CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.04396] Was/Wordt-tabel Vierde Wijziging Verordening Sociaal Domein

Commissie Samenleving 13 november 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vierde Wijziging van de Verordening Sociaal Domein 202317.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAS/WORDT Vierde Wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2023 (met toelichting)

Auteur: Shalini Sahtoe Domein: Samenleving Team: Maatschappelijke Opgaven Datum: 3 juli 2025 T25.04396

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 1. Algemeen Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet en vetgedrukt. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Alle wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Een toelichting op de wijzigingen staat achter in dit document.

Artikel 1.1.2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.1.2 Begrippen verordening In deze verordening wordt verstaan onder: - Deskundig advies: advies van een professional die, al dan niet in teamverband, beschikt over specifieke deskundigheid; - Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland; - Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland; - Inwoner: iemand die zijn hoofdverblijf in Lansingerland heeft, of een jeugdige die als inwoner kan worden beschouwd op grond van het woonplaatsbeginsel in artikel 1.1 van de Jeugdwet; - Ondersteuningsvraag: de behoefte van een inwoner aan maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, een uitkering met bemiddeling naar werk of inkomensondersteuning en/of schuldhulpverlening; - Pgb: persoonsgebonden budget; - Raad: gemeenteraad; - Toegangspartij: een door de gemeente gecontracteerde partij die namens de gemeente een onderzoek kan verrichten.

Artikel 1.1.2 Begrippen verordening In deze verordening wordt verstaan onder: - Algemene voorziening: een voorziening waar alle inwoners gebruik van kunnen maken, zonder dat hiervoor een indicatie van de gemeente nodig is (ook wel vrij toegankelijke voorziening genoemd); - Deskundig advies: advies van een professional die, al dan niet in teamverband, beschikt over specifieke deskundigheid; - Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland; - Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland; - Inwoner: iemand die zijn hoofdverblijf in Lansingerland heeft, of een jeugdige die als inwoner kan worden beschouwd op grond van het woonplaatsbeginsel in artikel 1.1 van de Jeugdwet; - Ondersteuningsverlener: een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, leverancier of persoon uit het sociaal netwerk die de maatwerkvoorziening of hulp biedt of een door de gemeente gesubsidieerde organisatie die maatschappelijke ondersteuning kan leveren; - Ondersteuningsvraag: de behoefte van een inwoner aan maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, een uitkering met bemiddeling naar werk of inkomensondersteuning en/of schuldhulpverlening;

2/44

- Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; - Pgb: persoonsgebonden budget; - Raad: gemeenteraad; - Toegangspartij: een door de gemeente gecontracteerde partij die namens de gemeente een onderzoek kan verrichten.

3/44

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 2. Toegang Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet en vetgedrukt. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Alle wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Een toelichting op de wijzigingen staat achter in dit document.

Artikel 2.2.3

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2.3 Onderzoek feiten en af te wegen belangen 1. De gemeente of de toegangspartij onderzoekt tijdens het gesprek op basis van de ondersteuningsvraag in samenspraak met de inwoner dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. de ondersteuningsbehoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner; b. de problemen, beperkingen en/of stoornissen van de inwoner; c. de aard en omvang van de ondersteuning die de inwoner nodig heeft; d. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden van de inwoner, gebruikelijke hulp, mantelzorg, het sociale netwerk en/of voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden; e. of en in hoeverre de inzet van een individuele voorziening noodzakelijk en passend is om het gewenste resultaat te bereiken. 2. De gemeente of de toegangspartij onderzoekt tijdens het gesprek over een ondersteuningsvraag gericht op jeugdhulp: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en het gezin, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige, de gezinssituatie en het probleem of de hulpvraag; b. of sprake is van opgroeiproblemen, psychische en psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of

Artikel 2.2.3 Onderzoek feiten en af te wegen belangen 1. De gemeente of de toegangspartij onderzoekt tijdens het gesprek op basis van de ondersteuningsvraag in samenspraak met de inwoner dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. de ondersteuningsbehoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner; b. de problemen, beperkingen en/of stoornissen van de inwoner; c. de aard en omvang van de ondersteuning die de inwoner nodig heeft; d. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden van de inwoner, gebruikelijke hulp, mantelzorg, het sociale netwerk en/of voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden; e. of en in hoeverre de inzet van een individuele voorziening noodzakelijk en passend is om het gewenste resultaat te bereiken. 2. De gemeente of de toegangspartij onderzoekt tijdens het gesprek over een ondersteuningsvraag gericht op jeugdhulp: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en het gezin, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige, de gezinssituatie en het probleem of de hulpvraag; b. of sprake is van opgroeiproblemen, psychische en psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of 4/44

adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: 1° welke problemen of stoornissen dat zijn; 2° of en zo ja welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; 3° of en in hoeverre de eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders toereikend is om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, en 4° voor zover de eigen kracht van ouders of de jeugdige niet toereikend is, om zo nodig met de inzet van het sociaal netwerk en/of de inzet van een overige of individuele voorziening de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden; c. hoe, als de jeugdige of zijn ouders dat wenst, bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; d. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; e. de mogelijkheden om te kiezen voor een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoording wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 3.

In het gesprek is ook aandacht voor de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger(s) van de inwoner.

adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: 1°welke problemen of stoornissen dat zijn; 2° of en zo ja welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond, kansrijk en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; 3° of en in hoeverre de eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders toereikend is om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, en 4° voor zover de eigen kracht van ouders of de jeugdige niet toereikend is, om zo nodig met de inzet van het sociaal netwerk en/of de inzet van een overige of individuele voorziening de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden; c. hoe, als de jeugdige of zijn ouders dat wenst, bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; d. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; e. de mogelijkheden om te kiezen voor een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoording wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.

3. In het gesprek is ook aandacht voor de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger(s) van de inwoner. 4. Het gesprek vindt afhankelijk van de ondersteuningsvraag telefonisch, via 5/44

Artikel 2.4.3

4. Het gesprek vindt afhankelijk van de ondersteuningsvraag telefonisch, op kantoor of bij de inwoner thuis plaats. 5. Indien de inwoner voorafgaand aan het gesprek gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan of familiegroepsplan, dan betrekt de gemeente of de toegangspartij dit plan bij het gesprek. 6. De gemeente wint, indien zij dat gelet op de ondersteuningsvraag noodzakelijk acht voor het opstellen van een ondersteuningsplan, voorafgaand of na het gesprek, deskundig advies in. 7. Indien de gemeente gebruik maakt van de in het vorige lid genoemde mogelijkheid dan informeert zij de inwoner hier schriftelijk over.

videobellen, op locatie of bij de inwoner thuis plaats. 5. Indien de inwoner voorafgaand aan het gesprek gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan of familiegroepsplan, dan betrekt de gemeente of de toegangspartij dit plan bij het gesprek. 6. De gemeente wint, indien zij dat gelet op de ondersteuningsvraag noodzakelijk acht voor het opstellen van een ondersteuningsplan, voorafgaand of na het gesprek, deskundig advies in. 7. Indien de gemeente gebruik maakt van de in het vorige lid genoemde mogelijkheid dan informeert zij de inwoner hier schriftelijk over.

Artikel 2.4.3 Afwijking procedure 1. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van jeugdhulp, of vraagt de gemeente een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. 2. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van maatschappelijke ondersteuning. De gemeente verstrekt de opdracht tot inzet van een dergelijke voorziening uiterlijk binnen vijf werkdagen aan de aanbieder. 3. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van inkomen in de vorm van een voorschot. 4. Als een inwoner voor jeugdhulp door een arts, een Gecertificeerde Instelling of de reclassering is verwezen naar een door de gemeente gecontracteerde aanbieder zorgt de gemeente er in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen procedure voor dat deze jeugdhulp wordt verstrekt. Wanneer de inzet door een Gecertificeerde Instelling of de

Artikel 2.4.3 Afwijking procedure 1. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van jeugdhulp, of vraagt de gemeente een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. 2. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van maatschappelijke ondersteuning. De gemeente verstrekt de opdracht tot inzet van een dergelijke voorziening uiterlijk binnen vijf werkdagen aan de aanbieder. 3. In spoedeisende gevallen biedt de gemeente zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, een passende tijdelijke voorziening ten behoeve van inkomen in de vorm van een voorschot. 4. Als een inwoner voor jeugdhulp door een arts, een Gecertificeerde Instelling of de jeugdreclassering is verwezen naar een door de gemeente gecontracteerde aanbieder zorgt de gemeente er in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen procedure voor dat deze jeugdhulp wordt verstrekt na toetsing door de gemeente. Wanneer de inzet door een Gecertificeerde Instelling of de 6/44

reclassering is bepaald wordt er geen beschikking afgegeven. 5. De gemeente kan, met het oog op een efficiënte besluitvorming, afwijken van de onderzoeks-procedure zoals opgenomen in dit hoofdstuk indien de situatie voldoende duidelijk is om een gemotiveerd besluit te nemen. 6. De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op hoofdstuk 9 Sociaal Medische Indicatie.

5.

6.

reclassering is bepaald wordt er geen beschikking afgegeven. De gemeente kan, met het oog op een efficiënte besluitvorming, afwijken van de onderzoeks-procedure zoals opgenomen in dit hoofdstuk indien de situatie voldoende duidelijk is om een gemotiveerd besluit te nemen. De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op hoofdstuk 9 Sociaal Medische Indicatie.

7/44

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 3. Adviesraad Sociaal Domein Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet en vetgedrukt. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Alle wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Een toelichting op de wijzigingen staat achter in dit document.

Artikel 3.1.2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.1.2 Taken 1. De adviesraad is een onafhankelijk adviesorgaan voor het gemeentelijke sociaal domein dat de gemeente gevraagd en ongevraagd advies geeft op het gebied van de beleidsterreinen behorende bij de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet, Participatiewet, IOAW, IOAZ en het leerlingenvervoer. 2. De adviesraad heeft als taak om: a. de gemeente vanuit de belangen en ervaringen van de verschillende doelgroepen te informeren en te adviseren over het gevoerde en nog te vormen beleid in het sociaal domein en de gemeente een onafhankelijke visie te bieden, gestoeld op de kennis en ervaring die vertegenwoordigd zijn in de adviesraad; en b. alert te zijn op ontwikkelingen en knelpunten in het sociaal domein en in dat kader een actieve relatie te onderhouden met de diverse organisaties en doelgroepen in het sociaal domein. 3. De adviesraad is niet bevoegd te adviseren over individuele klachten, bezwaarschriften en/of andere zaken die betrekking hebben op individuele burgers, tenzij deze een algemeen signaal representeren. 4. De adviesraad stelt een huishoudelijk reglement vast waarin het praktisch functioneren wordt geregeld.

Artikel 3.1.2 Taken 1. De adviesraad is een onafhankelijk adviesorgaan voor het gemeentelijke sociaal domein dat de gemeente gevraagd en ongevraagd advies geeft op het gebied van de beleidsterreinen behorende bij de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet, Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet sociale werkvoorziening, het armoedebeleid en het leerlingenvervoer. 2. De adviesraad heeft als taak om: a. de gemeente vanuit de belangen en ervaringen van de verschillende doelgroepen te informeren en te adviseren over het gevoerde en nog te vormen beleid in het sociaal domein en de gemeente een onafhankelijke visie te bieden, gestoeld op de kennis en ervaring die vertegenwoordigd zijn in de adviesraad; en b. alert te zijn op ontwikkelingen en knelpunten in het sociaal domein en in dat kader een actieve relatie te onderhouden met de diverse organisaties en doelgroepen in het sociaal domein. 3. De adviesraad is niet bevoegd te adviseren over individuele klachten, bezwaarschriften en/of andere zaken die betrekking hebben op individuele burgers, tenzij deze een algemeen signaal representeren. 4. De adviesraad stelt een huishoudelijk reglement vast waarin het praktisch functioneren wordt geregeld.

8/44

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 4. Wmo Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet en vetgedrukt. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Alle wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Een toelichting op de wijzigingen staat achter in dit document.

Artikel 4.1.4

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.1.4 Beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. welke leverancier de ondersteuning zal leveren; d. hoe de voorziening verstrekt wordt en wat hierbij van de inwoner wordt verwacht; en e. dat een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval: a. het beoogde resultaat waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wie de ondersteuningsverlener is die de ondersteuning zal leveren; e. de termijn waarbinnen het pgb moet worden aangewend; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget; en

Artikel 4.1.4 Beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. welke leverancier de ondersteuning zal leveren; d. hoe de voorziening verstrekt wordt en wat hierbij van de inwoner wordt verwacht; en e. dat een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval: a. het beoogde resultaat waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wie de ondersteuningsverlener is die de ondersteuning zal leveren; e. de termijn waarbinnen het pgb moet worden aangewend; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget; en 9/44

g.

Artikel 4.2.1

of een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 4. Als met de beschikking wordt besloten tot het (gedeeltelijk) afwijzen van de gevraagde maatwerkvoorziening of de gewenste verstrekkingsvorm van een pgb, dan bevat de beschikking de grond(en) waarop deze (gedeeltelijke) afwijzing is gebaseerd. 5. In afwijking van lid 2, onder b, wordt in de beschikking voor inwoners met een chronische aandoening of chronische beperkingen de duur van de verstrekking niet vermeld.

g.

dat een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 4. Als met de beschikking wordt besloten tot het (gedeeltelijk) afwijzen van de gevraagde maatwerkvoorziening of de gewenste verstrekkingsvorm van een pgb, dan bevat de beschikking de grond(en) waarop deze (gedeeltelijke) afwijzing is gebaseerd. 5. In afwijking van lid 2, onder b, wordt in de beschikking voor inwoners met een chronische aandoening of chronische beperkingen de duur van de verstrekking niet vermeld.

Artikel 4.2.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. De voorzieningen die worden ingezet voor maatschappelijke ondersteuning moeten van goede kwaliteit zijn. Daarom moet er in elk geval voldaan worden aan de volgende eisen: a. voldoende deskundigheid bij de ondersteuningsverleners; b. afstemming van de ondersteuning op de persoonlijke situatie van de inwoner; c. afstemming van de ondersteuning op andere vormen van zorg en hulp; en d. handelen in overeenstemming met de professionele standaard door ondersteuningsverleners tijdens hun werkzaamheden. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek en het zo nodig ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4. Voor de kwaliteitseisen op begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden, hanteren we de kwaliteitseisen van GGD Haaglanden, zoals vastgelegd in Kwaliteitsstandaard Wmo (herziene versie december 2019). GGD Haaglanden voert het toezicht op de kwaliteitseisen van deze voorzieningen uit.

Artikel 4.2.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. De voorzieningen die worden ingezet voor maatschappelijke ondersteuning moeten van goede kwaliteit zijn. Daarom moet er in elk geval voldaan worden aan de volgende eisen: a. voldoende deskundigheid bij de ondersteuningsverleners; b. afstemming van de ondersteuning op de persoonlijke situatie van de inwoner; c. afstemming van de ondersteuning op andere vormen van zorg en hulp; en d. handelen in overeenstemming met de professionele standaard door ondersteuningsverleners tijdens hun werkzaamheden. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek en het zo nodig ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4. Voor de kwaliteitseisen op begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden, hanteren we de kwaliteitseisen van GGD Haaglanden, zoals vastgelegd in Kwaliteitsstandaard Wmo. GGD Haaglanden voert het toezicht op de kwaliteitseisen van deze voorzieningen uit.

10/44

Artikel 4.2.2

Artikel 4.2.2 Veiligheidseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Voor de veiligheid van de inwoner dienen ondersteuningsverleners te beschikken over de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en te voldoen aan de wettelijke eisen. Zij dienen te beschikken over een gelet op de beperkingen en ondersteuningsbehoefte relevante opleiding en een recente VOG. Ook dient men als professional verzekerd te zijn tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid. 2. De gemeente werkt de in het eerste lid bedoelde eisen verder uit in haar beleid en in de contracten met leveranciers.

Artikel 4.2.2 Veiligheidseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Voor de veiligheid van de inwoner dienen ondersteuningsverleners te beschikken over de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en te voldoen aan de wettelijke eisen. Zij dienen te beschikken over een gelet op de beperkingen en ondersteuningsbehoefte relevante opleiding en een recente VOG (niet ouder dan 3 maanden). Ook dient men als professional verzekerd te zijn tegen beroepsen/of bedrijfsaansprakelijkheid. 2. De gemeente werkt de in het eerste lid bedoelde eisen verder uit in haar beleid en in de contracten met leveranciers.

Artikel 4.3.1

Artikel 4.3.1 Beschikbare maatwerkvoorzieningen De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Huishoudelijke hulp; b. Begeleiding; c. [Vervallen]; d. Vervoersvoorzieningen; e. Woonvoorzieningen; en f. Hulpmiddelen

Artikel 4.3.1 Beschikbare maatwerkvoorzieningen De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Huishoudelijke hulp; b. Begeleiding (kan individueel, groepsgewijs en bij mantelzorg); c. Kortdurend verblijf; d. Vervoersvoorzieningen; e. Woonvoorzieningen; f. Hulpmiddelen; en g. Beschermd Wonen.

Artikel 4.4.3

Artikel 4.3.3 Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. als de hulpvrager geen inwoner is van de gemeente Lansingerland; b. voor zover de inwoner op eigen kracht, met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; c. voor zover voor de noodzaak tot ondersteuning een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat, waardoor sprake is van een voorliggende voorziening; d. voor zover voor de noodzaak tot ondersteuning in redelijkheid aanspraak kan worden gemaakt, of had kunnen

Artikel 4.3.3 Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. als de hulpvrager geen inwoner is van de gemeente Lansingerland; b. voor zover de inwoner op eigen kracht, met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; c. voor zover voor de noodzaak tot ondersteuning een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat, waardoor sprake is van een voorliggende voorziening; d. voor zover voor de noodzaak tot ondersteuning in redelijkheid aanspraak kan worden gemaakt, of had kunnen 11/44

worden gemaakt, op een uitkering door een letselschadeverzekeraar; e. voor zover de inwoner de beperking weg kan nemen met een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel onder de Wmo 2015 die niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner tot zelfredzaamheid of participatie in staat is, deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau en die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten; f. als het een voorziening betreft waarover de inwoner al beschikt vóór de melding tenzij er alsnog een melding is gedaan binnen 42 dagen nadat er over de voorziening wordt beschikt of kan worden beschikt en de noodzaak van de voorzieningen redelijkerwijs nog is vast te stellen; g. als er geen langdurige noodzaak voor het verstrekken van de voorziening aanwezig is, tenzij er maatwerkvoorziening nodig is door een acute aanleiding die de inzet van deze voorziening billijkt; h. voor zover de inwoner met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; i.

als de gevraagde voorziening al eerder op grond van de Wmo 2015 of een andere wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de afschrijftermijn nog niet verstreken is, tenzij de inwoner hiervan geen verwijt kan worden gemaakt; j. als een inwoner zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen; of k. als de inwoner of een derde niet of onvoldoende meewerkt aan het

worden gemaakt, op een uitkering door een letselschadeverzekeraar; e. voor zover de inwoner de beperking weg kan nemen met een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel onder de Wmo 2015 - die niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking; - daadwerkelijk beschikbaar is; - een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner tot zelfredzaamheid of participatie in staat is; - deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau, en; - die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten; f. als het een voorziening betreft waarover de inwoner al beschikt vóór de melding tenzij er alsnog een melding is gedaan binnen 42 dagen nadat er over de voorziening wordt beschikt of kan worden beschikt en de noodzaak van de voorzieningen redelijkerwijs nog is vast te stellen; g. als er geen langdurige noodzaak voor het verstrekken van de voorziening aanwezig is, tenzij er maatwerkvoorziening nodig is door een acute aanleiding die de inzet van deze voorziening billijkt; h. voor zover de inwoner met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; i.

als de gevraagde voorziening al eerder op grond van de Wmo 2015 of een andere wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de afschrijftermijn nog niet verstreken is, tenzij de inwoner hiervan geen verwijt kan worden gemaakt; j. als een inwoner zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen 12/44

onderzoek als bedoeld in artikel 4.1.2 terwijl deze medewerking noodzakelijk is voor de beoordeling van het recht op de voorziening. 2. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden wordt geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening verstrekt: a. voor zover de woning in slechte staat verkeert of de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de inwoner daar niet zijn (toekomstig) hoofdverblijf heeft, tenzij het gaat om het bezoekbaar of logeerbaar maken van de echtelijke woning of het ouderlijk huis van een inwoner die in een Wlz instelling zijn hoofdverblijf heeft en de inwoner deze woning voor een lange periode frequent zal gaan bezoeken, de persoonlijke verzorging van de inwoner is geregeld en de aanpassing(en) bouwtechnisch eenvoudig zijn te realiseren; c. voor hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting voor een andere woning; d. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan voorzieningen ten behoeve van de toegankelijkheid van deze ruimte; e.

als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; of f. als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat

voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen; of k. als de inwoner of een derde niet of onvoldoende meewerkt aan het onderzoek als bedoeld in artikel 4.1.2 terwijl deze medewerking noodzakelijk is voor de beoordeling van het recht op de voorziening. 2. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden wordt geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening verstrekt: a. voor zover de woning in slechte staat verkeert of de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de inwoner daar niet zijn (toekomstig) hoofdverblijf heeft, tenzij het gaat om het bezoekbaar maken of logeerbaar houden van de echtelijke woning of het ouderlijk huis van een inwoner die in een Wlz instelling zijn hoofdverblijf heeft en de inwoner deze woning voor minimaal 18 dagen per jaar zal gaan bezoeken, de persoonlijke verzorging van de inwoner is geregeld en de aanpassing(en) bouwtechnisch eenvoudig zijn te realiseren; c. voor hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting voor een andere woning; d.

voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan voorzieningen ten behoeve van de toegankelijkheid van deze ruimte; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er 13/44

3.

moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door de gemeente; of g. als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór afgifte van de beschikking heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. Als er meerdere adequate voorzieningen zijn waarmee inwoner in zijn vervoersbehoefte kan voorzien, dan ligt het primaat bij de collectieve vervoersvoorziening.

f.

g.

geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; of als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door de gemeente; of als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór afgifte van de beschikking heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

Artikel 4.4.1

Artikel 4.4.1 Verzoek 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb stuurt de inwoner een pgb plan mee met de aanvraag voor de maatwerkvoorziening. Als de voorziening bestaat uit een dienst stuurt de inwoner tevens een recente VOG mee van de directe zorgverlener(s). 2. Op het moment dat de aanvraag gaat over het verlengen van een bestaande indicatie in de vorm van een dienst dan dient bij het verzoek ook het bijgehouden zorgplan te worden ingediend, inclusief een overzicht van welke doelen wel en niet behaald zijn en een toelichting daarop.

Artikel 4.4.1 Verzoek 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb stuurt de inwoner een pgb plan mee met de aanvraag voor de maatwerkvoorziening. Als de voorziening bestaat uit een dienst stuurt de inwoner tevens een recente VOG (niet ouder dan 3 maanden) mee van de directe zorgverlener(s). 2. Op het moment dat de aanvraag gaat over het verlengen van een bestaande indicatie in de vorm van een dienst dan dient bij het verzoek ook het bijgehouden zorgplan te worden ingediend, inclusief een overzicht van welke doelen wel en niet behaald zijn en een toelichting daarop.

Artikel 4.4.2

Artikel 4.4.2 Pgb plan 1. Om voor een pgb in aanmerking te komen dient de inwoner in een pgb-plan toe te lichten dat een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aantoonbaar tot een goede, doelmatige en effectieve ondersteuning leidt. De inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het pgb. 2. Het pgb plan bevat in elk geval de volgende punten: a. de reden waarom de inwoner in aanmerking wil komen voor een pgb; b. een beschrijving van de ondersteuning of voorziening die de inwoner in wil kopen;

Artikel 4.4.2 Pgb plan 1. Om voor een pgb in aanmerking te komen dient de inwoner in een pgb-plan toe te lichten dat een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aantoonbaar tot een goede, doelmatige en effectieve ondersteuning leidt. De inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het pgb. 2. Het pgb plan bevat in elk geval de volgende punten: a. de reden waarom de inwoner in aanmerking wil komen voor een pgb; b. een beschrijving van de ondersteuning of voorziening die de inwoner in wil kopen; 14/44

c.

Artikel 4.4.3

de naam van de beoogde ondersteuningsverlener of aanbieder; d. een toelichting op de keuze voor deze aanbieder en/of ondersteuningsverlener; e. de kosten die de leverancier/ondersteuningsverlener in rekening brengt, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f. de wijze waarop de inwoner, conform het model van de SVB, een contract aangaat met de Pgb-aanbieder; g. de wijze waarop de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; h. de wijze waarop de ondersteuningsverlener wordt aangestuurd in de praktijk; i. de wijze waarop de zorg wordt gecontroleerd; j. de wijze waarop een juiste administratie wordt bijgehouden; k. hoe omgegaan wordt met geconstateerde onjuistheden; en l. hoe de continuïteit van de ondersteuning is gewaarborgd op het moment dat er zich een calamiteit voordoet. 3. In aanvulling op het tweede lid bevat het pgb plan in elk geval de volgende punten indien aanspraak wordt gemaakt op het formele pgbtarief: a. Een uitdraai uit het handelsregister van de leverancier; en b. Een bewijs van verzekering tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid van de leverancier.

c.

de naam van de beoogde ondersteuningsverlener of aanbieder; d. een toelichting op de keuze voor deze aanbieder en/of ondersteuningsverlener; e. de kosten die de aanbieder/ondersteuningsverlener in rekening brengt, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f. de wijze waarop de inwoner, conform het model van de SVB, een contract aangaat met de Pgb-aanbieder; g. de wijze waarop de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; h. de wijze waarop de ondersteuningsverlener wordt aangestuurd in de praktijk; i. de wijze waarop de zorg wordt gecontroleerd; j. de wijze waarop een juiste administratie wordt bijgehouden; k. hoe omgegaan wordt met geconstateerde onjuistheden; en l. hoe de continuïteit van de ondersteuning is gewaarborgd op het moment dat er zich een calamiteit voordoet. 3. In aanvulling op het tweede lid bevat het pgb plan in elk geval de volgende punten indien aanspraak wordt gemaakt op het formele pgbtarief: a. Een uitdraai uit het handelsregister van de aanbieder/ondersteuningsverlener; en b. Een bewijs van verzekering tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid van de leverancier.

Artikel 4.4.3 Beheer 1. Om in aanmerking te komen voor een Pgb dient de inwoner in staat te zijn de taken als budgethouder op zich te nemen. Dit betekent dat hij: a. In staat is aan te geven welke ondersteuning hij nodig heeft aan de ondersteuningsverlener/leverancier; b. Geen problematische schulden heeft;

Artikel 4.4.3 Beheer 1. Om in aanmerking te komen voor een Pgb dient de inwoner in staat te zijn de taken als budgethouder op zich te nemen. Dit betekent dat hij: a. In staat is aan te geven welke ondersteuning hij nodig heeft van de ondersteuningsverlener/aanbieder; b. Geen problematische schulden heeft;

15/44

c.

Artikel 4.4.4

Geen ernstige verslavingsproblematiek heeft; d. Geen verstandelijke beperking, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of een cognitieve stoornis heeft; e. Geen aangetoonde fraude heeft gepleegd in de afgelopen vier jaar; en f. De Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst. 2. Indien de inwoner niet over de in het eerste lid genoemde vaardigheden beschikt dan kan iemand uit het netwerk van de inwoner het beheer van het pgb op zich nemen. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde zijn. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde voorwaarden dient deze persoon: a. Een recente VOG te overleggen; b. Regelmatig een bezoek aan de inwoner te brengen en zo de ondersteuning ter plekke te controleren (er moet sprake zijn van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd); c. In staat te zijn tot communicatie met de inwoner; d. Geen financiële vordering op de inwoner en beoogd zorgverlener te hebben. 3. Een inwoner krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om iemand uit zijn netwerk als bedoeld in het tweede lid aan te dragen. Indien geen geschikte derde wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen.

c.

Geen ernstige verslavingsproblematiek heeft; d. Geen verstandelijke beperking, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of een cognitieve stoornis heeft; e. Geen aangetoonde fraude heeft gepleegd in de afgelopen vier jaar; en f. De Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst. 2. Indien de inwoner niet over de in het eerste lid genoemde vaardigheden beschikt dan kan iemand uit het netwerk van de inwoner het beheer van het pgb op zich nemen. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde zijn. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde voorwaarden dient deze persoon: a. Een recente VOG (niet ouder dan 3 maanden) te overleggen; b. Regelmatig een bezoek aan de inwoner te brengen en zo de ondersteuning ter plekke te controleren (er moet sprake zijn van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd); c. In staat te zijn tot communicatie met de inwoner; d. Geen financiële vordering op de inwoner en beoogd zorgverlener te hebben; e. Niet dezelfde persoon te zijn als de beoogde ondersteuningsverlener. 3. Een inwoner krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om iemand uit zijn netwerk als bedoeld in het tweede lid aan te dragen. Indien geen geschikte derde wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen.

Artikel 4.4.4 Uitgangspunten vaststellen Pgb budget 1. Het tarief voor een pgb: a. Is voor een dienst gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en/of het resultaat, en hangt af van de ondersteuningsverlener. Er wordt rekening gehouden met een

Artikel 4.4.4 Uitgangspunten vaststellen Pgb budget 1. Het tarief voor een pgb: a. Is voor een dienst gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en/of het resultaat, en hangt af van de ondersteuningsverlener. Er wordt rekening gehouden met een 16/44

Artikel 4.4.5

verschil tussen formele inzet (gediplomeerd en beroepsmatig) en informele inzet (uit het netwerk van de inwoner); b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen; en c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura. 2. In het geval de maatwerkvoorziening een hulpmiddel betreft wordt het bedrag aangevuld met een bedrag voor het onderhoud en de verzekering gedurende de duur van de verstrekking. 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.

verschil tussen formele inzet (gediplomeerd en beroepsmatig) en informele inzet (uit het netwerk van de inwoner); b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen; en c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura. 2. In het geval de maatwerkvoorziening een hulpmiddel betreft wordt het bedrag aangevuld met een bedrag voor het onderhoud, reparatie, pechhulp en de WAverzekering gedurende de duur van de verstrekking. 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.

Artikel 4.4.5 Hoogte Pgb budget 1. Hulpverleners die als niet-professioneel worden aangemerkt en mensen uit het sociaal netwerk krijgen het volgende informele tarief: a. Individuele begeleiding: € 25,50 per uur; b. Kortdurend verblijf: maximaal € 32,00 per etmaal (tegemoetkoming in de kosten); c. Hulp bij het huishouden: € 22,00 per uur 2. De bedragen voor een pgb voor een hulpmiddel worden bepaald als tegenwaarde van het hulpmiddel dat de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als het in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen

Artikel 4.4.5 Hoogte Pgb budget 1. Hulpverleners die als niet-professioneel worden aangemerkt en mensen uit het sociaal netwerk krijgen het volgende informele tarief: a. Individuele begeleiding: € 27,50 per uur; b. Kortdurend verblijf: maximaal € 32,00 per etmaal (tegemoetkoming in de kosten); c. Hulp bij het huishouden: € 24,00 per uur. 2. De bedragen voor een pgb voor een hulpmiddel worden bepaald als tegenwaarde van het hulpmiddel dat de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als het in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud, reparatie, pechhulp en WA-verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen

17/44

Artikel 4.4.6

korting en rekening houdend met onderhoud, reparatie en verzekering. 3. Het pgb voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening is mede bestemd als tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en bedraagt maximaal € 3.289. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. 4. Het pgb voor een verhuizing bedraagt maximaal € 2.829. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. 5. Het pgb dat maximaal verstrekt wordt voor het toegankelijk maken van een woning (bezoekbaar maken) bedraagt € 3.102. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. 6. Het pgb bedraagt voor een vervoersvoorziening maximaal: a. Taxikostenvergoeding € 4.005 per jaar b. Rolstoeltaxikostenvergoeding € 4.938 per jaar Tenzij de aanvrager aantoont dat dit niet kostendekkend is 7. Het pgb voor noodzakelijke aanpassingen en in aanmerking komende kosten voor een eigen auto, of wanneer het een minderjarige betreft de auto van zijn ouder, bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten op basis van de goedkoopste compenserende voorziening. 8.

Het Pgb voor een woonvoorziening in de vorm van een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, bedraagt maximaal de goedkoopst adequaatste optie uit de Nibud prijzenlijst.

korting en rekening houdend met onderhoud, reparatie, pechhulp en WA-verzekering. 3. De vergoeding voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening is mede bestemd als tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en bedraagt maximaal € 3.500. 4. De vergoeding voor een verhuizing bedraagt maximaal € 2.829. De gemeente kan op aanvraag ook een vergoeding voor de stofferingskosten toekennen en stelt deze vast op basis van de Nibud-normen. 5. De vergoeding die maximaal verstrekt wordt voor het toegankelijk maken van een woning (bezoekbaar maken) bedraagt € 3.102. 6. De vergoeding bedraagt voor een vervoersvoorziening maximaal: a. Taxikostenvergoeding € 4.005 per jaar b. Rolstoeltaxikostenvergoeding € 4.938 per jaar 7. Het pgb voor aanpassingen aan de eigen auto van de inwoner en de kosten die daarbij komen kijken, bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten op basis van de goedkoopste compenserende voorziening. Dit geldt ook wanneer het een minderjarige betreft en de auto van zijn ouder moet worden aangepast. 8. Het Pgb voor een woonvoorziening in de vorm van een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, bedraagt maximaal de goedkoopst adequaatste optie uit de Nibud prijzenlijst.

Artikel 4.4.6 Niet in het tarief 1. De gemeente verstrekt geen Pgb voor bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan, in verband met de

Artikel 4.4.6 Niet in het tarief 1. Het pgb is uitsluitend bedoeld voor de inkoop van maatschappelijke ondersteuning. De gemeente verstrekt dan ook 18/44

aanvraag of uitvoering van het Pgb, of een combinatie hiervan, al dan niet in combinatie met de kosten van de Pgb-beheerder. 2. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel.

geen Pgb voor bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan, in verband met de aanvraag of uitvoering van het Pgb, of een combinatie hiervan, al dan niet in combinatie met de kosten van de Pgb-beheerder. 2. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel en mag dan ook niet besteed worden aan:  de reiskosten van de zorg- of hulpverlener;  een feestdagenuitkering;  een vrijwilligersvergoeding.

Artikel 4.4.7

Artikel 4.4.7 Gebruik pgb 1. Een Pgb moet door de inwoner binnen drie maanden na toekenning worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld. 2. Het is niet toegestaan om minder uren zorg in te kopen omdat de zorgverlener een hoger uurtarief hanteert. 3. Tenzij het gaat om een incidenteel Pgb, wordt het Pgb verstrekt via de SVB. De zorgverlener kan de kosten declareren bij de SVB, nadat deze zijn goedgekeurd door de beheerder. 4. Het recht op Pgb wordt beëindigd wanneer de Pgb-houder komt te overlijden.

Artikel 4.4.7 Gebruik pgb 1. Een Pgb moet door de inwoner binnen drie maanden na toekenning worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld. 2. Het is niet toegestaan om minder uren zorg in te kopen omdat de zorgverlener een hoger uurtarief hanteert. 3. De gemeente verstrekt het pgb via de SVB, met uitzondering van een incidenteel pgb. De zorgverlener kan de kosten declareren bij de SVB, nadat deze zijn goedgekeurd door de pgb-beheerder. 4. Het recht op Pgb wordt beëindigd wanneer de Pgb-houder komt te overlijden.

Artikel 4.4.8

Artikel 4.4.8 Zorgplan 1. Een inwoner die er voor kiest om een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst door middel van een Pgb te verzilveren moet binnen drie maanden na toekenning een zorgplan inleveren dat hij samen met de ondersteuningsverlener heeft opgesteld. De inwoner en zijn ondersteuningsverlener tonen hiermee aan dat de ondersteuning veilig en cliëntgericht wordt verstrekt. 2. Het zorgplan bevat in elk geval de volgende punten: a. welke leverancier de zorg gaat verlenen; b. wie de directe ondersteuningsverlener(s) is;

Artikel 4.4.8 Zorgplan 1. Een inwoner die er voor kiest om een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst door middel van een Pgb te verzilveren moet binnen drie maanden na toekenning een zorgplan inleveren dat hij samen met de ondersteuningsverlener heeft opgesteld. De inwoner en zijn ondersteuningsverlener tonen hiermee aan dat de ondersteuning veilig en cliëntgericht wordt verstrekt. 2. Het zorgplan bevat in elk geval de volgende punten: a. Welke ondersteuningsverlener de zorg gaat verlenen; b. wie de directe ondersteuningsverlener(s) is;

19/44

c.

Artikel 4.4.9

wat de deskundigheid is van de directe ondersteuningsverlener(s); d. wie de directe ondersteuningsverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; e. welke doelen behaald moeten worden; f. welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken; g. de prognose; h. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden. 3. De inwoner en de ondersteuningsverlener zorgen voor een periodieke evaluatie van het zorgplan en zorgen dat het plan, door het bijhouden en vastleggen van wijzigingen, actueel blijft.

c.

wat de deskundigheid is van de directe ondersteuningsverlener(s); d. wie de directe ondersteuningsverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; e. welke doelen behaald moeten worden; f. welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken; g. de prognose; h. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden. 3. De inwoner en de ondersteuningsverlener zorgen voor een periodieke evaluatie van het zorgplan en zorgen dat het plan, door het bijhouden en vastleggen van wijzigingen, actueel blijft. 4. Als het zorgplan niet de in lid 2 genoemde punten bevat of uit evaluatiemomenten blijkt dat met de geleverde ondersteuning het resultaat niet behaald kan worden, kan de gemeente het recht op pgb herzien dan wel intrekken. Indien de inwoner dat wenst, kan de gemeente de ondersteuning ook laten voortzetten via zorg in natura.

Artikel 4.4.9 Weigering pgb 1. De gemeente wijst het verzoek om een pgb af als: a. De ondersteuning die de inwoner met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van de gemeente niet van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het Pgb plan en een eventueel zorgplan. Daarnaast dient de uitvoerder van de ondersteuning te beschikken over een adequate zorgopleiding en een recente VOG; b. Niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; c. Het beheer niet voldoende is geborgd; of d. Er druk is uitgeoefend om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of

Artikel 4.4.9 Weigering pgb 1. De gemeente wijst het verzoek om een pgb af als: a. De ondersteuning die de inwoner met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van de gemeente niet van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het Pgb plan. Daarnaast dient de uitvoerder van de ondersteuning te beschikken over een adequate zorgopleiding en een recente VOG (niet ouder dan 3 maanden); b. Niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; c. Het beheer niet voldoende is geborgd; of d. Er druk is uitgeoefend om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of 20/44

e. organisatie te betrekken. 2. Een Pgb is alleen mogelijk indien naar het oordeel van de gemeente wordt voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb. Het niet voldoen aan de voorwaarden heeft tot gevolg dat de gemeente de aanvraag van de inwoner voor ondersteuning in de vorm van een Pgb afwijst.

e. organisatie te betrekken. 2. Een Pgb is alleen mogelijk indien naar het oordeel van de gemeente wordt voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb. Het niet voldoen aan de voorwaarden heeft tot gevolg dat de gemeente de aanvraag van de inwoner voor ondersteuning in de vorm van een Pgb afwijst.

Artikel 4.4.10

Artikel 4.4.10 Opschorting betaling uit het pgb 1. De gemeente kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. De gemeente stelt de inwoner aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 4.4.10 Opschorting betaling uit het pgb 1. De gemeente kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. De gemeente stelt de inwoner aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.6.1

Artikel 4.6.1 Waardering mantelzorgers 1. De gemeente zorgt jaarlijks voor een blijk van waardering voor mantelzorgers. 2. Het blijk van waardering wordt door de gemeente bepaald na overleg met het steunpunt mantelzorg en dient te passen binnen het daarvoor verstrekte budget. 3. De gemeente kan in de beleidsregels bepalen op welke wijze een blijk van waardering wordt geboden aan mantelzorgers.

Artikel 4.6.1 Waardering mantelzorgers 1. De gemeente zorgt jaarlijks voor een blijk van waardering voor mantelzorgers. 2. Het blijk van waardering wordt door de gemeente bepaald na overleg met het steunpunt mantelzorg en dient te passen binnen het daarvoor verstrekte budget.

Artikel 4.6.2

Artikel 4.6.2 Ondersteuning mantelzorgers 1. De gemeente zorgt voor de ondersteuning van mantelzorgers ter voorkoming van overbelasting door advies, ondersteunende diensten, respijtzorg en emotionele steun. 2. De gemeente kan bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente.

Artikel 4.6.2 Ondersteuning mantelzorgers 1. De gemeente zorgt voor de ondersteuning van mantelzorgers ter voorkoming van overbelasting door advies, ondersteunende diensten, respijtzorg en emotionele steun. 2. De gemeente kan in de beleidsregels bepalen op welke wijze zorg wordt gedragen voor de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente. 21/44

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 5. Jeugdhulp Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet en vetgedrukt. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Alle wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Een toelichting op de wijzigingen staat achter in dit document. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5.1.2

Artikel 5.1.2 Onderzoek 1. Het onderzoek volgens artikel 2.3 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd op de manier zoals beschreven in paragraaf 2.2. 2. De gemeente is ook bevoegd om onderzoek te doen naar de eigen mogelijkheden van de ouders van de inwoner door hen uit te nodigen of te laten onderzoeken door een (of meerdere) deskundige(n), voor zover dit noodzakelijk is voor de vaststelling van het recht op jeugdhulp. 3. Als de inwoner aangeeft een Pgb te willen ontvangen dan is de gemeente ook bevoegd om onderzoek te doen naar de beoogde ondersteuningsverlener/leverancier. 4. Als de inwoner een derde als Pgb-beheerder wil machtigen, dan zal de gemeente deze Pgbbeheerder in het onderzoek betrekken en daarmee minstens eenmaal een gesprek voeren voordat over het verzoek tot verstrekking van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt beslist.

Artikel 5.1.2 Onderzoek 1. Het onderzoek volgens artikel 2.3 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd op de manier zoals beschreven in paragraaf 2.2. 2. De gemeente is ook bevoegd om onderzoek te doen naar de eigen mogelijkheden van de ouders van de inwoner door hen uit te nodigen of te laten onderzoeken door een (of meerdere) deskundige(n), voor zover dit noodzakelijk is voor de vaststelling van het recht op jeugdhulp. 3. Als de inwoner aangeeft een Pgb te willen ontvangen dan is de gemeente ook bevoegd om onderzoek te doen naar de beoogde ondersteuningsverlener/hulpverlener. 4. Als de inwoner een derde als Pgb-beheerder wil machtigen, dan zal de gemeente deze Pgb-beheerder in het onderzoek betrekken en daarmee minstens eenmaal een gesprek voeren voordat over het verzoek tot verstrekking van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt beslist.

Artikel 5.1.4

Artikel 5.1.4 Alternatieve route 1. De gemeente zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulp-aanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. De gemeente zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing,

Artikel 5.1.4 Alternatieve route 1. De gemeente zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulp-aanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. De gemeente zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, 22/44

of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. 3. De gemeente informeert huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen welke jeugdhulp bij welke aanbieder gecontracteerd is dan wel waar deze informatie beschikbaar is. 4. Als de inwoner of zijn ouders na een verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts kiezen voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft en de gemeente soortgelijke jeugdhulp wel kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract of subsidierelatie heeft, vergoedt de gemeente deze andere keuze niet. De inwoner kan wel een Pgb aanvragen. 5. De verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts is 1 jaar geldig. Verlenging van de toewijzing is onder voorwaarden eenmaal mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=43bb586b-93d2-4cd5-a582-4d2f201a0810