CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.07359] Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Lansingerland - verschillen 2024-2025

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verordening financieel beleid beheer en organisatie Lansingerland 20254.135 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Lansingerland - verschillen 2024-2025 2024

2025 Verordening 2024

Artikel 1. Definities

Artikel 1. Definities

Verordening 2025 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Reden van wijziging

i)Jaarrekening: het document waarin de werkelijke Wijziging t.o.v. 2024: Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, gemeentelijke uitgaven en inkomsten bij elkaar j)Jaarstukken: het document waarin de werkelijke gemeentelijke uitgaven en inkomsten bij elkaar worden transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. worden gebracht; gebracht, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening; n)Rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en s)Rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de regelgeving. Het begrip rechtmatigheid in het kader rechtmatigheidsverantwoording is echter een minder omvattend begrip. Bij rechtmatigheid in het kader van de van de rechtmatigheidsverantwoording is echter rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer. een minder omvattend begrip. Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording Toegevoegd: bestaat er een duidelijke relatie met het financiële b) BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, inhoudende de voorschriften voor de beheer.

Er moet immers worden verantwoord dat begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot gemeenten; stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële g) Financiële rechtmatigheid: rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in beheershandelingen; overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen. n) Onduidelijkheid: oordeel van gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat niet met zekerheid is vast te stellen of een bate, last of balansmutatie rechtmatig tot stand is gekomen. o) Overhead: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen (bron: Nota Overhead). p) Programma: Een samenhangend geheel van beleidsdoelen, activiteiten en middelen dat onderdeel vormt van de programmabegroting en programmaverantwoording als bedoeld in artikel 8 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

r) Rapporteringsgrens: Een afwijking wordt gerapporteerd bij een verschil van minimaal C 200.000 óf bij een verschil van ten minste 10^i van het geraamde bedrag, met een ondergrens van C 25.000. u) Rechtmatigheidsfout: bate, last of balansmutatie die niet rechtmatig tot stand is gekomen. Rechtmatigheidsfouten treden op bij financiële transacties, waarbij voor financiële beheershandelingen

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder 1. Met het vaststellen van de begroting stelt de raad voor ieder programma en het overzicht overhead het elk van de programma's, het overzicht van volgende vast: algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de a.wat willen we bereiken: de doelstellingen; overhead en een overzicht van de baten en de b. wat gaan we daarvoor doen: de te ondernemen activiteiten en inzet van instrumenten; lasten per beleidsveld weergegeven. c. wat gaat het kosten: de financiële middelen voor het begrotingsjaar; 2. Bij de uiteenzeffing van de financiële positie in de d. de meerjarenbegroting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. begroting wordt: 2. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting. In tegenstelling tot de begroting, die een a.van de nieuwe investeringen per investering het vooruitblik biedt, vormen de jaarstukken een terugblik op het afgelopen begrotingsjaar. Daarom luiden de drie benodigde investeringskrediet weergegeven en centrale vragen in de jaarstukken: wordt van de lopende investeringen het a.wat wilden we bereiken; geautoriseerde investeringskrediet en de raming b. wat hebben we daarvoor gedaan; van de uitputting van het krediet in het lopende c. wat heeft het gekost. boekjaar weergegeven, en 3.

í n begroting en de jaarstukken wordt een aanvullend overzicht opgenomen bij het taakveld overhead die ten Artikel 3. Inrichting begroting Artikel 2.3 Inrichting begroting en b. í n aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en minste bevat: en jaarstukken jaarstukken artikel 21 van het Besluit begroting en a.de bruto overheadlasten; verantwoording provincies en gemeenten inzicht b. de aan investeringen, grondexploitaties en onderhoudsvoorzieningen toegerekende overhead; gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als c. de extracomptabel toegerekende overhead aan heffingen, tarieven, subsidies en diensten aan derden. gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de 4. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma's, het overzicht van algemene investeringen en de grondexploitatie. dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead en een overzicht van de baten en de lasten per beleidsveld 3. í n de jaarrekening wordt van de investeringen weergegeven. de uitputting van de geautoriseerde 5. De begroting en jaarstukken bieden een duidelijk, getrouw en stelselmatig inzicht in de financiële positie. investeringskredieten en de actuele raming van de Hiermee wordt de raad in staat gesteld een verantwoord oordeel te vormen over het gevoerde en te voeren totale uitgaven en inkomsten weergegeven. beleid, inclusief de financiële rechtmatigheid. 4.

De in de begroting en in de jaarrekening 6. Bij de uiteenzeffing van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 opgenomen verschillenanalyses worden van een en artikel 21 van het BBV: toelichting voorzien, als er sprake is van een a.van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de verschil in de lasten of baten per beleidsveld vanaf lopende reeds gevoteerde investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting

Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken.

3. De raad heeft de vrijheid om investeringen voor het huidige jaar dan wel definitief van het Meerjareninvesteringsplan (verder te noemen: MIP) te schrappen. Hierbij kan het verzoek gedaan worden om voor nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet te willen ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie (onderdeel MIP) geautoriseerd. 4. I ndien het college voorziet dat het geautoriseerde saldo van baten en lasten van een programma (nefto) of het geautoriseerde investeringskrediet (bruto) dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren. In afwijking hiervan geldt dat, indien de overschrijding de rapportagegrens niet overschrijdt, het voorstel inclusief dekking ter autorisatie wordt opgenomen in de eerstvolgende tussenrapportage.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van geautoriseerde baten en lasten, investeringskredieten en het bijstellen van het beleid en de budgetten.

Artikel 2.4 Autorisatie begroting, investeringskredieten en grondexploitaties

3. nieuw in de verordening 2025. Het is geen wijziging uit de wet, maar een lokale verduidelijking | codificatie van bestuurlijke praktijk. Het biedt de raad expliciet: vrijheid om MIP-investeringen te schrappen; vrijheid om de autorisatie van nieuwe investeringen later te laten plaatsvinden via een apart voorstel. oor programma's vindt autorisatie plaats op netto-niveau (het saldo van baten en lasten per programma).

Voor investeringskredieten geldt een bruto-autorisatie (de totale uitgaven, exclusief dekking). Deze verduidelijking sluit aan op de interpretatie van artikel 20 BBV en zorgt voor eenduidige toepassing in de rapportages en rechtmatigheidsverantwoording.

Artikel 4. Kaders begroting

Artikel 5. Autorisatie begroting, investeringskredieten en gron dexploitaties

Artikel 6. Tussentijdse rapportage

Artikel 2.1 Onderdelen van het begrotings-, en verantwoordingscyclus (intern bekend als het P&C-cyclus)

Artikel Autorisatie begroting, investeringskredieten en grondexploitaties

Artikel 2.5 Tussentijdse rapportage

1. Het college biedt voor 30 juni aan de raad een 5. de jaarstukken vormen de afsluiting van de begrotings- en verantwoordingscyclus en geven een integraal Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, Kaderbrief aan met een voorstel voor het beleid en beeld van het gevoerde beleid en de gerealiseerde financiële resultaten in het voorgaande jaar. Het college biedt transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. de financiële kaders van de begroting voor het de jaarstukken, in lijn met paragraaf 2 De Jaarrekening van hoofdstuk XIII van De Gemeentewet en uiterlijk op volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De [datum invullen, bijv. 1 april] van het daaropvolgende begrotingsjaar aan. De raad stelt deze uiterlijk voor 15 juli raad stelt de Kaderbrief voor 31 juli van het lopende daaropvolgend vast, de uiterste datum voor indiening bij de provincie. begrotingsjaar vast. 2. I n de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan 3. De raad heeft de vrijheid om investeringen voor het huidige jaar dan wel definitief van het MIP te schappen.

voor welke nieuwe investeringen hij op een later Hierbij kan het verzoek gedaan worden om voor nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het voor autorisatie van het investeringskrediet te willen ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de investeringskrediet wil ontvangen. De overige begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. nieuwe investeringen worden bij de 4. I ndien het college voorziet dat een geautoriseerd programmabudget of investeringskrediet dreigt te wonden begrotingsbehandeling met het vaststellen van de overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te financiële positie geautoriseerd. autoriseren. In afwijking hiervan geldt dat indien de overschrijding de rapportagegrens niet overschrijdt, het 4. I ndien het college voorziet dat een geautoriseerd voorstel inclusief dekking ter autorisatie wordt opgenomen in de eerstvolgende tussenrapportage. programmabudget of investerings-krediet dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren. Hierbij mag het college de volgende afwijkende bepaling in acht nemen.

Voor overschrijdingen tot een maximum van totaal C 200.000, wordt door het college in de eerstvolgende tussenrapportage (zie art. 5 lid 5 en lid 6) aan de Raad een voorstel inclusief dekking ter autorisatie aangeboden.

Beleidsmatige uniformering: verankert werkwijze/kaders (raad/college, autorisatie, P&C-momenten) in de verordening.

1. Het college informeert de raad minimaal één keer 1. I n de tussentijdse rapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten per jaar door middel van een tussen-tijdse toegelicht wanneer op niveau van beleidsveld de rapporteringsgrens wordt overstegen. rapportage over de realisatie van de begroting van 2. g.een overzicht van de investeringskredieten waarbij het verschil tussen de gerealiseerde en geraamde de gemeente. Hierbij worden afwijkingen op de investeringskrediet de rapporteringsgrens overstijgt; oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten h. de afwijkingen voor het begrotingsjaar op het beleidsveld grondexploitaties groter dan C 1,0 miljoen (baten per beleidsveld in de begroting groter dan C en lasten apart). 200.000 en afwijkingen kleiner dan C 200.000, maar groter dan 10^i van de begrote lasten op het betreffende beleidsveld toegelicht.

Beleidsmatige uniformering: verankert werkwijze/kaders (raad/college, autorisatie, P&C-momenten) in de verordening.

2. g.de realisatie en raming van de uitputtng van de investeringskredieten, alsmede afwijkingen tussen de realisatie en raming van de investeringskredieten groter dan C 200.000 en de afwijkingen voor het begrotingsjaar op het beleidsveld grondexploitaties groter dan C 1,0 miljoen (baten en lasten apart).

Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording

1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel De definitie van rechtmatigheid die in het BBV en BADO wordt gehanteerd, luidt als volgt: "De rechtmatige Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met relevante transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de provinciale en gemeentelijke verordeningen.'' van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. I n de rechtmatigheidsverantwoording bij de Artikel 9. Verantwoordingsjaarrekening rapporteert het college aan de raad en rapportagegrens Artikel 3.1 over afwijkingen met een verantwoordingsgrens rechtmatigheidsverantwoord Rechtmatigheidsverantwoording van 2^i van de totale lasten van de gemeente, ing inclusief de dotaties aan de reserves. 3. I n de paragraaf bedrijfsvoering worden per programma de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan C 200.000 nader toegelicht.

Artikel 11 Begrotingscriterium

Artikel 3.3 Begrotingscritenum

Artikel 3.4 Misbruik en Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium oneigenlijk gebruik-criterium

Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 4.1 Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 15. Kostprijsberekening ft Artikel 16. Prijzen economische activiteiten ft Artikel 17. Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen

Artikel 4.3 Tarieven goederen, werken en diensten ft Artikel 4.4 Overhead

1. Het begrotingscriterium is een criterium van 1. Het begrotìngscriterium is een criterium dat stelt dat balen en lasten rechtmatìg zijn als ze passen binnen de rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen begroting van exploitatie en investeringskredieten die door de raad is goedgekeurd. van de baten en lasten in de door de raad 4. e.de afwijking betreft over- of onderschrijdingen van baten of onderschrijdingen van lasten die tìjdig aan de geautoriseerde begroting van exploitatie en raad zijn gemeld; hierbij wordt het melden en toelichten in de jaarstukken als tijdig beschouwd; investeringskredieten en de hiermee f. De afwijking dusdanig laat bekend was dat deze niet kon worden meegenomen in de tussentijdse rapportage samenhangende programma's, waarbinnen de maar wel tijdig is toegelicht in de jaarrekening. financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 4. e. De afwijking dusdanig laat bekend was dat deze niet kon worden meegenomen in de tussentijdse rapportage maar wel tijdig is toegelicht in de jaarrekening. f.Onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de laatste in het verslagjaar door de raad geautoriseerde begrotingswijziging worden in het kader van begrotingsrecht-matigheid als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarrekening.

Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken.

2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor Bij constatering van misbruik of oneigenlijk gebruik met financiële impact boven de verantwoordingsgrens, het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik rapporteert het college dit in de rechtmatigheidsverantwoording van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken.

Hoofdstuk 4. Financieel beleid 1. De kaders voor het activeren van uitgaven als 1. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een ‘Nota Activabeleiď aan. Deze nota wordt door de raad vaste activa en de waardering en afschrijving vastgesteld en behandelt ten minste: a.de kaders voor het activeren van uitgaven als vaste activa, inclusief grensbedragen en uitzonderingen; hiervan zijn vastgelegd in een ‘Nota activabeleid'. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar b. de uitgangspunten voor (her)waardering van activa een (bijgestelde) nota aan ter goedkeuring aan de c. de kaders omtrent afschrijvingstermijnen en -methoden per activacategorie; Raad. d. het beleid voor het omgaan met restwaarden en buitengebruikstelling; e.de relatie met investeringsplanning en financiële positie van de gemeente. f.de kaders voor de eventuele inzet van kapitaallasten dekkingsreserve(s). 2. Het college is verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van het activabeleid en borgt een navolgbare en professionele toepassing in de financiële administratie en verslaglegging. Artikel 4.3 en 4.4 zijn opgenomen in de nieuwe verordening en vervangen hiermee artikel 15, 16 en 17 van de verordening 2024 4.4 2. De overhead wordt afzonderlijk in het overzicht van baten en lasten opgenomen.

Gemeentelijke overheadskosten worden niet rechtstreeks aan beleidsprogramma's toegerekend, tenzij sprake is van directe uitvoeringskosten of dit op grond van wet- of regelgeving verplicht is. 4.4 5 en 6 zijn in lijn gebracht met elkaar. oorspronkelijk stond er een contradictie. Nu aangepast conform commissie BBV-notitie "Overhead 2023": overhead centraal in taakveld 0.4; opslag alleen toegestaan voor kostprijsberekening.

Beleidsmatige uniformering: verankert werkwijze/kaders (raad/college, autorisatie, P&C-momenten) in de verordening. Conform commissie BBV-notitie "Reserves en voorzieningen" (2022). Borgt dat inzet van reserves voor dekking van kapitaallasten alleen plaatsvindt binnen vooraf vastgestelde beleidskaders en met raadsbesluit.

Beleidsmatige aanscherping ter versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad en verduidelijking van verantwoordelijkheden tussen raad en college. Overheadkosten worden dus niet langer toegerekend aan afzonderlijke programma's of taakvelden, tenzij het gaat om directe uitvoeringskosten (bijvoorbeeld projectgebonden personeel) of er sprake is van wettelijke verplichting tot toerekening. De opslag voor overhead per uur wordt uitsluitend gebruikt voor de bepaling van kostprijzen van diensten, leges en tarieven, en niet voor het toerekenen van overhead aan beleidsprogramma's.

Artikel 18. Financieringsfunctie

Artikel 4.5 Financieringsfunctie

1. Het college zorgt bij het uitoefenen van de Artikel 4.5 Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, financieringsfunctie voor: transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. ft a.Het verzekeren van duurzame toegang tot 1.Op grond van artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet en met inachtneming van de Wet Fido financiële markten tegen acceptabele condities. stelt de raad in deze verordening de kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie vast. Artikel 4.6 Garantstelling en b. Het beschermen van gemeentelijke vermogens2. Het college is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van financiering, binnen de kaders van deze verstrekte leningen en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële verordening en het treasurystatuut. Financiering en uitzetting geschieden uitsluitend bij financiële instellingen risico's zoals renterisico's, koersrisico's, die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank of een EER-toezichthouder en voldoen aan de eisen van de kredietrisico's, liquiditeitsrisico's en valutarisico's. Wet Fido, Ruddo en het Algemeen Monetair Fonds. c. Het minimaliseren van de interne 3.

De financieringsfunctie wordt zodanig ingericht dat: verwerkingskosten en externe kosten bij het a.rechtmatigheid, doelmatigheid, prudent en transparantie worden gewaarborgd; beheren van de geldstromen en financiële posities. b. risico's (waaronder rente-, liquiditeits- en kredietrisico's) worden beheerst; d. Het beperken van het renterisico en het behalen c.financiering uitsluitend bedoeld is voor de uitvoering van de publieke en maatschappelijke taak; van een zo gunstig mogelijk renteresultaat binnen d. interne en externe kosten worden geminimaliseerd. de kaders van de gemeentewet, de wet Fido en de 4. De gemeente hanteert het systeem van integrale financiering. Financiering wordt centraal geregeld en niet wet Ruddo. per project of investering, tenzij de raad expliciet anders besluit op voorstel van het college. 2. Het college informeert de raad vooraf als de 5. Financiering geschiedt primair met interne middelen of overtollige liquiditeit. Externe financiering wordt pas wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder aangetrokken als interne middelen ontoereikend zijn. f, van de Wet financiering decentrale overheden, of 6. Het aantrekken financiering met als enig doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten, is niet de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, toegestaan.

onder h, van de Wet financiering decentrale 7.Transacties worden uitsluitend in euro's verricht. Het aangaan van verplichtingen in andere valuta is overheden, dreigt te worden overschreden. uitgesloten. 3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken 8. Voor de interne toerekening van rentekosten hanteert de gemeente een omslagrente. Bij het vaststellen van van garanties en het verstrekken van risicodragend de programmabegroting wordt de hoogte van de omslagrente vastgesteld. kapitaal bedingt het college indien mogelijk 9. De treasuryactiviteiten worden afgestemd op de financiële positie van de gemeente en gebaseerd op een zekerheden. actuele liquiditeitenplanning op korte (tot 1 jaar) en lange termijn (tot 10 jaar). Hierbij wordt erop toegezien dat 4. Het college stelt regels op ter uitvoering van het de liquid ite itspos itie te allen tijde voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen van de gemeente tijdig en gestelde onder het eerste tot en met derde lid en volledig kunnen worden nagekomen.

-l1.Ais'geraa, A Het col legevoorkomt .overschrijding de we^eliî zoals bedoeld Artikel 4.7 Budgetoverhevelingen Dit artike I is met opgenomen mae' acnviTeiten' (ueefs) niet van zijn' uirgevoe rd kekasgeldlimü-fiű.da.rentarisicnnorm 'DinneBmet 'Ewgroongsjas ren uooTgeschoven.wo rwenin Beleidsmatige uniformering: verankert werkwijze/kaders (raad/college, autorisatie, naar een volgend jaar, kan het voordelige resultaat worden voorgesteld tot overheveling. Hiervoor gelden de P&C-momenten) in de verordening. volgende criteria: a.het betreft incidenteel budget; b. i n het nieuwe jaar is voor deze activiteit geen nieuw budget opgenomen; c. de vertraging is aantoonbaar veroorzaakt door overmacht of bijzondere omstandigheden; d. de activiteit blijft noodzakelijk wegens urgentie, beleidsmatige noodzaak of afspraken met derden; e. Uitvoering in het nieuwe jaar is haalbaar en opgenomen in werkplanningen van betrokken partijen; f. het budget is niet eerder overgeheveld. 2. Budgetoverhevelingen zijn uitgesloten wanneer: a.het budgetten betreft voor grondexploitatie, welke separaat worden bepaald en beschikbaar gesteld middels het Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG); b. Budgetten waarvan het resultaat via een raadsbesluit wordt verrekend met een (egalisatie)reserve. 3.

Een voorstel tot overheveling bevat een volledige en onderbouwde toelichting over de activiteit, reden van vertraging en noodzaak tot uitvoering. 4.Overhevelingsvoorstellen worden bij voorkeur bij de jaarrekening gedaan. Als eerder duidelijk is dat met zekerheid vastgesteld kan worden dat uitvoering in het lopende jaar niet meer plaatsvindt, kan overheveling ook via de tussentijdse rapportage worden voorgesteld.

Artikel 20. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Artikel 23. Bedrijfsvoering

Artikel 5.5 Bedrijfsvoering

Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Aanvullingen:

a.de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand, de loonkosten en uitgaven voor inhuur en externe opdrachten; b. de kosten van inhuur derden; d. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;

Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. 2. Kengetallen zijn conform ‘Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenten' en zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast. 3.....die ten minste eens per vier jaar door het college wordt geactualiseerd. a.de algemene stand van zaken van de bedrijfsvoeringen, waaronder de omvang, opbouw en ontwikkeling van Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, het personeelsbestand, loonkosten en de kosten van inhuur derden; transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. b. de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering; d. conform artikel 3.1, tweede lid, van deze verordening: informatie over de financiële rechtmatigheid inclusief een toelichting op alle in de rechtmatigheids-verantwoording zijn opgenomen afwijkingen en eventueel welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen;

Artikel 24. Verbonden partijen

Artikel 5.6 Verbonden partijen

De kaders voor de aansturing en het toezicht op 1. Het college biedt de raad ten minste eens per vier jaar een geactualiseerde ‘Nota Verbonden Partijen' aan. Deze Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, verbonden partijen zijn vastgelegd in een door de nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt ten minste: transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. Raad vastgestelde Nota verbonden partijen. Bij de a.de kaders voor de aansturing van, en het toezicht op verbonden partijen; begroting en de jaarstukken neemt het college in de b. de uitgangspunten ten aanzien van de informatievoorziening; paragraaf verbonden partijen naast de verplichte c. de wijze waarop risico's, financiële belangen en het publieke belang worden gewogen en bewaak. onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit 2. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte begroting en verantwoording provincies en onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV ook de in de Nota Verbonden Partijen genoemde informatie op. gemeenten de in de Nota verbonden partijen genoemde informatie op.

Artikel 26. Artikel 5.8 Openbaarheid Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid) N.A.

Aanvulling:

Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. zoals bedoeld in artikel 16a van het BBV. Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Aanvulling op H6: Aanpassing conform actuele BBV-voorschriften en Gemeentewet om de rechtmatigheid, 1. Het college is verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening, alsmede van de relevante bepalingen transparantie en consistentie van de begrotings- en verantwoordingscyclus te versterken. uit de Gemeentewet, het BBV en andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 2.1 ndien sprake is van afwijking, niet-naleving of structurele tekortkomingen in de uitvoering van deze verordening, informeert het college de raad daarover onverwijld, met een toelichting op de aard, oorzaak en getroffen of voorgenomen maatregelen. 3. De raad kan, met inachtneming van artikel 49 en artikel 169 van de Gemeentewet, het college aanspreken op het niet naleven van de verordening, het college of individuele wethouders ter verantwoording roepen, en in het uiterste geval besluiten tot het indienen van een motie van wantrouwen of ontslag.

Artikel 6.4 Verantwoording en naleving

De verordening 2024 bevat een uitgebreide toelichting op de verschillende onderwerpen.

Toelichting De verordening 2025 bevat deze (nog) niet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bcef2015-f72b-4ec8-89c6-d0a6cfc69a21