CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.08068] Gespreksnotitie publiekrechtelijke mogelijkheden lokale voorrang voor Lansingerland in nieuwbouwontwikkelingen

Beeldvorming 13 mei 2026, gemeente LansingerlandBij agendapunt: 20:00-21:45 uur-Voorrang voor woningzoekende met lokale binding-CIE Ruimte3.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Gemeente Lansingerland

Onderwerp

Memo publiekrechtelijke mogelijkheden lokale voorrang voor Lansingerland in nieuwbouwontwikkeling

Inleiding: opdracht motie De gemeenteraad heeft op 27 november 2025 raadsbreed de motie “Lokale voorrang Lansingerlanders nieuwbouwontwikkelingen” aangenomen (M2025-019). Deze verzoekt het college te onderzoeken welke publieksrechtelijke mogelijkheden er zijn om inwoners met een sociale en/of economische en/of maatschappelijke binding met Lansingerland, als eerste in aanmerking te laten voor de huur en/of koop van een betaalbare woning. Met deze memo informeert het college de gemeenteraad hoe zij een voorstel kunnen doen om een bepaling op te nemen in de huisvestingsverordening om deze voorrang te regelen. Opbouw gespreksnotitie Deze memo bevat 3 onderwerpen: 1. Het maatschappelijk effect 2. Het juridisch kader voor de voorrangsregelingen, inclusief voor- en nadelen 3. Overzicht mogelijkheden financiering publiekrechtelijk stelsel

Bladzijde 1 2 5

1. Maatschappelijk effect Door de voorrangsregeling voor mensen met een sociale /maatschappelijke of economische binding aan Lansingerland kan er ruimte komen voor o.a. jongeren en starters, of ouderen en doorstromers, om in Lansingerland betaalbare woonruimte te vinden. Dat voorkomt dat mensen met een binding aan onze gemeente worden verdrongen door mensen van buiten de gemeente en / of woonregio met meer draagkracht. Door het wettelijk maximum van het reguleren van 50% van de woningen en beperking tot de categorieën middeldure huur en betaalbare koop blijft er genoeg vrije ruimte over voor vrije vestiging van mensen van buitenaf, zoals de Huisvestingswet 2014 voorschrijft. Het woningbouwprogramma van Lansingerland is ambitieus met circa 10.500 woningen. We bouwen meer dan nodig is op basis van de behoefte van de huidige inwoners en verwachte natuurlijke groei door o.a. gezinsuitbreiding. Daarom is er ook ruimte voor instroom van uit andere gemeenten. Van de 10.500 woningen in het totaal komen er circa 2.100 betaalbare huur en koopwoningen in de grote woningbouwontwikkelingen Wolfend, Merenweg en Bleizo. Hiervan mag de helft worden gereguleerd en kan er dus voor circa 1.050 woningen voorrang worden verleend. De definitieve aantallen woningen moeten nog door de gemeenteraad worden vastgesteld in de omgevingsplannen van deze projecten.

1/8

2. Juridisch kader voorrangsregeling Deze onderstaande uitleg is opgesteld op basis van extern juridisch advies voor de specifieke situatie in Lansingerland. Dit advies is in lijn met de VNG handreiking “Toelichting wijzigingen Huisvestingswet 2014” (bijlage 1). Samengevat is het mogelijk om naast de sociale huur ook de middeldure huur (tot €1.228 per maand prijspeil 2026) en betaalbare koop (tot €420.000 v.o.n.) te reguleren via de huisvestingsverordening op basis van de Huisvestingswet 2014. Voor de sociale huur is de voorrangsregeling al geregeld met de vaststelling van de verordening woonruimtebemiddeling gemeente Lansingerland (T25.01936) die is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei jl. (BR2500015). Daarom is er een wijziging nodig van de Verordening woonruimtebemiddeling Lansingerland 2025 om de categorieën betaalbare koop en / of middeldure huur toe te voegen en te reguleren. Sinds 2021 mag op basis van de Huisvestingswet 2014 de categorie middeldure huur en betaalbare koop ook worden gereguleerd Het juridische uitgangspunt is dat er vrije vestiging is voor inwoners binnen de Europese Unie. Hiervan mag alleen worden afgeweken met een wettelijke grondslag. Die sinds 1 januari 2024 is gewijzigd van maximaal 25% naar maximaal 50% van de woningen die mogen worden gereguleerd met de wijziging van de Huisvestingswet 2014.

De gemeente dient hiervoor een publiekrechtelijke regeling op te stellen door middel van een verordening woonruimtebemiddeling. Hiervoor moet de gemeente een onderbouwing laten opstellen waarom er schaarste is in een bepaalde categorie of categorieën van woningen. Deze onderbouwing is al gegeven bij het opstellen van de verordening en moeten wij nu actualiseren. Het is mogelijk om inwoners met sociale en economische binding voorrang te verlenen tot een maximum van 50% van het totaal aantal woningen per categorie Gemeenten kunnen zelf definiëren welke voorwaarden worden gesteld aan de sociale en economische binding. De keuze voor het te hanteren schaalniveau ligt bij de gemeente, maar dit schaalniveau en het percentage moet wel worden onderbouwd op basis van noodzakelijkheid, proportionaliteit en geschiktheid. Het is daarnaast ook mogelijk om vitale beroepsgroepen voorrang te geven. Mits doorlopend onderbouwd is waarom er schaarste is aan deze beroepsgroepen. Dit kan alleen worden toegepast als er ook al voorrang is voor inwoners met sociale en economische binding. Deze beroepsgroepen worden al meegenomen indien er voorrang komt voor inwoners met economische binding. Tot nu toe zijn er geen verzoeken gekomen bij de gemeente vanuit werkgevers voor deze vitale beroepsgroepen om deze voorrang te verlenen.

Momenteel gebruikt de gemeente Lansingerland bij de starterslening al de voorwaarde dat er sociale / maatschappelijke en / of economische binding moet zijn met Lansingerland. Hierbij gebruiken wij de definitie voor sociale binding dat de woningzoekende minimaal 6 jaar een persoon die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is van gemeente Lansingerland. Waarbij een verblijf elders vanwege studie wordt aangemerkt als verblijf binnen de gemeente. Mits de gegadigde binnen een half jaar na beëindiging van de studie weer is gaan wonen binnen de voormalige woonplaats. Of als de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van Lansingerland. Voor economische binding is er de voorwaarde gesteld dat de woningzoekende moet aantonen gedurende tenminste één jaar als zelfstandige of beroepsmatig in dienstbetrekking werkzaamheden verricht (doorgaans) op of vanuit een locatie in de gemeente Lansingerland. Indien de gemeenteraad dezelfde randvoorwaarde kiest voor de publiekrechtelijke regeling voor het verlenen van voorrang is dit duidelijk voor onze lokaal woningzoekenden en vergroten wij als gemeente de rechtszekerheid. Voorbeeld regeling: het is mogelijk om de voorrangsregeling te beperken tot een deel van de gemeente met de wijziging van de huisvestingsverordening

2/8

De gemeente kan zelf de grens stellen voor het aantal huur- en of koopwoningen dat zal worden gereguleerd. De keuze voor het te hanteren schaalniveau ligt bij de gemeente, maar dit schaalniveau en het percentage moet wel worden onderbouwd op basis van noodzakelijkheid, proportionaliteit en geschiktheid. Andere gemeenten kiezen er voor om alleen grote nieuwbouwontwikkelingen met minimaal 100 woningen te reguleren. Door te kiezen voor de grote woningbouwontwikkelingen helpen wij in een keer een grotere groep inwoners. Hierdoor is er een efficiënt inzet van de schaarse ambtelijke capaciteit. Dit voorkomt ook dat kleinere particuliere ontwikkelingen extra worden belast. In de huidige Verordening woonruimtebemiddeling gemeente Lansingerland 2025 is de voorrangregeling al opgenomen ten aanzien van alle voor verhuur bestemde woonruimten van corporaties met een huurprijs tot de DAEB-huurgrens. Dit is geregeld in artikel 2.2.7 jo. artikel 2.1.1., eerste lid onder a. Om te bereiken dat ook betaalbare nieuwbouw koopwoningen met voorrang naar bewoners met binding met de gemeente/regio of een deel daarvan gaan, zal de Verordening aangepast moeten worden door de verordening op deze categorieën tevens van toepassing te verklaren.

Dat is mogelijk naar het voorbeeld van de gemeente Zuidplas, waar is gekozen voor toepassing van een vergunningstelsel voor alleen betaalbare koopwoningen die voor de eerste keer worden bewoond (tot €420.000,-, prijspeil 2026), waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en/of de woningmarktregio. Zuidplas heeft ervoor gekozen alleen betaalbare koop te reguleren omdat de voorrang voor middeldure huur al geregeld is via prestatieafspraken met woningcorporaties. Als de gemeenteraad kleinere initiatieven wilt uitzonderen kan dat via een hardheidclausule. Een alternatief dat andere gemeenten toepassen is afzonderlijke regeling voor bepaalde projecten de betaalbare koopwoningen en /of middeldure huurwoningen via een (tijdelijke) Experimentregeling op grond van artikel 71 van de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening. Voor de projecten Wolfend, Merenweg en Blezio samen is het efficiënt en effectief is om een publiekrechtelijk vergunningsstelsel op te tuigen Wij geven de gemeenteraad in overweging om de reikwijdte van de regulering te beperking tot de 3 grote projecten (Wolfend, Merenweg en Bleizo) omdat de gemeenteraad de komende jaren hiervoor de kaders zal vaststellen. Dan kunnen we deze ontwikkelingen binnen de aankomende periode onder de voorrangsregeling laten vallen.

Op dit moment gaat het naar verwachting om circa 2.100 woningen in dit betaalbare segment van huur of koop, voor alle 3 de grote woningbouwontwikkelingen. Omdat er wettelijk 50% maximaal mag worden gereguleerd gaat het dus om 1.050 woningen die kunnen worden verleend met voorrang. De definitieve aantallen moeten nog worden vastgesteld in de omgevingsplannen van deze woningbouwprojecten. Deze afbakening maakt grote kans om te voldoen aan de criteria van noodzakelijkheid, proportionaliteit en geschiktheid. Omdat het gaat om een groot aantal betaalbare woningen en deze woningbouwontwikkelingen deels ook voor de regio worden gebouwd. Meerdere gemeenten passen deze publiekrechtelijke regeling via de huisvestingsverordening al toe De andere gemeenten zoals Zuidplas en Waddinxveen hebben een regeling via een (tijdelijke) experimentregeling op grond van artikel 71 van de Huisvestingswet en de lokale huisvestingsverordening. Wij kunnen als gemeente Lansingerland ook de publiekrechtelijke borging regelen via de experimentregeling. Dit regelen wij niet als woonregio Rotterdam gezamenlijk omdat niet alle gemeenten dit willen reguleren omdat zij niet allemaal hiervoor capaciteit hebben. Ook verschilt de omvang van de nieuwbouwopgave tussen de gemeenten waardoor het voor sommige gemeenten niet efficiënt is om hiervoor een publiekrechtelijk vergunningsstelsel voor op te zetten.

3/8

De doelgroepenverordening Lansingerland kan door de inwerkingtreding van de omgevingswet niet meer worden toegepast op nieuwe woningbouwontwikkelingen De gemeenteraad heeft op 23 december 2021 de doelgroepenverordening Lansingerland vastgesteld (BR2100114). Hierin is o.a. opgenomen dat huurwoningen die vallen onder de categorie betaalbar Lansingerland met voorrang worden aangemerkt (dus niet uitsluitend) voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen tussen de 1,00 en 1,50 keer de DAEB-norm en die een sociale huurwoning achterlaten. Dit regelt dus niet voor de brede groep woningzoekenden met lokale binding de voorrang omdat er ook starters zijn die nog niet huren in sociale huurwoning in Lansingerland. Omdat de omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden moeten wij als gemeente de doelgroepenverordening opnieuw vast stellen om toe te passen op de nieuwe woningbouwontwikkelingen zoals Merenweg, Wolfend en Bleizo. Daarom is er met een wijziging van de huisvestingsverordening een publiekrechtelijke borging nodig. Kanttekening: het is niet inzichtelijk te maken hoeveel woningen nu al gaan naar mensen met sociaal / maatschappelijke en economische binding Er is geen systeem dat bijhoudt welke betaalbare koopwoningen en/ of middeldure huurwoningen bij onze nieuwbouwontwikkelingen nu al naar mensen gaan met sociaal / maatschappelijke en / of economische binding.

Omdat de CBS data bij de data over verhuizingen naar gemeenten geen onderscheid maakt tussen nieuwbouw en verhuizingen naar al bestaande woningen. Ook is er geen centrale registratie in het BRP bij nieuwe inschrijvingen of deze personen hier al eerder hebben gewoond en/ of gewerkt. Er is dus niet hard te maken dat er door de invoering van deze regeling met een publiekrechtelijke borging meer mensen met lokale binding een betaalbare koopwoning of middeldure huurwoning krijgen. Voor de sociale huur is de monitoring geborgd via de aanbiedingen en verhuringen via het regionale Woonnet Rijnmond systeem. 3B Wonen heeft in jaarverslag 2024 (bijlage 2, bladzijde 6) aangegeven dat zij in 2024 294 woningen hebben verhuurd aan nieuwe bewoners. Hiervan verhuurden zij 67% aan reguliere woningzoekenden. De afgelopen jaren lag dit percentage rond de 60%. De overige woningen, 33% gingen naar urgente doelgroepen (personen met een urgentieverklaring en statushouders). 68% van alle woningen wezen wij toe aan lokale woningzoekenden. Dit betekent aan mensen uit de gemeente Lansingerland of met een binding met de gemeente. Dit percentage is inclusief urgenten met uitzondering van statushouders, mantelzorgers en uitstromers uit voorzieningen. De lokale voorrang is inclusief de herhuisvesting van de huurders van Hergerborch.

Dit betekent aan mensen uit de gemeente Lansingerland of met een binding met de gemeente. Zij hebben zich gehouden aan het wettelijk maximaal 50% met voorrang lokaal toewijzen. Kanttekening: regionaal is afgesproken met de woningcorporaties om de middeldure huur en de voorrang te regelen via de prestatie afspraken en niet via een publiekrechtelijke regeling Tijdens de regionale afstemming van de regionale verordening woonruimtebemiddeling is met de Maaskoepel, de vereniging van de regionaal actieve woningcorporaties afgesproken dat wij niet de middeldure huur verordenen via een publiekrechtelijk vergunningstelsel. De woningcorporaties wijzen bij vrijkomende middeldure huurwoningen en nieuw opgeleverde woningen al maximaal toe aan doorstromers die een sociale huurwoning achterlaten binnen de gemeente. Binnen de gemeente Lansingerland gebeurt dit nu ook bijvoorbeeld bij Lange Vaart waar 3B Wonen de middeldure huurwoningen gaat verhuren. Dit is in lijn met de recent vastgestelde prestatie afspraken 2026 – 2029 om voorrang te geven aan inwoners van Lansingerland die een sociale huurwoning achterlaten (T25.07266, afspraak 32, bladzijde 6). Dit is afgesproken om het proces zo snel mogelijk te laten verlopen zonder extra administratieve en financiële lasten.

Het vergunningsstelsel voor middeldure huur kan niet alleen beperkt worden tot privaat projectontwikkelaars en / of verhuurders die de middeldure huurwoningen verhuren. Kanttekening: het proces kan vertragend werken voor de realisatie van de betaalbare woningen Als gemeente zijn wij niet zelf degene die de woningen bouwen en verkopen. Met deze publiekrechtelijke 4/8

regeling leggen we een extra administratieve last op aan de maatschappij. Hierbij is het risico dat de projectontwikkelaars dit zien als een extra beperkende factor om deze woningen te realiseren. Daarbij kan het gevolg zijn dat zij niet of later pas deze woningen willen realiseren in onze gemeente. Omdat zij er voor kiezen om eerst in andere gemeenten die deze eisen niet stellen betaalbare woningen te bouwen. De ontwikkelaars kunnen ook eisen dat wij als gemeente de extra kosten die zij moeten maken voor de administratieve handelingen moeten vergoeden. Daarnaast is er het risico dat de woningen worden aangeboden maar er onvoldoende lokaal woningzoekenden zijn die reageren. Zoals hierboven aangegeven zijn er geen gegevens beschikbaar hoeveel lokaal woningzoekenden nu al slagen voor deze woningen. We beschikken niet over data hoeveel lokaal woningzoekenden nu specifiek gebruik willen maken van de publiekrechtelijke borging en een vergunningsstelsel. Indien de woningen niet worden toegewezen aan lokaal woningzoekenden kunnen de woningen daarna alsnog worden aangeboden voor alle woningzoekenden maar is er wel een vertraging geweest van minimaal enkele weken. Daarnaast zal het proces voor het bemachtigen van een betaalbare koopwoningen voor lokaal woningzoekenden vertragen.

Omdat zij moeten wachten op de controle door de projectontwikkelaar en makelaar en daarna de vergunningverlening door de gemeente.

3.

Overzicht mogelijkheden financiering publiekrechtelijk stelsel

5/8

In lijn met de afspraken met de gemeenteraad over het inzichtelijk maken van de ambtelijke inzet voor nieuwe extra taken is er een uitvoeringstoets gedaan. Onderstaande samenvatting van deze toets maakt inzichtelijk welke extra structurele capaciteit nodig is om deze opdracht uit te voeren. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat deze toets nu allen gericht is op de inzet binnen de gemeente. De woningcorporatie, lokale projectontwikkelaars, notarissen en makelaars krijgen ook te maken met extra werkzaamheden door deze extra taak op basis van de maatschappelijke wens om de voorrang te regelen. De impact van deze extra werkzaamheden kunnen pas inzichtelijk worden gemaakt indien de gemeenteraad de keuze heeft gemaakt of en welke vorm van publiekrechtelijke borging wenselijk is. Dit kan dan worden meegenomen in het definitieve voorstel voor de regulering. Mogelijkheid om te reguleren, geen wettelijke verplichting Bij de categorieën middeldure huur en betaalbare koop gaat het om een nieuwe wettelijke mogelijkheid en een extra taak. Het is geen wettelijke verplichting maar een mogelijkheid voor de gemeente om dit uit te voeren. Daarom zijn er bij wetswijziging geen extra middelen uit het gemeentefonds en / of via een andere uitkering toegewezen aan gemeenten om dit uit te voeren.

Zoals de VNG handreiking aangeeft ligt het voor de hand dat de gemeente zelf het vergunningssysteem opzet en handhaaft. Zodat een gemeente er zeker van kan zijn dat voorrangskandidaten een reële kans hebben om te reageren en worden geholpen. Het gaat om een doorlopend proces van afstemming met de projectontwikkelaars, makelaars en notarissen en informeren van de woningzoekenden. De VNG geeft ook aan dat het opzetten van dit systeem een behoorlijke toezicht- en handhavingsplicht met zich meebrengt voor de gemeente. Voor zowel de inhuur voor het opzetten van het systeem als ook de structurele capaciteit is er op dit moment nog geen dekking vanuit de begroting. De gemeenteraad dient hiervoor zelf dekking te vinden in de begroting. De geschatte kosten die de gemeenteraad hiervoor moet vrijmaken zijn tussen de €100.000 en €210.000. Op basis van de uitvoeringstoets is er nu de schatting dat er tussen de 1 en 2 fte medior nodig is om dit systeem op te zetten. Dit is nog afhankelijk van de van de kaders die de gemeenteraad meegeeft voor de aantallen van de woningen en de wijze van verantwoording aan de raad over dit project. Deze schatting is in lijn met de gemeente Zuidplas en Waddinxveen met een vergelijkbare ambtelijke inzet. U kunt het budget voor het opzetten van dit systeem voor 2026 regelen via de zomerrapportage 2026.

Hierbij gaat het om circa € 60.000 tot € 90.000 aan budget voor de inhuur in 2026 van circa 1 fte voor de periode van een half jaar. Indien u de voorkeur heeft om in 2026 dit publiekrechtelijk te regelen. Daarnaast is er budget nodig om de onderzoeken naar schaarste uit te voeren en juridische ondersteuning te betalen om het systeem op te zetten. Hierbij is een schatting dat dit tussen de €20.000 en €40.000 per jaar kost. Voor de structurele implementatie en handhaving van het systeem dient u de structurele financiering voor de ambtelijke inzet te regelen via de Kaderbrief 2027. Grofweg is de verdeling dat de helft van de middelen is voor de inzet van middeldure duur en de andere helft voor de betaalbare koop. Overzicht geschatte kosten en baten Jaar Incidenteel 2026 €80.000 – €150.000 2027 Geen 2028 en verder Geen

Structureel Geen € 120.000 – € 270.000 € 130.000 - € 280.000

Baten

Nog niet te innen € 10.000 € 20.000

Onvoorzien Sinds 2021 mag op basis van de Huisvestingswet 2014 de categorie middeldure huur en betaalbare koop ook worden gereguleerd. Tot nu toe hebben wij weloverwogen dit privaatrechtelijk geregeld. Indien de projectontwikkelaar er mee instemt kunnen wij als gemeente het privaatrechtelijk opnemen in een AOK. 6/8

Uit de onderhandelingen over de AOK voor Lange Vaart blijkt dat de projectontwikkelaars deze voorrangsbepaling niet willen opnemen in een AOK zonder een publiekrechtelijke borging in de huisvestingsverordening. Onuitstelbaar Indien in de publiekrechtelijke borging via de verordening in 2026 zal worden geregeld sluit het aan bij de planning voor de vaststelling van de nota van uitgangspunten voor Wolfend en het omgevingsplan voor Merenweg worden vastgelegd. Deze programma’s willen wij in 2026 vaststellen om te voldoen aan de voorwaarden voor de Woningbouw Op Korte Termijn subsidie van circa 14 miljoen euro moeten. We willen het mogelijke risico voorkomen dat wij deels het bedrag moeten terugbetalen omdat er vereiste is dat de eerste woningen worden start bouw 2029 moeten zijn gerealiseerd. De publiekrechtelijke borging moet zijn geregeld voorafgaand aan de vaststelling van deze programma’s. Voor Bleizo is toegezegd aan de gemeenteraad om eind 2026 het ontwikkelkader vast te stellen. Hierin moet geborgd zijn dat er een publiekrechtelijk kader is om de woningen met voorrang te verlenen aan inwoners met lokale binding. Onomkeerbaar en structureel Het gaat hierbij om een extra taak die niet wettelijk verplicht is maar wel wettelijk mag. Het is een keuze vanuit de gemeenteraad om hiervoor een opdracht te geven.

Op dit moment is het binnen het cluster Wonen geen formatie en mogelijkheid om deze extra taak op te pakken. Het ‘reguliere’ werk omvat de regionale huisvestingsverordening over het segment sociale huur. Daarnaast vragen de ontwikkeling van het omgevingsprogramma Wonen en de uitwerking van het ambitieuze woningbouwprogramma al alle huidige beschikbare capaciteit. Dit project is een lokale extra taak die bovenop het reguliere werk komt. Indien de opdracht komt om dit uit te voeren moet gedurende de looptijd van de gehele woningbouwontwikkeling hiervoor een systeem worden opgezet. Gezien de grote woningbouwopgave binnen onze gemeente gaat het daarom minimaal om 10 jaar. Daarom is er structurele capaciteit nodig. Onderzoek naar andere dekkingsbronnen Hieronder is de uitwerking van mogelijke andere dekkingsbronnen om de eventuele extra ambtelijke inzet te financieren. Leges De middelen kunnen (deels) worden gedekt vanuit de leges voor de vergunning voor een inwoner door opname in de gemeentelijke Legesverordening. Naar het voorbeeld van de gemeente Waddinxveen kan een bedrag worden gevraagd voor deze huisvestingsvergunning 1. Afhankelijk van de keuzes van de gemeenteraad over de kaders van dit systeem kunnen wij uitwerken hoeveel gedekt kan worden door de leges. Onze leges zijn bijna allemaal kostendekkend.

Het advies is om de leges deels kostendekkend te maken en af te wijken van de richtlijn die is toegepast bij de andere leges. Dit om de woningzoekenden financieel niet te zwaar te belasten gelet op hun inkomen waardoor zij aanmerking komen voor een betaalbare koopwoning en/ of middeldure huurwoning. De kosten mogen niet worden doorberekend in de bouwleges. Er mag maar 1 soort leges worden gekozen om de ambtelijke inzet voor dit publiekrechtelijk systeem te regelen. Voor 2026 is het nog niet mogelijk om leges te heffen. Eerst moet een systeem opgezet, de bestuurlijke besluitvorming voorbereid en afgestemd met de partijen in het veld. Daarna kan op zijn vroegst in 2027 worden gestart met de verkoop van de woningen met deze huisvergunning. De verwachting is dat vanaf 2027 er circa € 10.000 kan worden gedekt met de opbrengst van de leges die in rekening worden gebracht bij de inwoners. Het is

1 https://www.waddinxveen.nl/direct-regelen/wonen-verhuizen-en-verbouwen/vergunningen/huisvesting-vergunning/

7/8

afhankelijk van het aantal verleende vergunningen of dit bedrag nog hoger kan worden. Hierbij is de schatting dat het maximum ligt op € 20.000 jaarlijks als legesinkomsten vanaf 2028. Andere dekkingsbronnen: privaatrechtelijk kostenverhaal via AOK Er is geen mogelijkheid om de kosten te verhalen bij de projectontwikkelaars via privaatrechtelijke afspraken in een Anterieure Overeenkomst (AOK). Het zijn kosten die zien op het uitvoeren van beleid die de gemeente zichzelf generiek heeft opgelegd. Het zijn geen kosten die toezien op het realiseren van een goede ruimtelijke ordening of het specifiek mogelijk maken van een gebiedsontwikkeling. Het gaat ook niet om zogeheten bovenwijkse voorzieningen (met name infrastructuur) of vormen van verevening tussen plannen. De gemeente kan wel in de AOK opnemen dat projectontwikkelaar meewerkt in de uitvoering van het vergunningensysteem en dit zo administratief licht mogelijk maken. Dit is mede afhankelijk van de keuzes van de gemeenteraad welke categorieën worden gekozen en welke verantwoordingslast de gemeenteraad vraagt. Bijlage: 1. VNG handreiking: toelichting wijzigingen huisvestingswet 2014 (I25.20613) 2. Jaarverslag 3B Wonen 2024 (I25.20887)

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=30bb11f7-15f0-44b5-82f1-21feaaaf2d08