[T25.07985] Bijlage bij terugkoppeling raadsrapporteur adviescie EV en VA aan cie AB
Tekst van het document
Aanbevelingen vanuit Lansingerland: 7.0 gesprek informatiebehoefte en werkwijze 1.
Het werken met een pre-advies is zinvol om zo een gesprek op de inhoud te faciliteren, in plaats van langs elkaar heen te praten als gemeenten. Het is niet altijd nodig om input te leveren voor het pre-advies, maar soms is het juist een punt wat belangrijk is voor een gemeente. 2. De adviescommissie dient een andere houding aan te nemen. In plaats van louter te reageren op voorstellen, is een echte actieve houding nodig. Leden van de adviescommissie kunnen zaken agenderen, gevraagd en ongevraagd advies geven. Dit vereist een open en actieve houding waarbij er ruimte wordt geboden voor debat en de inbreng van andere leden serieus wordt genomen en besproken. Specifieke aanbevelingen hiervoor: 1. Presentaties die ter kennisgeving zijn, horen niet in een vergadering van de adviescommissie. Adviescommissie vergaderingen zijn niet voor beeldvormingen. Dit kan online of schriftelijk, zodat er voldoende ruimte is in de adviescommissie voor debat en het uitwisselen van ideeën. 2. Een bestuurlijke toelichting vóór de bespreking uit is niet passend. Het bestuur van de MRDH is bij de vergaderingen om vragen van de adviescommissie te beantwoorden, niet om hun visie te delen. Die kunnen we lezen in voorstellen of meekrijgen in informatiesessies. 3. Minder agendapunten, maar meer duidelijke thema's.
Bijvoorbeeld een gehele sessie van de adviescommissie over de vervoersplannen voor het komende jaar. 4. Het is cruciaal dat er meer geagendeerd wordt vanuit gemeenten. De adviescommissies zijn er niet alleen om te reageren, maar ook om te initiëren. Lansingerland heeft dit gepoogd, maar de respons van andere gemeente was teleurstellend en ook het proces naar agendering toe ging gepaard met vertragingen en onduidelijkheden. 5. De adviescommissie mist een soort 'griffie', die onafhankelijk van de MRDH adviseert en ondersteunt bij het agenderen van agendapunten door gemeenten en de adviescommissie in positie brengt. 6. Gebruik de manier van vergaderingen in raad en commissie als blauwdruk voor een betere vergaderstructuur. 3. Maak duidelijk wat de rolverdeling is tussen raad en adviescommissie. Als er zowel een advies ligt van de adviescommissie(s) en een zienswijze van de raad, is het soms lastig een positie te bepalen. Maak hierover goede afspraken met raden en de adviescommissie. 4. De adviescommissies moeten zich vooral bezighouden met het geven van inhoudelijk advies. De adviescommissie moet zich niet bezighouden met details, maar de grote strategische lijnen. Denk aan o.a.: 1. Kwaliteit en kwantiteit van OV (meedenken en adviseren over lijnen, vervoersplannen, investeringen, materiaal, menskracht etc.). 2.
Het controleren van bestuurders en organisaties, zoals de RET en HTM. Er zitten te veel 'lagen' tussen de gekozen volksvertegenwoordiging en de uitvoering. 3. Er is weinig echte controle op het EV component, er wordt door de adviescommissie onvoldoende gestuurd op de uitvoering en het behalen van specifieke doelen.
4. Advisering en kaderstelling op de uitvoeringsprogramma's op de mobiliteits- en economische visie is ook bij uitstek een rol voor de adviescommissies, niet alleen op inhoud maar ook op proces. 5. Gezamenlijk vergaderen met Va en EV is waardevol en gezien de lengte van de vergaderingen is het wenselijk om vanaf de volgende periode te werken met één adviescommissie voor EV en Va. Dit versterkt de integraliteit tussen beide thema's en maakt het rondkrijgen van de bezetting door raden makkelijker. Beter één sterke gezamenlijke adviescommissie, dan twee zwakke losse.
Kortom: faciliteer de adviescommissies als DAADWERKELIJK volksvertegenwoordigend, controlerend, kaderstellend en agenderend orgaan.