[T25.03432] Nota beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen - bouwsteen 1
Tekst van het document
Nota zienswijzen en staat van wijzigingen Wijziging omgevingsplan bouwsteen 1 bestaande woonwijken
OP002/04 17 juli 2025 T25.03432
Inhoud Hoofdstuk 1. Zienswijzen .........................................................................................3 Paragraaf 1.1 Inleiding .........................................................................................3 Paragaaf 1.2 Procedure ........................................................................................3 Paragraaf 1.3 Zienswijze en gemeentelijke reactie en conclusie ......................................3 Paragraaf 1.4 Eindconclusie zienswijze(n) ............................................................... 14 Hoofdstuk 2 Staat van wijzigingen ................................................................................ 18 Paragraaf 2.1 Inleiding ....................................................................................... 18 Paragraaf 2.2 Ambtshalve wijzigingen en motivering .................................................. 18
2
Hoofdstuk 1. Zienswijzen Paragraaf 1.1 Inleiding De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. De nota zienswijzen bevat een overzicht van de gevolgde procedure (§ 1.2), een zakelijke samenvatting van de zienswijzen en een gemeentelijke reactie op deze zienswijzen (§ 1.3) en een eindconclusie (§ 1.4).
Paragaaf 1.2 Procedure In het gemeenteblad van 26 februari 2025 is bekend gemaakt dat met ingang van 27 februari 2025 de ontwerpwijziging van het omgevingsplan – bouwsteen 1 bestaande woonwijken zes weken ter inzage lag. De stukken waren in te zien via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/documenten/akn-nl-act-gm1621-2020-omgevingsplan-akn-nl-bill-gm1621-2025-4-30/overzicht. Gedurende deze termijn werd eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen op de genoemde ontwerpwijziging van het omgevingsplan in te dienen.
Paragraaf 1.3 Zienswijze en gemeentelijke reactie en conclusie In totaal zijn er 5 zienswijzen ontvangen. Geconcludeerd is dat de inhoudelijke gronden van twee van deze zienswijzen zien op zaken die buiten het plangebied liggen. Naar aanleiding daarvan heeft één reclamant, na ambtelijk contact, besloten de zienswijze in te trekken. De andere zienswijze die buiten het plangebied ligt, is hieronder beantwoord onder het kopje Reclamant 2. Ook met deze reclamant is ambtelijk overleg gevoerd. De volgende zienswijzen zijn ontvangen: 1. Reclamant 1 (Hoogheemraadschap van Delfland) Brief d.d. 9 april 2025, kenmerk: I25.06125. Op 8 mei 2025 heeft het Hoogheemraadschap de zienswijze per e-mail aangevuld. 2. Reclamant 2 Brief d.d. 9 april 2025 kenmerk: I25.06341. 3. Reclamant 3 (Rijkswaterstaat) Brief d.d. 17 april 2025 kenmerk: I25.07765. De reactie van Rijkswaterstaat is ingediend als een vooroverlegreactie op de ontwerpwijziging. Gezien er alleen zienswijzen ingediend konden worden, wordt de vooroverleg reactie gezien als een zienswijze. De zienswijze is buiten de termijn ingediend, maar wordt toch meegenomen gezien de geringe overschrijding van de termijn. 4. Reclamant 4 (Gasunie) Op 8 april 2025 heeft Gasunie een pro-forma zienswijze ingediend (een zienswijze zonder inhoudelijke gronden, met het verzoek deze verder aan te kunnen vullen binnen een gestelde termijn).
Hierna heeft de Gasunie een termijn van twee weken gekregen om de zienswijze aan te vullen. Op 23 april 2025 heeft de Gasunie de pro-forma ingediende zienswijze aangevuld, kenmerk: (I25.07015). De ontvangen zienswijzen zijn hieronder ambtshalve samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie en conclusie. 3
1. Reclamant 1 (Hoogheemraadschap van Delfland) Samenvatting Het waterschap Delfland heeft op 9 april 2025 een zienswijze ingediend.1 Naar aanleiding van de zienswijze heeft op 7 mei 2025 een overleg plaatsgevonden. Daarna is de zienswijze per e-mail van 8 mei 2025 aangevuld. Het waterschap geeft hierbij aan eerder betrokken te zijn geweest bij bouwsteen 1 en alleen op de volgende punten nog verbeteringen te willen zien: De regels 1. Reclamant heeft aangegeven dat een separate toelichting op het wijzigingsbesluit wordt gemist waarin wordt uitgelegd hoe is omgegaan met het waterbelang zoals bedoeld in artikel 5.37 Bkl. 2. Reclamant wil weten of er binnen bouwsteen 1 nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn. Indien er ontwikkelingen mogelijk zijn, wordt gevraag in hoeverre deze van invloed zijn op de functie (gebiedsaanwijzing) Water en wat de gevolgen voor het beheer van het watersysteem (zoals bedoeld in artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) kunnen zijn. -> Dit onderdeel van de zienswijze is met reclamant besproken op 7 mei 2025. Vervolgens is de zienswijze op 8 mei 2025 per e-mail aangevuld.
Reclamant heeft gevraagd om de beoordelingsregels voor de vergunning voor een nieuw hoofdgebouw aan te vullen met de mogelijkheid om alternatieve vasthoudmaatregelen te treffen bij wijze van watercompensatie en om de ‘watersleutel’ (wijze waarop de benodigde compensatie wordt berekend) ook te verwerken in de beoordelingsregels. 3. Bij de stukken van het omgevingsplan ontbreekt volgens reclamant een weergave van het plangebied met de werkings- en beperkingengebieden. 4. Reclamant verzoekt om ook de rioolpersleidingen van Delfland op te nemen en daaraan een adviesverplichting toe te voegen. 5. Reclamant is er tevreden mee dat de waterkeringen als werkingsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen. Over de werkingsgebieden heeft reclamant enkele vragen. a. In het ontwerpwijzigingsbesluit zijn werkingsgebieden opgenomen met de naam ‘beperkingengebied met betrekking tot een waterkering’ en met de naam ‘regionale waterkering'. Gevraagd wordt om de terminologie eenduidig te maken en het woord ‘regionale’ te schrappen. b.
Verder wordt gevraagd om de adviesverplichting uit artikel 5.213 als volgt te formuleren: ‘Advies is verkregen van de beheerder van de waterkering, tenzij voor de (bouw)activiteit een omgevingsvergunning van dijkgraaf en hoogheemraden van Delfland (of: de waterbeheerder) is vereist, die vergunning is verleend of de activiteit onder de algemene regels van Delfland valt.’ c. Het is reclamant niet duidelijk wat wordt bedoeld met artikel 4.80, sub b. Is dat de beschermingszone van de waterkering? Voorgesteld wordt om de beschermingszones uit de legger aan te duiden met ‘beperkingengebied met betrekking tot een waterkering'. 6. Reclamant is tevreden dat er een regeling voor steigers en vlonders is opgenomen. Gevraagd wordt om deze aan te vullen met: a. ligt de steiger of vlonder niet in, boven of over een natte ecologische zone en aangrenzende beschermingszone; b. is de kortste afstand tussen de steiger of vlonder en een gemaal minimaal 50 meter;
1 Dit bestuursorgaan is op grond van de wet een waterschap. De naam van dit waterschap is
‘Hoogheemraadschap van Delfland'. Kortheidshalve wordt in deze nota gesproken over ‘waterschap Delfland' of ‘waterschap'. 4
c. is de kortste afstand tussen de steiger of vlonder en een lozingspunt minimaal 10 meter; d. is de kortste afstand tussen de steiger of vlonder en een stuw, duiker, keerschot of inlaat minimaal 10 meter; e. is de kortste afstand tussen de steiger of vlonder en een naastgelegen steiger of vlonder of bestaande afmeerpaal minimaal 2,0 meter; f. is in een oppervlaktewaterlichaam de afstand tussen het laagste punt van de steiger of vlonder, palen niet meegerekend, en het hoogste schouwpeil minimaal 0,35 meter. 7. In artikel 1 van het omgevingsplan ontbreken een aantal relevante begrippen, voor wat betreft het watersysteem. Gevraagd wordt om “waterpeil” en “ondersteunend kunstwerk” op te nemen volgens het voorstel van reclamant. -> reclamant heeft bij e-mail van 8 mei 2025 dit punt van de zienswijze aangevuld met een tekstsuggestie voor de definitie van ‘waterpeil'. 8. Reclamant vraagt aandacht voor de terminologie. Gevraagd wordt om consequent het begrip “watersysteem” te gebruiken. 9. Het beschermen van het watersysteem als oogmerk voor het stellen van regels wordt in een aantal artikelen gemist. Gevraagd wordt om dit ook op te nemen in onder andere artikel 5.2, 5.62 en 5.162 en onder de beoordelingsregels van artikel 5.422. 10. Gevraagd wordt om in het werkingsgebied Water en groen natte ecologische zones en ondersteunende kunstwerken mogelijk te maken. 11.
In artikel 5.216 en 5.422 is een adviesverplichting voor het waterschap opgenomen. Reclamant vraagt of dit advies naar de toelichting van het plan kan worden verplaatst. Een adviesverplichting in deze artikelen zorgt namelijk voor een grote hoeveelheid te behandelen adviesverzoeken, terwijl dat zelden nodig is. Wel is het raadzaam in de toelichting te verwijzen naar de regels van het waterschap Delfland. 12. In de vooroverlegreactie op het omgevingsplan van 12 september 2024 heeft reclamant gevraagd om een voorwaarde op te nemen voor compenserende waterberging als gevolg van toename van verharding. In de reactie hierop is aangegeven dat verharding en compensatie in de Waterschapsverordening Delfland geregeld is. Dat is maar ten dele zo, namelijk voor infrastructurele werken. Daarnaast geeft reclamant aan dat nu niet goed kan worden beoordeeld of de koppeling van watercompensatie aan de beoordelingsregels van vergunningplichtige gebouwen voldoende is, om dit belang te borgen. Gevraagd wordt om hiervoor een duidelijke regeling op te nemen, omdat dit bij de gezamenlijke werkwijze aansluit die Delfland nu al toepast. Ook wordt gevraagd om hierover in overleg te treden. -> dit punt is besproken op 7 mei 2025 en per e-mail van 8 mei 2025 heeft reclamant hier een aanvulling op gegeven. 13. In artikel 4.78 van de artikelsgewijze toelichting wordt de term “watervergunning” gebruikt.
Gevraagd wordt om de term te wijzigen in “omgevingsvergunning voor een wateractiviteit”. 14. Reclamant vermoedt dat artikel 5.257 verkeerd overgenomen is. Het gaat hier namelijk om lozen in het schoonwaterriool, terwijl de artikelen uit 5.256, die over lozen in de bodem gaan, ook in artikel 5.257 opgenomen zijn. De motivering De punten in de zienswijze die zien op de motivering zijn toegezonden per mail van 8 mei 2025 15. Hoofdstuk 4 en 5 gaan over beleids- en juridische kaders van het Rijk, provincie en gemeente. Graag hier het beleid van de waterschappen toevoegen. 16. Subparagraaf 7.10.1 eindigt met de zin over de instructieregel over rekening houden met risico’s voor klimaatverandering. Dergelijke risico’s zijn aan de orde maar vervolgens wordt daar bij de toetsing geen invulling aan gegeven.
5
17. Subparagraaf 7.18.1. Een onjuiste verwijzing naar de Waterwet. Deze is volgens reclamant volledig in de Omgevingswet opgegaan. Verzocht wordt om correctie. 18. Subparagraaf 7.18.1 vijfde alinea. Reclamant wijst erop dat waterschappen vergunningen kunnen verlenen voor alles dat op een bepaalde manier gerelateerd is aan het watersysteem, dat is meer dan in deze alinea is aangegeven. 19. Subparagraaf 7.18.1 Watertoets graag vervangen door weging van waterbelangen gelet op terminologie Bkl. Waterhuishouding vervangen door ‘watersysteem’. 20. In de passage over ‘water en bodem sturend’ het woord ‘provincie’ vervangen door overheden. 21. Handreiking watertoets. Het is de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten geworden. De handreiking is gebaseerd op beleid van Delfland en sluit aan op landelijke en provinciale regelgeving. Ook in deze alinea het woord watertoets vervangen en het woord ‘waterhuishouding’ vervangen door ‘watersysteem’. Deze alinea graag eindigen met de zin: ‘De Handreiking gaat in op waterveiligheid, wateroverlast, grondwater, droogte, onderhoud en bagger, waterkwaliteit, biodiversiteit en de afvalwaterketen'. De alinea over standstill kan geschrapt worden. 22. Bij de Waterschapsverordening en de legger graag een punt zetten achter documenten en dan het laatste stukje van deze alinea schrappen. 23.
De alinea over de Beleidsregel medegebruik keringen schrappen omdat wij veel meer beleid hebben dan dat en het beleid in de Handreiking staat. 24. Reclamant is van mening dat het kopje gemeentelijk beleid en de juridische kaders in hoofdstuk 5 moeten staan. 25. Subparagraaf 7.18.2. Reclamant gaat ervan uit dat rioolpersleidingen ook beschermd worden omdat ze ook in bestaande bestemmingsplannen zitten. 26. De alinea over de regionale kering graag het woord “regionale” schrappen en “uit de omgevingsverordening van de provincie aangewezen” vervangen door “opgenomen”. Dat komt overeen met hetgeen reclamant hierover in de zienswijze over de terminologie en de benamingen van de werkingsgebieden heeft opgemerkt. Reactie Regels Punt zienswijze
Beantwoording
1. Motivering en waterbelangen.
Navraag bij reclamant heeft uitgewezen dat de motivering van het wijzigingsbesluit over het hoofd was gezien. Daarom gaan wij hier niet verder in op dit deel van de zienswijze. Er worden geen grote nieuwe ontwikkelingen voorzien binnen bouwsteen 1. Nieuwe hoofdgebouwen zijn beperkt mogelijk binnen het werkingsgebied woonwijken en wijkcentra. Daarvoor geldt een vergunningplicht. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt watercompensatie meegewogen. Er is sprake van een zogeheten open beoordelingskader, zodat hiermee kan worden gestuurd op het waterbelang. Binnen de werkingsgebieden ‘beperkingengebied waterkering’ en ‘regionale waterkering’ gelden aanvullend beperkingen voor het aanbrengen van verharding en voor bebouwing.
2. Nieuwe ontwikkelingen binnen bouwsteen 1. Zienswijze per e-mail aangevuld in verband met: a. alternatieve vasthoudmaatregelen b. beoordelingsregels voor verharding.
De suggestie van reclamant om alternatieve vasthoudmaatregelen op te nemen in het beoordelingskader voor 6
bouwen van nieuwe hoofdgebouwen is overgenomen (artikel 5.186). De suggestie om aanvullende regels op te nemen voor het berekenen van benodigde watercompensatie is verwerkt (nieuw lid 2 toegevoegd aan artikel 5.186), waarin is bepaald dat bij het berekenen van de watercompensatie rekening wordt gehouden met de door reclamant genoemde beleidsstukken.
3. Weergave “plangebied” en werkingsgebieden.
Opmerking verdient dat er niet voor is gekozen om de suggestie van het waterschap letterlijk over te nemen. Daar zijn verschillende redenen voor: De suggestie hield in dat er een dynamische verwijzing zou worden gedaan naar de beleidsregels van het Waterschap. Dat is niet mogelijk. Een dynamische verwijzing is alleen mogelijk naar beleidsregels van de gemeente zelf, niet die van een ander bestuursorgaan. Daarom is opgenomen dat rekening wordt gehouden met deze richtlijnen. Het verzoek van reclamant om toe te voegen dat als de eis voor watercompensatie die de gemeente stelt vanwege klimaatadaptatie hoger is dan die van het waterschap, dat dan de hogere eis geldt, is niet overgenomen. In bouwsteen 1 worden op dit specifieke vlak geen eisen gesteld vanuit klimaatadaptatie, zodat een dergelijke regel geen relevantie zou hebben. Het voorstel om op te nemen dat het verplicht is om een advies van het waterschap te vragen is niet letterlijk overgenomen. De beoordelingsregels zien namelijk op de hoeveelheid en wijze van berekenen van de compensatie, de inhoud van het advies van het waterschap is daarvoor van belang. Alleen eisen dat er een advies wordt gevraagd biedt onvoldoende koppeling met de inhoudelijke beoordeling en berekening van de benodigde compensatie. Daarom is opgenomen dat rekening wordt gehouden met het advies van het waterschap.
Het raadplegen van het kaartbeeld is geregeld via de landelijke voorziening “regels op de kaart”. De raadpleegbaarheid is wat anders dan voorheen via ruimtelijkeplannen.nl, zodat dit wat verwarring kan oproepen. Naar aanleiding van deze zienswijze zijn de werkingsgebieden extra gecontroleerd en dit is ambtelijk met het waterschap afgestemd. Het punt in de zienswijze is daarmee opgelost, daarom gaan wij daar niet verder op in.
4. Opnemen rioolpersleiding.
7
Ter bescherming van alle leidingen zijn werkingsgebieden opgenomen waarbinnen restricties gelden voor bouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden in de grond. Voor de rioolpersleidingen is dat ook het geval. De ligging hiervan is
gebaseerd op de werkingsgebieden die in de voormalige bestemmingsplannen waren opgenomen. Binnen deze restrictiegebieden zijn activiteiten vergunningplichtig. De vergunning kan alleen worden verleend als dit geen nadelige gevolgen heeft voor de leiding. Naar aanleiding van deze zienswijze is aan de beoordelingsregels toegevoegd dat het advies van de leidingbeheerder hierbij wordt betrokken. 5. Terminologie en werkingsgebieden “regionale waterkering” en “beperkingengebied met betrekking tot een waterkering”. Advies waterbeheerder.
6. Steigers en vlonders.
7. Definities waterpeil en ondersteunend kunstwerk.
8. Terminologie watersysteem. 9. Oogmerken opnemen.
Naar aanleiding van deze zienswijze heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan is de suggestie overgenomen en zijn de namen van de werkingsgebieden aangepast. De beoordelingsregels voor het bouwen nabij een waterkering zijn aangevuld: het advies van de waterbeheerder moet worden betrokken bij de beoordeling, tenzij een vergunning is verleend door de waterbeheerder of de activiteit past binnen de algemene regels van de waterbeheerder voor die activiteit. De suggestie van reclamant wordt niet overgenomen om de volgende redenen: De verwijzing naar natte ecologische zones die reclamant wil terugzien impliceert dat deze zones door middel van een werkingsgebied aangeduid moeten worden in het omgevingsplan. Dat is onpraktisch en bovendien is die informatie niet beschikbaar. Voor het overige dienen de eisen die reclamant overgenomen wil zien het waterbelang, ten behoeve waarvan reclamant eigen bevoegdheden heeft. Het opnemen hiervan in het omgevingsplan zou een doorkruising tot gevolg hebben. Dat is niet wenselijk. Het waterpeil is volgens de suggestie van reclamant in de begripsbepalingen opgenomen. In de toelichting op het artikel wordt verwezen naar de peilbesluiten en waar deze te vinden zijn. Het begrip “ondersteunend kunstwerk” is ook volgens de suggestie in de begripsbepalingen overgenomen. Deze suggestie wordt overgenomen.
Deze suggestie wordt niet overgenomen in de artikelen 5.2 en 5.63 omdat de regels in de betreffende afdelingen niet zijn gesteld met het oog op het beschermen van het watersysteem. De suggestie is wel overgenomen in artikel 5.168 en 5.425
8
10. In werkingsgebied ‘Water en groen’ natte ecologische zones en ondersteunende kunstwerken mogelijk maken.
Ondersteunende kunstwerken ten behoeve van waterstaatkundige doeleinden zijn vergunningvrij gemaakt (artikel 5.221 toegevoegd “algemene regels”) binnen het werkingsgebied Water en groen. Dat komt ook overeen met de voormalige modelplanregels. De natte ecologische zones worden door de regels voor activiteiten op en in de bodem beschermd. Aanleggen van nieuwe zones is binnen de regels mogelijk. Voor de volledigheid is er in artikel 5.426 specifiek opgenomen dat natte ecologische zones mogen worden aangelegd.
11. Adviesverplichting naar toelichting verplaatsen. 12. Compenserende waterberging. 13. Term “omgevingsvergunning voor een wateractiviteit”. 14. Correctie artikel lozen op schoonwaterriool.
Suggestie overgenomen. Zie bespreking bij punt 2. De suggestie wordt overgenomen.
Gecorrigeerd.
Motivering Punt zienswijze
Beantwoording
15. Toevoegingen in Hoofdstuk 4 en 5.
Deze suggestie wordt niet overgenomen: de indeling en structuur van de motivering is een keuze van de gemeente.
16. Klimaatadaptatie
17. Verwijzing naar Waterwet
18. Bevoegdheden van waterschappen
In paragraaf 7.18 van de motivering wordt het thema water besproken, daar zijn de beleidskaders van de waterschappen geadresseerd. Deze suggestie leidt niet tot een aanpassing van de motivering. In de bedoelde passage wordt uiteengezet hoe gestalte is gegeven aan de hier bedoelde instructieregel. De suggestie van reclamant wordt deels overgenomen. Hoewel een groot deel van de voormalige Waterwet inderdaad in de Omgevingswet is overgegaan, is er nog een beduidend aantal relevante artikelen in de huidige Waterwet die ook in de motivering genoemd moeten worden. Subparagraaf 7.18.1 Kaders is aangepast door het kopje “Waterwet” te wijzigen in “Waterwet en Omgevingswet” en in de tweede alinea van dit onderdeel is de Omgevingswet ook genoemd als basis voor bevoegdheden van de waterschappen. Voor de motivering van het wijzigingsbesluit is het niet noodzakelijk om uitputtend te zijn over alle bevoegdheden die waterschappen hebben. Suggestie verwerkt door toevoeging “onder andere” in de betreffende alinea.
9
19. Watertoets
Suggestie wordt deels overgenomen. De passage over het Nationaal Bestuursakkoord Water houdt de terminologie van het bestuursakkoord zelf aan. Daarin wordt gesproken over watertoets. Dat wordt niet aangepast. Voorts is de term waterhuishouding aangehouden omdat dit een gebruikelijke en herkenbare term is.
20. Water en bodem sturend. 21. Handreiking weging waterbelang 22. Schrappen deel passages 23. Schrappen alinea 24. Suggestie andere indeling en hoofdstuk 5. 25. Rioolpersleidingen 26. Terminologie
Onderaan de passage toevoeging gedaan met verwijzing naar Bkl, weging van waterbelangen en is het watersysteem benoemd. Provincies vervangen door overheden. Suggesties overgenomen. Onder het kopje “waterschapsverordening en legger” passage geschrapt volgens suggestie reclamant. Alinea over beleidsregel medegebruik regionale waterkeringen geschrapt. Zie beantwoording bij punt 15. Deze worden inderdaad beschermd. Suggestie is niet volledig overgenomen aangezien de tekst in de motivering gaat over wat er in de provinciale omgevingsverordening staat. En daarin wordt wel degelijk gesproken over “regionale waterkering” en “beperkingengebied met betrekking tot een waterkering". Toevoeging gedaan waarmee wordt uitgelegd dat in het omgevingsplan de werkingsgebieden andere benamingen hebben gekregen zodat alle waterkeringen zijn opgenomen in een werkingsgebied dat “waterkering” heet.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om (de wijziging van het omgevingsplan voor) bouwsteen 1 gewijzigd vast te stellen. 2. Reclamant 2 Samenvatting De reclamant geeft aan dat de wijziging van het omgevingsplan lijkt te zien op de woongebieden, alleen kan reclamant niet met zekerheid uitsluiten dat de wijziging niet ziet op het perceel waar relamant een lopende procedure voor een herontwikkeling heeft lopen. Gezien de wijziging van het omgevingsplan (bouwsteen 1) regels bevat die betrekking kunnen hebben op de herontwikkeling, legt reclamant deze onduidelijkheid via een zienswijze voor. Reactie Geconcludeerd is dat het betreffende perceel van reclamant buiten het plangebied van de wijziging van het omgevingsplan voor bouwsteen 1 ligt. Naar aanleiding hiervan is ambtelijk overleg gevoerd met de advocaat die reclamant vertegenwoordigt.
10
In het informele gesprek is ook gezamenlijk geconcludeerd dat de wijziging niet ziet op het betreffende perceel. In het gesprek is gekeken naar de landelijke functie ‘Regels op de kaart’ en hoe het omgevingsplan op bepaalde punten klantvriendelijker gemaakt kan worden. Naar aanleiding van dit gesprek worden de gereserveerde artikelen in de wijziging aangepast, zodat deze niet te zien zijn buiten het plangebied. Dit kan namelijk leiden tot verwarring, ook al is het artikel leeg en heeft het geen rechtsgevolgen. Daarnaast wordt gekeken of het besluit dat gepubliceerd zal worden na vaststelling van bouwsteen 1 duidelijker geformuleerd kan worden. Als laatste worden aan de gemeentelijke website meer linkjes toegevoegd naar de relevante documenten, zodat de verschillende documenten en de wijziging van het omgevingsplan makkelijker vindbaar worden. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om (de wijziging van het omgevingsplan voor) bouwsteen 1 gewijzigd vast te stellen. 3. Reclamant 3 (Rijkswaterstaat) Samenvatting Reclamant 3 geeft aan dat het in hun belang is dat ontwikkelingen niet tot negatieve afwikkelingsproblemen leiden op het rijkswegennet en als dit wel zo is hiervoor maatregelen getroffen moeten worden om dit te voorkomen/beperken.
In de doelen genoemd in artikel 2.1 van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan mist reclamant het doel ‘verkeersafwikkeling of verkeersdoorstroming te waarborgen’. Daarom verzoekt reclamant om het doel ‘borgen van goede verkeersdoorstroming’ aan de algemene doelen toe te voegen. Reactie Het door reclamant genoemde doel kan tevens vallen onder de maatschappelijke doelen genoemd in artikel 1.3 van de Omgevingswet, waarnaar wordt verwezen in artikel 2.1 van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan. Het ‘borgen van een goede verkeersdoorstroming’ wordt daarom aan de algemene doelen toegevoegd. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om (de wijziging van het omgevingsplan voor) bouwsteen 1 gewijzigd vast te stellen. 4. Reclamant 4 (Gasunie) Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat in de regels die gelden binnen het ‘Belemmeringengebied gevaarlijke stoffen gas’ alleen wordt aangegeven welke activiteiten niet zijn toegestaan. Dat vindt reclamant niet passen bij de ‘ja, mits’ gedachte. Reclamant verwijst naar de Staalkaart Netbeheer Nederland ‘Elektriciteit en gas in het omgevingsplan’, waarin benoemd wordt waar gebruik van gronden wél voor bedoeld is. Reclamant vraagt om deze aanpak over te nemen. En als de gemeente daar niet voor kiest, om dan in artikel 4.24 lid 1 toe te voegen ‘in ieder geval'. 2.
In paragraaf 4.3.7 Restrictiegebied Leiding is het werkingsgebied “Restrictiegebied Leiding Gas ontluchtingspunt” gebaseerd op een RTL-afsluiter uit het oude bestemmingsplan. Gezien de actuele situatie en aanwezigheid van een correcte belemmeringenstrook vraagt reclamant om deze paragraaf te schrappen. 3. Paragraaf 5.4.1.7 Bouwen in een restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding. Met betrekking tot artikel 5.208 heeft reclamant enkele aandachtspunten. Allereerst wordt verzocht om de tekst onder onderdeel a te schrappen, aangezien deze op basis van jurisprudentie 11
juridisch niet houdbaar lijkt. Artikel 5.19, onder b, sub 2, van het Bkl heeft het (net als het Bevb) enkel over de integriteit en werking van de buisleiding. Daarnaast acht reclamant het van belang dat het vragen van een schriftelijk advies van de leidingbeheerder wordt opgenomen als verplicht beoordelingscriterium bij de besluitvorming. Tot slot wordt voorgesteld om expliciet vast te leggen dat het toe te laten bouwwerk géén kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw mag betreffen, om de veiligheid en bescherming rond de leidingzone te waarborgen. 4. Paragraaf 5.6.1.1 Algemeen. Artikel 5.380 is op dit moment niet volledig. Verzocht wordt om aanvullend op te nemen: (1) het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, en (2) het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. Deze activiteiten brengen risico’s met zich mee en verdienen, net als in de Staalkaart aangegeven, expliciete benoeming. 5. Paragraaf 5.6.4.1 Activiteiten op of in de bodem – restrictiegebied leiding of belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen. In artikel 5.395 over de vergunningplicht mist reclamant een belangrijke uitzondering: activiteiten in het kader van de WIBON zijn niet uitgezonderd. Het ontbreken van deze uitzondering is in strijd met artikel 5.19 van het Bkl.
Evenmin is uitgezonderd dat activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit met een omgevingsvergunning zonder aparte vergunning kunnen plaatsvinden. Gevraagd wordt om deze uitzonderingen op te nemen in artikel 5.395. 6. Artikel 5.396, onderdeel a, bevat de zinsnede “geen onevenredige afbreuk”, wat te vaag is en onvoldoende juridische duidelijkheid biedt naar de mening van reclamant. Deze formulering leent zich voor verschillende interpretaties en dient daarom te vervallen. In plaats daarvan wordt gevraagd om het schriftelijk advies van de leidingbeheerder expliciet als beoordelingscriterium op te nemen, zodat de beoordeling gebaseerd is op objectieve en deskundige input. Reactie Punt zienswijze
Beantwoording
1. Ja, mits gedachte. Aangeven wat er wel mag.
De zienswijze leidt niet tot een wijziging. De opbouw van de regels kent in grote lijnen dezelfde systematiek als de door reclamant genoemde staalkaart. Hoofdstuk 4 werkt als richtingaanwijzer. De inhoudelijke regels staan voornamelijk in Hoofdstuk 5.
2. Restrictiegebied leiding gas verwijderen 3. Paragraaf 5.4.1.7 Bouwen in een restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding.
12
Voor het belemmeringengebied gevaarlijke stoffen gas is in Hoofdstuk 4 aangegeven welke regels gelden voor het bouwen en voor activiteiten op of in de bodem. Die regels staan in Hoofdstuk 5. Daarin is opgenomen welke activiteiten er wel zijn toegestaan en onder welke voorwaarde. De zienswijze leidt niet tot een wijziging. Op basis van de gegevens van de Omgevingsdienst is dit werkingsgebied overgenomen. De suggestie van reclamant wordt deels overgenomen. De beoordelingsregels (inmiddels doorgenummerd naar artikel 5.214) zijn niet alleen gesteld met het oog op het voldoen aan 5.18 en 5.19 Bkl. Het werkingsgebied beslaat tevens de gronden waar de buisleiding zelf ligt
en als zodanig zijn de regels ook gesteld met het oog op het functioneren van de leiding, het voorkomen van beschadigingen van de leiding, etc. Daarom is sub a niet verwijderd, maar is er aanvullend een sub b opgenomen waarvan de inhoud is gebaseerd op de door reclamant genoemde staalkaart. Het voorstel om op te nemen dat het verplicht is om een advies van de leidingbeheerder te vragen wordt niet gevolgd. De inhoud van het advies van de leidingbeheerder is van belang om te kunnen toetsen aan de beoordelingsregels. Alleen eisen dat er een advies wordt gevraagd biedt onvoldoende koppeling met de inhoudelijke beoordeling die moet worden gemaakt. Daarom blijft in het artikel ongewijzigd opgenomen dat het advies van de leidingbeheerder wordt betrokken bij de beoordeling.
4. Paragraaf 5.6.1.1 Algemeen. Activiteiten aanvullen.
Uitsluiting van zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen is in afdeling 4.2.4 geregeld. De zienswijze geeft geen aanleiding om de regels te wijzigen. Suggestie van reclamant deels overgenomen. Omschrijving activiteiten aangevuld. Niet de letterlijke tekst van de staalkaart is overgenomen aangezien de daarin gekozen term ‘diepwortelende beplanting’ onvoldoende duiding geeft. Gekozen voor beplanting die dieper wortelt dan 1 meter, aangezien dat het gangbare uitgangspunt is voor ‘diepwortelend'. Ook het verwijderen van beplanting of boomstobben is toegevoegd bij de omschrijving van de activiteiten. De staalkaart waarnaar reclamant verwijst wijst ook het ‘kappen’ aan als activiteit. Die is niet overgenomen, aangezien het kappen/vellen op dit moment nog door de Bomenverordening wordt beheerst. Deze verordening wordt nog niet verwerkt in bouwsteen 1.
5. Paragraaf 5.6.4.1 Activiteiten op of in de bodem – uitzondering WION en bouwactiviteiten.
13
Het verbod om goederen op te slaan is niet toegevoegd, aangezien dat in afdeling 5.3.2 generiek is geregeld. Suggestie van reclamant overgenomen en verwerkt in artikel 5.398 voor zover het betreft het belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen. De uitzondering bedoeld in artikel 5.19 Bkl heeft geen betrekking op de restrictiegebieden voor de leidingen.
De suggestie van reclamant om een uitzondering te maken op de vergunningplicht ten behoeve van werkzaamheden in de bodem die noodzakelijk zijn voor bouwwerkzaamheden waarvoor vergunning is verleend wordt niet overgenomen. Het omgevingsplan is opgebouwd aan de hand van afzonderlijke activiteiten. Om het nieuwe deel van het omgevingsplan in de toekomst verder gebiedsgewijs te kunnen opbouwen is in bouwsteen 1 gekozen voor een modulaire structuur waarbij de regels voor de activiteiten als het ware als afzonderlijke ‘blokjes’ moeten worden gezien (en kunnen worden uitgebreid en gewijzigd). Wanneer graafwerkzaamheden noodzakelijk zijn voor vergunningplichtig bouwen, zal de vergunningaanvraag betrekking hebben op beide activiteiten en voor beide activiteiten wordt dan een beoordeling gedaan. 7. Beoordelingsregels voor activiteiten op of in de bodem.
Suggestie reclamant deels overgenomen (artikel 5.402), zie voor verdere uitleg de beantwoording bij punt 3 (beoordelingsregels voor bouwen).
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om (de wijziging van het omgevingsplan voor) bouwsteen 1 gewijzigd vast te stellen.
Paragraaf 1.4 Eindconclusie zienswijze(n) De zienswijzen geven aanleiding tot aanpassingen van het (wijzigingsbesluit van het) omgevingsplan. Hieronder worden de aanpassingen per onderdeel van het omgevingsplan in een tabel weergegeven. Werkingsgebieden Op basis van welke zienswijze Waterschap Delfland Punt 5
Naam werkingsgebied
Inhoud
Regionale waterkering
Naam gewijzigd in: Waterkering
Regels Op basis van welke zienswijze Waterschap Delfland Punt 2
14
Plaats
Inhoud
Subparagraaf 5.4.1.2.1 beoordelingsregels vergunningplicht nieuwe hoofdgebouwen
Artikel 5.186 lid 1 sub c: toevoeging alternatieve vasthoudmaatregelen Artikel 5.186 nieuw lid 2 toevoegen. Aanvullende regels watercompensatie.
Waterschap Delfland Punt 5
Waterschap Delfland Punt 7 Waterschap Delfland Punt 8
Waterschap Delfland Punt 9
Subparagraaf 5.4.1.7 Beoordelingsregels vergunningplicht bouwen nabij een waterkering Artikel 1.2 begripsbepalingen
5.216 oogmerken 5.220 oogmerken 5.404 oogmerken 5.425 oogmerken Artikel 5.168 oogmerken Artikel 5.428 beoordelingsregels
Waterschap Delfland Punt 11
Artikel 5.223 beoordelingsregels
Waterschap Delfland Punt 11
Artikel 5.428 beoordelingsregels
Waterschap Delfland Punt 4
Artikel 5.264 vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool Meerdere artikelen die op gereserveerd stonden.
Reclamant 2
Rijkswaterstaat
Artikel 2.1 Algemene doelen
Gasunie punt 3 beoordelingsregels en advies leidingbeheerder Gasunie punt 4
Artikel 5.214 beoordelingsregels
15
Artikel 5.386 activiteiten
Artikel 5.214 lid 2 toevoegen advies waterbeheerder.
Toegevoegd begripsbepaling: ‘ondersteunend kunstwerk’ ‘waterpeil’ Terminologie aangepast (watersysteem).
Belang watersysteem toegevoegd.
Lid 2 verwijderd, mogelijkheid om advies te vragen verplaatst naar artikelsgewijze toelichting. Lid 3 verwijderd, mogelijkheid om advies te vragen verplaatst naar artikelsgewijze toelichting. Lid 1 gecorrigeerd: ‘schoonwaterriool’ toegevoegd. De tekst in de gereserveerde artikelen is aangepast, zodat hier het werkingsgebied 'bouwsteen 1’ aan gekoppeld kan worden. Dit zorgt ervoor dat de artikelen niet meer te zien zijn op andere locaties buiten het plangebied van deze wijziging (bouwsteen 1). Aan dit artikel is het doel: ‘het borgen van goede verkeersdoorstroming’ toegevoegd. Een nieuwe sub b ingevoegd volgens door reclamant genoemde staalkaart.
Omschrijving activiteiten aangevuld. Niet de letterlijke tekst van de staalkaart aangezien ‘diepwortelende beplanting’ onvoldoende duiding geeft. Gekozen voor beplanting die dieper wortelt dan 1 meter, aangezien dat het gangbare uitgangspunt is voor ‘diepwortelend'.
Ook het verwijderen van beplanting of boomstobben is toegevoegd bij de omschrijving van de activiteiten.
Gasunie punt 7
De staalkaart waarnaar reclamant verwijst wijst ook het ‘kappen’ aan als activiteit. Die is niet overgenomen, aangezien het kappen/vellen op dit moment nog door de Bomenverordening wordt beheerst. Deze verordening wordt nog niet verwerkt in bouwsteen 1. Sub b aangevuld en advies leidingbeheerder toegevoegd.
Artikel 5.402 beoordelingsregels
Artikelsgewijze toelichting Op basis van welke zienswijze Waterschap Delfland Punt 11
Plaats
Inhoud
Toelichting bij: Artikel 5.223 beoordelingsregels Artikel 5.248 beoordelingsregels
Opnemen mogelijkheid om advies in te winnen bij waterschap.
Waterschap Delfland Punt 13
Toelichting bij artikel 4.50
‘Watervergunning’ vervangen door ‘omgevingsvergunning voor een wateractiviteit’.
Motivering Op basis van welke zienswijze Waterschap Delfland punt 10
Plaats
Inhoud
Subparagraaf 7.18.2
Waterschap Delfland punt 17 Verwijzing naar Waterwet Waterschap Delfland punt 18 Bevoegdheden van waterschappen Waterschap Delfland punt 19 Watertoets
Subparagraaf 7.18.1
Toegevoegd uitzonderingen vergunningplicht voor natte ecologische zones en ondersteunende kunstwerken. Toevoeging verwijzing Omgevingswet.
Waterschap Delfland punt 20 Water en bodem sturend.
16
Subparagraaf 7.18.1
Toevoeging ‘onder andere’ bij beschrijving bevoegdheden waterschappen.
Subparagraaf 7.18.1 Nationaal Bestuursakkoord Water
Onderaan de passage toevoeging gedaan met verwijzing naar Bkl, weging van waterbelangen en is het watersysteem benoemd.
Subparagraaf 7.18.1 Water en bodem sturend
Provincies vervangen door overheden.
Waterschap Delfland punt 21 Handreiking weging waterbelang
Subparagraaf 7.18.1 Watertoets
Watertoets vervangen door handreiking weging waterbelangen. Suggesties reclamant overgenomen.
Waterschap Delfland punt 22 Schrappen deel passages Waterschap Delfland punt 23 namen werkingsgebieden
Subparagraaf 7.18.1 waterschapsverordening en legger Subparagraaf 7.18.1 provinciale verordening
Passage geschrapt volgens suggestie reclamant.
17
Toevoeging gedaan waarmee wordt uitgelegd dat in het omgevingsplan de werkingsgebieden andere benamingen hebben gekregen zodat alle waterkeringen zijn opgenomen in een werkingsgebied dat ‘waterkering’ heet.
Hoofdstuk 2 Staat van wijzigingen Paragraaf 2.1 Inleiding Op basis van een ambtshalve beoordeling van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan – bouwsteen 1 bestaande woonwijken zijn een aantal onjuistheden/onduidelijkheden/gebreken geconstateerd. Hieronder wordt kort per onderdeel van het omgevingsplan toegelicht in een tabel welke wijziging is doorgevoerd. Voor verdere inhoudelijke uitleg over een regel of onderwerp wordt verwezen naar de motivering behorend bij deze wijziging van het omgevingsplan. Daarin worden de gemaakte keuzes en juridische regels toegelicht. Hieronder wordt specifieke uitleg gegeven over de wijziging van hoofdstuk 4 in de structuur, de andere wijzigingen zijn ook terug te vinden in paragraaf 2.2. Wijzigingen hoofdstuk 4 De structuur van hoofdstuk vier van het omgevingsplan is geheel gewijzigd. Dit is gedaan om een meer overzichtelijke structuur te krijgen en om het aantal doorverwijzingen te verminderen. Hierover is ook overleg gevoerd met de VNG. Hoe de richtingaanwijzer precies in zijn werk gaat is toegelicht in hoofdstuk 6 van de motivering van het wijzigingsbesluit voor bouwsteen 1. Belangrijk is om aan te geven dat er geen juridische wijzigingen zijn aangebracht in hoofdstuk 4. De wijzigingen zien alleen op de structuur van de titels, afdelingen, paragrafen, etc.
Paragraaf 2.2 Ambtshalve wijzigingen en motivering Juridische regels Onderwerp
Artikel
Inhoud wijziging
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen Begrippen biomassa
Artikel 1.2
De begrippen uit het paraplubestemmingsplan "Biomassa”, dat op 23 februari 2023 is vastgesteld door de gemeente, is voor het plangebied van de wijziging van het omgevingsplan voor bouwsteen 1 omgezet. Daarom zijn ook de relevante begrippen hiervoor opgenomen in artikel 1.2. Hoofdstuk 4 - Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving De gebieden Linten binnen woongebied (afdeling 4.1.1), Wijkcentra (afdeling 4.1.2) en Woonwijken (afdeling 4.1.3) zijn geplaatst onder de titel 4.1 Gebieden.
Artikelen 4.1 tot en met 4.9
18
De richtingaanwijzer van de gebieden is aangepast. Per afdeling en dus soort gebied wordt het gebied aangewezen en de geometrische begrenzing aangegeven. Daarnaast wordt genoemd welke milieuwaarden van toepassing zijn in het gebied. Ook wordt aangegeven welke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de regels in hoofdstuk 5. De andere artikelen die voorheen bij de gebieden stonden, zoals de bouwactiviteiten, zijn verplaatst naar de thema's. Dit is gedaan om herhalingen te voorkomen en richtingaanwijzer overzichtelijker te maken.
De artikelen over de Bouwactiviteiten (afdeling 4.2.1) zijn van de gebieden verplaatst naar een eigen thema in titel 4.2.
Artikelen 4.10 tot en met 4.14
Er is een afdeling aangemaakt in titel 4.2 Thema's voor de bouwactiviteiten (afdeling 4.2.1). De volgende artikelen zijn toegevoegd: toepassingsbereik, algemene regels bouwactiviteiten, hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overige bouwwerken. Deze artikelen bestaan uit regels die eerst per gebied waren opgenomen. Door het opnemen van de regels in één thema wordt herhaling voorkomen.
De artikelen over milieu (afdeling 4.2.2) zijn van de gebieden verplaatst naar een eigen thema in titel 4.2. De artikelen over het uitvoeren van werken en werkzaamheden (afdeling 4.2.3) zijn van de gebieden verplaatst naar een eigen thema in titel 4.2. Voor het onderwerp externe veiligheid is een eigen thema aangemaakt in titel 4.2.
Artikelen 4.15 tot en met 4.16
Er is een afdeling (4.2.2) gemaakt in titel 4.2 Thema's voor de regels over het milieu die eerst per gebied waren opgenomen. Door de regels in één thema op te nemen wordt herhaling voorkomen.
Artikelen 4.19 tot en met 4.20
Er is een afdeling (4.2.3) gemaakt in titel 4.2 Thema's voor de regels over werken en werkzaamheden die eerst per gebied waren opgenomen. Door de regels in één thema op te nemen wordt herhaling voorkomen.
Artikelen 4.21 tot en met 4.28
De volgende paragrafen uit de voormalige afdeling 4.2 aandachtsgebieden en belemmeringengebieden zijn overgezet naar een eigen thema in afdeling 4.2.4 externe veiligheid: - Paragraaf 4.2.4.1 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas; - Paragraaf 4.2.4.2 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof; - Paragraaf 4.2.4.3 Explosieaandachtsgebied; - Paragraaf 4.2.4.4 Brandaandachtsgebied.
Voor het onderwerp geluid door infrastructuur is een eigen thema aangemaakt in titel 4.2.
Artikelen 4.29 tot en met 4.40
De volgende paragrafen uit de voormalige afdeling 4.2 aandachtsgebieden en belemmeringengebieden zijn overgezet naar een eigen thema in afdeling 4.2.5 Geluid door infrastructuur - Paragraaf 4.2.5.1 Geluidaandachtsgebied gemeenteweg; - Paragraaf 4.2.5.2 Geluidaandachtsgebied provinciale weg; - Paragraaf 4.2.5.3 Geluidaandachtsgebied rijksweg – gereserveerd; - Paragraaf 4.2.5.4 Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg;
19
-
Paragraaf 4.2.5.3 Geluidaandachtsgebi ed rijksweg – gereserveerd
N.v.t.
Voor het onderwerp cultureel erfgoed is een eigen thema aangemaakt in titel 4.2.
Artikelen 4.41 tot en met 4.49
Paragraaf 4.2.5.5 Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg.
De paragraaf voor het geluidsaandachtsgebied rijksweg is leeggehaald en als ‘gereserveerd’ opgenomen. In de ontwerpwijziging bevatte de paragraaf nog regels, dat had niet gemoeten. De regels zijn voor bouwsteen 1 nog niet nodig. De paragraaf 4.2.6.1 Archeologie is vanuit de voormalige afdeling 4.3 Restrictiegebieden en beperkingengebieden overgezet naar het thema cultureel erfgoed in titel 4.2. De volgende paragrafen zijn toegevoegd aan het thema cultureel erfgoed, nadat een ambtelijke controle bleek dat deze gebieden nog niet waren aangewezen in hoofdstuk 4. - Paragraaf 4.2.6.2 Cultuurhistorisch waardevolle objecten - Paragraaf 4.2.6.3 Gemeentelijke monumenten
Voor het onderwerp infrastructuur en voor publiek toegankelijke ruimte is een eigen thema aangemaakt in titel 4.2.
Artikelen 4.50 tot en met 4.67
De N.v.t. bebouwingscontoure n zijn in plaats van een aparte afdeling onder de titel 4.2 Thema's geplaatst. Hoofdstuk 5 - Activiteiten Titel 5.2 Normen met betrekking tot de fysieke leefomgeving Regels over parkeren Artikel 5.38 in titel 5.2 Normen met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van de
20
De volgende paragrafen uit de voormalige afdelingen 4.3 (Restrictiegebieden en beperkingengebieden) en 4.4 (Aanwijzingen groen, water en wegen) overgezet naar een eigen thema in afdeling 4.2.6 Infrastructuur en voor publiek toegankelijke ruimte: - Paragraaf 4.2.7.1 Water en groen; - Paragraaf 4.2.7.2 Beperkingengebied lokale spoorweg; - Paragraaf 4.2.7.3 Restrictiegebied leiding; - Paragraaf 4.2.7.4 Wegen. De bebouwingscontouren zijn verplaatst, maar blijven nog steeds als ‘gereserveerd’ staan.
In de paragraaf 5.2.1.7 Parkeren staat artikel 5.38. In de ontwerpwijziging was de naam van dit artikel: Maatwerk- en vergunningvoorschriften. Dit dekte de lading niet aangezien dit artikel alleen is bedoeld voor afwijken van de parkeernorm met een omgevingsvergunning. Naam aangepast naar:
fysieke leefomgeving aangepast.
Omgevingsvergunning parkeernorm. Ook is in de tekst van het artikel het woord vergunningvoorschrift gewijzigd in omgevingsvergunning.
Titel 5.3 Gebruiksactiviteiten Regels bedrijfswoningen toegevoegd. Afdeling 5.3.5 Biomassa-installatie
Artikelen 5.67, 5.74, derde lid Artikelen 5.77 tot en met 5.80
Aan de gebruiksactiviteiten zijn regels toegevoegd over bedrijfswoningen. Deze regels zijn afkomstig uit de bestemmingsplannen. Het paraplubestemmingsplan "Biomassa”, dat op 23 februari 2023 is vastgesteld door de gemeente, is voor het plangebied van de wijziging van het omgevingsplan voor bouwsteen 1 omgezet. Het verbod, de omgevingsvergunning met beoordelingsregels zijn verwerkt in deze afdeling.
Titel 5.4 Bouw- en sloopactiviteiten Beoordelingsregels vergunningplicht bouwen van een hoofdgebouw (woning).
Artikel 5.186 (voorheen artikel 5.180)
De beoordelingsregels behorend bij de vergunningplicht voor het bouwen van hoofdgebouwen (woningen zijnde) uit subparagraaf 5.4.1.2.1 (Hoofdgebouwen) is aangepast. De beoordelingsregel uit artikel 5.186, eerste lid, sub a, is aangepast zodat duidelijk is dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend als het gaat om één woning.
Beoordelingsregels vergunningplicht bouwen van een hoofdgebouw (woning). Beoordelingsregels vergunningplicht bouwen van een hoofdgebouw (woning).
Artikel 5.186, eerste, tweede en derde lid (voorheen artikel 5.180) Artikel 5.186, derde lid (voorheen artikel 5:180)
Het artikel is gesplitst in drie leden, zodat de beoordelingsregels overzichtelijker te raadplegen zijn.
Aanwijzing vergunningplicht bijbehorende bouwwerken in het restrictiegebied leiding.
Artikel 5.1, derde lid
21
Met de provincie Zuid-Holland is een ambtelijk overleg gevoerd over de regels over grondwaterverontreiniging. Hieruit kwam naar voren dat er een aanvulling gedaan moest worden op het soort saneringsaanpak dat moet worden toegepast bij significante grondwaterverontreiniging. In overleg met de provincie is dit artikel daarop aangepast. Het derde lid van artikel 5.190 (voorheen artikel 5.184) zag op een vergunningplicht van bijbehorende bouwwerken in het restrictiegebied leidingen. Echter, in paragraaf 5.4.1.7 Bouwen in een restrictiegebied leiding of belemmeringengebied buisleiding is al een algemene vergunningplicht opgenomen die geldt voor elk bouwwerk, dus ook een bijbehorend bouwwerk, in de restrictie- en belemmeringengebieden van de leidingen. Daarom is lid drie verwijderd.
Warmtepomp verplaatst van paragraaf bijbehorende bouwwerken naar overige bouwwerken
N.v.t.
Regel warmtepomp aangepast.
Artikel 5.198 (voorheen artikel 5.190).
Bouwen grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie
Artikel 5.224 tot en met 5.228 (voorheen artikel 5.217 tot en met 5.221).
Na een ambtelijke controle werd geconstateerd dat het bouwwerk warmtepomp ten onrechte onder de paragraaf voor bijbehorende bouwwerken was geplaatst. Een warmtepomp is geen bijbehorend bouwwerk, maar een overig bouwwerk. Het artikel is nu in de juiste paragraaf gezet (Paragraaf 5.4.1.4 Overige bouwwerken juncto Subparagraaf 5.4.1.4.1 Vergunningvrij bouwen). Sub f uit het artikel is van ‘de hoogte van de warmtepomp, als deze op de grond wordt geplaatst, bedraagt niet meer dan 1,30 m’ aangepast naar ‘de hoogte van de warmtepomp bedraagt niet meer dan 1,30 m’. Dit is gedaan, omdat de vorige regel dubbel gelezen kon worden en daarom onduidelijk was. Dit is nu opgelost door de regel aan te passen. De regels in paragraaf 5.4.1.10 Bouwen grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, zijn aangevuld en gewijzigd na ambtelijk overleg met de provincie Zuid-Holland over de instructieregels over grondwatergevoelige gebouwen op een grondwatergevoelige locatie.
Titel 5.5 Milieubelastende activiteiten Het artikel over licht bij de milieubelastende activiteit bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht is verwijderd.
N.v.t.
Na een ambtelijke controle werd geconstateerd dat het artikel 5.361 Licht (afkomstig uit de bruidsschat) nog niet kan worden opgenomen in het nieuwe deel. Deze regel verwijst namelijk nog naar regels die in een verordening (de APV) zijn opgenomen. Dergelijke verwijzingen zijn in het nieuwe deel van het omgevingsplan niet mogelijk. Daarom blijft artikel 22.239 uit de bruidsschat gelden totdat de betreffende regels uit de APV ook in het nieuwe deel verwerkt worden.
Slagschaduw voormalige functionele binding
Artikel 5.311
In het plangebied van bouwsteen 1 komen geen slagschaduwgevoelige gebouwen met voormalige functionele binding voor, daarom is dit artikel gereserveerd voor de toekomst. Het artikel kan gevuld worden als deze situatie in een andere wijziging wel voorkomt. De afdeling was in de ontwerpwijziging aangeduid als ‘gereserveerd’, de artikelen bevatten echter per abuis wel tekst. Die tekst is verwijderd. De toelichting op het artikel verduidelijkt waar het artikel in de toekomst voor kan worden gebruikt.
Gereserveerd Afdeling 5.4.3 brandvoorschriften Bouwactiviteiten in en aandachtsgebieden explosievoorschrifteg - [gereserveerd] gebieden Hoofdstuk 6 - Beheer en onderhoud
22
Instandhouding parkeerplaatsen
In paragraaf 6.1.4 zijn regels toegevoegd waarin de instandhoudingsplichten uit de voormalige bestemmingsplannen zijn overgenomen die zien op parkeerplaatsen. In de bestemmingsplannen hadden deze regels een eigen specifieke locatie met een specifieke regel over het aantal parkeerplaatsen die in stand moeten worden gehouden. Voor de juridische borging hiervan zijn deze locaties plus regels overgenomen in deze paragraaf. Hoofdstuk 8 - Overgangsrecht en voorrangsregels Afdeling 8.1 Overgangsrecht
Het overgangsrecht is aangepast om dit meer passend te maken voor bouwsteen 1. Gezien deze artikelen op specifieke overgangsrechtelijke situaties zien is in de artikelsgewijze toelichting een uitgebreide uitleg gegeven. Aan deze afdeling is een paragraaf toegevoegd waarin wordt geregeld welke artikelen uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan (ook wel de bruidsschat genoemd) voor gaan op de regels uit de voorgaande hoofdstukken voor bouwsteen 1. Deze regels uit de bruidsschat blijven gelden in het werkingsgebied bouwsteen 1. Deze toegevoegde paragraaf is bedoeld voor voorrangsregels voor regels uit andere besluiten. Zo is een artikel opgenomen waarin is geregeld dat de regels uit het omgevingsplan deels voorgaan op de regels uit het voorbereidingsbesluit grondwaterkwaliteit van de provincie Zuid-Holland. Dit artikel is nodig, omdat een gedeelte van de voorbeschermingsregels wel zijn verwerkt in hoofdstukken 1 tot en met 21 (dit betreft afdeling 2.1 van het voorbeschermingsbesluit) en een deel van de voorbeschermingsregels nog niet zijn verwerkt in het omgevingsplan.
Afdeling 8.2 Voorrangsregels, paragraaf 8.2.1 hoofdstuk 22
Afdeling 8.2 Voorrangsregels, paragraaf 8.2.2 Voorrangsregels – regels uit andere besluiten
Artikelsgewijze toelichting De artikelsgewijze toelichting is vanaf de ontwerpwijziging van het omgevingsplan naar vaststelling, gecontroleerd en hier en daar aangevuld waar nodig. De aanvullingen moeten de bedoeling van de regels duidelijker maken en wijzen in de gevallen waar het nodig is naar de herkomst van het artikel. Motivering Onderwerp
Paragraaf
Inhoud wijziging
Aanpassing hoofdstuk 4 omgevingsplan: gebieden
Subparagraaf 6.2.1 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, kopje: Titel 4.1 Gebieden
De aanpassing van hoofdstuk 4 voor de gebieden is tekstueel verwerkt in de motivering.
23
Aanpassing hoofdstuk 4 omgevingsplan: gebieden
Bedrijfswoningen
Biomassa-installatie
Subparagraaf 6.2.1 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, kopje: Titel 4.2 Thema's Subparagraaf 6.2.4 Gebruiksactiviteiten
Subparagraaf 6.2.4 Gebruiksactiviteiten
De aanpassing van hoofdstuk 4 voor de Thema's is tekstueel verwerkt in de motivering. Aan de tekst bij onder het kopje: Bedrijfsmatige activiteiten, is toegevoegd dat de bedrijfswoning zijn aangewezen. In deze subparagraaf is de motivering toegevoegd voor het opnemen van de regels over de activiteit: biomassainstallatie.
Algemene toelichting Onderwerp
Paragraaf
Inhoud wijziging
Aanpassing hoofdstuk 4 omgevingsplan
Paragraaf 6.5 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving (hoofdstuk 4 van de regels)
De richtingaanwijzer in hoofdstuk 4 is aangepast, zoals bij de inleiding beschreven. Daarom is de paragraaf in algemene toelichting die hier uitleg over geeft, hierop aangepast.
24