CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.06245] Bijlage 8. QS Ecologie

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verzoek bindend adviesrecht aanvraag en gedeeltelijke ontheffing bindend adviesaanvragen Ruimte-voor-Ruimte woningen Groenzoom (mogelijk motie/amendement PvdA, Groen Links)17.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

habims Quickscan flora en fauna

Noordersingel 176 te Berkel en Rodenrijs RHO adviseurs

Projectadviseur

Kwaliteitscontrole

0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport

Rapportage

(de opdrachtgever) en onder vermelding van de bron.

inclusief foto's is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade

Documentcode

voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of

RHOA2024-6-QS-V1

door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien en onze privacyverklaring vind je hier.

In opdracht van RHO adviseurs

Habitus is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).

Contactpersoon opdrachtgever

Adres: Tolnasingel 3 Z 2411 PV Z Bodegraven

Opleverdatum 24 oktober 2024

Kvk-nummer: 78391385 Z Btw-nummer: NL861372669B01 www.habitus.nl

INHOUDSOPGAVE ---------------------------------------------------Klik op de titel van een hoofdstuk om direct naar het betreffende hoofdstuk te gaan.

SAMENVATTING

1.

INLEIDING & ONDERZOEK

2.

PLANGEBIED & ACTIVITEITEN

3.

RESULTATEN

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

5. MAATREGELEN

17

BRONVERMELDING

22

BIJLAGEN

23

SAMENVATTING

In dit hoofdstuk wordt een samenvatting van het rapport gegeven. Voor de volledigheid én om een

Verwachte schadelijke handelingen en functies

verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1

In het plangebied zijn de volgende functies en schadelijke handelingen mogelijk:

belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie

^

vernietiging en verstoring van nesten van en doden van vogels zonder jaarrond beschermd nest;

gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke activiteiten getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft

^

vernietiging en verstoring van een potentiële essentiële vliegroute van vleermuizen;

nadere informatie over de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. In hoofdstuk 4 wordt

^

vernietiging van een voortplantingsplaats van en verstoring en doden van teunisbloempijlstaart.

de conclusie toegelicht en worden de benodigde nader onderzoeken toegelicht. In hoofdstuk 5 staan de benodigde maatregelen beschreven. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende functies en schadelijke handelingen mogelijk:

name bijlage 4.

^

verstoring van nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest door aanwezigheid van mens en

Aanleiding

^

verstoring van een nest van en doden van ooievaar (vogel met jaarrond beschermd nest);

Deze quickscan flora en fauna is uitgevoerd omdat de opdrachtgever voornemens is de volgende

^

verstoring van nesten van en doden van steenuil;

activiteiten uit te voeren:

^

verstoring van een nest van en doden van roofvogels (vogels met jaarrond beschermde nesten).

materieel;

1. Het realiseren van zes kavels voor nieuwbouw.

Conclusie Onderzoeksvraag

Tabel 1: samenvatting conclusie

In dit rapport worden voorgenomen flora-en-fauna-activiteiten getoetst aan de Omgevingswet. De centrale vraag luidt:

Soortbescherming

Maatregel

Onderzoek

Overig/opmerking

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

x

Vleermuizen

x

zie paragraaf 5.1.1

Ooievaar

x

Teunisbloempijlstaart

x

(x)

zie paragraaf 4.2 en 5.1.4

x

zie paragraaf 4.2

x

(x)

zie paragraaf 4.2 en 5.1.5

x

zie paragraaf 4.1.2

Leiden de voorgenomen activiteiten tot schadelijke handelingen op beschermde soorten of gebieden, waardoor deze activiteiten vergunningpiichtig zijn onder de Omgevingswet? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?

Steenuil Roofvogels (boomvalk, sperwer)

(x)

zie paragraaf 5.1.2 zie paragraaf 5.1.3

Gebiedsbescherming Voortoets Stikstof

x :: maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkei benodigd ais de maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

Â

4

1. INLEIDING ä ONDERZOEK 1.1 Aanleiding

Onderdeel gebiedsbescherming ruimtelijke

Zijn er (significante) negatieve effecten te verwachten

activiteiten te verrichten. In paragraaf 2.2 is meer

op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura

informatie opgenomen over deze activiteiten.

2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en

De

opdrachtgever

is voornemens

De voorgenomen activiteiten kunnen leiden tot

waarden van Natuurnetwerk Nederland-gebieden?

schadelijke handelingen op beschermde flora,

Zijn er vervolgstappen nodig voor Natura 2000- of

fauna en gebieden onder de Omgevingswet. De

Natuurnetwerk Nederland-gebieden?

activiteiten kunnen daardoor vergunningplichtig zijn als flora- en fauna-activiteit en/of Natura

1.3 Criteria

2000-activiteit. Dit is een wettelijke verplichting

Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:

van de initiatiefnemer bij ruimtelijke activiteiten.

Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige

Dit rapport geeft invulling aan deze verplichting.

ecologen

met

een

hbo-

of wo-opleiding

op

ecologisch gebied.

1.2 Doel en deelvragen In

deze

quickscan

voorgenomen

wordt

activiteiten

Het bepaald

of

de

vergunningplichtig

onderzoek

is

uitgevoerd

onafhankelijk

adviesbureau.

hierbij geen

enkel

door

Habitus

belang te

een

verklaart

hebben

bij

de

zijn onder de Omgevingswet, op de onderdelen

uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere

natuurwetgeving en -beleid (zie par. 1.5). Zo kan

vaste

vastgesteld worden of maatregelen nodig zijn en/

ondertekend en beloofd hiernaar te handelen.

of nader onderzoek noodzakelijk is. De volgende

Het onderzoek voldoet aan onze eigen proces- en

deelvragen worden beantwoord:

kwaliteitseisen. Bekijk deze hier.

Onderdeel soortbescherming ^

^

Zijn

beschermde

soorten

medewerker

de

ethische

gedragscode

Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de

onder

de

opleverdatum (zie colofon).

Omgevingswet aanwezig of te verwachten

Voor

binnen de invloedssfeer van de voorgenomen

vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde

het opsporen, vangen (met toegestane

activiteiten?

dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing

Worden schadelijke handelingen of nadelige

aanwezig.

gevolgen verwacht op beschermde soorten? ^

Kunnen negatieve effecten voorkomen worden (maatregel) óf wordt nader onderzoek of een vergunning noodzakelijk geacht?

én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

volgen de conclusie en aanbevelingen. Een uitgebreide beschrijving van de methode is te vinden op

1.5.3 Provinciaal en gemeentelijk beleid

onze website.

Aan overige beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst, tenzij dit specifiek overeengekomen is.

De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel

1.5.4 Toetsing

kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling

Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk sprake is van een schadelijke handeling, dan is

blijft echter leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling,

veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij valt te denken aan een nader onderzoek (soortbescherming),

wordt deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt.

een NNN-toetsing of Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming). Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg op dit onderzoek.

1.5 Reikwijdte Onderstaand is beschreven aan welke wetten, artikelen en aan welk beleid de voorgenomen

1.6 Verantwoordelijkheid opdrachtgever vs opdrachtnemer

activiteiten worden getoetst in dit rapport. Er wordt niet getoetst aan het onderdeel houtopstanden

De begrenzing van een plangebied wordt aangeleverd door de opdrachtgever en opgenomen in bijlage

uit de Omgevingswet. Ook toetsen wij niet op stikstofdepositie, maar verstrekken we wel de benodigde

1. Ook de voorgenomen activiteiten worden zo specifiek mogelijk aangeleverd door de opdrachtgever.

informatie om de voorgenomen activiteit te kunnen vervolgen. Tot slot, bij de effecttoetsing Natura

Ecologisch adviesbureau Habitus toetst de door de opdrachtgever aangeleverde activiteiten aan de in

2000-gebieden wordt niet gekeken naar de 'typische soorten' zoals opgenomen in de Natura 2000

paragraaf 1.5 opgenomen onderdelen. Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om de

beheerplannen.

(technische) reikwijdte/effecten van de activiteiten zo realistisch mogelijk in te schatten, aangezien

1.5.1 Soortbescherming

verstrekte informatie door de opdrachtgever. Om actief informatie te verzamelen, om zo een reële

Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en additioneel

inschatting van de opdrachtgever te verkrijgen, wordt een vragenlijst verstuurd via SurveyMonkey.

Habitus in de planvormingsfase geen kennis heeft van de uitvoeringswijze en aangewezen is op

rijksbeleid:

Deze wordt opgenomen in bijlage 2. De aangeleverde inschatting wordt gebruikt om de reikwijdte

^

11.37 Vogelrichtlijn (soorten) & jaarrond beschermde nesten

van de effecten te bepalen, zoals opgenomen in tabel 1. Het is de verantwoordelijkheid van Habitus

^

11.46 Habitatrichtlijn(soorten)

om de inschatting van de opdrachtgever zo nodig te verifiëren om de ecologische effecten te kunnen

^

11.54 Andere soorten

beoordelen. Bij onbekendheid van de effecten van de werkzaamheden bij de opdrachtgever, wordt in

^

11.27 Specifieke zorgplicht.

overleg met de opdrachtgever bepaald welke reikwijdte van effecten gehanteerd dient te worden in de

Ook wordt beoordeeld of voldaan wordt aan de algemene zorgplicht, zoals geformuleerd in Afdeling

toetsing. Zo nodig wordt een worstcase-benadering toegepast. Indien de reikwijdte van een effect in

1.3 'Zorg voor de fysieke leefomgeving' (pdf).

een latere projectfase wijzigt, kan een nieuwe toetsing nodig zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever deze wijziging te laten beoordelen door een deskundig ecoloog.

1.5.2 Gebiedsbescherming Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de volgende onderdelen van de Omgevingswet: ^

Natura 2000-gebieden: afdeling 1.3 (algemene zorgplicht) en artikel 11.6 (specifieke zorgplicht), met uitzondering van stikstofdepositie en aeriuscalculatie: artikel 4.15 en 6.15 uit de Omgevingsregeling.

^

Natuurnetwerk Nederland: artikel 7.8 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Omgevingsverordening artikel 7.7, 2e lid Bkl.

^

Bijzondere nationale natuurgebieden en landschappen: artikel 11.6 en 2.44 lid 5 uit het Bal.

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

2. PLANGEBIED ä ACTIVITEITEN 2.1 Huidige situatie

2.2 Activiteiten en planning

Het plangebied ligt aan de Noordersingel 178 te Berkel en Rodenrijs en is gelegen in de provincie Zuid-

In het plangebied worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het

1. Het realiseren van zes kavels voor nieuwbouw.

plangebied uit een grasweide met enkele schapen. Het plangebied is omringd door een sloot. Er is een

De werkzaamheden zijn nog niet concreet. Daarom wordt er uitgegaan van een realistisch worstcase-

stenen brug aanwezig aan de oostzijde van het plangebied.

scenario.

De omgeving van het plangebied bestaat uit grasland, bomenrijen, sloten, wegen en bebouwing. De

Een kaart van het plangebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever is weergegeven in bijlage 1.

activiteiten beperken zich tot het grasland, de oevers en het water. De uiteindelijke nieuwbouwwoningen zullen enkele meters vanaf de waterlijnen gerealiseerd worden.

De door de opdrachtgever aangeleverde informatie is te vinden in bijlage 2. Op basis van deze informatie is te verwachten dat de storingsfactoren de volgende effecten sorteren op de omgeving:

Tabel 2: storingsfactoren en effecten buiten het plangebied Verwachte storingsfactor

Effect verwacht buiten het plangebied?

Trilling

Ja

Geluid

Ja

Licht

Ja

Aanwezigheid mens & materieel

Ja

Water onttrekken

Nee

Er zullen mogelijk zand- of gronddepots ontstaan. De precieze planning van de activiteiten is ten tijde van de uitvoering van deze quickscan nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening. Plangebied of onderzoeksgebied? We maken onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. De effecten van de werkzaamheden kunnen echter verder reiken dan het plangebied, zoals licht, geluid of trilling. Wij houden voor effecten standaard een minimumgrens aan van 25 meter. Deze grens kan echter groter zijn afhankelijk van de verwachte effecten van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied betreft dus het gebied tot waar de effecten kunnen reiken en is vanwege het gehanteerde minimum altijd groter dan het plangebied.

Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2024).

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

3. RESULTATEN 3.1 Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. In Nederland zijn daarnaast gebieden aangewezen onder het Natuurnetwerk Nederland en als 'Bijzondere nationale of provinciale natuurgebieden en landschappen'. Deze gebieden zijn beschermd onder de Omgevingswet. In Tabel 3 zijn de afstanden weergegeven van het plangebied tot de beschermde gebieden.

Tabel 3: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied

Afstand tot plangebied (in meters)

Natura 2000-gebied: 'De Wilck'

10.685

Natuurnetwerk Nederland

3.745

Bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland

0

Aangezien er geen Natura 2000-gebieden aanwezig zijn binnen vijf kilometer, wordt het dichtstbijzijnde gebied beoordeeld. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het bijzonder provinciaal landschap ligt circa 2 meter in het plangebied. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden en wordt een nadere toelichting gegeven.

Algemene opmerking Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.

Grens bijzonder provinciaal landschap Aan de westzijde van het perceel bevindt zich de grens van het bijzonder provinciaal landschap 'Midden Delfland'.

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

3.1.2 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden (exclusief stikstof) Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van een Natura 2000-activiteit. In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw', omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten worden veroorzaakt door versnippering; verontreiniging; verstoring door licht en trilling en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied geen niet-broedvogelsoorten verwacht.

3.1.3 Effecttoetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN) Negatieve effecten worden uitgesloten. In provincie Zuid-Holland is er geen sprake van externe werking. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 3.745 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNNgebied. De werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

3.1.4 Effecttoetsing bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland Negatieve effecten worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn bijzondere nationale natuurgebieden

Figuur 2: ligging plangebied (rode punt in de rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden, bijzonder

en landschappen aanwezig. De grens van het bijzonder provinciaal landschap (BPL) 'Midden-Delfland'

provinciaal landschap en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2024; provincie Zuid-Holland, 2024). Het

ligt aan de gehele westzijde van het plangebied over een strook van circa 2 meter breed (zie Figuur 2,

kaartje rechtsonderin is een detailweergave van het bijzonder provinciaal landschap en het plangebied.

rechtsonderin). Voor het BPL 'Midden-Delfland' is de visie in een uitvoeringsprogramma uitgewerkt. Het

3.1.1 Stikstofdepositie

en recreatie. Omdat enkel de oever en het water van het plangebied in het BPL liggen, is er geen sprake

Significant negatieve effecten door stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitat- of leefgebiedtype in

van landbouw of recreatie in het BPL dat in het plangebied aanwezig is. Er is wel sprake van natuur,

een Natura 2000-gebied kunnen niet vooraf uitgesloten worden. Daarom wordt een Voortoets Stikstof

namelijk de watergang als een verbinding voor flora en fauna.

hoofddoel van dit programma is het versterken van het PBL als groenblauwe oase met natuur, landbouw

geadviseerd. De uitstoot die vrijkomt tijdens de voorgenomen activiteiten is momenteel onbekend en

In het aangeleverde kavelpaspoort staan diverse regels beschreven waar de nieuw te bouwen woningen

tevens zijn Natura 2000-gebieden aanwezig binnen 25 kilometer.

aan dienen te voldoen. Eén van deze regels is dat er een natuurvriendelijke oever gehandhaafd dient

Voor elk nieuw project dat stikstof veroorzaakt, moeten de stikstofgevolgen tot op een afstand van 25

te worden. Daarnaast dient bebouwing ten minste 10 meter vanaf de waterlijn aan de westzijde

kilometer berekend worden (Raad van State, 2023). De Voortoets Stikstof geeft duidelijkheid over de

gerealiseerd te worden. De oever en de watergang blijven door deze regels behouden en zullen hun

invloed van stikstof uit plannen en projecten op kwetsbare natuur (BIJ12, 2021). Als uit de Voortoets blijkt

functie als verbining voor flora en fauna behouden. Negatieve effecten op het bijzonder provinciaal

dat er geen significante gevolgen optreden dan is er geen omgevingsvergunning voor een Natura-2000

landschap worden daarom uitgesloten.

activiteit nodig voor het aspect stikstof.

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

3.2 Beschermde soorten Als de voorgenomen activiteiten mogelijk gevolgen hebben voor van nature in het wild levende planten of dieren, is er sprake van een flora-en-fauna-activiteit. In onderstaande paragrafen worden de mogelijke gevolgen voor beschermde soorten (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en nationale soorten) en

hun

leefgebieden in kaart gebracht. In paragraaf 3.4 is de specifieke zorgplicht uitgewerkt voor soorten van de Rode Lijsten en trekvogels.

3.2.1 Deskundigheid Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 5 september 2024 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 5 september 2024. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk

3.2.2 Volledigheid Het plangebied kon geheel geïnspecteerd worden.

3.2.3 Aanwezige en verwachte soorten In Tabel 4 op de volgende pagina is te zien welke beschermde soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico's deze flora- en fauna-activiteit met zich meebrengt met betrekking tot de Omgevingswet. De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in bijlage 3. Soorten die op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten of soorten waarop geen schadelijke handeling wordt verwacht, zijn te vinden in bijlage 4.

Toegang Tijdens het veldbezoek is het plangebied betreden en is deze volledig onderzocht.

Tabel 4: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen. Resultaten

Toetsing aan de Ow

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Te ver­ wachten functies

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

n

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger

vl

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Activiteit1

Schadelijke handelingen op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten. In het plangebied kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest tot broeden komen. De volgende biotopen zijn daarvoor geschikt: water; bomen; ruigte en bebouwing (zie figuur 3). Zolang een nest in gebruik is mag het niet vernietigd worden. Ook verstoring van een nest is niet toegestaan, tenzij dit niet van wezenlijke invloed is on de staat van instandhouding van de betreffende soort. Verstoring kan leiden tot het verlaten van het nest, waardoor jongen dood kunnen gaan. Dit zijn schadelijke handelingen. ^ Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Echter, het veldbezoek is uitgevoerd buiten het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten. Ook is het te verwachten dat vogels zonder jaarrond beschermd nest zich binnen drie jaar (houdbaarheid quickscan) vestigen in of rond het plangebied. ^ Er zijn geen nesten aangetroffen van de categorie 5-soort met een 'matig gunstige staat van instandhouding', zoals blauwe reiger. • Sommige soorten, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie paragraaf 5.1.1 voor de te nemen maatregelen.

1

Verblijfplaatsen: er worden geen werkzaamheden verricht aan bebouwing en er zijn geen boomholtes aangetroffen in of rond het plangebied. Schadelijke handelingen op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Essentiële vliegroute: schadelijke handelingen op een essentiële vliegroute kunnen niet worden uitgesloten. Er is een lijnvormig, houtig element aanwezig aan de zuidzijde van het plangebied, wat mogelijk een (essentiële) vliegroute is. Dit element zal niet gekapt worden, maar kan mogelijk wel beschenen worden door verlichting, waardoor deze functie niet of minder goed vervuld kan worden. Omdat er verder geen alternatieve vliegroutes op vergelijkbare afstand én van vergelijkbare kwaliteit aanwezig zijn, wordt deze vliegroute hier benoemd als vermoedelijk essentieel. De vleermuizen kunnen aan de andere zijde van dit lijnvormig, houtig element vliegen als alternatief, maar het is mogelijk dat in de periode dat er geen blad aan de bomen zit de verlichting tot de andere zijde van het lijnvormig element kan rijken. Schadelijke handelingen op een essentiële vliegroute kunnen daarom niet worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied: schadelijke handelingen op een essentieel foerageergebied kunnen worden uitgesloten. Er is geen groot oppervlak aan houtige beplanting, open water of moeras aanwezig in het plangebied.

Daarom worden er geen negatieve effecten op een essentieel foerageergebied verwacht door de voorgenomen werkzaamheden.

1

Kans op schadelijke handeling Ow2 Artikel 11.37 lid 1a, 1b en 1d, Bal

In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een schadelijke handeling verwacht wordt óf niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen

effect

wordt

verwacht,

zijn

opgenomen in bijlage 4. Daar is een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde functie is uitgesloten. Artikel 11.46 lid 1a, en 1b, Bal

Verblijfplaatsen n = nest (vogels) v = voortplantingsplaats

Overige functies vl = essentiële vliegroute

Ooievaar

n

Nesten: er is een nestvoorziening aanwezig voor ooievaar op circa 30 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 3). Echter, er zijn geen sporen zoals veren, uitwerpselen en een duidelijk nest aangetroffen. Ook zijn er geen waarnemingen van ooievaars bekend op deze nestplaats. Het gebruik van de nestpaal door ooievaar kan op dit moment worden uitgesloten. Vestiging van ooievaar kan echter wel binnen de houdbaarheid van de quickscan (drie jaar) plaats vinden. De werkzaamheden kunnen leiden tot het verstoren van een nest van ooievaar, als deze zich vestigt in de tussentijd. Verstoring kan leiden tot het verlaten van het nest, waardoor jongen dood kunnen gaan. Dit is ook een schadelijke handeling.

1

Artikel 11.37 lid 1a en 1d, Bal en Vogel met een jaarrond beschermd nest

Teunisbloempijlstaart

v

Voortplantingsplaats: schadelijke handelingen op de teunisbloempijlstaart kunnen niet worden uitgesloten. In het plangebied zijn waardplanten van de teunisbloempijlstaart aanwezig, namelijk harig wilgenroosje. De voorkeur van de teunisbloempijlstaart gaat volgens De Voogd (2019) voornamelijk uit naar (harig) wilgenroosje en verschillende soorten basterdwederik. De pop overwintert in een strooisellaag. In het plangebied is geen strooisellaag aanwezig, maar dit is wel aanwezig in de tuinen rondom het plangebied en dit is bereikbaar. Het is bekend dat de rupsen van deze nachtvlindersoort flinke afstanden kunnen overbruggen.

1

Artikel 11.46 lid 1a, 1b en 1d, Bal

i

Legenda

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

11

Tabel 3 (vervolg): relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen. Resultaten

Toetsing aan de Ow

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Te ver­ wachten functies

Steenuil

Sperwer, boomvalk

Kans op schadelijke handeling Ow2

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Activiteit1

n

Nesten: er zijn geschikte nestplaatsen aanwezig buiten het plangebied voor de steenuil, namelijk knotwilgen aan de noordzijde van het plangebied op het perceel van de buren. Dit valt binnen het onderzoeksgebied (zie Figuur 3). Hier kan een nest van steenuil aanwezig zijn. Ook kan er een nest aanwezig zijn in een eventuele nestkast bij de buren of in de schuur ten zuiden van het plangebied. Beide naburige percelen bevinden zich nagenoeg geheel binnen 50 meter afstand vanaf het plangebied, waardoor met intensieve bouwwerkzaamheden een nest van steenuil in een mogelijk aanwezige nestkast of in de schuur ten zuiden van het plangebied verstoord kan worden. Bij de werkzaamheden kan een nestplaats verstoord worden door de aanwezigheid van mens en materieel. Er is in de omgeving een nestkast aanwezig met waarnemingen van twee steenuilen uit eind februari en begin maart 2024 (bron: NDFF). Deze nestkast bevindt zich bij de buren aan de zuidzijde van het plangebied, volgens de waarnemingen. Daarnaast zijn er op circa 770 meter afstand vanaf het plangebied bij Tuinderij De Groenzoom in juni t/m september 2024 circa 30 waarnemingen gedaan van steenuil (bron: NDFF), wat aangeeft dat steenuil in de omgeving van het plangebied aanwezig is. Steenuilen gebruiken vaak een vaste nestplaats, maar soms wisselen ze van nestplaats binnen hun territorium.

Schadelijke handelingen, namelijk het verstoren van een nest van steenuil, is daarom niet uit te sluiten. Verstoring kan leiden tot het verlaten van het nest, waardoor jongen dood kunnen gaan, wat ook een schadelijke handeling betreft. Essentieel leefgebied: in het plangebied is geschikt leef- en jachtgebied van de steenuil aanwezig, namelijk grasland. Er vinden werkzaamheden plaats die mogelijk het leefgebied van de steenuil aantasten. Er zijn echter voldoende gelijkwaardige alternatieven aanwezig in de omgeving, van vergelijkbare of betere kwaliteit en op vergelijkbare afstand tot de nestplaats. Schadelijke handelingen op essentieel leefgebied kunnen daarom uitgesloten worden.

1

Artikel 11.37 lid 1a en 1d, Bal en Vogel met een jaarrond beschermd nest

n

Binnen het plangebied of het onderzoeksgebied zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waar sperwer en/of boomvalk op kan broeden. Ook zijn er geen bomen aanwezig in het plangebied. Echter is vestiging in de bomen direct naast het plangebied binnen de houdbaarheid van deze quickscan (drie jaar) wel mogelijk, waarna vestiging van sperwer en/of boomvalk mogelijk is. Sperwer kan daarnaast jaarlijks een nieuw nest bouwen. Er worden geen bomen gerooid, waardoor nesten niet vernietigd zullen worden. Toekomstige broedende roofvogels met een jaarrond beschermd nest kunnen echter wel verstoord worden door de activiteiten, wat een schadelijke handeling betreft. Verstoring kan leiden tot het verlaten van het nest, waardoor jongen dood kunnen gaan, wat ook een schadelijke handeling is. Deze roofvogels verkiezen de volgende biotopen: ^ De sperwer broedt het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De sperwer bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten zodat clusters ontstaan. De onderlinge nestafstanden zijn soms klein (minder dan 200 meter). • Boomvalk kan nog tot laat in het broedseizoen tot broeden komen in (oude) nesten van ekster en zwarte kraai. Er is geschikt foerageergebied aanwezig, namelijk het agrarisch land ten westen van het plangebied.

1

Artikel 11.37 lid 1a en 1d, Bal en Vogel met een jaarrond beschermd nest

Verblijfplaatsen n = nest (vogels)

1 Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2 De beschermingsregimes zijn hier toegelicht.

i

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

12

Legenda I

I Plangebied

I

I Onderzoeksgebied

biotopen

met

weergave

van

van

beschermde

soorten (bron: PDOK, 2024). Zie Tabel 3

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

In

[»V«I Bomen (V) Bā Bomen (V, RV)

de

ingetekende

biotopen

kunnen

diverse vogels aanwezig zijn en een nest hebben. In gebouwen kunnen soorten als

I Ruigte (V)

Turkse tortel, kauw en spreeuw broeden. In

Y/A Bebouwing (V, SU) I

kaart

voor de effectbeoordeling.

Ecotopen Grasland (V) I I Water (V)

I

Figuur 3: relevante

I Harig wilgenroosje (TBP)

bomen gaat het bijvoorbeeld om houtduif,

Knotwilgen (V, SU) O Nestpaal ooievaar (vestiging mogelijk) (OV) Essentiële vliegroute (VM)

ekster en zwarte kraai. In het water kan meerkoet tot broeden komen. Fazant, (bos) rietzanger en kleine karakiet kunnen in de aanwezige (riet)ruigtes broeden. Ooievaar

Ten noorden van het plangebied is een nestpaal van

ooievaar aanwezig. Ten

tijde van het veldbezoek was deze niet in gebruik, maar deze kan zich nog vestigen tijdens de geldigheid van deze quickscan (drie jaar).

Essentiële vliegroute vleermuizen

Er is mogelijk een essentiële vliegroute van vleermuizen aanwezig aan de zuidzijde van het plangebied. Echter kunnen de vleermuizen aan de zuidzijde van deze bomenrij vliegen, waardoor lichtverstoring 50

geen effect heeft op deze vliegroute. Schadelijke

handelingen

worden

niet

verwacht. Gebruikte afkortingen: V = vogels zonder jaarrond beschermd nest, VM = vleermuizen, RV = roofvogels (boomvalk, sperwer), TBP = teunisbloempijlstaart, SU = steenuil, OV = ooievaar.

i

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

13

3.3 Algemene zorgplicht

3.4 Specifieke zorgplicht

De algemene zorgplicht geldt altijd voor alle in het wild levende soorten, ongeacht een eventueel

De specifieke zorgplichten staan

van toepassing zijnde vrijstelling, gedragscode of vergunning. Eenieder die weet of redelijkerwijs

bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl) genoemd en kennen een specifiekere reikwijdte dan de algemene

kan vermoeden dat zijn activiteit of het nalaten ervan nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke

zorgplicht. De specifieke zorgplicht geldt naast soorten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en nationale

leefomgeving, is verplicht om deze gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken danwel

soorten, ook voor trekvogels en soorten die opgenomen zijn op de Rode Lijsten en hun leefgebieden.

in

het

Besluit activiteiten

leefomgeving (Bal) of het

Besluit

de activiteit achterwege te laten. De zorgplicht voor soorten is bovendien niet beperkt tot de dieren

Bij de Habitatrichtlijn gaat het om de soorten die zijn opgenomen in de bijlagen II, IV en V. Hieronder

en planten zelf, maar ook tot de directe leefomgeving van de soorten. Dat betreft voor dieren de

wordt beoordeeld of de specifieke zorgplicht zoals bedoeld in artikel 11.27 van het Bal van toepassing is.

foerageergebieden, rust- en vaste verblijfplaatsen en plaatsen voor het grootbrengen van de jongen. Bijlage V De algemene zorgplicht is in principe altijd van toepassing, tenzij een specifieke zorgplicht is opgenomen

Nadelige gevolgen op soorten van bijlage V bij de Habitatrichtlijn kunnen op voorhand uitgesloten

voor een bepaalde activiteit in de Omgevingswet (artikel 1.8), zie paragraaf 3.4 voor de specifieke

worden, omdat bij de voorgenomen activiteit geen sprake is van de exploitatie of aan de natuur

zorgplicht. De zorgplichten zijn niet vergunningsplichtig. Hieronder is opgenomen welke soorten

onttrekken van deze soorten.

aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied. Reeds beoordeelde soorten 3.3.1 Planten

In paragraaf 3.2 zijn de beschermde soorten reeds getoetst van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn bijlage

De volgende inheemse of hier van nature voorkomende plantensoorten zijn aangetroffen in het

IV (inclusief bijlage I en II bij het verdrag van Bern) én de nationaal beschermde soorten. Onder de

plangebied: speerdistel, grote brandnetel, harig wilgenroosje, gewone vlier, schietwilg, madeliefje en

paragraaf gebiedsbescherming (3.1) zijn de soorten getoetst van bijlage II van de Habitatrichtlijn, zoals

klein streepzaad.

bijvoorbeeld meervleermuis, kleine modderkruiper en bittervoorn. Indien er ten aanzien van deze soorten onderzoek of een maatregel nodig is, dan is dit opgenomen in hoofdstuk 4 en/of 5. Hiermee

3.3.2 Dieren

wordt geborgd dat er voor deze soorten geen nadelige gevolgen zullen optreden op de 'staat van

De volgende inheemse of hier van nature voorkomende diersoorten zijn aangetroffen in het plangebied:

Instandhouding' (SvI). Voor deze soorten zijn er dan ook geen aanvullende maatregelen nodig die volgen

groene kikker spec., bont zandoogje, klein koolwitje en gewone poelslak. De volgende soorten zijn

uit de specifieke zorgplicht zoals bedoeld in artikel 11.27 van het Bal.

daarnaast vermoedelijk aanwezig, gezien de aanwezige ecotopen: gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander, huisspitsmuis en driedoornige stekelbaars.

Hieronder worden de gevolgen beoordeeld van de voorgenomen activiteiten op de soorten van de Rode Lijsten, de soorten van bijlage II bij de Habitatrichtlijn en trekvogels, voor zover zij niet al behandeld zijn

Rode Lijst-soorten en de specifieke zorgplicht in paragraaf 3.2. De bescherming van Rode Lijst-soorten en soorten van Bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) door middel van de specifieke zorgplicht onder de Omgevingswet is nieuw. De 3.4.1 Bureau-onderzoek interpretatie van de reikwijdte van benodigd onderzoek en de te nemen maatregelen zullen door In het plangebied en de directe omgeving zijn bekende waarnemingen uit de NDFF van de afgelopen 10 jurisprudentie duidelijk worden op termijn. Tot die tijd maken wij op basis van wat redelijkerwijs jaar opgevraagd van deze soorten. De resultaten van het bureau-onderzoek zijn weergegeven in bijlage kan worden gevraagd een inschatting van de onderzoekslast en te nemen maatregelen voor de 3B. betreffende soorten. Indien dit in de toekomst leidt tot onvolledigheden of onjuistheden in dit rapport, zijn wij hiervoor niet aansprakelijk te stellen.

3.4.2 Veldonderzoek Tijdens het veldbezoek is beoordeeld of de soorten die uit de bureaustudie naar voren komen, ook

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

aanwezig zijn of verwacht worden in het plangebied. Daarnaast is een habitatcheck uitgevoerd voor alle soorten die niet uit het bureau-onderzoek naar voren komen. Van de soorten die in het plangebied verwacht worden, is beoordeeld of de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot een nadelig gevolg op de Staat van instandhouding. Hierbij is onder andere gekeken naar de zeldzaamheid van de soort; de landelijke en/of regionale verspreiding van de soort en de trend van de landelijke populatie. Er zijn geen soorten naar voren gekomen waar nadelige gevolgen op de staat van instandhouding aan de orde is.

Nadelige effecten op de staat van instandhouding van haas, konijn en wezel worden ook niet verwacht, omdat deze soorten niet dermate zeldzaam zijn dat een eventueel aanwezige populatie een sleutelrol speelt in de provinciale populatie. De staat van instandhouding van broedvogels wordt reeds geborgd door de maatregelen beschreven in paragraaf 5.1.1. De staat van instandhouding van vogels met jaarrond beschermd nest wordt ook geborgd door de te nemen maatregelen of uit te voeren nader onderzoek, of de aanwezigheid is reeds uitgesloten in deze quickscan. Nadelige effecten op de staat van instandhouding van overige vogelsoorten worden niet verwacht, omdat geen van de soorten zo zeldzaam is dat een eventuele populatie in het plangebied een sleutelrol speelt in de nationale populatie.

Trekvogels en belangrijke leefgebieden Het plangebied kent geen belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats die belangrijk zijn voor specifieke soorten. Ook is geen belangrijke functie voor trekvogels aanwezig, zoals duingebied, grotere open waterplassen (wintergasten) of agrarische gebieden (ganzenfoerageergebieden). De genoemde biotopen vormen geen uitputtende lijst, maar zijn voorbeelden. Onze deskundige ecologen zullen in specifieke gevallen biotopen aanwijzen die invulling geven aan deze functies.

3.5 Invasieve exoten Er zijn geen invasieve exoten aangetroffen in het plan- en onderzoeksgebied. De Unielijst (NVWA, 2023) wordt gehanteerd om te bepalen of een exoot invasief is. Aanvullend wordt tijdens een veldbezoek de aanwezigheid van Aziatische duizendknopen bepaald. Omdat tijdens een veldbezoek niet altijd de bovengrondse delen zichtbaar zijn (bijvoorbeeld in de winter), of individuen niet altijd aanwezig zijn (onder andere vogels en zoogdieren) volstaat de inventarisatie niet als bewijs dat invasieve exoten (inclusief Aziatisch duizendknopen) afwezig zijn. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bestrijding en beheersing van invasieve exoten, zoals opgenomen in bijlage VC van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

4. CONCLUSIE ä AANBEVELINGEN 4.1 Conclusie De conclusie geeft antwoord op de deelvragen uit paragraaf 1.2 en is opgedeeld in soort- en gebiedsbescherming. In Tabel 5 is de conclusie samengevat.

4.1.2 Gebiedsbescherming Er kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom wordt een Voortoets Stikstof geadviseerd. De

Tabel 5: samenvatting conclusie

voorgenomen activiteit leidt verder niet tot schadelijke handelingen op 'Bijzondere nationale gebieden

Soortbescherming

Maatregel

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

x

Vleermuizen

x

Ooievaar

x

Teunisbloempijlstaart

x

Steenuil

Onderzoek

Overig/opmerking zie paragraaf 5.1.1

(x)

zie paragraaf 5.1.2 zie paragraaf 5.1.3

(x)

zie paragraaf 4.2 en 5.1.4

x

zie paragraaf 4.2

(x)

zie paragraaf 4.2 en 5.1.5

x

zie paragraaf 4.1.2

of landschappen', Natura 2000-gebieden of gebieden die vallen onder Natuurnetwerk Nederland in de Omgevingswet.

4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten Voor iedere soort en gebied waarvoor (mogelijk) sprake is van een schadelijke handeling, wordt hieronder de vervolgstap beschreven. ^

Vleermuizen (vliegroute): zie tabel 3 voor de soorten. Onderzoek is niet benodigd, indien voldaan wordt aan de maatregel in paragraaf 5.1.2. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen

Roofvogels (boomvalk, sperwer)

x

half mei en half oktober volgens het Vleermuisprotocol 2021. Er zijn minimaal twee veldbezoeken

Gebiedsbescherming

benodigd met een tussenliggende periode van ten minste acht weken. Eén van de twee bezoeken

Voortoets Stikstof

x = maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkel benodigd als de maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden.

dient in de kraamperiode (15 mei - 15 juli) uitgevoerd te worden. ^

Steenuil: dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal vier veldbezoeken in de periode 1 februari tot 30 april, waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste bezoek. Bij één bezoek overdag wordt er gezocht naar sporen. De andere

Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn.

drie bezoeken vinden plaats in de schemering waarbij de baltsroep wordt afgespeeld van steenuil (Netwerk Groene Bureaus, 2023).

4.1.1 Soortbescherming

^

De voorgenomen activiteit leidt naar verwachting tot schadelijke handelingen op beschermde soorten uit

Teunisbloempijlstaart: voortplantingsverblijfplaats. Onderzoek is niet benodigd, indien voldaan kan worden aan de maatregel in paragraaf 5.1.4. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden

de Omgevingswet. Er kunnen namelijk (direct) negatieve effecten optreden op: nesten van 'vogels zonder

in de periode juni tot september (optimum: juli), waarbij er gezocht wordt naar vraatsporen,

jaarrond beschermd nest', steenuil en voortplantingsplaatsen van teunisbloempijlstaart. Bovenstaande

uitwerpselen en de rupsen zelf op de waardplanten teunisbloem, bastaardwederik, harig

soorten kunnen zich ook in de toekomst vestigen, waardoor een schadelijke handeling kan ontstaan. Van ooievaar, boomvalk en sperwer wordt momenteel geen aanwezigheid verwacht, maar toekomstige

wilgenroosje en grote kattenstaart. ^

Sperwer, boomvalk: nest. Toekomstige vestiging van sperwer en boomvalk is mogelijk. Per soort

vestiging is mogelijk binnen de houdbaarheid van deze quickscan. De voorgenomen activiteit leidt naar

dienen ten minste 4 soortspecifieke bezoeken uitgevoerd te worden in de geldige periode. Voor

verwachting niet tot nadelige gevolgen op de staat van instandhouding voor soorten van de Rode Lijsten.

sperwer betreft deze periode 1 maart t/m 15 juli. Voor boomvalk 1 mei t/m 31 augustus. Boomvalk

Er is geen specifieke zorgplicht van toepassing.

dient bij voorkeur in de schemerperiode onderzocht te worden. Voor sperwer is dit overdag. Tussen de bezoeken dient een periode van tenminste 10 dagen aangehouden te worden.

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

5. MAATREGELEN Hieronder volgen de te nemen maatregelen om schadelijke handelingen op beschermde soorten te

Maatregel 2: laat voorafgaand aan de activiteiten een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.

voorkomen tijdens de uitvoering van de activiteiten. De maatregelen zijn opgedeeld in:

Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de activiteiten alsnog doorgang vinden.

^

5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 11.37, 11.46 en 11.54, van het Bal);

Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen van broedende

^

5.2 Algemene en specifieke zorgplichtmaatregelen (artikel 11.27);

vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven.

^

5.3 Bovenwettelijke maatregelen.

^

Witte kwikstaart en zwarte roodstaart (vestiging voorkomen): vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval

Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de voorgenomen

of bouwmateriaal. Als de soort(en) tot broeden komt/komen op het terrein is het nest beschermd

activiteiten of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning.

en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Voorkom vestiging van deze soort(en) door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen

5.1 Maatregelen beschermde soorten

direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil

Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels, vleermuizen, ooievaar,

of doek.

teunisbloempijlstaart en roofvogels. Wij adviseren om de gekozen maatregelen uit te laten werken in een ecologisch werkprotocol (EWP).

5.1.2 Vleermuizen (lichtverstoring voorkomen) Potentiële essentiële vliegroute: er is mogelijk een essentiële vliegroute voor vleermuizen aanwezig

Algemene opmerking:

aan het zuiden van het plangebied. Deze kan verstoord worden door tijdelijke en permanente verlichting,

Verricht geen activiteiten voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen

waardoor ze hun verblijfplaats of foerageergebied niet kunnen bereiken. Zorg dat de potentiële

en/of (indien aan de orde) een omgevingsvergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan

essentiële vliegroute niet verlicht wordt aan beide zijdes. Dit is vooral van belang in de bladerloze

de activiteiten in overleg met een deskundig ecoloog over welke activiteiten wél mogelijk zijn.

periode in het actieve seizoen van vleermuizen, circa april, mei en half tot eind oktober. Indien het plan

Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te

is om verlichting in deze periode te plaatsen, laat een lichtplan opstellen waaruit blijkt dat de verlichting

werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.

niet tot de betreffende bomenrij reikt. Indien dit niet mogelijk is of uitgevoerd wil worden, dient nader onderzoek naar de potentiële essentiële vliegroute te worden uitgevoerd (zie paragraaf 4.2). Verlichting

5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest

in de winterslaap van vleermuizen (circa begin november tot begin april, als de buitentemperatuur onder

Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat

de 10 T is), is toegestaan, omdat de vleermuizen dan geen gebruik maken van de potentiële essentiële

van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet

vliegroute.

beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle

5.1.3 Ooievaar

broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd.

Er is een nestpaal van ooievaar aanwezig op circa 30 meter ten noorden van het plangebied. Tijdens

Maatregel 1: verricht de activiteiten buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van

het veldbezoek was deze niet in gebruik door ooievaar, maar toekomstige vestiging tijdens de geldigheid

het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige

van deze quickscan (drie jaar) is mogelijk. Laat uiterlijk vier weken vóór de start van de werkzaamheden

biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m half augustus. Indien het niet

inventariseren of de nestpaal in gebruik is genomen. De inventarisatie kan jaarrond plaatsvinden. Door

mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.

dit uiterlijk vier weken van tevoren uit te voeren, kan een ecoloog nog eventueel benodigde maatregelen

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

bepalen indien blijkt dat de paal in gebruik genomen is. Indien ooievaar zich heeft gevestigd, kunnen er maatregelen benodigd zijn. De exacte maatregelen zijn afhankelijk van wanneer de werkzaamheden gepland staan en afhankelijk van de vestigings- en/of broedfase van de ooievaar. Een voorbeeld van een benodigde maatregel is om de gehele broedperiode te ontzien, of een bepaalde afstand houden tot het nest. De exact benodigde maatregelen dienen verder uitgewerkt en vastgelegd te worden in een ecologisch werkprotocol.

5.1.4 Teunisbloempijlstaart Er zijn geschikte waardplanten aanwezig van teunisbloempijlstaart, namelijk harig wilgenroosje. Deze staan aan de rand van het plangebied aan de oever. Behoudt deze waardplanten. Indien dit niet mogeljik is, dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar een voortplantingsplaats van teunisbloempijlstaart (zie paragraaf 4.2).

5.1.5 Roofvogels (vestiging) In en nabij het plangebied zijn momenteel geen nesten van zwarte kraai en/of ekster aanwezig, waar roofvogels op kunnen broeden. Echter kan binnen de houdbaarheidstermijn van deze quickscan (drie jaar) nieuwe vestiging plaatsvinden door roofvogels. Sperwer, zwarte kraai en ekster kunnen jaarlijks nieuwe nesten bouwen. Boomvalk kan zich tijdens hetzelfde broedseizoen nog vestigen op het moment dat zwarte kraai en/of ekster zijn uitgebroed. De vestiging van sperwer kan vanaf maart 2025 plaatsvinden en van boomvalk vanaf mei 2025. We adviseren daarom de volgende maatregel:

Er zijn jaarlijks op twee momenten in het jaar veldbezoeken nodig om nieuwe vestiging van boomvalk en sperwer te monitoren:

^

Bezoek 1 in het bladerloze seizoen (circa: 1 december tot 1 maart) om nieuwe nesten van sperwer, zwarte kraai en ekster te inventariseren.

^

Bezoek 2 in de broedperiode mei t/m juli om daadwerkelijke vestiging van roofvogels te monitoren door sporenonderzoek en aanwezigheid.

Deze monitoringsbezoeken dienen jaarlijks herhaald te worden, zo lang de werkzaamheden nog niet gestart zijn. Afhankelijk van het resultaat van een veldbezoek, kunnen maatregelen of nader onderzoek worden geadviseerd. Zie ook paragraaf 5.4.

Potentie roofvogels Hoewel er geen nesten zijn aangetroffen waar roofvogels op kunnen broeden, is er wel potentie voor vestiging van roofvogels binnen de houdbaarheid van de quickscan (drie jaar).

5.2 Algemene en specifieke zorgplichtmaatregelen

Amfibieën

In de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle Natura 2000-activtiteiten en fllora-

In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen

en-fauna-activiteiten.

zijn nodig om nadelige effecten te voorkomen op deze soorten: ^

Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek

^

Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de

5.2.1 Algemene zorgplicht

buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Hieronder volgt de strategie om met de algemene zorgplicht om te gaan, zie kader.

oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een ecoloog om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan kan worden

Strategie algemene zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In

5.2.2 Specifieke zorgplicht De voorgenomen activiteiten leiden niet tot nadelige gevolgen op trekvogels, dieren van de Rode Lijsten en hun leefgebieden (zie paragraaf 3.4). De specifieke zorgplicht voor flora en fauna, zoals bedoeld in artikel 11.27 van het Bal, is niet van toepassing. Er zijn voor dit onderdeel geen vervolgstappen benodigd.

paragraaf 3.3 zijn de soorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.

Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen:

Algemene maatregelen zorgplichtsoorten In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om nadelige effecten te voorkomen op deze soorten: ^

Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

^

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.

^

Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen

Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling

Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen qua flora en fauna uit de Omgevingswet te voldoen. In

^

Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,

het rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk

vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen

beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast

soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve

zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook

exoten, zoals Japanse duizendknoop, watercrassula en grote waternavel. ^

daar aandacht aan te geven.

Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand

Quickscan biodiversiteit

is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de

Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld

eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te

is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die de

worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.

biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren! Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is. Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur gerust

Erf in het buitengebied ^

Plant nieuwe knotwilgen langs de sloot. Knotwilgen zijn waardevol voor bijvoorbeeld insecten en vogels. Knotwilgen kunnen eenvoudig geplant worden door een jonge tak van een bestaande wilg

om de folder of om meer informatie.

in de grond te graven. Stichting Landschapsbeheer Gelderland biedt meer informatie over de aanplant en het onderhoud van knotwilgen. 5.3.1 Ecologische kansen Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:

Parkeerplaatsen ^

Nieuwbouw ^

Gebruik grastegels voor het aanleggen van de parkeerplaatsen, waardoor grassen en kruiden alsnog kunnen groeien en hemelwater beter afgevoerd wordt.

Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie.

^

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer informatie beschikbaar ter inspiratie.

^

Denk aan de huismus door het aanbieden van nestvoorzieningen. Het is belangrijk om een goedwerkend model te plaatsen, mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt. Indien er een vogelschroot wordt geplaatst, doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Denk ook altijd aan de leefomgeving, zoals een zandbad, drinkplaats, voedsel en beschutting.

r

Quickscan flora en fauna. Wij geven adviezen om beschermde plant- en diersoorten én de algehele biodiversiteit duurzaam in stand te houden.

5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen activiteiten zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande activiteiten wijzigen, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de activiteiten veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt.

Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het project of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke activiteiten. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken activiteiten worden uitgevoerd binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.

Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct ■a

contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.

Beschermde muurplanten De stenen brug is gecontroleerd op beschermde muurplanten, deze zijn niet aangetroffen.

BRONVERMELDING Internetpagina's, programma's en online documenten

*

Alterra (2012). Herziening landelijk ecotopensysteem.

*

BIJ12 (2017-2024). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.

^

BIJ12 (2021). Handreiking Voortoets Stikstof.

^

BIJ12 (2024). Vragenboom vergunningverlening.

^

Floron (z.d). Verspreidingsatlas.

^

Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.

^

Natuurinformatie.nl (z.d.). Zeezoogdieren.

^

Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). De Omgevingswet.

^

Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Effectenindicator.

^

NDFF-ecogrid (2024). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

^

Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021.

^

Netwerk Groene Bureaus (2023). Soortinventarisatieprotocollen.

^

NVWA (2023). Unielijst invasieve exoten.

^

PDOK (2024). Viewer.

^

Provincie Zuid-Holland (2024). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

^

Raad van State (2023). Berekenen stikstof tot grens van 25 kilometer is aanvaardbaar.

^

Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina.

^

Rijksoverheid (z.d.). Omgevingswet.

^

Sovon (z.d.). Soortenoverzicht.

^

Stichting Anemoon (z.d.). Flora en Fauna soorteninformatie.

^

Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2010). Knotbomen: aanleg en beheer.

^

Vleermuis.net (2018). Soorten pagina's.

^

Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.

^

Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f628cc9c-8edc-42dc-936f-6afe0916e6b5