CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.07360] vergelijking tussen de oude nota's en de financiële verordening

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verordening financieel beleid beheer en organisatie Lansingerland 20255.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

T reasury-onderwerp Risicobeheer

Aanwezig in Verordening 2025

Artikel Verordening

ja

Art. 5.2

Treasurystatuut Inhoud artikel

Reden van wijziging BBV-conforme actualisatie gericht op rechtmatigheid, transparantie en uniforme verslaggeving.

Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. 1 n de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV ten minste op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c.de onbenutte belasti'ngcapaciteit onroerendezaakbelasti'ng; d. de wijze waarop met conjuncturele risico's en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e.de wijze waarop met projectspecifieke risico's wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen. 3. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario voldoende reserves heeft om die risico's op de begroting op te vangen. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, is nader uitgewerkt in een door de Raad vastgestelde 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen', die ten minste eens per vier jaar door het college wordt geactualiseerd. Renterisicobeheer

nee Niet expliciet benoemd in Verordening 2025

Kredietrisicobeheer

nee Niet expliciet benoemd in Verordening 2025

Liquiditeitsrisicobeheer

nee

Koersrisicobeheer

nee

Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Valutarisicobeheer

Integrale financiering

nee

ja

Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Art. 5.1 Artikel 5.1 Lokale heffingen 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV ten minste op: b. een overzicht en vergelijking van de gemeentelijke woonlasten met de landelijke woonlasten en de woonlasten in de omliggende gemeenten; c.de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen (of een verwijzing naar een andere plek in de begroting waar deze informatie is opgenomen), bedoeld in artikel 12, zevende lid; d. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; e.onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het BBV een overzicht van

Langlopende financiering

nee

Kortlopende financiering

nee

Uitzettingen

nee

Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Niet expliciet benoemd in Verordening 2025

Relatiebeheer

nee Niet expliciet benoemd in Verordening 2025

Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Aanpassing ter borging van rechtmatigheid en prudent treasury-beleid conform Wet Fido/Ruddo en BBV; uniformering van kaders (liquiditeitenplanning, kasgeldlimiet, renterisiconorm, interne/externe financiering).

Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid.

Geldstromenbeheer/be talingsverkeer

ja

Treasury overleg

nee

Art. 5.7 Artikel 5.7 Grondbeleid 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een 'Nota Grondbeleid' aan. De raad stelt de nota vast en behandelt ten minste: a. de strategische visie en ruimtelijke ambities van de gemeente; b. de werkwijze voor het bepalen van onze rol en strategie om beleidsdoelstellingen te realiseren via ruimtelijke plannen; c.de beleidsregels en uitgangspunten bij het uitvoeren van de ruimtelijke ambities van de gemeente; d. de instrumenten waarmee invulling wordt gegeven aan ruimtelijke ambities. 2. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen netto contante waarde. 3Jaarlijks wordt per project bepaald of de grondexploitatie kan worden afgesloten, waarbij in alle situaties 100^* van de opbrengsten gerealiseerd zijn. 4.Het college stelt jaarlijks een Kaderbrief Grondprijzen vast met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond.

Administratieve Organisatie en interne beheersing

ja

Bevoegdheden/machte n (wie tekent wat)

ja

Informatievoorziening

ja

Niet expliciet benoemd in Verordening 2025 Art. 3.2 Artikel 3.2 Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet­ en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 31 december ter vaststelling voor dat jaar een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. (Het college operationaliseert het normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne eeheersin g).

Algemene actualisatie/beleidsmatige aanscherping in lijn met verordening 2025.

Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid. BBV-conforme actualisatie gericht op rechtmatigheid, transparantie en uniforme verslaggeving.

Tekstuele/structurele verduidelijking ter verbetering Art. 2.4, Art. 3.2, Art. 6.2 i. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht van uitvoerbaarheid en consistentie. overhead en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. 2.1 n afwijking van het eerste lid kan de raad een beleidsveld of activiteit dat onderdeel is van een programma, het overzicht overhead of het overzicht algemene dekkingsmiddelen als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3.De raad heeft de vrijheid om investeringen voor het huidige jaar dan wel definitief van het MIP te schappen. Hierbij kan het verzoek gedaan worden om voor nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet te willen ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. I ndien het college voorziet dat een geautoriseerd programmabudget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren. In afwijking hiervan geldt dat indien de overschrijding de rapportagegrens niet overschrijdt, het voorstel inclusief dekking ter autorisatie wordt opgenomen in de eerstvolgende tussenrapportage. 5.

Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van geautoriseerde baten en lasten, investeringskredieten en het bijstellen van het beleid en de budgetten. 6.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor. De investering moet onvoorzien, onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn. Dit geldt ook voor investeringsuitgaven die volledig gedekt worden door externe subsidies. Bij investeringen groter dan C 1 miljoen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 7.Tenminste één keer per jaar actualiseert de raad de financiële prognoses van de grondexploitaties (Meerjarenprognose Grondexploitaties; MPG). De raad autoriseert daarmee tevens de baten en lasten van de grondexploitaties voor de gehele looptijd van het project. In de Meerjarenprognose Grondexploitaties worden deze baten en lasten per project, per kostensoort en per jaar inzichtelijk gemaakt. In de begroting worden deze baten en lasten voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren opgenomen op het programma Grondzaken.

8Jaarlijks wordt in de Meerjarenprognose Grondexploitaties een overzicht opgenomen met vrij te geven uitvoeringsbudgetten groter dan C 200.000 voor werkzaamheden die in het komende begrotingsjaar in uitvoering Art. 2.4; Art. 5.4; Art. 6.2 Art. 2.4 - Autorisatie begroting, investeringskredieten en grondexploitaties (zie D16) BBV-conforme actualisatie gericht op rechtmatigheid, transparantie en uniforme verslaggeving. Artikel 5.4 Financiering 1. I n de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 BBV op. Artikel 6.2 Financiële organisatie (zie D16)

Inwerkingtreding Niet expliciet benoemd in Verordening 2025

Bepaling vervallen - onderwerp is samengevoegd of elders in de verordening geborgd voor eenduidigheid.

Garantstelling & geldleningen Artikel (Nota garantiestelling en geldleningen) Artikel 3 Verstrekking leningen en garanties

Opgenomen in verordening '25

Artikel verordening

Volledig Artikel

Overeenkomende zinnen

Ja

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Artikel 4 Rente, looptijd Ja en type lening

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen 1. Het college is bevoegd garanties af te geven en leningen te verstrekken, met inachtneming van de kaders van deze * er sprake is van een publieke taak; verordening. Het college draagt zorg voor een professioneel ingerichte en navolgbare werkwijze, waarin helder wordt gemotiveerd waarom tot verstrekking is overgegaan dan wel daarvan is afgezien. 2.Garanties en leningen worden uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen die statutair gevestigd zijn in Nederland, en uitsluitend indien: a. conform de Algemene wet bestuursrecht; b. er sprake is van een publieke taak; c. het passend is binnen gemeentelijk beleid; d. de verstrekking een aantoonbaar maatschappelijk belang dient; e.geen strijd bestaat met de Europese staatssteunregels; 3. De rente op verstrekte leningen en premie op garanties is marktconform, met als ondergrens een rente gelijk aan de gemeentelijke kostprijs, vermeerderd met 0,25 procentpunt, en minimaal 0,25^*. 4. De looptijd van verstrekte leningen of garanties is in beginsel gelijk aan de maatschappelijke levensduur van het gefinancierde object of aan de looptijd van de onderliggende lening, met een maximum van 30 jaar. 5. De gemeente stelt zich voor maximaal 80^* van de lening garant. 6. De aanvrager dient een schríftelijke aanvraag in bij het college met tenminste de volgende informatie: a.

het doel, de looptijd en de hoogte van de financiering; b. een onderbouwing van het publieke of maatschappelijke belang; c.financiële gegeven die de kredietwaardigheid en exploitatie onderbouwen; d. een toelichting waarom reguliere financiering of garantstelling niet beschikbaar is. 7.Aanvragen worden integraal beoordeeld op hun beleidsmatige relevantie, financiële houdbaarheid en risico's voor de gemeente. Daarbij wordt gelet op onder meer continuïteit van de aanvrager, juridische aspecten, en het effect op de gemeentelijke weerbaarheid. De beoordeling vindt plaats binnen dertien weken na ontvangst van een volledige aanvraag. 8. Een garantie of lening wordt slechts verstrekt onder de voorwaarde dat binnen zes maanden na het toekenningsbesluit en vóór de ingangsdatum een uitvoeringsovereenkomst wordt opgesteld en ondertekend. ZiH eJÿollege rapporteert jaarlijks in de begroting en jaarstukken aan de raad over verstrekte garanties en leningen, * geen strijd bestaat met de Europese staatssteunregels; * De rente op verstrekte leningen en premie op garanties is marktconform, met als ondergrens een rente gelijk aan de gemeentelijke kostprijs, vermeerderd met 0,25 procentpunt, en minimaal 0,25^0.

* De looptijd van verstrekte leningen of garanties is in beginsel gelijk aan de maatschappelijke levensduur van het gefinancierde object of aan de looptijd van de onderliggende lening, met een maximum van 30 jaar. * het doel, de looptijd en de hoogte van de financiering;

Niet opgenomen in Reden van nota wijziging Aansluiting op wet­ en regelgeving (BBV/Fido/Ruddo (kostprijs-plus, rente/premie-norm ering, EU-staatssteun)) en borging van rechtmatigheid.

Beleidsmatige aanscherping van risicobeheersing (zekerheden, looptijd en maximale dekkingsgraad).

Artikel 5 Looptijd en vergoeding garantie

Ja

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 6 Maximale omvang garantie

Deels

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Integratie van de * De gemeente stelt zich voor maximaal 809 van de * Artikel 6 voormalige nota in lening garant. Maximale omvang de verordening garantie 2025 voor * Garantie wordt eenduidige alleen verleend op toepassing. leningen die zijn verstrekt door een bank met statutaire zetel in Nederland.

Artikel 7 Aanvraag en benodigde informatie

Deels

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Uniformering van * De aanvrager dient een schriftelijke aanvraag in bij * Een businesscase procedures en het college met tenminste de volgende informatie: met schriftelijke governance * De beoordeling vindt plaats binnen dertien weken toelichting en in (aanvraagvereisten, na ontvangst van een volledige aanvraag. ieder geval een beslistermijn en exploitatiebegrotin uitvoeringsovereen g en een komst). liquiditeitsbegroting , waarin ook rente en aflossing van de benodigde financiering zijn verwerkt voor minimaal de looptijd van de benodigde financiering.

Artikel 8 Onderzoek en beoordeling aanvraag

Deels

Artikel 4.6 Zie D2 Garantstelling en verstrekte leningen [Secundair] Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

* geen strijd bestaat met de Europese staatssteunregels; * De rente op verstrekte leningen en premie op garanties is marktconform, met als ondergrens een rente gelijk aan de gemeentelijke kostprijs, vermeerderd met 0,25 procentpunt, en minimaal 0,2596. * De looptijd van verstrekte leningen of garanties is in beginsel gelijk aan de maatschappelijke levensduur van het gefinancierde object of aan de looptijd van de onderliggende lening, met een maximum van 30 jaar. * het doel, de looptijd en de hoogte van de financiering;

* Aanvragen worden integraal beoordeeld op hun * Bij alle aanvragen beleidsmatige relevantie, financiële houdbaarheid en op te stellen overeenkomsten en risico's voor de gemeente. * De beoordeling vindt plaats binnen dertien weken tot geldlening of na ontvangst van een volledige aanvraag. garantstelling * Het college rapporteert jaarlijks in debegroting en wordt altijd advies jaarstukken aan de raad over verstrekte garanties en ingewonnen van leningen, inclusief een risicoanalyse in relatie tot het Juridische Zaken weerstandsvermogen. voor contractrecht en staatssteunaspecte n.

Beleidsmatige aanscherping van risicobeheersing (zekerheden, looptijd en maximale dekkingsgraad).

Uniformering van procedures en governance (aanvraagvereisten, beslistermijn en uitvoeringsovereen komst).

Artikel 9 Beslistermijn

Artikel 10 Weigeringsgronden

Ja

Nee

Artikel 11 Ja Uitvoeringsovereenkom st garantie of lening

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

* De beoordeling vindt plaats binnen dertien weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

* geen strijd bestaat met de Europese staatssteunregels;

* Een garantie of lening wordt slechts verstrekt onder de voorwaarde dat binnen zes maanden na het toekenningsbesluit en vóór de ingangsdatum een uitvoeringsovereenkomst wordt opgesteld en ondertekend.

Uniformering van procedures en governance (aanvraagvereisten, beslistermijn en uitvoeringsovereen komst). Integratie van de * Artikel 10 voormalige nota in Weigeringsgronden de verordening * De Europese 2025 voor Commissie eenduidige overeenkomstig toepassing. artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de lening of garantie onverenigbaar is met de interne markt; * Het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun Uniformering van procedures en governance (aanvraagvereisten, beslistermijn en uitvoeringsovereen komst).

Artikel 12 Nee Overeenkomst van borgtocht voor garantie

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 13 Leges

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2

Artikel 14 Verplichtingen geldnemer

Nee

Nee

Beleidsmatige * Artikel 12 aanscherping van Overeenkomst van risicobeheersing borgtocht voor (zekerheden, garantie looptijd en * De garantie wordt maximale verstrekt onder de dekkingsgraad). opschortende voorwaarde dat binnen een zes maanden na het besluit tot het verstrekken van een lening een overeenkomst van borgtocht tot stand komt met de bank die een lening gaat verstrekken op basis van de garantie. * In de akte van borgtocht tussen de gemeente en de bank worden de voorwaarden vastgelegd * Artikel 13 Leges * De aanvrager is leges verschuldigd van C1.750, * De leges kan bij besluit van het College van B&W worden geïndexeerd.

Integratie van de voormalige nota in de verordening 2025 voor eenduidige toepassing.

Integratie van de * Artikel 14 voormalige nota in Verplichtingen de verordening geldnemer 2025 voor * Aan het besluit eenduidige tot verlening van toepassing. een lening of garantie zijn de volgende verplichtingen verbonden: * Dat de geldnemer waar mogelijk zekerheidsrechten vestigt ten gunste van de gemeente voor het geval niet aan de betalingsverplichtin gen wordt voldaan. * Het sluiten van een wettelijke aansprakelijkheidsv erzekering en een bestuurdersaansprakelijkheidsv erzekering.

Artikel 15 Informatieverplichting

Nee

Artikel 4.6 Zie D2 Garantstelling en verstrekte leningen [Secundair] Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Artikel 16 Advies en besluitvorming

Deels

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Artikel 17 Administratieve organisatie

Ja

Artikel 4.6 Zie D2 Garantstelling en verstrekte leningen [Secundair] Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Zie D2

Versterking van * Artikel 15 transparantie en Informatieverplichti verantwoording (administratie/rapp ng * jaarlijks binnen ortage en koppeling een maand na het met verstrijken van het weerstandsvermog boekjaar een kopie en). te verstrekken van het door de bank verstrekte overzicht van het saldo van de uitstaande lening aan het eind van het boekjaar. * Uit rapportages blijkt dat de resultaten van de (meerjaren)begroti ng significant nadeliger uitkomen dan in de prognose bij het verstrekken van de lening of garantie is geraamd. Integratie van de * Het college rapporteert jaarlijks in de begroting en * Artikel 16 Advies voormalige nota in jaarstukken aan de raad over verstrekte garanties en en besluitvorming de verordening leningen, inclusief een risicoanalyse in relatie tot het * De beoordeling 2025 voor weerstandsvermogen. van een aanvraag eenduidige voor een garantie toepassing. of lening (zie 7.8) leidt tot een gedragen en onderbouwd advies aan het College van B&W, inclusief voorwaarden en mogelijke weigeringsgronden. * Het advies aan het college bevat in ieder geval: * Het advies van het Treasury overleg. * Het college informeert de gemeenteraad na besluitvorming.

* Het college rapporteert jaarlijks in de begroting en jaarstukken aan de raad over verstrekte garanties en leningen, inclusief een risicoanalyse in relatie tot het weerstandsvermogen. * Het college is verantwoordelijk voor een volledige, actuele en controleerbare administratie van alle verstrekte leningen en garanties.

Versterking van transparantie en verantwoording (administratie/rapp ortage en koppeling met weerstandsvermog en).

Artikel 18 Actief beheer Nee leningen

P&C-onderwerp

ļAanwezig in verordening

Kaderbrief

Ja

Begroting

Ja

Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen

Zie D2 * Artikel 18 Actief beheer leningen * Het College van B&W past als geldgever een actief beheer op de verstrekte leningen toe.

P&C Relevante passages Reden van wijziging Artikel 2.1 Onderdelen v 1.de kaderbrief bevat de beleidsmatige en financiële uiteknnspunten voor de opstelling van de begrofing van het Beleidsmatige verankering en uniformering van volgende begrotingsjaar. Het document biedt de raad de mogelijkheid om in een vroeg stadium richting te geven aan P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform het beleid en de financiële kaders. Het college biedt de kaderbrief uiterlijk op [datum invullen, bijv.15 juni] aan de raad BBV. aan. De raad stelt deze uiterlijk in juli vast; Art. 2.2 ProgrammaArtikel 2.2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, indeling en paragrafen; De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de onderverdeling van de programma's transparantie. Art. 2.3 Inrichting begroting en in beleidsvelden vast. jaarstukken De raad stelt, op voorstel van het college, per programma de beleidsindicatoren vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Verordening Artikel ~|

Artikel 2.3 Inrichting begroting en jaarstukken 1. Met het vaststellen van de begrofing stelt de raad voor ieder programma en het overzicht overhead het volgende vast: a. wat willen we bereiken: de doelstellingen; b. wat gaan we daarvoor doen: de te ondernemen acfiviteiten en inzet van instrumenten; c. wat gaat het kosten: de financiële middelen voor het begrofingsjaar; d. de meerjarenbegrofing voor ten minste drie op het begrofingsjaar volgende jaren. 3. I n begrofing en de jaarstukken wordt een aanvullend overzicht opgenomen bij het taakveld overhead die ten minste bevat: a. de bruto overheadlasten; b. de aan investeringen, grondexploitafies en onderhoudsvoorzieningen toegerekende overhead; c. de extracomptabel toegerekende overhead aan heffingen, tarieven, subsidies en diensten aan derden. 4. Bij de begrofing en de jaarstukken worden onder elk van de programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead en een overzicht van de baten en de lasten per beleidsveld weergegeven. 5. De begrofing en jaarstukken bieden een duidelijk, getrouw en stelselmafig inzicht in de financiële posifie. Hiermee wordt de raad in staat gesteld een verantwoord oordeel te vormen over het gevoerde en te voeren beleid, inclusief de financiële rechtmatigheid. 6.

Bij de uiteenzeWng van de financiële posifie in de begrofing wordt in aanvulling op het bepaalde in artìkel 20 en

Integratie van de voormalige nota in de verordening 2025 voor eenduidige toepassing.

Zomerrapportage

Ja

Art. 2.1 Onderdelen Artikel 2.1 Cyclus van het begrotings-, en 3.de zomerrapportage is de eerste beleidsarme tussentijdse rapportage van het begrotingsjaar en kan aanleiding verantwoordingscyclus geven tot bijstelling. Hiermee wordt voldaan aan artikel 213a van de Gemeentewet. Het college biedt de rapportage (intern bekend als het uiterlijk op [datum invullen, bijv. 15 juni] aan; de raad stelt deze uiterlijk in juli vast;. P&C-cyclus); Art. 2.5 Tussentijdse Artikel 2.5 Tussentijdse rapportage rapportage 1.I n de tussentijdse rapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten toegelicht wanneer op niveau van beleidsveld de rapporteringsgrens wordt overstegen. 2. De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzettng over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming (waarbij gepresenteerd worden 1. De primitieve begroting, 2. De begroting na wijzigingen en 3. De verwachte realisatie van het begrotingsjaar) van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar beleidsvelden; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar beleidsvelden; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e.de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f.

het voorlopige resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. een overzicht van de investeringskredieten waarbij het verschil tussen de gerealiseerde en geraamde investeringskrediet de rapporteringsgrens overstijgt; h. de afwijkingen voor het begrotingsjaar op het beleidsveld grondexploitaties groter dan C 1,0 miljoen (baten en lasten apart). 3. Door vaststelling van de tussentijdse rapportage autoriseert de raad de wijzigingen van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten en daarmee de uit de tussentijdse rapportage voortvloeiende begrotingswijziging(en). 4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportage in de raad doet het college tevens voorstellen voor het bijstellen van het beleid. 5. De tussentijdse rapportage wordt tevens door het college gebruikt om de raad voor te stellen de restantmiddelen

Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en transparantie.

Slotwijziging

Ja

Art. 2.1 Cyclus Art. 2.5 Tussentijdse rapportage

Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en transparantie.

Jaarstukken

Ja

Art. 2.3 Inrichting begroting en jaarstukken Art. 2.6 Jaarstukken

Art. 2.1 - Cy dus 4.de slotwijziging is de tweede beleidsarme tussentijdse rapportage en bevat de laatste technische en financiële bijstellingen van de begroting ter voorbereiding op de jaarstukken. Hiermee wordt voldaan aan artikel 213a van de Gemeentewet. Het college biedt de slotwijziging uiterlijk op [datum invullen, bijv. 15 november] aan; de raad stelt deze uiterlijk in december vast; Artikel 2.3 Inrichting begroting en jaarstukken 2. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting. In tegenstelling tot de begroting, die een vooruitblik biedt, vormen de jaarstukken een terugblik op het afgelopen begrotingsjaar. Daarom luiden de drie centrale vragen in de jaarstukken: a.wat wilden we bereiken; b. wat hebben we daarvoor gedaan; c.wat heeft het gekost.

Beleidsmatige verankering en uniformering van P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform BBV.

Artikel 2.6 Jaarstukken 1.Gelijktíjdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar, voor zover dit niet al bij de tussentijdse rapportage is gebeurd. Integrale jaarplanning

Ja

N.A.

Tussentijdse mutaties

Ja

Artikel 2.5 Tussentijdse 3. Door vaststelling van de tussentijdse rapportage autoriseert de raad de wijzigingen van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten en daarmee de uit de tussentijdse rapportage voortvloeiende begrotingswijziging(en). 4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportage in de raad doet het college tevens voorstellen voor het bijstellen van het beleid. 5. De tussentijdse rapportage wordt tevens door het college gebruikt om de raad voor te stellen de restantmiddelen van lopende investeringen alvast over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

samenvoeging van P&C-onderwerpen in de verordening 2025 voor consistentie en bestuurlijke sturing. Beleidsmatige verankering en uniformering van P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform BBV.

Budgetoverhevelingen

Ja

Investeringen

Ja

Reserves & voorzieningen

Ja

Paragrafen begroting:

Art. 4.7 - Budgetoverhev Artikel 4.7 Budgetoverhevelingen Beleidsmatige verankering en uniformering van 1.Als geraamde activiteiten (deels) niet zijn uitgevoerd binnen het begrotingsjaar en doorgeschoven worden naar P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform een volgend jaar, kan het voordelige resultaat worden voorgesteld tot overheveling. Hiervoor gelden de volgende BBV. criteria: a. het betreft incidenteel budget; b. i n het nieuwe jaar is voor deze activiteit geen nieuw budget opgenomen; c.de vertraging is aantoonbaar veroorzaakt door overmacht of bijzondere omstandigheden; d. de activiteit blijft noodzakelijk wegens urgentie, beleidsmatige noodzaak of afspraken met derden; e.Uitvoering in het nieuwe jaar is haalbaar en opgenomen in werkplanningen van betrokken partijen; f. het budget is niet eerder overgeheveld. 2. Budgetoverhevelingen zijn uitgesloten wanneer: a. het budgetten betreft voor grondexploitatie, welke separaat worden bepaald en beschikbaar gesteld middels het Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG); b. Budgetten waarvan het resultaat via een raadsbesluit wordt verrekend met een (egalisati'e)reserve. 3. Een voorstel tot overheveling bevat een volledige en onderbouwde toelichting over de activiteit, reden van vertraging en noodzaak tot uitvoering. 4. Overhevelingsvoorstellen worden bij voorkeur bij de jaarrekening gedaan.

Als eerder duidelijk is dat met zekerheid vastgesteld kan worden dat uitvoering in het lopende jaar niet meer plaatsvindt, kan overheveling ook via de tussentijdse rapportage worden voorgesteld. Artikel 2.4 Autorisatie be 1. De raad autoriseert met het vantstellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht Beleidsmatige verankering en uniformering van overhead en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform 2. I n afwijking van het eerste lid kan de raad een beleidsveld of activiteit dat onderdeel is van een programma, het BBV. overzicht overhead of het overzicht algemene dekkingsmiddelen als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3. De raad heeft de vrijheid om investeringen voor het huidige jaar dan wel definitief van het MIP te schappen. Hierbij kan het verzoek gedaan worden om voor nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet te willen ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. I ndien het college voorziet dat een geautoriseerd programmabudget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren.

In afwijking hiervan geldt dat indien de overschrijding de rapportagegrens niet overschrijdt, het voorstel inclusief dekking ter autorisatie wordt opgenomen in de eerstvolgende tussenrapportage. 5. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van geautoriseerde baten en lasten, investeringskredieten en het bijstellen van het beleid en de budgetten. 6.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor. De investering moet onvoorzien, onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn. Dit geldt ook voor investeringsuitgaven die volledig gedekt worden door externe subsidies. Bij investeringen groter dan C 1 miljoen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 7.Tenminste één keer per jaar actualiseert de raad de financiële prognoses van de grondexploitaties (Meerjarenprognose Grondexploitaties; MPG). De raad autoriseert daarmee tevens de baten en lasten van de grondexploitaties voor de gehele looptijd van het project. In de Meerjarenprognose Grondexploitaties worden deze baten en lasten per project, per kostensoort en per jaar inzichtelijk gemaakt.

In de begroting worden deze baten en lasten voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren opgenomen op het programma Grondzaken. 8Jaarlijks wordt in de Meerjarenprognose Grondexploitaties een overzicht opgenomen met vrij te geven uitvoeringsbudgetten groter dan C 200.000 voor werkzaamheden die in het komende begrotingsjaar in uitvoering Art. 4.2 - Reserves en vo Artikel 4.2 Reserves en voorzieningen In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een 'Nota Reserves en Voorzieningen' aan. de vorming en besteding van reserves; de vorming, besteding en waarderingsgrondslag van voorzieningen. het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve; Elk jaar vindt een actualisatie van de reserves en voorzieningen plaats ten behoeve van de begroting. Hierbij wordt vastgesteld of de reserves en voorzieningen nog noodzakelijk zijn. Voorstellen voor aanpassing van de reserves en voorzieningen worden opgenomen en toegelicht in de begroting.

Samenvoeging van P&C-onderwerpen in de verordening 2025 voor consistentie en bestuurlijke sturing.

Paragraaf Lokale heffingen

Ja

Art. 5.1 Lokale heffingei 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV ten minste op: b. een overzicht en vergelijking van de gemeentelijke woonlasten met de landelijke woonlasten en de woonlasten in de omliggende gemeenten; c.de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen (of een verwijzing naar een andere plek in de begroting waar deze informatie is opgenomen), bedoeld in artikel 12, zevende lid; d. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; e.onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het BBV een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing.

Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en transparantie.

Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Ja

Art. 5.2 - Weerstandsvei 1. I n ee paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV ten minste op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c.de onbenutte belasti'ngcapaciteit onroerendezaakbelasti'ng; d. de wijze waarop met conjuncturele risico's en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e.de wijze waarop met projectspecifieke risico's wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen. 2. Kengetallen zijn conform 'Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenten' en zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast. 3. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario voldoende reserves heeft om die risico's op de begroting op te vangen. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, is nader uitgewerkt in een door de Raad vastgestelde 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen', die ten minste eens per vier jaar door het college wordt geactualiseerd.

Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en transparantie.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

ja

Paragraaf Financiering

Ja

Paragraaf Bedrijfsvoering

Ja

Verbonden partijen

Ja

Art. 5.3 - Onderhoud ka| Artikel 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV ten minste op: transparantie. de eventuele omvang van het achterstallig onderhoud. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college eveneens conform het BBV in de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen op het inzicht in het beleidskader, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Art. 5.4 - Financiering Artikel 5.4 Financiering Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 2127213a, In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de verplichte onderdelen EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en op grond van artikel 13 BBV op. transparantie. Art. 5.5 - Bedrijfsvoering Artikel 5.5 Bedrijfsvoering Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 212^13a, In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en BBV op. transparantie.

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de jaarstukken neemt het college ten minste op: en de kosten van inhuur derden; de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering; geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. Art. 5.6 - Verbonden par Artikel 5.6 Verbonden partijen Aansluiting op Gemeentewet/BBV (art. 212^13a, Het college biedt de raad ten minste eens per vier jaar een geactualiseerde 'Nota Verbonden Partijen' aan. EMU-kaders) en versterking van rechtmatigheid en de kaders voor de aansturing van, en het toezicht op verbonden partijen; transparantie. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV ook de in de Nota Verbonden Partijen genoemde informatie op.

Grondbeleid

Ja

Art. 5.7 - Grondbeleid

Artikel 5.7 Grondbeleid Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een 'Nota Grondbeleid' aan. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen netto contante waarde. Het college stelt jaarlijks een Kaderbrief Grondprijzen vast met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond.

Beleidsmatige verankering en uniformering van P&C-momenten, autorisatie en indicatoren conform BBV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8f7c65d3-c76f-4a83-a02e-aa6ff5e49ffa