuis (t/m 2062). b. Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2025 Bij de grondexploitaties worden alle te relateren kosten toegerekend op basis van het meest actuele MPG, in dit geval het concept-MPG 2026. Het gaat daarbij om het toerekenen van uren, overhead en rente. De effecten van het MPG op de Begroting 2027-2030 worden nog geactualiseerd. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen. Om die reden is er in de regel van het MPG een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige, dekking van de projecten is opgenomen. c. Anterieure overeenkomsten (AOK’s) Ook aan de AOK’s worden uren en overhead toegerekend. Momenteel brengen we in beeld wat de effecten van de nieuwe AOK-ramingen zijn op de begroting 2027-2030.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

14

Net als bij de grondexploitatie neemt over de jaren de dekking vanuit de AOK’s af, omdat de huidige AOK’s aflopen en er dus minder kosten kunnen worden doorbelast. Daarom is in de regel van de AOK’s een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige dekking is opgenomen die we wel verwachten. d. Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) Eens in de vijf jaar wordt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd. De meest recente actualisatie is verwerkt in deze Kaderbrief. Met de oplevering van het gemeentehuis in 2012 is ervoor gekozen het gebouw correctief te onderhouden. Elk object heeft op den duur onderhoud nodig. Met ingang van 2027 is de wens het gemeentehuis te onderhouden zoals het overige vastgoed volgens een meerjarenonderhoudsplan. Voor groot onderhoud van het gemeentehuis is in de begroting een bedrag van € 368.000 beschikbaar. Voor ‘vervangingsonderhoud’ binnen het MJOP is een extra meerjarige dotatie van € 450.000 benodigd. De hoogte van dit bedrag wordt voornamelijk veroorzaakt doordat tal van elementen tegen of aan het einde lopen van de technische levensduur en de komende jaren vervangen dienen te worden. Vooral in de eerste jaren dient een inhaalslag gemaakt te worden. Het MJOP kent een doorlooptijd van 40 jaar met een actieve periode van 10 jaar en actualisatie na 5 jaar. Dit is ook het moment voor eventuele bijstelling van de extra dotatie.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

15

8

Overige ontwikkelingen

Overige ontwikkelingen 1. Bijstellen stelpost BTW compensatiefonds 2. Financieringsfunctie 3. Areaaluitbreiding buitenruimte 4. Mutaties GRP (gedekt uit rioolheffing) 5. Mutaties afval (gedekt uit afvalstoffenheffing) 6. Tijdelijke uitbreiding capaciteit MOI 6.1. Tijdelijke uitbreiding capaciteit MOI - dekking reserve tijdelijke beleidsimpuls, via reserve Nieuwkomers 7. Belangrijkste prioriteiten (opgaven) 7.1. Opgave vier grote woningbouwprojecten incl. infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen 7.2. Opgave lokaal team sociaal domein 7.2.1. Doorontwikkeling lokaal team - tijdelijk 7.2.2. Doorontwikkeling lokaal team - dekking reserve tijdelijke beleidsimpuls, via reserve Sociaal Domein 7.2.3. Doorontwikkeling lokaal team - structureel 7.3. Opgave digitalisering (i-Visie) 7.3.1. Stelpost taakstelling inverdieneffecten van de i-Visie 8. Tijdelijke bijdrage netcongestie Casa Cadanza 8.1. Tijdelijke bijdrage netcongestie Casa Cadanza - dekking reserve tijdelijke beleidsimpuls 9. Overige Totaal

Bedragen x € 1.000 2029 2030 -575 -575 -2.193 -2.457 -248 -248 0 0 PM PM 0 0

2027 -575 -1.858 -133 0 PM -100

2028 -575 -2.082 -248 0 PM -100

100

100

0

0

PM

PM

PM

PM

-1.040

-447

0

0

1.040 0 -500 500

389 0 -1.000 1.000

0 0 -1.000 1.000

0 0 -1.000 1.000

-250

-250

0

0

250 -38 -2.604

250 -38 -3.000

0 -38 -3.053

0 -65 -3.344

1. Bijstellen stelpost BTW-compensatiefonds (BCF) Voor het BTW-compensatiefonds (BCF) wordt er jaarlijks een plafond ingesteld. Mochten de declaraties van alle gemeenten samen in enig jaar onder dat plafond blijven, dan wordt het restantbedrag via de Algemene Uitkering uitgekeerd aan de gemeenten. Komen de declaraties boven het plafond uit, dan volgt er een onttrekking uit de Algemene Uitkering (een ‘korting’). Om de stelpost voor het BCF te bepalen, mag de gemeente van de toezichthouder uitgaan van het laatst definitief vastgestelde jaar. In de Voorjaarsnota 2026 staat een negatieve afrekening van het BCF over 2025. De stelpost wordt daarop aangepast. Bij de Begroting 2024 is, gezien de financiële opgave waar we voor staan, de dekking van het BCF verhoogd van 50% naar 100%. Gezien het feit dat het BCF kan fluctueren, betekent dit een risico, omdat er dan geen buffer is waarmee tegenvallers in de afrekening van het BCF worden opgevangen. Mocht dit leiden tot een tegenvaller bij de jaarrekening in enig begrotingsjaar dan komt dit nadeel (incidenteel) ten laste van het rekeningresultaat (en daarmee de Algemene Reserve). 2. Stelpost Financieringsfunctie Begin 2023 is een grote lening afgelost. Daardoor is het saldo aan liquide middelen (incl. uitzettingen in de schatkist van het Rijk) sterk gedaald. In 2026 is er een langlopende lening aangetrokken van € 45 mln.

voor 10 jaar vast. Gezien de huidige investeringsplannen en een huidig rentepercentage van ca. 3,5% (zie uitgangspunt 1.5 in T26.00996) is er een aanvullende stelpost nodig. De toename in verwachte rentelasten wordt veroorzaakt door enerzijds het hogere rentetarief en anderzijds door een toenemende financieringsbehoefte. Dit komt mede door uitgestelde kasstromen t.a.v. grondexploitaties en onttrekkingen aan reserves om o.a. toenemende structurele kapitaallasten te dekken (bijvoorbeeld voor Casa Cadanza en Onderwijshuisvesting) en Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

16

om incidenteel de begroting sluitend te maken (door de inzet van reserve voor dekken van begrotingstekort vergroten we het financieringstekort en daarmee de structurele rentelasten). De liquiditeitsbehoefte, en daarmee het aantrekken van leningen en bijkomende rentelasten, is in grote mate afhankelijk van de timing van inkomsten uit grondexploitaties en de realisatie van het MIP. De mate van afhankelijkheid van hogere lasten en/of tegenvallende/vertraagde inkomsten vormen een risico in de begroting van de rentelasten. Daarnaast betekent elke onttrekking aan een reserve een directe financieringsbehoefte. De voorlopige aanname is dat ca. 25% van de rentelasten gedekt wordt uit de projecten en dat we daarnaast ook schatkistrente ontvangen. 3. Areaaluitbreiding buitenruimte De areaaluitbreiding van de buitenruimte bekostigen we vanuit een stelpost. De kosten van areaaluitbreiding hebben o.a. betrekking op groenpercelen, verlichting, wegen, straatreiniging, kunstwerken en oppervlaktewater. De reeds opgenomen stelpost wordt bij de Begroting 2027 bijgesteld. 4. Mutaties GRP (gesaldeerd met dekking uit de rioolheffing) Voor de digitale weerbaarheid van de software voor gemalen is het van belang dat we aan de nieuwste beveiligingseisen voldoen vanuit de NIS2-richtlijn. Hiervoor moeten we nieuwe software aanschaffen en onderhouden.

De aanvullende lasten zullen gedekt worden uit de rioolheffing. 5. Mutaties afval (gesaldeerd met dekking uit de afvalstoffenheffing) Het grondstoffen inzamelstation (GIS) is geopend. Op basis van het huidige aanbod is extra capaciteit nodig. Dit monitoren we t/m juni 2026 en houden dan een evaluatie, zodat we een beter beeld hebben voor lange termijn. Een uitbreiding wordt gedekt binnen het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing. 6. Tijdelijke uitbreiding capaciteit team Maatschappelijke Ondersteuning en Inburgering (MOI) Als gevolg van de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders met betrekking tot het jaar 2025 (inhoudende 57 statushouders) en het jaar 2026 (inhoudende 103 statushouders), is er noodzaak om extra capaciteit in te zetten op team MOI Inburgering. De consulenten Inburgering voeren duaal de wet Inburgering 2021 en de wet Participatie uit. Om kwalitatief en juridisch goed uitvoering te kunnen geven aan deze wettelijke verplichting is inzet van extra fte benodigd voor de jaren 2026-2028. Voor deze tijdelijke intensivering voor 2027 en 2028 om de wachtlijsten weg te werken, stellen we een reserve tijdelijke beleidsimpuls in (zie toelichting in Hoofdstuk 4.5). Deze reserve wordt gevoed vanuit de reserve Nieuwkomers. 6.1.

Tijdelijke uitbreiding capaciteit team Maatschappelijke Ondersteuning en Inburgering (MOI) (dekking) Zie toelichting onder 6. 7. Drie belangrijkste prioriteiten (opgaven) Gezien de ontwikkelingen in de samenleving en eerder genomen besluiten is sprake van drie belangrijke prioriteiten. De drie prioriteiten, waarvoor er in beeld wordt gebracht welke benodigde budgetten hiermee gepaard gaan, zijn: 7.1. Vier grote woningbouwlocaties incl. infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen Met de beoogde bouw van 11.000 woningen bouwen we bijna 50% boven op de bestaande woningvoorraad en staan we voor een van de grootste woningbouwopgaven van Nederland. Om de

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

17

woningnood te verlichten voor onze inwoners, de subsidie voor de aanpak van o.a. de N209 te benutten en gemaakte afspraken na te komen is er de aankomende vier jaar werk aan de winkel. Aan het eind van de aankomende raadsperiode in 2030 moet het omgevingsplan van de woningbouwlocaties Bleizo, Merenweg, Wolfend en Driehoek Noordpolder zijn vastgesteld en moet bij de meeste projecten de eerste paal geslagen zijn. Om dit voor elkaar te krijgen moet de planvorming van deze locaties versneld worden met oog voor kwaliteit en leefbaarheid, moet het infrastructurele maatregelenpakket voor o.a. de N209 worden uitgevoerd, en zorgen we voor voldoende maatschappelijke voorzieningen. Deze opdracht kunnen we alleen waarmaken als we hier de hoogste prioriteit aan geven. Het vraagt om focus en een nieuw samenspel tussen politiek, college en ambtelijke organisatie. De opgave rondom woningbouw is een opgave van aanzienlijke omvang en complexiteit, zeker als deze bezien wordt inclusief de daaraan gerelateerde opgaven m.b.t. infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen. Daarom is het proces nog gaande om in beeld te brengen wat dit precies betekent voor de gemeente, zowel qua financiën als qua capaciteit, zowel incidenteel als structureel. 7.2.

Toekomstbestendige toegang tot hulp en ondersteuning in het sociaal domein door de doorontwikkeling van het lokale team Met de doorontwikkeling van ons lokaal team realiseren we dat inwoners integraal en dichtbij geholpen worden en dat de inrichting van het lokale team aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen. Het realiseren van de doorontwikkeling van het lokale team vraagt om een stevig bestuurlijk opdrachtgeverschap. Het vraagt om het neerzetten van een nieuwe interne samenwerkingsstructuur over inhoudelijke kaders heen én het vraagt om het doorontwikkelen van de samenwerking met externe partners, zoals huisartsen. We koersen op toegankelijke hulp en ondersteuning in het sociaal domein én meer regie door de gemeente op welke hulp en ondersteuning wordt ingezet. Daarmee geven we uitvoering aan onze wettelijke taken, bieden we passende hulp en ondersteuning aan inwoners en verstevigen we onze grip op de kosten. 7.2.1. Doorontwikkeling lokaal team (tijdelijk) Sinds 2025 wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van het lokaal team. Eind 2025 zijn de uitgangspunten vastgesteld. Doel van het lokaal team is om te zorgen voor laagdrempelige toegang tot hulp en ondersteuning vanuit gemeentelijke casusregie.

Ook bereiden we ons voor op de regierol op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling die vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming verschuift naar de gemeente. Om deze transitie toekomstbestendig te realiseren op strategisch, tactisch en operationeel niveau inclusief de digitalisering en de verheldering van de rol van toegangspartners is tijdelijk budget noodzakelijk in de jaren 2027, 2028 met uitloop in 2029. 7.2.2. Doorontwikkeling lokaal team (tijdelijk - dekking) Voor deze tijdelijke intensivering stellen we een reserve tijdelijke beleidsimpuls in (zie toelichting in Hoofdstuk 4.5). Deze reserve wordt gevoed vanuit de reserve Sociaal Domein. 7.2.3. Doorontwikkeling lokaal team (structureel) Onder 7.2.1 en 7.2.2. is in beeld gebracht wat er voor de opgave Lokaal Team benodigd is aan tijdelijke intensivering. Daarnaast wordt onderzocht wat de meerjarige financiële effecten van deze opgave zijn. 7.3. Opgave digitalisering (i-Visie) Inwoners en partners van Lansingerland verwachten ook digitaal betere en efficiëntere dienstverlening, snel en simpele verwerking van informatie en wanneer nodig meer menselijk contact. Door in te zetten op digitalisering kunnen we echt stappen zetten om de dienstverlening Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

18

richting en met inwoners en partners te verbeteren. Alle opgaven vanuit de Omgevingsvisie 2.0 en de Samenlevingsvisie kunnen een versnelling krijgen door het anders te organiseren, doen en denken. Door het toepassen van nieuwe technologie kan de krapte en schaarste opgevangen worden zodat we hetzelfde of meer kunnen doen. Technologische vernieuwing zorgt dat publieke dienstverlening slimmer, sneller en toegankelijker kan, en gelijktijdig veiliger, inclusiever en persoonlijker. De organisatie kan door digitalisering van taken en processen op termijn efficiënter en sneller werken. De huidige en toekomstige digitale ontwikkelingen hebben grote impact. Standaardwerk wordt steeds meer gedigitaliseerd. We staan daarbij aan het begin van een ontwikkeling waarin we stap voor stap anders gaan werken: slimmer, eenvoudiger en met meer ondersteuning vanuit technologie. Dit vraagt ontwikkeling van personeel en wellicht ook om ander soort functies. Daarmee vraagt dit ook om een investering op het brede gebied van digitalisering om klaar te zijn om de ambities te realiseren, passend bij de huidige ontwikkelingen in de wereld en passend bij die gemeente die we in de toekomst willen zijn. Het realiseren van de i-visie brengt kosten met zich mee. Welke en wanneer zal duidelijk worden bij de verdere concretisering van deze i-visie in project- en inrichtingsplannen.

Investeringen zijn voorzien in kritieke capaciteit voor informatievoorziening en in implementatiekosten en structurele lasten behorende bij applicaties en techniek. Dit zijn kosten die voor de baten uitgaan. Betere informatievoorziening leidt tot verbeteringen én besparingen, mits er sturing plaatsvindt op de realisatie ervan. Wanneer informatievoorziening toekomstige waarde creëert, maken we dat graag aan de voorkant inzichtelijk en verzilveren dat aan de achterkant. Deze bedrijfsmatige manier van denken (‘business cases’) zal gemeengoed moeten worden. We beoordelen daarin alle initiatieven op hun bijdrage én op hun kosten. Uit vergelijkend onderzoek (ICT benchmark M&I) komt naar voren dat gemeente Lansingerland lagere kosten heeft voor informatievoorziening dan gemiddeld (circa € 1 miljoen structureel op basis van de cijfers 2024). Dat impliceert dat we kansen laten liggen en onze bestaande informatievoorziening niet op passend niveau is. Gelijktijdig willen we een ongebreidelde groei voorkomen, door kritisch te kijken naar onze bestaande informatievoorziening. De rationalisatie van de huidige informatievoorziening draagt bij aan het wendbaarder worden, aan het besparen van kosten én schept ruimte voor vernieuwing. Voor de financiën betekent dit: 1.

In de kaderbrief 2027 nemen we een stelpost ‘intensiveringen i-visie’ op van € 0,5 miljoen voor 2027 oplopend naar structureel € 1,0 miljoen voor 2028 en verder en hier een stelpost ‘inverdieneffecten i-Visie’ op te nemen voor hetzelfde bedrag. Hiermee komt Gemeente Lansingerland op ‘benchmark’ niveau en blijven we binnen het raamwerk van de huidige begroting. 2. Door middel van business cases worden alle initiatieven beoordeeld op kosten en baten, en er vindt sturing plaats op het inboeken van deze baten. 3. Er vindt rationalisatie plaats van de huidige informatievoorziening, gericht op het creëren van financiële ruimte (‘nieuw voor oud’). Middels de business cases wordt o.a. gewerkt aan een plan hoe de stelpost ‘inverdieneffecten iVisie’ gerealiseerd zal worden. Omdat de verwachting is dat de verbeteringen uit de i-Visie (een deel van) de toename in complexiteit van taken kan beperken, heeft dit invloed op de indicator ‘complexiteit’ uit het capaciteitsmodel. Daarom is besloten om in het capaciteitsmodel vooralsnog geen rekening meer te houden met toename van complexiteit. Hiermee is een significant deel van de stelpost ‘inverdieneffecten i-Visie’ reeds ingevuld. Wij benadrukken daarbij dat deze twee begrotingseffecten met elkaar samenhangen.

Zouden we niet intensiveren op de ‘i’ kant van onze organisatie, processen en systemen dan blijven we geconfronteerd worden met toenemende complexiteit en horen we daar ook rekening mee te houden in de begroting. 7.3.1. Dekking prioriteit 3: Stelpost taakstelling inverdieneffecten van de i-Visie Zie toelichting bij 7.3. 8. Tijdelijke bijdrage netcongestie Casa Cadanza Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

19

Casa Cadanza wordt geconfronteerd met de gevolgen van netcongestie. Naar verwachting zal er pas eind 2028 ruimte op het net zijn voor een stroomaansluiting. Hierdoor is er tot die tijd noodzaak om een alternatieve stroomvoorziening te realiseren. Het voorstel is dat Stichting Casa Cadanza deze stroomvoorziening huurt in de vorm van een batterijcontainer in combinatie met een biodieselaggregaat. Stichting Casa Cadanza kan deze extra energielasten niet dragen. De gemeente zal daarom een aanvullende energiesubsidie verstrekken aan de Stichting van € 250.000 per jaar. Voor deze tijdelijke intensivering in 2027 en 2028 stellen we een reserve tijdelijke beleidsimpuls in (zie toelichting in Hoofdstuk 4.5). 8.1. Tijdelijke bijdrage netcongestie Casa Cadanza (dekking) Zie toelichting onder 8. 9. Overige Naast de reeds genoemde ontwikkelingen, spelen er ook nog andere zaken. Zo geven we uitvoering aan de motie M2026-001 om lid te worden van het gemeentelijk netwerk middelgrote gemeenten (M50), zijn we door strengere milieueisen genoodzaakt om meer onderzoek te doen naar de waterbodemkwaliteit (gedeeltelijk gedekt uit rioolheffing) en ramen we budget voor de formatie van een nieuw college in 2030. Daarnaast zullen we nieuwe software moeten aanschaffen met bijbehorende licentiekosten voor het vergunningsproces van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving.

Het huidige systeem voldoet niet meer. De fysieke beveiliging van het gemeentehuis is onder de aandacht. Momenteel wordt een plan opgesteld om de beveiliging op orde te maken. De benodigde financiële middelen worden op dit moment inzichtelijk gemaakt en na akkoord van het presidium op het plan en de kosten verwerkt in de Begroting 2027.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

20

9

Afhankelijk van kabinetsbesluit

Afhankelijk van kabinetsbesluit a. Ingroeipad suppletie herijking gemeentefonds na 2027 b. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: maatstaf ‘Nietwesterse migranten’ c. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: maatstaf ‘Huishoudens laag inkomen met drempel’ d. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: verdeling cluster Wmo e. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: verdeling cluster Jeugd f. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: verevening g. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds: verevening OZB h. Mogelijke baten 2028 en verder Jeugdzorg Totaal

2027

Bedragen x € 1.000 2029 2030 PM PM

PM

2028 PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM PM PM 0 0

PM PM PM 0 0

PM PM PM PM 0

PM PM PM PM 0

Het opstellen van de Kaderbrief 2027 gebeurt in een periode met veel onzekerheden. Deze onzekerheden komen bijvoorbeeld uit de markt, maar voor een groot deel ook vanuit het Rijk. Er zijn verschillende ontwikkelingen die spelen, maar waarover het Rijk nog geen (definitief) besluit heeft genomen. De effecten van deze posten zijn vanwege het ontbreken van een definitief besluit nog niet meegenomen in het saldo van de baseline. a. Ingroeipad suppletie herijking Gemeentefonds na 2027 Bij de herijking van het gemeentefonds is er een nieuwe herverdeling gekomen. Gemeente Lansingerland is een nadeelgemeente. Het Rijk heeft een ingroeipad ingesteld waarbij de gemeenten een aantal jaar een suppletie ontvangen tot ze het volledige nadeel hebben gerealiseerd. Het huidige ingroeipad loopt tot en met 2026. Er is aangekondigd dat er vanaf 2027 een volgende stap gezet wordt, maar hoe groot dit aanvullende nadeel voor de gemeente zal zijn, is nog niet bekend gemaakt. Naar verwachting zal de stap maximaal € 15 per inwoner betreffen (ca. € 1 mln. bij ca. 67.000 inwoners). Het maximale risico is ca. € 2,9 mln. per jaar. De Raad van Openbaar Bestuur (ROB) heeft onlangs echter geadviseerd om vooralsnog geen verdere stappen in het ingroeipad te zetten, omdat er nog vervolgonderzoeken nodig zijn naar de herijking. b.

Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: maatstaf ‘Niet-westerse migranten’ Naar aanleiding van de herijking zijn er ook een aantal onderzoeken ingesteld die betrekking hebben op de herverdeling van het Gemeentefonds. Inmiddels zijn de eerste uitkomsten van deze onderzoeken met daarbij voorstellen gepubliceerd. De ROB heeft hier een advies op gegeven. Volgens de ROB zijn de voorstellen nog niet acceptabel. De voorstellen voor de verdeling houden nog te weinig rekening met kostenverschillen tussen gemeenten. In het najaar komt de ROB met een nader advies over de wijze waarop een verbetering van de verdeling bereikt kan worden. Er zijn slechts twee voorstellen waar de ROB positief op adviseert, namelijk de voorstellen voor de OZBtarieven en voor de wijze van berekenen van de huishoudens met een laag inkomen (zie toelichting bij 11.c. en 11.g.). Naar verwachting zullen die voorstellen verwerkt worden in de Meicirculaire 2026. Het effect daarvan op onze gemeente is echter nog onbekend. c. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: maatstaf ‘Huishoudens laag inkomen met drempel’ Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

21

Zie toelichting bij 11.b. De meeste voorstellen m.b.t. de maatstaf ‘huishoudens laag inkomen met drempel’ worden niet als positief beoordeeld door de ROB. Alleen het voorstel om de maatstaf niet te berekenen in honderdtallen, zoals dat hiervoor gebeurde, maar in procenten, ontvangt een positief advies. Het effect hiervan voor onze begroting is nog niet bekend. Wel is het zo dat met deze verdeelmaatstaf een aanzienlijk deel van de Algemene Uitkering wordt verdeeld, waardoor het effect significant kan zijn. d. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: verdeling cluster Wmo Zie toelichting bij 11.b. e. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: verdeling cluster Jeugd Zie toelichting bij 11.b. f. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: verevening OEM Zie toelichting bij 11.b. g. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds: verevening OZB Zie toelichting bij 11.b. De ROB adviseert positief over het voorstel om voor de rekentarieven van de OZB uit te gaan van de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven. De ROB heeft aan dat dit beter aansluit bij de wettelijke doelstelling van de verdeling en dat het herverdelingseffect beperkt is. h. Mogelijke baten 2028 en verder Jeugdzorg Er zijn een aantal extra maatregelen aangekondigd om de kosten van jeugdzorg verder te beheersen.

Het gaat om de maatregelen ‘eigen bijdrage Jeugdzorg’, ‘Sturen of trajectduur jeugdzorg’, ‘Indexeren opbrengst hervormingsagenda’. Hiervoor is het gemeentefonds naar beneden bijgesteld vanaf 2027. Er is nog niet duidelijk of gemeenten tegenover deze bijstelling ook extra baten of lagere lasten kunnen verwachten. De Provincie staat niet toe dat gemeenten hierop vooruit lopen.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2027 (T26.02249)

22

10 Incidentele claims Naast de structurele posten in de Kaderbrief zijn er ook incidentele claims. In onderstaand overzicht staan de incidentele claims met eventuele dekking.

Incidentele claims Implementatie nieuwe software gemalen Implementatie nieuwe software gemalen (dekking uit rioolheffing) Aanschaf nieuw zaaksysteem voor leges Dotatie verliesvoorziening MJOP Onderzoekskosten IHP Totaal incidentele claims

2027 -60 60 -150 -169 -25 -344

2028 -60 60 0 -179 0 -179

Bedragen x € 1.000 2029 2030 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

a. Implementatie nieuwe software gemalen Voor de digitale weerbaarheid van onze software is het van belang dat we aan de nieuwste beveiligingseisen voldoen vanuit de NIS2-richtlijn. Hiervoor moeten we nieuwe software aanschaffen. Dit betreft de aanschaf- en implementatielasten. Deze worden gedekt uit de rioolheffing. b. Implementatie nieuwe software gemalen (dekking uit rioolheffing) Zie toelichting 10.a hierboven. c. Aanschaf nieuw zaaksysteem voor leges Het huidige Zaaksysteem is niet houdbaar voor VTH-proces vergunningen. Daarom moet er nieuwe software aangeschaft en geïmplementeerd worden. d. Dotatie verliesvoorziening MPG Uit de actualisatie van het MPG blijkt dat een oprenting van de verliesvoorzieningen voor Berkel Centrum, Westpolder Bolwerk, Leeuwenhoekweg en Landscheidingspark Horeca noodzakelijk is. e. Onderzoekskosten IHP Vanwege de complexiteit en risico’s binnen de onderwijshuisvestingsopgave is aanvullende inzet van externe (juridische en overige) adviesexpertise noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5e144fa6-08a3-4949-b2ea-dbf23bf702c9