CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.00524] Ontwerp Omgevingsvisie 2.0 (met gele arceringen)

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen Ontwerp Omgevingsvisie 2.0 (amendementen WIJ LL, Leefbaar 3B, VVD en CU) Wijzigingen geel gearceerd42.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Zuidrand Triangelpark Het Triangelpark is een essentiële schakel in de groene, ecologische en recreatieve verbinding tussen Midden-Delfland en de Rottemeren met daarin een regionale fietsverbinding via het Polderpad. Met de aanleg van de A16 wordt het gebied doorsneden door de tunnelmond A16. Voor het Triangelpark is een gebiedsverkenning uitgevoerd met als doel het gebied te transformeren naar natuur- en recreatiegebied. Een deel van het Triangelpark is aangewezen als een Ecologische Verbindingszone binnen Natuurnetwerk Nederland. Het Polderpad, aan de noordzijde van de A16 tunnel, is een doorgaande fietsverbinding met een herkenbare uitstraling in profiel en materialen. Deze draagt bij aan de beleving van onze grotere groenstructuren. We houden deze herkenbaar ter oriëntatie van de recreant. Ook aan de zuidzijde van de A16 ligt een regionale fietsverbinding.

Vlinderstrik Natuurgebied de Vlinderstrik ligt tussen Rodenrijs en de A16 en is onderdeel van de zuidflank, de groene buffer tussen Lansingerland en Rotterdam. Het gebied wordt doorkruist door de Randstad Rail, de hogesnelheidslijn en de N471 en grenst aan de nieuwbouwwijk Wilderszijde. De Vlinderstrik heeft een belangrijke verbindende functie in het groen-blauwe netwerk. Op lokaal niveau verbindt het gebied Rodenrijs via de Landscheiding met Zoetermeer. Op regionaal niveau is dit gebied een de schakel tussen de polders van MiddenDelfland en het Groene Hart. We versterken deze groenstructuren door de openheid van het landschap en het karakteristieke slotenpatronen te behouden, door de polders onderling beter met elkaar te verbinden en door deze toegankelijk te maken voor recreatie. We zetten daarbij in op het vergroten van de biodiversiteit.

4.7. Multifunctionele knooppunten Dit zijn kansrijke gebieden, maar daarom ook gebieden waar de belangenafweging tussen landschapswaarde, verstedelijking en werklocaties zorgvuldig gemaakt moet worden. Daar waar nodig vragen deze gebieden nog om een nadere gebiedsuitwerking. Bleizo-West We ontwikkelen Bleizo-West tot een hoogwaardig en hoogstedelijk woon-werkgebied op basis van het vastgestelde ontwikkelperspectief. Hierbij zullen meerdere elementen samenkomen: (betaalbaar) stedelijk wonen met goede verbindingen naar de metropole kernen, voorzieningen van regionaal belang en innovatieve bedrijvigheid in het kader van Home of Horti Science. We zetten in op een mix van functies om maximaal gebruik te maken van de ov-hub Lansingerland-Zoetermeer als onderdeel van de ZoRocorridor. We zetten bovendien in op gemengde, overlappende gebruikspatronen voor lokale én regionale doelgroepen om te zorgen voor een gebied dat leeft. We verbinden het Horti Science Park en bedrijventerrein Klappolder ruimtelijk en functioneel met het mobiliteitsknooppunt bij Bleizo-West. Dit versterkt de kennisuitwisseling en innovatiekracht van het Horti Science cluster. Ook willen we het gebied via het ov-knooppunt op groenblauwe wijze

Pagina 78 van 109

verbinden met langzaam-verkeersverbindingen recreatiegebied Rottemeren.

met

het

Stationsgebied Rodenrijs/Spoorhaven Bedrijventerrein Spoorhaven is gelegen in een smalle strook langs de E-lijn van de Rotterdamse metro in het zuiden van de gemeente. Door de ligging naast metrostation Rodenrijs en de te ontwikkelen ZoRo-corridor is dit een zeer goed bereikbare locatie waar op termijn kansen zijn om op stedelijke wijze te verdichten, en wonen en werken met elkaar te mengen. Het gebied is geschikt voor een invulling passend bij hoogwaardig openbaar vervoer met een goede ontsluiting naar de regio. Daarnaast liggen hier kansen voor kantoorlocaties met baliefunctie en een hoge arbeidsconcentratie. Ook onderwijsinstellingen zouden hier goed passen. Een goede aansluiting van de ZoRo-corridor op de bestaande metrolijn in een hoogwaardige ruimtelijke omgeving is daarvoor essentieel. Het nabijgelegen park is een van de weinige grotere parken van Berkel en Rodenrijs. Beweeggroen en ontmoetingsgroen is essentieel in verdichtte gebieden. Daarom is het belangrijk dat we ons inzetten om de groene bestaande kwaliteiten zo veel mogelijk te behouden. We gaan hier weloverwogen mee om. De ligging van station Rodenrijs aan de Vlinderstrik maakt van het station een groene halte. De Vlinderstrik, een van de gebieden in de Schiebroekse Polder, maakt deel uit van de groene flank ten zuiden van Rodenrijs, bekend als de Noordrand Rotterdam.

Het station ontsluit dit gebied, dat onderdeel is van een regionaal natuur- en recreatiegebied, voor meer dan alleen de inwoners van Lansingerland. De ligging aan dit groengebied is een belangrijke en kwaliteit voor het stationsgebied en kan van meerwaarde zijn bij de verdere ontwikkeling. Dat vraagt om een doordachte visie op het vervlechten van de verschillende structuren in het gebied.

Pagina 79 van 109

5. AFWEGINGSKADER

-

5.1. Doelstellingen

-

-

Initiatief aanpassen af afwijzen

In deze omgevingsvisie is de strategische koers voor Lansingerland tot 2050 met betrekking tot de fysieke leefomgeving beschreven. Daarmee dient de Omgevingsvisie 2.0 een aantal functies: Als afwegingskader: De eerste functie is de beoordeling van initiatieven. Het gemeentebestuur beoordeelt of initiatieven, die niet toelaatbaar zijn op grond van het omgevingsplan, passen in de omgevingsvisie. Dit gebeurt aan de zogeheten intaketafel (toets wenselijkheid). Als dat zo is, wordt in beginsel medewerking verleend. Is hiervan sprake, dan vindt daarna onderzoek naar de haalbaarheid plaats (denk aan nader onderzoek naar omgevingsaspecten, overleg met ketenpartners en kostenverhaal etc.). Aan initiatieven die niet passen in de omgevingsvisie, wordt in beginsel geen medewerking verleend. Als aanjager voor initiatieven: De tweede functie van de omgevingsvisie is die van stimuleringskader voor wenselijke ontwikkelingen (uitnodigingsplanologie). De omgevingsvisie kan een aanzet zijn voor partijen en burgers om bepaalde initiatieven te ontwikkelen die aansluiten bij de wensen, doelen en ambities van de omgevingsvisie. Als basis voor de omgevingsprogramma’s waarin de doelen en ambities concreet worden uitgewerkt naar acties en maatregelen die hieraan uitvoering geven (van het ‘wat’ naar het ‘hoe’).

Ja, (direct) passend: het initiatief wordt positief beoordeeld (op wenselijkheid); Nee, niet passend: het initiatief wordt negatief beoordeeld c.q. afgewezen (niet wenselijk); Ja, mits^: het initiatief wordt positief beoordeeld als wordt voldaan aan nadere randvoorwaarden dan wel eisen die in de omgevingsvisie worden gesteld (haalbaarheidstoets nog nodig) Nee, tenzij: er is sprake van een publiek belang, waarmee gemotiveerd kan worden afgeweken van de omgevingsvisie (zie ook * in het afwegingsschema). Ook hier zal nog een haalbaarheidstoets nodig zijn.

5.2. Afwegingskader Kern van het afwegingskader is om te beoordelen of initiatieven passen in de omgevingsvisie. Vanuit de Omgevingswet bezien is het afwegingskader gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 3 en 4 zijn respectievelijk de algemene en gebiedsgerichte doelen en ambities beschreven waarmee de beleidskoers voor de fysieke leefomgeving uiteen is gezet. In een aantal gevallen zijn hierbij randvoorwaarden gesteld. Het afwegingskader wordt hiermee gevoed c.q. geladen.

De te doorlopen stappen bij de beoordeling van een initiatief zijn in het volgende schema gevisualiseerd.

Beoordeling aan de hand van het afwegingskader kan leiden tot: Pagina 80 van 109

6. VAN VISIE NAAR UITVOERING

omgevingsprogramma kan hierin door zijn uitvoeringsgerichte en flexibele aard een rol vervullen.

6.1. Beleidscyclus en beleidshuis Wat is het? Met de omgevingsvisie 2.0 wordt het werken met de zogenaamde beleidscyclus van de Omgevingswet in gang gezet. Deze cyclus is een continu proces dat uit de volgende fases bestaat: 1. beleidsontwikkeling; 2. beleidsdoorwerking; 3. uitvoering; 4. en terugkoppeling. Ad 1. De omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s zijn kerninstrumenten voor beleidsontwikkeling. De omgevingsvisie richt zich op de lange termijn en is strategisch en integraal van aard. Hierbij gaat het om de ‘wat’-vraag. De omgevingsprogramma’s zijn meer op de korte/middellange termijn gericht en betreffen enerzijds uitwerking van het (strategische) beleid en anderzijds maatregelen om doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Hierbij gaat het om de ‘hoe’-vraag. Ad 2. Het omgevingsprogramma en het omgevingsplan zijn kerninstrumenten voor beleidsdoorwerking. Het omgevingsplan bevat regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het is de juridische vertaling van beleid. Ad 3. Het omgevingsplan en de omgevingsvergunning zijn kerninstrumenten voor de uitvoering. Uiteraard zijn er meer instrumenten om beleid uit te voeren, zoals grondbeleidsinstrumenten, voorlichting en subsidieregelingen. Ad 4. De terugkoppeling vindt plaats door middel van evaluatie en monitoring. De te beantwoorden vraag is of de beleidsdoelen in de praktijk zijn behaald.

De kerninstrumenten beïnvloeden elkaar ook. De opbouw van het omgevingsplan bijvoorbeeld roept beleidsvragen op. Er is dus een kleinere beleidscyclus tussen omgevingsvisie en omgevingsplan. Het

Hoe werken wij? We werken in Lansingerland met ons zogenaamde beleidshuis: een stelsel bestaande uit de omgevingsvisie als overkoepelend instrument (het dak) met daaronder omgevingsprogramma’s (verdieping) en het omgevingsplan als juridisch sluitstuk (begane grond). Doel van dit beleidshuis is een samenhangende inzet van het instrumentarium van de Omgevingswet. De gemeenteraad heeft gekozen voor de volgende opgavegerichte omgevingsprogramma’s: Kwaliteit van de Leefomgeving Wonen Economie Horti Science Energietransitie en Circulaire Economie Mobiliteit

Pagina 81 van 109

2026 ‘Samen verantwoord verder’ en de Visie Burgerparticipatie Lansingerland ‘Samen Besturen’. En waar dit dringend gewenst of noodzakelijk is, wordt gekozen voor een regulerende overheidsrol. OVERHEIDSROL

Gemeente bepaalt,

Inwoner bepaalt,

minimale rol voorde

geen rol voorde

inwoner

gemeente

7^ Leveren 1----------------------------------

Samenwerken

Ondersteunen

Cīrftgevlīis^plan

Reguleren

Publiek-privaat

Subsidies

[algemene regels,

ūf met andere

vergunningsplicht,

overheid

Voorlichting

verboöl (Suite nplanse) omgevingsvergun-

AFBEELDING 6.1: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN HET BELEIDSHUIS

ning met intake- en omgevingstaiel

6.2. Sturingsfilosofie

AFBEELDING 6.2: STURINGSFILOSOFIE

Wat is het?

6.3. Grondbeleid

Sturingsfilosofie gaat over de manier waarop de gemeente haar eigen rol en de samenwerking met andere partijen waaronder burgers en bedrijven ziet. Hieruit volgt welke instrumenten een bestuursorgaan inzet om zijn doelen te bereiken. In de basis onderscheiden wij drie overheidsrollen: De regulerende, instruerende, kaders stellende overheid De samenwerkende, regisserende, stimulerende overheid De ondersteunende, faciliterende overheid Daarnaast kunnen als tegenpolen en uitersten nog de realiserende, zelf prestaties leverende overheid en de terugtredende, loslatende overheid worden genoemd. De drie hierboven beschreven rollen bevinden zich hiertussen.

In deze paragraaf besteden we aandacht aan het grondbeleid als middel om ruimtelijke doelen en ambities te realiseren. Hier beschrijven wij hoe wij ons als gemeente op de grondmarkt begeven en welke instrumenten wij daarbij kunnen gebruiken.

Hoe werken wij? Al deze rollen moet de gemeente weleens vervullen. De sturingsfilosofie kan per opgave en per onderdeel van een proces verschillen, afhankelijk van nut, noodzaak en urgentie. Echter, onze primaire houding is een samenwerkende en ondersteunende rol voor de overheid. Deze rolopvatting sluit aan op het coalitieakkoord 2022-

6.3.1. De ‘gereedschapskist’ Om de in deze visie beschreven doelen te realiseren beschikt de gemeente over verschillende middelen. Een van die middelen is ons grondbeleid. Grondbeleid is daarmee geen doel op zich, maar het helpt de gemeente om haar maatschappelijk doelen zoals beschreven in deze omgevingsvisie te realiseren. Het grondbeleid voorziet voor een deel in de ‘gereedschapskist’ waarmee invulling wordt gegeven aan ruimtelijke ambities. Deze gereedschapskist biedt verschillende grondbeleidsinstrumenten die passen bij een meer actief of een meer faciliterend grondbeleid. Bij een actief grondbeleid passen voornamelijk de instrumenten die passen bij het verkrijgen en verkopen van gronden. Te denken valt aan onteigening, voorkeursrecht en grondverwerving en -uitgifte.

Pagina 82 van 109

Instrumenten bij faciliterend grondbeleid kostenverhaal en de financiële bijdrage.

zijn

onder andere

6.3.2. Hoe werken wij? Iedere ruimtelijke ontwikkeling vraagt om een aanpak op maat. Ook is gebiedsontwikkeling steeds complexer geworden, waardoor de vraag voor sturing vanuit de gemeente toeneemt. Onderwerpen waardoor de complexiteit toeneemt zijn onder andere recente bewegingen op het gebied van duurzaamheid, betaalbaarheid van woningen en (nationale) wet- en regelgeving. Al met al is er bij ruimtelijke ontwikkelingen behoefte aan een flexibele aanpak en waar nodig meer sturing. We kiezen dan ook voor situationeel grondbeleid, daarbij kijken we per situatie welke instrumenten het best passen bij de doelen die we voor ogen hebben. Waar nodig maken we gebruik van publiekrechtelijke instrumenten zoals kostenverhaal en de (afdwingbare) financiële bijdragen. In de omgevingsprogramma’s wordt de afweging voor het type grondbeleid gemaakt en de inzet van de instrumenten beschreven.

kostenverhaalsvoorschriften aan een buitenplanse omgevingsvergunning. Met kostenverhaalsregels of kostenverhaalsvoorschriften is het kostenverhaal publiekrechtelijk verzekerd. In de kostensoortenlijst is aangegeven welke kosten verhaald mogen worden en wanneer. Financiële bijdragen Bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen hebben betrekking op maatschappelijk belangrijke functies, zoals natuur, recreatie, landschap, een evenwichtige woningvoorraad en infrastructuur. De Omgevingswet biedt met artikel 13.22 de mogelijkheid om daarvoor anterieur een financiële bijdrage te vragen van initiatiefnemers als deze ontwikkelingen in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma zijn opgenomen. De aangewezen ontwikkelingen waarover een overeenkomst kan worden gesloten staan in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit. Naast deze privaatrechtelijke variant hebben de financiële bijdragen in de Omgevingswet ook een publiekrechtelijk afdwingbare variant (artikelen 13.23 en 13.24 Omgevingswet).

6.3.3. Toelichting op de grondbeleid instrumenten Kostenverhaal en financiële bijdragen Kostenverhaal Het kostenverhaal is opgenomen in de Omgevingswet. Hierin staat dat gemeenten bij gebiedsontwikkeling verplicht haar kosten moeten verhalen op grondeigenaren. In de praktijk zijn dit vaak ontwikkelende partijen. Bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen van initiatiefnemers maakt de gemeente kosten. Deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer. Dit is wettelijk verplicht voor aangewezen activiteiten (artikel 13.11 lid 1 Omgevingswet en artikel 8.13 Omgevingsbesluit). De afspraken omtrent het kostenverhaal leggen we in principe vast in een (anterieure)5 overeenkomst met de initiatiefnemer. Dit is een privaatrechtelijke overeenkomst. Lukt dit niet, dan nemen we in het omgevingsplan zogenaamde kostenverhaalregels op of verbinden we Anterieure overeenkomst: dit is een overeenkomst die tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt gesloten waarin de voorwaarden en

5

In deze omgevingsvisie is aan de hand van drie pijlers voor zes centrale (maatschappelijke) opgaven de koers gedefinieerd die we als gemeente willen varen. Hierbij geven wij aan ‘wat’ we willen. In de omgevingsprogramma’s wordt beschreven ‘hoe’ we dit willen bereiken. In termen van financiële bijdragen: aan welke bestedingsdoelen moeten de betalende ontwikkelingen bijdragen? De gevraagde financiële bijdrage kan worden ingezet voor de realisatie van maatschappelijke functies. De gemeente kan dit dus opnemen in een overeenkomst met de betreffende initiatiefnemer. Er dient wel sprake te zijn van een ruimtelijke en functionele samenhang tussen de betalende ontwikkeling en de ontvangende ontwikkeling. Bij de totstandkoming van de omgevingsprogramma’s wordt hier in een bijlagenotitie nadere uitwerking aan gegeven.

verplichtingen van beide partijen worden vastgelegd (waaronder het kostenverhaal), voordat een ruimtelijk plan of een ruimtelijk besluit (bijv. een omgevingsvergunning) wordt vastgesteld of verleend. Pagina 83 van 109

Actier

Zelf doen De opgave is een antiítk» en de genieente vnl zo veel nBgetlįk legie. Oe genieente voert de grondexploitatie

Kostenverhaal, financiële bijdrage, grondverwerving, voorkeursrecht, onteigening en grooduitgifte

AFBEELDING 6.3: INSTRUMENTEN GRONDBELEID

Pagina 84 van 109

Gronduitgifte Gronduitgifte betekent dat de gemeente grond verkoopt, verhuurt, verpacht of ruilt. Het uitgangspunt is dat bij voorkeur uitgifte middels verkoop plaatsvindt. In de regel werkt de gemeente voor een gronduitgifte altijd met een openbare procedure. Daarnaast dient elke vorm van gronduitgifte marktconform te zijn. Grondverwerving Grondverwerving betekent dat de gemeente gronden probeert te verkrijgen, in principe door deze aan te kopen. Dat kan planmatig of strategisch. Bij planmatige verwerving is sprake van een concrete gebiedsontwikkeling. Bij strategische verwerving wordt een positie ingenomen die mogelijk in de toekomst van belang kan zijn. Uitgangspunt bij verwerving is dat de gronden voor een marktconforme prijs worden aangekocht, het liefst via de minnelijke route. De gemeente kan ook gebruik maken van voorkeursrecht of onteigening. Voorkeursrecht De Omgevingswet geeft overheden de mogelijkheid om een voorkeursrecht te vestigen. Dit kan op gronden die een nietagrarische bestemming krijgen en waarvan het huidige gebruik niet in overeenstemming is met de toekomstige bestemming. Door vestiging van voorkeursrecht kunnen grondeigenaren alleen grond verkopen als zij deze eerst aanbieden aan de overheid die het voorkeursrecht heeft gevestigd.

Dit instrument gaat grondspeculatie (oververhitting van de markt) tegen en is functioneel in het bereiken van de gemeentelijke ruimtelijke ambities. Onteigening Met onteigening kunnen we als overheid dwingend een grondpositie innemen. Onteigening is een zwaar juridisch instrument dat alleen ingezet wordt als het echt niet anders kan. De onteigende ontvangt hiervoor een vergoeding op basis van volledige schadeloosstelling. We kunnen alleen onteigenen als dit echt noodzakelijk is. Onteigenen is alleen toegestaan als het algemeen belang daarmee aantoonbaar is gediend en vooraf de schadeloosstelling is verzekerd. Onder de hiervoor vermelde voorwaarden kunnen we ook gronden onteigenen ten behoeve van projecten waar we zelf niet actief deelnemen aan de exploitatie. Onteigening is alleen mogelijk als er een wijziging van

het omgevingsplan voor het beoogde gebied is vastgesteld of er een concreet bouwplan ligt. Onteigening is niet mogelijk als de eigenaar zich succesvol kan beroepen op zelfrealisatie. Met de Aanvullingswet Grondeigendom is het onteigeningsinstrument ondergebracht in de Omgevingswet. Herverkaveling Bij herverkaveling landelijk gebied is sprake van een herindeling van het grondgebruik (landinrichting). Dit gebeurt onder meer door het inbrengen en opnieuw toedelen van gronden aan eigenaren en gebruikers. Dit is geregeld in de Aanvullingswet Grondeigendom onder de Omgevingswet. Stedelijke kavelruil is een vrijwillige herverkaveling in het stedelijk gebied. Stedelijke kavelruil is een nieuw instrument in de Omgevingswet. De achtergrond is dat er in stedelijke gebieden vaak sprake is van complexe grondeigendomssituaties, die het voor gemeenten moeilijk maken om gebieden te (her)ontwikkelen. Het herverkavelinginstrument biedt de mogelijkheid om grond (al dan niet met compensatie) te ruilen tussen partijen en de ruil notarieel vast te leggen. In tegenstelling tot het herverkavelingsinstrument voor het landelijk gebied beschikt de regeling voor stedelijke kavelruil niet over afdwingbare instrumenten. 6.3.4.

Beleidsuitgangspunten grondbeleid Op basis van de hiervoor beschreven werkwijze en mogelijke grondbeleidsinstrumenten hanteren we de volgende uitgangspunten bij de toepassing van ons grondbeleid. Algemeen ^ We sturen in ruimtelijke ontwikkelingen op maatschappelijk rendement- realisatie van beleidsambities. • We kiezen voor situationeel grondbeleid: We kiezen per project het grondbeleid dat we als gemeente voeren, passend bij urgentie en belang. • Per project bepalen we de gemeentelijke rol en strategie om tot ons doel te komen. Per project bepalen we welke grondbeleidsinstrumenten nodig zijn om tot een tijdige en succesvolle uitvoering te komen.

Pagina 85 van 109

Actief grondbeleid ^ We streven naar minnelijke verwerving van grond, maar maken indien nodig ook gebruik van de wettelijke mogelijkheden voor vestiging van voorkeursrecht en onteigening. ^ We hanteren marktconforme prijzen en voorwaarden bij de verwerving van grond. ^ Het college stelt ten behoeve van gronduitgifte jaarlijks een kaderbrief grondprijzen vast. • We hanteren marktconforme prijzen en voorwaarden bij de uitgifte van grond.

-

Een keer per raadsperiode (cyclus van 4 jaar) wordt nagegaan of de visie nog actueel is of bijstelling behoeft.

Faciliterend grondbeleid ^ We streven in eerste instantie naar kostenverhaal (inclusief eventuele financiële bijdragen) op vrijwillige basis via een privaatrechtelijke overeenkomst, maar maken indien nodig ook gebruik van de publiekrechtelijke mogelijkheden voor kostenverhaal.

6.4. Actueel houden van de omgevingsvisie De omgevingsvisie is het strategische document waarmee de gemeente(raad) de kaders vaststelt voor de lange termijn­ ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het is belangrijk dat we de hoofdlijnen van de omgevingsvisie vasthouden en samen aan de slag gaan met het realiseren van de doelstellingen en ambities. Inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners rekenen erop dat we hiervoor staan, aan werken en meewerken. Voor de uitvoering van de doelstellingen en ambities is het college van B&W aan zet. Daarvoor zetten we het instrument omgevingsprogramma in. Daar staat tegenover dat de wereld snel verandert. Mede daarom biedt de omgevingsvisie 2.0 ruimte om flexibel om te gaan met nieuwe ontwikkelingen en deze steeds te bezien vanuit het afwegingskader zoals opgenomen in hoofdstuk 6. Desondanks kunnen er ook redenen zijn om de omgevingsvisie aan te passen dan wel te herijken. In de volgende gevallen kan herijking aan de orde zijn: Indien (nieuw) beleid of regelgeving van andere overheden (Rijkprovincie-regio-waterschap) hiertoe aanleiding geven; Trends en ontwikkelingen die effect c.q. impact hebben op de beleidskoers voor de fysieke leefomgeving; Pagina 86 van 109

VISIEKAART OMGEVINGSVISIE LANSINGERLAND Pagina 87 van 109

BIJLAGEN

Pagina 88 van 109

Bijlage 1:

Beschrijving van de fysieke leefomgeving “Waar lopen we tegenaan?”

Pagina 89 van 109

1. KWALITEIT VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING VAN LANSINGERLAND

1.1

Beschrijving van de fysieke leefomgeving

Dit hoofdstuk beschrijft hoe onze fysieke leefomgeving er op dit moment voor staat. We koesteren de kwaliteiten van onze leefomgeving, omdat ze Lansingerland maken tot wat het is en zo de identiteit van de gemeente vormen. Maar identiteit is ook heel dynamisch. Ook kunnen nieuwe kwaliteiten zich aandienen en kunnen bestaande kwaliteiten zich ontwikkelen. Trends en ontwikkelingen zijn hierop eveneens van invloed. We beschrijven de fysieke leefomgeving aan de hand van de zes thema’s. 1.1.1 Kwaliteit van de leefomgeving De kwaliteit van de leefomgeving is een breed begrip. Hieronder verstaan we de verschillende milieuaspecten, maar ook ecologie en biodiversiteit, groenstructuren, water- en bodemsystemen, erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. Dit zijn onderwerpen die in de Leefomgevingsfoto (toegevoegd als separate bijlage) uitgebreider zijn beschouwd. Onderstaand overzicht bevat daarom per aspect een beknopte samenvatting van de bestaande situatie. Kwaliteit van de leefomgeving betekent ook aandacht voor de toekomstbestendigheid en het beheer en onderhoud.

Geluid Huidige situatie In de gemeente Lansingerland is de geluidsoverlast door wegverkeer een belangrijk probleem, vooral langs de rijks- en provinciale wegen. Dit geldt eveneens voor luchtvaartlawaai van Rotterdam-The Hague Airport. In de kernen is de geluidsbelasting vaak hoger dan de aanbevolen WHOwaarden, wat de gezondheid van de bewoners beïnvloedt. Spoorweglawaai veroorzaakt enige hinder, maar dit is deels beperkt door geluidsabsorberende maatregelen van ProRail. Trends en ontwikkelingen De geluidsbelasting als gevolg van gemotoriseerd verkeer zou kunnen afnemen door stillere motoren en stiller asfalt, maar de verwachte

toename in verkeer door groei van de bevolking en het aantal voertuigen zou de totale geluidsbelasting weer kunnen verhogen. Ook zal het aantal trein- en metroritten toenemen, wat leidt tot meer geluidsimpact in de gemeente. Voor luchtvaartlawaai is de situatie afhankelijk van de ontwikkelingen rondom Rotterdam-The Hague Airport.

Omgevingsveil igheid Huidige situatie De A12 is een belangrijke transportroute voor gevaarlijke stoffen, waarbij met name de nabijgelegen aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken van invloed zijn. Risicovolle inrichtingen bevinden zich voornamelijk langs de A12 en buiten de bebouwde kom, wat de impact op bewoonde gebieden beperkt. Echter, binnen de risicocontouren van bijvoorbeeld het distributiecentrum Hoogvliet en de buisleidingen langs de zuidkant van Lansingerland, kunnen zich veiligheidsrisico’s voordoen. De buisleidingen die door Berkel en Rodenrijs lopen, vormen een potentieel risico voor omwonenden, aangezien de veiligheidsafstanden groot zijn. Trends en ontwikkelingen De referentiesituatie in Lansingerland is dynamisch en zal mogelijk veranderen door nieuwe ontwikkelingen, zoals de woningbouw. De uitbreiding van woonwijken en de bijbehorende infrastructuur kan leiden tot een toename van risico’s, vooral in gebieden die zich binnen de bestaande aandachts- en risicovolle zones bevinden. De vraag naar elektriciteit in verband met de energietransitie en woningbouw zal toenemen, wat kan resulteren in de aanleg van meer hoogspanningsleidingen en transformatorhuisjes in woonwijken. Dit kan leiden tot een toename van risico’s in de woonwijken.

Luchtkwaliteit Huidige situatie De luchtkwaliteit in Lansingerland is over het algemeen redelijk, met waarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en PM2,5 die voldoen aan de wettelijke grenswaarden. Echter, de concentraties liggen vaak boven de WHO-advieswaarden, wat wijst op een gezondheidsrisico voor de Pagina 90 van 109

bewoners, vooral in de nabijheid van drukke verkeerswegen zoals de A12 en N209. Roetconcentraties liggen binnen acceptabele grenzen, hoewel de nabijheid van (snel)wegen, waaronder de A12 tot verhoogde concentraties leiden. Geurhinder komt zeer beperkt voor. Trends en ontwikkelingen In de referentiesituatie wordt er een afname van de concentraties luchtverontreinigende stoffen verwacht, door de verschuiving naar elektrische voertuigen en een duurzamere industrie. Voor geurhinder worden geen significante ontwikkelingen verwacht. Het effect van de opening van de A16 kan in de beginperiode leiden tot een verhoogde concentratie van stikstofdioxide en fijnstof in het zuiden van de gemeente, wat een negatieve invloed kan hebben, maar ook daar zal verduurzaming uiteindelijk voor minder negatieve effecten zorgen.

Lichthinder Huidige situatie Lansingerland bevindt zich in een regio met aanzienlijke lichthinder, voornamelijk veroorzaakt door de nabijheid van glastuinbouw, de haven van Rotterdam, en de stedelijke gebieden in de regio. De lichthinder concentreert zich vooral in de kernen van Bleiswijk, Bergschenhoek, en de omliggende glastuinbouwgebieden. Trends en ontwikkelingen De nabijheid van de glastuinbouw, de haven van Rotterdam en de dichtbevolkte metropoolregio Rotterdam-Den Haag blijven belangrijke bronnen van lichtvervuiling. Bovendien zal er naar verwachting woningbouw in de gemeente plaatsvinden, wat de situatie verder zou kunnen verergeren, door meer stedelijke verlichting.

Bodem, water en ondergrond Huidige situatie In de huidige situatie bevindt de gemeente Lansingerland zich in een licht negatieve toestand op het gebied van bodem, water en ondergrond. De bodemsamenstelling is over het algemeen geschikt voor landbouw, maar kleigronden vertonen een zekere gevoeligheid voor zetting en inklinking,

vooral door menselijke invloeden zoals grondwateronttrekking. De waterkwaliteit is redelijk, maar kampt met problemen door vervuiling uit de tuinbouw, zoals het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Het watersysteem functioneert redelijk goed, hoewel er uitdagingen zijn door bodemdaling en verhoogde mate van regenval. De waterkeringen en watergangen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen. Er moet onder de grond ook ruimte zijn voor funderingen, boomwortels, kabels, leidingen, rioleringen en warmtewinning en -opslag. De drukte en daarmee het belang van de ondergrond nemen toe Trends en ontwikkelingen Bodemdaling, voornamelijk door klei- en veengronden, zal verder toenemen naar verwachting, vooral in combinatie met grondwateronttrekking en de verstedelijking in de gemeente en de regio. De waterkwaliteit zal, indien er geen mitigerende maatregelen worden genomen, verder verslechteren door de aanhoudende belasting van meststoffen, bestrijdingsmiddelen en verontreiniging uit de tuinbouw. Bovendien zullen de waterpeilen en de capaciteit van het watersysteem verder onder druk komen te staan door klimaatverandering, wat het risico op wateroverlast en overstromingen vergroot. De vraag naar drinkwater zal de komende jaren blijven groeien. Het aanbod staat onder druk.

Nu al komen regionaal tekorten voor, onder andere in het westelijk deel van Zuid-Holland.

Kl imaa tadaptatie Huidige situatie In de huidige situatie ondervindt Lansingerland verschillende klimaatgerelateerde uitdagingen, zoals het hitte-eiland effect, wateroverlast en droogte. Het hitte-eiland effect is aanwezig door de concentratie van glastuinbouw en verharde oppervlakken. Door intensievere regenbuien is er een toenemend risico op wateroverlast, vooral in bebouwde gebieden met veel verharding. In piekbui-scenario's kunnen straten en kelders onder water komen te staan.

Pagina 91 van 109

Trends en ontwikkelingen Het hitte-eiland effect zal toenemen door de groei van de verstedelijking en glastuinbouw. Ook verdubbelt het aantal tropische dagen richting 2050. De zeespiegelstijging, bodemdaling en intensievere neerslag zullen het risico op overstromingen verder vergroten. Droogte zal intensiever en frequenter optreden.

Ecologie Huidige situatie Onze belangrijke groenstructuren (de Groenzoom, het Rottemerengebied en het tussenliggende groen en water) functioneren niet optimaal omdat ze niet goed verbonden zijn met elkaar en met het andere groen in de omgeving en de kernen. Er is sprake van een beperkte biodiversiteit, maar het zuidwesten van de gemeente, waar het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt, herbergt de gemeente relatief veel biodiversiteit. De biodiversiteit in Lansingerland lijkt gemiddeld, met relatief soortenrijke gebieden in het zuidwesten. Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen de gemeente. Trends en ontwikkelingen De verwachting is dat dat de natuurwaarden in de omgeving, mede door natuurherstelmaatregelen en schoner verkeer, zullen verbeteren. Daarentegen kan verstedelijking juist ruimte voor natuur wegnemen. De ecologische verbindingszone in het Triangelpark zal bijdragen aan een verbetering van het natuurnetwerk.

bodem bevat waardevolle archeologische resten die inzicht bieden in de bewoningsgeschiedenis en landschapsontwikkeling. Trends en ontwikkelingen De kans op verlies van cultuurhistorische waarde is aanwezig bij stedelijke uitbreidingen of infrastructuurprojecten die geen expliciete aandacht hebben voor het behoud van deze kenmerken. Bij stedelijke ontwikkelingen of andere ingrepen kunnen archeologische waarden in waardevolle gebieden, zoals oude dorpskernen of bewoningslinten mogelijk worden aangetast. Landschap en ruimtelijke structuren onder druk De kwaliteit van onze kenmerkende ruimtelijke en historische structuren en elementen staat onder druk door verschillende ontwikkelingen en transities. De energietransitie, klimaatverandering, mobiliteitstransitie, verstedelijking, verkassing en verdozing hebben invloed op de uitstraling en toekomstbestendigheid van onze buitenruimte. Oude linten, vaarten, dijken en gebouwen die bepalend zijn voor onze uitstraling en identiteit, komen hierdoor onder druk te staan. Ook de openheid van de laatste landbouwgebieden zoals in de Rottezoom en nabij de Lange Vaart kan in het gedrang komen. Historische structuren dragen bij aan het verhaal van onze geschiedenis en onze identiteit. Ze bepalen in grote mate wie we zijn en hoe we ons bewegen door de ruimte. 1.1.2

Samenvatting kwaliteiten fysieke leefomgeving

Cultuurhistorie en archeologie Huidige situatie De cultuurhistorische waarde van Lansingerland ligt in de samenhang tussen de historische linten, droogmakerijen, waterstructuren en bebouwde kernen. Dit betreft onder andere de historische linten zoals de Rodenrijseweg, ringvaarten en cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren, monumentale bebouwing, waaronder boerderijen, molens en vroeg-industriële bouwwerken. In de Lansingerlandse bodem ligt ook een rijke archeologische geschiedenis, die teruggaat tot de prehistorie. De

Pagina 92 van 109

Aspect Geluid

Luchtkwaliteit

Huidige staat6 Negatief tot neutraal Neutraal tot positief

Referentiesituatie7

Aandachtspunten

Zeer negatief tot neutraal

-

Wegverkeerslawaai Vliegverkeer RTHA

Positief

-

Verwachting strenge eisen EU 2050 Advieswaarden WHO worden niet gehaald Grote impact op gezondheid inwoners Geen

-

Waterveiligheid (ondergrondse) transportleidingen Transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water Windturbines Aanvliegroute RTHA Mogelijke uitbreiding elektriciteitsnetwerk. Geplande woningbouw Glastuinbouw Straatverlichting Bodemverontreiniging Bodemdaling Druk op bodemsysteem neemt toe Waterafvoer Waterkwaliteit Verstening Glastuinbouw Hoge mate van verstening in gemeente Ecologische verbindingszone N209 en Triangelpark Ecologisch netwerk Biodiversiteitsverlies Historische linten en dorpskernen Rijks- gemeentemonumenten Cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Westflank: Groenzoom Oostflank: Landschapspark de Rotte Zichtbaarheid en beleefbaarheid Landscheiding Landschappelijke netwerk en herkenbaarheid/leesbaarheid

Geur

Goed

Goed

Omgevingsveiligheid

Negatief tot positief

Negatief tot neutraal

Lichthinder Bodem en ondergrond Water en klimaatadaptatie Hittestress Ecologie

Licht negatief Negatief tot licht positief Negatief tot licht positief Zeer negatief Neutraal tot positief

Negatief Zeer negatief tot neutraal Zeer negatief tot licht negatief Zeer negatief Neutraal tot positief

Cultuurhistorie en Archeologie

Positief

Licht positief

Landschappelijke kwaliteit8

Goed tot voldoende

Goed tot voldoende

-

Sturing en beïnvloeding mogelijk op lokaal niveau? Beperkt, geen invloed op de grootste geluidsbronnen (spoor, vliegverkeer, rijks en provinciale wegen). Deels, beperkte invloed op wegverkeer.

Grotendeels Deels, wel invloed op lokale projecten zoals woningbouw, beperkte invloed op gemeente overstijgende ontwikkelingen.

Deels, geen invloed op de stedelijke gebieden in de regio. Deels, beperkte invloed op bodemdaling wel invloed op de manier waarop met het bodemsysteem wordt omgegaan. Deels, wel invloed op de manier waarop we klimaat adaptieve maatregelen nemen. Beperkte invloed op glastuinbouw. Deels, beperkte invloed op glastuinbouw. Grotendeels, afhankelijk van samenwerking met diverse organisaties en medeoverheden. Ja

Ja, deels Pagina 93 van 109

1.1.3

Wonen

Huidige situatie Met een woningvoorraad van circa 25.500 woningen huisvesten we op dit moment ruim 65.000 inwoners. In figuur 1 staat de verdeling over de drie kernen. De huidige woningvoorraad bestaat vooral uit eengezinswoningen (circa 80%). Dit is historisch gegroeid en versterkt door de nieuwbouw tussen 1990 en 2010 op basis van de VINEX-opgave, die zich focuste op de regionale vraag naar eengezinswoningen. Voor VINEX-locaties moest 20% sociale huurwoningen geprogrammeerd worden. Dit in tegenstelling tot de niet-VINEX woningbouwlocaties, waar een programmering van 30% sociale huur gold. Ook vóór de VINEX-opgave was de mogelijkheid om sociale huurwoningen te realiseren vooral voorbehouden aan de steden, zoals Rotterdam. Daardoor bestaat de woningvoorraad in Lansingerland met name uit vrije-sector koopwoningen geschikt voor gezinnen. Dit vertaalt zich in het grote aandeel huishoudens met kinderen en de relatief jonge bevolking ten opzichte van de rest van Nederland. Ook een aanzienlijk deel van de huishoudens zonder kinderen, zoals alleenstaanden, ‘emptynesters’ en senioren, heeft een eengezinswoning. In figuur 2 staat de verdeling tussen koop- en huurwoningen.

Lansingerland biedt over het algemeen een aantrekkelijk, rustig en veilig woonmilieu, met overwegend moderne, groene en ruim opgezette woonwijken. De drie kernen en verschillende linten en buurtschappen hebben elk hun eigen karakter en woonmilieu. Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs zijn los van elkaar beiden uitgegroeid tot woonkernen zonder hun kwaliteiten te verliezen. Beiden woonkernen zijn flink gegroeid door de nieuwbouw tussen 1990 en 2010 op basis van de VINEX-opgave. De nieuwe wijken hier danken hun aantrekkingskracht aan de kwaliteit van woningen en openbare ruimte, het voorzieningenaanbod en nabijheid van groen. Bleiswijk is de dorpse kern van de gemeente met een authentiek centrum. De linten en buurtschappen hebben elk een andere verschijningsvorm en zijn beeldbepalend in de ruimtelijke structuur van de gemeente. Een specifiekere omschrijving van het karakter van de verschillende kernen en woongebieden staat in hoofdstuk 4. Alle drie de kernen hebben een goed voorzieningenaanbod, passend bij hun eigen schaal en karakter. De centra vullen elkaar goed aan. Er is een sterk sportaanbod in Lansingerland en met cultuurhuizen in elke kern. Door de centrale ligging in de Randstad zijn ook de stedelijke voorzieningen in de buurt. Rondom de kernen biedt de groene omgeving mogelijkheden voor ontspanning en beweging dichtbij de woonomgeving.

In het bijzonder de Groenzoom en het Rottemerengebied, maar ook het Annie M.G. Schmidtpark, de Vlinderstrik en ander (buurt)groen. Er zijn uitgebreide padennetwerken voor wandelaars en fietsers.

Figuur 1: Verdeling inwoners over de drie kernen

Figuur 2: Verdeling koop- en huurwoningen

6 Beoordeeld aan de hand van de meest up-to-date openbare data op het moment van schrijven, de beoordelingsschaal loopt van zeer negatief tot zeer positief.

De situatie in 2050 als de gemeente geen maatregelen beoordelingsschaal loopt van zeer negatief tot zeer positief 8 Niet beoordeeld in de Leefomgevingsfoto

6 78

neemt,

de

Pagina 94 van 109

Trends en ontwikkelingen Demografische ontwikkelingen De komende jaren zal Lansingerland nog blijven groeien: tot circa 87.000 in 20359. Net als heel Nederland, krijgt Lansingerland te maken met een aantal belangrijke demografische ontwikkelingen. Verhoudingsgewijs neemt het aantal senioren toe en het aantal jongeren af. De gemiddelde leeftijd neemt daardoor toe. Het aantal huishoudens neemt toe terwijl gelijktijdig het gemiddelde aantal mensen in een huishouden afneemt.

de gemiddelde verkoopprijs ver boven het landelijk gemiddelde. Het aanbod is daarmee prima voor gezinnen met een hoog inkomen, maar de slaagkans voor de lage en middeninkomens en jongvolwassenen is gering op de woningmarkt. Er is een druk op het betaalbare deel van onze woningvoorraad door de sterk gestegen prijzen van koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector. Daardoor kunnen veel mensen moeilijk een eerste stap zetten op de woningmarkt. De druk op het betaalbare deel van de woningvoorraad zien we ook terug in de toegenomen wachttijd voor een sociale huurwoning.

Kwantitatieve woningbouwopgave Lokaal en regionaal is de vraag naar woningen groot. Om die reden werken we in Lansingerland, sinds de voorgaande woonvisie, aan een woningbouwopgave van in totaal ca. 11.000 nieuwe woningen. Dit woningbouwprogramma is ook regionaal afgestemd middels het Regioakkoord 2022 en de Realisatieagenda wonen regio Rotterdam (Woondeal). De uitvoering van deze opgaven is dus al een aantal jaar onderweg en begint op stoom te raken. Belangrijke woningbouwprojecten zijn: ^ Wilderszijde, 2.700 - 3.000 woningen; ^ Bleiswijk (Merenweg, Lange Vaart), circa 900 woningen; ^ Driehoek Noordpolder, 150-175 woningen; ^ Wolfend, circa 600 woningen; ^ Bleizo-West, 4.000-6.000 woningen.

Daarnaast staat Lansingerland aan de vooravond van een demografische transitie, namelijk een toenemende vergrijzing. Op dit moment zijn we nog een ‘gezinnengemeente’, maar de bevolking verschuift langzaamaan richting een samenstelling waarbinnen de 65-plussers een groot aandeel innemen. Kinderen gaan uit huis (worden starters), ouders vergrijzen en worden ‘emptynesters’. Veel ‘emptynesters’ blijven wonen in hun eengezinswoning, wat de doorstroming belemmert.

De locaties waar de 11.000 woningen moeten komen tot 2040 zijn dus al bekend. We zijn om die reden niet op zoek naar nieuwe woningbouwlocaties tot 2040.

Wonen en zorg Door de toenemende vergrijzing zijn er over vijftien jaar 40% meer 65plussers dan nu10. In 2045 is het aantal 75-plussers naar verwachting zelfs verdubbeld11. Bovendien blijven ouderen mede als gevolg van landelijk beleid langer zelfstandig wonen. Een belangrijk aandachtspunt is daarom het bouwen van een gelijkvloers en gevarieerd woningaanbod voor deze doelgroep, en te zorgen voor voldoende en toegankelijke zorgvoorzieningen in de buurt.

Meer betaalbare en gelijkvloerse woningen om aan te sluiten bij de veranderende behoefte De demografische veranderingen zoals hierboven beschreven, hebben een invloed op de toekomstige woningvraag. De huidige woningvoorraad van Lansingerland bestaat op dit moment voor ongeveer 80% uit eengezinswoningen, terwijl de behoefte gaat veranderen. Daarnaast ligt 9 Bron: CBS (2024) en Bevolkingsprognose Lansingerland 2023-2035 (T23.05132). 10 Bron: Bevolkingsprognose Lansingerland 2023-2035 (T23.05132).

Er is dus behoefte aan een ander woningtype dan het type waar Lansingerland er op dit moment veel van heeft. Daarbij is er lokaal vooral vraag naar betaalbare, levensloopbestendige en gelijkvloerse woningen. Regionaal is er juist behoefte aan grondgebonden eengezinswoningen. De opgave is om te zorgen voor een woningvoorraad die aansluit bij de behoefte van de verschillende doelgroepen in de samenleving.

11

Bron: PBL/CBS: Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022.

Pagina 95 van 109

Bijzondere doelgroepen Daarnaast is het huisvesten van verschillende (bijzondere) doelgroepen de laatste jaren voor gemeenten een steeds specifiekere opgave geworden. Er is aandacht nodig voor het gebrek aan beschikbaarheid aan passende woningen voor woonwagenbewoners, arbeidsmigranten, statushouders, mensen met woon-zorgvraag, vluchtelingen/asielzoekers en spoedzoekers. De huisvesting van arbeidsmigranten (werknemers) is mede een opgave voor de betreffende bedrijven. Er kunnen kansen liggen in het koppelen van huisvesting aan (nieuwe) bedrijfslocaties. Toekomstbestendige woongebieden en voorzieningen Voor huidige en nieuwe inwoners is het onze opgave om te zorgen voor toekomstbestendige, gevarieerde en kwalitatieve woonwijken met voldoende voorzieningen. Daarom sturen wij bij nieuwbouwwoningen er op dat er voldoende voorzieningen zijn voor sport, cultuur en ontspanning, passend bij de groeiende bevolking. Ook specifiek voor jongeren is een passend belevingsaanbod met sport en cultuur nodig. Om aantrekkelijk te blijven voor jonge gezinnen zijn een goede samenwerking met scholen, een schone, hele en veilige buitenruimte en voorzieningen voor kinderen en jongeren van belang onder andere voor ontmoeten en bewegen. De openbare ruimte groeit mee met het groeiend aantal inwoners. Sociale veiligheid en leefbaarheid Het aantal inwoners zal de komende jaren sterk groeien.

Dat betekent dat meer mensen gebruik maken van dezelfde ruimte. Daarbij is het bewaken van de sociale veiligheid ook belangrijk. Betrokkenheid bij de buurt draagt hieraan bij, maar ook fysieke veiligheid zoals veilige fiets- en wandelroutes naar voorzieningen (dorp, sport et cetera), veilige speelplekken en andere openbare ruimten. Ook is de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor ouderen en mensen met een beperking een belangrijk aandachtspunt.

1.1.4

Economie

Huidige situatie Lansingerland is een ondernemende gemeente. Volgens de Kamer van Koophandel zijn in Lansingerland bovengemiddeld meer bedrijven gevestigd. Impactvolle, lokaal gewortelde familiebedrijven, Horti Science, logistieke dienstverleners, handel en zakelijke dienstverleners kenmerken de economie van Lansingerland. In Lansingerland is er ruimte voor bedrijvigheid op verschillende werklocaties met een lokale en regionale functie. We onderscheiden verschillende type werklocaties: centrumgebieden, werklocaties in woonwijken, werklocaties op linten, werklocaties in recreatiegebieden en veertien bedrijventerreinen. In totaal omvatten deze bedrijventerreinen 331 hectare netto uitgegeven areaal. De huidige staat van de bedrijventerreinen is redelijk tot uitstekend12. Er zijn geen slecht functionerende of sterk verouderde bedrijventerreinen, leegstand is er nauwelijks. Er is een grote vraag naar bedrijfsruimte en bedrijven hebben moeite om ruimte te vinden om te groeien. In 2022 was het leegstandpercentage lager dan 1%, voor een goede doorstroming is een percentage van 5% gewenst.

De bedrijventerreinen zijn een belangrijke motor van de lokale economie, ze hebben een grote rol in de werkgelegenheid en een belangrijke functie voor het Horti Science cluster, het lokale dorp en regioverzorgende midden- en kleinbedrijf (mkb) en grote bedrijven (onder meer logistiek en distributie tot op internationaal niveau). Met ruim 12.000 arbeidsplaatsen verzorgen de bedrijventerreinen circa 42% van de totale werkgelegenheid in de gemeente en bieden ze ook werk voor de regio. Die werkgelegenheid is de afgelopen jaren sterk gegroeid door het aantrekken van nieuwe bedrijven, maar ook doordat bestaande ondernemingen groeien. Daarnaast heeft Lansingerland een sterke en betrokken middenstand. Iedere kern heeft een eigen kenmerkende mix aan winkels en voorzieningen en betrokken ondernemersverengingen. De centrumgebieden van Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk en buurtwinkelcentrum Gouden Hart functioneren momenteel goed. Er komt genoeg winkelpubliek, er is relatief weinig winkelleegstand en de centra

12 Bron: Nulmeting bedrijventerreinen Lansingerland, Stec Groep (2023). Pagina 96 van 109

zijn over het algemeen schoon, heel en veilig13. Het Gouden Hart is relatief nieuw (2015), het centrum van Bergschenhoek is recent opgeknapt (2022) en de uitbreiding van het centrum van Berkel west is zo goed als afgerond.

Trends en ontwikkelingen Meer aandacht voor brede welvaart In korte tijd heeft het begrip brede welvaart veel aandacht gekregen van diverse overheden en maatschappelijke instituties. Het begrip is een aanvulling op (of soms zelfs ter vervanging) van economische groei uitgedrukt in het bruto binnenlands product (BBP). Brede welvaart is op verschillende manieren te definiëren, maar in de kern gaat het erom dat we niet alleen oog hebben voor materiële welvaart, maar ook voor sociaal welzijn, natuur, klimaat en gezondheid. En niet alleen bij onszelf in het hier en nu, maar ook voor later en elders. Bij overheden wordt brede welvaart steeds meer omarmd, omdat in Nederland de grenzen aan de groei steeds duidelijker zichtbaar worden en er daardoor behoefte ontstaat aan een breder afwegingskader voor het maken van politieke keuzes. Sinds 2023 publiceert het CBS op Prinsjesdag aanvullende factsheets brede welvaart bij alle begrotingen van alle ministeries. Behouden ruimte voor werken In Zuid-Holland blijft de vraag naar ruimte voor bedrijven onverminderd groot. Tot nu toe is de vraag naar ruimte voor economische activiteiten vaak beantwoord met het bieden van extra ruimte, bijvoorbeeld door landbouwgrond te transformeren.

De provincie constateert dat deze aanpak niet oneindig mogelijk is en heeft daarom in de “Ruimtelijke Koers voor Zuid-Holland” vastgelegd dat ruimte voor werken zich moet ontwikkelen binnen de ruimte die daarvoor al (tot 2030) is gereserveerd. De groei van de bevolking, het beschikbare arbeidspotentieel in en nabij grote steden en de transitie naar een circulaire en duurzame economie zorgen ervoor dat ook in Lansingerland de vraag naar werklocaties aanhoudt.

Een belangrijke opgave is om voldoende ruimte voor werken te behouden. De vraag naar werklocaties blijft groot en de bevolking groeit. Tegelijkertijd staat de ruimte voor werken onder druk door onder meer transformaties van werk- naar woonfuncties, waardoor het areaal aan beschikbare werklocaties afneemt. Om te bepalen hoeveel ruimte er voor - huidige en toekomstige - bedrijvigheid op welke locaties nodig is, zijn het beoogde werkmilieu (Horti Science, logistiek, kantoren, gemengd woon-werk) en de bereikbaarheid van locaties belangrijke factoren. Om te zorgen dat de juiste bedrijven op de juiste plek zitten kan het nodig zijn om bedrijventerreinen en andere werklocaties beter te organiseren en benutten. Zo kunnen er kansen liggen in het mengen van functies, door bijvoorbeeld de woningopgave en ruimte voor lichte bedrijvigheid te combineren. Daarbij is de (sociale) veiligheid een aandachtspunt. Duurzaamheid en groene transitie Nederland streeft naar een duurzame economie, gedreven door Europese regelgeving en het Klimaatakkoord. Bedrijven en de overheid investeren zwaar in groene technologieën, energietransitie en circulariteit. Er is een groeiende focus op hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonneenergie, de elektrificatie van transport, en innovaties in energiebesparing en CO2-reductie.

Ook veranderende consumentenverwachtingen zijn een belangrijke drijfveer voor bedrijven om te verduurzamen. Bedrijven krijgen te maken met strengere CO2-heffingen en emissieregels, wat directe financiële gevolgen heeft. Waterstof wordt gezien als een veelbelovende technologie om CO2-uitstoot te verminderen, vooral in sectoren zoals de industrie en zwaar transport, waar elektrificatie moeilijker is. Nederland is actief bezig met het ontwikkelen van een waterstofeconomie. De circulaire economie richt zich op het maximaliseren van het hergebruik van producten en grondstoffen, hernieuwbare grondstoffen en het minimaliseren van afval. Voor bedrijven betekent dit dat zij hun productiemodellen moeten herzien en overstappen op circulaire productieprocessen. Materialen en producten moeten worden ontworpen met hergebruik en recycling in gedachten. Bedrijven in sectoren zoals bouw, mode en elektronica worden hier sterk door beïnvloed.

13 Bron: Uitgangspunten Vitale kernen Lansingerland 2024-2030 (T23.02022). Pagina 97 van 109

Een ander aandachtspunt is dat bedrijventerreinen vaak hitte-eilanden en kwetsbaar voor wateroverlast zijn. Een kentering is nodig om hier toekomstbestendig te kunnen ondernemen. De verduurzaming van bedrijventerreinen kan een bijdrage leveren aan het behalen van de klimaatdoelen van de gebouwde omgeving.

Digitalisering zorgt ervoor dat meer werkzaamheden door minder mensen gedaan kunnen worden. Automatisering en robotisering kan ervoor zorgen dat de afhankelijkheid van personeel vermindert en de efficiency van de uitvoering vergroot. Digitalisering zorgt ervoor dat mensen meer tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken.

Circulaire economie Op het gebied van een circulaire economie staat Lansingerland -net als de rest van Nederland- in de beginfase van de transitie. We zien een toenemend aantal bedrijven dat hier actief mee bezig is om een toekomstbestendig en circulair bedrijfsmodel te ontwikkelen.

De opkomst van thuiswerken tijdens de pandemie heeft geleid tot een blijvende verschuiving naar hybride manieren van werken. Meer hybride werken draagt bij aan het verspreiden van de verkeersstromen en kan wegen ontlasten.

Ook als gemeentelijke organisatie zijn we begonnen aan de transitie naar duurzamer materiaalgebruik. Met de invoering van een gedifferentieerd tarief voor huishoudelijk afval (DIFTAR) per 2023 stimuleert de gemeente scheiding van afvalstromen. Met succes, de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar is in een jaar tijd met ruim een derde afgenomen. Ook bij wijkrenovaties en nieuwe gebiedsontwikkelingen is er in toenemende mate oog voor circulair materiaalgebruik. Digitalisering en automatisering In de digitalisering van de economie volgen de nieuwe technologieën zich in hoog tempo elkaar op. Hierdoor is het in de tuinbouw al mogelijk om op afstand gewassen te telen. De coronapandemie heeft de digitalisering van verkoopkanalen versneld, en steeds meer MKB-bedrijven richten zich op online verkoop via ecommerceplatforms, sociale media of eigen websites. Dit geldt niet alleen voor detailhandelaren, maar ook voor dienstverleners. Online winkelen blijft toenemen, wat impact heeft op de winkelgebieden en de vraag naar distributiecentra vergroot. Het lijkt erop dat de winkelgebieden in Lansingerland weinig geraakt worden door de onlineverkopen. De leegstand is te laag waardoor nieuwe ondernemers met moeite een geschikt winkelpand kunnen vinden. Langs de A12 en dus ook in Lansingerland zijn veel distributiecentra verrezen en de vraag naar dit type vastgoed is nog steeds groot.

De keerzijde van vergaande digitalisering is dat de dreiging van digitale aanvallen ook toeneemt. Vanuit de landelijke overheid zien we een steeds sterkere oproep om oog te hebben voor cybersecurity. Krapte op de arbeidsmarkt Een groeiende economie vraagt om meer arbeidskrachten. We hebben echter te maken met vergrijzing en een krapte aan personeel in verschillende sectoren, zoals de zorg, techniek, ICT, onderwijs en de bouw. Het MKB heeft vaak niet dezelfde middelen als grote bedrijven om concurrerende salarissen of uitgebreide secundaire arbeidsvoorwaarden aan te bieden waardoor het voor het MKB moeilijker is om geschikt personeel te vinden. Inclusiviteit Duurzaamheid en inclusiviteit worden steeds belangrijkere thema’s op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat bedrijven worden aangemoedigd om duurzaamheidsdoelen te integreren in hun bedrijfsvoering en om diversiteit en inclusiviteit te bevorderen binnen hun personeelsbestand. Bedrijven die zich richten op duurzame bedrijfsvoering en inclusieve arbeidsomstandigheden kunnen aantrekkelijker worden voor jong talent, dat steeds meer waarde hecht aan ethische en duurzame werkgevers. Ook kunnen bedrijven door inclusiever te zijn, zoals door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen, een groter deel van de arbeidsmarkt aanspreken.

Pagina 98 van 109

Internationale arbeidsmobiliteit Door globalisering en het tekort aan gekwalificeerd personeel wordt de arbeidsmarkt steeds internationaler. Nederlandse bedrijven werven vaker werknemers uit andere EU-landen of zelfs daarbuiten om tekorten op te vangen, vooral in sectoren zoals techniek, zorg en IT. De tuinbouw en logistiek zijn sectoren waar veel arbeidsmigranten werken. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het gewenst dat overheden de huisvesting daarvan meer reguleren om misstanden te voorkomen. Centrumgebieden: Van winkelen naar verblijven Het koopgedrag van consumenten is de afgelopen jaren dusdanig veranderd, waardoor een centrum verandert van ‘place to buy’ naar ‘place to be’. Het hebben van een mix aan functies en voorzieningen in de kernen zorgt voor een aantrekkelijk verblijfsklimaat. Bewoners en bezoekers komen naar de kernen om te verblijven, wonen, werken, ontmoeten, recreëren, gebruik te maken van diensten en inkopen te doen. In levendige centra staan winkels zij aan zij met ontmoetingsplekken, kunst en cultuur, gezondheid en welzijn, dienstenbedrijven, maakbedrijven, flex-kantoren, zorgcentra, en scholen. In centra groeit het belang van horeca, terrassen en andere consumentenvoorzieningen bijvoorbeeld voor cultuur en ontspanning. De mix aan functies zorgt voor een langere verblijfsduur van bezoekers.

Winkeliers maken hun onderneming toekomstbestendiger door beleving naast producten aan te bieden (bijvoorbeeld personal shopping), te ‘blurren’ (mengconcepten toepassen, bijvoorbeeld horeca in een winkel). En ook door te digitaliseren (bijvoorbeeld mengen van on- en offline winkelen). 1.1.5

Horti Science

Huidige situatie In Lansingerland is een unieke Horti Science sector met internationale betekenis ontstaan, gericht op de ontwikkeling van gezonde voeding en sierteelt. De clustering van innovatieve bedrijven en instellingen zorgt voor een sterk kennisnetwerk. Wageningen University & Research (WUR), wereldwijd een toonaangevend tuinbouwinstituut, heeft een locatie in de gemeente. Horti Science bedrijven uit Lansingerland vervullen een belangrijke rol in de veredeling van en wereldhandel in groenten, fruit,

planten en bloemen. Het Horti Science Park met de WUR en Delphy, meerdere wereldmarktleiders (Anthura, Bayer Crop Science en Koppert Biological Systems) en diverse andere toonaangevende bedrijven, bekend vanwege hun innovatieve producten en diensten, zijn in Lansingerland gevestigd. De Horti Science sector draagt in grote mate bij aan de lokale economie en is een belangrijke werkgever. De totale exportwaarde van de glastuinbouw in Lansingerland is 1,1 miljard en met 8.500 arbeidsplaatsen is deze sector de grootste werkgever van Lansingerland (één op drie banen). De sector is ook actief op het gebied van duurzaam ondernemen. Zo is de eerste geothermiebron van Nederland ontwikkeld in het Lansingerlandse glasgebied, zijn er meerdere geothermiebronnen ontwikkeld en is er een beperkt aantal biomassacentrales. We hebben het grootste warmtenet in een Nederlands glasgebied, waarop een groot deel van de kassen is aangesloten.

Trends en ontwikkelingen Verduurzaming van de sector Ondanks het hoge innovatiegehalte, staat de traditionele bedrijvigheid onder druk. De primaire productiebedrijven (voedsel en sierteelt) zijn deels kostprijs gedreven, waardoor de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en schoon (grond)water een uitdaging is. In aanvulling op de al aanwezige biomassacentrales en geothermiebronnen moet daarom nog een flinke slag worden geslagen met het (door)ontwikkelen van warmtenetten, het energie- en (drink)water zuiniger telen en het behalen van de verschillende nationale duurzaamheidsdoelen. Daarbij biedt de sector met flexibel in- en afschakelbare warmtekrachtcentrales/­ koppelingen ook kansen om het stroomnet in balans te houden. Dit vergt wel een grotere capaciteit op het energienet. Bij de verduurzaming zoeken we naar meekoppelkansen om de fysieke leefomgeving te verbeteren op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Economisch vitale sector Om economisch vitaal te blijven moet er ingespeeld worden op de grote ontwikkelingen die op ons afkomen. Grote opgaven zijn onder meer de digitalisering (en robotisering), klimaatverandering, energietransitie en de Pagina 99 van 109

overgang naar een circulaire economie. De druk op de ruimte en de leefomgeving neemt toe, waarin ook de glastuinbouwsector een aandeel heeft. Lansingerlandse bedrijven moeten continu kunnen innoveren om mee te blijven doen als wereldspelers. Om onze unieke uitgangssituatie en kernkwaliteit (beschreven in hoofdstuk 2) te behouden ligt er een belangrijke opgave in het toekomstbestendig houden van het innovatieve glastuinbouwcluster. Doorontwikkeling van het Horti Science Park speelt daarin een belangrijke rol. De sector zorgt ook voor economische koppelkansen, bijvoorbeeld in de kennis van en omgang met reststromen en inhoudsstoffen, en fungeert mede daardoor als ‘magneet’ voor kennisintensieve bedrijven. Aan de andere kant speelt ook de vraag hoe we om moeten gaan met minder toekomstbestendige glastuinbouwgebieden en leegstand. Daar ligt dan ook een transformatieopgave, waarbij de beste invulling) sterk afhangt van de locatie. Combinaties van glastuinbouw met andere opgaven kunnen ook kansen bieden, evenals meervoudig ruimtegebruik zoals kas op dak en meerlaags telen. 1.1.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=445a59d5-9f30-4fc7-9caf-9fa155aa1c98