CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T26.01614] Nota Zienswijzen voor wijziging omgevingsplan Molenweg 59

Commissie Ruimte 19 mei 2026, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijziging “Molenweg 59” te Berkel en Rodenrijs938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen wijziging omgevingsplan TAM-omgevingsplan “Molenweg 59”

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.TAMMolenweg59-VAST Februari 2026 T26.01614

1

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Zienswijzen 1.1 Inleiding 1.2 Procedure 1.3 Zienswijzen en gemeentelijke reactie en conclusie per zienswijze 1.4 Eindconclusie zienswijzen

Blz.

3 3 3 3 5

2

1.

ZIENSWIJZEN

1.1 Inleiding Overeenkomstig het bepaalde in de Omgevingswet is op de voorbereiding van een TAM-omgevingsplan de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De nota zienswijzen bevat een overzicht van de gevolgde procedure (§ 1.2), een zakelijke samenvatting van de zienswijze en een gemeentelijke reactie op deze zienswijze, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het omgevingsplan wordt overgegaan (§ 1.3) en een eindconclusie (§ 1.4). 1.2 Procedure In het gemeenteblad van 24 december 2025 is bekend gemaakt dat met ingang van 25 december 2025 t/m 4 februari 2026 de ontwerpwijziging van het omgevingsplan TAM-omgevingsplan “Molenweg 59” zes weken ter inzage lag. De stukken waren in te zien via: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/zoeken/document. Gedurende deze termijn werden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld zienswijzen op de genoemde ontwerpomgevingsplanwijziging in te dienen. 1.3

Zienswijzen en gemeentelijke reactie en conclusie

De volgende zienswijzen zijn ontvangen: De ontvangen zienswijzen zijn hieronder ambtshalve samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie en een conclusie. 1. Reclamant 1, Hoogheemraadschap van Delfland Brief d.d.4 februari 2026, kenmerk T26.01677 Grondwater en drooglegging Reclamant stelt dat de drooglegging onjuist is bepaald. Volgens reclamant dient de drooglegging te worden vastgesteld op basis van het verschil tussen het geldende waterpeil (NAP -5,12 m) en het gemiddelde maaiveld, en niet op basis van peilbuismetingen. Daarbij wordt gesteld dat de drooglegging minder dan 1,0 m bedraagt en wordt verzocht het plangebied waar nodig op te hogen. Reactie In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat inzicht in de grondwaterstand wordt verkregen door middel van peilbuismetingen. Dit is gedaan om een goed beeld te krijgen van de feitelijke grondwaterstanden ter plaatse en de fluctuerende omstandigheden gedurende het jaar.

3

De drooglegging wordt inderdaad bepaald door het verschil tussen het geldende waterpeil en het maaiveldniveau. Naar aanleiding van de zienswijze zal de berekening van de drooglegging nader worden verduidelijkt in de ruimtelijke onderbouwing. Indien uit deze nadere beoordeling blijkt dat de drooglegging onvoldoende is, zal bij de verdere planuitwerking worden bezien of en in welke mate ophoging van het plangebied noodzakelijk en uitvoerbaar is. Hiermee wordt geborgd dat wordt voldaan aan de geldende waterhuishoudkundige uitgangspunten. Watersleutel Reclamant geeft aan dat uit de stukken onvoldoende duidelijk blijkt welke oppervlakken als verhard en onverhard zijn meegenomen in de watersleutel. Tevens is onduidelijk hoe de parkeerplaatsen worden uitgevoerd en of deze als volledig verhard moeten worden beschouwd, met name indien infiltratiekratten onder de parkeerplaatsen worden toegepast. Reactie De watersleutel is gebaseerd op de toename van verhard oppervlak als gevolg van het plan. Naar aanleiding van de zienswijze zal in de ruimtelijke onderbouwing een nadere specificatie worden opgenomen in de vorm van een overzicht (tekening en/of tabel), waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke oppervlakken als verhard en onverhard zijn meegenomen in de berekening.

Ten aanzien van de parkeerplaatsen geldt dat bij de verdere technische uitwerking wordt bepaald op welke wijze deze worden uitgevoerd. Indien infiltratiekratten onder de parkeerplaatsen worden toegepast, zal conform de geldende richtlijnen het oppervlak van de parkeerplaatsen als volledig verhard worden meegenomen in de waterberekening. Hiermee wordt aangesloten bij de Richtlijn Compensatie Verharding en wordt een juiste bepaling van de wateropgave geborgd. Watercompensatie en klimaatadaptatie Reclamant wijst erop dat de watercompensatie-eis vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen leidend is en resulteert in een wateropgave van 11,9 m³. Er wordt betwijfeld of infiltratiekratten, gezien de hoge grondwaterstand en mogelijk slecht doorlatende bodem, effectief zijn. Daarnaast wordt verzocht rekening te houden met ledigingstijd, aan- en afvoer en onderhoud. Tevens wordt verzocht om in de ruimtelijke onderbouwing reeds een concreet alternatief te benoemen indien infiltratie niet haalbaar blijkt. Reactie De wateropgave van 11,9 m³ is gebaseerd op de uitgangspunten van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en vormt het uitgangspunt voor de planuitwerking. In de huidige ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat infiltratiekratten als mogelijke maatregel worden toegepast.

Bij de verdere technische uitwerking zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met de lokale bodemopbouw, de gemiddelde hoogste grondwaterstand, de ledigingstijd en de onderhoudsaspecten van de voorziening. Indien uit nader onderzoek blijkt dat infiltratiekratten onvoldoende effectief zijn

4

vanwege een hoge grondwaterstand of beperkte doorlatendheid van de bodem, zal worden gekozen voor een alternatieve bovengrondse of gecombineerde bergingsvoorziening, zoals een wadi of open watercompensatie binnen het plangebied. Naar aanleiding van de zienswijze zal in de ruimtelijke onderbouwing explicieter worden beschreven welke alternatieve maatregelen mogelijk zijn, zodat vooraf duidelijk is op welke wijze aan de wateropgave kan worden voldaan indien infiltratie niet toereikend blijkt. Conclusie Uit bovenstaande beantwoording blijkt dat de zienswijze aanleiding geeft tot verduidelijking en nadere uitwerking van de waterhuishoudkundige onderbouwing. De uitgangspunten van het plan blijven echter ongewijzigd en er kan binnen het bestaande kader worden voorzien in een adequate oplossing voor grondwater, verharding en watercompensatie. 1.4 Eindconclusie zienswijzen De zienswijze geeft aanleiding tot nadere verduidelijking en aanvulling van de ruimtelijke onderbouwing (en bijlage 3), met name ten aanzien van:  de nadere toelichting op de berekening van de drooglegging;  een verduidelijking van de gehanteerde uitgangspunten in de watersleutel, inclusief een overzicht van verhard en onverhard oppervlak;  een explicitering van de mogelijke alternatieve maatregelen voor watercompensatie.

De zienswijze geeft aanleiding tot het aanvullen van de regels:  In artikel 6.3.3.3 wordt een voorwaardelijke verplichting voor de vereiste waterberging opgenomen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8d45d56f-d162-487f-87ae-47bdf327f316