[T25.00524] Ontwerp Omgevingsvisie 2.0
Tekst van het document
Daardoor zijn zij een unieke doelgroep met specifieke behoeftes. Statushouders en spoedzoekers Ambitie: Flexibele schil voor tijdelijke huisvesting Het huisvesten van statushouders (de gemeentelijke taakstelling) is een omvangrijke opgave. Het jaarlijks volledig huisvesten van deze doelgroep kan niet worden voorzien met alleen de inzet van het vrijkomend huurwoningaanbod van
woningcorporaties. Om nu en in de toekomst statushouders, maar ook spoedzoekers, Oekraïners/ vluchtelingen (nieuwkomers) of nieuwe doelgroepen met een urgente woonvraag tijdelijk te huisvesten, werken we aan een flexibele schil. Onder een flexibele schil verstaan wij tijdelijke of permanente woningen met tijdelijke huurcontracten voor de bewoners of opvang. Deze schil speelt in op de structurele, maar toch ook fluctuerende vraag naar huisvestingsoplossingen die deze groepen hebben. Deze schil is structureel van karakter en groot genoeg zodat we pieken kunnen opvangen. Hiermee werkt het als drukventiel voor spanningen op de woningmarkt. Samenleven en leefomgeving Ambitie: Vitale buurten Om goed te wonen vinden wij sociale, gezonde en veilige leefgemeenschappen van belang, waarbij aandacht is voor sociale verbondenheid. Hiervoor dienen er in de nabijheid voldoende maatschappelijke functies, werkfuncties, groen en blauw, winkels, cultuur en mogelijkheden voor kinderen om fijn op te groeien te vinden zijn. Nabijheid als ordenend principe voor deze voorzieningen is met name van belang voor kwetsbare mensen, die vaker een kwalitatief goede plek nodig hebben om goed te wonen en weinig keuze hebben in de plek waar ze wonen.
De directe woon- en leefomgeving dient daarom van een goede ruimtelijke kwaliteit te zijn, onder meer schoon, heel en veilig, en uit te nodigen om naar buiten te gaan, te verblijven en te ontmoeten. Dit vinden wij van belang in bestaande wijken en bij nieuwbouwontwikkelingen. Om goed te wonen zijn sociale, gezonde en veilige leefgemeenschappen met in de nabijheid maatschappelijke functies, werkfuncties, een groenblauwe omgeving, winkels, cultuur en mogelijkheden voor kinderen om fijn op te groeien essentieel. De directe woon- en leefomgeving dient daarom van een goede ruimtelijke kwaliteit te zijn en uit te nodigen om naar buiten te gaan, te verblijven en te ontmoeten. We hanteren hierbij het principe van schoon, heel en veilig. Dit geldt met name voor kwetsbare mensen, die vaak weinig keuze hebben in de plek waar ze wonen. We zetten in op nabijheid als ordenend principe voor voorzieningen om te komen tot een vitale leefomgeving.
Pagina 25 van 112
We sturen daarnaast aan op sociale menging in de wijk. Hierdoor dragen we bij aan sociale verbondenheid tussen verschillende groepen. We sturen op een gemengd betaalbaarheidsaanbod in de buurt met verschillende woningtypen. Op deze manier kan de woningvoorraad ook mogelijkheden bieden voor jonge mensen om in te stromen, en voor oudere mensen om door te stromen. Bij nieuwbouwontwikkelingen hebben we oog voor ons onderscheidende groene woonmilieu in de polder. We voldoen aan de woningbehoefte en bieden tegelijkertijd een groene omgeving. We kiezen voor meer gestapelde woningbouw zodat er horizontaal meer ruimte ontstaat voor een hoogwaardige, groene leefomgeving. Daarnaast voorzien we op deze manier in de behoefte naar gelijkvloerse woningen voor ouderen en appartementen voor starters. Door een hogere huishoudensdichtheid versterken we bovendien het draagvlak voor ons voorzieningenniveau. We sturen daarnaast aan op sociale menging in de wijk. Hierdoor dragen we bij aan sociale verbondenheid tussen verschillende groepen. We sturen op een gemengd betaalbaarheidsaanbod in de buurt met verschillende woningtypen. Op deze manier kan de woningvoorraad ook mogelijkheden bieden voor jonge mensen om in te stromen, en voor oudere mensen om door te stromen.
Arbeidsmigranten Ambitie: Wij sturen op een lokale balans tussen het aantal werkzame arbeidsmigranten en het aantal huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten die werkzaam zijn in Lansingerland behandelen wij als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving. Er is een behoefte aan kwalitatief goede huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten. Wij vinden het van belang dat deze mensen die werkzaam zijn in de gemeente zoveel mogelijk over een passend en leefbaar verblijf beschikken. Op de lange termijn werken wij daarom toe naar een lokale balans tussen het aantal werkzame arbeidsmigranten en het aantal kwalitatief goede huisvestingsplekken voor deze mensen. Wij focussen ons hierbij op het short- en midstay verblijf. Voor een meer permanent karakter van hun verblijf zijn reguliere woningen meer geschikt. Daarnaast passen tijdelijke huisvestingsvormen bij de onzekere ontwikkeling
van de toekomstige vraag naar arbeidsmigranten door de bedrijven in de gemeente. Dit houdt in dat het de standaard is om huisvesting te faciliteren met een tijdelijk karakter, maar een hoogwaardige kwaliteit. Om deze balans te krijgen voeren we een faciliterend en regisserend beleid om op een zorgvuldige manier onder voorwaarden op goed kwalitatief niveau en in fases deze huisvestingslocaties toe te voegen. Dit zodat we aandacht hebben voor een goede woon- en leefomgeving. In de eerste fase streven we ernaar om de behoefte uit het vastgestelde Huisvestingsbeleid Arbeidsmigranten uit 2019 te behalen. In de eerste fase streven we ernaar om ca. 1.200 huisvestingsplekken toe te voegen. Dit aantal is gelijk aan de behoefte die in 2019 is vastgesteld minus het aantal huisvestingsplekken dat sindsdien gerealiseerd is (1.450 – 260). Daarna zullen we de behoefte monitoren en evalueren hoe we de volgende fase ingaan. Voor het toevoegen van huisvestingslocaties zijn marktpartijen verantwoordelijk voor het indienen en ontwikkelen van initiatievenen te ontwikkelen. Hierbij werken wij samen met een verscheidenheid aan marktpartijen die bonafide handelen en zoveel als mogelijk lokaal geworteld zijn. Ambitie: Voor bestaande en nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten streven wij naar een goede woonen leefomgeving.
Dit geldt voor iedereen: voor de arbeidsmigranten zelf, maar ook voor omwonenden en andere inwoners. Voor het invullen van de huisvestingsbehoefte streven we daarom ook naar een lokale balans tussen bestaande en nieuwe huisvestingsplekken, en naar een goede woon- en leefomgeving. Huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten hebben net als reguliere woningbouwlocaties effecten voor omwonenden en andere inwoners. Zo kunnen huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten druk op voorzieningen als zorg en supermarkten vergroten en kan in de nabijheid van huisvestingslocaties het aantal verkeersbewegingen toenemen. Omvang, vorm, locatie, aantal, spreiding en beheer van huisvestingslocaties dragen hier onder meer aan bij. Wij hanteren Pagina 26 van 112
hiervoor criteria die we bij aanvang meegeven aan de initiatiefnemer. Bovendien vinden we het van belang om ook in de exploitatiefase grip te houden op een goede woon- en leefomgeving, zoals de druk op voorzieningen. Daarnaast kan een verwachte toename van de bedrijvigheid waarvoor arbeidsmigranten werkzaam zijn, betekenen dat er meer huisvestingslocaties nodig zijn. In dit geval hebben we aan de voorkant ook al aandacht voor de woon- en leefomgeving, alsmede de aanwezigheid van de belangrijkste voorzieningen op loop- en/of fietsafstand om de noodzaak tot autogebruik ook voor deze doelgroep terug te dringen en (parkeer)overlast te voorkomen. Verder vinden we het belangrijk om, in samenwerking met werkgevers en huisvesters, arbeidsmigranten ondersteuning te bieden voor het deelnemen aan de samenleving. Arbeidsmigranten hebben extra hulp nodig om fijn te kunnen verblijven in Nederland, aangezien zij (al dan niet tijdelijke) nieuwkomers zijn in ons land.
3.3.2. Kwaliteit van de leefomgeving Klimaat Ambitie: Klimaatadaptieve gemeente in 2050 Zoals afgesproken in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is Lansingerland in 2050 een klimaatbestendige gemeente. We benutten de openbare én private ruimte voor het beperken van wateroverlast en het infiltreren van hemelwater. Soms blijft er water op straat staan, dat accepteren we als het niet tot schade leidt. We maken onze inwoners hier bewust van. Vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren ook bij hevige neerslag. Waar mogelijk zijn verhardingen waterpasserend of vervangen we niet-functionele verharding door groen of oppervlaktewater. Op deze manier wordt niet alleen wateroverlast tegengegaan, maar ook de gevolgen van droogte. Dit betekent dat we rekening houden met eventuele meerkosten en het benodigde ruimtegebruik van ingrepen voor een klimaatadaptieve inrichting. De inrichtingseisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (Provincie Zuid-Holland, 2022)
zijn daarbij leidend. Ook in bestaand bebouwd gebied sturen we op vermindering van onnodige verharding en bodemherstel. Om hittestress te voorkomen zorgen we voor beloopbare en fietsbare schaduwrijke routes dicht bij de voordeur richting beleefbare, groene en koele plekken. Op buurtniveau is er voldoende schaduw aanwezig, in overeenstemming met het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Extra aandacht wordt besteed aan het toevoegen van schaduw bij de inrichting van locaties waar kinderen spelen om hen te beschermen tegen huidkanker. Daarnaast beschikt het groen in droge periodes over voldoende water, gaan we bodemdaling tegen door verdroging van de ondergrond tegen te gaan en verwerken we hemelwater op een natuurlijke manier. Bij nieuwe ontwikkelingen worden, conform de landelijke maatlat 'Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving', randvoorwaarden gesteld om bodemdaling tegen te gaan (zoals een restzettingseis) op basis van een levenscyclus benadering. Hiermee worden hoge beheer en onderhoudskosten, in de toekomst, voorkomen. Ambitie: Iedere inwoner woont in een veilige en klimaatadaptieve omgeving Het creëren van een groene en klimaatadaptieve leefomgeving zorgt voor een toekomstbestendige en veilige omgeving om in te wonen, te werken en te ontspannen.
Ambitie: Rekening houden met het bodem- en watersysteem bij ontwikkelingen Locatiekeuze voor nieuwe bebouwing vindt onder meer plaats op basis van het Afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving en inrichting van nieuwe verstedelijking op basis van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. We bouwen woningen met het doel dat deze decennia kunnen blijven staan. We moeten dus rekening houden met het bodem- en watersysteem bij de nieuwe woningbouw-ontwikkelingen.
Pagina 27 van 112
Ambitie: Wateroverlast en droogte zorgen niet voor schade aan gebouwen, infrastructuur, vitale functies, groen en fundering Door in te zetten op het infiltreren, vasthouden en bergen van hemelwater in de ondergrond kan schade door wateroverlast en droogte voorkomen worden. Om dit te bereiken moeten we onze eigen gemeentelijke gronden vergroenen en meer waterdoorlaatbaar maken. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de gemeente, maar ook bij onze inwoners. Samen met onze inwoners voorkomen we schade door water en droogte in de toekomst. Ambitie: Iedere inwoner heeft toegang tot een koele en beleefbare groene openbare plek dicht bij de woning ten tijde van hitte Door de leefomgeving zo in te richten dat iedere inwoner via een schaduwrijke route naar een koele, groene openbare plek kan bewegen, wordt er een fijnere en gezondere leefomgeving gecreëerd ten tijde van hitte. Door het creëren van groene en schaduwrijke routes dragen we ook bij aan onze ambitie om onze groenblauwe structuren en de biodiversiteit te versterken. Ambitie: We zetten in op groene en klimaatadaptieve werklocaties om de arbeidsproductiviteit te verhogen, om hittestress en wateroverlast tegen te gaan, en om verdroging van de ondergrond te voorkomen Werklocaties zijn veelal erg verhard, waardoor juist op de plekken waar zich overdag veel mensen bevinden hittestress kan ontstaan.
Door deze verharding kan hemelwater niet goed de ondergrond infiltreren, waardoor wateroverlast of juist verdroging van de ondergrond kan ontstaan. Door in te zetten op groene ommetjes op werklocaties kunnen deze problemen worden beperkt. Tegelijkertijd worden werknemers uitgenodigd om in hun pauze naar buiten te gaan en een wandeling te maken. Dit heeft positieve effecten op de concentratie, werkproductiviteit en vitaliteit van de werknemer. Het realiseren van klimaatadaptieve werklandschappen met groene ommetjes draagt bovendien bij aan onze biodiversiteitsdoelstellingen.
Water en bodem Ambitie: Schoon en gezond water in 2050 We maken afspraken met andere overheden ter invulling en uitvoering van de verantwoordelijkheid onder de Kaderrichtlijn Water (KRW). We doen dit in concrete stappen en focus op de taakstelling van de KRW voor 2027. Vanuit collectieve verantwoordelijkheid nemen we samen maatregelen om de waterkwaliteit structureel te verbeteren. We saneren riooloverstorten waar nodig en blijven investeren in een robuust rioleringsstelsel. Ook is de aanvoer van gebiedsvreemd water geminimaliseerd. Bedrijfswater wordt niet ongezuiverd op het riool geloosd. Lozingen op het oppervlaktewater zijn niet toegestaan. We zien hier streng op toe, en zorgen er samen met de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) voor dat zulke lozingen niet meer voorkomen. Onze bewoners en bezoekers hebben voldoende gezonde, veilige locaties waar ze in open water kunnen zwemmen en recreëren. Ambitie: Een robuust verbonden watersysteem in 2050 In 2050 is ons watersysteem robuust, flexibel en regionaal verbonden. We beheren en onderhouden ons watersysteem natuurinclusief, in samenwerking met de waterschappen. Onze watergangen vormen robuuste en duurzame lokale en regionale ecologische verbindingen, met natuurvriendelijke oevers waar mogelijk.
De hele Rotte, van oorsprong tot dam, van open polders tot binnenstad Rotterdam, is onderdeel van één groot landschapspark van regionaal belang. Er gelden strikte voorwaarden voor de waterkwaliteit in onze belangrijkste waterlichamen en we gaan er zorgvuldig mee om. Samen met de waterschappen verwerken wij ons afvalwater doelmatig, met een optimale balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s, en we passen strategisch rioolmanagement toe. De capaciteit van rioolwaterzuiveringen en van onze riolering wordt meegenomen bij de locatiekeuze voor (grootschalige) woningbouw. Dat houdt in dat we ons rioolstelsel op de voorziene uitbreidingen voorbereiden en rekening houden met de toekomstige rioolbelasting, en dat capaciteit van rioolwaterzuiveringen en van onze riolering wordt meegenomen bij de locatiekeuze voor grootschalige woningbouw en verstedelijking. Pagina 28 van 112
Met bovenregionale stresstesten brengen we regelmatig de kwetsbaarheid voor extreme neerslag in beeld. We pakken deze integraal op in onze projecten. In diepe polders is 5-10% ruimte gereserveerd voor waterberging. Hier is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij dit niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen.
In onze polders, gelegen in laagveengebieden, streven we naar een grondwaterstand van 20 cm tot 40 cm onder maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie. We bewegen toe naar een grondwaterstand van 20 cm tot 40 cm onder maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied.
Bodem biedt stevigheid, als fundament voor onze leefomgeving en onze economie. Het is van belang dat de drie bodemcomponenten (fysisch, chemisch en biologisch) met elkaar in balans zijn. Staan deze componenten niet goed in balans dan kan er overlast ontstaan.
We stimuleren glastuinbouwbedrijven om eigen gietwater in regenwaterbassins op te vangen. Wij vinden het belangrijk dat regenwaterbassins aangesloten worden op Rainlevel of op een vergelijkbaar systeem om wateroverlast in het kassengebied te voorkomen. Om voldoende gietwater beschikbaar te hebben in tijden van droogte, wordt het vergroten van de opslag van regenwater gestimuleerd. De opslag kan gezocht worden in de zandlaag in de bodem, maar ook in grotere waterbassins, waarbij het aanleggen van collectieve systemen de voorkeur heeft. Deze kunnen bovendien gecombineerd worden met drijvende zonnepanelen. Ons streven is om uiteindelijk te komen tot een situatie dat alle kassen volledig emissieloos zijn en alle lekstromen, zoals via de kasvloer, zijn afgesloten. Het afwentelen van schadelijke emissies van privaat naar publiek wordt zo voorkomen.
Daarnaast zien we kansen om een bredere bewustwording op de diverse onderwerpen van de fysieke leefomgeving te creëren voor onze inwoners. Ambitie: Een waterbestendig Lansingerland Locaties voor nieuwe verstedelijking kiezen wij onder meer op basis van het Afwegingskader Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving (2023) van het ministerie van IenW en BZK en inrichting van nieuwe verstedelijking op basis van de Maatlat Groene en Klimaatadaptieve Bebouwde Omgeving (2023) van het Rijk en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen van de provincie Zuid-Holland. Nieuwe ondergrondse infrastructuur, zoals (gescheiden) riolering, is vanaf het eerste moment integraal onderdeel van elk project in Lansingerland. We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Daarbij gaan we uit van meervoudig ruimtegebruik, zoals groene daken en natte stedelijke natuur. Hemelwater in Lansingerland is afgekoppeld. Het wordt vastgehouden, waar mogelijk naar de bodem geïnfiltreerd om het grondwater aan te vullen of via het hemelwaterriool afgevoerd naar de watergangen. In 2035 hebben wij de doelen van het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing (2024) behaald. We passen deugdelijke bodembescherming toe, waarbij we ons richten op het voorkomen van directe verspreiding van schadelijke stoffen naar bodem en grondwater en indirecte verspreiding via emissie en depositie.
Landschap en ruimtelijke kwaliteit Ambitie: We ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit, samenhang en waar mogelijk versterken we deze Landschap en ruimtelijke structuren onder druk De kwaliteit van onze kenmerkende ruimtelijke en historische structuren en elementen staat onder druk door verschillende ontwikkelingen en transities. De energietransitie, klimaatverandering, mobiliteitstransitie, verstedelijking, verkassing en verdozing hebben invloed op de uitstraling en toekomstbestendigheid van onze buitenruimte. Ruimtelijke Kwaliteit ontstaat wanneer er synergie gevonden wordt tussen gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (herkenbaar), herkomstwaarde (cultuurhistorie) en toekomstwaarde (duurzaam, aanpasbaar). Het gaat dus niet over ‘mooi’, maar over ‘goed’. Ruimtelijke kwaliteit is essentieel om een goede leefomgeving te creëren. Ruimtelijke kwaliteit is altijd het uitgangspunt. Pagina 29 van 112
Ruimtelijke gebiedskenmerken vormen de basis voor de menselijke leefomgeving, van bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden, landbouwgebieden, aanpak energiesystemen tot nieuwe woongebieden, kernen, centra en groengebieden. Ze zijn jarenlang bepaald door water, bodem, cultuurhistorie en andere ontwikkelingen. Ze hebben nu een bepaald karakter en diversiteit. We voegen alleen toe wat bijdraagt aan die waarde en identiteit, zodat we recht doen aan de eigenheid van het gebied. Ambitie: De gemeente is de regisseur van alle activiteiten in de buitenruimte De gemeente beschikt over de benodigde kennis en ervaring om ontwikkelingen in de buitenruimte in goede banen te leiden met behoud van kwaliteit van de leefomgeving, gedurende het dagelijks beheer en onderhoud en tijdens de uitvoering van nieuwe, innovatieve projecten. Ambitie: Behoud balans tussen open landschap en bebouwde gebieden Open gebieden dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van onze omgeving, als contrast met het dichter bebouwde gebied. De openheid van de laatste landbouwgebieden zoals in de Rottezoom en nabij de Lange Vaart kan in het gedrang komen. Open landschappen houden we in stand. Vanuit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt houden we de Bergboezem groen en open. Waar nog lange vergezichten mogelijk zijn behouden we deze.
We zoeken naar locaties waar verdicht kan worden, en waar het contrast tussen rust en levendigheid kan ontstaan of kan worden versterkt. Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek blijven gescheiden door de oorspronkelijke Landscheiding, de HSL-lijn en het Annie M.G. Schmidtpark. Bleiswijk en Bergschenhoek worden gescheiden door landschap en glastuinbouw, maar blijven verbonden via het historische lint. Ook in de linten behouden we lucht, ruimte en herkenbaarheid als onderscheidende structuren die bijdragen aan de oriëntatie. We koesteren de balans tussen openheid en bouwmassa aan het lint. Bebouwing kan dus alleen onder voorwaarden plaatsvinden. Deze worden in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt.
Ambitie: de open en/of groene buitenruimte groeit mee met het aantal woningen Als de bebouwing toeneemt en het aantal woningen groeit, groeit de ruimte voor groen, met groene verbindingen, plekken en parken mee, op loopafstand van de bebouwing. De bestaande parken koesteren we. Aantrekkelijke paden maken de parken bereikbaar voor wandelen en fietsen. We zorgen dat de parken comfortabel en autoluw verbonden zijn met de wijken. Ambitie: We zetten in op een beleefbaar groen karakter voor iedereen We zorgen voor voldoende robuust beleefbaar groen en water binnen en buiten de kernen en zorgen voor een hoogwaardige groene, toegankelijke, inclusieve leefomgeving die een actieve leefstijl stimuleert. De openbare ruimte is aantrekkelijk, divers en voldoende verspreid over de gemeente. We maken gebruik van de voordelen van een groen landschap op het maatschappelijk welzijn van onze inwoners. Herkenbaarheid is daarbij essentieel. Lansingerland heeft het convenant Groene Gezonde Stad (2024) ondertekend. Met andere gemeenten streven we ernaar om in 2030 heel groen te zijn. Groene gemeenten dragen daarmee bij aan een gezonde leefstijl en zorgen voor een prettige woonomgeving waar mensen kunnen bewegen, ontmoeten, spelen, en rust kunnen vinden in het groen, dicht bij huis.
Daar is schaduw en verkoeling te vinden en is er ruimte voor (regen)water, verschillende plantensoorten, insecten, vogels en andere dieren. Hier bieden we meer ruimte voor. Ambitie: We benadrukken de elementen en structuren die inzicht geven in het ontstaan en de ontwikkeling van Lansingerland De kans op verlies van cultuurhistorische waarde is aanwezig bij uitbreidingen of infrastructuurprojecten die geen expliciete aandacht hebben voor het behoud van deze kenmerken. Bij ontwikkelingen of andere ingrepen kunnen archeologische waarden in waardevolle gebieden, zoals oude dorpskernen of bewoningslinten mogelijk worden aangetast. Nog herkenbare elementen en structuren die, afzonderlijk en in samenhang, inzicht geven in het ontstaan en de ontwikkeling van Lansingerland zijn van groot belang Pagina 30 van 112
voor de ruimtelijke kwaliteit. Ze dragen ook bij aan het verhaal van onze geschiedenis en onze identiteit. We beschermen de betekenis en ruimtelijke kenmerken van watergangen (o.a. vaarten, voormalige molentochten), linten en andere historische structuren (polders, parken, dorpskernen en entrees) en objecten (monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle objecten). Ontwikkelingen sluiten aan bij de kenmerkende kwaliteit van de omgeving zodat onze ontstaansgeschiedenis beter afleesbaar wordt. Ambitie: Het karakter van ieder lint is verschillend, we passen de mogelijkheden tot wijzigingen aan naar het karakter Per lint betekent dit dat we verschillend omgaan met mogelijkheden voor wijzigingen. Sloop en herbouw of functiewijziging kan alleen met behoud van karakter en ruimtelijke kwaliteit. Verder kan er beperkt worden bijgebouwd. Als er wordt bijgebouwd, dan gebeurt dit altijd met karakter en behoud van het straatbeeld en de identiteit. Ambitie: Het karakter van de doorzichten en het groen in het lint blijft behouden Groen is belangrijk in de linten. Doorzichten dienen groen en van redelijke maat te zijn en te blijven. Waar mogelijk richten we de doorzichten toekomstbestendig in. We waken ervoor dat de linten niet dichtgroeien.
Ambitie: We versterken en ontwikkelen de recreatieve kwaliteit van de groenstructuren van regionaal niveau tot aan de haarvaten in de buurt De grote landschappelijke groengebieden buiten de dorpen zijn belangrijke uitloopgebieden voor de bewoners van Lansingerland en daarbuiten. Met een grof en fijnmazig groen- en recreatief netwerk zorgen we dat de hele gemeente voor mens én dier verbonden is met dit landschap. We leggen de nadruk op oost-westverbindingen, de groenblauwe ribben. Deze verbindingen borduren voort op bestaande landschappelijke structuren.
Ambitie: We voorkomen dat de dorpen aan elkaar groeien en het tussenliggende groen, water, open landschap en/of recreatiegebied verdwijnt Ieder dorp heeft zijn eigen ruimtelijke identiteit en herkenbare dorpsentrees. De dorpen liggen los van elkaar en worden van elkaar gescheiden door brede groene corridors of parken. Er is aandacht voor de overgangen tussen de randen van bebouwing naar het buitengebied. We zorgen voor verweving; het groen loopt zo ver mogelijk de bebouwde gebieden in zodat inwoners zich vanaf de voordeur comfortabel naar de buitengebieden kunnen verplaatsen, bij voorkeur lopend of met de fiets. We zetten in op het behoud en het versterken van de contrasten tussen het luwe buitengebied en dynamiek van de dorpen. Ambitie: Fietsverbindingen zijn aantrekkelijk en zoveel mogelijk ingepast in het groen, zowel tussen de kernen als binnen de regio We voorkomen versnippering van groenstructuren door inpassing of doorsnijding van infrastructurele ingrepen. In de hoofdgroenstructuur is infrastructuur ondergeschikt en past deze zich aan. Recreatieve langzaamverkeersverbindingen zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan water- en groenstructuren, met respect voor het landschap. Er is voldoende ruimte voor de voetganger en de fietser om te wandelen en te fietsen in een groene omgeving. Dit geldt zowel voor het buitengebied als voor de buurten.
Dagelijkse fietsverbindingen en recreatieve fietsroutes worden zoveel als mogelijk gecombineerd, om onnodige verharding te voorkomen. Deze paden zijn comfortabel en breed genoeg om de verschillende doelgroepen veilig de ruimte te bieden. Ambitie: We gaan innovatief en toekomstbestendig om met onze schaarse ruimte Lansingerland maakt de transitie naar een toekomstbestendige leefomgeving op basis van onze eigen ruimtelijke kwaliteiten. Functies worden effectief gecombineerd, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit. We zorgen ervoor dat onze buitenruimte flexibel is, zodat veranderende of toekomstige maatschappelijke vraagstukken die ruimte nodig hebben ook in onze gemeente hun plek kunnen krijgen. Onze ondergrond en bovengrond Pagina 31 van 112
worden in samenhang bekeken en met elkaar ontworpen zodat zowel ondergronds als bovengronds een goed functionerende ruimte met voldoende kwaliteit ontstaat.
partijen. Zo verbinden we o.a. het Lage Bergse Bos met een robuuste ecologische zone in het Triangelpark en de Vlinderstrik met het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Waar mogelijk sluiten we aan op het Natuur Netwerk Nederland.
Natuur Ambitie: Een gezond groenblauw netwerk Een veerkrachtig groenblauw netwerk is de basis voor het voorkomen van hittestress en wateroverlast. Ook zijn veel plant- en diersoorten afhankelijk van een goed verbonden groenblauw netwerk. De grote groen- en waterstructuren worden daarom beschermd en niet versnipperd of aangetast door nieuwe ontwikkelingen. We zorgen er daarnaast voor dat het groenblauwe netwerk tot diep in de kernen loopt, zodat onze inwoners in hun directe leefomgeving baat hebben van de ecologische voordelen. Ambitie: Een gezond en verbonden groenblauw netwerk Een veerkrachtig groenblauw netwerk is de basis voor het voorkomen van hittestress en wateroverlast. Ook zijn veel plant- en diersoorten afhankelijk van een goed verbonden groenblauw netwerk. De Groenzoom, het Rottemerengebied en het tussenliggende groen en water kunnen pas optimaal ecologisch, klimaatadaptief en recreatief functioneren wanneer ze goed verbonden zijn met elkaar, met andere groengebieden in de omgeving en met het groen in de kernen. De grote groen- en waterstructuren worden daarom beschermd en niet versnipperd of aangetast door nieuwe ontwikkelingen. Gemeentelijke groenstructuren schakelen we aan elkaar voor een optimaal ecologisch, klimaatadaptief en recreatief functioneren. We realiseren ontbrekende schakels en versterken de ecologische kwaliteit van bestaande verbindingen.
In de grote groengebieden zetten we in op het vergroten van natuurwaarden en gaan we versnippering tegen. We zorgen er daarnaast voor dat het groenblauwe netwerk tot diep in de kernen loopt, zodat onze inwoners in hun directe leefomgeving baat hebben van de ecologische voordelen. Bovendien verbeteren we de aansluiting van ons groenblauwe netwerk op omliggende groenblauwe netwerken. We kijken daarbij voorbij de gemeentegrens en werken samen met omliggende
Ambitie: Een natuurinclusieve en biodiverse leef- en werkomgeving We stimuleren een natuurinclusieve leefomgeving en vergroten van de biodiversiteit We zorgen voor voldoende, divers groen in onze kernen. Nieuwbouw en grootschalige renovaties in Lansingerland zijn altijd klimaatadaptief en natuurinclusief. Oevers worden natuurvriendelijk aangelegd, we planten geen monoculturen aan en onderhouden het openbare groen en water op een natuurvriendelijke manier. Bij de herinrichting van openbaar gebied wordt het toevoegen van groen, het vergroten van de biodiversiteit en het verbeteren van de klimaatadaptiviteit altijd onderzocht. Zo zorgen we voor een leefbare woon- en werkomgeving voor onze inwoners. We verbeteren en vergroten de biodiversiteit en realiseren uiterlijk in 2050 de Basiskwaliteit Natuur (BKN- 2024). Dit geldt niet alleen voor de grote groengebieden, maar juist ook voor het fijnmazige groen en water in woonwijken en werkomgevingen. Daarmee komen ecosystemen in balans, is er minder kans op overlast van uitbraken (eikenprocessierups, blauwalg) en zorgen we voor een aantrekkelijke leefomgeving voor mens en natuur. Dit draagt bij aan de gezondheid. We hanteren daarbij inheemse, gebiedseigen beplanting als basis. Deze kan worden aangevuld met zorgvuldig afgewogen verwanten, cultivars en exoten om de biodiversiteit en het voedselaanbod te vergroten.
Daarnaast geven we ruimte aan bloemrijke bermen en we vergroten de structuurvariatie. Waar mogelijk geven we daarbij ruimte aan natuurlijke successie en zorgen we ervoor dat onze bomen tot volle wasdom kunnen komen en blijven. Ambitie: We werken samen met inwoners en ondernemers bij klimaatbestendige en biodiverse inrichting Omdat meer dan 60% van het bebouwd oppervlak in eigendom is van private partijen, houdt het klimaatbestendig en biodivers maken van de gemeente niet op bij de overheid. Samenwerking is essentieel. Daarom stimuleren en sturen we op Pagina 32 van 112
actie in de private ruimte bij bewoners en bedrijven, bijvoorbeeld in de eigen tuin of op het bedrijfserf. Ambitie: Versterken en verbinden van groenstructuren De Groenzoom, het Rottemerengebied en het tussenliggende groen en water kunnen pas optimaal ecologisch, klimaatadaptief en recreatief functioneren wanneer ze goed verbonden zijn met elkaar, met andere groengebieden in de omgeving en met het groen in de kernen. We schakelen gemeentelijke groenstructuren aan elkaar voor een optimaal ecologisch, klimaatadaptief en recreatief functioneren. Door het groen vanuit de Rottemeren via en rond het Lage Bergse Bos en de kernen met het Annie M.G. Schmidtpark en de Groenzoom te koppelen, realiseren we een robuust groenblauw netwerk. We realiseren ontbrekende schakels en versterken de ecologische kwaliteit van bestaande verbindingen. In de grote groengebieden zetten we in op het vergroten van natuurwaarden en gaan we versnippering tegen. Bovendien verbeteren we de aansluiting van ons groenblauwe netwerk op omliggende groenblauwe netwerken. We kijken daarbij voorbij de gemeentegrens en werken samen met omliggende partijen. Zo verbinden we o.a. het Lage Bergse Bos met een robuuste ecologische zone in het Triangelpark en de Vlinderstrik met het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Waar mogelijk sluiten we aan op het Natuur Netwerk Nederland.
Ambitie: Toekomstbestendige werklandschappen met landschappelijke waarde We werken aan toekomstbestendige ‘werklandschappen’ (zoals bedrijventerreinen en kantoorlocaties), waar biodiversiteit, ecologie en beleefbaarheid van het landschap centraal staan. Glastuinbouwgebieden en bedrijventerreinen worden belangrijke schakels in het groenblauwe netwerk. Daarbij stimuleren we de inrichting van groene ommetjes, zodat werknemers in hun pauze kunnen genieten van een verkoelende en schaduwrijke wandelroute. Groene, beweegvriendelijke omgevingen bevorderen de gezondheid en daarmee de arbeidsproductiviteit.
Bij (her)ontwikkelingen van werklocaties hebben we aandacht voor de landschappelijke inpassing, met name waar plangebieden aanpalend zijn aan onze groengebieden, zoals de Groenzoom. We voorkomen lichtvervuiling en harde overgangen van open, groengebied naar bebouwing. We innoveren en durven te experimenteren op het gebied van natuurvriendelijke inrichting en het beheer van openbaar gebied. We moedigen ondernemers en inwoners aan dit ook te doen. Milieu en gezondheid Ambitie: Gezondheid komt centraal te staan bij nieuwe ontwikkelingen Wij streven in Lansingerland naar een gezonde leefomgeving. Uit de bewonerspeiling voor de omgevingsvisie en de peiling over het milieubeleid uit 2021 blijkt dat onze inwoners zich het meeste zorgen maken over de matige luchtkwaliteit en geluidshinder. Dit zijn ook de onderwerpen die de grootste impact hebben op onze gezondheid. De minst milieu-gehinderde plekken in Lansingerland zijn al bebouwd. Bij veel nieuwbouwinitiatieven lopen we ertegenaan dat beschikbare plekken zwaar belast zijn, vooral op het gebied van geluid. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken en voor onze inwoners een zo gezond als mogelijke leefomgeving te creëren, moet gezondheid centraal staan in het hele proces. Dit is in lijn met de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: ‘bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving’.
Ambitie: We zetten ons in om de geluidsbelasting niet te laten toenemen en treffen maatregelen om de negatieve effecten van geluidsoverlast te compenseren De grootste geluidsbronnen in Lansingerland zijn de luchthaven, Hogesnelheidslijn (HSL) en de rijks- en provinciale wegen. Op deze bronnen hebben we formeel geen invloed als gemeente. We zetten ons in om de huidige kwaliteit rondom geluid te behouden en waar mogelijk de geluidsbelasting niet substantieel te laten toenemen. Dit doen we onder andere door naar Rijk, provincie en andere partijen uit te dragen dat we geen verzwaring van de geluidsbelasting op onze Pagina 33 van 112
gemeente accepteren. In nieuwbouw en herinrichtingsopgaven, op zwaar door geluid belaste locaties, treffen we maatregelen om de negatieve effecten van geluidsoverlast te minimaliseren, zoals het creëren van rustige plekken binnen onze gemeente. (zie ook paragraaf 3.3.3 onder “geluid”). Ambitie: We zetten ons in voor een significante verbetering van de luchtkwaliteit in 2050 Iedere inwoner heeft recht op een gezonde luchtkwaliteit. We voldoen in 2050 aan de strengere Europese en WHO-normen. We committeren ons ook aan het Schone Lucht-akkoord (2020) bij het nemen van maatregelen om de luchtverontreiniging van binnenlandse bronnen te verminderen. Bij deze maatregelen hebben we extra aandacht voor gevoelige groepen, zoals ouderen, kinderen en chronisch zieken. Kinderen kunnen spelen en opgroeien in een gezonde omgeving. De luchtkwaliteit wordt getoetst aan twee componenten, fijnstof- en stikstofoxidenemissies. De grootste bronnen voor stikstofemissies in Lansingerland zijn energieverbruik van de glastuinbouw, het wegverkeer en mobiele werktuigen. De grootste emissiebronnen van fijnstof zijn houtstook binnenshuis, wegverkeer en mobiele werktuigen. We hebben als gemeente beperkte invloed op deze bronnen behalve op de fijnstof uitstoot van houtstook.
Door ons in te zetten voor een klimaatneutrale gemeente in 2050 verminderen we de stikstofoxidenemissies ten gevolge van het energiegebruik in de glastuinbouw en gebouwde omgeving. De komende jaren wordt er een autonome daling van de stikstofoxidenemissies verwacht, voornamelijk door het verder elektrificeren van voertuigen. Deze autonome verbeteringen komen ten goede aan de leefomgeving en daarmee aan de gezondheid van onze inwoners. We accepteren geen activiteiten in de gemeente die een aanzienlijke toename van de uitstoot van stikstofoxiden of fijnstof veroorzaken. Ambitie: We beschermen de donkerte in Lansingerland Donkerte is een belangrijke omgevingskwaliteit. Lichthinder heeft een negatief effect op onze gezondheid en op de natuur. De voornaamste bronnen van lichthinder zijn de
glastuinbouw en de straatverlichting. De lichtemissie in de gemeente neemt niet toe en we zetten ons in om deze waar mogelijk te verlagen. Hierbij mogen de openbare veiligheid en de mogelijkheid om buiten te sporten echter niet in het geding komen. Ambitie: We behouden de huidige situatie met betrekking tot trilling en geuroverlast De voornaamste bronnen van trilling in Lansingerland zijn spoor- en vrachtverkeer. Er wordt weinig overlast ervaren van deze trillingen. In nieuw te ontwikkelen gebieden die dicht bij deze bronnen liggen kan trilling wel tot hinder leiden. We zetten ons in om de overlast van trilling niet te laten toenemen en in nieuwe ontwikkelingen zorgen we dat er maatregelen worden getroffen die de mogelijke hinder beperken. Er wordt in Lansingerland ook weinig overlast ervaren door geur. De overlast die wordt ervaren is vooral afkomstig van horeca en agrarische bedrijven. Daarom zetten we ons in om de huidige situatie te behouden. Ambitie: We kunnen veilig verblijven in Lansingerland In Lansingerland kunnen mensen veilig verblijven. We houden risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid zo klein mogelijk, zonder gewenste ontwikkelingen tegen te houden. Ook de energietransitie brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. In ontwikkelingen op dit gebied zijn we ons daar bewust van en wegen we deze risico’s integraal af.
Daarnaast brengt ook het veranderende klimaat veiligheidsrisico’s met zich mee. We beperken deze risico’s zoveel mogelijk. Ambitie: We accepteren geen verhoogde gezondheidsrisico’s door bodemvervuiling Er spelen geen grote problemen rondom bodemvervuiling in de gemeente. Bij ontwikkelingen worden aanwezige vervuilingen gesaneerd. We staan geen activiteiten toe die bodemvervuiling veroorzaken. Diffuus lood heeft onze aandacht op plekken waar kinderen spelen en graven, en op plekken waar voedsel wordt verbouwd. We zijn scherp op de ontwikkelingen op het gebied van PFAS. Pagina 34 van 112
Ambitie: We volgen de Europese en daarmee Nederlandse wetgeving en richtlijnen op het gebied van straling De nationale wetgeving op het gebied van straling is zorgvuldig tot zijn recht gekomen. Aanvullende GGD- adviezen op het gebied van straling nemen we altijd in overweging. Het aanvullende GGD-advies op het gebied van straling (EMV) nemen we bij elke ontwikkeling in overweging (EMV= ElektroMagnetische Velden).
3.3.3. Mobiliteit Verkeersveiligheid Ambitie: 0 verkeersslachtoffers door vermijdbare oorzaken Iedere verkeersdeelnemer in Lansingerland kan veilig op zijn bestemming komen. Door van tevoren op basis van data over risicoindicatoren initiatief te nemen, kunnen we aan de hand van analyses en informatie over mogelijke risico’s beter bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn. We gaan hierbij voor 0 slachtoffers door vermijdbare oorzaken. We wijzen ook de verkeersdeelnemer op zijn eigen rol en verantwoordelijkheid in het verbeteren van verkeersveiligheid, waarbij we ons focussen op kwetsbare verkeersdeelnemers, jongeren en ouderen. Lagere maximumsnelheden Ambitie: Verbeteren van de veiligheid en verkeersdoorstroming door het verlagen van de maximumsnelheid Het verlagen van de maximumsnelheid verbetert de verkeersveiligheid, beschermt kwetsbare weggebruikers, vermindert de milieuvervuiling (NOx, CO2) en verlaagt geluidsoverlast. Bovendien kan een lagere maximumsnelheid de verkeersdoorstroming bevorderen. Binnen Lansingerland is daarom 30 km/uur in woongebieden de norm. Alleen waar het vanwege de doorstroming en ontsluiting nodig is, hanteren we nog 50 km/uur binnen de kom, onder de strikte voorwaarde dat fietsverkeer snelle, veilige en comfortabele alternatieven heeft. Daar waar het veilig kan staan we snelle fietsers (speedpedelecs) toe op fietspaden. Voor
gemeentelijke ontsluitingswegen buiten de bebouwde kom is 80 km/uur de wettelijke maximumsnelheid. In voorkomende gevallen van een te hoge geluidsbelasting, te veel uitstoot of structurele verkeersveiligheidsrisico’s achten wij de maximumsnelheid van 80 km/uur minder belangrijk en streven wij voor deze wegen een lagere maximumsnelheid van na. Verkeersveiligheid en leefbaarheid prevaleren dan boven doorstroming. Op erftoegangswegen (de meeste wegen in buitengebied) is 60 km/uur of 30 km/uur de maximumsnelheid. Het voorkomen van een onacceptabel hoge geluidsbelasting, uitstoot en verkeersonveiligheid zijn zwaarwegende argumenten voor Lansingerland om de maximumsnelheid te verlagen. In dergelijke gevallen is een lagere maximumsnelheid de betere keuze om de veiligheid en gezondheid van onze inwoners te waarborgen. De problematiek op en rondom de N209 zorgt voor verkeersonveiligheid en leefbaarheidsproblemen. Dit noodzaakt ons om voor deze belangrijke ontsluitingsweg te kiezen voor een lagere, veiligere en gezondere maximumsnelheid van 60 km/uur. Andere wegen buiten de bebouwde kom die zich lenen voor een lagere maximumsnelheid wegens de verkeersveiligheid en/of leefbaarheid zijn de Groendalseweg en Heulslootweg. Daarvoor is het nodig om de inrichting van de wegen, oftewel het wegbeeld, passend te maken bij de lagere maximumsnelheid.
Openbare ruimte is voor inwoners Ambitie: Een toegankelijke openbare ruimte voor iedereen In Lansingerland zetten we de mens centraal in onze wijken en straten. De openbare ruimte is niet langer vooral het domein van auto's, maar in de eerste plaats van en voor onze inwoners. Bij de inrichting van wegen geven we prioriteit aan voetgangers en fietsers. Door meer ruimte te maken voor groen in onze straten verbeteren we de luchtkwaliteit en dragen we bij aan een gezondere omgeving met hogere ruimtelijke kwaliteit. We zorgen ervoor dat de openbare ruimte toegankelijk is voor iedereen, inclusief ouderen, mensen met een beperking en kinderen, en uitnodigt om te bewegen. We versterken en realiseren plekken voor ontmoeting, zoals pleinen en parken. Het teruggeven van de straat aan de mens en natuur versterkt de sociale structuur van onze wijken. Dit weegt zwaarder Pagina 35 van 112
dan het behouden of realiseren van parkeerplekken zo dicht mogelijk bij de woningen.
6) verder uit. Bij nieuwe ontwikkelingen worden woningen zodanig ontworpen dat de geluidsoverlast tot een minimum wordt beperkt.
We streven naar een inclusieve en gezonde leefomgeving door slim ruimtegebruik. Dagelijkse voorzieningen liggen op korte afstand en zijn via veilige loop- en fietsroutes bereikbaar. We vergroten de toegankelijkheid van openbaar vervoer en deelmobiliteit. In schoolzones ligt de focus met name bij kinderen en hun veiligheid. Hier weegt ruimte voor voetgangers, fietsen en fietsparkeren zwaarder dan doorstroming van het verkeer.
Ook aan de wegen zelf kunnen veranderingen worden doorgevoerd om geluid te verminderen, zoals het gebruik van stil asfalt op drukke wegen en het verlagen van de maximumsnelheid in woongebieden. Dit draagt bij aan een rustiger en veiliger woonklimaat.
Ambitie: Flexibel parkeerareaal, geen mandelige parkeerterreinen De gemeente kiest ervoor om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen geen mandelige (mede-eigendom) parkeerterreinen te realiseren. Parkeren in mandelig gebied maakt het parkeerareaal minder flexibel en beperkt de mogelijkheden voor dubbelgebruik, zoals bezoekersparkeren en gedeeld laden van elektrische voertuigen. Dit leidt tot een inefficiënter gebruik van ruimte en belemmert duurzame mobiliteitsoplossingen. Door parkeren op eigen terrein (opritten of garages) of in de openbare ruimte te situeren, wordt de beschikbare parkeercapaciteit het beste benut en blijft het functioneel beheer van parkeervoorzieningen flexibel en centraal georganiseerd. Dit draagt bij aan een efficiënt en toekomstbestendig parkeerbeleid en voorkomt complexe eigendoms- en beheersituaties. Geluid Ambitie: Beperken van geluidsoverlast door gemotoriseerd verkeer Geluidsbeperking begint bij de bron, en verkeer is een van de belangrijkste bronnen van geluidsoverlast. Daarom zet de gemeente zich in voor het nemen van passende maatregelen om verkeerslawaai te beperken. Dit doen we door voldoende afstand te creëren tussen woningen en drukke verkeerswegen. We scheiden drukke verkeersroutes zoveel mogelijk van woongebieden. De maatregelen werken we in het omgevingsprogramma (zie hoofdstuk
Een goede lokale en regionale bereikbaarheid Lansingerland groeit, net als de hele regio in Zuid-Holland. Deze groei biedt kansen om mobiliteit slim en duurzaam in te richten door strategische ruimtelijke ordening die een 15 minuten omgeving nastreeft en hoogwaardige, hoogfrequente ovverbindingen faciliteert. De keuze waar mensen wonen, werken en recreëren heeft daardoor een directe invloed op hun verplaatsingsgedrag. Verdichting rondom hoogwaardig openbaar vervoer Ambitie: Verdichten rond HOV-knooppunten om duurzame bereikbaarheid te stimuleren en congestie te verminderen Om de groei in Lansingerland op een duurzame manier te faciliteren, ligt de focus op verdichting eerst rondom bestaande en toekomstige HOV-knooppunten langs de E-lijn, bij Lansingerland-Zoetermeer of langs de ZoRo HOV-corridor. Nieuwe woningen, kantoren en andere functies die voor veel verplaatsingen van personen zorgen, worden ontwikkeld op locaties die goed bereikbaar zijn met zowel het openbaar vervoer als op de fiets. Daardoor wordt het aantrekkelijker om te lopen, te fietsen of het openbaar vervoer te nemen. Bij verdichting wordt ook het groen altijd in ogenschouw genomen. Lansingerland ziet af van nieuwe grootschalige woningbouwprojecten of kantoorontwikkelingen op locaties die slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en de fiets.
Grootschalige ontwikkelingen in dergelijke gebieden leiden tot een grotere afhankelijkheid van de auto, meer verkeersdrukte, een hogere uitstoot van broeikasgassen en een toename van de geluidsbelasting. In plaats daarvan wordt gekozen voor Pagina 36 van 112
verdichtingslocaties nabij bestaande centra en vervoersknooppunten, waar de bereikbaarheid optimaal is en de impact op het milieu minimaal. Het is niet altijd mogelijk om kleinschalige ontwikkelingen, zoals verdichtingen en herontwikkelingen van bestaande plekken in en rondom de woonkernen of in de linten, nabij (H)OV te realiseren. Desondanks is het voor het behoud van vitaliteit en leefbaarheid voor deze gebieden nodig om zich te blijven ontwikkelen. Lansingerland zal voor deze gebieden altijd streven naar verbeteringen in verkeersveiligheid, leefbaarheid en duurzame bereikbaarheid en daarom blijft kleinschalig (her)ontwikkelen binnen de bestaande woonkernen en linten altijd mogelijk. Lansingerland als Regionale Mobiliteitshub Ambitie: De ZoRo-corridor als ruggengraat voor de regionale bereikbaarheid De ov-verbinding tussen Zoetermeer en Rotterdam, oftewel ZoRo, is een belangrijke schakel binnen de metropoolregio, niet alleen voor dagelijkse mobiliteit, maar ook als katalysator voor economische groei en duurzaam ruimtegebruik. De corridoraanpak biedt een integraal raamwerk om mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling beter op elkaar af te stemmen. Voor Lansingerland betekent dit een unieke kans om onze rol als regionale hub te versterken en de bereikbaarheid van woon- en werklocaties te verbeteren.
Het HOV-netwerk van de Zuidelijke Randstad vormt het fundament voor toekomstbestendige verstedelijking. Daarvoor is het netwerk versterkt door een hogere reizigerscapaciteit, hogere snelheden en kortere reistijden. Dit omvat niet alleen het versterken van de verbindingen met nabijgelegen steden zoals Rotterdam (Alexander) en Den Haag, maar ook het bieden van slimme oplossingen voor het overstappen tussen verschillende vervoerswijzen op onze HOVcorridor. De ZoRo-corridor heeft een belangrijke rol als HOV-lightrail door Lansingerland. Meer voorzieningen, banen en woningen zijn door realisatie van deze missende schakel tussen Rotterdam en Zoetermeer bereikbaar voor inwoners van Lansingerland én de regio.
Tegelijk zijn er bestaande woonkernen die verder van het HOVnetwerk liggen, zoals Bleiswijk. Het is van belang om de verbindingen tussen Bleiswijk, station Zoetermeer-Lansingerland, en de ZoRo corridor te versterken, zowel voor het ov als voor de fiets. Bleiswijk zal daarbij met een directe en snelle ov-verbinding verbonden worden met een nieuw ov-knooppunt in Berkel en Rodenrijs. Mobiliteitstransitie Ambitie: Ruimte geven aan voetganger en fietser door het STOMP-principe te hanteren Bij ontwikkelingen in de gemeente is STOMP het leidende ordeningsprincipe. Stomp staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Maas (Mobility As A Service) en Privéauto. In Lansingerland krijgen lopen en fietsen de hoogste prioriteit in de woonwijken. Door actieve mobiliteit te bevorderen, draagt Lansingerland bij aan de gezondheid van haar inwoners en het verlagen we de verkeersdruk. We realiseren meer aantrekkelijke wandel- en fietsroutes tussen wijken en langs groenblauwe structuren. Deze verbindingen verminderen de barrières tussen wijken en stimuleren mensen om gebruik te maken van actieve mobiliteitsvormen. Daarnaast zetten we in op aantrekkelijke wandel- en fietsroutes tussen de kernen en het buitengebied. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van natuur en recreatie voor inwoners en bezoekers.
FIGUUR 3.5: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN HET STOMP-PRINCIPE.
Ook realiseren we veilige en comfortabele fietspaden die de dorpskernen verbinden met belangrijke bestemmingen, zoals Pagina 37 van 112
scholen, winkelcentra en ov-knooppunten. Van en naar het openbaar vervoer zijn goede looproutes, fietsroutes en fietsparkeervoorzieningen van belang. We verbinden ov-, fiets- en loopverbindingen op goed bereikbare knooppunten, waar ook aanbod van deelmobiliteit aanwezig is. Ook het aanbod van ov en doelgroepenvervoer tussen de woonkernen is noodzaak wil het autogebruik tussen de kernen afnemen. We zetten in op versterking van deze verbindingen door frequentieverhoging van metro en bus en door ontwikkeling van de ZoRo-corridor. In de dorpscentra en nabij ov-knooppunten geven we meer ruimte aan de voetganger, fietser en het ov. De auto blijft welkom, maar is op deze plekken ‘te gast’. Autoverkeer leiden we zoveel mogelijk via de hoofdwegen tot aan de randen van de verblijfsgebieden en centra. Binnen verblijfsgebieden wordt voor autoverkeer maximaal 30 kilometer per uur de norm. We verbeteren daarmee de verkeersveiligheid en verminderen overlast door autoverkeer. Een prettig loop- en fietsklimaat weegt zwaarder dan de auto altijd zo dichtbij mogelijk kunnen parkeren. De kwaliteit van wandelroutes naar voorzieningen krijgt een hogere prioriteit. Er komen daarbij ook meer parkeerplaatsen voor fietsen. Waar mogelijk is parkeerruimte voor de auto ingewisseld worden voor fietsparkeerplaatsen.
Daarbij realiseren we ons dat er in alle wijken ook inwoners zijn die afhankelijk zijn van de auto. Voor hen blijft het parkeren altijd mogelijk. We accepteren daarbij wel grotere loopafstanden. Voor mindervaliden en andere auto-afhankelijken kan met maatwerk een plek nabij de woning gerealiseerd of gereserveerd worden, Publieke mobiliteit en deelmobiliteit Ambitie: Mobiliteitssysteem verknopen met deelmobiliteit Publieke mobiliteit draait om het verknopen van mobiliteitssystemen die toegankelijk zijn voor het algemene publiek, zoals openbaar vervoer (bus, tram, metro, trein), maar ook deelmobiliteitsdiensten zoals deelfietsen en deelauto's. Dit kan worden bereikt door te zorgen dat treinen, bussen, trams en metro's op elkaar aansluiten, door één uniform betalingssysteem voor alle vormen van openbaar vervoer en deelmobiliteit, en door realtime reisinformatie. Ook onderzoeken we kansen voor integratie van doelgroepenvervoer met andere publieke mobiliteitsdiensten.
Deelmobiliteit leidt in Lansingerland naar verwachting niet snel tot grote verschuivingen, maar we zetten daarmee wel een alternatief tegenover autobezit. Met name micro-deelmobiliteit, zoals deelfietsen en deelscooters bieden mogelijkheden om korte afstanden te overbruggen die nog te vaak met de auto worden gedaan. Initiatieven tot verdere ontwikkeling van deelmobiliteit laten we over aan de markt, die we de ruimte geven om ook binnen Lansingerland te ontwikkelen. Wel liggen er kansen bij regionale samenwerking om ook gemeentegrens overstijgend deelvervoer te laten concurreren met de auto. Bovendien stimuleren wij dat aanbieders van deelmobiliteit hun diensten integreren in de gangbare platforms. Parkeren Ambitie: Ruimte voor parkeren Lansingerland hecht waarde aan een multimodale bereikbaarheid en houdt daarom in de centra, de (bestaande) woonwijken en de bestaande bedrijventerreinen het daar aanwezige parkeerareaal in stand. Voor nieuw te ontwikkelen gebieden zoals de nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, recreatieve gebieden en andere ontwikkellocaties volgen we een gebiedsgerichte aanpak, waarbij parkeeroplossingen worden afgestemd op de voor dat gebied benodigde aantal parkeerplaatsen. De ambitie is daarbij niet om te sturen op een lager autobezit, maar om voldoende alternatieven te bieden voor het bezitten en gebruiken van de auto.
Dit betreft te allen tijde maatwerkoplossingen, afgestemd op de bereikbaarheidskenmerken en de parkeerbehoefte in deze specifieke omgeving. Een duurzame en multimodale bereikbaarheid, met inbegrip van te hanteren parkeernormen, zal bij het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling door de gemeenteraad worden vastgesteld. Deze benadering beoogt altijd voldoende parkeergelegenheden te bieden, passend bij de omgeving en de betreffende ontwikkeling. We zetten in op slimme parkeeroplossingen en benutten de beschikbare ruimte efficiënt door meer geconcentreerde parkeervoorzieningen en dubbelgebruik van parkeerplaatsen voor Pagina 38 van 112
wonen, werken of andere functies. Daarbij kunnen in de nieuwe woon- en werkgebieden zo nodig ook grotere loopafstanden worden overwogen. Om parkeeroverlast te voorkomen in (winkel)centra en rondom stations, zetten we in op parkeerregulering in de vorm van parkeerschijfzones. In de centra zorgen deze zones ervoor dat parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor kortparkeren voor bezoekers van winkels en andere (centrum)voorzieningen. Rondom stations helpt regulering om een evenwicht te behouden tussen forensen, bewoners en bezoekers, zodat iedere doelgroep de juiste parkeergelegenheid heeft. Tegelijkertijd verbeteren we de multimodale bereikbaarheid van de centra en stationsomgevingen om alternatieven voor de auto aantrekkelijker te maken. Doelgroepenvervoer & maatwerkvervoer Ambitie: Iedere doelgroep heeft toegang tot passend vervoer Maatwerkoplossingen voorzien in het waarborgen van de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen, vooral in gebieden waar het openbaar vervoer tekortschiet. Het maatwerkvervoer is aanvullend op en ondersteunend aan het reguliere openbaar vervoer. Hoewel het doelgroepenvervoer voorziet in de behoefte van specifieke kwetsbare groepen, kan iedereen gebruik maken van doelgroepenvervoer en maatwerkvervoer.
Een deel van de ouderen en van inwoners met een beperking zijn in toenemende mate afhankelijk van Wmo-vervoer en andere maatwerkoplossingen, temeer omdat zij steeds vaker zelfstandig blijven wonen. Daarnaast is er een groep kinderen dat gebruik moet maken van leerlingenvervoer. We ontwikkelen deze diensten door en stemmen deze af op de behoeften van de diverse doelgroepen. Slimme combinaties met deelmobiliteit, maatwerkvervoer, doelgroepenvervoer en openbaar vervoer in de vorm van een voor iedereen toegankelijk publiek mobiliteitssysteem is het streven.
Regionale afstemming achten wij hiervoor minimaal noodzakelijk omdat vervoer de gemeentegrenzen overstijgt. Digitalisering en mobiliteit Ambitie: Voorbereid op autonome mobiliteit Digitalisering transformeert de mobiliteitssector ingrijpend. Innovaties als de opkomst van autonome voertuigen, nieuwe mobiliteitsdiensten en een explosieve groei in door voertuigen gegenereerde data bieden kansen voor efficiënter, veiliger en duurzamer vervoer, maar brengen ook uitdagingen met zich mee op het gebied van technologische implementatie, standaardisatie, veiligheid en privacy. Op het gebied van infrastructuur bereiden wij ons voor op de verdere automatisering van rijtaken. Een belangrijk instrument hierin is een heldere en eenduidige weginrichting, bebording, bebakening en markering. Dit helpt automatische voertuigen om de weg te lezen en het gewenste verkeersgedrag te interpreteren. Nieuwe verkeerslichten, pollers, doseerinstallaties, etc. worden 'slim' uitgevoerd. Dit betekent dat zij kunnen communiceren met (automatische) voertuigen. Waar nodig delen wij de door ons gegenereerde data t.b.v. een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Deze data omvatten onder andere geplande en actuele wegwerkzaamheden, incidenten, maximumsnelheden, verkeersborden, regelscenario's, brugopeningen, parkeerdata, evenementen en fietsdata.
Door deze data centraal beschikbaar te stellen kunnen we beter anticiperen op verkeerssituaties, incidenten en andere mobiliteitsuitdagingen en houden we de gemeente en regio veilig en bereikbaar. In de fysieke leefomgeving moeten hiervoor voldoende 5G masten beschikbaar zijn en worden aangesloten op snelle glasvezelnetwerken. Verkeerslichten en andere wegkantsystemen worden omgebouwd tot ‘slimme’ varianten.
3.3.4. Economie Opgave economie De schaarse ruimte zetten we in voor bedrijven die bijdragen aan brede welvaart. Bestaande werklocaties gaan we beter benutten. Pagina 39 van 112
Dat betekent dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt en we meervoudig ruimtegebruik en functiemenging toepassen. Mengen van lichte bedrijvigheid met woningbouw en waar mogelijk met natuur en recreatie heeft de voorkeur. De ruimte voor bedrijvigheid die niet te mengen is, wordt beschermd. We gaan op zoek naar strategische schuifruimte die al dan niet tijdelijk is zodat we toe kunnen werken naar optimaal ruimtegebruik. Mengen van functies Ambitie: Gezond samen werken in de huidige en toekomstige centrumgebieden, linten en woonwijken Op veel plekken in de gemeente werken ondernemers en werknemers. Er zijn bedrijven gevestigd op bedrijventerreinen, in kantoren, maar ook in woonwijken en op de linten. Sommige werkactiviteiten passen uitstekend op locaties buiten bedrijventerreinen. Functies die goed mengbaar zijn, die niet of nauwelijks belastend zijn voor het milieu of die de fysieke leefomgeving prettig maken, passen in de centrumgebieden, op linten en in de woonwijken. Denk hierbij aan een huisartsenpraktijk, kleinschalige sportschool, kantoren of een kookstudio. Het is derhalve van belang om bestaande werklocaties in deze gebieden te behouden. Het combineren van functies, bijvoorbeeld met wonen vergroot ook efficiënt gebruik van de ruimte, evenals gestapeld parkeren.
In de centrumgebieden is functiemenging wenselijk om de aantrekkelijkheid voor bezoekers te vergroten en hun verblijfsduur te verlengen. Daarom willen we daar een mix van functies en voorzieningen zodat het een plek is waar bewoners en bezoekers kunnen verblijven, wonen, werken, ontmoeten en recreëren. In de linten is dit wenselijk omdat dit het cultuurhistorische karakter versterkt. Maar ook in de bestaande woonwijken is menging wenselijk omdat zo de levendigheid, en dus sociale veiligheid, wordt vergroot. Ambitie: Alleen niet-mengbare activiteiten vestigen zich op bedrijventerreinen Bepaalde functies en activiteiten die minder goed passen in de woonwijken vestigen zich op bedrijventerreinen. Zoals bedrijven