CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.00524] Concept Ontwerp Omgevingsvisie 2.0

Beeldvorming 19 februari 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: 20:00 - 21:00 uur - Technische toelichting concept Ontwerp Omgevingsvisie 2.0 en (Milieu)effectbeoordeling - CIE Ruimte/AB42.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

ONTWERPOMGEVINGSVISIE L A N S I N G E R L A N D 2.0

gezond, verbonden en vindingrijk

GEMEENTE

Lansingerland

Gemeente Lansingerland Omgevingsvisie 2.0. Gezond, verbonden en vindingrijk Analoge versie Status: Definitief Ontwerp Datum: 11 februari 2025

Pagina 2 van 108

VOORWOORD (PM)

Pagina 3 van 108

INHOUDSOPGAVE

4. GEBIEDSGERICHTE UITWERKING

52

1. INLEIDING...................................................................... 6

4.1. Inleiding ................................................................ 52

1.1. Waarom een Omgevingsvisie 2.0?.................................. 6

4.2. Woonkernen............................................................52

1.2. Doelstellingen van de omgevingsvisie?............................6

4.2.1. Introductie....................................................... 52

1.3. Wettelijk kader: de Omgevingswet................................ 6

4.2.2. Algemene koers.................................................. 53

1.4. Proces en Participatie.................................................7

4.2.3. Deelgebieden.................................................... 55

1.5. Relatie met de Samenlevingsvisie ................................. 8

4.3. Linten

................................................................ 62

1.6. Leeswijzer...............................................................8

4.3.1. Introductie....................................................... 62

2. De positionering van Lansingerland ................................... 10

4.3.2. Algemene koers................................................. 62

2.1. Lansingerland in historisch perspectief........................ 10

4.3.3. Deelgebieden ................................................... 64

2.2. Onze identiteit: de kracht van Lansingerland................ 12

4.4. Glastuinbouw ......................................................... 65

2.3. Relatie met beleid andere overheden.......................... 13

4.4.1. Introductie....................................................... 65

3. DE KOERS VAN LANSINGERLAND....................................... 17

4.4.2. Algemene koers................................................. 65

3.1. Introductie............................................................ 17

4.4.3. Deelgebieden ................................................... 66

3.2. Koers op hoofdlijnen ............................................... 18

4.5. Bedrijventerreinen .................................................. 69

3.2.1. Gezond samen leven ......................................... 18

4.5.1. Introductie....................................................... 69

3.2.2. Verbonden in de metropool ................................. 19

4.5.2. Algemene koers................................................. 69

3.2.3. Vindingrijk en ondernemend................................. 20

4.5.3. Deelgebieden ................................................... 71

3.3. Thematische uitwerking.............................................21

4.6. Groene flanken ...................................................... 73

3.3.1. Wonen............................................................. 21

4.6.1. Introductie....................................................... 73

3.3.2. Kwaliteit van de leefomgeving............................. 25

4.6.2. Algemene koers................................................. 73

3.3.3. Mobiliteit......................................................... 32

4.7. Multifunctionele knooppunten..................................... 77

3.3.4. Economie......................................................... 37

5. AFWEGINGSKADER..........................................................79

3.3.5. Horti Science.................................................... 41

5.1. Doelstellingen..........................................................79

3.3.6. Energietransitieen Circulaire Economie....................44

5.2. Afwegingskader ...................................................... 79

3.3.7. Richtinggevende

uitspraken.............................. 51

6. VAN VISIE NAAR UITVOERING............................................ 80 6.1. Beleidscyclus en beleidshuis....................................... 80

Pagina 4 van 108

6.2. Sturingsfilosofie..................................................... 81 6.3. Grondbeleid........................................................... 81 6.3.1. De ‘gereedschapskist’........................................ 81 6.3.2. Hoe werken wij? ............................................... 82 6.3.3. Toelichting op de grondbeleid instrumenten ........... 82 6.3.4. Beleidsuitgangspunten grondbeleid....................... 84 6.4. Actueel houden van de omgevingsvisie ........................ 85 BIJLAGEN ....................................................................... 87 Bijlage 1:

Beschrijving van de fysieke leefomgeving “Waar lopen we tegenaan?” .......................... 88

Bijlage 2:

Verantwoording participatieproces................. 105

Separate bijlagen: -

Leefomgevingsfoto Lansingerland Effectbeoordeling Omgevingsvisie Lansingerland

Pagina 5 van 108

1. INLEIDING 1.1. Waarom een Omgevingsvisie 2.0? In februari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 vastgesteld. In deze visie is beschreven wat we als Lansingerland willen zijn. Daarbij is op hoofdlijnen antwoord gegeven op de volgende vragen: ^ Welke ambities hebben we voor het toekomstig Lansingerland? Hoe willen we dat Lansingerland er in 2040 uitziet? ^ Welke uitdagingen en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen kent Lansingerland? • Welke keuzes maken we vandaag om het toekomstige Lansingerland vorm te geven? Al in de Omgevingsvisie 1.0 werd de komst van Omgevingsvisie 2.0 aangekondigd. Een aantal onderwerpen zijn ook doorgeschoven naar een nieuwe versie. De eerste gebruikservaringen met de Omgevingsvisie 1.0 zijn opgedaan. Er is dan ook alle reden om de omgevingsvisie door te ontwikkelen. Hier komt bij dat Nederland zich in een fase in de ruimtelijke ordening bevindt met vele opgaven en vraagstukken. Denk hierbij aan de opgaven op het gebied van energietransitie, het klimaat en wonen. Eind 2023 heeft de gemeenteraad het startsein gegeven voor de Omgevingsvisie 2.0. Hierbij heeft zij de volgende uitgangspunten meegegeven: -

-

De drie pijlers uit de omgevingsvisie 1.0, te weten Verbonden in de metropool, Vindingrijk en ondernemend en Gezond samen leven blijven de basis; Gelet op de klimaatdoelen richt de omgevingsvisie 2.0 op 2050 in plaats van 2040; Het bepalen van de sturingsfilosofie; dit is in hoofdstuk 6 van de voorliggende visie uitgewerkt;

-

Meer aandacht voor het thema ondergrond; De opgaven zijn groot en ingrijpend; scherpe keuzes in de omgevingsvisie zijn daarom noodzakelijk.

-

Het opnemen van de hoofdzaken van milieubeleid en ambities op dit vlak in versie 1.0 tegen het licht houden, waarbij de resultaten van de toenmalige LER (Leefomgeving Effect Rapportage) worden benut.

Daarnaast heeft de gemeente aangegeven de uitvoering van de omgevingsvisie en opgaven te willen onderbrengen in zes zogeheten omgevingsprogramma’s, te weten: 1. Kwaliteit van de leefomgeving 2. Wonen 3. Economie 4. Horti Science 5. Energietransitie en circulaire economie 6. Mobiliteit Om een goede relatie te leggen tussen de omgevingsvisie (de watvraag) en de omgevingsprogramma’s (de hoe-vraag) vormen deze thema’s een rode draad in deze Omgevingsvisie 2.0. In hoofdstuk 6 “van visie naar uitvoering” wordt een verdere uitleg gegeven aan de omgevingsprogramma’s.

1.2. Doelstellingen van de omgevingsvisie? In deze omgevingsvisie is de strategische koers voor Lansingerland tot 2050 met betrekking tot de fysieke leefomgeving beschreven. Daarmee dient de Omgevingsvisie 2.0 een aantal functies: -

Als afwegingskader: De eerste functie is de beoordeling van initiatieven. Het gemeentebestuur beoordeelt of initiatieven, die niet toelaatbaar zijn op grond van het omgevingsplan, passen in de omgevingsvisie.

-

Als aanjager voor initiatieven: De tweede functie van de omgevingsvisie is die van stimuleringskader voor wenselijke ontwikkelingen (uitnodigingsplanologie). De omgevingsvisie kan een aanzet zijn voor partijen en burgers om bepaalde initiatieven te ontwikkelen die aansluiten bij de wensen, doelen en ambities van de omgevingsvisie.

-

Als basis voor de omgevingsprogramma’s waarin de doelen en ambities concreet worden uitgewerkt naar acties en maatregelen die hieraan uitvoering geven (van het ‘wat’ naar het ‘hoe’).

1.3. Wettelijk kader: de Omgevingswet De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, verplicht gemeenten om over één omgevingsvisie te beschikken. Daarbij worden de volgende inhoudelijke eisen gesteld: Pagina 6 van 108

a.

Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe onze gemeente eruitziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke voorzieningen en bedrijven er zijn. De beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving is opgenomen in bijlage 1. De eisen onder punt -b- en - c- zijn respectievelijk in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 van voorliggende visie verwerkt. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Ow): Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land, en bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Met de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 vervalt de eerdere omgevingsvisie (1.0). Voorzorgsbeginselen In de Omgevingswet zijn vier beginselen opgenomen, waarmee in de omgevingsvisie rekening gehouden moet worden, namelijk: ^ Het voorzorgsbeginsel; ^ Het beginsel van preventief handelen; • Het beginsel dat milieubelastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; • Het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deze beginselen beschermen de fysieke leefomgeving tegen onevenredig nadelige gevolgen van activiteiten en komen uit het milieurecht zoals dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. De doorvertaling van de beginselen vindt plaats bij de uitwerking van het omgevingsvisiebeleid in de omgevingsprogramma’s en/of het omgevingsplan.

1.4. Proces en Participatie Door het organiseren van verschillende participatie-, consultatie- en afstemmingsprocessen hebben we voldaan aan de eisen die de Omgevingswet stelt ten aanzien van het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Daarnaast geldt dat het ontwerp van deze visie ter inzage wordt gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren. De participatie hebben we vormgegeven op basis van het beleid dat we hiervoor als gemeente hebben opgesteld en hanteren (Visie Burgerparticipatie Lansingerland; Samen besturen). Hieronder beschrijven op welke wijze we de participatie heeft plaatsgevonden. Dialoogbijeenkomst Op 10 juni 2024 heeft een dialoogbijeenkomst plaatsgevonden. Iedereen in Lansingerland was uitgenodigd om mee te doen. Daarnaast is een aantal maatschappelijke instanties benaderd en uitgenodigd, alsmede raadsleden (in de rol van toehoorder). Tijdens de dialoog werd met elkaar nagedacht over de toekomst en wat daarvoor belangrijk werd gevonden, aan de hand van de zes eerdergenoemde thema’s. Online enquête De online enquête is met opzet na afloop van de dialoogbijeenkomst opgesteld. Op deze manier konden resultaten van de dialoogbijeenkomst breed worden getoetst. De enquête is in augustus/september gehouden en door 753 leden van het panel Lansingerland Peilt ingevuld.

Anderen konden ook meedoen door middel van een open link die breed was gecommuniceerd. Hier gaven 469 mensen gehoor aan. Het totale aantal deelnemers is groot genoeg om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De resultaten zijn dus representatief voor de gemeente Lansingerland. Het participatieverslag is opgenomen als bijlage 2. Sessies met de gemeenteraad Gedurende het proces is er een aantal sessies georganiseerd voor en met gemeenteraad om hen te kunnen informeren, consulteren en de

Pagina 7 van 108

gewenste richting op te halen. De bijeenkomsten met de gemeenteraad waren tevens consulterend van aard. In september en december 2024 zijn in respectievelijk een beeldvormende en oordeelsvormende raadsvergadering een aantal dillema’s voorgelegd en besproken die richting gaven aan de Koers van Lansingerland. Deze hadden betrekking op onderwerpen waarover in de op dat moment geldende beleidslijn nog onvoldoende koers was vastgelegd om deze goed te kunnen borgen in deze omgevingsvisie van Lansingerland. Besluitvorming en zienswijzen PM: deze paragraaf wordt na de tervisielegging van de ontwerp omgevingsvisie 2.0 ingevuld.

1.5. Relatie met de Samenlevingsvisie Hoewel de omgevingsvisie gaat over de ruimtelijke/fysieke leefomgeving zijn er veel relaties met het domein samenleving. Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijke voorzieningen, gezondheid en bewegen, het langer zelfstandig wonen van ouderen of een openbare ruimte die is afgestemd op minder-validen. Deze voorbeelden hebben allemaal impact op de fysiek leefomgeving. Wij hebben daarom onze samenlevingsvisie betrokken in deze omgevingsvisie, daar waar relevant en mogelijk. In de onderstaande afbeelding is de relatie tussen de samenlevingsvisie en omgevingsvisie gevisualiseerd. In de uitwerking en uitvoering van onze ‘parapluvisies’ stemmen we de maatschappelijke en fysieke invalshoeken op elkaar af (de ‘overlap’), zodat onze twee parapluvisies samen ons gemeentelijk kader vormen voor alle beleidsinitiatieven.

1.6. Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten we de ruimtelijke ontstaansgeschiedenis en de vier kernkwaliteiten (het DNA) van onze gemeente toe, een korte beschrijving van de positionering van Lansingerland in de regio en de relatie met het beleid van rijk en provincie.

Pagina 8 van 108

In hoofdstuk 3 gaan we in op de Koers van Lansingerland met 2050 als horizon. Dit doen aan de hand van de drie pijlers, waarbij de koers c.q. ambities op de 6 beleidsthema’s uiteengezet wordt. Hierbij hanteren wij de volgende volgorde: Gezond samen leven - Verbonden in de metropool - Vindingrijk en ondernemend In hoofdstuk 4 worden deze ambities gebiedsgericht vertaald. Hoofdstuk 5 bevat het afwegingskader, waarmee initiatieven beoordeeld kunnen worden op de passendheid in deze omgevingsvisie. Tenslotte gaan we in hoofdstuk 6 in op de wijze waarop de visie tot uitvoering wordt gebracht. Hierbij komen de beleidscyclus, de omgevingsprogramma’s, de sturingsfilosofie en het grondbeleid aan de orde. Tevens wordt aangegeven op welke wijze we onze visie actueel houden.

Pagina 9 van 108

2. DE POSITIONERING VAN LANSINGERLAND 2.1. Lansingerland in historisch perspectief Het verleden en het nu als basis voor de toekomst

Het ontstaan van Lansingerland en de verdere ontwikkeling is in sterke mate bepaald door onze ligging. Door de geschiedenis heen is te zien hoe de kernen zijn ontstaan in het landschap, maar ook hoe het landschap om de kernen heen is veranderd. Veenontginning

Net als een groot deel van de regio, bestond Lansingerland uit uitgestrekte veengebieden. Die gronden zijn uiteindelijk ontgonnen door het veen af te graven en het gebied te ontwateren via sloten. De ontginning vond plaats vanaf drie bestaande hoger gelegen delen in het landschap met toegankelijke oeverwallen, die zich uiteindelijk ontwikkelden tot de kenmerkende linten die nu door onze gemeente lopen. Na een periode van het afgraven van veen voor brandstof (turfwinning), ontstonden er grote plassen. Deze werden drooggemalen in zogenaamde droogmakerijen. Er ontstonden grote polders met rechtlijnige, geometrische structuren zoals we die nu kennen. Het landschap vormt vanuit het verleden de indeling en het uiterlijk van onze gemeente. Vanuit de, hoog in het landschap liggende, linten zijn onze kernen ontstaan en de structuur van de droogmakerijen vormden de basis voor de ontwikkeling van het lager liggende omliggende gebied. De geometrische structuren zijn op veel plekken nog zichtbaar, bijvoorbeeld in onze kenmerkende groen- en waterstructuren. Groeikernen in een metropool

Na verloop van tijd is de bebouwing uitgegroeid tot een aantal volwaardige dorpen en buurtschappen, zoals we die vandaag kennen. Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs werden in 1993 aangewezen tot VINEX-locaties. Nog steeds worden hier grote uitbreidingen gerealiseerd.

FIGUUR 2.1: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN DE CULTUURHISTORISCHE ELEMENTEN VAN LANSINGERLAND EN HET OMLIGGENDE LANDSCHAP EN OMGEVING DOOR DE TIJD. De linten hebben een mix van wonen en werken en zijn de tegenhanger van de Vinex- en wat ouder nieuwebouwwijken. Daar is de woonfunctie vrijwel exclusief en is er voor het grootste deel gebouwd in grote series, opgebouwd uit gelijkende woningen. Vanwege onvoldoende verkeerscapaciteit tussen Rotterdam , Zoetermeer en Delft is de N470 aangelegd. De aanleg van de Hofplein-Spoorlijn, de verbinding tussen Rotterdam Hofplein en Den Haag Scheveningen, vond plaats in 1907-1908. Deze lijn betekende een doorsnijding van het landschap aan de westkant van de huidige gemeente. Op deze lijn reden op 1 oktober 1908 de eerste elektrische treinen in Nederland. Berkel kreeg aan deze lijn twee stations. Vanaf 2006 is de lijn geschikt gemaakt voor de Randstad Rail Erasmuslijn (metro). De Hogesnelheidslijn Zuid, AmsterdamAntwerpen via Rotterdam en Breda is de meest recent aangelegde spoorlijn (2009 in gebruik genomen). Op 1 januari 2007 is de gemeente Bleiswijk samengegaan met de gemeenten Bergschenhoek Pagina 10 van 108

en Berkel en Rodenrijs in de nieuwe gemeente Lansingerland. Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek blijven gescheiden door de oorspronkelijke Landscheiding, de hsl-lijn en het Annie M.G. Schmidtpark. Bleiswijk en Bergschenhoek worden gescheiden door landschap en glastuinbouw, maar blijven verbonden via het historische lint.

Vandaag de dag is een regionaal perspectief en onze positionering in de regio daardoor alleen maar belangrijker geworden. Lansingerland ligt centraal in de metropoolregio Rotterdam Den Haag, tussen de groengebieden van het Groene Hart en Midden-Delfland. Daarmee biedt Lansingerland inwoners en ondernemers ‘het beste van twee werelden’: groen, rust en voorzieningen met de stad op een steenworp afstand. Die positie in de regio is bepalend voor onze ontwikkeling tot nu toe; maar ook voor onze toekomst. De metropoolregio is inmiddels uitgegroeid tot ruim 2,4 miljoen inwoners, en zal ook de komende jaren nog sterk doorgroeien. Regionale ontwikkelingen hebben effect op en vragen om ruimte in onze gemeente.

FIGUUR 2.2: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN DE ONTWIKKELING VAN LANSINGERLAND EN OMGEVING DOOR DE TIJD. Regionale positionering

De regio is uitgegroeid tot een metropool van formaat. Lansingerland ligt midden in die metropool, en is door de komst van snelwegen, metro, trein en HOV-busbaan goed verbonden met de regio (HOV staat voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer). Aan de randen van de gemeente zijn omvangrijke open en groene gebieden die grotendeels met elkaar en met de groene gebieden in de regio zijn verbonden. De glastuinbouwsector, die sinds het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol speelt in deze regio, heeft zich ontwikkeld tot een internationaal relevant cluster.

FIGUUR 2.3: REGIONALE POSITIONERING LANSINGERLAND

Pagina 11 van 108

2.2. Onze identiteit: de kracht van Lansingerland Vier kernkwaliteiten

Onze gemeente is vrij jong, maar onze ruimtelijke identiteit komt voort uit de historie van deze plek in combinatie met recente ontwikkelingen. We hebben die identiteit samengevat in vier kernkwaliteiten. Het zijn de kenmerken die ons Lansingerland maken, en de reden dat zoveel mensen hier met plezier wonen en ondernemen. Die identiteit en bestaande kwaliteiten vormen, samen met de kwaliteiten die we toe willen voegen, daarom de basis van deze omgevingsvisie.

Gemoedelìjk wonen in de metropool

Betrokken ondernemers en vernieuwende wereldspelers

Gezonde en sterke samenleving

Afwisselend polderlandschap aan de Rotte

FIGUUR 2.4: INFOGRAPHIC 4 KERNKWALITEITEN LANSINGERLAND

Lansingerland biedt al zijn inwoners gemoedelijk wonen in de metropool. Het herkenbare karakter van Lansingerland dat bewoners zo waarderen zit onder meer in het woningaanbod van hoge kwaliteit, in aantrekkelijke groene, waterrijke woonwijken, in de karakteristieke historische centra en linten, in de ruimte en in het groen. De kernen, linten en buurtschappen variëren in karakter en woonmilieu, en vullen elkaar goed aan. Ook zijn er sterke voorzieningencentra en hebben we passend sport-, cultuur- en recreatievoorzieningen. De groene gebieden om de kernen, waaronder de Groenzoom en Landschapspark De Rotte, zorgen ervoor dat iedere inwoner een mooie groene achtertuin heeft en bieden veel mogelijkheden voor ontspanning en beweging. Dit alles terwijl we midden in de metropoolregio liggen. Lansingerland is goed bereikbaar en aangesloten op allerlei (boven)regionale netwerken voor zowel openbaar vervoer, auto als fiets. Die ligging in en verbondenheid met de regio is een van onze krachtige kenmerken. Lansingerland heeft een gezonde en sterke samenleving. Onze gemeente is een van de jongste in Nederland, het percentage werkloosheid is relatief laag en inwoners hebben over het algemeen een goed opleidingsniveau. Goede sociale contacten, een sterk verenigingsleven, een betrokken maatschappelijk middenveld en veel vrijwilligers zorgen voor een sterke samenleving.

We bieden ruimte om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. Goede voorzieningen, activiteiten voor alle leeftijden en toegankelijkheid voor iedereen dragen hieraan bij. Een prettige leefomgeving heeft een goede invloed op het welbevinden en geluk van mensen. Een gezonde, veilige en aantrekkelijke fysieke leefomgeving kan dus bijdragen aan het herstel van veerkracht van inwoners in de knel. Meer veerkracht kan leiden tot het terugdringen van zorgkosten. Lansingerland huisvest ook betrokken ondernemers, impactvolle familiebedrijven en vernieuwende wereldspelers. Dankzij verschillende bedrijventerreinen en een logistiek cluster rond de A12 heeft het bedrijfsleven zich ontpopt tot een sterke motor voor economische groei en innovatie in de regio. Er zijn kleine en grote bedrijventerreinen met een lokale en regionale functie. Deze bieden plaats aan een veelheid aan bedrijvigheid, van Horti Science tot midden- en kleinbedrijf tot grote logistieke bedrijven. Gezamenlijk dragen zij aanzienlijk bij aan de werkgelegenheid in Lansingerland. Pagina 12 van 108

Dit cluster levert een grote bijdrage aan de lokale economie en arbeidsmarkt. Lokale ondernemers zijn uitgegroeid tot wereldspelers. Bedrijvenparken zoals Oudeland en Prisma en Het Horti Science Park met o.a. de Wageningen Universiteit & Research (WUR), huisvesten wereldmarktleiders en diverse toonaangevende innovatieve (glastuinbouw)bedrijven en genieten internationaal aanzien vanwege hun innovatieve producten en diensten. Ook ligt hier het grootste warmtenet in een Nederlands glasgebied. Tegelijkertijd hebben we een sterke en betrokken middenstand. Onze kernen zijn levendig door een kenmerkende mix aan winkels en voorzieningen, en weinig leegstand. Lansingerland kent een afwisselend polderlandschap. De gemeente wordt omringd door omvangrijke open polderlandschappen, en recreatiegebieden. Aan de oostkant is de Rotte met aangrenzende groengebieden onderdeel van het grote samenhangende landschapspark de Rotte, van oorsprong tot dam en van open polders tot in de stad. Via het Triangelpark en de Vlinderstrik aan de zuidkant loopt de verbinding door naar het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Onderdeel daarvan is ook de Groenzoom, een recreatiegebied met het karakter van een open oudhollands polderlandschap aan de westkant van de gemeente. Het Annie M.G. Schmidtpark is een bijzonder park aan de oude Landscheiding, de naamgever van onze gemeente.

Het doet dienst voor de hele gemeente. De kernen worden onderling en intern verbonden door een stevige groen- en waterstructuur, die bovendien onmisbaar is in haar positieve bijdrage aan de leefkwaliteit. De landschappelijke structuren van de gemeente maken de ontstaansgeschiedenis van onze omgeving zichtbaar: onder meer in de historische dorpskernen, met meer of minder zichtbare ringvaarten, en in de karakteristieke linten, vaarten, kades en andere landschappelijke elementen en monumenten.

2.3. Relatie met beleid andere overheden

programma Mooi Nederland en een aanscherping van de NOVI. De input uit de nationale programma’s leidt tot een nieuwe Nota Ruimte, deze vervangt uiteindelijk de huidige Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Rijk stelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dat Nederland in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving moet bieden en economisch moet kunnen floreren. Met de NOVI wordt toegewerkt naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie: zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief, waarbij grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter behouden. Daarbij wordt erkend dat de druk op de ruimte en de leefomgeving voortdurend om een afweging van verschillende belangen vraagt.

De opgaven waar we voor staan komen samen in vier prioriteiten die samenhangen met grote transities: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Deze vier prioritaire opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om een zorgvuldige afweging te maken: combineren boven enkelvoudig; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; afwentelen voorkomen. De belangrijke onderwerpen uit de NOVI zijn nader uitgewerkt in een groot aantal nationale programma’s. In de Uitvoeringsagenda is per ‘prioriteit’ opgenomen welke programma’s er lopen en worden ontwikkeld.

Nationale regie op ruimtelijke ordening

Vanwege de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat neemt het Rijk (hernieuwde) regie op de ruimtelijke ordening. Het realiseren van samenhang in het nationaal ruimtelijk beleid en versnelling van de uitvoering loopt via het programma NOVEX,

De nieuwe Nota Ruimte en aankomende wetgevingstrajecten zullen een effect hebben op de ruimtelijke ordening in Nederland en daarmee ook op de ambities en kaders van de gemeente Lansingerland. Pagina 13 van 108

Programma NOVEX, ruimtelijke puzzel en ruimtelijk voorstel Het programma NOVEX bestaat uit een aanpak per provincie en een aanpak per gebied (zestien zogenoemde NOVEX-gebieden). Lansingerland maakt onderdeel uit van NOVEX Zuidelijke Randstad. De nationale opgaven uit de NOVI, nationale programma’s en Ruimtelijke Ordeningsbrief zijn per provincie samengebracht in een zogeheten startpakket. Dit vormde de basis voor het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’, waarin provincies samen met waterschappen en gemeenten de nationale opgaven ruimtelijk hebben vertaald, en gecombineerd in de specifieke provinciale context. Er zijn drie prioriteiten geformuleerd: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonden steden en regio’s. Overkoepelende opgaven zijn culturele identiteit en erfgoed, milieu, gezonde en groene leefomgeving. Voor alle opgaven geldt dat behoud van ruimtelijke kwaliteit een randvoorwaarde is. Op basis van de ruimtelijke voorstellen van de provincies werken Rijk en provincies toe naar een ‘ruimtelijk arrangement’. Daarin maken zij wederkerige, bestuurlijke afspraken die nodig zijn om de gelegde puzzel daadwerkelijk uit te voeren. Nota Ruimte (Voorontwerp) Vooruitlopend op de nieuwe Nota Ruimte heeft het Rijk een Voorontwerp opgesteld.

Dit is een eerste ruimtelijke vertaling van de opgaven voor Nederland richting 2050 en volgt op de contourennotitie Nota Ruimte. Daarin zijn drie leidende principes opgenomen voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte: Keuzes moeten niet leiden tot het afschuiven van problemen. Niet naar volgende generaties. Niet naar andere gebieden. Lasten en lusten moeten eerlijk worden verdeeld. Verder moet recht worden gedaan aan de schaarse en waardevolle ruimte. Waar het kan moeten functies slim en met kwaliteit gecombineerd worden. Er moet recht worden gedaan aan de eigenheid van de regio’s: we beschermen en benutten wat er is en werken aan lokaal passende oplossingen.

Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland

In het Omgevingsbeleid heeft de provincie al het provinciale beleid en de regels voor de fysieke leefomgeving samengebracht. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordering een soort provinciale omgevingsplan). Op basis van het startpakket en de ruimtelijke puzzel die het Rijk heeft geformuleerd heeft de provincie Zuid-Holland een ‘ruimtelijk voorstel’ (‘Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland’) uitgewerkt. De provincie schetst hierin een visie voor een toekomstbestendig ZuidHolland met meer balans tussen people, planet en profit. Hier en nu, maar ook elders en later. Brede welvaart is daarom het kompas voor afwegingen en keuzes. Daarnaast worden water en bodem sturend, en is een hoge ruimtelijke kwaliteit de ambitie voor de inrichting van de leefomgeving. Om deze ambities te verwezenlijken hanteert de provincie vier sturende principes: Een toekomstbestendige leefomgeving is onze topprioriteit. -

We accepteren dat niet voor alles ruimte is in Zuid-Holland. We sturen op kwaliteit en maximale maatschappelijke toegevoegde waarde. We houden rekening met de maatschappelijke kosten en baten op de korte en lange termijn. De uitgangspunten van het ruimtelijk voorstel van de provincie ZuidHolland worden verwerkt in het provinciaal Omgevingsbeleid. De provincie schetst in haar provinciale Omgevingsvisie in de volgende zeven vernieuwingsambities. Die zijn vervolgens verder uitgewerkt in beleidsdoelen en beleidskeuzes. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Pagina 14 van 108

-

Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.

Metropoolregio Rotterdam-Den Haag Lansingerland is onderdeel van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Deze regio in Zuid-Holland bestaat uit 21 gemeenten met samen ruim 2,4 miljoen inwoners[1]. De Metropoolregio is een van de sterkst groeiende regio’s van Nederland. Om hen te huisvesten zijn er ongeveer 240.000 extra woningen nodig in de regio. Die groei heeft ook effect op de vraag naar ruimte voor werklocaties, voorzieningen en mobiliteit. De verstedelijkingsopgave kan niet los worden gezien van de infrastructuur (onder- en bovengronds). Woningen bouwen kan alleen als rioleringen, openbaar vervoer, wegen en fietspaden daarop afgestemd zijn maar ook de leefomgeving leefbaar en aantrekkelijk is met voldoende groen en water voor ontspanning en klimaatadaptatie en voorzieningen etc. De groeiende bevolking en economie vereisen ook dat de energietransitie goed verloopt.

Naast de samenwerking binnen de MRDH, die zich met name richt op de thema’s economie en mobiliteit zijn er ook andere regionale samenwerkingsverbanden waar Lansingerland vanuit de thema’s Energietransitie, Wonen, Horti Science en Kwaliteit van de Leefomgeving deel van uit maakt. Zo is zij bijvoorbeeld onderdeel van de energieregio Rotterdam Den Haag (RES), Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), Recreatieschap Rottemeren, etc. Gezien onze ligging midden in de metropool zijn er verschillende thema’s uit bovenstaande samenwerkingsverbanden die extra belangrijk voor ons als gemeente zijn. Het bewaken van belangrijke groen en blauwe structuren van regionale betekenis, de (inter)nationale rol van onze Horti Science-sector, klimaatopgaven door onze lage ligging, energietransitie-afspraken en een regionale woningbouwopgave zijn daar voorbeelden van. Als gemeente zoeken we met de betreffende partners naar een goede balans en een integrale afweging tussen de verschillende thema’s. In de hoofdstukken 3 en 4 beschrijven we onze ambities en koers, waarbij samenwerking met de diverse partners van groot belang is.

In de Strategische Agenda 2023-2026 van de MRDH gaat de aandacht uit naar de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In dit verband legt de MRDH de focus op het versterken van het economisch vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid. Om dat te bereiken werken de gemeenten in de MRDH samen aan vier regionale opgaven: groei van de regio, vernieuwing van de regio, kwaliteit van de regio en herstel van de regio. In de Strategische Agenda zijn die opgaven vertaald in zes concrete opdrachten, met de inzet, aanpak en verwachte resultaten: Investeren in bereikbaarheid; Toekomstbestendige economie stimuleren; Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren; Vernieuwen van werklocaties.

2.475.069 op 1 januari 2024 (bron: CBS). Pagina 15 van 108

LegerKâ ^

1 Gemecfilíţļrens

Wateí Rijksweg Pfovinclalř weg -------

Gemeentdijke orttsluítngsweg Lint

' iTI

HortI Scieftce Park

f

Park

Oeetgeŭieden Berkel en rodenrijs Bergscherhoek Bleiswijk Linten en buurtschappen IHI

Kernwinkdgebred Aantoopsvaten Centrumpbied Glastuinbiuw Bedrijvenbrreinen

Koers

®

o

Lokaal vowzieningencenirum KrKioppurTontwíkkeling

’ T:

Multtfunaonete knooppuntontwikkeling

O

Kwalrteitsinpuls entrees N209

^

Verauurzanen woningvoorraad

9

Ringvaart richtbaar en rerbonden

O

Veiduurzaning energie en processer)

O

Hurii y,ic»ite Campus

O

HomScieftce-gerelateerdebedriļvigneid

^

Dorp- en egioverzorgende bedrijvi^etd

O

CircuUire Dedi ijvigheid

^

Circulair aŕvalbrengstaťon

O

Gemer^d* werklcxiatie

9

Verslogist«k en handel

O

Hoge miiKubelasnng mogelijk

O

Beter benjtten bedrijventerrein Bestaand ivarmtonet

- - -

Nieuw wamtenet (ligging indicabef;

------

Verslerke* langraamverkeerverbrndngen

'

»»*»

Verstevigen metro E-lijr

Opwaardťfen ZoRo-condor

4 P HOV Delft-RoiterdamAlexařvder 4...^ Verbinder innovatieve bedrijventerreirven ♦

Versterkes groenblauwe verweving Versterkei groenblauwe netwerk Verstevigd groene flarAen iedereen lan bewegen Woningbcjwiocâties OnrwíkkeiocaTie. Blerro-West (wonen en werken) Transforrrabe rvaar bedrijventerrein

^ Lansingerland

KUIPER

FIGUUR 3.1: VISIEKAART Pagina 16 van 108

-

3. DE KOERS VAN LANSINGERLAND 3.1. Introductie Drie pijlers voor de leefomgeving

Op basis van de bestaande situatie van onze fysieke leefomgeving, onze kwaliteiten en de opgaven, trends en ontwikkelingen, richten we ons in dit deel van de visie op de toekomst. Hier tonen we onze ambities, waar we met Lansingerland naartoe willen en hoe we met de opgaven om willen gaan. Als gemeente zetten we in op een ‘gezond, verbonden en vindingrijk Lansingerland in 2050’. We staan voor een groene, gezonde en duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig wonen, werken, recreëren en zich verplaatsen. Om dat te realiseren is onze visie gebaseerd op drie pijlers:

t -------------We streven naar een samenleving waarin iedereen mee kan doen, in een leefomgeving die ieders gezondheid bevordert. We dragen bij aan een vitale samenleving door focus te leggen op de bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid van onze inwoners en op de veiligheid en leefbaarheid van onze wijken. We stimuleren een gezonde leefstijl in een passende omgeving. We ontwikkelen met karakter (waaronder woningbouw), passend bij onze identiteit.

‘V-rbo-d-- i- -- m-tropool’ We verbinden bewoners, innovatieve bedrijven en groene, met water dooraderde landschappen midden tussen de grote steden in de Randstad.

-

-

We beschikken over goed bereikbare en moderne mobiliteitsvormen. We beschikken over een toekomstbestendige omgeving. Hieronder wordt mede verstaan nabijheid van voorzieningen, op loop- en fietsafstand. Nabijheid als ordenend principe. We hebben sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden.

Vi--i-grijk -- o-d-r-em---’ We werken aan een florerende economie die waarde voor inwoners creëert hier en nu, elders en later. We versterken de gemeente als Home of Horti Science. We bieden ruimte aan bedrijven die lokaal bijdragen aan brede welvaart: welvaart die niet alleen rekening houdt met hier en nu, maar ook met elders en later. We stimuleren slimme verduurzaming. We zetten in op lokaal en regionaal werken en ondernemen. We gaan innovatief en toekomstbestendig om met onze schaarse ruimte. Met de pijlers verbinden we onze leefomgeving, de samenleving en het ondernemerschap. Iedere pijler beschrijft belangrijke ambities voor de hele gemeente. Gezamenlijk vormen ze onze koers richting 2050. Per pijler beschrijven we wat die pijler betekent voor de verschillende beleidsthema’s. De thema’s vallen niet onder één pijler maar kunnen relevant zijn voor alle pijlers. De fysieke vertaling van de ambities is per pijler visueel weergegeven in een kaartbeeld. De belangrijkste elementen uit de kaarten per pijler vormen samen de omgevingsvisiekaart. Bij de beschrijving van de ambities in de pijlers vanuit de verschillende beleidsthema’s zal blijken dat er meerdere ambities zijn die mogelijkerwijs en bij verdere uitwerking met elkaar in conflict kunnen komen. De ruimte is immers schaars en er zijn meerdere claims op deze ruimte.

Wat gaat er dan voor? Wat heeft dan de prioriteit? Om daar antwoord op te geven, is paragraaf 3.3.7 opgenomen. Hierin worden richtinggevende uitspraken gedaan. Pagina 17 van 108

Idealiter zijn de drie pijlers met elkaar in evenwicht. Die balans is niet overal in Lansingerland hetzelfde. Een eigen koers per deelgebied zorgt ervoor dat de overkoepelende ambities kunnen worden doorvertaald (Hoofdstuk 4: gebiedsgericht Gebiedsgerichte uitwerking).

te verbinden en te beschermen en gestapeld te bouwen. We behouden en versterken de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent onder andere een aantrekkelijke buitenruimte waarin bewoners en werknemers graag bewegen en recreëren. De afwisseling tussen open en besloten omgevingen is dan ook van belang. Samen leven in Lansingerland

t

3.2. Koers op hoofdlijnen 3.2.1. Gezond samen leven

In Lansingerland staat het gezond samen leven centraal in 2050. We wonen, werken en ontspannen in een gezonde en aantrekkelijke omgeving. We dragen bij aan de bestaanszekerheid, gezondheid, kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid van onze inwoners.

In een verstedelijkt land als Nederland wonen we dicht op elkaar. Dat heeft veel voordelen. We hebben een passend voorzieningenniveau, kunnen ons eenvoudig verplaatsen en kennen een bruisend sociaal en cultureel leven. We zorgen dat iedere doelgroep een plek heeft om te wonen, met de zorg en voorzieningen

Nieuwe ontwikkelingen zijn van hoge kwaliteit, sluiten aan bij onze kenmerkende kwaliteiten en zijn gericht op een moderne toekomst in de metropoolregio. Samen met onze inwoners maken we werk van een duurzame woonomgeving. We sluiten hierbij aan op het thema gezondheid uit de Samenlevingsvisie. In de Samenlevingsvisie bestaat gezondheid uit drie elementen: een gezonde leefstijl, mentale veerkracht en netwerkkracht. Het gaat hierbij dus om brede uitleg van het begrip gezondheid. Gezond leven in Lansingerland

Onze leefomgeving stimuleert een gezonde leefstijl voor iedereen. We gaan vervuiling van water, bodem en lucht tegen. We verbeteren de veiligheid op straat en de veiligheid bij calamiteiten. We stimuleren bewegen, gezonde voeding en mentaal welzijn. En we zorgen dat bedrijven in onze gemeente zich veilig en schoon kunnen ontwikkelen. Zo werken we aan een omgeving waarin iedere inwoner gezond kan leven. In een groeiende gemeente midden in de Randstad betekent dit dat we bij de inrichting van de ruimte rekening houden met de gezondheidseffecten van ruimtelijke keuzes. We zorgen dat fietsen en lopen aantrekkelijker worden, door met logische routes onze infrastructuur veiliger en comfortabeler in te richten. We zorgen dat onze groene netwerken versterkt worden, door de ruimte voor natuur Pagina 18 van 108

We gaan verkeersoverlast tegen, zodat iedereen veilig en zonder hinder over straat kan. En we ondersteunen mensen met een afstand tot werk of maatschappij, zodat iedereen mee kan doen in de samenleving. Daarnaast zorgen we ervoor dat de openbare ruimte een plek is waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zo zorgen we dat er in Lansingerland plek is voor iedereen.

Verbintenis voor bedrijvigheid

Voor (vers)logistieke bedrijven is Lansingerland aantrekkelijk door de ligging langs de A12 en de A16. Om deze aantrekkelijkheid te behouden willen we inzetten op het versterken van het HOV-netwerk en het vergroten van de bereikbaarheid van onze gemeente. Goede verbindingen tussen werklocaties en mobiliteitscorridors zijn belangrijk voor het transport van goederen van logistieke bedrijven en voor de bereikbaarheid voor werknemers die daar werken.

3.2.2. Verbonden in de metropool Nabijheid van voorzieningen binnen 15 minuten lopen/fietsen en ov

Lansingerland streeft naar een omgeving, waarin de meeste essentiële voorzieningen als winkels, werkgelegenheid, onderwijs, zorg, groen, sport- en cultuurfaciliteiten te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer binnen korte tijd bereikbaar zijn waardoor actieve en duurzame mobiliteitsvormen de logische keuze voor verplaatsingen worden in plaats van de auto. Auto’s blijven daarbij wel onderdeel uitmaken van de omgeving, maar bepalen niet direct de schaal of vorm ervan. Verbintenis tussen mensen

Dankzij de strategische ligging in de zuidelijke Randstad is Lansingerland een aantrekkelijk vestigingsgebied voor mensen en bedrijven. Mensen die in Lansingerland wonen zijn veelal werkzaam in grote omliggende steden als Rotterdam, Den Haag en Delft. Maar onze inwoners werken ook in Utrecht en Amsterdam. In Lansingerland is het bovendien belangrijk dat inwoners zich op een makkelijke manier tussen de woongebieden kunnen verplaatsen naar school en recreatie. Hierbij zetten we primair in op lopen, de fiets en het openbaar vervoer. Ook doelgroepenvervoer heeft hierin een rol, dat altijd een aanvulling is op het openbaar vervoer. Dit is ook nodig om de groei van gemeente en de regio op te vangen binnen de kaders van een gezonde leefomgeving met een veilige en groene openbare ruimte. AFBEELDING 3.3: ABSTRACTE WEERGAVE PIJLER VERBONDEN IN DE METROPOOL

Pagina 19 van 108

Voor de economische ontwikkeling van gevestigde bedrijven is het van belang om de werklocaties in de gemeente goed te verbinden met (hoge)scholen en andere onderwijsinstellingen. De samenwerking tussen startende bedrijven die ontstaan op universiteiten en gevestigde bedrijven is gebaat bij een goede bereikbaarheid. Maar ook verbindingen tussen werklocaties dragen bij aan innovatie. Daar waar mensen van verschillende bedrijven, uit verschillende sectoren bij elkaar komen, ontstaan nieuwe ideeën en nieuwe bedrijvigheid. Vanuit dit perspectief willen we inzetten op het nauw verbinden van de Horti Science hotspots: het Horti Science Park, Bleizo-West en Klappolder/Chrysantenweg. Verder verwachten we dat de bedrijven onderling meer gaan samenwerken om oplossingen te vinden voor schaarste aan grondstoffen, energie en ruimte. Er zal in gezamenlijkheid gewerkt worden aan toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen, waarbij energiehubs en circulaire hubs opgericht worden.

vergroten van de bestaanszekerheid, gezondheid, kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid van onze inwoners zoals omschreven in de Samenlevingsvisie. Ook geven we extra aandacht aan (initiatieven van) ondernemers die bijdragen aan de opgaven in de fysieke leefomgeving zoals beschreven in de Omgevingsvisie 2.0. Kortom, we streven naar een economie die in 2050 duurzaam, gezond en inclusief is.

Verbintenis in het landschap

Het verbinden van mensen en bedrijven doen we niet alleen via de wegen. Ook via landschap en water maken we verbinding met elkaar en met omliggende gebieden. Het versterken van de watergangen en groenstructuren is essentieel voor de biodiversiteit in natuurgebieden. Daarnaast maken ze Lansingerland tot een aantrekkelijk woon-, recreatie- en verblijfsgebied. Het behouden van landschappelijke diversiteit en historische structuren zorgt daar ook voor. Alle hierna per beleidsthema geformuleerde ambities dragen bij aan de pijler verbonden in de metropool.

3.2.3. Vindingrijk en ondernemend Leidend principe Brede Welvaart

Brede welvaart creëren voor Lansingerland De economie van Lansingerland draagt bij aan de brede welvaart van alle inwoners van de gemeente. Dat betekent dat we extra aandacht geven aan en ons flexibel opstellen naar lokaal en regionaal gewortelde ondernemers die financieel en (im)materieel bijdragen aan een welvarend Lansingerland. Daarnaast helpen zij ook bij het

AFBEELDING 3.4: ABSTRACTE WEERGAVE PIJLER VINDINGRIJK EN ONDERNEMEND Pagina 20 van 108

Beperkingen van economische groei In veel economieën is elk jaar een hoger bruto binnenlands product (bbp) het streven. Dat wil zeggen: elk jaar meer verdienen met het fabriceren van producten en het leveren van diensten. Deze vorm van materiële en financiële economische groei is duidelijk meetbaar en de definitie ervan is geen onderwerp van discussie. Deze economische groei leidt veelal tot een gemiddeld hoger inkomen en meer koopkracht. De financiële en materiële welvaart - welvaart uitsluitend gebaseerd op geldwaarde - stijgt hiermee. Maar economische groei met meer geld als doel is niet zaligmakend wanneer we in een dichtbevolkt land een gezonde, duurzame leefomgeving willen doorgeven naar de toekomst. De hogere inkomsten zijn zelden evenredig verdeeld. Meer consumptie staat bovendien niet per definitie gelijk aan meer geluk. Nieuwe economische groei Breed gedragen is inmiddels de overtuiging dat we economische groei in een ander perspectief moeten zien. Niet enkel financiële welvaart telt, welzijn weegt net zo zwaar. Niet alleen het hier en nu telt, maar ook het effect op andere regio’s en landen en voor latere generaties. We hebben het dan over brede welvaart. We streven in Lansingerland naar een nieuwe invulling van de Materiële welvaart + welzijn + elders en later = BREDE WELVAART economische groei.

Groei die rekening houdt met andere waarden dan alleen de financiële parameters. We sturen op economisch beleid dat ondernemers stimuleert niet alleen financieel en materieel bij te dragen aan een welvarend Lansingerland, maar dat ook helpt het welzijn van de inwoners van Lansingerland te vergroten. Daarmee werken we aan brede welvaart vóór Lansingerland.

Wat is brede welvaart voor Lansingerland?

Omgevingsvisie en Samenlevingsvisie De diverse transities zoals de mobiliteitstransitie, de energietransitie en het klimaatadaptatief werken vragen om afstemming tussen beleidsterreinen, zodat we een gezond gebied met voldoende ruimtelijke kwaliteit doorgeven aan onze kleinkinderen. We wentelen negatieve gevolgen niet af naar volgende generaties of andere gebieden. We bevorderen een omgeving die ruimte biedt voor toekomstige transities en het groeiend aantal inwoners, en die klimaatadaptief, natuurinclusief en energiezuinig is. In de Omgevingsvisie en de Samenlevingsvisie staan de opgaven van gemeente Lansingerland geformuleerd. Deze omvatten een leefbare, veilige en gezonde samenleving, bestaanszekerheid, kansengelijkheid, wonen, kwaliteit van de leefomgeving, mobiliteit, Horti Science, economie, duurzaamheid. Werken aan deze opgaven is het werken aan brede welvaart voor Lansingerland.

3.3. Thematische uitwerking 3.3.1. Wonen Wij vinden het van belang dat iedereen in Lansingerland een fijn thuis heeft in een fijne buurt. Dit draagt bij aan de gezonde samenleving. Als gemeente focussen we met name op het huisvesten van doelgroepen die daar niet zelfstandig in kunnen voorzien. Deze urgentie is groot omdat er voor vele groepen in onze samenleving het steeds moeilijker is om een betaalbare huur- of koopwoning te krijgen doordat er niet voldoende aanbod is aan betaalbare woningen. Doordat zij geen stabiele woonsituatie hebben stellen veel mensen noodgedwongen hun levensplannen uit, zoals samenwonen en het krijgen van kinderen. Omdat zij niet een stabiele woonsituatie hebben.

f

Woningbouwopgaven

Ambitie: We dragen bij aan de (regionale) woonopgaven Kwantitatief De woningmarkt in Lansingerland is ook sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op regionaal niveau. Zo is de gemeentelijke woningbouwopgave van de afgelopen decennia grotendeels gestoeld Pagina 21 van 108

op de regionale vraag naar ruime eengezinswoningen nabij Rotterdam. Als gemeente positioneren we ons verder in de regionale woningmarkt. In de regio - maar ook lokaal - ligt een grote behoefte aan betaalbare woningen. In het Regioakkoord en de Woondeal zijn hier op regionaal niveau afspraken over gemaakt. Hiermee dragen wij met de geplande circa 11.000 woningen tot 2040 bij aan de kwantitatieve regionale woningbouw opgave. Belangrijk vraagstuk voor de langere termijn (na 2040) is in hoeverre we een substantiële (regionale) woningbehoefte faciliteren als die daarna nog aanhoudt. Kwalitatief We streven daarom naar een gebalanceerde woningvoorraad door meer nadruk te leggen op het bouwen van betaalbare woningen. Een belangrijk streven daarbij is de groei van het aandeel midden- en sociale huur in de totale woningvoorraad. We gaan hierbij uit van minimaal 2/3 betaalbare woningen1 voor nieuwe ontwikkelingen van 5 woningen of meer. Bij minder dan 5 woningen, dat wij niet beschouwen als een kwantitatieve opgave, is het principe van 2/3 betaalbaar uiteraard eveneens toepasbaar. Echter, hierbij is maatwerk mogelijk, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen dat de realisatie van 2/3 betaalbaar wel of niet passend is binnen het project.

In beginsel bieden we geen ruimte aan aanvullende woningbouwontwikkelingen vanaf 40 woningen, tenzij dit significant bijdraagt aan onze kwalitatieve doelstellingen en huisvesting van bijzondere doelgroepen. Huishoudens met een laag- of middeninkomen

Ambitie: Voldoende blijvend betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens We zetten ons sterk in voor een blijvend betaalbare woningvoorraad, waarbij woningen ook in de toekomst of na mutatie betaalbaar blijven. Dit doen we met name door het aandeel middenhuur en sociale huur in onze woningvoorraad te vergroten. Daarnaast houden we ook oog voor betaalbare koop. Dit houdt ook in dat we meer kleinere woningen toevoegen om deze betaalbaar te

kunnen houden voor jongeren, starters en kleinere huishoudens, en omdat we in de gemeente relatief weinig kleine woningen hebben. We hanteren voor deze betaalbare woningen prijscategorieën die landelijk zijn afgesproken en hebben daarbij een staffel toegevoegd om binnen de betaalbaarheidsgrenzen differentiatie te realiseren. We werken naast het bouwen van woningen ook aan het beter benutten van de bestaande woningvoorraad om extra betaalbare (tijdelijke) en energiezuinige woonruimten toe te voegen. Bovendien blijven we werken aan maatregelen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zodat huishoudens in een passende woning wonen en hierbij een (betaalbare) woning vrij kan komen voor een ander. Ouderen

Ambitie: Voldoende gelijkvloerse woningen en geclusterde ouderenwoningen met een passende woon­ zorg omgeving De demografische ontwikkeling van Lansingerland vertaalt zich in een toenemende groep senioren. Het landelijke uitgangspunt is dat senioren tot op hoge leeftijd zelfstandig blijven wonen. Deze groep is gebaat bij een divers gelijkvloers woningaanbod waar in de nabijheid verschillende woon-zorgdiensten worden aangeboden. Zo mogelijk worden bestaande woningen geschikt gemaakt voor zorg, en daarnaast voegen we nultredenwoningen en geclusterde ouderenwoningen toe. Centraal staat hierbij het passend wonen, waarbij ouderen prettig en zelfstandig ouder kunnen worden en waarbij zorg- en welzijnsorganisaties hun diensten op efficiënte wijze kunnen leveren.

f

Geclusterde ouderenwoningen hebben de potentie om hier het meest aan bij te dragen. Onder deze ouderenwoningen valt een brede variatie aan woonvormen waar ouderen zelfstandig wonen, gebruik kunnen maken van een ontmoetingsvoorziening op loopafstand en een beroep kunnen doen op zorg en ondersteuning in de nabijheid. Geclusterd wonen draagt hierdoor bij aan kwaliteit van leven, het van de zelfredzaamheid, het verminderen van vergroten eenzaamheid en zodoende aan een afname van de zorg- en ondersteuningsbehoefte. Dit stelt ouderen in staat langer zelfstandig

1 Op basis van de afspraken met regio, provincie en Rijk Pagina 22 van 108

te wonen, in eikaars nabijheid en met meer woonplezier. Hierbij is het nodig om bij deze woonvormen ook te variëren in prijs, koop en huur, zorggeschikt en niet-zorggeschikt, verscheidenheid in de mate van ruimte voor ontmoeting en een mix van zorgvragers en zorgdragers. Door samen te werken met ouderen, zorgpartijen, woningcorporaties en projectontwikkelaars zorgen we dat het aanbod aantrekkelijk genoeg is voor ouderen om naartoe te verhuizen, en zodoende doorstroming te stimuleren. Dit houdt ook in dat we open staan voor ouderen die een wooncoöperatie willen oprichten om in een woongemeenschap te kunnen wonen. Een passende woon-zorgomgeving voor het zelfstandig, veilig en prettig ouder worden is hierbij van belang, en komt tot uiting in het concept van woon-zorgcirkels. Deze cirkels hebben een toegankelijke woonomgeving met voldoende groen en een sterk ondersteunings-, welzijnsen zorgvoorzieningenniveau op loopafstand. Dit past ook bij het principe om voorzieningen nabij te hebben. Door het gebruik van deze cirkels kunnen wonen, welzijn en zorg efficiënt georganiseerd worden. We sturen aan op het creëren van woon-zorgcirkels, waarbij we ook bij kleine initiatieven voor nieuwbouw of transformatie aansturen op een passende woonzorgomgeving. Aandach tsgroepen

f

Ambitie: groepen

Programmareserveringen

voor

aandachts-

Mensen die tot de bijzondere aandachtsgroepen behoren hebben meer zorg of ondersteuning nodig dan anderen. Voor inwoners met een GGZ-problematiek en kwetsbare jongeren (19 t/m 27 jaar) die niet zelfstandig kunnen wonen is de gemeente verantwoordelijk voor de huisvesting. Dit geldt ook voor ouderen die niet in een verpleeghuis wonen, maar wel een zwaardere zorgvraag hebben. Het uitgangspunt is om deze mensen zo zelfstandig mogelijk thuis te laten wonen. Dit doen wij door voldoende passende woningen te realiseren en in te zetten op de eerdergenoemde woonzorgcirkels met een passend woon-zorglandschap. Hierdoor vergroten wij hun zelfredzaamheid en kan er zorg geboden worden

wanneer dit nodig is. Voor de overige aandachtsgroepen volgen wij de regio of de regiogemeenten. Bij grote nieuwbouwontwikkelingen reserveren we circa 5% van de totale woningbouw voor het programma voor deze aandachts­ groepen. In het omgevingsprogramma Wonen werken wij dit verder uit (zie hoofdstuk 6). Daarnaast sturen we op kleinschalige woonzorgontwikkelingen in de bestaande kernen, bij voorkeur dicht bij de centra, zodat veel voorzieningen op loopafstand bereikbaar zijn. Voor mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte is het belangrijk dat zij dicht bij hun sociale kring en voorzieningen wonen. Voor de woningbouwaantallen ten aanzien van aandachtsgroepen gaan we uit van het gemeentelijke woon-zorgbehoefte-onderzoek, en werken we in lijn met de regionale afspraken over deze doelgroepen. De huisvesting van inwoners met een woonurgentie vangen we op in het sociale segment. Hieronder vallen o.a. de huisvesting inwoners met een Wmo Beschermd Wonen/ thuis indicatie conform de regionale bestuurlijke afspraken. De toewijzing is vastgelegd in de regionale huisvestingsverordening. Voor vrouwenopvang, dak- en thuislozen en stoppende sekswerkers werken we aan voldoende opvang in de regio Rotterdam. Het zorgkantoor DSW is verantwoordelijk voor de verpleeghuiszorg en beslist of ontwikkelingen van nieuwbouw voor deze doelgroep binnen onze gemeente passend zijn.

De gemeente heeft bij deze initiatieven een faciliterende rol. Woonwagenbewoners

Ambitie: Doorontwikkelen van woonwagencentra Woonwagengemeenschappen zijn erkende doelgroepen waarvoor in de huisvestingsbehoefte moet worden voorzien. Daarbij worden ze gelijkgesteld met andere doelgroepen. We houden de woonbehoefte in de gaten en zetten ons in om, indien er behoefte en aanleiding voor is, de woonwagencentra door te ontwikkelen.

f

Pagina 23 van 108

Statushouders en spoedzoekers

Ambitie: Flexibele schil voor tijdelijke huisvesting Het huisvesten van statushouders (de gemeentelijke taakstelling) is een omvangrijke opgave. Het jaarlijks volledig huisvesten van deze doelgroep kan niet worden voorzien met alleen de inzet van het vrijkomend huurwoningaanbod van woningcorporaties. Om nu en in de toekomst statushouders, maar ook spoedzoekers, Oekraïners/ vluchtelingen (nieuwkomers) of nieuwe doelgroepen met een urgente woonvraag tijdelijk te huisvesten, werken we aan een flexibele schil. Onder een flexibele schil verstaan wij tijdelijke of permanente woningen met tijdelijke huurcontracten voor de bewoners of opvang. Deze schil speelt in op de structurele, maar toch ook fluctuerende vraag naar huisvestingsoplossingen die deze groepen hebben. Deze schil is structureel van karakter en groot genoeg zodat we pieken kunnen opvangen. Hiermee werkt het als drukventiel voor spanningen op de woningmarkt.

f

Samenleven en leefomgeving

Ambitie: Vitale buurten Om goed te wonen zijn sociale, gezonde en veilige leefgemeenschappen met in de nabijheid maatschappelijke functies, werkfuncties, een groenblauwe omgeving, winkels, cultuur en mogelijkheden voor kinderen om fijn op te groeien essentieel. De directe woon- en leefomgeving dient daarom van een goede ruimtelijke kwaliteit te zijn en uit te nodigen om naar buiten te gaan, te verblijven en te ontmoeten. We hanteren hierbij het principe van schoon, heel en veilig. Dit geldt met name voor kwetsbare mensen, die vaak weinig keuze hebben in de plek waar ze wonen. We zetten in op nabijheid als ordenend principe voor voorzieningen om te komen tot een vitale leefomgeving.

f

Bij nieuwbouwontwikkelingen hebben we oog voor ons onderscheidende groene woonmilieu in de polder. We voldoen aan de woningbehoefte en bieden tegelijkertijd een groene omgeving. We kiezen voor meer gestapelde woningbouw zodat er horizontaal meer ruimte ontstaat voor een hoogwaardige, groene leefomgeving. Daarnaast voorzien we op deze manier in de behoefte naar gelijkvloerse woningen voor ouderen en appartementen voor

starters. Door een hogere huishoudensdichtheid versterken we bovendien het draagvlak voor ons voorzieningenniveau. We sturen daarnaast aan op sociale menging in de wijk. Hierdoor dragen we bij aan sociale verbondenheid tussen verschillende groepen. We sturen op een gemengd betaalbaarheidsaanbod in de buurt met verschillende woningtypen. Op deze manier kan de woningvoorraad ook mogelijkheden bieden voor jonge mensen om in te stromen, en voor oudere mensen om door te stromen. Arbeidsmigranten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=898b32b9-744e-4c04-8f2d-2dfd896a7a94