CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.03025] MRDH Kadernota 2026

Gemeenteraad 19 juni 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting MRDH 20266.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

METROPOOLREGIO

ROTTERDAM DEN HAAG

Kadernota Begroting 2026

Inhoud 1. Inleiding

3

7. Btw-compensatiefonds

9

2. Opzet programmabegroting

3

8. Vennootschapsbelasting

10

3. Strategisch kader

4

9. Planning begroting 2026

10

4. Financieel kader

4

10. Besluit

11

4.1 Financieel kader programma's verkeer en openbaar vervoer

4

Bijlagen

12

Bijlage 1: Indexeringskader inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat

12

Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden

13

4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat

5. Begrotingsparagrafen

6

8

Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen

6. Indicatoren

9

regio Rotterdam-Rijnmond

17

1. Inleiding

2. Opzet programmabegroting

In de financiële verordening van de MRDH is opgenomen dat het

De begroting 2026 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording

algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voordat de ontwerpbegroting voor een zienswijze aan de gemeenten wordt

(hierna: BBV) en de Financiële verordening van MRDH. Het algemeen bestuur autoriseert de begroting op het niveau van de programma's.

aangeboden. Hierin staan de kaders van het volgende begrotingsjaar. Deze kadernota is die uitgangspuntennota en is bedoeld voor het opstellen van de begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).

# *

Programma-indeling In de begroting 2026 staan net als in de begroting 2025 de volgende programma's:

®

I

1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma's betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma's worden gefinancierd uit rijksmiddelen (met name BDU: Brede doel­ uitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch

i

vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2026 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. De Strategische Agenda 2023-2026 vormt daarvoor

•4

de basis. In overeenstemming met het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma's wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces, het uitvoeren van de taken van de MRDH.

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

3

3. Strategisch kader

4. Financieel kader

De Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers

Voor de jaarschijf 2026 dient het meerjarig kader uit de begroting 2025 als uitgangs­

voor de komende vier jaar. Deze agenda bevat zes opdrachten voor het versterken

punt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van:

van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. De Strategische Agenda

^

de verwachte realisatiecijfers 2024. De jaarrekening 2024 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten. Hieruit volgt een eventuele bijstelling van de

benoemt de volgende zes opdrachten:

1. Investeren in bereikbaarheid

jaarschijven binnen de projectbegroting;

2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren

^

4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk

^

voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een

6. Herstellen van ov-systeem

^

de indexering (zie 4.1 en 4.2);

^

aanvullende ontwikkelingen (zie 4.1 en 4.2).

de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2025, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; besluit moet worden genomen;

Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2026.

Hierna besteden we op programmaniveau aandacht aan het financiële kader.

De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma's met behulp van drie vragen: ^

Wat willen we bereiken? (resultaten)

^

Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten)

^

Wat mag dat kosten?

4.1 Financieel kader programma's verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma's verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU-middelen) van het Rijk. Voor het ramen van de lasten wordt de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoor-

i

schottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van 6 30 miljoen per jaar.

i Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

4

Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU-middelen. Het kader

Bij het prioriteren gebruiken we leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze

voor dit (tijdelijke) tekort sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht

principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten

over een periode van vier jaar. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke

en de concrete uitvoering in de praktijk. De principes geven richting als we onze

tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2026 moet dus

inzet moeten prioriteren en worden in de onderstaande volgorde gehanteerd. Bij de

uiterlijk in 2029 aangezuiverd zijn.

eerste stap passen we twee principes toe op één activiteit en vervolgens kijken we in stap 2 naar het totaal van onze inzet.

Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ook de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit

Stap 1:

vast. Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van beschikbare middelen per

^

jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting brengt de structurele inkomsten van het Rijk en de

De inzet levert een directe bijdrage aan één of bij voorkeur (in samenhang) meerdere opdrachten uit de Strategische Agenda.

^

structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer in beeld. Ook laat

De inzet heeft positieve impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio. Hierbij kijken we onder andere naar kosteneffectiviteit.

het de uitgaven zien voor infrastructurele projecten die in de uitwerking- of realisatie­ fase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan.

Stap 2: ^

Meerjarenbeeld BDU

We zorgen voor een evenwichtige inzet van het totaal aan activiteiten over de regio. We houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen.

Het meerjarenbeeld BDU kijkt nog verder vooruit dan de 20 jaar van de meerjaren­ begroting. Het bevat een overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen

Voor het meerjarenbeeld BDU hanteren we de volgende uitgangspunten:

aan de doelen uit de Strategische Agenda (werkvoorraad). Ook geeft het inzicht in de

^

de vastgestelde begroting dient als basis;

match tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Dit instrument faciliteert

^

het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1;

het bestuurlijke gesprek over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties

^

we gaan uit van gelijkblijvende BDU-inkomsten;

voor de lange termijn.

^

er worden geen reserveringen opgenomen voor risico's, met uitzondering van het indexeringsrisico voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit omdat de

De begroting en de bestuursrapportages zijn het moment waarop het algemeen

MRDH risico loopt op een verschil tussen de indexering van het kostenniveau en

bestuur besluit over het toevoegen van aanvullende financiële middelen aan de

het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer, ten opzichte van indexering

begroting.

van de BDU;

De Strategische Agenda is een ambitieuze agenda. Dat vraagt enerzijds om vast­ houdendheid en anderzijds om wendbaarheid. We moeten onze inzet prioriteren als nieuwe projecten zich aandienen, als de grote negatieve effecten door de coronacrisis in het openbaar vervoer blijven, of als we te maken krijgen met geen of lagere indexering van de BDU-gelden ten opzichte van de inflatie.

Kadernota MRDH-begroting 2026

^

grote projecten ^ 610 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de

bij het project vastgestelde methode (bijv. IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit

onderstaande fases:

is genomen over indexering wordt er geïndexeerd volgens de indexering van de BDU. ~\

Het Rijk kende in 2024 een index op de BDU toe van 4,45607o. De druk op de beschik­ bare middelen neemt hierdoor wel extra toe en leidt tot minder investeringsruimte. Werkvoorraad

Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen:

J

4 4

^ Uitwerking

T

Realisatie

I

aan vervoerbedrijven voor de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van het besluit van het algemeen bestuur op

Meerjarenbegroting

I

9 december 2016); ^

aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen, laadinfrastructuur en stallingen (op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en

Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder

stallingen Vervoersautoriteit MRDH die in 2025 wordt vastgesteld door het

is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt

algemeen bestuur). I

opgenomen: in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. In sommige m

gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt

Voor het verstrekken van de genoemde financieringen kunnen leningen aange­

vastgelegd in de begroting, om op die manier te voldoen aan het budgetrecht

trokken. Daarnaast kunnen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk

van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Meerjarenprogramma

tijdelijk liquiditeitstekort bij de MRDH te financieren. De hiermee samenhangende

Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-projecten waarbij afspraken worden

rentelasten en rentebaten (inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit)

gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich

verwerken we integraal in de begroting 2026.

.

bevindt, maken we zo nodig een reservering in de (meerjaren)begroting.

Indexering programma's verkeer en openbaar vervoer De BDU-bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het

4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat

verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2026 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2025 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar

Indexering programma Economisch Vestigingsklimaat

zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het

De MRDH heeft van de colleges in de regio Haaglanden het indexeringskader

prijspeil 2026 plaats.

ontvangen. De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2025 naar prijspeil 2026 sluit daarop aan. Dit kader is gericht aan alle

Grote projecten ^ 610 mln. subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een

gemeenschappelijke regelingen in de regio Haaglanden en opgenomen als bijlage 2

langere doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen groter wordt. In tegen­

bij deze kadernota. De colleges in de regio Rotterdam-Rijnmond sluiten zich hierbij

stelling tot eerdere jaren worden deze projecten standaard geïndexeerd volgens de

aan (zie bijlage 3).

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

6

» «

jaarlijks naar een realistisch niveau van indexeren en houdt daarbij rekening met de

Effect van de verlaging van de inwonerbijdrage voor het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat

financiële positie van de gemeenten. Voor de begroting 2024 heeft de MRDH daarom

In de volgende tabel is rekening gehouden met de bijstelling van de apparaatslasten

het voorgestelde indexcijfer voor de materiële kosten verlaagd van 12,2/ naar 4,9/.

in overeenstemming met de Loonvoet sector overheid 2026 uit de Macro Economisch

Argument hiervoor was dat de kostenontwikkeling van de materiële budgetten

Verkenning (MEV) 2025 van september 2024 (indexpercentage 2,1/). Het restant

De afgelopen jaren heeft de MRDH steeds dit kader gevolgd. Daarbij kijkt de MRDH

binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat relatief minder exogene

van de inwonerbijdrage is beschikbaar voor het programmabudget Economisch

factoren kent dan voor de loonkosten het geval is. Hierdoor was een dergelijk hoge

Vestigingsklimaat, waarmee onder meer gemeentelijke projecten worden

inflatiecorrectie voor de materiële kosten niet nodig.

gefinancierd.

Voor de begroting 2025 kon de MRDH daarnaast gehoor geven aan de oproep van de gemeenten om te anticiperen op het sombere financiële perspectief van de

Begroting 2025 (O)

Begroting 2026(O)

/o mutatie 2025-2026

Programmabudget Economisch Vestigingsklimaat

4.744.634

4.703.791

-0,9/

ten opzichte van de standaardsystematiek.

Apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (inclusief overhead)

2.854.424

2.762.825

-32/0

Voor de begroting 2026 doen de gemeenten opnieuw een indexeringsvoorstel en

Totale inwonerbijdrage*

7.599.058

7.466.616

-1,7/

gemeenten. Voor de begroting 2025 is daarom de actualisatie van de eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 achterwege gebleven. De inwonerbijdrage steeg daardoor met ē 0,10 per inwoner in plaats van ē 0,20, een halvering van de indexering

vragen daarnaast om een vermindering van de inwonerbijdrage met 6,2/. De gemeenten hebben daarbij gekeken naar de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten tezamen ten opzichte van 2025. Per saldo leidt het voorstel tot

* De opgenomen inwonerbijdrage voor de begroting 2026 is nog gebaseerd op de voorlopige aantallen inwoners per 31 december 2024. In de MRDH-begroting 2026 gelden de inwoneraantallen per 1 januari 2025.

een verlaging van de inwonerbijdrage van ē 3,07 voor de begroting 2025 naar ē 3,00 voor de begroting 2026. Het gemeentelijke bezuinigingsvoorstel verwerken we in de begroting 2026.

Uit de tabel is op te maken dat door de verlaging van de inwonerbijdrage het programmabudget met 0,9/ daalt. Bij de start van de MRDH was maximaal ē 1 van de inwonerbijdrage van ē 2,45 bestemd voor apparaatslasten (afgerond 40,8/).

Verdere toelichting op de werkwijze van deze gemeentelijke kaderstelling en een

Op basis van bovenstaande inschatting voor de begroting 2026 wordt 37/ van de

overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor de begroting 2026 is

inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat

opgenomen in bijlage 1.

(ē 2.762.825/ē 7.466.616). Dit past nog binnen de afspraken.

Naar inhoudsopgave M

7

5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2026:

uit de MEV2025-publicatie van het CPB die is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2).

Paragraaf Bedrijfsvoering

Naast deze indexering voert de MRDH een correctie door van -0,207) over voorgaand

In de paragraaf Bedrijfsvoering gaan we onder andere in op de MRDH-organisatie

jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,907),

en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt

maar de MEV 2025 geeft een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,707).

in 2026 - 95,6 fte.

De lastenstijging wordt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat gedekt

De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar Vervoer komen

uit de inwonerbijdrage en voor de programma's verkeer en openbaar vervoer uit de

ten laste van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers

BDU-middelen. De BDU-middelen kennen een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt

Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch

af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt.

Vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoerings-

Ook gaan we in deze paragraaf in op het beleid rondom informatieveiligheid, zoals

kosten is de verdeelsleutel 1807) inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en

verzocht in de kaderbrief van de regio Haaglanden (bijlage 2).

8207) BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de

Paragraaf Financiering en treasury

afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer uit de begroting 2025.

Zoals het BBV voorschrijft bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens op het gebied van risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geven

Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten

we in deze paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop

Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en

deze rente aan de programma's wordt toegerekend.

salarislasten kennen een autonome (niet door de MRDH te beïnvloeden) stijging. Om deze lastenstijging te dekken hanteert de MRDH voor 2026 een indexering van

Paragraaf Verbonden partijen

2,207) op de materiële lasten. Deze indexering is gebaseerd op de IMOC 2026 (index

In deze paragraaf beschrijven we de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke

materiële overheidsconsumptie) uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in

organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk en financieel belang heeft.

september 2024 verscheen. Deze is ook opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2).

Paragraaf Weerstandsvermogen en risico's

Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen cao, die de Cao Gemeenten volgt

De in de begroting 2025 onderkende risico's en bijbehorende weerstandscapaciteit

(inclusief uitzonderingen bij de gemeente Rotterdam). De MRDH hanteert voor 2026

vormen het uitgangspunt voor de begroting 2026. Zoals verzocht in de kaderbrief

een indexering van 2,107o. De indexering is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid

van de regio Haaglanden (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2025, worden de

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

8

geïnventariseerde risico's gekwantificeerd. Volgens het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico's te worden toegevoegd

6. Indicatoren

(inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): ^

la netto schuldquote;

^

1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;

De indicatoren die vanuit het BBV zijn voorgeschreven voor het taakveld bestuur

^

2

solvabiliteitsratio;

en bedrijfsvoering nemen we op in de begroting 2026. Dit zijn de indicatoren over

^

3

grondexploitatie;

formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.

^

4

structurele exploitatieruimte;

^

5

belastingcapaciteit.

İ De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2026, met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit omdat die voor de MRDH niet relevant zijn.

7. Btw-compensatiefonds

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen: oplaadapparatuur voor ov-chipkaarten,

I

rechten van opstal, en abri's. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting,

De btw voor de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het

meubilair en ict-faciliteiten. De beleidsuitgangspunten rondom activering en

btw-compensatiefonds. De verschuldigde btw voor het economisch vestigings-

afschrijving zijn in ieder geval onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast nemen we

klimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet

eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf op.

betekent dit dat deze btw elk jaar, naar rato van het inwoneraantal, wordt doorge-

*

i

*

«

schoven naar de deelnemende MRDH-gemeenten die recht hebben op compensatie.

Paragraaf Subsidies

I

Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 geven we in deze paragraaf een overzicht van de begrote subsidies aan instellingen en ondernemingen. Voorwaarde hiervoor is dat deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.

Paragraaf Wet open overheid (Woo) Op grond van de Wet open overheid (per 1 augustus 2022) dient de MRDH

ţ

documenten op een bepaalde wijze openbaar te maken. In deze paragraaf geven we aan hoe dat gebeurt.

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

9

8. Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting

9. Planning begroting 2026 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2026 in 2025 is als volgt:

(Vpb) voor zover zij voor één van haar activiteiten een onderneming drijft. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellings­ overeenkomst gesloten. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost-plus-

Onderwerp

Datum

Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

2 april

Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze

14 april

Start zienswijzeperiode

14 april

Einde zienswijzeperiode

7 juli

Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

3 september

Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen

2 september

Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen

12 september

methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Van deze waarde wordt 507o genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen.

Toelichting op de planning: De begroting 2026 wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH-gemeenten. De zienswijzeperiode voor de begroting 2026 eindigt op 7 juli, op basis van 12 weken. In de kaderbrief van de regio Haaglanden is opgenomen dat de gemeenten streven naar het aanbieden van de zienswijzen op uiterlijk 15 juli 2025. Na de zienswijzeperiode behandelen de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat de begroting (beiden op 3 september 2025). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de 'rode draden' van de ontvangen zienswijzen. De nota van beantwoording wordt na behandeling in het dagelijks bestuur van 2 september aan de adviescommissies nagezonden.

I Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

10

10. Besluit De Kadernota MRDH begroting 2026 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 4 april 2025, m

de secretaris,

de voorzitter,

Christel Mourik

Carola Schouten

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

11

Bijlage 1: Indexeringskader inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat

Gemeente

Aantal inwoners 31-12-2024*

Bijdrage per inwoner (C)

Totaal inwoner­ bijdrage 2026 (C)

Albrandswaard

26.710

3,00

80.130

Tot en met begrotingsjaar 2025 maakten we in de kaderbrief van de gemeenten

Barendrecht

48.568

3,00

145.704

onderscheid tussen een indexcijfer voor loonkosten (prijs overheidsconsumptie,

Capelle aan den IJssel

68.673

3,00

206.019

beloning werknemers) en een indexcijfer voor materiële kosten (CPI). Vanaf

Delft

110.224

3,00

330.672

Den Haag

568.419

3,00

1.705.257

Krimpen aan den IJssel

29.782

3,00

89.346

De weging van deze indices wordt voorgeschreven in de gemeentelijke kaderbrief

Lansingerland

66.093

3,00

198.279

en is respectievelijk 600, 200 en 200. Voorheen was de weging afhankelijk van de

Leidschendam-Voorburg

78.309

3,00

234.927

opbouw van de begroting van de gemeenschappelijke regeling (verhouding loon­

Maassluis

36.437

3,00

109.311

Midden-Delfland

19.422

3,00

58.266

Nissewaard

88.355

3,00

265.065

voor 2026 ten opzichte van het basisjaar 2025 4,20. Daarnaast vragen de gemeenten

Pijnacker-Nootdorp

58.120

3,00

174.360

om de begroting met 6,20 te verlagen ten opzichte van de begroting 2025.

Ridderkerk

48.011

3,00

144.033

Concreet betekent dit dat de berekening voor de inwonerbijdrage als volgt is:

Rijswijk

60.710

3,00

182.130

Rotterdam

672.330

3,00

2.016.990

Schiedam

82.559

3,00

247.677

De inwonerbijdrage in de begroting 2025 bedraagt ē 3,07. Dat leidt tot de volgende

Vlaardingen

77.234

3,00

231.702

berekening voor de begroting 2026:

Voorne aan Zee

74.544

3,00

223.632

Wassenaar

27.534

3,00

82.602

Westland

116.897

3,00

350.691

Zoetermeer

129.941

3,00

389.823

begrotingsjaar 2026 gebruiken we drie indexcijfers: de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling op overheidsinvesteringen (IBOI). Dit sluit beter aan op de reële kostenontwikkeling.

kosten versus materieel budget). Ook actualiseren we eerdere afgegeven ramingen. Op basis van voorgaande uitgangspunten bedraagt het indexeringspercentages

Begroting 2026 = (Begroting 2025 x indexering) x 93,80

ē 3,07 (begroting 2025) * 1,042 (index 2026) * 0,938 (6,20 verlaging) = ē 3,00 (begroting 2026) Hierna is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het

Totaal

2.488.872

7.466.616

begrotingsjaar 2026 opgenomen.

(*) bron: CBS StatLine info van 5-2-2025. Wordt in de definitieve begroting 2026 nog aangepast naar aantallen per 1-1-2025.

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

i » 12

Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden GE5Cuxu

0.0. 1 6 DEC 2024 gemeente

Zoetermeer II » RMK/ntTM Poetw* 15. 2700 AA btWmN'

Het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) Postbus 21012 3001 AA Rotterdam

Bezoe kedre»M n EngetarxSaan 502 2711 EB Zoetermeer

Slaŵuspen 1

GR. Uw bestuur neemt de uitkomst van de bespreking dan op in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten

2711 EC Zoetermeer Postedree Potíbu* 15 2700 AA Zoetermeer Telefoon 14 079

1.

Aanleveren begroting 2026

Op basis van de per 1 jub 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen moeten GR en de uitgangspunten voor hun begroting (indicatie beleidsvoornemens, gemeentetijke

Onderworp Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen

Del urn 3 decemoer 2024 Uw kenmerk

Geacht bestuur.

bijdrage en prijscompensatie) vóór 30 apnl 2025 aan de gemeenteraden te sturen De GR moet de concept begroting uiterlijk op 23 juni 2025 aan de deelnemende gemeenten aanbieden

Ons ksnmsrli 2024-178853

In de praktijk worden de uitgangspunten meteen opgenomen in de conceptbegroting Vanwege de zomerrecessen lukt het mogelijk gemeenten met de zienswijzen op de

Hierbij ontvangt u de Kaderbrief begroting 2026 van de gemeenten m de regio Haaglanden,

begroting te behandelen m de penode tussen het zomerreces en 15 september De GR

waarm de (fìnanoèle) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR'en) zijn

moeten daarom de conceptbegroting uiterlijk 30 apnl 2025 indienen txj de deelnemende

opgenomen De besturen van GR'en ontvangen deze kaderbrief elk jaar voorafgaand aan

gemeenten De gemeenten bieden de zienswijzen dan uiterlijk 15 juli 2025 aan de GR en

een nieuwe begrotingscyclus De kaderbrief hebt zich op de financieel-technische en beheersmatige randvoorwaarden voor de begroting en de verantwoording en tevens op enkele procesafspraken De beleidsmatige kaderstelling binnen de GR « de bevoegdheid

ž.

van de bestuurders en is met opgenomen in deze brief

De gemeenten staan voor grote financiële uitdagingen door de aangekondigde korting van

Doel van deze Kaderbrief is een eenduidige benadenng vanuit de deelnemende gemeenten

gevolgen voor de gemeentelijke begrotingen Deze situatie dwingt gemeenten tot het maken

van de begroting 2026 van GR en Deze brief gaat nader in op

van moeilijke keuzes om hun financiën op orde te houden

FįĮļļntiìįgjaįļgļįļļįna

het Rijk op het gemeentefonds De aangekondigde korting op dit fonds heeft verstrekkende

I

Aanleveren begroting 2026

2.

Financiële taakstelling

De gemeenten hebben ook de financiële bijdragen aan de GR'en heroverwogen Na

3.

Subsidies en cofinancienng

zorgvuldige afweging en in het licht van de regionale context, zien de gemeenten zich

4

indexering

genoodzaakt om een aanpassing door te voeren De gemeenten hebben daarbij gekeken

5.

Risico s en weersiandscapaciteit

naar de korting op het gemeentefonds in 2026 voor aMe gemeenten tezamen ten opzichte

6

Maatschappelijke verantwoord inkopen

van 2025 Voor de regio Haaglanden vertaalt zich dit in een noodzakelijke vermindering van

7

Informatiebeveilgmg. informatiebeheer en gegevens bescherming

G.2% voor het jaar 2026. vergeleken met 2025

6

Wijziging Wet gemeenschappelijk regelingen

9

Tussentijdse informatievoorziening en afstemming

In dit kader vragen de gemeenten u om voor 2026 een aangepaste begroting m te dienen

10. Financiële kengetallen

De financiële omvang hiervan moet 6.2* lager liggen dan m 2025. Voor GR en die tevens

II Vereisten voor de jaarrekening 2026

inkomsten genereren via outputfmanciering, vragen de gemeenten u ook om inzicht te verschaffen in de verwachte ontwikkeling van tarieven en hoeveelheden Concreet betekent

Betrek deze kaders bij de opstelhng van uw begroting voor 2026 en de meerjarenraming

dit dat de berekening als volgt dient te zijn:

2026-2029 (hierna: begroting) Hiervoor geldt het uitgangspunt pas toe of leg uit'. Dit betekent dat het kader wordt toegepast Als het toepassen van het kader met mogelijk blijkt

Begroting 2026 B (Begroting 2025 » indexering) « 93,80A

dient de afwijking hiervan te worden onderbouwd In de bestuursvergadering van uw GR wordt de onderbouwde afwijking besproken Als u meent dat een kader niet haalbaar is.

Deze korting brengt voor de GR'en uitdagingen met zich mee voor de uitvoering van onze

verzoeken wij u dit tijdig en onderbouwd te bespreken in de bestuursvergadering van uw

gedeelde taken en verantwoordelijkheden Tegelijkertijd gaan de gemeenten uit van uw begrip voor de complexe situatie waann de gemeenten zich bevinden De GR en dienen dan

9

i Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

13

ook tijdig scenario’s voor te (eggen aan de betrokken ambtelijke ondersteuning van de

Deze kaderbrief richt zich op de begroting voor het jaar 2026 Dat betekent dat op basis van

deelnemende gemeenten Het rs van belang dat dit het overlegproces op tijd wordt gestart

de ME V die zijn gepublceerd m september van dit jaar de indexering voor 2026 bepaald

zodat de GR’en de wenselijkheid en haalbaarheid de scenario's beter kan inschatten en de

wordt Bij de kaderbrief van volgend jaar wordt dit geactualiseerd, op basis van de MEV van

impact op de dienstverlening aan inwoners zo beperkt mogelijk houden Zodoende kan er in

dat jaar en in het jaar zelf worden de percentages definitief vastgezet op basis van het CEP.

uw bestuursvergadering een beter gedragen besluitvorming plaatsvinden

Dit laatste sluit aan txj het moment waarop het Rijk de mdexenngspercentages die zij aan gemeenten geven vastzet Dat betekent dat er m elke kaderbrief dne bijstellingen gedaan

3.

ŞubţiĮliw en cofinanciering

worden. De indexering van het lopende jaar wordt definitief, de indexering van het

De GR kan de impact van een financiële taakstelling verzachten door meer subsidies en

eerstvolgende jaar wordt geactualiseerd en de mdexenng van het begrotingsjaar wordt voor

cofinanciering van andere partijen te verwerven Omdat het verwerven van subsidies en

het eerst opgevoerd Schematisch ziet dit er als volgt uit:

cofinanciering vaak een aanzienlijke doorlooptijd heeft, kan hier reeds m 2025 op worden ingezet De gemeenten vragen de GR om in de begroting apart aandacht te besteden aan

Bron

Status

Jaar

de strategie die de GR heeft om subsidies en cofinanciering te verknjgen. en inzicht te geven

CEP 2024

Definitief

mdexenng 2024

van de verwachte meerjarige ontwikkeling van de subsidie-mkomsten. belangrijke trajecten

MEV 2025 (publicatie 2024)

Actualisatie

mdexenng 2025

en eventuele risico's

MEV2025 (publicatie 2024

Eerste raming

mdexenng 2026

Deze aanpak zorgt met alleen voor transparantie en verantwoording, maar legt ook de basis

indexering begroting 2026 De bovenstaande systematiek resulteert voor deze kaderbrief m de onderstaande percentages

voor continue verbetering en strategische bijsturing, wat uitemdelijk kan bijdragen aan een sterkere financiële positie van de GR. 4

Indexering

Bron

Ja ar

Loonvoet (60*

IMOC (20*)

CEP 24 MEV 25 MEV 25

20 24 20 25 20 26

e.4%

2.9‘Vt

4.7*)

2.7*

2.1*

2.2*

Door het toepassen van loon- en pnjsmdexenng op de begroting van de GR'en wordt de

IBOI (20*)

Was vorige kaderbri ef ĩ.7%

Corre ctie

3.0*

Gewoge n Gemtdd elde 5.0*

2.3*

3.8*

4.0*

-0.2*

2.2*

2.1*

Index begroting 2026:

4,2*X»

begroting aangepast aan het (verwachte) inflation iveau Voor de wijze waarop de GR’en geïndexeerd worden, sluiten de gemeenten zo veel als mogeiijk aan bij de wijze waarop gemeenten door het Rijk geïndexeerd worden Het Rijk baseert de indexering op haar beurt weer op de mflatieprognoses van het CPB Met ingang van 2024 heeft het Rijk versneld de BBP-systematiek ingevoerd voor de indexering van het Gemeentefonds De BBP-systematiek voorziet in een volumeontwikkeling en een loon- en prijsontwikkeling Tezamen vormen zij het accres: de jaarlijkse autonome groei van het gemeentefonds De loon- en prijsontwikkeling m de nieuwe systematiek is gebaseerd op de gemiddelde inflatie over de afgelopen acht jaar De systematiek die het Rijk hiervoor hanteerde (tot en met 2023). sloot beter aan op de reele kostenontwikkeling Daarom is de indexering voor GR'en gebaseerd op de oude systematiek van het Rijk en wordt niet meegegaan met de overgang naar de BBPsystematiek Deze oude systematiek is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van drie indices de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling op ovofheidsinvestenngen(lBOI). De weging van deze indices « respectievelijk 60*. 20*. en 20*. De bron van de indices is de raming die elk halfjaar door het CPB wordt gepubliceerd, het CEP in maart, dan wel het MEV m september

Kadernota MRDH-begroting 2026

2,3*.

2.1*

In de begroting 2026 mogen de GR en uitgaan van een mdexenngspercentage van 4.2*.. In deze uiteindelijke indexering van 4.2* is — in afwijking van de berekeningswijze in de kaderbrief 2025 - wel een nacalculatie 2024 opgenomen Met de berekeningswijze in de kaderbrief 2025 zijn de GR en naar de mening van de gemeenten al een zekere taakstelling voor het jaar 2026 opgelegd De berekeningswijze m deze kaderbrief compenseert hiervoor

5.

Rişiçp'ş ţn w»ţr»ĮanďţçapacH»il

Conform de eerdere kaders verwachten we ook m uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen Een transparant en goed nsicobeeid en een effectief risicomanagement zijn speerpunten van de deelnemende gemeenten Dit is een belangrijke voorwaarde voor een goede besturing van de GR. het borgen van de continuïteit van de GR en duurzame waardecreatie door de GR.

Naar inhoudsopgave

14

i

* «

««

Het uitgangspunt blijft dat een (geprognouseerde) weerstandscapacrteit groter dan 1,0 voor

Door deze elementen op te nemen m de begroting toont de GR haar commitment aan

een GR met nodig is In dat geval stort u het teveel aan weerstandscapaoteit af naar de

duurzaamheid en creeert ze een kader voor continue verbetering van haar maatschappelijke

deelnemende gemeenten Indien de GR toch een hogere weerstandscapaoteit noodzakeiijk

impact en verantwoording hierover.

•i

vindt, dan moet de GR met een voorstel met een gedegen onderbouwing indienen 7. 6.

M*?ţfÇhgpre«ijk vţranţwggrg MtfrgghttMYM SP İnfe9g*n

Infņrmfţiţpţvęiltflipfl, infņrm.Įiţķţhţţr ļļļ antļĮļMįMĮ|mmlM

Informatiebeveiliging is van cruciaal belang voor publieke organisaties vanwege hun

In een tijd waarin duurzaamheid steeds urgenter wordt, is het cruciaal dat GR en dit thema

verantwoordelijkheid jegens burgers en de samenleving Publieke organisaties beheren

stap-voor-stap integreren in hun begrotingen De komende járen zullen de gemeenten u

grote hoeveelheden gevoelige gegevens, vanerend van persoonlijke informatie tot kritieke

vragen om - in lijn met de ontwikkelingen voor de gemeenten zelf - hiervoor een strategie te

mfrastructuurgegevens Bovendien maken de toenemende digitalisering en de omvang en

ontwikkelen en u hierover te verantwoorden. Voor de begroting 2026 vragen de gemeenten

complexiteit van cyberdreigingen een robuuste beveiliging noodzakelijk Pnvacyschendmgen

u nadrukkelijk stil te staan bij maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen

of beveiligingsincidenten kunnen leiden tot verstoring van essentiele diensten en

(MVOl)

ondermijning van het publieke vertrouwen Een effectieve informatiebeveiliging waarborgt de

Binnen de duurzaamheidsopgave is Maatschappelijk verantwoord Inkopen (MVOl) een

van dienstverlening en voldoet aan wettelijke verplichtingen

integriteit, beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van gegevens, ondersteunt de continuïteit effectief instrument voor de GR om de maatschappelijke impact van publieke middelen te vergroten Het draagt b*j aan de duurzaamhe»dsdoe*ste«ingen en C02-reductie. het

Het is daarom van belang dat de GR ten minste de Baseline informatiebeveiliging Overheid

stimuleren van innovatie en een circulaire economie, eerlijke arbeidsomstandigheden en

(BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft geïmplementeerd,

inclusie De GR richt de MVOl in op een wijze die afhankelijk is van de aard van de GR en

en indīen zo bepaald ook de Nederlandse uitwerking van de Networking and Information

de ambitie die de GR met MVOl heeft

Secunty Directive (NIS2) die in 2026 naar verwachting in werking is Het archief- en

e

informatiebeheer dient te voldoen aan de wet- en regelgeving zoals de Archiefwet De GR Voor MVOl zijn landelijk al diverse kaders en richtlijnen ontwikkeld en ambities benoemd.

moet benodigde extra middelen om te voldoen aan deze wet- en regelgeving binnen haar

Denk hierbij aan de aanbestedmgswet 2012 (gewţzigd in 2016). het Manifest

eigen begroting vinden, deze mogen met leiden tol een hogere begroting

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2016-2020. het Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2021-2025. de ISO 20400 nchtlqn voor maatschappelijk verantwoord

De gemeenten vragen de GR om in de begroting apart aandacht te besteden aan

inkopen en de Khmaatwet en het Klimaatakkoord

informatiebeveiliging en gegevensbescherming Daarin komt ten minste aan bod -

De gemeenten vragen de GR om in de begroting apart aandacht te besteden aan het MVOl-

-

De mate waann de GR voldoet aan de wettelijke kaders (zoals AVG, BIO en NIS2); De belangrijkste aanwezige risico's op hel gebed van informatiebeveiliging en gegevensbescherming,

beietd en de MVOl-doelstellingen Daarin komt ten minste aan bod -

Verbanden tussen MVOI-activiteiten en de bredere organisatiedoelstellmgen.

-

Wat de pnonteiten voor het begrotingsjaar zijn;

-

De integratie van MVOl in de eigen inkoopprocessen.

-

De concrete projecten en initiatieven voor het begrotingsjaar

-

De MVOl-gerelateerde uitgaven per MVOi-categone (bijv duurzame energie,

-

circuiare producten)

indien op de GR van toepassing, neemt u ten minste - maar met uitsluitend - de volgende

Concrete MVOl -initiatieven en hun verwachte impact

prestatie-mdicatoren op m uw begroting -

Percentage medewerkers dat jaarlijks security awareness training voltooit,

indien op de GR van toepassing, neemt u ten minste - maar met uitsluitend - de volgende

-

Percentage systemen dat voldoet aan de BlO-normen;

prestatie-indicatoren op m uw begroting:

-

Aantal uitgevoerde penetratietests en het opvolgmgspercentage van bevindingen.

-

Percentage aanbestedingen met MVOI-cntena.

-

Percentage kntieke systemen met up-to-date back-ups;

-

C02-reductie door MVOl-maatregelen (in tonnen en percentage van totaal):

-

Percentage leveranciers dat voldoet aan de gestelde beveiligingseisen.

-

Percentage circulaire inkopen;

-

Aantal uitgevoerde en bijgewerkte Data Protection Impact Assessments (DPiA's),

-

Aantal gecreëerde social return arbeidsplaatsen,

-

Aantal gemelde dataiekken

-

Aantal MVOl-gerelateerde innovatieprojecten.

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

15

*

m

»

*

Door deze elementen op te nemen, toont de gemeenschappelijke regeling haar commitment

10. Financiële kengetallen

aan informatiebeveiliging en gegevensbescherming, en creeert ze een kader voor continue

De kwaliteit van de begroting is medebepalend voor de jaarstukken Het BBV schnjft ten

verbetenng van haar maatschappelijke impact en verantwoording hierover

aanzien van de verplichte kengetallen voor dal zorggedragen wordt voor ‘een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie*

8.

ë

Walging wel aorooon»choppollįho r»a«llnS«n ĮWflr)

(artikel 11, M 2d). De gemeenten vragen het bestuur om m de begroting een oordeel te

indien de verwachting is dat de GR per 1-1*2026 nog met voHedig voldoet aan de Wgr. dan

geven over de meerjarige ontwikkeling van de verplichte financiële kengetallen en daarbij zo

moet de GR in zijn begroting hier apart aandacht aan besteden Daarbij komt ten minste aan

nodig tijdig beleidsmaatregelen voor te stellen

bod -

Het benoemen van de tekortkomingen.

11. Vereisten voor do iaarmton.na 2026

-

De wijze en het tijdspad waarop deze tekortkomingen worden opgelost

Behalve voldoen aan de wettelijke veretsten voor het opstellen van een jaarrekening en het verkrijgen van een goedkeurende accountantsverklaring en controlerapport van de

9.

TussenţlļdsĢ inlormallavoorziening en afelemming

Om verschillende redenen kunnen er na vaststelling van de begroting gebeurtenissen

accountant, wordt van de GR verwacht dat de GR zich met de jaarrekening 2026 ook verantwoordt over al hetgeen in deze kaderboef is gevraagd op te nemen m de begroting

voordoen die leiden tot significante wijziging van de (verwachte) begrotingsresuttaten De gemeenten vinden het belangrijk dat zij hierover snel en goed geïnformeerd worden

Voor nadere informatie over deze brief kunt u tot 20 december terecht bij de voorzitter van

Hieronder wordt ingegaan op een aantal - met limitatieve - specifieke situaties

het Controilersoverleg Haaglanden, dhr. R van der Pol van de gemeente Zoeterme er (06­ 38685320. e-mail r.van der ooKaroetermeer nl) Vanaf 2 januari kunt u deze vragen stellen

Nieuw beleid

aan Harold Burger (via telefoonnummer 14079)

Bij een GR kan de behoefte ontstaan aan een beleidswijziging, meuw beleid of nieuwe initiatieven Ook (aanstaande) nieuwe wet- en regelgeving kan aanleiding zijn voor nieuwe beleidsvoornemens De gemeenten vragen u deze aanzetten tot meuw beied tijdig te bespreken m uw bestuursvergadering Zodra deze meer

Hoogachtend.

concrete vormen aannemen, worden deze opgenomen m uw beleidskader iedere gemeente kan dan bij de kaderstelling voor het komende jaar hiermee rekening houden Omgaan met tekorten/overschotten Gedurende de uitvoering van de begroting kunnen zich afwijkingen voordoen Deze worden normaliter opgenomen in de reguliere uitvoenngsrapportages en (tussentijds) gemeld aan het DB van de GR. Uitgangspunt hierbij is dat exploitatietekorten m principe binnen de begroting van de GR worden opgevangen Overschotten vloeien m principe terug naar de deelnemende gemeenten De tussentijdse melding kan worden aangevukJ met een voorstel voor bijstunng De gemeenten vragen het bestuur hier nadrukketijk aandacht aan te besteden -

Tussentijdse informatievoorziening Niet voor elke GR geldt dezetfde afspraak of verwachting over tussentijdse rapportages De gemeenten vragen het bestuur van de GR om de deelnemende gemeenten actief te informeren bij materiele beleidsmatige en/of financiële (verwachte) afwijkingen gedurende het jaar Indien de GR de begroting wil wijzigen geldt hiervoor de gebruikelijke zenswijzeprocedure

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

16

Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond

LJah.n:

MRDH Pôåtbuâ 21Û12 3001 AA Rotterdam

/ílílh,',M

11 |;jn:^ari 'M'/ñ ífiř!:C'l l ĩ r»ec,cc vC1" J V

w :irc Vŕinvwi

Geacht bestuur, Jaarlijks informeren de gemeenten \ran de regio Rotierdam-Riji'mond de gemeenschappelijke regelingen waarin zij gezamenlijk deelnemen over het te gebruiken indexpercenlage voor cte eerstvolgende begroting In deze brief betreft daf de begroting 2026. Indexering 2026 Omdat het ons bekend is dal u ook een brief met indexenngsrichtliĮnen ontvangt vanuit de regio Haaglanden, slure-n wij u geen indexen ngsbrief met eigen richlli|nen. Wtj vinden het onwenselijk dat - verschillende signalen krijgt over wat gemeenten een acceplabele kostenontwikkeling vinden. Wij sluiten daarom voor de begroting 2026 opnieuw aar oŗ de systematiek en de berekening van de regio Haaglanden, die leidt lol een toegesiane indexering van -4,2/V Jaarlijks beoordelen wij of wij ons voor hef volgende begrotingsjaar opnieuw in de uitkomsten van die berekening kunnen vinden en u daarvan op de hoogle stellen Begrotingstekorten Vorig jaar hebben wij u va de índexenngsbnef gevraagd te anticiperen op de tekorten díe gemeenten van 2026 verwachten door ín beeld te brengen welke bijdrage u kunr leveren bij het oplossen daarvan Wij rekenen neg steeds op uw constructieve houding met betrekking lol d»t onderwerp In de Kaderbrief begroting 2026 die u van de regio Haaglanden heeft ontvangen wordt naast de indexering ook een taakstelling opgelegd.

Omdat de regionale afspraken van de Rotterdam- Rijn mond gemeenten alleen de indexering betreffen, beperken wij ons in deze brief tol aansluiten b;j het mdèxeiingseijíer. Wíj constateren wel dat hel opgelegde percentage (6.2^) binnen de bandbreedte veil van de soenarro s die wij aan andere gemeenschappelijke regelingen hebber u ifgevraagd (5*1ûŵ) Wij vernemen graag uw reactie op de taakstelling van de regio Haaglanden.

Beleidswijzĩgi ng e n Het indexeercentage is bedoeld voor de budgetten van het bestaande beleid cd de bestaande achvitenen Ais u voorstellen heeft voor nieuw beleid of nieuwe activiteiten, verzoeken wtj u om deze afzonderlek zichtbaar te maken en aan de gemeenten ter besluitvorming voor te leggen, met daarbij een dekkingsvoorstel. Voor de vo'ledig heid wijzen wij erop dat u als gemeenschappelijke regeling een meerjarenbegroting opstelt, maar dat gemeenten strikt genomen a.leen instemmen met de eerste jaarschijf hiervan

K

Gemeente Krimpen

Puiten îcc

i uoŵl | I ļoiüni ',y(:o to

„vjoAľWj

t «;eiK«v.l.!Wfr

^ ijneN

aandenlJsscl

Kadernota MRDH-begroting 2026

Naar inhoudsopgave

17

»

Met elkaar, voor elkaar

*

Colofon Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 21012 3014 GN Rotterdam 088 5445 100 informatie@mrdh.nl www.mrdh.nl Ontwerp: Leene Communicatie/VormVijf April 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=d445bcc5-58fc-4d37-85c9-897aa363cc6a