[T25.05197] Motivering BOPA Herlijkheid Noordersingel, Noordersingel ten noorden van 171 (NLo)
Tekst van het document
BOPA HEERLIJKHEID NOORDERSINGEL Berkel en Rodenrijs Gemeente Lansingerland 7 augustus 2025
RHO ADVISEURS
RHO ADVISEURS DATUM KENMERK
7 augustus 2025 20240892/165746
PROJECT
BOPA Heerlijkheid Noordersingel Berkel en Rodenrijs
OPDRACHTGEVER Nlo B.V. PROJECTNUMMER 20240892 STATUS
Definitief
INHOUD 1.
2.
3.
4.
5.
3/88
Inleiding
8
1.1 1.2 1.3
8 8 9
Aanleiding Ligging en begrenzing Leeswijzer
Planbeschrijving
10
2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
10 10
Toetsing aan omgevingsplan
12
3.1
Huidige regeling omgevingsplan 3.1.1 Omgevingsplan gemeente Lansingerland 3.1.2 Bestemmingsplan "Groenzoom" 3.1.3 Bodemkwaliteitskaart 3.1.4 Verordeningen 3.1.5 Bruidsschat
12 12 12 14 16 16
3.2 3.3
Strijdigheid activiteit(en) en voorgenomen wijziging in relatie tot het omgevingsplan 16 Welke omgevingsplanactiviteiten moeten worden vergund met een omgevingsvergunning voor een BOPA? 16 3.3.1 Volgende fase 17
3.4
Te volgen procedure
17
Beleidskaders
19
4.1
Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI)
19 19
4.2
Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (POVI)
20 20
4.3
Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 4.3.2 Programma's 4.3.3 Woonvisie en uitvoeringsagenda 2021-2025: Een plek voor iedereen 4.3.4 Conclusie
22 22 23 23 24
Juridische kaders
25
5.1
Juridische kaders Rijk 5.1.1 Omgevingswet 5.1.2 Besluit activiteiten leefomgeving 5.1.3 Besluit bouwwerken leefomgeving 5.1.4 Besluit kwaliteit leefomgeving 5.1.5 Omgevingsbesluit 5.1.6 Rijks voorbeschermingsregels
25 25 25 26 26 28 28
5.2
Juridische kaders provincie 5.2.1 Zuid-Hollandse omgevingsverordening (ZHOV)
28 28
5.2.2
6.
35
5.3
Juridische kaders gemeente Verordeningen 5.3.1
35 35
5.4
Conclusie
35
Omgevingsaspecten
36
6.1
M.e.r.-beoordeling Kaders 6.1.1 Toetsing 6.1.2 6.1.3 Conclusie
36 36 36 36
6.2
Bodem Kaders 6.2.1 Toetsing 6.2.2 6.2.3 Conclusie
36 36 37 38
6.3
Cultuurhistorie en archeologie Kaders 6.3.1 Toetsing 6.3.2 6.3.3 Conclusie
39 39 40 40
6.4
Duurzaamheid Kaders 6.4.1 Toetsing 6.4.2 6.4.3 Conclusie
40 40 41 41
6.5
Externe veiligheid Kaders 6.5.1 Toetsing 6.5.2 6.5.3 Conclusie
41 41 43 44
6.6
Geluid door activiteiten Kaders 6.6.1 Toetsing en conclusie 6.6.2
44 44 44
6.7
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Kaders 6.7.1 Toetsing 6.7.2 6.7.3 Conclusie
45 45 46 48
6.8
Geur 6.8.1 6.8.2 6.8.3
Kaders Toetsing Conclusie
48 48 48 48
Gezondheid Kaders 6.9.1 Toetsing 6.9.2 6.9.3 Conclusie
49 49 49 49
6.10 Kabels en leidingen 6.10.1 Kaders
49 49
6.9
4/88
Provinciale voorbeschermingsregels
6.10.2 6.10.3
Toetsing Conclusie
50 50
6.11
Klimaatadaptatie 6.11.1 Kaders 6.11.2 Toetsing 6.11.3 Conclusie
50 50 51 51
6.12
Ladder voor duurzame verstedelijking 6.12.1 Kaders 6.12.2 Toetsing 6.12.3 Conclusie
52 52 52 53
6.13
Licht 6.13.1 6.13.2 6.13.3
Kaders Toetsing Conclusie
53 53 53 53
Luchtkwaliteit 6.14.1 Kaders 6.14.2 Toetsing 6.14.3 Conclusie
53 53 54 54
6.15 Mobiliteit 6.15.1 Kaders 6.15.2 Ontsluiting 6.15.3 Verkeersgeneratie 6.15.4 Parkeren 6.15.5 Conclusie
54 54 55 55 56 56
6.16 Natuur en ecologie 6.16.1 Kaders 6.16.2 Toetsing 6.16.3 Conclusie
56 56 57 59
6.17 Omgevingsveiligheid 6.17.1 Kaders 6.17.2 Toetsing 6.17.3 Conclusie
60 60 60 60
6.18 Rotterdam The Hague Airport 6.18.1 Kaders 6.18.2 Toetsing 6.18.3 Conclusie
60 60 60 60
6.19 Slagschaduw van windturbines 6.19.1 Kaders 6.19.2 Toetsing en conclusie
60 60 61
6.20 Stedenbouw, landschap en ruimtelijke kwaliteit 6.20.1 Kaders 6.20.2 Toetsing 6.20.3 Conclusie
61 61 61 62
6.21 Trillinge n
62
6.14
5/88
6.21.1 6.21.2 6.21.3 6.22 Water 6.22.1 6.22.2 6.22.3
Kaders Toetsing Conclusie
62 62 62
Kaders Toetsing Conclusie
62 62 66 70
7.
Vergunningsvoorschriften en maatwerk
71
8.
Haalbaarheid
74
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
74 74 74 74 74
9.
Financieel economische uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie Conclusie
Maatschappelijke belangenafweging
75
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Participatie Belangen andere bestuurslagen enketenpartners Bindend adviesrecht gemeenteraad Zienswijzen Conclusie
75 76 76 76 76
10. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
77
Bijlage 1 Kavelpaspoort Heerlijkheid Noordersingel, NLO, 4-8-2025
78
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Bovenberkel II, LANSINGERLAND, STIJLGROEP, 11-9-2017
79
Bijlage 3 Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek, IDDS, 25-9-2024
80
Bijlage 4 Noordersingel (nabij 171) te Berkel en Rodenrijs Milieuhygiënisch vooronderzoek Waterbodemonderzoek, IDDS, 4-10-2024
81
bijlage 5 Notitie Onderzoek geluid door wegen Noordersingel nabij 171 Lansingerland, Rho Adviseurs, 12-6-2025 82 Bijlage 6 Stikstofmemo Noordersingel Berkel en Rodenrijs, Rho Adviseurs, 7-3-2025
83
Bijlage 7 Stikstofberekeningen Noordersingel Berkel en Rodenrijs (aanleg- en gebruiksfase), Rho Adviseurs, 14-10-2024
84
Bijlage 8 Quickscan flora en fauna Noordersingel nabij 171 Berkel en Rodenrijs, Habitus, 24-10-2024
85
6/88
Bijlage 9 Nader onderzoek steenuil Noordersingel tegenover nr. 78 Berkel en Rodenrijs (provincie Zuid-Holland), RSK, 4-6-2025
86
Bijlage 10 Watersleutel Noordersingel, NLO, 31-3-2025
87
Bijlage 11 Verslag bewonersparticipatie locatie Noordersingel nabij nr. 171 te Berkel en Rodenrijs, NLO, 17-1-2025
88
7/88
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De gemeente Lansingerland heeft in 2013 ingestemd met de regeling Ruimte voor Ruimte Groenzoom. Dit houdt in dat de gemeente langs de westzijde van de Noordersingel in Berkel en Rodenrijs Ruimte voor Ruimte-rechten moeten worden ver kocht. Deze Ruimte voor Ruimte-regeling gebruikt de gemeente om de door de provincie gemaakte kosten van de aanleg van de Groenzoom terug te verdienen. Voor de aanleg van de Groenzoom heeft de provincie destijds percelen grond met kassen, loodsen en woningen aangekocht en gesloopt. De provincie heeft met de gemeente de afspraak gemaakt dat zij de woningen die in ruil hiervoor teruggebouwd mogen worden aan de rand van de Groenzoom uitgeeft en de Ruimte voor Ruimte-rechten afdraagt aan haar. Voor het projectgebied is met de gemeente de beschikking over zes rechten van deze ruimte voor ruimteregeling overeengekomen. NLo B.V. biedt de zes vrije kavels aan de Noordersingel aan waarop een eigen woning kan worden gerealiseerd. Dit project heeft de naam Heerlijkheid Noordersingel. De gemeente heeft aangegeven mee te willen werken om het project mogelijk te maken door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) om zo te kunnen afwijken van het omgevings plan. Het gaat om een gefaseerde BOPA. Deze eerste 'fase' (het planologisch basisbesluit) bestaat uit een aanvraag voor het afwijkende gebruik.
De gefaseerde BOPA biedt op deze manier meer flexibiliteit dan een niet gefaseerde BOPA, omdat op het moment van de eerste aanvraag nog niet het hele initiatief c.q. bouwplan hoeft te zijn uitgewerkt. Voor onderdelen van de aanvraag waarvoor in de eerste fase een (onherroepelijke) vergunning is verleend, hoeft door het bevoegd gezag niet opnieuw een toetsing aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) te worden gedaan in volgende fasen. Bij de gefaseerde BOPA vormt zoals aangegeven de eerste aanvraag het toetsingskader voor de volgende fase(n), zo volgt uit artikel 12.27a Bkl. Elke daaropvolgende aanvraag blijft een BOPA, met de daarbij behorende bezwaar- en beroeps procedure.
1.2
Ligging en begrenzing
Het projectgebied betreft de huidige weilandlocatie ten noorden van Noordersingel 171 te Berkel en Rodenrijs. De exacte ligging van het projectgebied is weergegeven op figuur 1.1. De percelen van de lintbebouwing aan de Noordersingel zijn gesitueerd tussen de Noordersingel en de groenzoom. Deze groenzoom is onderdeel van het 450 hectare natuur -en recre atiegebied dat Midden-Delfland verbindt met het Groene Hart.
8/88
Figuur 1.1 Ligging van het projectgebied (Bron: Rho Adviseurs).
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de bestaande en de beoogde situatie in het projectgebied uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de toetsing van het omgevingsplan en de strijdigheden die bestaan. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de te volgen pro cedure. De beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente worden vervolgens in hoofdstuk 4 uitgewerkt. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt op welke manier de BOPA aansluit bij de geformuleerde beleidsdoelstellingen en ambities. De juridische kaders vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente worden in hoofdstuk 5 verder beschreven en beantwoord. Voor de specifieke omgevingsaspecten wordt dit gedaan in hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk worden voor de verschillende om gevingsaspecten de beleidskaders en juridische kaders samengevat en worden hieraan getoetst. Tevens wordt beschreven of, en onder welke eventuele voorwaarden, sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In hoofdstuk 7 wordt uiteengezet welke vergunningsvoorschriften en/of maatwerkvoorschriften nodig zijn om een 'even wichtige toedeling van functies aan locaties' te borgen. De economische haalbaarheid wordt besproken in hoofdstuk 8, evenals op welke wijze de door de gemeente te maken kosten worden verhaald.
In hoofdstuk 9 wordt vervolgens ingegaan op de maatschappelijke belangenafweging zoals de uitgevoerde participatie, de eventuele rol van de gemeenteraad bij bin dend adviesrecht en de belangen van de overige bestuurslagen en ketenpartners. Daarnaast worden in dit hoofdstuk nog de procedure en de bijbehorende eventuele zienswijzen besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 10 samengevat waarom er bij deze BOPA sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
9/88
2. PLANBESCHRIJVING 2.1
Bestaande situatie
Het projectgebied betreft een weiland ten noorden van het adres Noordersingel 171. Rondom het projectgebied bevinden zich sloten die onderdeel zijn van de waterstructuur die van oudsher ervoor zorgt dat de weilanden niet onder water ko men te staan. De Noordersingel is een bebouwingslint in het landelijk gebied en loopt evenwijdig aan de noord-zuid lopende Noordeindseweg. Dit is één van de assen waaraan Berkel en Rodenrijs is ontstaan. Aan het lint bevinden zich diverse burgerwoningen. Dit betreffen vaak vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwoningen met grote tuinen. Op een paar plekken gaat het om een rijtje voormalige arbeiderswoningen. Ook bevinden er zich nog diverse bedrijven aan het lint, voornamelijk aan de oostkant daarvan.
2.2
Toekomstige situatie
Het project Heerlijkheid Noordersingel is gebaseerd op de regels van de 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied C' uit het be stemmingsplan "Groenzoom". Deze regels zijn door de ontwikkelaar zoveel mogelijk vertaalt in een kavelpaspoort dat deel uit zal maken van de koopovereenkomst met de uiteindelijke bewoners. Aan het kavelpaspoort en figuur 2.1 zijn echter geen rechten zijn te ontlenen. Het kavelpaspoort vormt de basis van deze motivering. Op figuur 2.1 is de inrichtingstekening weergeven zoals deze is opgenomen in het kavelpaspoort.
Figuur 2.1 inrichtingstekening (bron: kavelpaspoort 23 mei 2025)
10/88
Het kavelpaspoort gaat uit van zes percelen. De zes percelen zijn over het terrein verdeeld in: ^ 2 percelen direct gelegen aan de Noordersingel (de 1e lijnsbebouwing). Op deze twee percelen zijn vrijstaande woningen voorzien waarmee verwezen wordt naar de lintbebouwing aan deze Noordersingel. ^ 4 percelen op het liggende terrein, waarvan er twee direct aan de groenzoom zijn gesitueerd. Op deze vier perce len wordt vanuit de stedenbouwkundige visie voorzien in een combinatie van twee woningen gesitueerd op twee aansluitende percelen die tezamen een architectonische eenheid vormen. Alle woningen hebben hun toegang aan de met klinkerbestrating vormgegeven toegangsweg die in mandeligheid toebe hoort aan alle eigenaren van de zes percelen. Alle percelen zijn gelegen aan een watergang die na verbreding gehandhaafd dient te worden. De watergangen aan de noord-, zuid- en westzijde moeten blijvend van een natuurlijke oever voorzien zijn en de oostelijke oever moet voorzien worden van beschoeiing. Per kavel zijn twee parkeerplaatsen op eigen terrein voor zien en daarnaast worden 3 openbare parkeerplaatsen aangelegd. De volgende afstanden zijn gehanteerd met betrekking van de te realiseren bebouwing tot de waterlijn:
* * * *
6 m vanaf waterlijn langs het lint (zijde Noordersingel) en betreft de kavels 1 en 2; 6 m vanaf de waterlijn van de perceelsloten haaks op de Noordersingel en betreft de kavels 1 t/m 6; 10 m vanaf de waterlijn ten westen van kavel 5 en 6; 20 meter afstand (2 keer 10 meter) tussen de bebouwingen gelegen op hetgeen is omschreven als "eerstelijns bebouwing" en "tweedelijns.
Overzicht percelen Heerlijkheid Noordersingel en ca. oppervlakten: ^ Perceel 1 - 843 m2; ^ Perceel 2 - 913 m2; ^ Perceel 3 - 750 m2; ^ Perceel 4 - 750 m2; ^ Perceel 5 - 807 m2; ^ Perceel 6 - 862 m2; ^ Gemeenschappelijke ontsluitingsweg - 422 m2. De goot- en bouwhoogte van de vrijstaande woningen in de eerste lijn betreft 4 en 7 meter, bij de twee-onder-een-kapwoningen in de tweede lijn is een goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter wenselijk. De dakvorm dient een zadeldak of een daarvan afgeleide te zijn. De erfafscheidingen tussen de percelen en de openbare ruimte wordt groen en eenduidig uitgevoerd, de erfafscheidingen tussen de afzonderlijke percelen zijn vrij om gezamenlijk te bepalen met de betreffende buren.
11/88
3. TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN 3.1
Huidige regeling omgevingsplan
3.1.1 Omgevingsplan gemeente Lansingerland Het omgevingsplan gemeente Lansingerland bevat regels in het tijdelijk deel. De regels voor het projectgebied zijn opgeno men in de volgende onderdelen (artikel 22.1 Omgevingswet): ^ de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwer kingtreding van de Erfgoedwet; een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een ge bied op grond van die verordening; ^ de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; ^ de Bruidsschat.
3.1.2 Bestemmingsplan "Groenzoom" Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Lansingerland waar van het bestemmingsplan “Groenzoom" (vastgesteld 31 oktober 2019) onderdeel uitmaakt, geldt ter plaatse van het pro jectgebied de bestemming 'Agrarisch - Weide' met de functieaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied C' waarmee de gronden onder voorwaarden kunnen worden gewijzigd naar 'onder andere Wonen '. Ook heeft een smalle strook van het projectgebied de bestemmingen “Water" en “Recreatie". Op figuur 3.1 is een uitsneden van het bestemmingsplan '" Groenzoom" weergegeven met het projectgebied rood omlijnd. Binnen de bestemming “Agrarisch - Weide" zijn de volgende functies toegestaan: a. weide; b. (hobbymatig) grondgebonden agrarisch gebruik; c. de instandhouding en ontwikkeling van natuur- en landschappelijke en cultuurhistorische waarden, waaronder in ieder geval zijn begrepen openheid van het landschap en de slagenstructuur; alsmede voor: d. agrarisch landschapsbeheer; e. water; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder landbouwgronden, ont sluitingen, terreinen, paden, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzienin gen; met daaraan ondergeschikt: i.
extensieve openluchtrecreatie, voor zover de onder a, b en c bedoelde functies en waarden niet onevenredig wor den aangetast.
12/88
Daarbij is het verboden op of boven de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaam heden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen en oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters. Daarbij gelden enkele uitzonderingen, die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. bestaan uit de aanleg van fiets- of wandelpaden; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; e. binnen agrarische bouwpercelen zijn inbegrepen; f. betrekking hebben op het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen. De genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien daardoor de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden niet worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waar den niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Vooraf dient hieromtrent schriftelijk advies te worden gevraagd aan een landschapsdeskundige.
Figuur 3.1 Uitsneden vigerend bestemmingsplan "Groenzoom" (bron: regels op de kaart).
13/88
Recreatie De gronden met de bestemming Recreatie mogen onder meer worden gebruikt voor dagrecreatieve voorzieningen, groen voorzieningen, parkeervoorzieningen, speel- en ligweiden en trapvelden, water en wandel-, fiets- en ruiterpaden. Ook de aanleg van moerasgebieden, rietruigten, e.d. zijn toegestaan. Natuur en recreatie zijn dus de functiemogelijkheden van deze bestemming kunnen naast elkaar bestaan. Via eigendom en het padennetwerk kan de gemeente sturing geven aan een zorgvuldig naast elkaar bestaan van deze functies. Gebouwen zijn niet toegestaan met uitzondering van 3 uitkijktorens en 1 historisch tolhek. Voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn maximale bouwmaten opgenomen. Tevens zijn (tijdelijke) standplaatsen voor kraampjes voor ondernemers die aan recreatie gerelateerde diensten willen leveren, toege staan. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bij deze be stemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen, waaronder voorzieningen van algemeen nut, oevers en beschoeiingen.
Wetgevingzone - wijzigingsgebied C Ter plaatse van elke aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied C' afzonderlijk zijn burgemeester en wethouders, over eenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen in de bestemming(en) 'Wonen - 1', 'Tuin', 'Verkeer', 'Water' en/of de bestemming 'Tuin - Landschapswaarden' met inachtneming van de randvoorwaarden uit het bestemmingsplan "Groenzoom". Bodemkwaliteitskaart 3.1.3 Het projectgebied is op de bodemkwaliteitskaart zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet (figuur 3.2) gelegen binnen Bodemkwaliteitszone 1 'Lintbebouwing vóór 1930'. Binnen deze zone worden overwegend lichte verontreinigingen in de boven- en ondergrond verwacht, waarbij in de bovengrond plaatselijk indexwaarde-overschrijdingen voor kunnen komen. Uit de statistische gegevens die ten grondslag liggen aan de bodemkwali teitskaart blijkt dat de in de grond de 95-percentielwaarde voor geen enkele stof de interventiewaarde bodem overschrijdt.
14/88
Figuur : Bodemkwaliteitszones
hchi verontreinigd schoon schoon schoon, niet gedoneerd voor PAK schoon schoon schoon niet gezoreerd
Figuur 3.2 uitsneden bodemkwaliteitskaart (bron: Milieukundig bodemonderzoek IDDS).
15/88
3.1.4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit ge val zijn de "Erfgoedverordening gemeente Lansingerland 2016" en de "Waterafvoerverordening gemeente Lansingerland" relevant voor dit project. Daarnaast is de "Geurverordening Noordeindseweg 11b, Berkel en Rodenrijs" gelet op de grote afstand niet relevant. 3.1.5 Bruidsschat In de Bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De Bruids schat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieu belastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en re gels over gemeentelijke omgevingsvergunningen.
3.2
Strijdigheid activiteit(en) en voorgenomen wijziging in relatie tot het omgevingsplan
De beoogde ontwikkeling is op een aantal onderdelen in strijd met het omgevingsplan. Deze strijdigheden zijn hierna be noemd: Uitvoeren van werken/ werkzaamheden ^ De activiteit werk of bouwwerk aanleggen ten behoeve van het bouwrijp maken van de locatie is in strijd met de be stemmingen 'Agrarisch', 'Recreatie' en 'Water.' ^ De activiteit woonrijp maken van de locatie is in strijd met de bestemmingen 'Agrarisch', 'Recreatie' en 'Water.' ^ Er zijn bouwwerken voorzien op gronden zonder de aanduiding bouwvlak waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd. De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen). ^ Het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen en andere bouwwerken zijn voorzien op gronden zon der de bestemming wonen. Gebruiksactiviteiten ^ De activiteit wonen past niet binnen de bestemming 'Agrarisch - Weide'. ^ De activiteit bedrijf aan huis past niet binnen de bestemming 'Agrarisch - Weide'. ^ De activiteit beroep aan huis past niet binnen de bestemming 'Agrarisch - Weide'. ^ De activiteit benutten van de openbare ruimte past niet binnen de activiteit 'Agrarisch - Weide'.
3.3
Welke omgevingsplanactiviteiten moeten worden vergund met een omgevingsvergunning voor een BOPA?
De volgende omgevingsplanactiviteiten moeten worden vergund met een omgevingsvergunning voor een BOPA: ^ bouwrijp maken ^ woonrijp maken ^ woonactiviteiten (woonruimte toevoegen) ^ activiteit beroep aan huis uitoefenen ^ activiteit bedrijf aan huis uitoefenen ^ activiteit bouwen van hoofdgebouwen ^ activiteit bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen ^ activiteit bouwen van andere bouwwerken bij hoofdgebouwen ^ benutten van de openbare ruimte In de eerste fase worden de activiteit wonen en de nieuwe inrichting voor de openbare ruimte mogelijk gemaakt. Om de locatie van de woningen te bepalen is een figuur opgesteld (figuur 3.3). In dit figuur wordt inzichtelijk gemaakt wat de mo gelijkheden en beperkingen zijn. Met een bouwvlak is aangegeven waar het bouwen van een hoofdgebouw mag plaatsvin den. Hierin is per bouwvlak aangegeven wat de omgevingsnormen zijn. Deze figuur dient in samenhang met de
16/88
voorschriften in hoofdstuk 7 gelezen te worden. Deze normen geven aan hoeveel woningen mogen worden gebouwd, wat de bouwhoogtes zijn, wat het maximum bebouwd oppervlak per kavel is en wat de woningtypering moet zijn. Deze en aanvullende voorschriften worden vastgelegd in de vergunning en in hoofdstuk 7 van deze motivering en vormen het toetsingskader voor de feitelijke bouwaanvragen van fase 2.
Figuur 3.3 mogelijkheden en beperkingen BOPA (bron: Rho Adviseurs d.d. 4 augustus 2025)
3.3.1 Volgende fase In de opvolgende fase van dit project moet verdere vergunning worden verleend voor onder andere de feitelijke bouwacti viteit. Elke aanvraag voor een ruimtelijke ingreep voor dit project moet middels een BOPA worden aangevraagd. Deze wordt getoetst aan de voorschriften die zijn gesteld bij omgevingsvergunning voor de BOPA voor de eerste fase. Ook dient Landschappelijke inpassing BovenBerkel II Lansingerland 11 september 2017 (bijlage 2) ten aanzien van welstand in acht genomen te worden.
3.4
Te volgen procedure
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
17/88
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl. die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. dat betekent dat ook (onder andere) de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. In beginsel is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning. Dit betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning binnen 8 weken moet worden beslist (evt. verlenging van 6 weken).
18/88
4. BELEIDSKADERS 4.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1 De NOVI bevat de hoofdzaken van het rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Als integraal strategisch beleidsdocument bepaalt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk op de fysieke leefomgeving van Nederland. Uit de Omgevingswet (Ow) volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wette lijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI is in de plaats gekomen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR; behalve paragraaf 4.9). Ook zijn de relevante strategische delen van het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 opgenomen (samen met het Nationaal Milieubeleidskader), en geldt de NOVI als wijziging van onderdelen van het Natio naal Waterplan 2016-2021 (NWP). In aanloop naar de inwerkingtreding van de Ow heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 11 sep tember 2020 de eerste Nationale Omgevingsvisie - NOVI - vastgesteld, als één rijksvisie op de fysieke leefomgeving van Ne derland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toe komstperspectief voor Nederland behelst: ^ een klimaatbestendige delta; ^ duurzaam, concurrerend en circulair; ^ kwaliteit van leven in stad en dorp; ^ nabijheid en betrouwbare verbindingen; ^ veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoor delijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transi ties. Deze prioriteiten zijn: naar een duurzame en concurrerende economie; naar een klimaatbestendige en klimaat neutrale samenleving; naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: a. combineren boven enkelvoudig; b. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; c. afwentelen voorkomen. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Relatie tot de ontwikkeling Het uitgeven van vrije kavels past binnen de opgave van de NOVI om het woningaanbod uit te breiden en is niet in strijd met de belangen en opgaven van de Nationale Omgevingsvisie.
19/88
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (POVI) Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar 'Omgevingsbeleid' vastgesteld. De visie wordt regelmatig geactu aliseerd. Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders, de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders, instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen wanneer daartoe aanleiding is. De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: a.
Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. b. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. c. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. d. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. e. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. f. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwali teit. g. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Ruimtelijke hoofdstructuur De essentie en samenhang van de verschillende ruimtelijke keuzes uit de omgevingsvisie zijn gevat in de ruimtelijke hoofd structuur. Opgebouwd uit verschillende kaartbeelden, vormt de ruimtelijke hoofdstructuur een integraal kaartbeeld dat inzichtelijk maakt hoe de strategische beleidskeuzes van de provincie ruimtelijk samenkomen. Figuur 4.1 geeft de ruimte lijke hoofdstructuur van Zuid-Holland weer.
20/88
RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR
Figuur 4.1: Ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland.
Uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving Bij het vormgeven en uitvoeren van de ambities hanteert de provincie de volgende uitgangspunten en kaders voor de fy sieke leefomgeving: ^ streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; ^ gebruik van een kwaliteitskaart met richtpunten en gebiedsprofielen, waarin is beschreven welke kwaliteiten in welke gebieden de provincie nastreeft; ^ handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling, om te beoordelen of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen wense lijk zijn. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie Zuid-Holland geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid is een 'ja, mits'-beleid: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengebracht in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten, gebiedsprofielen en enkele bepalingen in de omgevingsverordening. De kwaliteitskaart toont de kwaliteitsambities van de provincie.
De belangrijke gebiedskenmerken en kwaliteiten van ZuidHolland zijn weergegeven in vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De integrale kwaliteitskaart vat de vier lagen in één kaartbeeld sa men. Met behulp van de kwaliteitskaart houden betrokken partijen bij ruimtelijke ingrepen rekening met de
21/88
gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. De kwaliteitskaart biedt randvoorwaarden voor het maken van integrale afwegingen die nader zijn geconcretiseerd in richtpunten. De richtpunten beschrijven de bestaande kenmerken en waarden, en de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen daarmee rekening kunnen houden. De kwaliteits kaart en bijbehorende richtpunten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Deze gebiedsprofielen funge ren niet als toetsingskader maar als handreiking voor het gebied specifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. Passende ruimtelijke ontwikkeling Om te bepalen of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling passend is, is de ruimtelijke impact van belang. In de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de aard en schaal van een gebied bepalen of een ont wikkeling in meer of mindere mate passend is. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder deze raakt aan provinciale belangen. Ook de waarde en kwetsbaarheid van de kwaliteit van het gebied spelen daarbij een rol. De gebiedsprofielen bieden handvatten om te bepa len hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling in een bepaald gebied is.
In dit kader maakt de provincie onderscheid in drie typen ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Daarbij spelen de schaalniveaus van de kavel, de structuur en de gebiedsidentiteit een rol. Wanneer een plan aansluit bij de gebiedsidentiteit en zich voegt in de bestaande structuur, is sprake van inpassing. Een ontwikkeling die aansluit bij de ge biedsidentiteit maar op structuurniveau wijzigingen voorziet, betekent een aanpassing. Bij transformatie zorgen de aard en omvang van een ontwikkeling voor een verandering van de gebiedsidentiteit. Deze indeling van ontwikkelingen is ook door verteld in de instructieregels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsverordening. Relatie tot de ontwikkeling De zes kavels worden aansluitend aan de lintbebouwing aan de Noordersingel mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is in overeenstemming met de verstedelijkingsambitie van de provincie. Er is gelet op de omvang en ruimtelijke uitstraling van dit project geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van inpassen van woningen in een gebied dat is aangemerkt als groenblauwe stedelijke structuur. De ontwikkeling is kleinschalig, voorziet niet in wijzigingen op structuurniveau en past binnen de gebiedsidentiteit. De kavels zijn onderdeel van de realisatie van de groenzoom en hebben dit project daarmee financieel haalbaar gemaakt.
De richtpunten ruimtelijke kwaliteit zien op het Veenlandschap waar met name het behoud van het veen en het voorko men van bodemdaling een rol spelen. Bij droogmakerijen is de waterhuishouding van belang. Als gevolg van de sanering van bedrijfsbebouwing in het bestemmingsplan “Groenzoom" en herinrichting tot recreatiege bied is de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. 'In ruil' daarvoor kunnen onder andere de 6 nieuwe woningen worden gereali seerd, onder zodanige voorwaarden dat een zorgvuldige inpassing geborgd is. Het gerealiseerde Natuurnetwerk Nederland (NNN) heeft een bestemming Natuur gekregen waarmee het behoud geborgd is.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 Vooruitlopend op de Ow heeft de gemeente Lansingerland al gewerkt aan een omgevingsvisie. De 'Omgevingsvisie Lansin gerland: verbonden, vindingrijk en gezond' is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie beschrijft wat voor gemeente Lansingerland in de toekomst wil zijn. De omgevingsvisie schetst de ge wenste ontwikkelingen voor thema's als wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. In 2040 is Lansingerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. Om dat voor elkaar te krijgen moeten strategische keuzes gemaakt worden en het beleid voor de fysieke leefomgeving worden bepaald. Dit is vertaald in een 'omgevingsvisie 1.0'. De 'omgevingsvisie 1.0' wordt momenteel geactualiseerd en aange scherpt in een '2.0'-versie. In de omgevingsvisie van Lansingerland staan de volgende ambities centraal: Verbonden in de metropool: ^ Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duurzame en schone vervoersmogelijkheden.
22/88
^ ^
Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaat adaptief en natuurinclusief is ingericht. Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en land schappelijke structuren. Vindingrijk en ondernemend: ^ Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. ^ Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen. ^ Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgele genheid en een gezonde middenstand. Gezond samenleven: ^ Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige samenleving waar iedereen meedoet. ^ Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften. ^ Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve ge zondheid en het beperken van gezondheidsrisico's Relatie tot de ontwikkeling Met het uitgeven van de vrije kavels wordt invulling gegeven aan het creëren van passend woningaanbod. De kleinschalig heid past binnen het karakter van het gebied. Het gaat om duurzame woningen en er wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie.
De kavels dragen ook bij aan de financiële haalbaarheid van het inmiddels aangelegde groengebied. Programma's 4.3.2 Op dit moment wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van de omgevingsvisie richting een omgevingsvisie 2.0. Daarnaast wordt gestart met het werken met opgavegerichte programma's. Dit is nog in ontwikkeling. Op dit moment bestaan er daarom nog geen programma's. In de toekomst wordt in principe gewerkt met de volgende programma's: ^ Wonen; • Kwaliteit van de Leefomgeving; • Mobiliteit; • Economie; ^ Horti Science; ^ Energietransitie. Relatie tot de ontwikkeling Dit is op dit moment nog niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. 4.3.3 Woonvisie en uitvoeringsagenda 2021-2025: Een plek voor iedereen Woonvisie 2021-2025: Een plek voor iedereen In juli 2021 heeft de gemeenteraad van Lansingerland de Woonvisie 2021-2025, 'Een plek voor iedereen' vastgesteld. De gemeente wil de komende twintig jaar meer betaalbare en gelijkvloerse woningen realiseren. Zo maakt de vergrijzende bevolking meer gelijkvloerse woningen noodzakelijk. Verder zijn er ook meer betaalbare woningen voor bijvoorbeeld star ters nodig. Daarnaast blijft er nog steeds vraag naar eengezinswoningen. Lansingerland voorziet tot 2040 een bouwopgave van ongeveer 11.000 woningen, zowel voor de lokale als regionale woonbehoefte.
Tegelijkertijd maakt Lansingerland zich hard voor behoud van haar groene omgeving in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Uitvoeringsagenda Woonvisie 2021-2025 De Uitvoeringsagenda brengt op een overzichtelijke manier de diverse uitvoeringsmaatregelen uit de woonvisie bij elkaar. Met deze agenda is de Woonvisie met het dagelijks werk verbonden door dieper in te gaan op de uitvoeringsmaatregelen. Zo worden de maatregelen getypeerd en in een tijdspad gezet. De uitvoeringsagenda kan worden gebruikt om te monito ren in hoever de gemeente op weg is richting de beoogde ambities van de woonvisie.
23/88
Relatie tot de ontwikkeling De uitgifte van zes vrije kavels zorgt voor doorstroming op de woningmarkt. Hiermee kunnen lange verhuisketens tot stand komen en aan het eind ook goedkope woningen beschikbaar komen voor starters. 4.3.4 Conclusie Het mogelijk maken van zes vrije kavels draagt bij aan het invullen van de woningbehoefte en de groenambities. Er zijn geen strijdige belangen met beleid op de verschillende overheidsniveaus.
24/88
5. JURIDISCHE KADERS In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische kaders die een rol spelen bij een BOPA. Op grond van de Omgevingswet (Ow) (artikel 1.2), heeft de BOPA-betrekking op: ^ de fysieke leefomgeving (dit omvat in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water en watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel en werelderfgoed); ^ activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving (dit omvat in ieder geval: het wijzi gen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico's worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten; als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden ook aangemerkt gevolgen voor de mens, voor zover deze worden of kunnen worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving). De BOPA heeft hiermee een brede reikwijdte, maar deze reikwijdte is beperkt tot de fysieke leefomgeving (en activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving). De bestuurlijke afwegingsruimte die de gemeente heeft, wordt daarnaast be perkt door kaders die door andere bestuursorganen zijn gegeven.
5.1
Juridische kaders Rijk
5.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet is de grondslag voor het aanvragen van een BOPA. De wet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Ow werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); • Omgevingsbesluit. De Ow bepaalt (artikel 2.28 e.v.) dat het Rijk instructieregels stelt over de beoordeling van bepaalde onderwerpen bij een aanvraag van een BOPA. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in het Bkl. Deze instructieregels zijn opgenomen in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 8 staan nog aanvullende instructies voor omgevingsvergunningen. Hoe de beoordeling in zijn werk gaat wordt in het vervolg van deze paragraaf beschreven. Naast de instructieregels gelden op rijksniveau ook alge mene regels voor de fysieke leefomgeving. Die worden hierna ook kort besproken. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de inhoud van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwali teit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nagegaan wordt welke omgevingswaarden en in structie- en beoordelingsregels relevant zijn voor deze aanvraag en welke daarvan betrokken moeten worden bij de aan vraag.
5.1.2 Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving die gelden voor burgers, bedrijven en overheden. Deze regels gelden naast het omgevingsplan en moeten altijd in acht worden geno men op het moment dat bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving worden uitgevoerd. Bij een aanvraag voor een BOPA dient hier dan ook rekening mee gehouden te worden. De regels van het Bal zijn afkomstig uit een tiental Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en wetten (o.a. het voor malige Activiteitenbesluit). Het Rijk stelt deze regels vanwege de aan haar toebedeelde taken (bijvoorbeeld met betrekking tot watersystemen en bepaalde infrastructuur) met het oog op een gelijk speelveld en een gelijk beschermingsniveau (bij voorbeeld bij bepaalde milieubelastende activiteiten), of in verband met internationaalrechtelijke verplichtingen (bijvoor beeld bij werelderfgoed en Natura 2000-activiteiten). Het Bal bevat regels waaraan (met name de zwaardere milieubelastende) activiteiten moeten voldoen en bepaalt voor welke activiteiten een melding of een omgevingsvergunning (op grond van het Bal) nodig is. Afwijken van of aanvullen op het Bal is alleen mogelijk als dit uitdrukkelijk in het Bal is opgenomen (via maatwerkregels, maatwerkvoorschriften of een
25/88
gelijkwaardige maatregel). Besluit bouwwerken leefomgeving 5.1.3 De regels uit het Bbl komen veelal overeen met de regels uit het Bouwbesluit 2012. Het Bbl bevat rechtstreeks werkende regels, algemene rijksregels over activiteiten die betrekking hebben op bouwwerken, zoals gebruik, bouwen en slopen, en regels over aspecten als veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Het Bbl regelt met name de technische aspecten van een bouwwerk. Het ruimtelijk deel van het bouwen wordt met name in het omgevingsplan geregeld. De onderwerpen waar over rijksregels gesteld zijn, zijn uitputtend geregeld. Dit betekent dat indien over een onderwerp geen rijksregels gesteld zijn, de gemeente de bevoegdheid heeft om daar regels over te stellen. Met de Omgevingswet is de omgevingsvergunning voor bouwen in een 'technisch' en 'ruimtelijk' deel opgedeeld. Dit is de zogenoemde knip, wat maakt dat de activiteit voor bouwen feitelijk uit twee afzonderlijke activiteiten bestaat: de techni sche bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken. De technische bouwactiviteit Deze activiteit gaat over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Bbl, denk bij voorbeeld aan de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Het is niet mogelijk af te wijken van de regels over de techni sche bouwactiviteit uit het Bbl.
De omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk Deze activiteit gaat over de toets aan het omgevingsplan van het bouwen van een bouwwerk voor het ruimtelijk bouwen, het in stand houden en het gebruiken van een bouwwerk. Deze omgevingsplanactiviteit bestaat dus uit het juridisch moge lijk maken van de feitelijke bouwactiviteit. Hierbij gaat het onder andere om regels over de omvang van het bouwwerk (hoogte, oppervlakte en dergelijke), alsmede om het uiterlijk van een bouwwerk (welstand). Deze regels zijn niet alleen opgenomen in het Bbl (zoals de van rechtswege vergunningvrije bouwwerken), maar staan ook in de Bruidsschat. In de Bruidsschat staan regels die door het Rijk zijn gedecentraliseerd richting gemeenten. Van de regels in de Bruidsschat kan worden afgeweken in het omgevingsplan. Door de knip bepaalt de gemeente nu zelf in het omgevingsplan voor welke omgevingsplanactiviteiten een vergunningplicht geldt en onder welke voorwaarden. Dit dient dan ook betrokken te worden bij de aanvraag voor een BOPA. Vergunningvrij bouwen Zowel voor de technische bouwactiviteit als voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk heeft het Rijk vergunning vrije gevallen aangewezen in het Bbl. Hier kan lokaal niet van worden afgeweken. Voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk zijn ook vergunningvrije gevallen aangewezen in de Bruidsschat.
De Bruidsschat werkt hierin aanvullend op het Bbl. Voor deze gevallen kan in het omgevingsplan worden bepaald welke daarvan in het (nieuwe) deel van het omgevings plan worden opgenomen. 5.1.4 Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving richt zich op bestuursorganen en geeft inhoudelijke normen voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden. Het Bkl bevat onder andere instructieregels voor omgevingsplannen. Deze instructieregels zijn opdrachten aan de gemeente over hoe zij bepaalde onderwerpen in het omgevingsplan moet regelen. Ze kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) moet voldoen. De instructieregels hebben bijvoorbeeld betrekking op milieuaspecten zoals geluid, vei ligheid en geur. De instructieregels voor omgevingsplannen zijn in hoofdstuk 5 van het Bkl opgenomen. Daarbij is bepaald (artikel 8.0b) dat deze instructieregels ook van toepassing zijn op de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er zijn drie typen instructieregels, die ieder iets zeggen over de mate waarin de gemeente afwegingsruimte heeft bij het opstellen van het omgevingsplan:
26/88
^
'Betrekken bij': deze instructieregel geeft aan dat de gemeente een grote bestuurlijke afwegingsruimte heeft. Deze instructieregel geeft de opdracht aan de gemeente om bepaalde (verwachtingen van) feiten te betrekken bij de be sluitvorming. ^ 'Rekening houden met': deze instructieregel geeft aan dat de gemeente een bestuurlijke afwegingsruimte binnen de bandbreedte van de instructieregel. Er geldt een standaardwaarde waarvan kan worden afgeweken. Die afwijking moet worden gemotiveerd. ^ 'In acht nemen': deze instructieregel geeft aan dat de gemeente geen afwegingsruimte heeft en dat de gemeente aan deze instructieregel moet voldoen. De instructieregels die in het Bkl voor omgevingsplannen (en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) zijn gesteld, hebben betrekking op verschillende onderwerpen. In het algemeen stelt het Bkl instructieregels over de aspecten zoals opgenomen in tabel 5.1. Tabel 5.1 instructieregels besluit kwaliteit leefomgeving
Paragraaf
Inhoud
Onderwerp
5.1.1
Algemene bepalingen
Dienstenrichtlijn.
5.1.2
Waarborgen van de veiligheid
(Omgevings)veiligheid.
5.1.3
Beschermen van de waterbelangen
Waterkwaliteit en waterveiligheid.
5.1.4
Beschermen van de gezondheid en van het milieu
Luchtkwaliteit, geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en in dustrieterreinen, trillingen, slagscha duw van windturbines, bodemkwaliteit, geur.
5.1.5
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
Ladder voor duurzame verstedelijking, cultureel erfgoed en werelderfgoed.
5.1.6
Behoud van ruimte voor toekomstige functies
Reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen en buisleidingen.
5.1.7
Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voor zieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten
Landsverdediging en nationale veilig heid, radar, vliegroutes, elektriciteit, vaarwegen.
5.1.7a
Gebruik van bouwwerken
Aanwijzing van woningbouwcategorieën.
5.1.8
Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buiten ruimte voor personen
Bevorderen van de toegankelijkheid voor personen met een functiebe perking.
5.2
De uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving
Voorkomen van belemmeringen ge bruik en beheer hoofdspoorweginfra structuur, rijkswegen en lokale spoor wegen, Lozen industrieel Afvalwater in openbaar vuilwaterriool onder voorwaarden, bebouwingscontouren jacht en houtkap.
5.3
Ontheffingsmogelijkheden van instructieregels omgevingsplan
In artikel 8.0b lid 1 onder a van het Bkl is opgenomen dat bij de beoordeling van een aanvraag van een BOPA de regels uit hoofdstuk 5 overeenkomstig van toepassing zijn. Daarmee zijn de instructieregels, die gesteld zijn voor omgevingsplannen, ook van toepassing op de BOPA.
27/88
Relatie tot de ontwikkeling In hoofdstuk 6 zijn de verschillende omgevingsaspecten uiteengezet. In dat hoofdstuk zijn per omgevingsaspect boven staande instructieregels beoordeeld en waar nodig de koppeling met de andere AMvB's uiteengezet. De instructieregels opgenomen in tabel 5.2 zijn relevant voor deze BOPA en zullen worden behandeld in hoofdstuk 6 van deze motivering: Tabel 5.2 relevante instructieregels voor deze BOPA
Paragraaf
Inhoud
Onderwerp
5.1.1
Algemene bepalingen
Dienstenrichtlijn.
5.1.2
Waarborgen van de veiligheid
(Omgevings)veiligheid.
5.1.3
Beschermen van de waterbelangen
Waterkwaliteit en waterveiligheid.
5.1.4
Beschermen van de gezondheid en van het milieu
Luchtkwaliteit, geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en in dustrieterreinen, trillingen, slagscha duw van windturbines, bodemkwaliteit, geur.
5.1.5 Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit (Ob) zijn procedurele bepalingen opgenomen ten aanzien van de besluitvorming rondom omgevingsvergunningen, bevoegdheden, adviseurs, etc. Omdat deze regels geen gevolgen hebben voor de inhoud van de BOPA, wordt daarop in deze toelichting niet nader ingegaan. 5.1.6 Rijks voorbeschermingsregels Er zijn voor dit project geen relevante rijks voorbeschermingsregels.
5.2
Juridische kaders provincie
5.2.1 Zuid-Hollandse omgevingsverordening (ZHOV) Naast één omgevingsvisie moet de provincie onder de Ow ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondge bied. Per 1 januari 2024 geldt de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV), die de voorheen geldende 'Omgevingsver ordening Zuid-Holland' heeft vervangen. De omgevingsverordening wordt regelmatig geactualiseerd en bevat alle provinci ale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat zijn rechtstreeks werkende regels, maar ook instructieregels. De instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen (en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) staan in afdeling 7 en richten zich op de thema's zoals opgenomen in tabel 5.3. Tabel 5.3 instructieregels provincie
Paragraaf
Inhoud
7.3.1
Algemeen
7.3.2
Externe veiligheid (omgevingsveiligheid)
Risicogebieden externe veiligheid, groepsrisicobenadering, veiligheidszonering Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas, Niet-basisnet transportroutes.
7.3.4
Waterkeringen
Het beschermen van regionale waterkeringen en het veiligstellen van pro fiel van vrije ruimte ten behoeve van toekomstige versterking van een wa terkering.
7.3.5
Grondwaterkwaliteit
Toelaten van bouwactiviteiten op een grondwatergevoelige locatie, sane ren van de bodem, lozen op of in de bodem, Activiteiten op een locatie met een historische bodemverontreiniging
28/88
Onderwerp
zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico, milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. 7.3.6
LiB-5 contour Schiphol
7.3.6a
Toekomstbestendig bouwen Het toekomstbestendig bouwen van woningen en risico's van klimaatver en ontwikkelen andering.
7.3.7
Ruimtelijke kwaliteit
Gebieden met beschermingscategorieën, soort ruimtelijke ontwikkeling, borgen ruimtelijke kwaliteit, aanvaardbaarheid soort ruimtelijke kwaliteit per beschermingscategorie en randvoorwaarden.
7.3.8
Stedelijke ontwikkelingen
Afgestemde regionale behoefte, ladder voor duurzame verstedelijking, dichtheid en verscheidenheid woningbouw, bereikbaarheid, kansen voor biodiversiteit, stationsomgevingen en parkeernormen, parkeernorm soci ale huur, permanente bewoning recreatiewoningen, functiemening en meervoudig ruimtegebruik, huisvesting arbeidsmigranten en grote buiten stedelijke bouwlocaties.
7.3.8a
Wonen
Voldoende sociale huurwoningen en voldoende betaalbare woningbouw.
7.3.9
Detailhandel
Detailhandel binnen bestaande winkelconcentratie en uitzonderingen.
7.3.10
Kantoren
Kantoorgebieden
7.3.11
Bedrijven
(water)gebonden bedrijventerreinen en grote ruimtevragers en compen satie bij wijziging of afschaling.
7.3.12
Glastuinbouwgebied
Aanwijzen van toegestane activiteiten in glastuinbouwgebied en aangewe zen uitgezonderde activiteiten, situaties en de daarbij behorende voor waarden.
7.3.13
Boom-en sierteeltgebied
Niet van toepassing op de gemeente Lansingerland.
7.3.14
Bollenteeltgebied
Niet van toepassing op de gemeente Lansingerland.
7.3.15
Agrarische bedrijven
Voorwaarden bij agrarische activiteiten in het agrarisch gebied, voorwaar den voor het toevoegen, uitbreiden, vestigen of verplaatsen van agrari sche activiteiten.
7.3.16
Natuurnetwerk Nederland
Wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk, activiteiten met mogelijk (significante) nadelige gevolgen en ontwikkelen van priori taire nieuwe natuur.
7.3.17
Werelderfgoed
Bescherming van werelderfgoed.
7.3.18
Archeologie
Bescherming van bekende archeologische waarden.
7.3.19
Traditionele windmolens
Bescherming van traditionele windmolens.
7.3.20
Landgoederen en kastelen
Bescherming van landgoed- en kasteelbiotopen.
7.3.21
Energie
Aanwijzen van locaties voor windenergie en regels voor de aanleg van zonnevelden.
7.3.22
Provinciale vaarwegen
Voorkomen van belemmeringen in de vrijwaringszone van provinciale vaarwegen.
7.3.23
Recreatietoervaartnet
Bescherming van het recreatietoervaartnet.
7.3.23a
Hoofdfietsnetwerk en lange afstandswandelpaden
Behoud en verbetering van het hoofdfietsnetwerk en lange afstandswan delpaden.
7.3.24
Beschermingszones drinkwa Bescherming van de vitale drinkwatervoorziening. tervoorziening (infrastruc tuur)
7.3.25
Ontheffing en afwijken
29/88
Niet van toepassing op de gemeente Lansingerland.
Mogelijkheden en voorwaarden voor ontheffing en afwijken.
In artikel 8.0b lid 1 onder b van het Bkl is opgenomen dat bij de beoordeling van een aanvraag van een BOPA de regels uit afdeling 7.3 van de provinciale omgevingsverordening overeenkomstig van toepassing zijn. Daarmee zijn de instructieregels, die gesteld zijn voor omgevingsplannen, ook van toepassing op de BOPA. Naast bovenstaande instructieregels uit afdeling 7.3 moet ook, waar relevant, voldaan worden aan de instructieregels uit hoofdstuk 7.5 van de provinciale omgevingsverordening. Relatie tot de ontwikkeling (gehanteerde versie TAM-omgevingsverordening Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ge consolideerd (2024-07-24)) Artikel 2.12 ^ Op kaart 8 “Regionale wateren - Beheersgebied Hoogheemraadschap van Delfland" in combinatie met artikel 2.12 van de verordening is bepaald dat het projectgebied valt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Delfland. ^ Op kaart 9 “regionale wateren - peilbesluitgebieden" is artikel 7.5 van toepassing Dit artikel regelt dat het water schapsbestuur één of meer peilbesluiten als bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, van de Omgevingswet vaststelt.
^ Kaart 11 “Regionale wateren - kans op overstroming" in combinatie met afdeling 5.2 regelt dat met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, de omgevingswaarden gelden, bedoeld in artikel 5.8 en 5.9 (afhankelijk van de ligging binnen of buiten de bebouwde kom). | Regionale wateren - beheer Regionale wateren - kans op overstroming Regionale wateren - peilbesluitgebieden
Figuur 5.1. Kaart 8, 9 en 11 Regionale wateren (bron Rho Adviseurs)
Toetsing aan Artikel 2.12 De borging van het waterbelang is onderbouwd in paragraaf 6.22.
30/88
Paragraaf 7.3.6a Toekomst bestendig bouwen en ontwikkelen Artikel 7.41a risico's van klimaatverandering a. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maat regelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing artikel 7.41 a Door het verbreden van de watergangen wordt wateroverlast en de kans op overstroming beperkt. Ook is dit een buffer tijdens droogte. Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) a. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen. De volgende aspecten van toekomstbestendig bouwen worden in onderlinge samenhang betrokken: a. de risico's van klimaatverandering; b. de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie; c. de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten; d. de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO2 te beperken in de bouw- en gebruiksfase; e.
het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen; f. het versterken van de biodiversiteit; en g. het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. Toetsing 7.41 aa In dit geval is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Uiteraard wordt daar waar mogelijk wel ingespeeld op deze punten. Paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Op kaart 17 Ruimtelijke kwaliteit figuur 5.2), in combinatie met paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit kent het projectgebied 4 gebiedstypen, te weten: ^ categorie 2 groene buffer; ^ gebied met beschermingscategorie 2 recreatiegebied (smalle strook aan westzijde); ^ categorie 3 buitengebied; ^ gebied met beschermingscategorie 3.