[T25.00524] Concept Ontwerp Omgevingsvisie 2.0
Tekst van het document
Een grote verkeersaantrekkende werking is echter ongewenst.
Pagina 39 van 108
Infrastructurele schakel in de metropool
Ambitie: Logistiek in het verlengde van Horti Science Door de ligging aan de A12 en de A16 is Lansingerland een aantrekkelijke vestigingsplaats voor logistieke dienstverleners, zoals distributiecentra. Door de centrale ligging in het Oostland2 herbergde Lansingerland van oudsher een groente- en bloemenveiling. Deze functies zijn inmiddels verdwenen. Dat wil niet zeggen dat de agrologistieke functie niet meer van belang is. De logistiek van verse producten is een specialistische tak die met de groei van de bevolking mee zal groeien. Gezien de aanwezigheid van de vele distributiecentra van supermarkten is het passend dat met name logistieke dienstverleners aanvullend op dit segment zich in Lansingerland vestigen. Omgaan met schaarse ruimte
Ambitie: Behouden en beter benutten van werklocaties De vraag naar geschikte bedrijfsruimten is hoog terwijl het aanbod laag is. We zetten in op behoud van bestaande werklocaties, waarbij verouderde terreinen worden gerevitaliseerd of geherstructureerd. getransformeerd, Transformaties van werken naar uitsluitend woningen willen we zo weinig mogelijk toestaan, het stapelen van wonen en werken (functiemenging) heeft onze voorkeur. Als werklocaties verdwijnen dan dienen elders werklocaties toegevoegd te worden. Daarnaast onderzoeken we in elke gebiedsontwikkeling of het toevoegen van werklocaties mogelijk is.
t
We kunnen ook ruimte creëren door bestaande werklocaties beter te benutten. Dat betekent dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt, en we inzetten op meervoudig ruimtegebruik en functiemenging.
Ambitie: Ruimte bieden aan bedrijven die bijdragen aan brede welvaart en bestaande economische clusters versterken De schaarse ruimte zetten we in voor bedrijven die bijdragen aan brede welvaart. Bijvoorbeeld bedrijven die oplossingen hebben voor verduurzaming, energietransitie, om de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen, passen in een circulaire economie of vele doelgroepen als werknemer betrekken in hun werkproces. Daarnaast hebben we een voorkeur voor bedrijvigheid die de bestaande economische clusters in de regio nog meer versterken of innoveren zoals het Horti Science cluster. Bedrijvigheid zoals caravanstallingen, opslagboxen en kleine bedrijfsunits beschouwen we als een onderbenutting van ruimte, een risico voor intensievere mobiliteit en grotere onveiligheid voor de omgeving en willen we derhalve niet verder laten uitbreiden. Gezien de schaarste aan bedrijfsruimte geeft de gemeente voorkeur aan bedrijven die met activiteiten die van grotere toegevoegde waarde zijn voor de economie. Naast bedrijven die bijdragen aan brede welvaart, zijn bedrijven die oplossingen ontwikkelen om verdere automatisering en robotsering in de Horti Science sector en de logistiek mogelijk te maken, een goede aanvulling voor Lansingerland.
Ambitie: Inzetten op energieonafhankelijkheid Energiehubs kunnen de overbelasting van het elektriciteitsnet beperken en vergroten de energieonafhankelijkheid van bedrijven. Aangezien Lansingerland veel bedrijven in de logistieke sector huisvest, zal de energieinfrastructuur geschikt moeten zijn voor het grootschalig laden van elektrische bestelbussen en vrachtwagens. De gemeente juicht het toe wanneer bedrijvencollectieven zelf energiehubs oprichten en zal hen daarbij zoveel mogelijk ondersteunen. Een energiehub is een lokale samenwerking op het gebied van energie. Deze partijen
2 Het glastuinbouwgebied Oostland omvat bedrijven uit het glastuinbouwcluster in de gemeenten Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp Waddinxveen en Zuidplas. Pagina 40 van 108
en -
3.3.5. Horti Science
Ambitie: Horti Science gerelateerde grondstofstromen optimaliseren In de circulaire economie zullen grondstoffen en matsrialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. De verwerking hiervan gaat vaak gepaard met de nodige transportbewegingen, geluidhinder en geurhinder. Het is dus zaak om binnen de gemeente plekken aan te wijzen waar dergelijke circulaire hubs mogelijk zijn. Door de ligging langs de A12 is het bedrijventerrein op de Klappolder hier geschikt voor. Nog belangrijker is om in de veelheid van grondstoffen en materialen te kiezen voor specifieke stromen. Denk hierbij aan de grondstoffen en materialen die door bedrijven in Lansingerland en de regio worden gebruikt of die om andere redenen strategisch van belang zijn. In eerste instantie denken we hierbij aan en de materialen en grondstoffen in de bouwmaterialen glastuinbouwketen. Bedrijven die deze grondstoffenen materialenstromen op een hoogwaardige manier verwerken nodigen we uit om zich in Lansingerland te vestigen.
Gezonde samenleving
stemmen energieproductie, verbruik op elkaar af.
-transport,
-opslag, -conversie
Ambitie: Optimaliseren niet-toekomstbestendige gebieden, zoals verouderde glastuinbouwgebieden en verouderde bedrijventerreinen Ruimtewinst kan ook worden behaald door verouderde glastuinbouwgebieden en bedrijventerreinen te herstructureren, te transformeren en te revitaliseren. Lage, kleine gebouwen kunnen plaatsmaken voor gebouwen die de toegestane bouwhoogtes en bebouwing van een perceel maximaal benutten. Herstructurering biedt ook kansen om bedrijven die ‘op de verkeerde plek zitten’ te verplaatsen. Zo werken we toe naar het principe ‘juiste onderneming op de juiste plaats’ en kunnen we bedrijven met gelijksoortige activiteiten bij elkaar plaatsen om de clusterkracht te vergroten. Gebieden die hiervoor in aanmerking komen zijn de Chrysantenweg, Warmoeziersweg/Oosteindsepad, Leeuwenhoekweg/ Oosteindsepolder, Molenweg en Spoorhaven.
t
t
Ambitie: De Horti Science sector draagt bij aan de fysieke gezondheid van onze inwoners
Lansingerlandse ondernemers dragen in sterke mate bij aan de maatschappelijke betrokkenheid en het welzijn van onze gemeenschap. Zij zijn geworteld in de lokale gemeenschap en ondersteunen diverse goede doelen, sportverenigingen en evenementen. Deze maatschappelijke bijdrage willen we in de komende jaren versterken en meer zichtbaarheid geven, vooral op thema's die direct bijdragen aan de kwaliteit van leven. Denk hierbij aan het bevorderen van een gezonde leefstijl en het vergroten van de beschikbaarheid van gezonde producten. We onderzoeken samen met het Horti Science cluster hoe de beschikbaarheid van gezonde voeding voor specifieke doelgroepen kan worden vergroot, bijvoorbeeld door scholen en werkplekken te betrekken. Daarnaast zien we kansen om via evenementen en activiteiten rondom voeding en welzijn een bredere bewustwording te creëren voor onze inwoners. Ook kan er een kans zijn om eenzame ouderen in een kas te laten tuinen. Zo stimuleren we ontmoetingen en bieden we een functie voor kleine verouderde kassen die dicht bij dorpskernen liggen. Dit draagt bij aan het positieve imago van het Horti Science cluster, maar heeft vooral een wezenlijke impact op het welzijn van onze inwoners. Lokale betrokkenheid
Ambitie: De Horti Science sector draagt bij aan het maatschappelijk welzijn van onze inwoners Positieve gezondheid gaat niet alleen over fysieke gezondheid, maar ook over zingeving en sociale betrokkenheid. Het hebben van een doel in het leven, je verbonden voelen met anderen en actief meedoen in de samenleving zijn fundamentele elementen voor geluk en welzijn. In Lansingerland is er een groep inwoners die moeite heeft om volledig deel te nemen aan de maatschappij. Samen met glastuinbouwondernemers en maatschappelijke organisaties Pagina 41 van 108
willen we deze mensen kansen bieden om via dagbesteding of deeltijdbanen kleine stappen te zetten richting zelfstandigheid. Regionale samenwerking
Ambitie: Versterken van de regionale samenwerking De uitdagingen waarmee we te maken hebben - van personeelstekorten tot de energietransitie - stoppen niet bij onze gemeentegrenzen. Door sterke regionale samenwerking en een slimme positionering ontstaat agglomeratievoordeel. Het is van vitaal belang dat we cross-sectorale innovaties aanjagen tussen de glastuinbouw, biotech, IT en gezondheidszorg, waarbij de uitwisseling van kennis en technologie leidt tot nieuwe toepassingen binnen Horti Science én in andere sectoren. Om onze positie in de regio verder te versterken, richten we ons op de volgende vier ambities.
positioneren, kunnen we onze internationale concurrentiepositie versterken. Horti Science zal hierin het onderscheidende Lansingerlandse accent zijn, waarmee we bijdragen aan duurzame voedselvoorziening en nieuwe technologische doorbraken. Ambitie: Nauwe samenwerking met kennispartners op het gebied van digitalisering Digitalisering speelt een sleutelrol in de glastuinbouw. Innovaties op het gebied van automatisering, sensortechnologie, kunstmatige intelligentie en data-analyse zullen de komende jaren bepalend zijn voor de toekomst van de sector. We werken daarom nauw samen met kennisinstituten en regionale innovatiehubs zoals YES! Delft, de Erasmus Universiteit, de Universiteit Leiden en Wageningen University & Research. Horti Science cluster
Ambitie: Versterken van de samenwerking tussen drie regionale Horti Campussen Elk van deze campussen heeft zijn eigen specialisatie in de glastuinbouw. Lansingerland excelleert in de optimalisatie van het gewas, terwijl Westland zich richt op (kas)techniek. Barendrecht focust zich op logistiek en vers, wat aansluit op ons eigen logistieke netwerk langs de A12-Corridor. Door deze krachten te bundelen, kunnen we de hele keten van productie tot distributie versterken en innoveren. Ambitie: Betrekken van Oostlandse gemeenten bij de ontwikkeling van het Horti Science Park De groei van het Horti Science cluster is een regionale opgave. We zien kansen in het betrekken van omliggende Oostlandse gemeenten bij de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld het Horti Science Park.
Ŵ
Ambitie: Horti Science als Lansingerlands accent in de regio Onze regio is internationaal bekend om zijn innovaties in de tuinbouw. Door onszelf steeds meer als innovatieve regio te
t
Ambitie: Innovatiekracht van het Horti Science cluster versterken
De gemeente Lansingerland investeert doelgericht in het Horti Science cluster, om zo dit innovatieve ecosysteem verder te ontwikkelen. Het Horti Science Park vormt het centrum van het Horti Science cluster en speelt een leidende rol in de innovatie van de glastuinbouwsector. Om deze ontwikkelingen te versnellen, stimuleren we de verdere doorontwikkeling van het Horti Science Park. Innovaties bereiken sneller de markt, cross-overs tussen sectoren worden makkelijker, en bedrijven kunnen de digitale en energie-uitdagingen van de toekomst beter aan. Om de innovatiekracht van het cluster te versterken en deze versnelling te realiseren, werkt Lansingerland nauw samen met toonaangevende kennisinstellingen. Daarnaast ondersteunen we glastuinbouwbedrijven, zodat zij kunnen anticiperen op veranderingen in de sector en worden geholpen bij digitalisering en de overgang naar duurzame energie. Het Horti Science Innovation Center onderscheidt zich door een unieke combinatie van plantenkennis, technische expertise en ondernemerschap. Wageningen University, het Delphy Improvement Centre en incubators YES! Delft en StartLife werken hier nauw samen om startups en gevestigde bedrijven te ondersteunen bij het Pagina 42 van 108
ontwikkelen van oplossingen die de transitie naar een digitaal en duurzaam toekomstbeeld mogelijk maken. Lansingerland faciliteert en stimuleert deze innovaties.
Herstructurering
De verdere ontwikkeling van het Horti Science cluster vereist ruimtelijke randvoorwaarden die niet alleen huidige bedrijven en kennisinstellingen ondersteunen, maar ook aantrekkelijk zijn voor nieuwe partijen, zoals startups en scale-ups. We creëren ruimte waar jonge bedrijven kunnen groeien, ruimte voor innovatieve experimenten en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Daarnaast zetten we in op de beschikbaarheid van woningen voor verschillende doelgroepen, zodat ook mensen die in de glastuinbouwsector werken in de regio kunnen wonen. We zorgen voor efficiënte verbindingen voor transport en woon-werkverkeer door een betere ontsluiting en betere ov-verbindingen. Het vinden van een balans tussen de kwaliteit van de leefomgeving en het voortbestaan van het glastuinbouwcluster is daarbij essentieel.
In sommige glastuinbouwgebieden is de kavelstructuur niet optimaal, maar kan deze door herstructurering wel worden verbeterd. De cultuurhistorische en landschappelijke structuren nemen we hierbij in ogenschouw. Dit geldt voor FES-Oostland, delen van de Overbuurtse Polder Noord en de Noordpolder. In sommige gevallen zijn ondernemers bereid hun woning te verplaatsen naar de randen van het glastuinbouwgebied, waardoor ruimte vrijkomt voor verdere verduurzaming. Nieuwe bewoning in het glastuinbouwgebied staan we niet toe. Dit draagt bij aan zowel de herstructurering van de sector als aan de kwaliteit van de leefomgeving. Herstructurering biedt bovendien kansen voor collectieve voorzieningen, zoals duurzame energie-infrastructuur en waterzuivering. Gezien de schaarse ruimte is het essentieel dat dergelijke infrastructuur slim wordt ingepast in het beschikbare gebied.
Toekomstbestendige glastuinbouwgebieden
Sommige delen van het glastuinbouwgebied, zoals de Chrysantenweg en het zuidoostelijke deel van de Warmoeziersweg, zijn op termijn niet toekomstbestendig en komen in aanmerking voor transformatie. Dit biedt zowel uitdagingen als kansen. Aan de ene kant kunnen bedrijven die willen stoppen worden gesaneerd, terwijl bedrijven die willen doorgroeien worden ondersteund bij verplaatsing naar betere locaties. Ook biedt het kansen de het groenblauwe netwerk te versterken. Dit helpt niet alleen de sector toekomstbestendig te maken, maar creëert ook ruimte voor andere ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde bedrijfswoningen en plattelandswoningen.
Ambitie: Moderniseren verouderde glastuinbouwgebieden Het glastuinbouwgebied van de toekomst vereist grotere kavels, duurzame energie- en COz-netwerken, betere digitale infrastructuur, en een goede verkeersontsluiting. Collectieve voorzieningen voor waterberging en -zuivering worden steeds belangrijker. Lansingerland heeft zowel oudere als jongere glaslocaties, met variërende verkaveling en infrastructuur. Schaalvergroting en verduurzaming kunnen alleen plaatsvinden als er op de juiste locaties voldoende ruimte beschikbaar is, zowel bovengronds als ondergronds.
t
Verschillende glastuinbouwgebieden in Lansingerland zijn momenteel toekomstbestendig, maar ondernemers geven aan dat dit snel kan veranderen. Daarom stimuleren we voortdurende modernisering, zeker gezien de toenemende ruimtedruk. De gebieden Oosteindse Polder, Overbuurtse Polder Zuid en Wilgenlei hebben aandacht nodig voor het behoud van hun glastuinbouwfunctie, schaalvergroting en verduurzaming. We werken samen met ondernemers om moderniseringskansen te identificeren.
t
Ambitie: Kavelstructuur optimaliseren
glastuinbouwgebieden
Arbeidsmarkt en scholing
Ambitie: Opleiden en bijscholen van voldoende werknemers voor de glastuinbouw De oplossing voor de personeelsproblematiek in de glastuinbouwsector ligt in een gecoördineerde aanpak tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen, de zogenaamde triple helix. We werken intensiever samen met hogescholen en universiteiten om de bekendheid van de sector te vergroten en meer
Pagina 43 van 108
talent aan te trekken. Daartoe vragen we een actieve inzet van alle betrokken partijen binnen het triple helix-model.
3.3.6. Energietransitie en Circulaire Economie
De snelle ontwikkelingen in het Horti Science cluster vragen daarnaast om voortdurende bijscholing van werknemers, zowel op technisch als ICT-gebied. We stimuleren daarom een Leven Lang Ontwikkelen-cultuur. Bedrijven geven aan dat er naast hoogopgeleide kenniswerkers ook een groeiend tekort is aan productiemedewerkers. Dit vraagt om een brede strategie: we investeren niet alleen in de jonge generatie, maar ook in werkzoekenden en zij-instromers. Het deelakkoord Greenport onder het regionale Human Capital Akkoord biedt ondersteuning bij het ontwikkelen van scholingsprogramma’s. Bedrijven erkennen steeds meer het belang van samenwerking om personeelstekorten op te vangen. Initiatieven zoals interne leeracademies en mentorschapsprogramma’s tussen ervaren werknemers en jonge krachten zijn waardevol, maar worden vaak geïsoleerd uitgevoerd. Hier liggen kansen voor verbinding en opschaling. De gemeente speelt hierbij een faciliterende rol door gezamenlijke sessies te organiseren waarin deze initiatieven worden besproken en gestimuleerd.
Klimaatneutraal
Het verbeteren van de doorstroom van werklozen naar werk blijft een belangrijk thema. Voor het Horti Science cluster sluiten we beter aan op de regionale arbeidsmarktinitiatieven van Zuid-Holland Centraal, die de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden coördineren. Ook sociaal ondernemerschap, met name gericht op statushouders, biedt mogelijkheden voor inclusieve groei in de sector. Door nauwere samenwerking met het UWV en andere arbeidsmarktpartners begeleiden we werkzoekenden beter naar banen in de glastuinbouw. Dit geldt ook voor specifieke doelgroepen zoals statushouders, die door gerichte begeleiding en scholing een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de sector.
Ambitie: Een klimaatneutrale gemeente in 2050 Dit betekent dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. Hiermee dragen we bij aan de nationale doelstellingen van 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 19903 en klimaatneutraliteit in 2050.
t
Een robuust en toekomstbestendig energiesysteem
t
Ambitie: Een stabiel elektriciteitsnet met voldoende capaciteit
Nieuwe netwerken voor energie worden ingepast. Zo wordt het elektriciteitsnet verzwaard en uitgebreid met nieuwe kabels en stations. Als gemeente werken we samen met de netbeheerders om deze operatie zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Uitgangspunt is daarom dat we zowel ondergronds als bovengronds voldoende ruimte voor nieuwe netwerken reserveren. Op bedrijventerreinen is het wenselijk om netcongestie tegen te gaan en energie slim te gebruiken en uit te wisselen. Daarom wordt steeds vaker onderzoek gedaan naar energiehubs waar energiestromen bij elkaar komen, opgeslagen worden en omgezet worden. Als gemeente kiezen we hierin een faciliterende rol richting ondernemers op bedrijventerreinen. Hiermee dragen we bij aan het zoveel mogelijk in balans brengen van vraag en aanbod op het energienet. Ruimte voor energietransitie
Ambitie: We geven ruimte aan de energietransitie Om netcongestie tegen te gaan zijn er honderden extra transformatorhuisjes in de wijken nodig, extra ruimte voor bijvoorbeeld middenspanningsstations en ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen. Omdat de transitie volop in beweging is, weten
3 Het kabinet richt zich op 6090 COz-reductie om deze doelstelling te behalen. Pagina 44 van 108
we nu nog niet exact waar en hoeveel ruimte er nodig is. Dit proberen we zo goed mogelijk in kaart te krijgen. Dat betekent ook dat we terughoudend omgaan met het invullen van de beschikbare ruimte. We zoeken daarbij zoveel mogelijk naar slimme combinaties, waardoor we ruimte behouden voor de diverse opgaven. Bij herinrichting en ontwikkeling van de openbare ruimte wegen we het belang van opwek van zonne-energie op daken integraal mee. In gevallen waarbij sprake is van een reeds ingerichte openbare ruim te inclusief een bestaand bomenbestand, prevaleert de boom. We zullen geen bestaande bomen drastisch snoeien of verplaatsen/verwijderen omwille van de installatie van zonnepanelen. Ruimtebehoefte voor de energietransitie kan ook betekenen dat we concessies moeten doen. De plaatsing van energie-infrastructuur is namelijk vaak plaatsgebonden. Als het nodig is, accepteren we bijvoorbeeld grotere loopafstanden voor parkeerplekken in en rondom woonwijken om daarmee plaats te maken voor de energietransitie. Batterijopslag
Ambitie: Slimme integratie batterij-opslag in het elektriciteitsnet Om vraag en aanbod beter in balans te brengen en netcongestie tegen te gaan zien wij een groeiende rol voor batterijen in het elektriciteitsnetwerk. Dit kan op verschillende schaalniveaus nodig zijn: door middel van zeer grote batterijsystemen, maar ook op bedrijfsniveau, woningniveau of het bidirectioneel (tweezijdig) laden van elektrische auto’s. Lansingerland staat positief tegenover deze innovatieve oplossingen om het elektriciteitsnet te stabiliseren en netcapaciteit slim te benutten. Veiligheid dient echter gewaarborgd te zijn. Grote batterijsystemen staan we alleen toe als deze geen extra belasting op het elektriciteitsnet vormen. We beoordelen dit in samenwerking met de betreffende netbeheerder(s).
Duurzame opwek van elektriciteit
t
Ambitie: Het lokaal opwekken van minimaal 25% van ons elektriciteitsverbruik in 2050
We besparen zoveel als mogelijk energie binnen onze gemeentegrenzen en het elektriciteitsverbruik wordt voor minimaal 25% lokaal duurzaam opgewekt in 2050. Hiermee leveren we een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een klimaatneutrale gemeente. Zonne-energie
t
Ambitie: Het berekende opwekpotentieel van 153,5 GWh zoveel mogelijk benutten
Voor zonne-energie op land geldt er sinds 2023 op landelijk en provinciaal niveau aangescherpt beleid, waardoor de mogelijkheden voor grondgebonden zonnevelden verder zijn ingeperkt. Realisatie van projecten voor de opwek van zonneenergie komt vooral voor in het kader van meervoudig ruimtegebruik. We stimuleren dit bijvoorbeeld op grote bedrijfsdaken, langs infrastructuur, op water en boven parkeerplaatsen. Grondgebonden zon is onder voorwaarden mogelijk langs infrastructurele lijnen en op reststroken: gronden waarvoor geen andere passende functionele invulling kan worden gevonden. Daarnaast behoort ook zon op water tot de mogelijkheden. Verder stimuleren we in samenwerking met Greenport West-Holland tuinders om zoveel mogelijk de waterbassins te benutten voor zonnepanelen. Deze energieopbrengsten zijn aantrekkelijk voor tuinders. Wij continueren de inzet om dit te stimuleren. Zonnepanelen op kassen vinden we niet gewenst als hier niet onder geteeld kan worden. Indien het door innovatie mogelijk is om voldoende transparante zonnepanelen te gebruiken en er daadwerkelijk gewassen onder te telen, zullen we dit heroverwegen. Ten slotte zet de gemeente ook in op de realisatie van zon boven parkeerplaatsen. Voor onze RES-regio is een versnellingsaanpak vastgesteld. Door bijvoorbeeld het realiseren van een solar carport nabij het gemeentekantoor vervullen we een voorbeeldfunctie.
We stimuleren bedrijven om ook hun parkeerterreinen te overkappen Pagina 45 van 108
met zonnepanelen. De opgewekte energie wordt zo veel mogelijk direct ingezet, bijvoorbeeld voor het opladen van elektrische auto’s.
windenergie in Lansingerland, zoals de aanvliegroute voor Rotterdam The Hague Airport. Lokaal eigendom
Ambitie: In lijn met het Klimaatakkoord streeft de gemeente Lansingerland naar 50% lokaal eigendom bij duurzame opwek van elektriciteit op land In lijn met het Klimaatakkoord streeft de gemeente Lansingerland naar 50% lokaal eigendom van de productie van zonne-energie in 2030 en dat hierbij in een gebied door de lokale partijen gelijkwaardig wordt samengewerkt in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject. Onder lokale partijen verstaan we in ieder geval direct omwonenden en inwoners, die al dan niet verenigd zijn in een (energie)coöperatie. Lokaal eigendom geeft de lokale omgeving zeggenschap over de ontwikkeling en landschappelijke inpassing van energieprojecten en over de revenuen, die voortkomen uit die projecten. Door de lokale omgeving zeggenschap te geven, kan er binnen het project ook een eerlijke verdeling van de baten en lasten worden afgesproken. Dit kan via lokaal eigendom, maar ook via aanvullende financiële participatie of andere vormen van toegevoegde waarde voor de omwonenden. Dit alles draagt bij aan de maatschappelijke acceptatie van hernieuwbare energieprojecten. Wij vinden dit van groot belang. Tot slot is het belangrijk om te benadrukken dat financiële participatie van gemeentezijde niet afdwingbaar is en vaak alleen mogelijk is wanneer een zonne-energieproject voldoende opbrengsten genereert.
t
FIGUUR 3.6: ZOEKGEBIEDEN ROTTERDAM DEN HAAG)
ZON
EN WIND
(BRON:
RES 1.0.
Windenergie
Ambitie: Binnen de mogelijkheden bijdragen aan de regionale opgave windenergie Het beleid op het gebied van windenergie is vastgelegd in het Gemeentelijk Beleids- en Toetskader windenergie. Hierin is het zoekgebied aangewezen waarbinnen onder voorwaarden opwek van windenergie mogelijk gemaakt kan worden. Deze kaders worden in beginsel geïntegreerd in het omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie (zie hoofdstuk 6). Binnen het genoemde zoekgebied wordt aanvullend getoetst op de mogelijke impact op de ontwikkeling van wonen en werken in Bleizo West. We volgen in principe de nationale en provinciale normen voor windturbines. Er zijn in de praktijk echter belemmeringen voor de realisatie van
Het omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie zal nadere kaders en uitgangspunten voor de realisatie van zonneenergie binnen onze gemeente bevatten. Inmiddels is het rijksbeleid op het gebied van zonne-energie aangescherpt en zijn de mogelijkheden van vooral grondgebonden zonnevelden verder ingeperkt. Het is mogelijk dat het Rijk gaat bepalen dat de installatie van een batterij bij zonneparken verplicht wordt. Gezien onze keuze voor meervoudig ruimtegebruik in relatie tot de vier genoemde focusgebieden zien wij nog voldoende mogelijkheden om de opgewekte zonne-energie binnen onze gemeentegrenzen te laten toenemen. Pagina 46 van 108
Duurzame warmte
Ambitie: Een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 Als gemeente zijn we regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. We vinden het daarbij belangrijk dat alle inwoners de overstap kunnen maken naar een aardgasvrij alternatief. We helpen hen dan ook om dit zo makkelijk mogelijk te maken. We streven ernaar dat in 2030 4.500 woningen niet langer gebruik maken van aardgas voor verwarming, koken en douchen. Een belangrijke eerste stap is energiebesparing, mede door isolatie, en het aardgasvrij-ready maken van gebouwen. Het streven is daarbij dat alle woningen minimaal het niveau basisisolatie hebben, en zo klaar zijn voor de overstap naar een fossielvrij alternatief. We werken daarbij samen met partners als de woningcorporatie, energiecoöperatie LansingerStroom en de netbeheerder. Het isoleren dient te gebeuren conform de Omgevingswet. In dat kader wordt een zogenaamd soortenmanagementplan opgesteld, waarmee meer inzicht ontstaat in de (beschermde) plant- en diersoorten in de gebouwde omgeving in relatie tot isolatieen verbouwingsactivi tei ten.
t
Het warmteprogramma (onderdeel van het omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie) bevat een uitgebreide beschrijving over de route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Ambitie: Glastuinbouw klimaatneutraal in 2040 Er is onvoldoende lokale duurzame warmte beschikbaar om in de warmtevraag van de glastuinbouw (en de gebouwde omgeving) te voorzien. Daarom is regionale restwarmte van groot belang. Energiebesparing is met name een opgave voor de bedrijven zelf. De gemeente heeft hierin een beperkte rol. Op het gebied van bronnen en netwerken heeft de gemeente een grotere faciliterende rol. We werken hierbij veel samen met de sector en andere gebiedspartners. Binnen de Greenport West-Holland stimuleren we de verduurzaming van de glastuinbouw. Binnen de Warmtesamenwerking Oostland (WSO) werken we samen aan een regionaal gebiedsdekkend duurzaam warmtenetwerk.
t
Ambitie: Het realiseren van een gebiedsdekkend regionaal warmtenet
Warmtenetten zijn cruciaal voor de energietransitie in de glastuinbouw, en daarmee de toekomstbestendigheid van de gebieden. We streven dan ook naar een gebiedsdekkend regionaal warmtenet. Warmtenetten in de glastuinbouw bieden kansen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving.
t
Ambitie: Diverse nieuwe geothermiebronnen in onze gemeente in 2030
Bij geothermie wordt warmte uit de ondergrond vanaf 500 meter en dieper gebruikt. In onze gemeente ligt er veel potentie voor geothermie. De eerste geothermie-installatie in Nederland is in 2007 in Bleiswijk gerealiseerd. Inmiddels zijn er meerdere nieuwe geothermiebronnen ontwikkeld. Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei is het bevoegd gezag voor de benodigde vergunningen voor winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter). Wij hebben hier als gemeente een adviesrol bij en dus een beperkte invloed op de ontwikkeling van geothermie. Aandachtspunt hierbij is wel dat eventuele extra kabels en leidingen op kosten van de initiatiefnemer en in overleg met de gemeente Lansingerland moeten worden aangelegd. Ambitie: Voldoende regionale restwarmte beschikbaar voor afnemers in Lansingerland Restwarmte is warmte die vrijkomt en niet wordt benut. Deze warmte kan worden gebruikt als warmtebron in een warmtenet, om bijvoorbeeld glastuinbouw of woningen te verwarmen. In het huidige Roca-warmtenet wordt een deel van de warmte reeds vanuit deze bron geleverd. In de periode 2022-2027 legt Gasunie WarmtelinQ aan om restwarmte vanuit het Rotterdamse havencluster naar Den Haag en Leiden te transporteren. Lansingerland heeft samen met omliggende gemeenten een T-stuk in deze leiding laten maken, zodat we hier in de toekomst mogelijk een aansluiting op kunnen realiseren.
Dit is echter pas mogelijk wanneer de warmteprijzen voldoende concurrerend zijn voor afnemers binnen onze gemeente, zoals glastuinbouwondernemers. Op deze wijze faciliteren we de energietransitie.
t
Pagina 47 van 108
Biomassa
Ambitie: Geen nieuwe biomassa-installaties Biomassa wordt op beperkte schaal gebruikt voor de opwek van warmte en elektriciteit in de glastuinbouw. Wij zien biomassa als transitiebrandstof. Dit betekent dat het een tijdelijke rol vervult in het energiesysteem, terwijl intussen andere duurzamere warmtebronnen, zoals geothermie en restwarmte, verder kunnen worden ontwikkeld. Wij staan geen nieuwe biomassa installaties toe in Lansingerland. Bestaande installaties worden niet vroegtijdig gesloten. Dit is in lijn met het landelijke beleid. Duurzame gemeentelijke organisatie
Ambitie: Gemeentelijke organisatie klimaatneutraal in 2050 Om het doel van klimaatneutraliteit in 2050 te behalen, verduurzamen we onze vastgoedportefeuille en integreren we verduurzamingsmaatregelen in het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP). We zetten stevig in op energiebesparing in de gebouwen. We hebben zonnepanelen gerealiseerd op alle panden waar dit mogelijk is. Ook op nieuwe panden realiseren we zonnepanelen, indien mogelijk in samenwerking met andere partijen. Voor de energievoorziening in het gemeentelijke vastgoed gaan we over naar hybride of aardgasvrije oplossingen. Ook realiseren we solar carports bij het gemeentehuis en bij parkeergarage Westpolder. Deze projecten dragen bij aan de doelstellingen op het gebied van duurzame opwek en zorgen mede voor energiebesparing en lagere energiekosten voor de gemeente. Onze openbare verlichting voorzien wij van energiezuinige varianten, zoals ledverlichting. Bij Beheer en werken in de buitenruim te kiezen wij zoveel mogelijk voor emissievrij materieel. Ook voor ons eigen wagenpark kiezen wij voor emissievrij, zoals elektrisch, tenzij het niet anders kan. Elektrisch rijden
Ambitie: Emissieloos vervoer in 2050 Conform het Klimaatakkoord zetten ook wij in op het stimuleren van elektrisch rijden en laadzekerheid binnen onze gemeente. Laden gebeurt zo veel mogelijk op eigen terrein,
t
mits ook op eigen terrein ook geparkeerd kan worden. Verspreid over de gemeente leggen we waar nodig publieke laadinfrastructuur aan. Op basis van de vraag van inwoners wordt de laadinfrastructuur verder uitgebreid, ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. In de woonwijken is het opladen op eigen terrein het eerste uitgangspunt. Kan dat niet, dan wordt laadinfrastructuur in openbaar gebied uitgebreid. Voor mensen onderweg zet de gemeente Lansingerland in op een netwerk van snellaadpalen. We gaan voor laadzekerheid en zien het snelladen vooral als een marktactiviteit. Realisatie van snelladers is vooral mogelijk bij bestaande tankstations, op bedrijventerreinen en op privaat terrein. Realisatie langs grotere verbindingswegen binnen onze gemeentegrenzen hebben de voorkeur. Wij stellen een meldingsplicht in voor marktpartijen, voordat men overgaat tot de realisatie van snelladers of snellaadstations. Verduurzaming logistiek
t
Ambitie: Tijdig, voldoende en passende laadinfrastructuur voor logistieke voertuigen
Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden, is ons uitgangspunt dat logistieke voertuigen vooral op privaat terrein laden. Voor veel logistieke bedrijven zijn dat de bedrijventerreinen of depots. De glastuinbouwsector maakt veel gebruik van vrachtwagens om hun producten bij de tussenhandel in of buiten Nederland te krijgen. Wij verwachten dat het laden met name zal plaatsvinden op de eigen terreinen van die logistieke ondernemers, niet bij de glastuinbouwlocaties zelf. De lichte voertuigen, die de glastuinbouwsector gebruikt op eigen terrein, kan men ook op eigen terrein gaan laden, waarbij eigen opwek direct ingezet kan worden. Logistieke ondernemers die niet kunnen laden op eigen terrein, kunnen uitwijken naar semipublieke en publieke laadpunten. In afstemming met de gemeente en Stedin zal de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag een proactieve rol op zich nemen om te onderzoeken of publieke laadpunten op rustige momenten gebruikt kunnen worden voor logistiek laden. Het laden in de wijken wordt zoveel mogelijk geclusterd.
Pagina 48 van 108
Ambitie: Gebrek aan laadinfrastructuur mag geen belemmering vormen voor de transitie naar zero emissie vervoer en logistiek. De gemeente zet zich in voor samenwerking tussen en met ondernemers en Stedin om de benodigde voorzieningen te realiseren voor de transitie naar zero emissie vervoer en logistiek. Kennisdeling voor innovatieve oplossingen en collectieve initiatieven is hierbij van belang om het elektriciteitsnet minimaal te belasten. We zetten ons in om ondernemers te ondersteunen ten aanzien van smart energy hubs en laadstations voor de logistiek. Laadinfrastructuur voor logistiek concentreren we op de 15 bedrijventerreinen en langs logistieke corridors. Op deze bedrijventerreinen verzamelen zich zowel bestelvoertuigen (N1) als vrachtwagens (N2, N3). Deze voertuigen kunnen behoefte hebben aan zowel snelladen als regulier laden. Laden voor logistiek vindt dus niet in de woonkernen plaats. De gemeente zoekt hierbij proactief samenwerking met regionale en nationale partners om de transitie naar een emissievrij logistiek netwerk te versnellen.
t
We willen bereiken dat er in Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) tijdig, voldoende en passende laadinfrastructuur voor logistieke voertuigen beschikbaar is. Tijdig in de zin dat laadinfrastructuur beschikbaar is in lijn met voertuig ontwikkelingen. Voldoende betekent dat de overstap naar elektrische voertuigen niet wordt belemmerd. Passend houdt in dat het juiste type laadinfrastructuur met de juiste vermogens wordt geplaatst. Dit alles gebeurt in samenspraak met andere betrokken partijen zoals netbeheerders, ondernemers en inwoners. Wanneer bedrijven allen individueel laadinfrastructuur zouden realiseren, worden kansen voor het realiseren van gedeelde en efficiënte gebruikte laadinfrastructuur gemist. Dit heeft hogere investeringskosten en een grotere impact op het energienet tot gevolg. In navolging van de gebiedsgerichte aanpak werken wij samen met parkmanagers de opgave voor laadinfrastructuur uit.
Circulair grondstoffengebruik: Van afval naar grondstof
t
Ambitie: Optimale verwerking afval- en grondstofstromen van inwoners tot 0 kg restafval in 2050
Wij streven ernaar dat al het huishoudelijk afval in 2050 wordt hergebruikt of gerecycled. Vanaf 2023 zijn bewoners een gedifferentieerd tarief gaan betalen voor restafval. Voor het aanbieden van grondstoffen, o.a. GFT, papier en karton, verpakkingen, glas en textiel, betalen inwoners niet extra. Het aandeel restafval is hierdoor flink gedaald, van 168 kg fijn restafval in 2022, naar 110 kg in 2023. Op de korte termijn willen we het jaarlijkse aandeel grof en fijn restafval terugbrengen naar 100 kg per inwoner. De nadruk ligt op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen, die wij inzamelen voor producenten. Op basis van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid worden zij wettelijk verplicht tot inzameling van een minimum percentage van op de markt afgezet product, een minimaal percentage hiervan te recyclen en hierover te rapporteren aan de overheid. De Europese doelstelling is 65% recycling in 2035. Nederland streeft ernaar in 2030 60% recycling te realiseren4. Eind 2025 wordt een nieuw Grondstoffen Inzamelstation (GIS) opgeleverd. Onze ambitie is om van het GIS een circulair centrum te maken. Dit centrum is optimaal ingericht om zo goed en veel mogelijk grof huishoudelijk afval gescheiden aan te bieden, gecombineerd met hergebruik (zogenaamde kringloopactiviteiten).
Hier is onder andere plek voor reparatie van oude producten, onderwijs en sociale werkgelegenheid voormensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Ambitie: Verminderen van afvalstromen door inzet van inwoners We stimuleren gedragsverandering door inwoners kennis te laten maken met circulaire bedrijven, producten en activiteiten, bijvoorbeeld op het Grondstoffen Inzamelstation, in winkelcentra of in woonwijken. Wij nemen onze inwoners mee in bewustwording, in
Bron: https://vang-hha.nl/nieuwe-vang-recvcledoelstelling/ Pagina 49 van 108
preventie en in de deeleconomie. We stimuleren hergebruik, reparatie, opknappen en recycling en laten zien dat we toekunnen met het consumeren van minder producten waar nieuwe materialen voor benodigd zijn. Circulair materiaalgebruik
Ambitie: Verlagen impact van materiaalgebruik bij gebiedsontwikkelingen tot 100^ circulair in 2050 De gebouwde omgeving is voor 38% verantwoordelijk voor de gehele Nederlandse CO2-uitstoot, waarvan 11% toe te kennen is aan de productie van materialen.5 In Lansingerland hebben we de ambitie om nog duizenden nieuwe woningen te bouwen. Dit betekent ook de aanvoer van duizenden vrachtauto’s met bouwmaterialen en dus een grote milieu-impact. Lansingerland wil de inzet op toekomstbestendig bouwen vergroten: energieneutraal, klimaatadaptief, natuurinclusief, circulair, biobased, gezond en emissieloos. Wij stimuleren ontwikkelaars om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zo circulair en duurzaam mogelijk te ontwerpen en te bouwen. Zo kan er worden gekozen voor materialen met een lage CO2-uitstoot: hergebruikte materialen die vrijkomen bij sloop elders of biobased materialen zoals hout, vlas, stro of hennep. We verminderen de impact van onze eigen organisatie door ons inkoopbeleid verder aan te scherpen. In 2050 kopen we 100% duurzaam en circulair in. Onder andere bij beheer van de openbare ruimte of renovatie van eigen vastgoed worden steeds meer circulaire materialen toegepast. Wij streven ernaar dat er in 2050 100% circulair gebouwd wordt. Door te sturen op circulair materiaalgebruik dragen we bij aan de landelijke doelstellingen voor CO2-reductie.
Waar mogelijk maken we ruimte vrij voor circulaire bouwbedrijven en circulaire materialenhubs. Ook werken we toe naar een zero-emissie bouwlogistiek. Deze ambities gelden niet alleen voor nieuwbouw maar ook voor renovatieopgaven en het verduurzamen van het eigen vastgoed. Het overkoepelende omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie richt zich op circulair en energieneutraal bouwen. De onderwerpen klimaatadaptatief en
^
natuurinclusief bouwen worden in het omgevingsprogramma Kwaliteit van de Leefomgeving uitgewerkt (zie hoofdstuk 6). Ambitie: Verlagen impact van materiaalgebruik bij beheer van de openbare ruimte tot 100^ circulair in 2050 We passen in de openbare ruimte steeds meer circulaire en duurzame materialen toe om CO2-uitstoot steeds verder te reduceren. Waar dat van toepassing is gebruiken we de Milieukosten indicator als sturingsinstrument. Het materiaal dat vrijkomt bij onderhoud- en sloopwerkzaamheden wordt steeds beter hergebruikt en circulair verwerkt. Wij sturen hierop bij inkoop- en aanbestedingstrajecten. Objecten en kunstwerken in de openbare ruimte worden waar mogelijk demonteerbaar en aanpasbaar ontworpen. Onze doelstellingen voor 2030 worden verder uitgewerkt in het overkoepelende omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie en in de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte.
t
Ambitie:
Verminderen impact van
inkoop
door
de
gemeentelijke organisatie We verminderen de impact van onze eigen organisatie door duurzaamheidseisen en gunningscriteria verder aan te scherpen bij inkoop en aanbesteding. In 2050 koopt Lansingerland 100% circulair en duurzaam in. In het overkoepelende omgevingsprogramma (zie hoofdstuk 6) wordt de aanpak nader uitgewerkt. Circulaire productie
Ambitie: Voldoende ruimte voor circulaire bedrijvigheid Een circulaire economie draait onder andere op verwerkingsbedrijven die afgedankte materialen weer omzetten naar bruikbare materialen. Deze vergen vaak een vrij hoge milieucategorie. Of, anders geformuleerd: dit zijn locaties waar zware milieubelastende activiteiten zijn toegestaan. Bedrijfskavels met een hoge milieucategorie zijn echter schaars. Daarom sturen we op een goede benutting van kavels met een dergelijke milieucategorie. Ook onderzoeken we waar er ruimte is voor
Whole life carbon - DGBC Pagina 50 van 108
circulaire hubs, met name voor grondstofstromen uit de glastuinbouwsector en uit de bouw. Ten slotte stimuleren we bedrijven, waaronder de glastuinbouwsector, om bedrijfsactiviteiten, grondstofgebruik en afvalproductie verder circulair in te richten. De gemeente Lansingerland wil in ieder geval met haar grondstoffeninzamelstation een bijdrage leveren aan de circulaire economie.
gecompenseerd worden. Dit kan op de bodem, gevel, dak op met andere oplossingen voor groen. De voorkeur is om dit dicht bij de locatie te doen waar het groen is verdwenen.
Ambitie: Verduurzaming van ketens door samenwerking Een circulaire economie vraagt aanpassingen van alle schakels in productieketens. Samenwerking is daarbij van essentieel belang. We kiezen daarom bewust welke samenwerkingsverbanden we stimuleren en faciliteren.
3.3.7. Richtinggevende uitspraken In dit hoofdstuk is per pijler van de Omgevingsvisie de koers bepaald en zijn de ambities van de gemeente Lansingerland beschreven. Dit is gedaan aan de hand van zes beleidsthema’s. In deze paragraaf worden richtinggevende uitspraken gedaan ingeval ambities en/of beleidsuitspraken met elkaar in conflict komen. De ruimte is immers schaars. Deze uitspraken gelden uiteraard binnen de dynamische context van landelijk en provinciaal beleid en regels. De belangrijkste uitspraak is dat klimaatbestendigheid het leidende principe wordt bij de (her)inrichting van de (openbare) ruimte. Wij moeten ons voorbereiden op en aanpassen aan een veranderend klimaat. Dit wordt ook wel klimaatadaptatie genoemd en is in voorgaande paragrafen toegelicht. Hiervoor is ruimte nodig. Het gaat dan om groenblauwe oplossingen, zoals wadi’s, bomen, groenstructuren, groene gevels en daken. Ook in de ondergrond is ruimte nodig, bijvoorbeeld voor wortelende bomen en waterbergende oplossingen zoals infiltratiekratten. Klimaatbestendigheid krijgt dus prioriteit ten opzichte van andere ruimtevragen. De energietransitie is noodzakelijk vanwege de klimaatdoelen in 2050. Dit gaat om klimaatmitigatie. Wij streven ernaar om de voorzieningen die nodig zijn voor deze transitie zo goed als mogelijk in het groen in te passen. Lukt dit niet, dan moet het groen Pagina 51 van 108
4. GEBIEDSGERICHTE UITWERKING 4.1. Inleiding De overkoepelende visie die in hoofdstuk 3 is beschreven - een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland - gaat over de hele gemeente, maar de uitwerking is verschillend per gebied. In een glasgebied hebben we niet dezelfde ambities als in een woonwijk, en in de Groenzoom streven we naar andere gebiedskwaliteiten dan in de linten. Deze benadering past ook in de geest van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de koers per specifiek deelgebied. Hierbij benoemen we de gewenste gebiedskwaliteiten en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. We beschrijven deze ontwikkelperspectieven van de gebieden vanuit een wensbeeld in 2050. Of dit wensbeeld ook daadwerkelijk gerealiseerd gaat en kan worden is uiteraard afhankelijk van allerlei ontwikkelingen, die we nu nog niet kunnen voorzien, maar we vinden het belangrijk om hiermee een wensbeeld te schetsen van Lansingerland in 2050.
Waar relevant geven we aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. Op basis van de eerder beschreven identiteit, kwaliteiten en opgaven onderscheiden we de volgende deelgebieden: Woonkernen Linten (inclusief buurtschap Kruisweg) Glastuinbouw Bedrijventerreinen Groene flanken (inclusief buurtschap Rotte)
verbindingen. Daarmee vormen deze plekken de noordelijke en zuidelijke entrees van de gemeente. Deze worden nader toegelicht in paragraaf 4.7.
4.2. Woonkernen 4.2.1. Introductie Dankzij de centrale ligging in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, de nabijheid van de grote steden, en de groene, aantrekkelijke woonomgeving, is Lansingerland een geliefde plek om te wonen. Onze woonkernen zijn volop in ontwikkeling. We dragen bij aan de lokale en regionale woningbehoefte en versterken tegelijkertijd de lokale kwaliteiten, voorzieningen en bereikbaarheid. Dit doen we op basis van de unieke kenmerken van Lansingerland, passend bij het karakter van elke woonkern. Wij streven ernaar dat in onze woonwijken er rustig kan worden gewoond in een gezonde leefomgeving. Onze inwoners brengen hier immers een groot deel van hun tijd door. Er is ruimte voor het geluid van spelende kinderen en jeugd, maar geluidsoverlast van verkeersaders proberen we te beperken. Ook streven we waar mogelijk naar verbetering van de luchtkwaliteit. Ook in de centra wonen inwoners en is een gezonde leefomgeving belangrijk. Er is wel meer reuring in de centra, en daarmee meer ruimte voor geluid van activiteiten en horeca. Van nieuwe horeca en bedrijven accepteren we echter geen geuroverlast. We accepteren in de centra meer lichtbelasting van straatverlichting, winkels en reclame.
Naast bovenstaande vijf gebiedstypen onderscheiden we twee multifunctionele knooppunten, te weten Bleizo-West en Stationsgebied Rodenrijs/Spoorhaven. Dit zijn gebieden waar verschillende gebiedstypen bij elkaar komen. Het zijn ook de plekken waar de Landscheiding, een van de oudste landschappelijke structuren van de gemeente, doorkruist wordt door regionale HOVPagina 52 van 108
LegefKa j
Gemeenlfgrens watef Riikswŕg Pravincialř wee Gemeentäiįke ontstuitngsweg
Park Deeie^aieder) Berkel en rodenrijs Bergscherhoek Bleiswijk Linterì en buurtschappen KeinwinkelReb*ed AanKbopstraten CenTrumpbred Glastuinbiuw Bedriįven^rreinen Koers Lokaal votfZieningerKentrum KAOoppucontwikkeiing Miittifunaoneie knooppuntontwtklŵlirvg Kwaliteitsmpuls entrees N209 verduurzanen wooinnoorraad Ringvaart iichtbaar en verbonden Vetduurzaning energie en processei Hurii xieice Campus Hom Scieftce-gerelateerde bedrijvigtieid Dorp- en eeioverzorgende bednivi^etd CirculAiie aediijvighetd
Circulair arvalbrengstaťon Gemersgd! werfclocabe Veislogistek en nandel Hoge milKubelashng rrogeliik Beter benjtten bedniventerrein
Nieuw wamtenet (l^'ng indicabef i Versterkei langzaamverkeerverbindngen wistevigrn metro F li|P
Opwaarderen ZoRo-coridor HOV Delft- Rotterdam AlexaixJer verbinder innovatieve oedniventerteirven - -e-
Versier kei groenblauwe verweving Versterkei groenblauwe netwerk VeisteviRFi groene fiarfcen iedereen tan bewegen
ca
Wooingbcjwiocaties Ontwikketocatie. Bleiza-West (wonen en werken) ĩransřorrTBbe naar bedrijventerrein
Lansingerland
KUIPER
FIGUUR 4.1: KOERS WOONKERNEN Pagina 53 van 108
4.2.2. Algemene koers We versterken de ruimtelijke kwaliteit in de kernen. We maken bijvoorbeeld meer ruimte voor biodiversiteit, groen, wandelen, spelen en ontmoeten. We zetten in op een klimaatrobuuste omgeving en stevige groenblauwe netwerken. Deze dragen bij aan de bereikbaarheid van de groene flanken, maken het aantrekkelijk om te lopen of fietsen waardoor we de auto kunnen laten staan en meer gaan bewegen. De ontstaansgeschiedenis maken we herkenbaar. We zorgen voor toekomstgerichte kernen en verhogen de gebruikerswaarde. De kwaliteit van de leefomgeving heeft in deze gebieden een hoge prioriteit. We behouden de bestaande landschappelijke diversiteit door het contrast tussen de open polder en de bebouwde omgeving te beschermen, aansluitend bij het karakter van het gebied. Daarnaast zorgen we ervoor dat onze dorpen niet ongebreideld uitdijen, maar dat ieder dorp op zichzelf herkenbaar blijft. Dit doen we door de openheid op sommige plekken nadrukkelijk te behouden. In de tussenliggende landschappen zorgen we ook voor rust en ruimte, als contrast met het bebouwde gebied.
We committeren ons aan de in de in regionaal verband gemaakte afspraken. Verdere uitwerking van deze punten vindt plaats in het Omgevingsprogramma Wonen dat ons volkshuisvestingsprogramma is (zie hoofdstuk 6). Bij woningbouw-ontwikkelingen hebben wij de ambitie om een deel van de woningen te programmeren voor bijzondere doelgroepen. Wonen heeft vanzelfsprekend een hoge prioriteit in deze gebieden. Ook zorgen we dat binnen de woonkernen voldoende rustige, groene plekken aanwezig zijn. Door het groene netwerk door te trekken tot in de haarvaten van de buurten zorgen we ervoor dat iedere bewoner of werknemer verbonden is met openbaar groen. We ontwikkelen een passend voorzieningenniveau gelijk aan de ontwikkeling van het woningaanbod. Het gaat hierbij om maatschappelijke voorzieningen, maar ook om water en groen. In de woonkernen is er ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid. Dit kan al dan niet aan huis, zolang de bedrijvigheid ondergeschikt is en geen hinder oplevert voor de woonfunctie. Dit is niet randvoorwaardelijk voor woningbouwontwikkeling. Wel neemt het belang van functiemenging nabij HOV toe.
We zetten ons in om de HOV-tramlijn Zoetermeer-Rodenrijs te ontwikkelen om de ov-bereikbaarheid van de woonkernen Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs te verbeteren, en om de missende schakel Zoetermeer-Rotterdam hoogwaardig in het netwerk te voegen. Daarmee verbeteren de regionale bereikbaarheid en de leefbaarheid sterk. Woon- en werkgebieden zijn beter verbonden. We gebruiken deze verbinding ook om Berkel centrum regionaal te ontsluiten.
We ontwikkelen kwalitatieve woonmilieus met aandacht voor een natuurinclusieve omgeving, en ruimte om in een veilige en zo gezond mogelijke omgeving te ontmoeten en te bewegen. We versterken daarmee ons groen-blauwe netwerk ook in de woonkernen. We combineren zo een klimaatrobuuste omgeving met een gezonde, groene woonomgeving die goed verbonden is met het buitengebied.
Een goede bereikbaarheid van onze woonkernen is belangrijk. We volgen het STOMP-principe bij de inrichting van onze wijken. Dit betekent dat we voorrang geven aan actievere vormen van mobiliteit. Mobiliteit krijgt daarbij een gemiddelde prioriteit.
Uit de Transitievisie Warmte is naar voren gekomen dat er diverse wijken in Lansingerland zijn waarvoor een warmtenet een geschikt alternatief voor aardgas zou kan zijn. We houden hier rekening mee bij de inrichting van ruimte in de ondergrond.
We dragen bij aan de lokale en regionale woningbouwopgave. We verdichten langs HOV-assen, om de druk op het wegennet tegen te gaan. Daarbij gaan we passend om met gestapelde woningbouw, zodat we het buitengebied open kunnen houden. We realiseren toekomstbestendige nieuwe woningen.
We stimuleren bij de ontwikkeling van woningbouw, werklocaties en voorzieningen rond multimodaal knooppunt Bleizo-West expliciet de verbinding met de bedrijvigheid op het Horti Science Park. In de woonkernen zelf heeft Horti Science echter een lage prioriteit.
Pagina 54 van 108
4.2.3. Deelgebieden Berkel en Rodenrijs
De woonomgeving van Berkel en Rodenrijs kenmerkt zich door rustig en ruim wonen in moderne en aantrekkelijke wijken. Het centrum van Berkel fungeert als het belangrijkste voorzieningencentrum van de gemeente. Het Annie M.G. Schmidtpark tussen Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek combineert groen, sport en recreatie, en verbindt de kern samen met onder andere de Vlinderstrik met de regionale groenstructuren. Fijnere groenstructuren lopen door de wijken en buurten en vormen samen een continu netwerk. Dit netwerk verbinden, koesteren en beschermen we. Dankzij de Randstad Rail, diverse busverbindingen en de nabijheid van hoofdwegen zijn er goede regionale verbindingen. Dit geldt minder voor het noorden van Berkel en Rodenrijs, waar een betere aansluiting op de ZoRo-corridor gerealiseerd moet worden. Berkel en Rodenrijs groeit in aantal woningen zonder de kwaliteiten te verliezen. De nieuwe wijken hebben een grote aantrekkingskracht dankzij hun groene identiteit, hoge kwaliteit en sterke voorzieningenaanbod. De focus van de woningbouwopgave ligt in eerste instantie op het uitvoeren van het bouwprogramma op de bestaande ontwikkellocaties. Voor Berkel en Rodenrijs zijn de bestaande woningbouw-ontwikkelingen: Westpolder Bolwerk, Driehoek Noordpolder, Berkel centrum oost en de Wildert.
Daarna liggen er, afhankelijk van de behoefte, nog kansen in het verdichten van locaties direct gekoppeld aan ov-hubs. De wijken Westpolder en Bolwerk liggen langs de E-lijn van de Rotterdamse metro. De wijk heeft een centrumgebied rond het metrostation Berkel Westpolder aan het Westpolderplein. De Driehoek Noordpolder bevindt zich in de noordoosthoek van Berkel en Rodenrijs en is vastgesteld als woningbouwlocatie. De woningbouwontwikkeling in Berkel centrum oost gaat om de locatie van het voormalige woon-zorg centrum Hergerborch en het omliggende openbare gebied in het oostelijke gedeelte van het centrum van Berkel en Rodenrijs. De Wildert grenst aan het centrum van Berkel en is een woningbouwontwikkeling voor sociale huurwoningen met een zorgfunctie.
Lint Berkel en Rodenrijs De Noordeindseweg en Rodenrijseweg vormen het historische polderlint waarlangs Berkel en Rodenrijs is ontgonnen en gegroeid. Dit lint houden we herkenbaar en we beschermen cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren van en rondom dit lint zo veel als mogelijk. De ruimtelijke kenmerken zijn daarbij leidend. De historische kern is ontstaan aan het lint. Alleen in de kernen is de bebouwing geschakeld of staat deze dicht op elkaar. De Kerkstraat werd haaks op het ontginningslint aangelegd, hieraan stond aan het einde de Dorpskerk. Rond de kerk ontstond het dorp Berkel. De structuur van Herenstraat en Kerkstaat met de kerk is nog aanwezig. Deze structuur behouden we als karakteristiek van de kern. Vanuit hier is Berkel uitgebreid in verschillende delen. Alleen het westelijke deel van die watergang (ringvaart) is bewaard gebleven. Die maken we zo ervaarbaar mogelijk. Het hoogteverschil tussen het bovenland en het omringend gebied is nog op enkele plekken waarneembaar. Die leesbaarheid behouden we. De Kerkstraat is ingericht als voetgangersgebied; de leibomen accentueren de as-werking van de straat en zijn daarom van belang. De kerk, aan het eind van de Kerkstraat, neemt in de historische kern een belangrijke plaats in. We zorgen ervoor dat de kerk als landmark en monument zichtbaar en herkenbaar blijft.
De oorspronkelijke dorpskernen Berkel en Rodenrijs houden de ontstaansgeschiedenis afleesbaar en vormen de historische context voor veel objecten van cultuurhistorische waarde. De continue vaart en profiel met hoogteverschillen zijn karakteristiek, evenals de afwisseling tussen open en bebouwde delen. De ambitie is deze te behouden. Zie verder het deelgebied ‘linten’. Centrumgebieden Berkel en Rodenrijs Het centrum van Berkel en Rodenrijs is het grootste centrumgebied van de gemeente, en heeft ook een regionale functie. Het kernwinkelgebied bevat meerdere straten. De Wilhelminastraat, Nieuwstraat en een deel van de Raadhuislaan (vanaf het kernwinkelgebied t/m nummer 32) zijn aanloopstraten. Het Westerplein, de Kerksingel en het plein aan de Kerkstraat zijn de meest kansrijke en aantrekkelijke plekken om horeca te laten landen om levendigheid te verhogen.
Pagina 55 van 108
LegerKã w
|:
Gemeenitgreni Wáte» ftijksweg Provincial? weg
--------
Gemeentelijke ontsluitngsweg Lint
' ' r-
Hort! Scieiíce Park
f
Park
Detfgesieden Berkel en ^odenrijţ Bergscherhoek Bleiswijk Linten en buurtschappen Kernwinkdgcbied
^ļĘ Aantoopstraten Centrum^bied Glastuinbiuw Bedrijventerreinen Koers @
Lokaal vo(f^ieningencentrum
O
Krvooppuriontwikkeimg
O
Mutrifunaonete knooppuntontwikkelir^g
O
Kwaliteitsmpuls entrees N209
O
verouurzanen woningiiaorraao
O
Ringvaart cichtbaar en verbonden
O
Veiduurzaming cnergieen procesvei
0
Miir tl y.tt:Ke Campus
O
Horti Scieftce-gerelateeroe bedrijvigneid
^
Dorp- en tegioverrorgende bednjviŗieid
O
Circulaife sedrijvighekJ
^
Circulair alvalbrengstaton
O
Gemcr^d! werklocatie
O
Verslogisbík en handel
O
Hoge milKubelasting rrogellik
©
Beter benjtten bedrijventerrein
---------
- - *
Bofitaand «rmtonot
Níeuw wa mtenet (1^‘ng indicatief) Versterkei larìgzaamverkeerverbindngen
' •••*
Versrevigín metro Ē-lijr Opwaarderen ZoRo-comdOf
4 ^
HOV Delft-Rotterdam Alexarsder
e-
Verbinder innovatieve bedrijventerreirven
e - -e
Versterkei groenblauwe verweving Versterkei groenblauwe netwerk Veistevigei groene Harken Iedereen tan bewegen
tza Wootngbcjwlocaties TransforrrBtie naar bedrijventerrein
FIGUUR 4.2: KOERS DEELGEBIED BERKEL EN RODENRIJS Pagina 56 van 108
Westpolderplein is een aantrekkelijke plek voor horeca en terrassen. Dit willen we behouden.
In de Boerhaavestraat is een cluster aan maatschappelijke voorzieningen aanwezig. In de Herenstraat zijn op de 1e verdieping diverse werklocaties aanwezig, deze willen we behouden. In Berkel en Rodenrijs richten we ons op het verder ontwikkelen van het kernwinkelgebied, op een eigentijdse manier. Daarbij dienen de ruimtelijke en functionele structuur en het verblijfsklimaat verbeterd en versterkt te worden. Daarnaast versterken we de bestaande ruimtelijke kwaliteit van het kernwinkelgebied. We beschermen de cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Het Gouden Hart is een wijkcentrum in Westpolder/Bolwerk, aan de halte Berkel-Westpolder van de E-lijn. Dit is een plek voor dagelijkse boodschappen en waar specifieke winkels of horeca doelgericht worden bezocht. Door de ligging aan het metrostation Berkel Westpolder heeft het de potentie om als centrumgebied te groeien. Aan de westelijke kant kan een uitbreiding plaatsvinden. Het
Bergschenhoek
Het woonmilieu van Bergschenhoek kenmerkt zich door een groene, waterrijke omgeving. Het centrum van Bergschenhoek heeft een meer lokale functie dan dat van Berkel en Rodenrijs. Voor Bergschenhoek zijn Wilderszijde en Wolfend de belangrijkste woningbouw-ontwikkelingen. Wilderszijde wordt een groene, klimaatadaptieve wijk met bijpassende voorzieningen, zoals basisscholen, een gezondheidscentrum en kleinschalige commerciële voorzieningen. Wolfend is het open gebied in Bergschenhoek tussen de N209 en de Oosteindseweg. Het gebied ligt dicht bij het centrum van de woonkern. De Oosteindseweg en andere wegen in het centrum van Bergschenhoek bieden echter onvoldoende capaciteit om de woningbouwlocatie volledig op te kunnen ontsluiten.
Pagina 57 van 108
Legef>ûa ^
Gcmceiìlťgrens Water Rijksweg Provincialř weg
-------- Gemeentdtjke ontsluitrigsweg Lint
.1 i
Horti Scicftce Park
t
Park
0ee4getiieden ^rkřl en rodenrijs Ber^cherhoek
Steiswijk Linten en buurtschappen Kernwinkilgebíed IHI Aamoopsvaten Centrum^bied Glastuinbfuw Bedrip/enterreinen Koers 0
Lokaal vovžieningencentrum
o
Krsooppurtontwikkeling
O
Kwaliteitsinpuls entrees N209
0
verduurzanen wonir^oorraad
Muttifunaonete knooppurttontwikkeling
O
Ringvaart richtbaar en verbonden
O
Verduurziming energie en processei
©
Hurtl bciewe Campus
0
Horti Sclehce-gerelateerrte bedrijvigneid
0
Oorp- en legioverzorgende bednjvi^etd
©
CírcuUite iiedi ijvighoiJ
0
Circulair ahralbrengstaťon