CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.06738] Beantwoording technische vragen, Commissie Ruimte, Vaststelling Omgevingsvisie Lansingerland 2.0

Commissie Ruimte 7 oktober 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Lansingerland 2.01.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:

Cie Ruimte

Steller van de vraag en partij: Charles van Harn, CDA Lansingerland Datum:

1 oktober 2025

Onderwerp: Ter voorbereiding op de commissie ruimte van 7 oktober 2025 heeft de CDAfractie de volgende technische vragen: Vraag 1: Kunt u de commissie ruimte de lijst van alle potentiële gebieden waaruit een selectie is gemaakt om te komen tot de definitieve keuze, toesturen? Antwoord: Er zijn geen andere geschikte locaties in Lansingerland gevonden en er is dan ook geen lijst van potentiële gebieden buiten de drie transformatielocaties. Criteria voor geschikte locaties waar naar gekeken is, zijn: - Niet gelegen in groengebied - Beleidsmatige aanleiding tot transformatie in vigerend beleid vastgelegd (bijvoorbeeld Omgevingsvisie 1.0 en de Horti Science Visie) - Niet-toekomstbestendig glastuinbouwgebied - Geen onderdeel van Greenportgebied in het provinciaal Omgevingsbeleid - Voegt nieuwe ruimte voor bedrijvigheid toe Vraag 2: Wanneer is er sprake van buitenstedelijk gebied? Antwoord: Het begrip ‘stedelijk gebied’ dat in het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt gehanteerd, betekent hetzelfde als het begrip ‘bestaand stads- en dorpsgebied’ dat in het Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland wordt gehanteerd.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het begrip gedefinieerd als een toegelaten samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen en infrastructuur. Niet tot het stedelijk gebied behoren stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen. Bij het begrip ‘bestaand stads- en dorpsgebied’ gaat het niet alleen om een toegelaten samenstel van bebouwing, maar het moet ook gaan om stedelijke functies. Specifiek in de Zuid-Hollandse situatie wordt een aantal situaties nadrukkelijk niet beschouwd als ‘bestaand stads- en dorpsgebied’. Dit geldt bijvoorbeeld voor de glastuinbouwgebieden en de verspreid liggende kassen. Deze zijn gebonden aan het buitengebied en veelal staat de agrarische functie nog voorop. De glastuinbouwgebieden en de verspreid liggende kassen worden daarom in principe niet gerekend tot het bestaand stedelijk gebied.

Ons kenmerk

T25.06738

1/4

Vraag 3: Op welke wijze heeft het college de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland geïnformeerd aangaande de foutieve berichtgeving m.b.t. het bedrijf Koppert? Er werd nl. ten onrechte gesteld dat Koppert te kennen zou hebben gegeven uit te willen breiden op de locatie Molenweg in de hogere milieucategorie. Antwoord: De provincie is ambtelijk op de hoogte gebracht. Vraag 4: Welk deel van het gebied Chrysantenweg in hectares geldt als HMC wanneer er geen enkele woning zou worden uitgeplaatst? Antwoord: Dit is afhankelijk van de plannen van een eventuele initiatiefnemer en niet op voorhand vast te stellen. Vraag 5: Is er een visie op de wenselijkheid en toekomst van woningen in het gebied Warmoeziersweg? Antwoord: Deze visie is uiteengezet in de ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Het college voorziet geen woningbouw in het gebied van de Warmoeziersweg. Het vaststellen van de Omgevingsvisie is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Vraag 6: Hoeveel breedte en welke inrichting voorziet het college voor de groenstructuur die zij voorstelt tussen bedrijvigheid en de bestaande woonwijk aan de Warmoeziersweg? Antwoord: De exacte breedte en inrichting wordt niet vastgelegd in de Omgevingsvisie. Deze zijn sterk afhankelijk van het initiatief waar de groene buffer onderdeel van moet zijn.

De uitgangspunten van de groene buffer worden verder uitgewerkt in de omgevingsprogramma’s. Als er voor die tijd een initiatief wordt ingediend, wordt dit meegenomen en uitgewerkt in een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Vraag 7: Over inwaarts zoneren staat in een van de antwoorden dat dit erop neerkomt 'dat je de bedrijvigheid met de grootste milieubelasting het verst weg plaatst van gevoelige bestemmingen. Daaromheen plaats je dan bedrijven met een lagere milieubelasting.' Betekent dit dat aan er ruimte aan de randen wordt uitgezonderd van de hogere milieucategorie? Zo nee, hoe is 'bedrijven met een lagere milieubelasting' dan gedefinieerd? Antwoord: Ja, indien er aan de randen van een transformatiegebied gevoelige functies aanwezig zijn dan geldt het principe van inwaarts zoneren. Dit kan gaan om een buffer van bedrijvigheid met een lagere milieubelasting met passende afstand tot de gevoelige functies maar ook om afstand door bijvoorbeeld een groene buffer.

2/4

Vraag 8: Wat is er op de inspraakavond door inwoners gezegd over mobiliteitsproblemen op de Molenweg (waarop de gemeente antwoordt dat er geen plannen voor aanpassingen van de Molenweg zijn)? Antwoord: Een aantal inwoners hebben tijdens de informatievond ingebracht dat er volgens hen op dit moment sprake is van geluidsoverlast door wegverkeer en dat er zorgen zijn over de verkeersveiligheid. Vraag 9: Warmoeziersweg: kunt u 10 concrete bedrijven noemen in de categorie 'bedrijven met een hoge milieubelasting die oplossingen hebben voor verduurzaming en de energietransitie, die de kwaliteit van de leefomgeving verhogen, passen in een circulaire economie of vele (lokale) doelgroepen als werknemer betrekken bij hun werkproces'? Antwoord: Het aangehaalde citaat uit de Omgevingsvisie slaat op de economische visie van de hele gemeente Lansingerland en beperkt zich niet tot de Warmoeziersweg. Voor het transformatiegebied Warmoeziersweg is de ambitie om ruimte te geven aan bedrijven met een hogere milieubelasting. Dit gaat over het algemeen over maakbedrijven en bedrijven die grondstoffen inzamelen en verwerken. Dit is een breed scala van mogelijke bedrijven en het is niet mogelijk concrete bedrijfsnamen te noemen.

Ter illustratie denken we bijvoorbeeld aan bedrijven die: - Reststromen verwerken - Nutriënten terugwinnen, bijvoorbeeld uit afvalstromen van de glastuinbouw - Circulaire substraten produceren - Voedselverwerkers - Prefab houten huizen produceren - Produceren met biobased en gerecyclde materialen - Circulair isolatiemateriaal produceren - (Technologische) oplossingen hebben o voor waterbeheersing in de gebouwde omgeving o precisiebewatering o voor natuurinclusief bouwen o op het gebied van hittestress en langdurige droogte o om gebouwen klimaatadaptief te maken o om het energiegebruik terug te dringen, in een woning, kantoor, bedrijfspand of in hele wijken Het is van te voren niet te zeggen welk bedrijf welke milieucategorie nodig is. Of een bedrijf zich daadwerkelijk zal vestigen in transformatiegebied is niet alleen afhankelijk van de activiteiten die zij uitvoeren. Het bedrijf zal ook moeten voldoen aan de uitgangspunten op het gebied van mobiliteit, kwaliteit leefomgeving, inpasbaarheid etc. Bedrijven die lokale doelgroepen als werknemer hebben, kunnen uiteenlopende activiteiten hebben.

3/4

Vraag 10: Is het mogelijk om, zoals een vraagsteller aan de Warmoeziersweg wenst, op voorhand een categorie bedrijvigheid uit te sluiten, alhoewel die qua milieucategorie wel zou passen, zoals een vervoersbedrijf of tankstation? Antwoord: Ja, dat is mogelijk. Vraag 11: Hoeveel plannen met grondeigenaren van het gebied Warmoeziersweg zijn met de gemeente besproken in de afgelopen 10 jaar? Wat was de aard van deze plannen? Antwoord: Om deze vraag te beantwoorden is aanscherping van de vraag noodzakelijk. Het is niet mogelijk om een inschatting te geven van de hoeveelheid plannen die besproken zijn met de gemeente. Dit zijn vaak gesprekken met individuele ambtenaren of bestuurders zonder dat hier een formele aanvraagprocedure uit volgt. Indien het gaat om concreet ingediende plannen van grondeigenaren in de afgelopen 10 jaar, dan vraagt dit om veel uitzoekwerk en ambtelijke inzet. Dit is binnen de afgesproken termijn van beantwoording niet mogelijk.

Vraag 12: Wetende dat de transformatie van de drie gebieden ook vanuit bedrijvigheid waaronder glastuinbouw plaatsvindt, is het bekend of de provincie het toestaat als op een bestaand bedrijventerrein zoals Oudeland of Prisma de milieucategorie verhoogd wordt, als compensatie van de 36 hectare? Als het niet mag van de provincie, is dan bekend op basis van welke regelgeving dat is? Antwoord: Dat is mogelijk, echter op de bedrijventerreinen Oudeland, Prisma en Klappolder geldt reeds in nagenoeg het gehele gebied milieucategorie 3.1 t/m 4.2. Verhogen van de milieucategorie in deze gebieden voegt daarom geen ruimte voor bedrijvigheid toe. Vraag 13: Antwoord W57 luidt: '. Als gemeente Lansingerland hebben wij zelf de keuze gemaakt om nu niet te focussen op woningbouw op deze locatie.' Kunt u de planologische onderbouwing inhoudelijk nader toelichten? Antwoord: In de Woonvisie van 2021 heeft de gemeenteraad de woningbouwlocaties aangewezen die als eerst in ontwikkeling worden gebracht. Woningbouwlocatie Oosteindsepad/Jacob Marislaan is daarin niet opgenomen als woningbouwlocatie. Op dit moment werkt het college aan de planvorming van de woningbouwlocaties die wel in de Woonvisie zijn opgenomen.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5056f3b1-104c-4a48-b819-512b0461ee8b