[T25.06240] Bijlage 3. Milieukundig bodemonderzoek
Tekst van het document
u
IDDS
maal
Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
Opdrachtgever
A6138-067BJO7rap1.1 25 september 2024
RhļPdgsļļļSíļV' WHSaSEi RHHIHklIllSBlIll
Goedkeuring
(Adviseur milieu)
(Projectleider)
Functie
Datum
Opsteller, auteur
25-09-2024
2e lezerschap en vrijgave
25-09-2024
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001,2002
IDDS Ruimte 8. Ontwikkeling B V. ‘s-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.nl
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl 071 - 402 8586
KvK: 09157054 BTW: NL 815255172 B01 IBAN: NL21 RABO 0364 6212 22
u IDDS INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING............................................................................................................................................3
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK......................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK..................................................................................................5
2.2
GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED............................................................................................. 5
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING........................................................ 6
2.4
BODEMKWALITEIT..........................................................................................................................7
2.5
ASBEST............................................................................................................................................ 7
2.6
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE..................................................................................... 8
2.7
BEÏNVLOEDING...............................................................................................................................8
2.8
BODEMVERONTREINIGING...........................................................................................................9
2.9
TERREINVERKENNING................................................................................................................ 10
2.10 BEOORDELING............................................................................................................................. 10 2.11 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.....................................................................................11 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..............................................................................................12 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE..........................................................................................................12
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK.................................................................................................12
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................14
3.4
TOETSINGSKADER....................................................................................................................... 15
3.5
INTERPRETATIE ........................................................................................................................... 17
3.6 4.
TOETSING HYPOTHESE..............................................................................................................18 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...............................................................................................19
4.1
CONCLUSIES ................................................................................................................................ 19
4.2
AANBEVELINGEN .........................................................................................................................20
5.
BETROUWBAARHEID .......................................................................................................................21
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage Omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-067BJQ7rap1.1
Pagina 2 van 21
u IDDS 1.
INLEIDING
In opdracht van RHpHmi is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als het weiland nabij Noordersingel 171 te Berkel en Rodenrijs (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)
Aanleiding In het kader van voornoemde vormen de ondergenoemde voorgenomen activiteit(en) de aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek: ^
Het uitroeren van de milieubelastende activiteiten (bouwen) op een bodemgeroelige locatie (Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl Ş5.1.4.5.1).
Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is: ^
Inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit (grond en grondwater).
Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
Milillhygiënisch voorondlrzolk en verkennend bodlmondlrzolk Locatie: Noordlrsingll (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q67BJO7rap1.1
Pagina 3 van 21
u IDDS Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740:2023 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725:2023. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740:2023 gehanteerd.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld.
Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst. Aan het einde van het hoofdstuk zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen en worden, indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06^JOAap1.1
Pagina 4 van 21
u IDDİ 2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de actuele onderzoeknorm NEN 5725. In de NEN 5725:2023 zijn acht aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie De onderzoeksvragen zijn, samen met de bijbehorende uitwerking en antwoorden, in de navolgende paragrafen opgenomen. 2.2
GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Gegevens onderzoeksgebied_____________________________________________________________ Onderzoeksgebied Bronnen Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Weiland naast Noordersingel 171
Postcode 7 Plaats
2651 LJ, Berkel en Rodenrijs
Gemeente
Lansingerland
Omgevingsdienst
Omgevingsdienst DCMR
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
92761
Y
448555
Provincie
De locatie is op basis van de Omgevingsverordening niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Waterschap
De locatie is, op basis van de Legger waterkeringen, niet gelegen binnen de beschermingszone van een dijk.
Hoogte maaiveld
Z
Circa 4,8 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Berkel en Rodenrijs
Specifieke gebieden
Oppervlaktes
Belendingen
Gemeentecode
BKL01
Sectie
C
Nummer
6053
Totaal
5.520 m2
#1 7 #2
Bebouwd
onbebouwd
Verharding
Geen verharding aanwezig
Alle richtingen
De locatie is omringd door andere weilanden, woonerven en ligt tussen de openbare weg Noordersingel en het Waterjufferpad (zie afbeelding 1).
Afbakening VO 25 meter buiten onderzoekgrenzen #1: Informatie opdrachtgever #2: Google Maps 7 AHN 7 Perceelloep 7 IDDS Projectenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-067BJO7rap1.1
-
Pagina 5 van 21
u IDDS 2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Verkregen informatie Voormalig gebruik
Bronnen
Op historische kaarten is te zien dat vanaf het begin van de 19de eeuw tot aan nu een groot deel van het plangebied in gebruik is (geweest) als weiland. Mogelijk is er in het verleden teelt geweest, dit is niet met zekerheid te zeggen. Op de noordoostkant van het perceel heeft tussen ca. 1940-1960 bebouwing gestaan. De oorspronkelijke bebouwing buiten het onderzoeksgebied (Noordersingel 171) dateert uit het einde van de 19de eeuw. In 1975 is het naastgelegen terrein herontwikkeld met een nieuw huis en twee bijgebouwen (schuren).
#1 I #2
Op kaartmateriaal is te zien dat er twee landbouwdammen aanwezig zijn voor toegang tot het weiland (zie situatietekening, bijlage 1.2). Daarnaast is te zien dat tussen 1940 en 2014 op het naastgelegen perceel (zie onderstaande afbeelding) één of meerdere tuinbouwkassen aanwezig zijn geweest. Mogelijk heeft er ook tuinbouw plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied.
Afbeelding 2: Onderzoeksgebied in ca. 1940 (bron: Topotijdreis.nl).
Voor zover bekend zijn er voorheen geen sloten gedempt binnen het onderzoeksgebied. Op basis van de beschikbare informatie van de omgevingsdienst en Bodemloket blijkt dat er geen aanvullende informatie bekend is over het onderzoeksgebied. Potentiële bronnen en stoffen
Potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de aanwezige landbouwdammen. Dergelijke opgehoogde bodemlagen zijn als verdacht aan te merken op matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en asbest. Daarnaast is de bovengrond verdacht op het voorkomen van verhoogde concentraties aan bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
Huidig gebruik
Tegenwoordig wordt het weiland gebruikt voor veeteelt.
Potentiële bronnen en stoffen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
In de toekomst zal het gebied worden ontwikkeld tot woonwijk.
#3
Antwoord Potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de aanwezige landbouwdammen. Dergelijke opgehoogde bodemlagen zijn als verdacht aan te merken op matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK welke worden gekenmerkt door een sterke heterogeniteit in voorkomen. Daarnaast is de bovengrond verdacht op het voorkomen van verhoogde concentraties aan bestrijdingsmiddelen (OCB's). #1: Omgevingsdienst DCMR; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) I Bodemloket.nl #2: Topotijdreis.nl #3: Informatie verkregen van de opdrachtgever Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06IBJOIrap1.1
Pagina 6 van 21
u IDDS 2.4
BODEMKWALITEIT
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit Onderzoeksvraag Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
De locatie is gelegen binnen Bodemkwaliteitszone 1 ‘Lintbebouwing vóór 1930'. Binnen deze zone worden overwegend lichte verontreinigingen in de boven- en ondergrond verwacht, waarbij in de bovengrond plaatselijk index-waarde overschrijdingen voor kunnen komen. Uit de statische gegevens die ten grondslag liggen aan de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de in de grond de 95-percentielwaarde voor geen enkele stof de interventiewaarde bodem overschrijdt. #1: Structuurvisie Lansingerland Deel C. PlanMER, Gemeente Lansingerland, kenmerk 112.14304.00, d.d. 18-2-2010. #2: Bodemkwaliteitskaart Lansingerland (opgenomen in bijlage 2).
2.5
ASBEST
TABEL 2.5.1: Asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Verkregen informatie
Bronnen
Bebouwingsgeschiedenis
De locatie is voor het eerst bebouwd rond 1940. Vanwege het bouwjaar is het mogelijk dat in/op/aan het pand asbesthoudende materialen zijn gebruikt. Na sloop kunnen er nog restanten van asbesthoudende materialen aanwezig zijn in het bodembestand.
#1 Z#2Z #3
Bodembouw
De locatie is, regionaal gezien, gelegen een gebied met een relatief slappe bodem (klei/veen). Niet uitgesloten kan worden dat de bodem van de locatie is opgehoogd. Ophoging kan hebben plaatsgevonden met bodemmateriaal met bijmengingen die dit materiaal, naar huidige inzichten, verdacht maakt op het voorkomen van asbest. Daarnaast kunnen landbouwdammen zijn verstevigd met puin wat de grond verdacht maakt op het voorkomen van asbest.
#4
Antwoord Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien verdachte bijmengingen worden aangetroffen tijdens het verkennend onderzoek, de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt. #1: TopoTijdreis.nl #2: NEN5725:2023, bijlage A #3: Vastgoedloep.nl #4: Dinoloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06ZBJOAap1.1
Pagina 7 van 21
u IDDS 2.6
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.6.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Verkregen informatie
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)
0,0 - 0,5 m-mv
Klei Z plaatselijk zand (landbouwdam)
0,5 - 2,2 m-mv
Klei
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,85 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de Noordersingel richting het water ten zuidwesten zal stromen. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 15,0 m-mv
Deklaag
15,0 - 45,0 m-mv
1e watervoerend pakket
45,0 - 60,0 m-mv
1e afsluitende laag
Stromingsrichting 1e WVP
Noordoostelijk
Plaatselijk is een landbouwdam aanwezig met (vermoedelijk) een puin.
Antwoord Ter plaatse van een klein gedeelte van de onderzoekslocatie is sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van enkele landbouwdammen. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS
2.7
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.7.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Verkregen informatie Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
Antwoord Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06ZBJOAap1.1
Pagina 8 van 21
2.8
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.8.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Verkregen informatie
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van het onderzoeksgebied Als onderdeel van een groot onderzoeksgebied is er in 2016 ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie een historisch vooronderzoek uitgevoerd door IDDS B.V. (kenmerk 1506H317IDBIIrap1, d.d. 3-3-2016). Op basis van de verzamelde informatie kan geconcludeerd worden dat binnen het toenmalige onderzoeksgebied diverse aandachtpunten aanwezig zijn (geweest) die een mogelijke bodemverontreiniging hebben kunnen veroorzaakt.
#1 I #2
Ter plaatse van de locatie zijn diverse erfverhardingen aanwezig, welke mogelijk verhard zijn puinhoudende materialen die asbest kunnen bevatten. Daarnaast zijn binnen het plangebied voormalige sloten aanwezig, welke gedempt zijn met onbekend materiaal. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de voormalige watergangen niet dieper dan 2,0 m-mv gedempt. De gehele locatie is verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen, vanwege het gebruik (agrarisch) van de locatie. Binnen de locatie zijn te saneren deellocaties aanwezig. Onderzoek nabij het onderzoeksgebied Verwachting
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in de bodemrapportages van Omgevingsdienst DCMR, zie bijlage 2.
#1 / #3 / #4
Noordersingel 163 Tussen 2005 en 2021 verschillende onderzoeken uitgevoerd door CSO adviesbureau B.V. en Moerdijk Bodemsanering B.V. (kenmerk 2485.04.201.r1, d.d. 27-07-2020) ter plaatse van het erf van een voormalige veehouderij. Bij het nader onderzoek is de bodem onderzocht op het voorkomen van verontreinigingen met PAK en asbest. Na berekening van de asbestgehalten werd de interventiewaarde overschreden in de bovengrond ter plaatse van twee proefsleuven. Ter plaatse van de overige proefsleuven zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. De sterke PAK-verontreiniging, welke tijdens voorgaand onderzoek is aangetroffen, is niet teruggevonden. De asbestverontreinigingen zijn naderhand gesaneerd (kenmerk 99991027599, d.d. 28-06-2021). Tijdens de sanering zijn meer asbestnesten aangetroffen. Hierdoor wordt meer sterk verontreinigde grond met asbest afgevoerd dan vermeld in de BUS melding. Plaatselijk is het asbest ook dieper aangetroffen. In totaal is ca. 555 m3 grond ontgraven en afgevoerd. De aanwezige restverontreiniging is afgeschermd door een leeflaag. Antwoord Op basis van voorgaand onderzoek kunnen in de grond verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen voorkomen. Daarnaast zijn landbouwdammen verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest.
#1: Omgevingsdienst DCMR; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) I Bodemloket.nl #2: Rapport betreffende een historisch onderzoek conform NEN 5725 Noordersingel te Berkel en Rodenrijs, IDDS B.V., kenmerk 1506H317IDBIIrap1, d.d. 3-3-2016. #2: Nader bodem- en asbestonderzoek Noordersingel 163 te Berkel en Rodenrijs, Moerdijk Bodemsanering B.V., kenmerk 2485.04.201.r1, d.d. 27-07-2020. #3: Evaluatie Immobiel BUS sanering Noordersingel 163 te Berkel en Rodenrijs, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk 99991027599, d.d. 28-06-2021.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06IBJOIrap1.1
Pagina 9 van 21
u IDDS 2.9
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 29-8-2024 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. 2.10
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2023. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.10.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.10.1: Beoordeling________________________________________________________________________ Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk?
De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06^JOfrap1.1
Pagina 10 van 21
u IDDS 2.11
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. TABEL 2.11.1: Conclusie en hypothese Algemeen Locatie
Onderzoeksgebied (behoudens ondergenoemde aandachtsgebieden)
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Onverdacht
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Aandachtgebie den Locatie
Bovengrond onderzoeksgebied
Conclusie
Naast de locatie is in het verleden vermoedelijk gewerkt met bestrijdingsmiddelen. De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie is hierdoor verdacht op OCB's.
Hypothese
Verdacht
Opmerking
De bovengrond zal aanvullend geanalyseerd worden op bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
Locatie
Landbouwdammen
Conclusie
Op de locatie zijn twee landbouwdammen aanwezig. Onbekend is met wat voor materiaal de landbouwdammen zijn gerealiseerd.
Hypothese
Verdacht
Opmerking
Ingeval sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06ZBJOZrap1.1
Pagina 11 van 21
u
IDDİ 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Deellocatie Onderzoeksstrategie Onderzoeksgebied
Conform de NEN 5740;2023; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL).
Opmerking
De bovengrond is aanvullend geanalyseerd op OCB’s.
Landbouwdammen
NEN 5740;2023; Onderzoeksstrategie voor een verdacht punt (VEP).
Opmerking
Het onderzoek ter plaatse van de landbouwdammen heeft als doel om na te gaan uit wat voor kwaliteit materiaal de dammen zijn opgebouwd. Indien puinbijmengingen worden aangetroffen worden inspectiegaten gegraven en de grond aanvullend onderzocht op asbest. Indien de puinbijmengingen tot onder de grondwaterstand aanwezig zijn wordt één boring afgewerkt met een peilbuis en het grondwater analytisch onderzocht. Voor zover bekend zijn er twee landbouwdammen aanwezig. Aan de hand van waargenomen bijmengingen is, in overleg met de opdrachtgever, één dam visueel en analytisch onderzocht.
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.1.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 29-8-2024 (2001 - bemonstering grond), 5-9-2024 (2002 - bemonstering grondwater) Uitvoerende partij BRL SIKB Z protocol Onderzoekaspect
Gehele terrein
Landbouwdam
BRL SIKB 2000 Protocol 2001,2002 Meetpunten
Codering
Bijzonderheden
-
3 1
01,02, 03, 05, 06, 07, 08, 11, 12, 13, 15, 16 04, 09, 14 10
3
16, 16-1, 16-2
aanvullende asbestgaten ter plaatse van de landbouwdam
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5 á 0,9
12
Peilbuis
2,0 2,2
Gat
0,4
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q6^JOZ-ap1.1
-
Pagina 12 van 21
u IDDS Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk (bij de landbouwdammen) is sprake van zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m mv uit klei.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde (en vrijgegraven) bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen met baksteen en/of slakken; In de zandige bovengrond ter plaatse van de landbouwdam (boring/gat 16, 16-1, 16-2) is sprake van zwakke tot matige bijmengingen met aardewerk, baksteen, beton, metselpuin en slakken; In de kleiige ondergrond ter plaatse van de landbouwdam (boring 16) is sprake van zwakke bijmengingen met baksteen en kolengruis. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen.
Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde (en vrijgegraven) bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen; De aangetroffen bijmengingen ter plaatse van de landbouwdam (beton en metselpuin) maken de bodem verdacht op de aanwezigheid van asbest.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q67BJO7rap1.1
Pagina 13 van 21
u IDDS Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.1.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
10
Filterstelling
Grondwater stand
PH
EC
Troebel heid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
1,20 - 2,20
0,85
[-] 6,8
[l^S/cm]
[NTU]
d.d.
1260
2,25
5-9-2024
Zintuiglijke afwijkingen Z overige bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: - Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging; De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. 3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.3.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: - Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen). Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De bovengrond is aanvullend onderzocht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: - Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). - VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q67BJO7rap1.1
Pagina 14 van 21
u IDDS 3.4
TOETSINGSKADER
Algemeen De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hieronder aangegeven toetsingskaders. Grond Standaard beoordelingskader ^ Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage IIA (T.130) ^ Beoordeling aan de index Rekenkundig gemiddelde van de kwaliteitseis voor landbouw/natuur en de interventiewaarde/waarden voor toelaatbare kwaliteit1 ^ Beoordeling aan de waarden voor toelaatbare kwaliteit Gemeentelijk Omgevingsplan (indien van toepassing) Daarnaast zijn de analyseresultaten getoetst aan de maximale toepassingswaarden zoals verwoord in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Grondwater Standaard toetsingskader ^ Beoordeling signaleringsparameters grondwater2 Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage Vd ^ Beoordeling aan de index Rekenkundig gemiddelde van de voorkeurswaarde en de signaleringswaarde3 In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. ^ndex 0,5 Hndex 0,5
HW^S (index 1,0)
niet of licht verontreinigd: het gehalte/concentratie is lager dan of gelijk aan de index; licht, maar potentieel sterk verontreinigd: het gehalte/concentratie overschrijdt de Index en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde /signaleringsparameter; sterk verontreinigd: het gehalte/concentratie overschrijdt de interventiewaarde/signaleringsparameter.
1 De index is het rekenkundig gemiddelde van de Kwaliteitseis voor landbouw/natuur en de interventiewaarde/waarden voor toelaatbare kwaliteit voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de index overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is dan een aantal gevallen noodzakelijk. 2 Deze signaleringsparameter is gelijk aan de voormalige interventiewaarde (Wbb). Vanwege het ontbreken van de toetsing aan de signaleringsparameters in de toetsservices is gebruik gemaakt van de toetsing aan de Wbb. Hierbij is de signaleringsparameter gelijk gesteld aan de interventiewaarde en de streefwaarde aan de voorkeurswaarde. 3 Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de index. De index is het rekenkundig gemiddelde van de voorkeurswaarde en de signaleringswaarde voor de betreffende stof. Indien de meetwaarde voor één of meerdere stoffen de index overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een overschrijding signaleringsparameter in het grondwater elders op de locatie. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is dan een aantal gevallen noodzakelijk. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06^JO^ap1.1
Pagina 15 van 21
u IDDS TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes
Monstertraject en (m-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten < Index Q,5
> Index Q,5
> IW 1 > S
Grond MMQ1
Q2 (Q-5Q) Q6 (Q-5Q) Q7 (Q-5Q) 12 (Q-5Q) 15 (Q-5Q)
Klei, geen bijzonderheden
#1
Kwik (-) PAK (Q,Q4) Molybdeen (Q,Q1)
MMQ2
Q3 (Q-5Q) 1Q (Q-5Q) 11 (Q-5Q) 14 (Q-5Q)
Klei, resten baksteen, resten slakken
#1
Kwik (-) PAK (Q,Q1) Molybdeen (-)
MMQ3
Q4 (5Q-1QQ) Q9 (5Q-1 QQ) 1Q (5Q-1QQ) 14 (5Q-1QQ)
Klei, geen bijzonderheden
#2
MMQ4
Q4 (15Q-2QQ) Q9 (15Q-2QQ) 1Q (15Q-2QQ) 14 (15Q-2QQ)
Klei, geen bijzonderheden
#2
Landbouwdam MQ5
16 (Q-4Q)
Zand, resten slakken, zwak baksteenhoudend, matig aardewerkhoudend, resten beton, zwak metselpuinhoudend
#2
Cadmium (Q,Q3) Koper (Q,Q1) Lood (Q,Q8) Minerale olie (Q,16) Nikkel (Q,Q7) PAK (Q,2) Zink (Q,16)
MQ6
16 (4Q-9Q)
Klei, resten baksteen, resten kolengruis
#2
Kobalt (Q,Q8) Koper (Q,12) Kwik (-) Lood (Q,17) Molybdeen (-) Zink (Q,Q5)
Nikkel (Q,55)
1Q (1,2Q-2,2Q)
Grondwater
#3
Barium (-) Nikkel (Q,18)
-
Grondwater 1Q
-
#1
Standaard pakket grond + OCB's
#2
Standaard pakket grond
#3
Standaard pakket grondwater
< Index 5QTo
Het gehalte van de aangegeven parameter is lager dan de index (licht verontreinigd).
Index ^QTo
Het gehalte van de aangegeven parameter overschrijdt de index (licht, maar potentieel sterk verontreinigd). Er kan in potentie sprake zijn van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit.
> IW / > S
Het gehalte van de aangegeven parameter overschrijdt de interventiewaarde / signaleringswaarde (sterk verontreinigd).
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q67BJO7rap1.1
Pagina 16 van 21
u IDDS Asbest In verband met de aangetroffen asbestverdachte bodemvreemde bijmengingen (beton en metselpuin) ter plaatse van de landbouwdam is aanvullend een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. In het laboratorium is, op het voornoemde monster, de volgende bepaling uitgevoerd: Grondmonster: asbest grond NEN 5898 ^7,5kg De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op het analysecertificaat. In tabel 3.4.2 zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 3.4.2: Overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Monstercode (deel)monsters en Bodemtype en traject (m-mv) bijzonderheden MMasbest1
Opmerking
Totale gewogen gehalte asbest#1
Gehalte asbest#1
Zand, zwak slakhoudend Fijne fractie •0,3 mg/kg ds •0,3 mg/kg ds zwak baksteenhoudend, matig aardewerkhoudend, zwak metselpuinhoudend, resten beton, resten glas #1: De serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties. #2: Het gehalte asbest geldt louter als indicatie dat asbest aanwezig is aangezien het monstermateriaal middels boringen is verkregen.
3.5
16 (0-40) 16-1 (0-40) 16-2 (0-40)
INTERPRETATIE
Grond Zowel de boven- als ondergrond tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m-mv uit klei. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreffen zwakke bijmengingen met baksteen en/of slakken. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt dat de grond overwegend niet tot licht verontreinigd is met kwik, molybdeen en PAK. Er zijn geen verhoogde concentraties bestrijdingsmiddelen aangetoond in de bovengrond. Landbouwdammen In totaal is één landbouwdam opgenomen in het onderzoek. Bij de dam ter plaatse van boring 01 zijn geen significante bijmengingen waargenomen. De bovengrond bestaat uit zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 0,9 m-mv uit klei. In de zandige bovengrond ter plaatse van de landbouwdam (boring/gat 16, 16-1, 16-2) is sprake van zwakke tot matige bijmengingen met aardewerk, baksteen, beton, metselpuin en slakken. In de kleiige ondergrond ter plaatse van de landbouwdam (boring 16) is sprake van zwakke bijmengingen met baksteen en kolengruis. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
De aangetroffen bijmengingen ter plaatse van de landbouwdam (beton en metselpuin) maken de bodem verdacht op de aanwezigheid van asbest. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. In de ondergrond is een index-overschrijding met nikkel en zijn licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-067BJO7rap1.1
Pagina 17 van 21
u IDDS Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Op basis van de analyse en toetsingsresultaten blijkt het grondwater niet tot licht verontreinigd te zijn met barium en nikkel. Asbest In het asbest mengmonster ter plaatse van de landbouwdam is op indicatieve basis in de fijne fractie geen asbest aangetoond. Bespreking Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater in afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn over het algemeen licht verontreinigd. Uitzondering is de index overschrijding met nikkel ter plaatse van de landbouwdam. Uit de analyseresultaten van de fijne fractie blijkt dat er geen asbest aangetoond is. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Onderzoeksgebie d Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen (formeel) Reden: in de grond en het grondwater komen overwegend lichte verontreinigingen voor.
Representativiteit
Naar onze mening is de toegepaste onderzoeksstrategie voldoende representatief voor het vastleggen van de milieukundige bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Bovengrond onde rzoeksgebied Hypothese
Verdacht op OCB's
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: in de grond komen geen verontreinigingen voor met bestrijdingsmiddelen.
Landbouwdamme n Hypothese
Verdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond komen overwegend lichte verontreinigingen voor. Voor nikkel is sprake van een index-overschrijding.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-06^JOfrap1.1
Pagina 18 van 21
u
IDDİ 4.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
4.1
CONCLUSIES
In opdracht van RHpHmi is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs. Aanleiding In het kader van voornoemde vormen de ondergenoemde voorgenomen activiteit(en) de aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek: ^
Het uitroeren van de milieubelastende activiteiten (bouwen) op een bodemgeroelige locatie (Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl g5.1.4.5.1).
Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is: ^
Inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit (grond en grondwater).
Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: Op de locatie zijn twee landbouwdammen aanwezig. Ter plaatse van één van deze dammen zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Deze bijmengingen betreffen aardewerk, baksteen, beton, metselpuin en slakken. Op het weiland zijn, met uitzondering van zwakke bijmengingen met baksteen en slakken, geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen; De grond ter plaatse van de onderzochte landbouwdam is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. In de ondergrond is een index-overschrijding met nikkel aangetoond; De boven- en ondergrond op het overige terrein zijn over het algemeen licht verontreinigd met enkele parameters; Het grondwater is licht verontreinigd met enkele parameters. Asbest In het asbest mengmonster ter plaatse van de landbouwdam is op indicatieve basis in de fijne fractie geen asbest aangetoond. Bespreking Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater in afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn over het algemeen licht verontreinigd. Uitzondering is de index overschrijding met nikkel ter plaatse van de landbouwdam. Uit de analyseresultaten van de fijne fractie blijkt dat er geen asbest aangetoond is. Er is geen sprake van sterk verontreinigde grond.
Onzes inziens wordt de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet overschreden. De formele uitspraak hieromtrent kan alleen door het bevoegd gezag worden gedaan. Op basis van de analyseresultaten worden er vanuit de milieuhygiënische bodemkwaliteit voor het uitvoeren van de milieubelastende activiteit bouwen op een bodemgevoelige locatie vooralsnog geen belemmeringen voorzien.
Milillhygiënisch voorondlrzolk en verkennend bodlmondlrzolk Locatie: Noordlrsingll (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-067BJO7rap1.1
Pagina 19 van 21
u IDDS 4.2
AANBEVELINGEN
Wij adviseren u onderhavige rapportage bij de aanvraag van een omgevingsvergunning te voegen. Indien bij de voorgenomen (bouw)werkzaamheden grond wordt ontgraven én afvoer van grond plaatsvindt moet tenminste een week voor de start een melding ingevolge Ş4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden verricht. Als de ontgraven grond op locatie volledig wordt teruggebracht in de bodem is een melding niet nodig. Opgemerkt wordt dat de ontgraven grond niet langer dan 8 weken na beëindiging van het graven tijdelijk mag worden opgeslagen op locatie. Bij afvoeren en hergebruik van grond is de regelgeving onder de Omgevingswet van toepassing.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-Q67BJO7rap1.1
Pagina 2Q van 21
u IDDS 5.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde verkennend onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Kenmerk rapportage: A6138-067BJO7rap1.1
Pagina 21 van 21
u IDDS
BIJLAGE 1.1 Topografische kaart
IDDS maakt ontwikkelen mogelijk
Legenda
Opdrachtgever:
G Plangebied
Locatie: Noordersingel (ong.), Berkel en Rodenrijs Omschrijving: Topografische kaart
O
200
400
600
800
1.000 m
Projectnummer: A6138
Getekend: BJO
Bijlagenummer: 1.1
Formaat: A4
Datum: 20-9-2024
Schaal: 1:25000
u IDDS
BIJLAGE 1.2 Situatietekening
Legenda |—l Plangebied ] Landbouwdam Boorpunten « Boring tot 0,5 m-mv « Boring tot 2,0 m-mv Boring met peilbuis
maakt ontwikkelen mogelijk
10
15
25 m
20
Opdrachtgever:! Locatie: Noordersingel (ong.), Berkel en Rodenrijs Omschrijving: Situatietekening Projectnummer: A6138
Getekend: BJO
Bijlagenummer: 1.2
Formaat: A3
Datum: 20-9-2024
Schaal: 1:500
u IDDS
BIJLAGE 2.1 Rapportage omgevingsdienst
DCMR milieudienst
Rijnmond
Bodeminformatie Dynamisch Rapport - 23-07-2024
A/
Geselecteerd gebied
*
Tank
Locatie
A/
Percelen
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 1 van 10 - 23-07-2024
DCMR milieudienst
Rijnmond
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
4
Locaties
4
Tanks
8
Disclaimer
9
Toelichting
10
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 2 van 10 - 23-07-2024
DCMR milieudienst
Rijnmond
Inleiding Voor U ligt een rapportage van de DCMR Milieudienst Rijnmond met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie die u heeft aangewezen. Deze informatie is afkomstig uit het Bodem Informatie Systeem (hierna: BIS) van DCMR. De omgevingsrapportage geeft: ^ een eerste indruk van de bodemkwaliteit en de beschikbaarheid aan informatie. Voor meer specialistische informatie verwijzen wij u door naar de viewer onder de link: Viewer bodem en ondergrond (https://dcmr.webgispublisher.nl). ^ alleen informatie over de aangewezen locatie (en niet over de locaties in een straal van 25 meter er omheen); ^ alleen informatie die bij DCMR bekend is. Bodemonderzoeken die nooit bij DCMR of deelnemende gemeentes zijn ingediend, zijn niet opgenomen. Hetzelfde geldt voor ondergrondse brandstoftanks die niet bekend zijn.
Deze rapportage bevat beschikbare gegevens over de aangewezen locatie en links voor documenten die u kunt downloaden. In de toelichting per onderwerp wordt specifiek uitgelegd wat de informatie inhoudt en hoe u deze kunt gebruiken.
De informatie is met zorg en volgens de geldende richtlijnen verzameld en beschikbaar gesteld De DCMR, gemeentes en provincie registreren al tientallen jaren bodeminformatie. Al deze informatie is met zorg geregistreerd en uiteindelijk in het BIS van DCMR opgenomen. In de loop van de tijd zijn er veel dingen veranderd, zowel voor wat betreft de wet- en regelgeving, onderzoeksprotocollen als het BIS zelf. Het is onvermijdelijk dat informatie: ^ niet altijd voldoet aan de richtlijnen van dit moment. In oude rapporten hoeft u bijvoorbeeld niet te zoeken naar PFAS, want deze stoffen werden toen nog niet gemeten. ^ niet altijd actueel is, bijvoorbeeld omdat de locatie in een gebied ligt dat opnieuw ontwikkeld is; ^ nog niet ingevoerd is. Dit is het geval bij onderzoeken die recent zijn ingediend. De invoerachterstand bedraagt maximaal enkele weken.
Heeft u te maken met een onderzoeksplicht, bijvoorbeeld omdat u een pand of stuk grond wilt kopen of vanwege bouw- of graafwerkzaamheden? Dan mag u deze rapportage niet beschouwen als een volledig vooronderzoek. Deze rapportage is wel bruikbaar als startpunt van een vooronderzoek volgens de normen. Meer informatie over het uitvoeren van bodemonderzoek is te vinden op onze website onder de links: Vooronderzoek | DCMR en Uitvoeren bodemonderzoek | DCMR. De algemene eisen voor een vooronderzoek staan in onderzoeksprotocollen zoals de NEN 5725. Een dergelijk vooronderzoek wordt vrijwel altijd uitgevoerd door een bodemadviesbureau.
Als u vragen, opmerkingen of aanvullingen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de DCMR Milieudienst Rijnmond via email: info@dcmr.nl
Als u een rapport zonder (werkende) hyperlink wilt ontvangen kunt u een verzoek per email sturen. Vermeld hierbij altijd het locatienummer (AA...) van de locatie en de datum, naam en (indien beschikbaar) het opdrachtnummer van het rapport dat u wilt opvragen.
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 3 van 10 - 23-07-2024
DCMR milieudienst
Rijnmond
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties De volgende bodemlocaties zijn bekend in het geselecteerde gebied:
Locatie: Noordersingel 163 Locatienaam
Noordersingel 163
Adres
Noordersingel 163
Woonplaats
Berkel en Rodenrijs
Gemeente
Lansingerland
Locatiecode
AA049300130
Locatiecode bevoegd gezag Wbb
DC049300130
Gegevensbeheerder
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vervolgactie Wbb
voldoende gesaneerd
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
ernstig, geen risico's bepaald
Laatst uitgevoerd onderzoek
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag: 9999222974 Noordersingel 163 16-04-2021
Wettelijk kader Mogelijk Overgangsrecht
nee
Uitgevoerde onderzoeken Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Beschikbare documenten per onderzoek Onderzoek
Datum
Downloadlink
9999196560 Noordersingel 163
27-07-2020
9999196560 Noordersingel 163
9999196560 Noordersingel 163
20-10-2020
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/78/9999875578.PDF
9999196560 Noordersingel 163
07-07-2014
9999196560 Noordersingel 163
9999222974 Noordersingel 163
16-04-2021
9999222974 Noordersingel 163
Noordersingel 163
24-01-2001
Toelichting document niet opvraagbaar
Noordersingel 163
17-10-2005
22255997.PDF
Noordersingel 163
17-09-1997
22255996.PDF
Noordersingel 163
06-07-1997
22284723.PDF
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
demping met puin en/of bouw onbekend en sloopafval
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
Voldoende onderzocht
onbekend
Nee
Nee
Onbekend
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschrijding
Oppervlakte
Volume
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 4 van 10 - 23-07-2024
Boven
Onder
Opmerking
DCMR milieudienst
Rijnmond Grond
I
125 m3
, 15 m
,45 m
Besluiten Datum
Besluit
Kenmerk
Status
28-06-2021
BUS-melding correct aangeleverd
99991027599
Definitief
19-11-2020
BUS-melding correct aangeleverd
9999894404
Definitief
Beschikbare documenten per besluit Besluit
Downloadlink
99991027599 BUS-melding correct aangeleverd 28-06-2021
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/99/99991027599.PDF
9999894404 BUS-melding correct aangeleverd 19-11-2020
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/04/9999894404.PDF
Sanering Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Saneringscontouren Matrix
Datum
Gerealiseerd bovengrond
Gerealiseerd ondergrond
Grond
15-04-2021
voll. verw., aanvulgrond schoon (MF)
Niet van toepassing
Zorgmaatregelen Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overige beschikbare documenten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Locatie: Groenzone Berkel-Pijnacker Locatienaam
Groenzone Berkel-Pijnacker
Adres Woonplaats
Berkel en Rodenrijs
Gemeente
Lansingerland
Locatiecode
AA162102038
Locatiecode bevoegd gezag Wbb
ZH162102038
Gegevensbeheerder
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vervolgactie Wbb
opstellen SP
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
ernstig, spoed, risico's wegnemen en uiterlijk saneren voor 2015
Laatst uitgevoerd onderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740: 2465299 Noordersingel 85 09-01 -2024
Wettelijk kader Mogelijk Overgangsrecht
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 5 van 10 - 23-07-2024
nee
DCMR milieudienst
Rijnmond
Uitgevoerde onderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn bekend binnen deze locatie en liggen binnen het geselecteerde gebied: Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer
Archief
25-04 2013
Saneringsplan
Groenzone BerkelPijnacker (deelgebied 3)
CSO Adviesbureau
21639780
27-03 2001
Indicatief onderzoek
Groenzone en Oude Leede
Adviesburo De Straat
22250885
DCMR en Gemeente
05-02 2001
Historisch onderzoek
Groenzone BerkelPijnacker
Adviesburo De Straat
22250886
DCMR en Gemeente
Beschikbare documenten per onderzoek Onderzoek
Datum
Downloadlink
2465299 Noordersingel 85
09-01-2024
https://loket.dcmr.nl/mozard/document/docnr/5706142
9999133700 Noordersingel nabij 72
18-06-2019
9999133700 Noordersingel nabij 72
9999145286 Noordersingel 41-43
15-10-2019
9999145286 Noordersingel 41-43
9999145286 Noordersingel 41-43
13-08-2019
9999145286 Noordersingel 41-43
9999146077 9999202253 V.O. Wegbermen Lansingerland
20-09-2019
1810515.pdf
9999146077 Middelweg
31-10-2019
9999146077 Middelweg
9999150040 Groenzone Middelweg
28-11-2019
9999150040 Groenzone Middelweg
9999151083 Noordersingel 41 (asbest) binnen Groenzone Berkel-Pijnacker
12-12-2019
9999151083 Noordersingel 41 (asbest) binnen Groenzone Berkel-Pijnacker
9999196533 Noordersingel nabij 41
15-10-2020
9999196533 Noordersingel nabij 41
9999202253 Middelweg 21 tot Noordeindseweg 61 BUS TU 5d
25-11-2020
9999202253 Middelweg 21 tot Noordeindseweg 61 BUS TU 5d
9999202253 Middelweg 21 tot Noordeindseweg 61 VO
25-06-2020
9999202253 Middelweg 21 tot Noordeindseweg 61 VO
9999257569 Noordersingel 107
24-08-2021
99991128396.pdf
9999257569 Noordersingel 107
05-08-2021
99991128397.pdf
9999257569 Noordersingel 107
02-12-2021
99991128395.pdf
9999261006 Middelweg glasvezel trace
31-01-2022
9999261006 Middelweg glasvezel trace
Groenzone Berkel-Pijnacker
05-02-2001
22250886.PDF
Groenzone Berkel-Pijnacker (deelgebied 3)
25-04-2013
21639780.PDF
Groenzone en Oude Leede
27-03-2001
22250885.PDF
Kleihoogt ong. (nabij nr. 60)
26-02-2013
22203019.PDF
verkennend bodemonderzoek + asbest in grond Meerweg 45 01-06-2018 Berkel en Rodenrijs
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/27/9999708027.PDF
Verkennend bodemonderzoek Pastoor Verburghweg
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/82/22234282.PDF
10-12-2003
Verontreinigende activiteiten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschrijding
Oppervlakte
Volume
Boven
Onder
Opmerking
Grond
I
700 m2
350 m3
0m
50 m
Zaaknummer 9999145286,
(c) 2024 Nazca Solutions - Pagina 6 van 10 - 23-07-2024
DCMR milieudienst
Rijnmond Noordersingel 41 Verontreiniging met asbest; risico's agv losse vezels
Besluiten Datum
Besluit
Kenmerk
Status
11-04-2022
BUS-melding correct aangeleverd
99991205869
Definitief
21-01-2022
Sanering uitvoeren
99991152913
Definitief
17-02-2021
Instemmen uitgevoerde sanering
9999949687
Definitief
10-12-2020
BUS-melding correct aangeleverd
9999909617
Definitief
17-01-2020
Instemmen met SP
9999724580
Definitief
12-12-2019
BUS-melding correct aangeleverd
5257305
Definitief
04-12-2019
beschikking ernstig, spoed
2423125
Definitief
07-11-2019
BUS-melding correct aangeleverd
5224981
Definitief
Beschikbare documenten per besluit Besluit
Downloadlink
2423125 beschikking ernstig, spoed 04-12-2019
2423125
5224981 BUS-melding correct aangeleverd 07-11-2019
5224981
5257305 BUS-melding correct aangeleverd 12-12-2019
5257305
99991152913 Sanering uitvoeren 21-01-2022
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/13/99991152913.PDF
99991205869 BUS-melding correct aangeleverd 11-04-2022
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/69/99991205869.PDF
9999724580 Instemmen met SP 17-01-2020
9999724580.PDF
9999909617 BUS-melding correct aangeleverd 10-12-2020
http://dcmr.gisinternet.nl/downloads/pdf/17/9999909617.PDF