CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.06243] Bijlage 6. Stikstofmemo

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verzoek bindend adviesrecht aanvraag en gedeeltelijke ontheffing bindend adviesaanvragen Ruimte-voor-Ruimte woningen Groenzoom (mogelijk motie/amendement PvdA, Groen Links)1.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RHO ADVISEURS-MEMO DATUM 7 maart 2025 KENMERK 20240892/167143/ VAN

PROJECT OPDRACHTGEVER

20240892 BOPA Noordersingel Berkel en Rodenrijs NLo B.V.

STIKSTOFMEMO NOORDERSINGEL BERKEL EN RODENRIJS

1. INLEIDING Nabij de Noordersingel 171 in Berkel en Rodenrijs zijn zes vrije kavels beoogd. Figuur 1.1 laat de ligging van het projectgebied zien. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke ge­ volgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden een rol spelen. Figuur 1.2 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied bedraagt 14,5 kilometer. De andere Natura 2000-gebie­ den met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.

Figuur 1.1 Ligging projectgebied

RHO ADVISEURS

Al|'ht

.v .-rv. .1 SKxnfMvqk

Bonthww

Grdventiage m mi I'.iį» •■v ti ui i n fM

H MH

I'. ii: DeflgauM

Ewopoo

'

"

Figuur 1.2 Ligging projectgebied (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Met het rekenmodel Aerius (versie 2024) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na opleve­ ring van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uit­ gangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.

2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbeho­ rende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voed­ selkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het ge­ bied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastge­ steld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en on­ der welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ^ De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speci­ ale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de be­ schermingszones zijn aangewezen.

^ Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonder­ lijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toe­ stemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het ge­ bied niet worden aangetast.

2/4

RHO ADVISEURS

^

Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl signifi­ cant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.

Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk. Hersteldoelen Verschillende provincies hebben voor een aantal natuurgebieden zogenoemde hersteldoelen vastgesteld. Dit zijn habitats die op dit moment in bepaalde delen van het gebied niet meer aanwezig zijn, maar waarvan het doel is om deze op de­ zelfde locatie terug te brengen. Bij de AERIUS berekening is het mogelijk om ook een berekening uit te voeren op deze her­ steldoelen. Bij de rekenresultaten komt hiervoor een aparte weergaveoptie beschikbaar genaamd 'hexagonen met hersteldoel'. Deze uitdraai wordt opgenomen in de bijlage en de uitkomst wordt betrokken bij de conclusie van deze memo.

3. UITGANGSPUNTEN Realisatiefase Er wordt vanuit gegaan dat de bouwwerkzaamheden in 2024 plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst ligt, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toe­ passing van schonere technieken in de toekomst. De bouwwerkzaamheden hebben niet in 2024 plaatsgevonden, zij vangen waarschijnlijk pas in 2025 en/of 2026 aan, dus is hier uitgegaan van een worst-case situatie. Voor de bouw van de nieuwe woningen wordt binnen Rho Adviseurs uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. Binnen dit kengetal valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten" van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS" van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Ondanks dat verkeer t.b.v. transport van bouwmaterialen en werknemers van en naar de bouwlocatie in het kental 3 kg NOx zit, wordt worst-case alsnog uitgaan van 150 lichte verkeersbewegingen en 25 zware verkeersbewegingen per woning. De totale emissies en verkeersbewegingen komen uit op: (3x6) 18 kg NO , (150x6) 900 lichte en (25x6) 150 zware verkeersbewegingen.

De emissies zijn als vlakbron gemodelleerd en de verkeersbewegingen als lijnbron. Omtrent de koude start1 van de voertuigen is worst-case uitgegaan dat 50^1 van het licht verkeer haar koude start heeft ter plaatse van de bouwlocatie. Voor de zware verkeersbewegingen wordt er van uitgegaan dat deze niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwwerkplek. Voor het manoeuvreren van de vrachtwagens binnen het projectgebied is een extra lijnbron opgenomen met 100^1 stagnatie. x

Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is ook worst-case 2024 als rekenjaar gehanteerd.

1 Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor. Het uitgangspunt is dat het grootste deel van de koude start-emissies in de eerste minuut na de start plaatsvinden

3/4

RHO ADVISEURS

De beoogde ontwikkeling wordt niet aangesloten op het gas, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het project. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is aangesloten bij de kencijfers uit CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering'. Voor de stedelijkheidsgraat is 'matig stedelijk' aangehouden en is het projectgebied gelegen in 'rest bebouwde kom'. De totale ver­ keersgeneratie bedraagt 50 mvt/etmaal, zie Tabel 3.1.

Tabel 3.1 Verkeersgeneratie gebruiksfase

Functie

Aantal woningen

Kencijfer per woning

Verkeersgeneratie weekdaggemiddelde mvt/etmaal

Koop, huis, vrijstaand

2

8,6

17,2

Koop, huis, twee-onder-éénkap

4

8,2

32,8

Totaal

6

50

Verkeersafwikkeling Het verkeer wikkelt af naar de Noordersingel. Een indicatie van de verkeersintensiteiten is te vinden op de CIMLK-monitoringstool 2023 (www.cimlk.nl). Volgens de tool bedroegen de verkeersintensiteiten in 2022 op de Noordersingel 580 voor licht verkeer en 44 voor zwaar verkeer. Op de Noordersingel gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius juli 2020 zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige plan voegt in de realisatiefase 0,4^1 licht verkeer en 0,9lXi zwaar verkeer toe aan de Noordersingel. In de gebruiksfase voegt het onderhavige plan maximaal 8,6lXi licht verkeer toe aan de Noordersingel.

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (2024) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stik­ stofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Omgevingswet.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1e6ffcc7-cf96-4ab0-bdee-e0552f8f5598