[T25.04317] Beantwoording technische vragen - WOZ waardcorrectie OZB-tarief
Tekst van het document
T25.04317 Toezegging Gezamenlijke Commissie 18 juni 2025 Onderwerp: Toelichting op toepassing van WOZ-waardecorrectie op OZB-tarief In de afgelopen jaren hebben we in de begroting bij de bepaling van het OZB-tarief voor woningen een correctie toegepast voor de WOZ-waardeontwikkeling. In de Perspectiefnota 2026 stelt het college, middels de uitgangspunten voor de Begroting 2026, voor om het OZB-tarief voor woningen niet langer te corrigeren voor de WOZ-waardeontwikkeling. In de onderstaande tabel is in de groene kolommen weergegeven wat het effect is van het wel of niet toepassen van een WOZ-waardecorrectie bij stijgende én dalende WOZ-waarden voor een huishouden. In deze voorbeeldberekening is gerekend met fictieve waarden voor woningwaarde, totaal areaal en de WOZstijging of -daling. Bij een WOZ-stijging stijgt het OZB-bedrag dat een huishouden betaald als er geen WOZ-waardecorrectie wordt toegepast. Als er wel een WOZ-waardecorrectie wordt toegepast, blijft het te betalen OZB-bedrag gelijk, ondanks de stijgende woningwaarde. Bij een WOZ-daling werkt het andersom. Bij een WOZ-daling daalt het OZB-bedrag dat een huishouden betaald als er geen WOZ-waardecorrectie wordt toegepast. Als er wel een WOZ-waardecorrectie wordt toegepast, blijft het te betalen OZB-bedrag gelijk, ondanks de dalende woningwaarde.
Met een WOZ-waardecorrectie blijft het OZB-bedrag dus gelijk; zonder WOZ-waardecorrectie volgt het OZBbedrag de autonome waardeontwikkeling van woningen.
Effect WOZ correctie waardeontwikkeling (excl. indexatie of overige mutaties in OZB-tarief) bij een woningwaarde van € 500.000 en een fictief areaal van € 10 miljard WOZ-stijging 5% per jaar met correctie waardeontwikkeling WOZ-daling 5% per jaar met correctie waardeontwikkeling WOZ-stijging 5% per jaar zonder correctie waardeontwikkeling WOZ-daling 5% per jaar zonder correctie waardeontwikkeling
Mutatie Nieuwe inkomsten OZBOZB-tarief OZB-bedrag WOZ-waarde woningen (x € 1.000)
Effect op korting Algemene Uitkering
Absoluut en procentuele mutatie
0,0763%
€
-5%
0,0843%
€
5%
0,0801%
€
0%
401 €
0 0%
421 € 5%
475.000 € -5%
0 0%
0%
525.000 € 5%
€
401 € 0%
475.000 € -5%
0%
0,0801%
525.000 € 5%
400 5%
380 € -5%
-400 -5%
Hogere korting, dus lagere inkomsten Lagere korting, dus hogere inkomsten Hogere korting, dus lagere inkomsten Lagere korting, dus hogere inkomsten
Daarnaast hebben we in de blauwe kolommen weergegeven wat de effecten zijn op de inkomsten voor de gemeente, wederom met fictieve waarden. Laten we eerst kijken naar de OZB-inkomsten voor woningen (zie de op één na laatste kolom in de tabel). Als er een WOZ-waardecorrectie wordt toegepast, dan wijzigt er niets in de inkomsten voor OZB-woningen, ongeacht of de WOZ-waarden stijgen of dalen. De OZB-inkomsten zijn daarmee onafhankelijk van de waardeontwikkeling van woningen.
Ons kenmerk
T25.04317
1/2
Als er geen WOZ-waardecorrectie wordt gehanteerd, dan stijgen of dalen de inkomsten voor OZB-woningen mee met de waardeontwikkeling van woningen. De OZB-inkomsten bewegen dan in principe mee met de autonome ontwikkelingen. Naast de directe inkomsten voor OZB-woningen is er nog een inkomstenbron die afhankelijk is van de WOZwaardeontwikkeling. Dat is de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. In de Algemene Uitkering wordt de gemeente gekort voor de belastingcapaciteit, die gebaseerd is op de totale WOZ-waarde. Als de WOZ-waarde van woningen stijgt en daarmee ook de belastingcapaciteit van de gemeente, dan stijgt ook de korting in de Algemene Uitkering, met lagere inkomsten uit de Algemene Uitkering als gevolg. Als daarentegen de WOZ-waarde van woningen daalt en daarmee ook de belastingcapaciteit, dan daalt tevens de korting in de Algemene Uitkering, met hogere inkomsten uit de Algemene Uitkering als gevolg. Zonder WOZ-waardecorrectie, betekent een stijging in WOZ-waardes weliswaar een stijging van OZBinkomsten, maar een daling van inkomsten uit de Algemene Uitkering. Andersom, betekent een daling van de WOZ-waardes dan weliswaar een daling van OZB-inkomsten, maar een stijging van de Algemene Uitkering. Daar zit dus een zekere balans is. Echter, tot op heden werd het OZB-tarief gecorrigeerd voor de WOZ-waardeontwikkeling. Terwijl de OZBinkomsten (excl.
indexatie en overige tariefmutaties en gecorrigeerd voor areaaluitbreiding) voor woningen gelijk bleven, liepen door de stijgende WOZ-waarden van afgelopen jaren de belastingcapaciteit en dus de korting in de Algemene Uitkering op. Daardoor is er oplopend gat ontstaan tussen de OZB-inkomsten die de gemeente voor woningen ophaalde en de hoogte van de Algemene Uitkering. Bijkomend effect is dat het OZB-tarief voor woningen in gemeente Lansingerland steeds verder onder het landelijk gemiddelde is gezakt. Om er enerzijds voor te zorgen dat (los van aparte besluiten over het OZB-tarief) de OZB-inkomsten voor woningen in balans blijven bij de inkomsten uit de Algemene Uitkering en anderzijds dat de opbrengsten van de gemeente bij de geprognosticeerde WOZ-waardestijging niet nog verder achterblijven op de lastenstijging (wat minder ruimte geeft voor een goed voorzieningen- en dienstverleningsniveau), is het voorstel van het College om vanaf 2026 het OZB-tarief voor woningen niet meer corrigeren voor de WOZwaardeontwikkeling (Zie Uitgangspunt 1.13 bij de Perspectiefnota 2026 (T25.03307)). Overigens moet er, zowel in de situatie dat de WOZ-waardecorrectie wordt toegepast als in de situatie waarin dat niet het geval is, een expliciete keuze gemaakt worden om al dan niet meer of minder OZBopbrengsten te genereren.
Dit kan middels indexatie of een additionele mutatie in het OZB-tarief en de hoogte daarvan is afhankelijk van de behoefte of wensen van de gemeente.
2/2