CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.03400] Perspectiefnota 2026

Commissie Algemeen Bestuur 18 juni 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Perspectiefnota 20265.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Perspectiefnota 2026

Foto: Ariane Kok

www.lansingerland.nl

T25.03400

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Inhoudsopgave I. II. III. IV. V.

Inleiding ..................................................................................................................... 3 Inhoudelijk kader voor Begroting 2026-2029 ...................................................................... 6 Financieel technische elementen ................................................................................... 11 Verdere traject Begroting 2026-2029.............................................................................. 16 Appendix .................................................................................................................. 18

2/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

I.

Inleiding

Het begrotingsjaar 2026 is voor de gemeente Lansingerland, net als veel andere gemeenten in Nederland, een uitdagend begrotingsjaar. De door het Rijk aangebrachte veranderingen in de systematiek en grootte van het gemeentefonds brengen voor de gemeente al meerdere jaren een negatieve financiële impact met zich mee. Bij de behandeling van Begroting 2025-2028 hebben de gemeenteraad (de raad) en het college van burgemeester en wethouders (het college) samen geconstateerd dat een andere gezamenlijke aanpak wenselijk is voor de aankomende Begroting 2026-2029. Het startpunt van het proces richting Begroting 2026-2029 ligt bij het bepalen van een inhoudelijke hoofdrichting via de kernvraag “Wat voor een gemeente willen we zijn?”. Het inhoudelijke gesprek gaat daarbij over het wegen en prioriteren van ambities, die vastgelegd zijn in de Samenlevingsvisie en Omgevingsvisie. Door het veranderde financiële beeld kunnen de komende jaren niet alle vastgestelde ambities waargemaakt worden en zijn er ingrijpende keuzes nodig. De raad heeft op 7 mei 2025 bij een bespreekstuk in de commissie Algemeen Bestuur (AB) op hoofdlijnen aan het college aangegeven welke weging en prioritering te hanteren bij het opstellen van Begroting 2026-2029. Deze Perspectiefnota volgt op het bespreekstuk in de commissie AB.

Perspectiefnota Dit document heeft de titel ‘Perspectiefnota 2026’ en komt in plaats van een Kaderbrief die de raad de afgelopen jaren heeft ontvangen. De Perspectiefnota bevat de elementen uit de Kaderbrief en geeft daarbovenop een inhoudelijke richting aan het college als tussenstap voor het opstellen van de begroting. In de Perspectiefnota wordt aangegeven op welke gebieden maatregelen worden gezocht en wordt een indicatie gegeven van de financiële impact. In de begroting wordt vervolgens aangegeven welke concrete maatregelen genomen worden op basis van het financiële en inhoudelijke kader. Gekozen is om in deze fase van het proces een inhoudelijke richting op te nemen vanwege de financiële opgave die verwacht wordt door de sterk verminderde inkomsten vanuit het Rijk vanaf het begrotingsjaar 2026. Landelijke politieke en financiële context Op dit moment bestaat er nog onduidelijkheid over het financiële beeld waarmee de begroting voor 2026 kan worden opgesteld. Dat komt onder andere door onzekerheid over de financiële bijdrage die gemeenten ontvangen vanuit het Rijk. De landelijke politieke situatie maakt de onzekerheid nog groter. De afgelopen jaren heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) herhaaldelijk bij het Rijk aangegeven dat taken en middelen voor gemeenten in balans moeten worden gebracht.

Ook de komende periode blijft de VNG inzetten op het in balans brengen van taken en middelen. De VNG heeft in een brief aan gemeenten (I25.06763) laten weten dat in de Voorjaarsnota van het Rijk substantieel extra middelen voor gemeenten worden opgenomen voor de periode tot en met 2027. De VNG is “voorzichtig optimistisch” maar plaatst ook enkele kanttekeningen. Zo wordt de terugval in het gemeentefonds slechts gedeeltelijk gecompenseerd door het Rijk en volgt een besluit over compensatie voor tekorten uit 2023 en 2024 bij jeugdzorg pas in augustus. Het effect van de Voorjaarsnota op de financiën van de gemeente Lansingerland in 2026 ligt op basis van een eerste schatting richting de € 4 mln positief.

3/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

De uiteindelijke impact van de Voorjaarsnota op het begrotingsproces van de gemeente Lansingerland wordt na parlementaire behandeling duidelijk wanneer de gemeente de meicirculaire van het Rijk ontvangt. Daarom is het effect van de Voorjaarsnota nog niet verwerkt in het saldo van de financiële baseline in deze nota (zie Tabel 2 op pagina 11). Bij de septembercirculaire wordt het financiële beeld voor Begroting 20262029 pas compleet. Dat moment komt te laat om een conceptbegroting op te stellen. In deze Perspectiefnota worden daarom financiële scenario’s opgenomen die anticiperen op mee- of tegenvallers en waarmee het college en raad kunnen bijsturen. We anticiperen op scenario’s van € 5 mln en € 7 mln aan te nemen maatregelen. Op basis van de financiële scenario’s worden maatregelen voorbereid en, afhankelijk van de uiteindelijke financiële opgave, ingezet in de conceptbegroting om deze sluitend te maken. Integrale afweging Ondanks het onzekere financiële beeld is op het moment van het opstellen van deze Perspectiefnota de verwachting dat er aanzienlijke maatregelen nodig zijn om de Begroting 2026-2029 sluitend te krijgen. Bij de begrotingen die de gemeente de afgelopen jaren heeft opgesteld zijn al veel maatregelen in beeld gebracht.

Deze zijn ook gebruikt bij het bepalen van de keuzeruimte die is gevisualiseerd in de aan de raad gepresenteerde begrotingsvarianten (T25.02496). Bij de begroting wordt een integrale afweging gemaakt. Dat betekent dat het kan voorkomen dat de raad en het college keuzes maken die eerdere moties en amendementen (deels) terugdraaien of aan ambities (tijdelijk) anders invulling geven. Waar dit het geval is, wordt dat aangegeven in de begrotingsstukken. Gevolgen organisatie De integrale afweging die in het begrotingsproces gemaakt wordt, heeft gevolgen voor de organisatie. Na het vaststellen van de Perspectiefnota wordt bepaald welke concrete maatregelen in de begroting worden doorgevoerd. Daaruit volgt een effect op de capaciteit van de organisatie en daarmee ook op de bedrijfsvoering. De gemeente houdt rekening met een veranderende arbeidsmarkt, waarbij er langdurige arbeidskrapte is en nieuwe werkwijzen en middelen kansen bieden. De organisatie is in transitie. Dit wordt uitgewerkt in specifieke besluitvormingstrajecten, zoals een I-visie (digitaliseringsstrategie) en uitvoeringsagenda. Bevindingen rapport Cebeon/Rijnconsult meegenomen in begrotingsproces Begroting 2026-2029 bouwt voort op kennis die is vergaard bij recente begrotingstrajecten.

In het Cebeon/Rijnconsult-rapport (I24.11885) is een vergelijkend onderzoek gedaan op taakgebied niveau naar baten en lasten in relatie tot het gemeentefonds en vier referentiegemeenten. Het onderzoek laat in de vergelijking het effect zien van gestapelde beleidskeuzes en biedt daarmee handvatten om keuzes in beeld te brengen. De bevindingen wijzen naar de onderwerpen jeugd, maatschappelijke ondersteuning, participatie, dienstverlening, openbare orde en veiligheid, groen, openbare verlichting en straatreiniging. Beleidskeuzes om tot andere inzet op deze onderwerpen te komen zijn verwerkt in de Gereedschapskist met begrotingsknoppen bij de Begroting 2025-2028, de beleidsplannen voor het sociaal domein (‘Kansrijk opgroeien’, ‘Vitaal en waardig ouder worden’ – dit is benoemd in respectievelijk BR2400111 en BR2400112 en het beleidsplan ‘Volwassenen’ dat de raad binnenkort ontvangt) en zijn ook verwerkt in de begrotingsvarianten gevisualiseerde keuzeruimte. Onderdelen in deze nota De Perspectiefnota bestaat uit drie hoofdonderdelen. 1. Als eerste wordt ingegaan op het inhoudelijke kader – volgend uit een voorkeursvariant – die de raad en het college hebben besproken aan de hand van het bespreekstuk in de commissie AB op 7 mei. De 4/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

overwegingen die tijdens de commissievergadering zijn meegegeven, zijn verwerkt in het inhoudelijke kader. Volgend op de Perspectiefnota kan het college daarmee bepalen welke concrete maatregelen te nemen richting de uiteindelijke conceptbegroting. 2. Vervolgens volgen financieel technische elementen waarin een update van de financiële baseline wordt gegeven, autonome ontwikkelingen en claims worden toegelicht en technische uitgangspunten bepaald die gehanteerd worden bij het opstellen van de begroting. 3. Tot slot wordt aangegeven hoe het verdere traject richting Begroting 2026-2029 er uit ziet en op welke manier de raad kan bijsturen. Ook wordt aangegeven dat het gesprek over concrete maatregelen met maatschappelijke organisaties wordt aangegaan.

5/19

T25.03400

II.

Perspectiefnota 2026

Inhoudelijk kader voor Begroting 2026-2029

In de inleiding is aangegeven dat de gemeenteraad in aanloop naar de Perspectiefnota op 7 mei een gesprek heeft gevoerd over welke gemeente we willen (en kunnen) zijn. In het eerste deel van deze paragraaf beschrijven we het inhoudelijke kader met vijf uitgangspunten als basis voor het opstellen van de Begroting 2026-2029 in antwoord op die vraag. In het tweede deel werken we uit hoe het inhoudelijk kader voor de Begroting 2026-2029 wordt verwerkt in de conceptbegroting met financiële scenario’s als instrument waarmee het college en de gemeenteraad de conceptbegroting kunnen bijstellen. Van begrotingsvarianten naar inhoudelijk kader in de Perspectiefnota In de gezamenlijke commissie AB op 7 mei 2025 gaf de raad overwegingen mee over vijf begrotingsvarianten op basis van een door het college opgesteld bespreekstuk met daarin een voorkeursvariant. In de Perspectiefnota spreken we verder niet meer over begrotingsvarianten. De door de raad meegegeven overwegingen over de varianten zijn verwerkt in de Perspectiefnota als inhoudelijk kader voor de Begroting 2026-2029. In het debat op 7 mei is door alle fracties aangegeven in welke mate zij voor de komende jaren prioriteit geven aan bepaalde thema’s van de Samenlevingsvisie en pijlers van de Omgevingsvisie. Hierna duiden we deze prioritering met een toelichting per categorie.

Dit zijn kaders waarbinnen we de Begroting 2026-2029 opstellen.

De komende jaren prioriteren we onze ambities voor een gezond en leefbaar Lansingerland met oog voor de sociale basis Lansingerland is een groeiende gemeente met hechte kernen. We willen zorgen voor een gezonde en leefbare samenleving met sterke sociale cohesie in onze bestaande én nieuwe buurten. Daarvoor blijven we zoveel mogelijk inzetten op onze ambities voor een gezonde en vitale gemeente en voor de leefbaarheid en veiligheid van onze wijken. Een krachtige samenleving kan veel zelf, maar daarbij is een sociale basis nodig zodat de inwoners die dat nodig hebben een steun in de rug krijgen. Op veel onderdelen van de gemeente moeten we onze ambities de komende jaren naar beneden bijstellen. Dat betekent een forse versobering en soms zelf verschraling van delen van dienstverlening en voorzieningen. Afhankelijk van de financiële opgave en de onderdelen die we willen behouden, is het nodig om inkomsten te verhogen.

6/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Inhoudelijk kader voor Begroting 2026-2029 1.

Prioritering gaat uit naar ambities die aansluiten bij het thema Gezondheid, thema Leefbaarheid & Veiligheid en de pijler Gezond Samen Leven. Dat betekent dat we zo min mogelijk maatregelen nemen die raken aan het beleid Vitaal en waardig ouder worden, het Integraal Veiligheidsbeleid en de buitenruimte van onze wijken en een deel van onze ambities op duurzaamheid in de leefomgeving.

2.

Fors versoberen van onze dienstverlening en voorzieningen gebeurt op ambities voor Bestaanszekerheid (minimabeleid), Kansrijk opgroeien, Verbonden in de Metropool en Vindingrijk en Ondernemend.

3.

We ontzien zoveel mogelijk de sociale basis. In een financieel scenario waarin we te maken hebben met een kleiner tekort, draaien we als eerste maatregelen terug die raken aan een solide sociale basis. Het gaat vooral om minimabeleid en Kansrijk opgroeien.

4.

‘Kleine’ maatregelen ten behoeve van sociale cohesie ontzien we in de conceptbegroting. We nemen in de begroting geen ‘kleine’ bezuinigingsmaatregelen op die raken aan de sociale cohesie in onze gemeente. De maatregelen kunnen bij een tegenvallend financieel beeld uiteraard wel door de raad ingezet worden.

5.

Om bovenstaande ambities in stand te houden, zijn extra inkomsten nodig. De mate waarin mogelijk extra middelen nodig zijn, is afhankelijk van de financiële opgave en ambitieniveaus.

Per thema van de Samenlevingsvisie en pijler van de Omgevingsvisie volgt hieronder een overzicht. Eerst is het effect omschreven op drie thema’s en pijlers waar prioriteit aan gegeven wordt. Vervolgens volgt een omschrijving van het effect op de overige vier thema’s en pijlers. Om vanaf 2026 inkomsten en uitgaven in evenwicht te brengen is het noodzakelijk om de inzet voor diverse ambities omlaag bij te stellen. Prioritering gaat uit naar ambities die aansluiten bij het thema Gezondheid, thema Leefbaarheid & Veiligheid en de pijler Gezond Samen Leven We nemen in de Begroting 2026-2029 zo min mogelijk maatregelen die raken aan het beleid Vitaal en waardig ouder worden, het Integraal Veiligheidsbeleid en de buitenruimte van onze wijken. Ook blijft een deel van de ambities op duurzaamheid in de leefomgeving gevolgd worden, maar kunnen niet alle ambities meer waargemaakt worden. Gezondheid We prioriteren onze inzet op het thema Gezondheid. Dat betekent dat we in mindere mate bezuinigen op onze inzet voor sport en bewegen en de ambities in het beleidsplan ‘Vitaal en waardig ouder worden’. De inzet voor het beleidsplan ‘Vitaal en waardig ouder worden’ blijft zoveel mogelijk in lijn met het in het plan opgenomen ambitieniveau ‘nieuwe beleidslijn’. Toch zal ook op dit thema afhankelijk van de financiële opgave mogelijk een deel bezuinigd worden.

Indien nodig nemen we tussen de circa € 350.000 (ambitieniveau ‘nieuwe beleidslijn’) en € 820.000 aan maatregelen in de richting van ambitieniveau ‘versoberen’ binnen circa € 1.300.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. Leefbaarheid & Veiligheid We prioriteren onze inzet op de leefbaarheid en veiligheid van onze wijken en houden onze ambities zoveel mogelijk overeind. We blijven inzetten op onze 7/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

ambitie op het aanpakken van ondermijning en onze buurtgerichte aanpak. Indien nodig wordt op dit thema tussen de circa € 80.000 en € 130.000 aan maatregelen genomen binnen circa € 400.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. Gezond Samen Leven We prioriteren onze inzet voor leefbare wijken. We onderhouden klimaatbestendige buitenruimtes die naast hun functie als sociale voorziening zorgen voor verkoeling en versterking van de biodiversiteit. Meer eenduidigheid van de fysieke leefomgeving biedt ons de mogelijkheid om schoon, heel en veilig te blijven onderhouden. Indien nodig wordt in deze pijler tussen de circa € 200.000 en € 450.000 aan maatregelen genomen binnen circa € 800.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. Het blijft mogelijk om kleine maatregelen te nemen binnen de zorgplicht voor het leefbaar en veilig houden van wijken, verhelpen van ongemakken en discretionaire inframaatregelen. Fors versoberen van onze dienstverlening en voorzieningen gebeurt op ambities voor Bestaanszekerheid (minimabeleid), Kansrijk opgroeien, Verbonden in de Metropool en Vindingrijk en Ondernemend Bestaanszekerheid We blijven voldoen aan wettelijke vereiste lokale inzet voor minima. We behouden voor een doelgroep de bijzondere bijstand, maar mogelijk wel met een lagere inkomensgrens. Lokale, niet wettelijke ambities voor minimabeleid versoberen we in de begroting.

Indien nodig wordt op dit thema tussen de circa € 400.000 en € 450.000 aan maatregelen genomen binnen circa € 500.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. In het inhoudelijk kader wordt aangegeven de sociale basis waar mogelijk zo veel mogelijk te ontzien. In hoeverre dit kan, hangt af van het uiteindelijke financiële beeld in september. Kansengelijkheid We blijven voldoen aan onze wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld vanuit de Jeugdwet. Iedereen die jeugdhulp nodig heeft kan daarvoor terecht bij onze toegang. Ook blijven we inzetten op de opgave jeugdhulp waarmee we werken aan het realiseren van de Hervormingsagenda Jeugd. Echter, de inzet op de ambities uit het beleidsplan ‘Kansrijk opgroeien’ zullen fors versoberd moeten worden. We stellen deze bij in lijn met het in het beleidsplan opgenomen financieel kader tussen het ambitieniveau ‘versoberen’ en ‘verschralen’. Daarmee is een verminderde inzet op de sociale basis voor de doelgroep jeugd niet te voorkomen. Indien nodig wordt op dit thema tussen de circa € 1.250.000 en € 1.550.000 aan maatregelen genomen binnen circa € 1.600.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. Hier geldt dezelfde kanttekening over de sociale basis als in bovenstaande alinea over ‘Bestaanszekerheid’.

Verbonden in de Metropool We verlagen onze inzet voor ambities binnen de pijler Verbonden in de Metropool tot een minimum en houden zeer beperkte ruimte voor lokale ambities. Indien nodig wordt in deze pijler circa € 200.000 aan maatregelen genomen en is ook circa € 200.000 aan keuzeruimte geïdentificeerd. Het blijft mogelijk om kleine maatregelen te nemen binnen de zorgplicht voor veiligheid en het verhelpen van ongemakken. Bij de inzet voor mobiliteit en bereikbaarheid ligt de nadruk op sober, kosteneffectief en duurzaam.

8/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Vindingrijk en Ondernemend We verlagen onze inzet voor ambities binnen de pijler Vindingrijk en Ondernemend tot een minimum en houden zeer beperkte ruimte voor lokale ambities. Indien nodig wordt in deze pijler tussen de circa € 520.000 en € 590.000 aan maatregelen genomen binnen circa € 600.000 aan geïdentificeerde keuzeruimte. Op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie blijft de gemeente wel deelnemen aan regionale samenwerkingen maar raakt het halen van doelstellingen uit beeld. We ontzien zoveel mogelijk de sociale basis De gemeente ziet het belang van een zo sterk mogelijke sociale basis. Onze samenleving is krachtig, maar niet iedereen kan zelf of met het eigen netwerk problemen oplossen. Inwoners die hulp of ondersteuning nodig hebben, moeten een steun in de rug kunnen krijgen. Wanneer de financiële situatie daar de mogelijkheid toe geeft, wordt de sociale basis zo veel mogelijk in stand gehouden. Wanneer we te maken hebben met een kleiner tekort, draaien we als eerste maatregelen terug die raken aan een solide sociale basis. Met onze inzet in de sociale basis beogen we een laagdrempelig aanbod te creëren zodat inwoners snel, en wanneer problemen nog klein zijn, ondersteuning ontvangen. Deze inzet draagt op langere termijn bij aan beheersing van de kosten op de uitvoering van wettelijke taken.

Het gaat vooral om minimabeleid en beleidsplan ‘Kansrijk opgroeien’. ‘Kleine’ maatregelen die bijdragen aan sociale cohesie ontzien we in de begroting We nemen in de begroting geen ‘kleine’ bezuinigingsmaatregelen op die raken aan de sociale cohesie in onze gemeente. Het gaat vooral over maatregelen die bij eerdere begrotingsbehandelingen door de raad zijn teruggedraaid via amendering. Deze maatregelen staan gezamenlijk voor circa € 130.000 in de begroting 2025 opgenomen. Als kader voor de begroting 2026-2029 geldt dat deze maatregelen daarom niet ingezet worden bij de conceptbegroting. De maatregelen kunnen bij een tegenvallend financieel beeld uiteraard wel door de raad ingezet worden. Om bovenstaande ambities in stand te houden, zijn er extra inkomsten nodig De komende jaren prioriteren we onze inzet voor een gezonde en vitale gemeente, voor de leefbaarheid en veiligheid van onze wijken en waar mogelijk houden we de sociale basis in stand. Om de hierboven genoemde ambities overeind te houden, zijn binnen de financiële scenario’s tekorten die dekking vragen. Dit betekent dat het noodzakelijk is om inkomsten te verhogen, waaronder het OZB-percentage. We anticiperen voor de Begroting 2026-2029 op dit moment op tekorten van € 5 mln en € 7 mln in 2026. Op deze twee scenario’s worden te nemen maatregelen voorbereid voor de conceptbegroting.

Bij een tekort in de orde grootte van € 5 mln zoeken we ombuigingen van circa € 3 mln. Om een deel van onze ambities overeind te houden zijn extra inkomsten nodig ter hoogte van € 2 mln. Bij een tekort in de orde grootte van € 7 mln zoeken we ombuigingen van circa € 4,2 mln. Om een deel van onze ambities overeind te houden zijn extra inkomsten nodig ter hoogte van € 2,8 mln. Zie ter referentie Tabel 1 (pagina 10) en Tabel 5 (pagina 19). Kiezen uit maatregelen met structureel effect, incidentele inzet blijft Zowel aan de inkomstenkant als aan de uitgavenkant leggen we de focus op maatregelen met structureel effect. We blijven gebruikmaken van incidentele rijksfinanciering in de vorm van SPUK’s - uitkeringen van het Rijk voor specifieke doelen - bijvoorbeeld voor vitaliteit en duurzaamheid. De maatregelen die bij het 9/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

opstellen van de begroting in beeld komen, zijn maatregelen waarvoor de financiële dekking bestaat uit structurele inkomsten. Financiële scenario’s om wendbaar te zijn Het financiële beeld is, ook na de Voorjaarsnota, nog steeds onzeker. Daarom gaan we uit van een tweetal financiële scenario’s met maatregelenpakketten om de begroting structureel te sluiten. Hiermee geven we uitvoering aan het Plan van Aanpak voor de Begroting 2026-2029 waarin is opgenomen om te werken met financiële scenario’s. Het uitgangspunt bij het inhoudelijk kader is het scenario € 5 mln met daarnaast een scenario € 7 mln. Het financieel scenario € 7 mln is een scenario waarin het tekort groter uitpakt. We werken in dit scenario uit welke maatregelen als aanvullend genomen kunnen worden, ook hierbij met het inhoudelijk kader van de Perspectiefnota als leidraad. Parallel wordt het begrotingssaldo de komende maanden geactualiseerd. Afhankelijk van het tekort in de geactualiseerde begroting, worden er door het college maatregelen ingezet uit scenario € 5 mln of € 7 mln. De bijbehorende maatregelen worden uitgewerkt in een compact overzicht dat de gemeenteraad kan gebruiken als basis voor de toetsing en amendering van de conceptbegroting. In Tabel 1 en Figuur 1 zijn de financiële scenario’s en de effecten van het inhoudelijke kader per scenario op de thema’s en pijlers zichtbaar gemaakt.

Groen geeft het scenario € 5 mln aan. Met rood is het scenario € 7 mln aangegeven waarin het tekort groter uitpakt. Boven de kolommen in Figuur 1 staan bedragen die de som van geïdentificeerde maatregelen in de keuzeruimte weergegeven. Tabel 1: Twee financiële scenario’s Financieel scenario

Financiële opgave

Verlagen uitgaven

Verhogen inkomsten

Scenario € 5 mln Scenario € 7 mln

€ 5 mln

€ 3 mln

€ 2 mln

€ 7 mln

€ 4,2 mln

€ 2,8 mln

Figuur 1: Financiële scenario’s € 5 mln en € 7 mln. De bedragen boven de kolommen geven het totaalbedrag aan maatregelen vanaf het grijze deel van de kolom weer.

10/19

T25.03400

III.

Perspectiefnota 2026

Financieel technische elementen

Financiële doorrekening Net als in de eerdere Kaderbrieven, zijn ook voor deze Perspectiefnota de (autonome) ontwikkelingen zoveel als mogelijk doorgerekend. Echter, ook dit jaar zijn er nog de nodige onzekerheden, bijvoorbeeld omdat de relevante informatie nog niet beschikbaar was of de analyse van de ramingen meer tijd vergt. De focus van deze Perspectiefnota ligt dan ook op het vaststellen van het inhoudelijke kader en de uitgangspunten voor de Begroting 2026-2029. Uiteraard nemen we de raad wel mee in het huidige financiële beeld, waarbij de cijfers dus een eerste indicatie zijn. Het saldo zal naar mate er meer zekerheid komt over cijfers nog wijzigen voor de Begroting 2026-2029. In T25.03307 vindt u de uitgangspunten voor de Begroting 2026-2029 die gebruikt zijn om het financiële meerjarenbeeld in deze Perspectiefnota door te rekenen. Wij vragen uw raad om deze uitgangspunten vast te stellen zodat we deze kunnen toepassen in de Begroting 2026-2029. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2025 zijn op dit moment nog niet in beeld en zijn daarom vooralsnog als PM-post opgenomen. Zodra de meicirculaire doorgerekend is, wordt u hierover separaat geïnformeerd. Onze inzet is om de betreffende raadsinformatiebrief voorafgaand aan de behandeling van de Perspectiefnota aan de raad toe te sturen.

Zoals genoemd in de inleiding is in deze Perspectiefnota wel een eerste inschatting gemaakt van de Voorjaarsnota van het Rijk. Dit is apart gepresenteerd (zie 9.a. in T25.03306 ‘Toelichting financiële mutaties’) en nog niet verwerkt in het financiële meerjarenbeeld. Financieel beeld Perspectiefnota 2026 In november 2024 heeft de Raad de Begroting 2025-2028 vastgesteld. In de Perspectiefnota 2026 is deze begroting met alle mutaties die zich sindsdien hebben voorgedaan verwerkt. Daarnaast wordt ook vooruitgekeken en bevat de Perspectiefnota de financiële mutaties die zich vanaf 2026 voor gaan doen. De financiële mutaties leiden tot het volgende financiële meerjarenbeeld (Tabel 2): Tabel 2: Het huidige financiële meerjarenbeeld ‘de baseline’

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029 Baseline beginsaldi Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging Bijstelling algemene uitkering Totaal bovenstaande posten (A) Autonome ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 in T25.03306) OZB, leges en heffingen Meicirculaire Capaciteit Actualisaties projecten en MJOP Overige ontwikkelingen Totaal bovenstaande posten (B) Totaal (A+B)

2026

2027

Bedragen x € 1.000 2028 2029

-8.131 4.415 -3.716 -7.941 749 PM -958 327 4 -7.819 -11.535

-9.674 6.021 -3.653 -8.334 1.090 PM -1.094 -1.457 56 -9.740 -13.393

-7.088 4.937 -2.150 -9.588 1.223 PM -1.191 -2.285 56 -11.786 -13.936

-9.182 7.133 -2.050 -10.522 1.759 PM -2.422 -3.615 56 -14.745 -16.794

11/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Opbouw cijfers De jaren 2026-2029 starten we, na de Begroting 2025 tezamen met de structurele effecten van de Slotwijziging 2024 met een tekort van € 8,1 mln. negatief in 2026. Dit tekort loopt op tot € 9,2 mln. in 2029. De bijstelling van de Algemene Uitkering o.b.v. de Decembercirculaire 2024 met het prijspeil 2025, levert een plus op van € 3,8 mln. in 2026. Per saldo betekent dit een positieve bijstelling van de algemene uitkering en daarmee een dekking van het tekort. Echter, daar staan aan de lastenkant ook aanvullende loon- en prijsstijgingen tegenover, die (nog) niet volledig door de Algemene Uitkering gedekt worden. Daarnaast is de Algemene Uitkering bijgesteld o.b.v. de meest recente maatstaven. De aangepaste maatstaven leveren, met name door lagere inwoneraantallen in latere jaren dan eerder verwacht, een positieve bijstelling op van ca. € 0,7 mln. in 2026, maar een oplopend negatieve bijstelling van ca. € 2,8 mln. in 2029. Tezamen leiden deze mutaties in bovenstaande tabel tot reeks “A”. Vervolgens worden daar de effecten van de nu voorziene ontwikkelingen aan toegevoegd (“B”) om te komen tot het totaal van de Perspectiefnota 2026. Hierbij zijn de uitgangspunten uit T25.023307 toegepast. Belangrijk om te vermelden is dat de cijfers niet in beton gegoten zijn, gezien de onzekerheden die er nog spelen.

Het saldo van de jaarschijven geeft richting, maar zal nog wijzigen naarmate er in de voorbereiding van de begroting meer duidelijkheid komt over cijfers en de Meicirculaire 2025 is doorgerekend. In T25.03306 lichten we de diverse mutaties in meer detail toe, waarbij we per onderdeel hebben aangegeven wat de mate van hardheid van de cijfers is. Om alvast een eerste inschatting te maken van de verwachte effecten van de Meicirculaire 2025, is er wel een grote berekening gemaakt o.b.v. de Voorjaarsnota 2025. Het Rijk heeft besloten om in de Voorjaarsnota 2025 de gemeenten tegemoet te komen op het gebied van jeugdzorg. Daarmee is het zogenaamde ravijn nog bij lange na niet gedempt en ook de tekorten op jeugd worden vooralsnog slechts gedeeltelijk gedekt. De eerste inschatting is dat de Algemene Uitkering voor 2026 en 2027 een positieve bijstelling inhoudt van richting de € 4 miljoen per jaar. Voor 2028 en 2029 is dit slechts ca. € 1,2 miljoen per jaar. Deze bedragen zijn nog niet verwerkt in het financiële beeld. Echter, zelfs inclusief deze extra inkomsten blijft het voorlopige tekort aanzienlijk. Onzekerheden: mogelijke mee- en tegenvallers Hierboven schetsten we een beeld van de financiële componenten van deze Perspectiefnota. Voor een belangrijk deel zijn deze cijfers nog behoorlijk onzeker.

Voor het doorrekenen van het financiële meerjarenbeeld zijn er aannames gedaan (Tabel 3). Het effect van deze aannames kan als volgt geduid worden, waarbij de aannames in de kolom ‘huidige aanname’ verwerkt zijn in deze Perspectiefnota. Hierin kunnen andere keuzes gemaakt worden.

12/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Tabel 3: Overzicht van aannames

Post gebaseerd op aanname

Huidige aanname

Meer 1% staat gelijk informatie in aan (circa)*: bijlagen

Opmerking

Richtlijn Provincie Zuid-Holland (PZH) is een reële indexatie. Op dit moment hanteren we de 1.3.1 indexcijfers uit de (T25.03307) en Septembercirculaire 2024. Mocht 4.1 de indexatie ten tijde van de (T25.03306) Meicirculaire 2025 anders uitvallen, kunnen we dit bijstellen.

Indexatie materiële budgetten

3,16%

Indexatie Subsidies

4%

Idem

Idem

Indexatie Wmo en Jeugd Lokaal

1,5%-3,94%

Idem

Idem

Indexatie lasten Openbare Ruimte

1,20%

€ 98.000

Idem

Idem

€ 562.000

1.3.2 (T25.03307) en Idem 4.1 (T25.03306)

CAO 2026

3,80%

Indexatie Gemeenschappelijk e Regelingen (GR), regio Rijnmond

5,2%, tenzij lager gehanteerd door GR

GRJR en Jeugd

Stijging van € 2,4 mln.

€ 160.000

5,2% is vastgesteld conform de vaste berekeningssystematiek van de Kring van Gemeentesecretarissen

N.t.b.

4.3.3 (T25.03306)

Zie aparte toelichting bij de oorzaken hierboven en onder 4.3.3 (T25.03306)

13/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Indexatie OZBopbrengsten (woningen)

Hierbij is nog geen rekening gehouden met mogelijk andere grondslagen; naast een aanname bevat deze post dus nog een aanvullende onzekerheid

3%

€ 109.000

1.4 en 1.13 (T25.03307) en 5 (T25.03306) Impact OZB-stijging voor huishouden met gemiddelde woningwaarde van € 497.000 in Lansingerland: 1% stijging komt overeen met ca. € 4 per jaar

Indexatie OZBopbrengsten (nietwoningen)

3%

€ 146.000

Hierbij is nog geen rekening 1.4 gehouden met mogelijk andere (T25.03307) en grondslagen; naast een aanname 5 (T25.03306) bevat deze post dus nog een aanvullende onzekerheid

Derving OZBinkomsten nietwoningen

3%

€ 151.000

1.4 Ervaringscijfers na samenvoeging (T25.03307) en OZB eigenaren en gebruikers 5 (T25.03306) voor niet-woningen

Uitgaande van de huidige leningenportefeuille. Keuzes Bij 3% rente is t.a.v. investeringen € 1 mln. lening 1.5 /grondexploitaties bepalen in gelijk aan € (T25.03307) en belangrijke mate de 30.000 aan 8c (T25.03306) kapitaalbehoefte en dus ook de rentelasten mutatie in de te verwachten rentelasten. € 989.000 3 (T25.03306)

Stelpost Financiering

10 jaar vast tegen 3%

Meicirculaire

PM

Stelpost onvoorzien

€ 8.000 (in het verleden € 1 per inwoner)

Aantal inwoners

1000 extra of juist minder inwoners, betekent ca. € Groei van ca. 548.000 meer 685 inwoners in of minder 2025 uitkering uit het gemeentefond s

€ 80

1.9 (T25.03307)

Stelpost Onvoorzien is richtlijn PZH. Bedrag is vrij. Dit betreft alleen de opbrengstenkant. Diverse lastenposten zijn ook gerelateerd aan inwonergroei.

1.2 (T25.03307)

Hierbij is ter indicatie alleen gekeken naar de directe maatstaf ‘inwoners’ en nog niet naar de maatstaven die indirect afhankelijk zijn van het aantal inwoners. 14/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

(* tenzij anders geduid dan in percentages) Daarnaast zijn er nog diverse andere posten die op dit moment nog onzeker zijn of nog niet gekwantificeerd kunnen worden. Het gaat dan met name om de volgende posten:           

Herijking OZB: actualisatie volgt na juni-ramingen SVHW; zie 5 (T25.03306). Herijking overige leges en heffingen; actualisatie nog gaande; zie 5 (T25.03306). Doorbelasting overhead aan Meerjaren Investeringsplan (MIP): actualisatie nog gaande; zie 1.10 (T25.03307) en 6.d (T25.03306). Actualisatie Meerjaren Investeringsplan (MIP): actualisatie nog gaande; zie 7.a (T25.03306). Actualisatie Anterieure overeenkomsten (AOK’s): actualisatie nog gaande; zie 7.c (T25.03306). Stelpost BTW Compensatiefonds: momenteel houden we rekening met een dekking van 100% (€ 1.200.000); zie 8.a (T25.03306). Effect Meicirculaire 2025; zie 2 en 9.a-9.9 (T25.03306). Personeelsbegroting; actualisatie nog gaande; zie 6.a (T25.03306). Areaaluitbreiding buitenruimte; actualisatie nog gaande; zie 8.c (T25.03306). Participatie; actualisatie nog gaande; zie 4.3.1. (T25.03306). Jeugd; actualisatie nog gaande; zie 4.3.3. (T25.03306).

15/19

T25.03400

IV.

Perspectiefnota 2026

Verdere traject Begroting 2026-2029

In deze Perspectiefnota zijn het financiële en inhoudelijke kader bepaald waarmee het college in de zomermaanden een conceptbegroting opstelt. Zoals een aantal keer is aangegeven zijn veel factoren nog onbekend, die bepalen hoe de uiteindelijke begroting er uit komt te zien. Hieronder wordt aangegeven hoe het (verwachte) tijdspad er uit ziet, wanneer de raad informatie kan verwachten en op welke wijze een gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers wordt gevoerd. Tijdspad bespreking Perspectiefnota en Begroting 2026-2029 Het verdere proces van de gemeente Lansingerland voor Begroting 2026-2029 ziet er als volgt uit:

juni

juli

•12 juni – Beeldvorming over Perspectiefnota 2026 •18 juni – Perspectiefnota 2026 in gezamenlijke CIE

•3 juli – Perspectiefnota 2026 in raadsvergadering

•16 oktober – Beeldvorming over Begroting 2026-2029 oktober •29 oktober – Begroting 2026-2029 in gezamenlijke CIE novemb •6 november – Begrotingsraad over Begroting 2026-2029 er

De raad heeft in dit proces expliciete sturingsmomenten die in de figuur in het rood zijn aangegeven:  3 juli - Uw raad stelt de Perspectiefnota 2026 vast en heeft de mogelijkheid tot amenderen van de Perspectiefnota en daarmee de uitgangspunten en kaders voor de Begroting 2026-2029.  6 november – Uw raad stelt Begroting 2026-2029 vast en heeft mogelijkheid tot amenderen van de Begroting 2026-2029, waaronder op basis van de financiële scenario’s. De raad ontvangt hiervoor een overzicht van in de begroting opgenomen maatregelen en mogelijkheden om alternatieve dekking te vinden. Verwachtte tijdlijn externe besluitvorming en informatie aan de raad Momenteel worden de volgende momenten in externe besluitvorming verwacht met impact op het begrotingstraject van de gemeente.  Juni - De meicirculaire wordt doorgerekend om het effect te bepalen op de gemeente Lansingerland. De intentie is om voor de commisiebespreking van de Perspectiefnota het effect van de meicirculaire te delen.  Augustus - Het Rijk heeft gemeenten toegezegd de komende maanden naar ruimte te zoeken om gemeenten te compenseren voor tekorten in de jeugdzorg in 2023 en 2024. Dit betreft in totaal een bedrag van € 728 miljoen. De VNG verwacht deze compensatie bij de augustusbesluitvorming van het Rijk. Het is op het moment van schrijven onduidelijk of de val van het kabinet Schoof hier effect

16/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

op heeft. Ook is onduidelijk in welke vorm deze compensatie volgt, bijvoorbeeld als incidentele gelden. September - Het Rijk publiceert waarschijnlijk rondom Prinsjesdag de septembercirculaire. Dat is het moment waarop de exacte begrotingsopgave voor de gemeente Lansingerland duidelijk wordt. De intentie is om voor de beeldvorming in oktober het effect van de septembercirculaire te delen.

In gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers Omdat Begroting 2026-2029 naar verwachting aanzienlijke maatschappelijke impact heeft, gaat het college in maatschappelijke dialoog over de effecten van de begroting. Na de bespreking in de commissie van 7 mei over een voorkeursvariant en in deze Perspectiefnota wordt een inhoudelijk kader voor de begroting zichtbaar. Het college gaat het maatschappelijke gesprek ook in de komende fase richting begroting aan zodat iedereen die daar belang bij heeft informatie en ideeën kan delen en zich kan voorbereiden op de effecten van Begroting 2026-2029. Deze gesprekken zijn op gerichtere onderwerpen dan de dialoog die plaatsvond in januari en gebaseerd op het financiële en inhoudelijke kader uit deze Perspectiefnota. In aanloop naar de uiteindelijke besluitvorming in november deelt het college met de raad wat uit deze gesprekken naar voren komt. Appendix  Tabel 4 - De geïdentificeerde maatregelen in de keuzeruimte afgezet tegen Begroting 2025  Tabel 5 - Indicatie mogelijke stijging OZB-tarief en kosten voor een gemiddeld huishouden Bijlagen  T25.03306 Toelichting financiële mutaties  T25.03307 Uitgangspunten Begroting 2026-2029  BR2500052 Raadsvoorstel  I25.08925 Voorjaarsnota 2025 Rijksoverheid  I25.08917 VNG Begrotingsadvies 2025

17/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

V.

Appendix

Tabel 4: De geïdentificeerde maatregelen in de keuzeruimte die is weergegeven in Figuur 1 (pagina 11) afgezet in percentage tegen de totaalbedragen die opgenomen zijn in Begroting 2025-2028 per programma. Programma

Onderdeel

Uitgaven in Begroting 2025 (Bedragen x € 1.000)

Geïdentificeerde keuzeruimte (in % van Begroting 2025)

Bestuur en dienstverlening 1.1

Gemeenteraad, college en griffier

3.544

1.2

Samenwerking

338

1.3

Dienstverlening

3.394

1%

8.500

3%

Openbare orde en veiligheid 2.1

Veiligheid en APV Sport, cultuur en onderwijs

3.1

Sport

2.851

9%

3.2

Cultuur

2.360

6%

3.3

Onderwijs

12.184

Sociaal domein 4.1

Samenleving

7.153

4.2

Jeugd

30.186

5%

4.3

Participatie

17.842

3%

4.4

Wmo

16.113

7%

Kwaliteit openbare ruimte 5.1

Beheer openbare ruimte

22.660

3%

5.2

Afval- en afvalwatermanagement

13.686

0,5%

5.3

Vastgoed

4.862

2%

Lansingerland ontwikkelt 6.1

Ruimtelijke ordening

11.427

1%

6.2

Infrastructuur en mobiliteit

1.817

10%

6.3

Economische ontwikkeling

1.576

9%

6.4

Duurzaamheid

3.061

11%

7.1

Grondexploitatie

38.400

10.1

Algemene dekkingsmiddelen en overhead

27.000

18/19

T25.03400

Perspectiefnota 2026

Tabel 5: Indicatie van de mogelijke stijging van het OZB-tarief en de kosten voor een huishouden op basis van de prognose van de gemiddelde WOZ-waarde.

Scenario

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

gemiddelde

OZB-tarief

totale absolute

toename OZB

procentuele

stijging OZB

t.o.v. 2025,

stijging OZB t.o.v.

t.o.v. 2025

exclusief WOZ-

2025 (in €),

(bedrag per

waardecorrectie

exclusief WOZ-

jaar)

(bedrag per jaar)

waardecorrectie

WOZ-waarde

Scenario € 5 mln – benodigde extra inkomsten € 2 mln OZB verhoging naar landelijk gemiddeld tarief Scenario € 7 mln benodigde extra inkomsten € 2,8 mln

€ 530.000

0,0919%

€ 89

€ 62

16%

€ 530.000

0,0953%

€ 107

€ 80

20%

€ 530.000

0,0977%

€ 120

€ 93

23%

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bb422054-a7fd-4197-8c94-9e71263c471e