CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.03306] Toelichting financiële mutaties (Bijlage Kaderbrief/Perspectiefnota 2026) NIEUW

Beeldvorming 12 juni 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: 20:00-23:00 uur-Perspectiefnota-Raad7.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026

Afdeling: Financiën Datum: 22-5-2025 Corsanummer: T25.03306

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Financiële mutaties Perspectiefnota 2026 .................................................................... 3 Financiële uitgangspositie ......................................................................................... 4 Algemene uitkering ................................................................................................. 5 Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten ................................................... 6 4.1 Indexaties ....................................................................................................... 6 4.2 Stelpost Ontwikkeling CAO 2026 ............................................................................ 7 4.3 Sociaal Domein ................................................................................................. 7 4.4 Bijstelling budgetten bestaande taken ................................................................... 10 4.5 Nieuwe wettelijke taken ................................................................................... 10 4.6 Dividend nutsbedrijven ..................................................................................... 11 5 Actualisatie OZB, leges en heffingen........................................................................... 12 6 Capaciteit ............................................................................................................

13 7 Actualisaties projecten en MJOP ............................................................................... 16 8 Overige ontwikkelingen........................................................................................... 17 9 Afhankelijk van kabinetsbesluit................................................................................. 19 10 Incidentele claims.................................................................................................. 21

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

2

1

Financiële mutaties Perspectiefnota 2026

In de Perspectiefnota 2026 presenteren we het financiële meerjarenbeeld 2026-2029. Hieronder vindt u de samenvattende tabel en verderop in deze bijlage lichten we de financiële mutaties nader toe.

Financieel meerjarenbeeld 2026-2029 Baseline beginsaldi 2. Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging 2. Bijstelling algemene uitkering Totaal bovenstaande posten (A) 4. Autonome ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 in T25.03306) 5. OZB, leges en heffingen 3. Meicirculaire 6. Capaciteit 7. Actualisaties projecten en MJOP 8. Overige ontwikkelingen Totaal bovenstaande posten (B) Totaal (A+B)

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

2026

2027

Bedragen x € 1.000 2028 2029

-8.131 4.415 -3.716 -7.941 749 PM -958 327 4 -7.819 -11.535

-9.674 6.021 -3.653 -8.334 1.090 PM -1.094 -1.457 56 -9.740 -13.393

-7.088 4.937 -2.150 -9.588 1.223 PM -1.191 -2.285 56 -11.786 -13.936

-9.182 7.133 -2.050 -10.522 1.759 PM -2.422 -3.615 56 -14.745 -16.794

3

2

Financiële uitgangspositie

Bij het opstellen van de Perspectiefnota 2026 zijn we gestart met een financiële uitganspositie. Deze financiële uitganspositie is ontstaan uit de Begroting 2025 met wijzigingen en de bijstelling van de algemene uitkering op basis van de Decembercirculaire 2024 (de laatst gepubliceerde circulaire). De uitgangspositie betreft het structurele saldo dat is geschoond van de incidentele baten en lasten, aangezien de Gemeentewet (en daarmee de PZH als toezichthouder van de gemeente) een structureel sluitende begroting vraagt. Het meerjarenbeeld bij de start van de Perspectiefnota 2026 is als volgt: Bedragen x € 1.000 Financiële uitgangspositie 2026 2027 2028 2029 Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging 2025 -8.131 -9.674 -7.088 -9.182 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. decembercirculaire 2024 919 3.290 3.420 6.890 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. prijspeil 2026 2.832 2.891 2.954 3.035 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. nieuwe maatstaf inwoners 604 -190 -1.536 -2.918 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. nieuwe maatstaf BUIG 60 30 99 125 Beginstand begrotingssaldo 2026-2029 -3.716 -3.653 -2.150 -2.050 De jaren 2026-2029 starten we, na de Begroting 2025 tezamen met de structurele effecten van de Slotwijziging 2024, met een tekort van € 8,1 mln. negatief in 2026. Dit tekort loopt op tot € 9,2 mln. in 2029.

Hiermee hebben we bij de Begroting 2026 voor 2026 geanticipeerd op extra compensatie, voor onder andere inflatie, vanuit het Rijk. Deze compensatie zien we gedeeltelijk terug bij de bijstelling van de Algemene Uitkering o.b.v. de Decembercirculaire 2024 met het prijspeil 2026. De aanpassing naar het prijspeil 2026 levert een plus op van ca. € 3 mln. per jaar. Per saldo betekent dit een positieve bijstelling van de algemene uitkering en daarmee een dekking van een deel van het tekort. Echter, daar staan aan de lastenkant ook aanvullende loon- en prijsstijgingen tegenover, die ook dit jaar mogelijk niet volledig door de Algemene Uitkering gedekt worden. Daarnaast is de Algemene Uitkering bijgesteld o.b.v. de meest recente maatstaven. De aangepaste maatstaven leveren, met name door de lagere stijging van inwoneraantallen (zie hiervoor 1.2 in T25.03307), een positieve bijstelling op van ca. € 0,7 mln. in 2026 en een negatieve bijstelling van ca. € 0,2 mln. in 2027 oplopend naar € 2,8 mln. in 2029. Ook op rijksniveau spelen er grote financiële uitdagingen. Het kabinet heeft inmiddels de Voorjaarsnota 2025 gepresenteerd. Een eerste inschatting van de effecten van de Voorjaarsnota 2025, waarvan we de definitieve uitwerking in de Meicirculaire 2025 verwachten, is nog niet verwerkt in het saldo, maar terug te vinden in hoofdstuk 9.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

4

3

Algemene uitkering

De Algemene Uitkering (AU) in de Begroting 2025 – 2028 werd gebaseerd op de Meicirculaire 2024, die door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt gepubliceerd. Via de amendementen bij de begrotingsbehandeling is dit bijgesteld met de gepubliceerde Septembercirculaire 2024. De effecten van de Decembercirculaire 2024, waarover u bent geïnformeerd via raadsinformatiebrief U25.00066 zijn verwerkt in de Perspectiefnota 2026. Bij het opstellen van deze Perspectiefnota, is de Meicirculaire 2025 echter nog niet gepubliceerd. Dit betekent dat er nog niet bekend is wat de effecten hiervan voor onze gemeente zullen zijn. Het Rijk heeft wel reeds de Voorjaarsnota 2025 gepubliceerd, waarvoor een eerste inschatting van de effecten is gemaakt in deze Perspectiefnota. De doorrekening van de Meicirculaire 2025, waarin deze effecten definitief worden genomen, wordt verwerkt in een raadsinformatiebrief. Mits de Meicirculaire tijdig wordt gepubliceerd, zullen we die voor de behandeling van de Perspectiefnota 2026 aan de Raad verstrekken. Op die manier kunt u zich toch een completer (en minder onzeker) beeld vormen van de financiële uitgangspositie voor de Begroting 2026-2029.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

5

4

Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten

Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen in 2026 en latere jaren waarvan nagenoeg zeker is dat die op ons afkomen. Wij kunnen als gemeente niet of maar beperkt invloed uitoefenen op deze ontwikkelingen. Het gaat hierbij met name om indexaties, bijstellingen binnen het sociaal domein en reeds vastgesteld beleid.

Autonome ontwikkelingen 4.1.1. Indexaties (excl. GRJR) 4.1.2. GRJR 4.2. Stelpost ontwikkeling CAO 2026 4.3. Memo realistisch begroten Sociaal Domein 4.3.1. Bijstelling Participatie 4.3.2. Bijstelling Samenleving 4.3.3. Bijstelling Jeugd lokaal 4.3.4. Bijstelling Wmo 4.3.5. Doordecentralisatievergoeding VO 4.4. Bijstelling budgetten bestaande taken 4.4.1. Aanbesteding onderhoudscontracten openbare ruimte 4.4.2. Correctie labeling incidenteel/structureel 4.5. Nieuwe wettelijke taken 4.6. Bijstelling dividend nutsbedrijven Totaal

4.1

2026 -1.551 -1.181 -2.135

2027 -1.965 -1.212 -2.135

-376 -3 -1.213 -222 -236 -597 -520 -253 -59 405 -7.941

-642 -4 -1.313 -226 -325 -574 -520 -52 -59 692 -8.334

Bedragen x € 1.000 2028 2029 -2.201 -2.722 -1.243 -1.273 -2.135 -2.135 -862 -6 -1.371 -188 -325 -574 -520 -52 -59 -53 -9.588

-1.119 -8 -1.459 -274 -325 -574 -520 -52 -59 -2 -10.522

Indexaties

Daar waar mogelijk bouwen we de budgetten in onze begroting zero-based (vanaf 0) op. Daar waar dit niet mogelijk is, of daar waar er afspraken zijn om met indexaties te werken, indexeren we ieder jaar onze budgetten naar de actuele prijsniveaus. De indexatie heeft zowel betrekking op onze eigen (materiële) budgetten, alsook de bijdragen aan verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Indexatie materiële budgetten (3,16%) Met het oog op verantwoord financieel beleid en systematiek indexeren we jaarlijks de aan inflatie gerelateerde materiële budgetten. Wij achten het van belang om bij het opstellen van de Begroting 2026 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. De indexatie is van toepassing op tal van budgetten in de gemeente zoals uitbesteed werk, onderhoud, uitvoeringsbudgetten, accountantskosten, onderzoek en advies, maar bijvoorbeeld ook gas en elektriciteit en overige budgetten. Er is gerekend met één vast indexpercentage (3,16%). Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen/budgetten. Het percentage is gebaseerd op de Septembercirculaire 2024 van het Rijk. In het gemeentefonds volgt door middel van het accres, compensatie voor de indexatie van de materiële budgetten. Richting de begroting kan zowel de indexatie als het accres nog behoorlijk wijzigingen als gevolg van de Meicirculaire 2025.

De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2025 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2026-2029 hierop bijstellen. Indexatie Wmo en Jeugd (voor zover lokaal ingekocht) (1,5%-3,94%) Ook de budgetten van het sociaal domein worden jaarlijks geïndexeerd. Het gaat onder andere om Hulp bij het huishouden, Dagbesteding, Mantelzorg, Collectief vervoer (allen Wmo) en Jeugd met Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

6

een beperking, Basis GGZ en Ernstige enkelvoudige dyslexie (allen Jeugd). Om onze wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is het van belang om deze budgetten jaarlijks te indexeren. Dit is bovendien conform de contractafspraken die wij met onze zorgaanbieders hebben. Indexatie verbonden partijen (5,2%) De budgetten van de verbonden partijen worden geïndexeerd met een vastgesteld indexpercentage voor het komende begrotingsjaar 2026. In opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond en Goeree-Overflakkee berekent een financiële werkgroep jaarlijks het indexpercentage voor gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Hiermee kunnen GR’en de door de deelnemende gemeenten te leveren bijdragen verhogen in verband met loon- en prijsstijgingen waar deze GR’en zich mee geconfronteerd zien. Het gaat om de verbonden partijen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), DCMR en GGD. De GR Recreatieschap Rottemeren conformeert zich ook aan deze indexatie. Voor 2025 is het percentage berekend op 5,2%. Dit percentage bestaat uit CPI, loonindexatie en een eventuele bijstelling (naar boven óf beneden) op het afgegeven indexpercentage van de afgelopen 3 jaar. Daarnaast hebben diverse GR’en op verzoek van de deelnemende gemeenten bezuinigingen doorgevoerd. Hiermee dragen zij bij aan de gemeenten om te komen tot een sluitende begroting.

De ophoging van het budget voor de GRJR bestaat uit zowel een component voor prijsstijgingen als een component voor volumestijging (zie ook 4.3.3). Indexatie raamcontracten Openbare Ruimte (1,2%) In diverse raamcontracten, zoals op het gebied van Openbare Ruimte, liggen al indexatiecijfers vast. Zo wordt voor Openbare Ruimte gerekend met de indexatiecijfers van het CBS/GWW per 1 januari. Hiervoor is de indexatie over 2026 toegepast. Indexatie subsidies (3,94%) Tot slot indexeren we de subsidies. Bijdragen aan gesubsidieerde instellingen zijn een aparte categorie en hebben betrekking op de hoofddoelen Samenleving, Jeugd, Volwassenen en Ouderen. De geïndexeerde budgetten vallen niet onder de indexatie van de materiële budgetten, verbonden partijen, of Wmo en Jeugd lokaal. Het gehanteerde percentage is 3,94%, conform de OVA-index (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling).

4.2

Stelpost Ontwikkeling CAO 2026

De huidige Cao loopt af op 31 maart 2025. Het is nog niet duidelijk wat de nieuwe Cao-afspraken zullen zijn. Mochten deze afspraken voorafgaand aan de afronding van de begroting duidelijk zijn, dan zullen deze afspraken verwerkt worden in loonkosten. Echter, zolang er nog geen nieuwe Cao is, hanteren we, zoals in paragraaf 1.3.2. van T25.03307 is aangegeven, vooralsnog 2026 een Caostijging van 3,8%, gebaseerd op de loonvoetindexatie genoemd in de Septembercirculaire 2024. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2025 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2025-2028 hierop bijstellen.

4.3

Sociaal Domein

In 2023 heeft de gemeenteraad de Samenlevingsvisie vastgesteld. Deze visie is ons kompas en afwegingskader voor beleid en uitvoering van de opgaven in de samenleving. Momenteel werken we eraan om de visie uit te werken naar ambities en uitvoering.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

7

Onze gemeente groeit in de komende jaren verder en ook onze demografische samenstelling verandert. Het aantal 67-plussers in onze gemeente groeit sterk en ook wonen er steeds meer jongeren in onze gemeente. Deze en andere ontwikkelingen zullen invloed hebben op het aanbod en gebruik van gemeentelijke voorzieningen. 4.3.1

Bijstelling Participatie

Binnen Participatie spelen diverse (externe) ontwikkelingen die invloed hebben op de benodigde budgetten. Op dit moment wordt er, zoals gebruikelijk, nog gerekend aan het effect van deze ontwikkelingen op de financiën. Een definitieve bijstelling volgt daarom bij de Begroting. Het aantal aanvragen voor bijstandsuitkeringen stijgt naar verwachting de komende jaren, met daarbij ook een toename van het aantal inwoners met meervoudige hulpvragen, onder andere als gevolg van de taakstelling statushouders, de instroom van de groep die voorheen een Wajong kreeg toegekend en wijzigingen in de bevolkingssamenstelling. Verder zien we veel jongeren die een uitkering aanvragen en bestaat het huidige bestand voor een groot deel uit mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt, die we dus niet op korte termijn naar werk kunnen bemiddelen. Daarnaast stelt het CPB in het Centraal Economisch Plan (februari 2025) dat de werkloosheid oploopt naar 4% in 2026. De arbeidsmarkt is in 2025 krap gebleven; ondanks de krimp van de economie bleef de werkgelegenheid groeien. Met vertraging verwacht het CPB echter toch een toename van de werkloosheid, wat onder normale omstandigheden na 2025 een landelijke stijging van het aantal bijstandsuitkeringen betekent. Voor 2026 verwachten we een stijging in de kosten voor loonkostensubsidie. Dit heeft verschillende oorzaken.

Doordat het minimumloon hoger wordt, stijgt ook de loonkostensubsidie. Daarnaast werken we aan het realiseren van de taakstelling voor beschut werk van 2026, waarvoor loonkostensubsidie wordt ingezet. Ook is de inzet van loonkostensubsidie een van de maatregelen die we inzetten om de uitgaven op de BUIG te verminderen en die is opgenomen in het maatregelenpakket bij de aanvraag Vangnetuitkering 2023. Voor het BUIG-budget (inkomsten) gaan we uit van de raming van LIAS BUIG. De bijstelling van het budget leidt vooralsnog tot een negatief effect. Wanneer de definitieve BUIG 2026 is gepubliceerd, volgt een (definitieve) bijstelling van de BUIG. De gemeente neemt diverse maatregelen (BR2400047) om de tekorten op de BUIG-gelden terug te dringen. 4.3.2

Bijstelling Samenleving

De GGD heeft een nieuwe meerjarenbegroting 2026-2029 opgesteld. De deelnemersbijdrage van de gemeenten is geïndexeerd met het indexcijfer dat is vastgesteld door de Kring van Gemeentesecretarissen. De bijdrage is vastgesteld op € 9,12 per inwoner. 4.3.3

Bijstelling Jeugd

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Voor de specialistische jeugdhulpkosten gaan we voor de Begroting 2026 uit van onze eigen prognoses. Hiermee begroten we zo realistisch mogelijk op basis van realisatie in het voorgaande jaar en trends en ontwikkelingen. De momenteel bekende indexatie voor 2026 nemen we hierin mee (3,94% voor zorgkosten en 5,20% voor subsidies en apparaatslasten). We nemen, voor zover dit in de trends zichtbaar is, mee dat we werken aan kostenbesparende maatregelen zoals de lokale opgave jeugdhulp, de Regionale Bestuursopdracht Kostenbesparing (RBOK) en de Hervormingsagenda. We zien op moment van schrijven de eerste tekenen van een trendbreuk met verschuiving van regionale

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

8

ambulante behandeling (perceel E) naar lokale GGZ-hulp. In 2024 hadden 70 kinderen minder specialistische ambulante hulp nodig dan in 2023. Tegenover deze kostenbesparingen staat ook een aantal factoren die de totaalkosten van de specialistische jeugdhulp laten stijgen, zoals we hieronder toelichten, waardoor we een ophoging voorstellen voor 2026 ten opzichte van 2025. Op alle zorgkosten, subsidies en uitvoeringskosten zien we een hoge indexatie. Richting de Begroting zal er een actualisatie plaatsvinden van de effecten van de eerder voorgestelde maatregelen om de kosten op de jeugdzorg te beperken. Lokale jeugdhulp Binnen de lokale jeugdhulp, zagen we voor 2024 ten opzichte van 2023 een toename in het aantal kinderen dat begeleiding kreeg en het aantal dagbestedings- en groepsbehandelingstrajecten. De trajecten zijn daarnaast langer en complexer waardoor de kosten per traject hoger uitvallen. We verwachten dat deze stijgende trend uit 2024/2025 in 2026 afvlakt omdat we scherper gaan kijken naar de duur van de trajecten en het aantal verlengingen. Om de duur van de hulp te verminderen voeren we in de verordening maatregelen door op de maximumduur en het aantal verlengingen. Voor de kinderen die onvoldoende schoolrijp zijn, zoeken we naar meer passende hulp zodat ze eerder kunnen uitstromen naar onderwijs. Ook zien we een toename in het aantal maatwerktrajecten.

Wij geven maatwerktrajecten af voor hulp die nog niet gecontracteerd is. We verwachtten in 2025 en 2026 een verdere toename van kinderen die gebruik maken van een maatwerkcontract om zo passende zorg aan te bieden aan bijvoorbeeld kinderen die geen (voltijd) onderwijs kunnen volgen. We zien hogere kosten voor verblijf als gevolg van de afbouw van de gesloten jeugdhulp. Voor de totstandkoming van alle benodigde budgetten binnen jeugdzorg in 2026 en verder hebben we rekening gehouden met het aantal jeugdigen in Lansingerland. Huiselijk geweld en kindermishandeling De lasten voor Veilig Thuis stijgen sterker dan de compensatie vanuit het Rijk via de DUVO-middelen (decentralisatie uitkering vrouwenopvang). Er loopt een kostprijsonderzoek dat voor Veilig Thuis wordt uitgevoerd. We verwachten op dit moment dat een ophoging voor 2026 nodig is voor de maatschappelijke opvang en crisisopvang en Filomena. Daarnaast willen we rekening houden met de lokale uitwerking van de regiovisie huiselijk geweld.

4.3.4

Bijstelling Wmo

Begeleiding individueel In 2024 zien we een stijging op het gebruik van Wmo-begeleiding. Deze stijging zien we met name op begeleiding individueel. We verwachten dat de groei van ouderen (65+’ers) die thuis zorgafhankelijk worden, leidt tot een hoger beroep op Wmo-begeleiding. Ook is er een stijging vanwege de start van het nieuwe contract op bemoeizorg. Per 1 januari 2025 zijn de nieuwe contracten voor begeleiding mantelzorg ingegaan. Ondanks dat we een toename in de vraag verwachten op mantelzorg, hebben we nu onvoldoende gegevens om een goede inschatting te maken hoe dit product zich zal ontwikkelen. Hulp bij het huishouden We zien een gemiddelde gebruikersgroei van 4,8% over de afgelopen 4 jaar. We verwachten dat deze trend doorzet door vergrijzing en doordat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. De

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

9

leeftijdsgroep die de grootste aanspraak maakt op hulp bij het huishouden (65+’ers) groeit, wat we terugzien in het benodigde budget.

4.3.5

Doordecentralisatievergoeding Voortgezet Onderwijs

Vanuit het Rijk ontvangen we in de Algemene Uitkering middelen voor onderwijshuisvesting voorgezet onderwijs Contractueel is vastgelegd dat we deze vergoeding doorgeleggen naar de voorgezet onderwijsscholen. Op basis van de nieuwe parameters (uitkeringsfactor AU, aantal leerlingen, groei aantal leerlingen) bepalen we de nieuwe vergoeding voor schoolbesturen bepaald.

4.4

Bijstelling budgetten bestaande taken

In een aantal gevallen is er een bijstelling nodig van het budget voor bestaande taken ten opzichte van het reeds beschikbare budget, of worden recent genomen besluiten in deze Perspectiefnota financieel verwerkt. Denk hierbij aan het elimineren van lucht uit de begroting, het ophogen van de budget voor leasekosten en schoonmaakkosten, het bijstellen van de OZB-lasten voor onroerend goed in eigendom, het bijstellen van het budget voor de gemeenteraadsverkiezingen, het omzetten van boekhoudpakket Key naar de SaaS-omgeving, het bijstellen van beveiligingskosten voor Koningsdag, verplichte opleidingskosten voor BOA’s en het bijstellen van de verzekeringskosten. 4.4.1

Aanbesteding onderhoudscontracten openbare ruimte

Diverse onderhoudscontracten moeten opnieuw aanbesteed worden, omdat oude contracten aflopen. Gezien de huidige marktsituatie en de looptijd van aflopende contracten verwachten we dat de prijzen van nieuwe contracten significant hoger uit zullen vallen. 4.4.2

Correctie label incidenteel/structureel

In het kader van zero-based begroten, zijn de begrotingsposten ook tegen het licht gehouden m.b.t. de categorisering ‘incidenteel’ of ‘structureel’. Een aantal posten moesten gecorrigeerd worden. Doordat de begroting hiervoor nu geschoond is, zijn we ook in staat om richting de toekomst dit proces beter te bewaken.

4.5

Nieuwe wettelijke taken

Vanuit het Rijk komen er regelmatig nieuwe wettelijke taken of nieuwe wetgeving op ons af, die invloed heeft op ons takenpakket als gemeente. Met de oplevering van de Rottemerentunnel komt er voor gemeente Lansingerland (in samenwerking met Gemeente Rotterdam) een wettelijke taak bij, namelijk het toezichthouden op de tunnel. Het gaat om toezicht op de naleving van tunnelwetgeving op het gebied van (bouw)technische eisen en incidentbestrijding. Daarnaast hebben wij vanuit de Omgevingswet (en de voormalige Wet Natuurbescherming) een taak om voor projecten een soortenmanagementplan op te stellen. Dit heeft onder andere betrekking op isoleren en andere maatregelen in de bestaande bouw, om de gebouwgebonden diersoorten, zoals vleermuizen, te beschermen. De hiervoor benodigde middelen kunnen niet volledig gedekt worden uit de van het Rijk ontvangen Klimaatgelden.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

10

4.6

Dividend nutsbedrijven

Als aandeelhouder in Stedin en de BNG ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. Op basis van de winstprognoses van Stedin is de verwachte dividenduitkering bijgesteld. Dit betreft het dividend over zowel de reguliere aandelen als de cumulatief preferentie aandelen. De prognose laat na 2029 weer een daling van het dividend zien. In 2027 treedt er een nieuwe reguleringsperiode in. Op het moment dat het effect hiervan bekend is, zal ook dit verwerkt worden in de dividendprognoses.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

11

5

Actualisatie OZB, leges en heffingen

In de Perspectiefnota 2026 hebben we niet alleen gekeken naar de lasten, maar ook naar de baten. De OZB-opbrengsten vormen daarin een belangrijk onderdeel. Bij de OZB spelen een aantal factoren een rol, namelijk de WOZ-waardes, de areaaluitbreiding, de inflatiecorrectie en de eventuele tariefsaanpassingen. In de Perspectiefnota 2026 hebben wij een aanpassing gedaan voor de inflatie. We hebben voor zowel de OZB woningen als de OZB nietwoningen de indexatie van 3,16% uit de Septembercirculaire 2024 van het Rijk toegepast. Het SVHW levert ons tweemaal per jaar een rapportage aan met een raming van de grondslagen voor onze lokale heffingen, deze ontvangen wij in juni en september. De OZB-raming in de Perspectiefnota 2026 is bijgewerkt met de grondslagen uit de raming van september 2024. Voor de Begroting 2026 dient onze OZB-raming nog te worden herijkt op basis van de SVHW-rapportage van juni 2025. Eventuele overige tariefsaanpassingen op de OZB-tarieven zijn onderdeel van de voorkeursvarianten en vallen daarom buiten het beleidsarme financiële meerjarenbeeld. Voor de inkomsten aan verblijfsbelasting zien we een negatieve bijstelling. Dit wordt veroorzaakt door een aantal effecten. Een klein positief effect betreft de indexatie van de tarieven van 3,16%. Daartegenover staan echter twee negatieve effecten.

Ten eerste is de bouw van het wooncomplex voor arbeidsmigranten vaan de Leeuwenhoekweg komen te vervallen en is de verwachte oplevering van de nog te bouwen locaties in Bleiswijk een jaar vertraagd. Daarnaast zien we bij de reeds bewoonde complex voor arbeidsmigranten dat een significant deel van de arbeidsmigranten zich inschrijft in het BRP. Als gevolg hiervan, hoeven zij daarom geen verblijfsbelasting meer te betalen. Een inschrijving in het BRP biedt een arbeidsmigrant daarbij ook voordelen op het gebied van toegang tot zorg en sociale voorzieningen. Voor de gemeente betekent dit minder inkomsten aan verblijfsbelasting. Mits de arbeidsmigrant echter op 1 januari van een zeker jaar ingeschreven staat, ontvangt de gemeente wel een bijdrage via het Gemeentefonds. Overigens is deze bijdrage wel lager dan een heel jaar aan verblijfsbelasting. Over een mogelijke tariefsverhoging door het SVHW is op dit moment nog geen duidelijkheid. Voor de reisdocumenten is de inkomstenraming naar boven bijgesteld. Dit wordt veroorzaak door een tijdelijke piek in het aantal te verlopen documenten. Voor de overige leges en heffingen worden de opbrengsten nog geactualiseerd. Dit zal in de Begroting 2026 verwerkt worden.

OZB, leges en heffingen Actualisatie OZB Actualisatie verblijfsbelasting Actualisatie overige leges en heffingen Totaal

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

2026 1.171 -576 154 749

2027 1.325 -445 210 1.090

Bedragen x € 1.000 2028 2029 1.548 2.209 -481 -491 156 41 1.223 1.759

12

6

Capaciteit

Ieder jaar actualiseert de gemeente de personeelsbegroting. De actualisatie betreft onder andere het effect van de huidige Cao-verhoging (CAO 2025), de onregelmatigheidstoeslag en de toeslag voor gladheidsbestrijding. De Cao-verhoging loopt van 1 jan. 2024 t/m 31 maart 2025. De definitieve doorrekening volgt bij de Begroting 2025. Het opleidingsbudget van de gemeente is gekoppeld aan de personeelsbegroting. De vuistregel daarbij is dat we 2% van de personeelsbegroting reserveren voor opleidingsbudget. Hiervan gaat 0,5% naar het centrale opleidingsbudget; de overige 1,5% gaat naar de afzonderlijke teams. We hanteren het principe ‘capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak’. De benodigde capaciteit (formatie en inhuur samen) is afhankelijk van de hoeveelheid werk. Door een groei van onder andere het geprognosticeerde aantal inwoners van 66.115 op 1/1/2025 naar 70.600 in 1/1/2029 (bijv. door de geplande op te leveren woningen op Wilderszijde), de groei van het aantal jongeren van 16.775 naar 17.089, de uitbreiding van het areaal met ca. 2,5% per jaar, het aantal Wmo-gebruikers dat oploopt naar ca. 3.400 in 2029 en de toenemende zorgcasuïstiek, voorzien wij een groeiende capaciteitsbehoefte over de jaren.

De groei van een aantal van deze indicatoren is echter lager dan eerder voorzien bij Begroting 2025, wat leidt tot een positieve bijstelling van het begrotingssaldo voor de desbetreffende indicatoren. Voor een aantal teams is de indicator bijgesteld van het aantal inwoners naar het aantal medewerkers en inhuur (personen die gebruik maken va de ‘interne diensten’), omdat dit een realistischer beeld geeft van de omvang van de taken bij een gelijkblijvend dienstverleningsniveau. Denk bijvoorbeeld aan het aantal te ondersteunen devices (laptops en telefoons) dat niet afhankelijk is van het aantal inwoners, maar van het aantal medewerkers en inhuur. De afgelopen jaren groeide het aantal personen dat gebruik maakt van interne diensten (zoals ICT en DIV) sneller dan het aantal inwoners. Dit komt doordat er nieuwe taken op de gemeente afkwamen (denk aan klimaatbeleid, asiel en Oekraïne-opvang) en projecten zoals Wilderszijde in de uitvoering kwamen. De effecten van het inhoudelijk kader, dat volgt uit de voorkeursvariant, op de capaciteit zijn hierin nog niet verwerkt. Dit zal bij het opstellen van de begroting verwerkt worden. Keuzes op inhoud vertalen we dan via het capaciteitsmodel door naar effecten op de capaciteit.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

13

Capaciteitsmutatie (x € 1.000) Indicatoren 2026 2027 2028 2029 Aantal teams, aantal inwoners, aantal raadsleden, aantal medewerkers (in dienst en inhuur), aantal WOO-verzoeken, aantal Overhead bezwaren, toenemende complexiteit 469.000 614.000 728.000 1.357.000 Aantal inwoners, aantal aanvragen, aantal vragen/contactmomenten, toenemende Programma 1 complexiteit -18.000 -66.000 -124.000 -46.000 Aantal inwoners, aantal meldingen, aantal handhavingszaken, aantal vergunningaanvragen, toenemende Programma 2 complexiteit -13.000 -61.000 -118.000 -49.000 Programma 3 toenemende complexiteit 0 5.000 16.000 59.000 Aantal WMO-gebruikers, aantal jeugdhulpdossiers, aantal uitkeringen, Programma 4 toenemende complexiteit -18.000 -147.000 -363.000 -219.000 Areaaluitbreiding, aantal meldingen, aantal Programma 5 gebouwen, toenemende complexiteit 163.000 283.000 406.000 720.000 Aantal inwoners, aantal vergunningaanvragen, Programma 6 toenemende complexiteit -1.000 -4.000 -9.000 66.000 Programma 7 Aantal inwoners, toenemende complexiteit 34.000 66.000 97.000 153.000 616.000 690.000 633.000 2.041.000 Programma

Aanvullend op de autonome groei, zijn er werkzaamheden waar capaciteit voor benodigd is:  Inhuur specifieke fiscale kennis: op dit moment ontbreekt het in de gemeente aan specifieke fiscale kennis. Gezien de ontwikkelingen op belastinggebied (o.a. BTW, Vpb) is dit noodzakelijk. Ook de accountant noemt in haar verslag verdere beheersing van fiscale processen als aandachtspunt.  Tijdelijke capaciteit servicepunt t.b.v. paspoortpiek (2026-2028): Door de piek in het aantal te verlopen reisdocumenten, prognosticeren we de komende jaren fors meer aanvragen voor nieuwe reisdocumenten. Deze tijdelijke capaciteit kan naar verwachting gedekt worden uit de legesopbrengsten.  De ambities op het dossier Stedin vereisen meer inhoudelijke ondersteuning in het huidige licht van de energietransitie.  Capaciteit op concernstaf voor functionaris gegevensbescherming (FG) in samenwerking met Gemeente Zuidplas (vanaf 2028): Op basis van de AVG heeft de gemeente de wettelijke taak om een FG in dienst te hebben. Afgelopen jaren is dit structurele werk ingevuld met tijdelijk geld. Vanaf 2028 is het voorstel om deze taak in te vullen met structureel geld. Om dit zo efficiënt mogelijk te doen, wordt dit in samenwerking met Gemeente Zuidplas gedaan.  Het organiseren van huisvesting van nieuwkomers (Oekraïners, statushouders en asiel) vraagt om structurele capaciteit.

De Provincie oordeelt ook dat deze taak structureel van aard is. Vanuit het Rijk zijn er via het Gemeentefonds middelen beschikbaar gesteld voor de Spreidingswet. Conform de vastgestelde uitgangspunten Begroting 2025-2028, belasten we overhead door aan zowel grondexploitaties en anterieure overeenkomsten als aan investeringsprojecten. De actualisatie hiervan wordt meegenomen in de Begroting 2026. Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

14

Capaciteit a. Bijstelling P-Begroting incl. CAO 2025 en opleidingsbudget b. Capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak c. Capaciteit aanvullend op autonome groei d. toerekening overhead aan MIP Totaal

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

Bedragen x € 1.000 2027 2028 2029 -98 -160 -160 -160 -615 -689 -633 -2.039 -245 -245 -397 -223 PM PM PM -958 -1.094 -1.191 -2.422

2026

PM

15

7

Actualisaties projecten en MJOP

Actualisaties projecten en MJOP a. MIP b. MPG 2025 (uren/overhead/rente) c. AOK's (uren en overhead) d. MJOP Totaal

Bedragen x € 1.000 2026 2027 2028 2029 124 -920 -1.544 -2.624 253 -487 -691 -941 PM PM PM PM -50 -50 -50 -50 327 -1.457 -2.285 -3.615

a. Meerjaren Investeringsplan (MIP) Elk jaar vindt er een actualisatie plaats van het MIP. Gekeken wordt onder andere welke investeringen kunnen worden afgesloten of doorgeschoven, welke nieuwe, technisch noodzakelijke en vervangingsinvesteringen gepland staan en hoe de afschrijvingen, rentelasten en uren- en overheadraming van de afgesloten investeringen en nieuwe investeringen zich verhouden ten opzichte van de huidige begroting. Dit is een technische exercitie waarvan de financiële effecten in het structurele begrotingssaldo worden meegenomen. Het MIP is grotendeels geactualiseerd. Het definitieve MIP volgt bij de Begroting 2026-2029. b. Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2025 Bij de grondexploitaties worden alle te relateren kosten toegerekend op basis van het meest actuele MPG, in dit geval het concept-MPG 2025. Het gaat daarbij om het toerekenen van uren, overhead en rente. Door een verschuiving in de tijd, levert dit een positieve bijstelling op voor 2026, maar een negatieve bijstelling voor 2027-2029. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen. Om die reden is er in de regel van het MPG een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige, dekking van de projecten is opgenomen. c.

Anterieure overeenkomsten (AOK’s) Ook aan de AOK’s worden uren en overhead toegerekend. Momenteel brengen we in beeld wat de effecten van de nieuwe AOK-ramingen zijn op de begroting 2026-2029. Net als bij de grondexploitatie neemt over de jaren de dekking vanuit de AOK’s af, omdat de huidige AOK’s aflopen en er dus minder kosten kunnen worden doorbelast. Daarom is in de regel van de AOK’s een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige dekking is opgenomen die we wel verwachten. d. Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) Eens in de vier jaar wordt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd. De meest recente actualisatie is verwerkt in deze Perspectiefnota.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

16

8

Overige ontwikkelingen

Overige ontwikkelingen a. Bijstellen stelpost BTW compensatiefonds b. Financieringsfunctie c. Areaaluitbreiding buitenruimte d. Mutaties GRP (gedekt uit rioolheffing) e. Mutaties afval (gedekt uit afvalstoffenheffing) f. Kapitaliseren P-lasten verduurzaming IBP g. Overige Totaal

2026 PM 0 PM 0 0 127 -123 4

2027 PM 0 PM 0 0 254 -199 56

Bedragen x € 1.000 2028 2029 PM PM 0 0 PM PM 0 0 0 0 254 254 -199 -199 56 56

a. Bijstellen stelpost BTW-compensatiefonds (BCF) Bij de Begroting 2024 is, gezien de financiële opgave waar we voor staan, de dekking van het BCF verhoogd van 50% naar 100%. Gezien het feit dat het BCF kan fluctueren, betekent dit een risico, omdat er dan geen buffer is waarmee tegenvallers in de afrekening van het BCF worden opgevangen. Mocht dit leiden tot een tegenvaller bij de jaarrekening in enig begrotingsjaar dan komt dit nadeel (incidenteel) ten laste van het rekeningresultaat (en daarmee de Algemene Reserve). In het voorstel van de Voorjaarsnota 2025 staat een negatieve afrekening van het BCF over 2024. Het structurele effect hiervan is opgenomen in Hoofdstuk 9. b. Stelpost Financieringsfunctie Begin 2023 is een grote lening afgelost. Daardoor is het saldo aan liquide middelen (incl. uitzettingen in de schatkist van het Rijk) sterk gedaald. In 2025 is er een langlopende lening aangetrokken van € 30 mln. voor 10 jaar vast. Gezien de huidige investeringsplannen en een huidig rentepercentage van ca. 3% (zie uitgangspunt 1.5 in T25.03307) is er vooralsnog geen aanvullende stelpost nodig. De voorlopige aanname is dat ca. 25% van de rentelasten gedekt wordt uit de projecten en dat we daarnaast ca. € 250.000 aan rente ontvangen. c. Areaaluitbreiding buitenruimte De areaaluitbreiding van de buitenruimte bekostigen we vanuit een stelpost.

De kosten van areaaluitbreiding hebben o.a. betrekking op groenpercelen, verlichting, wegen, straatreiniging, kunstwerken en oppervlaktewater. De reeds opgenomen stelpost wordt bij de Begroting 2026 bijgesteld. d. Mutaties GRP (gesaldeerd met dekking uit de rioolheffing) Met BR2400117 is het Kostendekkingsplan Stedelijk water 2026-2031 (T25.00499) vastgesteld. De raming voor de rioolheffing is gemaakt op basis van een zero base begroting waarin alle lasten zijn opgenomen. De aanvullende formatie, benodigd voor de areaaluitbreiding, zal gedekt worden uit de rioolheffing. In het totaal stijgt de rioolheffing jaarlijks met 5,3% wat neerkomt op ca. €15 per huishouden per jaar. Hiermee worden de extra kapitaallasten, inflatie, areaaluitbreiding en personeel lasten opgevangen. e. Mutaties afval (gesaldeerd met dekking uit de afvalstoffenheffing) Met U24.04927 is de Raad geïnformeerd over stijgende kosten voor afvalbeheer vanaf 2026. Wij merken dat de sterk gestegen kosten voor arbeid, brandstof, verwerkingstarieven en verbrandingsbelasting niet volledig zijn verdisconteerd in het huidige contract met Renewi. In de periode 2023 – 2025 is de afvalstoffenheffing in onze gemeente daardoor niet geïndexeerd, wat bij andere gemeenten wel al het geval was. In het nieuwe contract met Remondis zien we de Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

17

prijsstijgingen wel doorwerken in de kosten vanaf 2026. De impact van de stijging van de kosten voor afvalbeheer wordt momenteel onderzocht. f. Kapitaliseren personeelslasten verduurzaming IBP In het IBP is een verduurzamingsslag afgesproken. De kosten hiervoor waren tot op heden volledig opgenomen in de exploitatie. Echter voor 2026 en verder is afgesproken dat de verduurzaming via de projecten loopt, bijvoorbeeld vervangen van openbare verlichting door LED. Dit is inmiddels opgenomen in de duurzaamheidskredieten in het MIP. Er vindt hierdoor een verschuiving plaats van kosten uit de exploitatie naar de kapitaallasten. g. Overige Naast de reeds genoemde ontwikkelingen, spelen er ook nog andere zaken. Zo zijn er diverse softwarelicenties en applicaties die nodig zijn (bijv. plan- en regelsoftware voor de omgevingsvisie, een CROW-abonnement en de applicaties voor NextGEN). Project Nextgen betreft de aanvraag voor het vervangen en moderniseren van de digitale werkwijze voor alle medewerkers die aansluit op de behoefte en programma’s van de toekomst betreft. Binnen de Concernstaf worden op basis van de Wpg, BIO, rechtmatigheidsverantwoording en Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur Lansingerland 2023 verplichte audits en onafhankelijke onderzoeken verricht.

De wens is om de middelen hiervoor structureel te maken vanaf 2027 om aan wettelijke eisen m.b.t. dit onafhankelijke onderzoek te voldoen.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

18

9

Afhankelijk van kabinetsbesluit

Afhankelijk van kabinetsbesluit a. 1e inschatting Voorjaarsnota 2025 b. Mogelijke baten 2027 en verder Jeugdzorg d. Compensatie Jeugdzorg 2023/2024 d. Overige maatregelen Jeugd en Ravijnjaar e. Ingroeipad suppletie herijking gemeentefonds na 2027 f. Uitkomsten onderzoek herverdeling gemeentefonds Totaal

2026 3.797 PM PM PM PM PM 3.797

2027 3.801 PM PM PM PM PM 3.801

Bedragen x € 1.000 2028 2029 1.142 1.254 1.800 1.800 PM PM PM PM PM PM PM PM 2.942 3.054

Het opstellen van de Perspectiefnota 2026 gebeurt in een periode met veel onzekerheden. Deze onzekerheden komen bijvoorbeeld uit de markt, maar voor een groot deel ook vanuit het Rijk. Er zijn verschillende ontwikkelingen die spelen, maar waarover het Rijk nog geen (definitief) besluit heeft genomen. De effecten van deze posten zijn vanwege het ontbreken van een definitief besluit nog niet meegenomen in het saldo van de baseline. a. Eerste inschatting Voorjaarsnota 2025 Half april heeft het Kabinet de Voorjaarsnota 2025 gepresenteerd. Dit is een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Deze Voorjaarsnota zal financieel vertaald worden in de Meicirculaire. Wel hebben we een eerste inschatting gemaakt van de effecten die de Voorjaarsnota de gemeentebegroting heeft. In 2026 is er een terugval in het gemeentefonds van ca. € 2,3 miljard, ook wel het ‘ravijn’ genoemd. Het kabinet dempt deze terugval met ca. € 400 miljoen per jaar. Dit betreft het deel dat betrekking heeft op de financiering van jeugdzorg. Daarnaast wordt het accres geactualiseerd met macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025. Ook dit betreft vanaf 2026 een bedrag van ruim € 400 miljoen per jaar. Hiertegenover staan mogelijk echter extra kosten in de vorm van loon- en prijsstijgingen. Netto houden we daarom nog geen rekening met extra opbrengsten.

Een negatieve bijstelling vanuit de Voorjaarsnota betreft de definitieve afrekening van het BTWcompensatiefonds (BCF) voor 2024. Aangezien de structurele stelpost die een gemeente mag opnemen gebaseerd is op het laatst gerealiseerde jaar en wij 100% van dit bedrag meenemen, betekent dit een structurele negatieve bijstelling in onze begroting. In de Voorjaarnota worden nog enkele reeksen genoemd, alle met betrekking tot jeugdzorg, die effect hebben op onze gemeente. Op basis van het advies van de Commissie van Ark worden voor 2025 de tekorten voor jeugdzorg voor 50% voor rekening van het Rijk genomen. Ditzelfde bedrag wordt structureel aan het Gemeentefonds toegevoegd. Over de tekorten van 2023 en 2024 is nog geen compensatie toegekend. Voor 2026 en 2072 wordt het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda verzacht. Er wordt vanuit gegaan dat in 2028 de beoogde besparingen door de maatregelen worden gerealiseerd. Er zijn een aantal extra maatregelen aangekondigd om de kosten van jeugdzorg verder te beheersen. Het gaat om de maatregelen ‘eigen bijdrage Jeugdzorg’, ‘Sturen of trajectduur jeugdzorg’, ‘Indexeren opbrengst hervormingsagenda’. Hiervoor is het gemeentefonds naar beneden Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

19

bijgesteld vanaf 2027. Er is nog niet aangegeven of gemeenten tegenover deze bijstelling ook extra baten of lagere lasten mogen verwachten. Verder worden de bedragen die bij het rijk voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd, toegevoegd aan het gemeentefonds. Eventuele stelposten die een gemeente hiertegenover had staan, komen te vervallen. b. Mogelijke baten 2028 en verder Jeugdzorg Zoals aangegeven is het nog niet bekend of gemeenten extra baten kunnen verwachten tegenover de aanvullende maatregelen vanaf 2028. c. Compensatie Jeugdzorg 2023/2024 Zoals ook hierboven gemeld is er nog geen compensatie toegekend voor de tekorten op de jeugdzorg voor 2023/2024. d. Overige maatregelen Jeugd en Ravijnjaar Met de reeksen die in de Voorjaarsnota opgenomen zijn, worden niet alle tekorten op Jeugd en de effecten van de terugval van het Gemeentefonds ‘het ravijn’ ongedaan gemaakt. Mogelijk volgen er nog kabinetsbesluiten die dit bewerkstelligen, al is dat op korte termijn onwaarschijnlijk. e. Ingroeipad suppletie herijking gemeentefonds na 2027 Bij de herijking van het gemeentefonds is er een nieuwe herverdeling gekomen. Gemeente Lansingerland is een nadeelgemeente. Het Rijk heeft een ingroeipad ingesteld waarbij de gemeenten een aantal jaar een suppletie ontvangen tot ze het volledige nadeel hebben gerealiseerd. Het huidige ingroeipad loopt tot en met 2026.

Er is aangekondigd dat er vanaf 2027 een volgende stap gezet wordt, maar hoe groot dit aanvullende nadeel voor de gemeente zal zijn, zal pas in 2026 bekend worden. f. Uitkomsten onderzoek herverdeling Gemeentefonds Naar aanleiding van de herijking zijn er ook een aantal onderzoeken ingesteld die betrekking hebben op de herverdeling van het Gemeentefonds. De voorlopige uitkomsten van de onderzoeken bieden nog geen duidelijkheid over mogelijke wijzigingen, omdat er nog diverse vervolgonderzoeken zullen komen.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

20

10 Incidentele claims Naast de structurele posten in de Perspectiefnota zijn er ook incidentele claims. De reserves bieden voldoende ruimte voor het dekken van noodzakelijke incidentele claims. In onderstaand overzicht staan de incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die uit de reserves te dekken. Tevens wordt er bekeken, of een aantal van deze claims toch uit het surplus van de algemene reserve gedekt kunnen worden, in het geval dat deze door de provincie niet als incidenteel aangemerkt worden.

Incidentele claims a. Contracten- en verplichtingenadministratie b. Aanvullende dotatie reserve GO (MJOP) c. Aanvullende dotatie reserve GO (MJOP) - dekking uit AR d. Correctie onttrekking reserve onderzoekskosten e. Claim NextGen f. Correctie labeling incidenteel/structureel Totaal incidentele claims

2026 -213 -368 368 -45 -205 253 -210

2027 0 -368 368 -45 -175 52 -168

Bedragen x € 1.000 2028 2029 0 0 -368 -368 368 368 -45 -45 -175 0 52 52 -168 7

a. Contracten- en verplichtingenadministratie Afgelopen jaren hebben we geconstateerd dat we op onderdelen financieel onrechtmatig hebben gehandeld. De belangrijkste oorzaak hiervan is het onrechtmatig inkopen en verlengen van contracten, ook als ze financieel zijn uitgenut. Naar aanleiding hiervan en de aanbevelingen van de accountant, hebben wij onderzoek gedaan naar verbetermogelijkheden om de onrechtmatigheid van inkopen te laten afnemen en het registreren en vastleggen van contracten te verbeteren. Ook de aanbeveling van de accountant op het gebied van de prestatieverklaring hebben wij meegenomen. De bevindingen van de accountant en de aanbevelingen zijn afgelopen jaren besproken in de BAC. Voor de inrichting en implementatie van het systeem zijn incidentele middelen nodig. Deze zullen gedekt worden uit de Algemene Reserve (BR2500020). b. Aanvullende dotatie reserve GO (MJOP) Het onderhoud van het gemeentehuis liep in het verleden buiten het MJOP om, omdat het gebouw correctief werd onderhouden. Vanwege het toenemende onderhoud, is de voorkeur om het gemeentehuis te onderhouden volgens een preventieve onderhoudsstrategie. Op deze manier hebben we op de lange termijn inzichtelijk wat er moet gebeuren en sluiten we aan bij de gewenste werkwijze via een MJOP zoals bij ons overig vastgoed. Hiermee wordt het gemeentehuis structureel en gezond geëxploiteerd.

Hiervoor is de reserve voor het Groot Onderhoud ontoereikend. We verhogen daarom de dotatie aan de reserve de komende 10 jaar met € 368.000 per jaar. Deze dotatie dekken we uit de Algemene Reserve, conform het huidige proces. c. Aanvullende dotatie reserve GO (MJOP) Zie de toelichting op 10.b d. Correctie onttrekking reserve onderzoekskosten Abusievelijk is in de Begroting 2025 een onttrekking aan de reserve onderzoekskosten meerjarig verwerkt. Dat herstellen we hierbij. e. Claim NextGen

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

21

Project Nextgen betreft de aanvraag voor het vervangen en moderniseren van de digitale werkwijze voor alle medewerkers die aansluit op de behoefte en programma’s van de toekomst betreft. Voor deze werkwijzen dienen devices (laptops etc.) met verzwaarde specificaties aangeschaft te worden. Omdat dit een geheel nieuwe aanpak betreft zien wij de implementatie van Nextgen als incidenteel. f. Correctie labeling incidenteel/structureel Zie de toelichting op 4.4.2.

Toelichting financiële mutaties Perspectiefnota 2026 (T25.03306)

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=394eb5f2-0fc1-4667-a815-d31c41a7a74f