[T24.07765] Beantwoording technische vragen - Oplossingsrichtingen financiën maatschappelijke voorzieningen in Wilderszijde en onderwijshuisvesting IHP
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Losse technische vraag
Steller van de vraag en partij: Paul Lieverse, ChristenUnie Datum:
6 november 2024
Onderwerp:
Oplossingsrichtingen financiën maatschappelijke voorzieningen in Wilderszijde en onderwijshuisvesting IHP
KOSTENPROGNOSES Vraag 1: Hoe zijn de kostenprognoses voor zowel Wilderszijde als het IHP tot stand gekomen, en welke factoren zijn hierin meegenomen? Antwoord: Voor de kostenprognose voor de sporthal Wilderszijde inclusief ontmoetingsruimte hebben we een investeringsraming laten opstellen. Deze raming laat zien dat er € 11,2 miljoen nodig is voor de bouw van een sporthal inclusief ontmoetingsfunctie. Wij informeerden u daarover op 22 oktober 2024 in notitie “Oplossingsrichtingen financiën maatschappelijke voorzieningen Wilderszijde en onderwijshuisvesting IHP” (T24.06496). Factoren die we hierin hebben meegenomen zijn: De bouwkosten (prijspeil 2025) De ruimtestaat, aantal m2 per soort ruimte; De actuele grondkosten; Het type architectuur; Interne projectbegeleiding; Externe advies en ontwerpkosten. De kostenprognose voor het IHP is intern geactualiseerd met behulp van ingehuurde expertise. Factoren die we hierin hebben meegenomen zijn: De bouwkosten (prijspeil 2025); Kwaliteitsniveau ENG (Energie Neutraal Gebouw); De uitvoeringskosten (zoals bouwbegeleiding, organisatie en capaciteit); De kosten zijn inclusief BTW en indexering; (De kosten zijn exclusief onvoorziene locatie gebonden kosten).
Vraag 2: Wanneer werd het verschil tussen Beschikbaar budget en Kostenprognose duidelijk? (verwezen wordt naar de raadsinformatiebrieven 1 t/m 10, maar we lezen daarover pas in nr. 10 van oktober 2024 iets naders) Antwoord: Het maken van een financieel totaaloverzicht is een proces waarbij stukje bij beetje zicht ontstaat op het geheel. Dit geldt zowel voor sporthal Wilderszijde als voor het IHP. Het eerste signaal voor de sporthal Wilderszijde kwam in oktober 2022, toen duidelijk werd dat er nog geen budget voor de sporthal was gevoteerd in de begroting. Daarna begon het proces van rekenen en onderzoeken. De eerste signalen voor het IHP kwamen in september 2023, toen we constateerden dat de financiën die bij de investeringen voor
Ons kenmerk
T24.07765
1/7
het IHP horen, niet toereikend zijn om in goede gebouwen te kunnen voorzien. Over deze eerste signalen informeerden we u op 27 oktober 2023 met brief U23.05042, op 15 november 2023 met brief U23.05264 en op 23 november 2023 met brief U23.05166. We lieten u toen weten dat dit mogelijk zou leiden tot een extra financiële vraag aan de gemeenteraad. Hieronder een overzicht van de gemaakte processtappen om tot financiële overzichten te komen. Proces financieel overzicht voor de sporthal Wilderszijde De besluitvorming rondom Sporthal Wilderzijde is als volgt tot stand gekomen: Beslisdocument Wilderszijde (T19.15526, vastgesteld door de gemeenteraad november 2019): o ‘een sporthal ter grootte van 1100m2, t.b.v.
onderwijs te verdelen in 3 zaaldelen’ Masterplan Wilderszijde (T20.05833, vastgesteld door de gemeenteraad juni 2020): o ’10.000 m2 maatschappelijke voorzieningen waaronder in elk geval een sporthal’ Begroting 2021, Beleidsveld 5.3 Vastgoed, Sporthal Wilderszijde o geraamd budget 4,4 mln Accommodatieplan Sport (T21.01062, vastgesteld door de gemeenteraad september 2021) o ‘Door bij invulling van deze wettelijke taak (huisvesting bewegingsonderwijs-BL) te kiezen voor een volwaardige sporthal (in tegenstelling tot bijvoorbeeld 2 gymzalen) biedt deze investering meerwaarde voor de georganiseerde sportbeoefening in de gemeente.’ In oktober 2022 constateerden we de discrepantie tussen het beschikbare budget en het benodigde bouwoppervlak voor de sporthal Wilderszijde. Vervolgens onderzochten we alternatieve mogelijkheden, zoals gebruik maken van bestaande (gym)voorzieningen of een kleinere variant sporthal. De conclusie was dat bestaande voorzieningen te weinig capaciteit bieden om extra schoolklassen te huisvesten. Een kleinere variant sporthal geeft te weinig mogelijkheden voor de binnensportverenigingen om sportactiviteiten te organiseren. Daarnaast was er nog geen plan en budget voor de ontmoetingsfunctie.
Proces financieel overzicht IHP In het najaar van 2023 constateerden we dat de investeringen voor het IHP 2020 - 2024 niet toereikend waren om de projecten uit het IHP te realiseren. Dat was de aanleiding om een Tweede actualisatie voor het IHP op te stellen. Wij informeerden u hier als volgt over in brief 1 (op 23 november 2023): “In het IHP is een groot aantal investeringen verzameld. We zien dat de financiën die bij deze investeringen horen, niet toereikend zijn om in goede gebouwen te kunnen voorzien. Door stijgende marktprijzen voor grondstoffen en personeel is het realiseren van een m2 schoolgebouw de laatste jaren enorm gestegen. Dat betekent dat we de bedragen die we aanhouden moeten aanpassen aan de actuele prijsniveaus. Dit kan leiden tot een extra financiële vraag aan uw raad of tot het uitstellen of afstellen van investeringen, maar waarbij we vasthouden aan de basiskwaliteit, dat wil zeggen sober en doelmatig. Dat betekent dat we voor grote uitdagingen staan die vragen om heroverwegingen en mogelijk om keuzes.” Tijdens de beeldvormende avond op 29 november 2023 en in de bijbehorende presentatie hebben wij u een plan van aanpak gepresenteerd om te komen tot haalbare en betaalbare plannen. De stappen daarin waren: 1. Gesprekken met de schoolbesturen. Een probleemverkenning, waaronder behoeften, leerlingenprognoses, mogelijke alternatieven en randvoorwaarden. 2.
Besprekingen met schoolbesturen om te komen tot scenario’s. 3. Financiële consequenties in beeld brengen. 4. Besluitvorming IHP. Met de schoolbesturen hebben we een planning opgesteld en bovenstaande processtappen uitgevoerd. In de periode tussen januari en juni 2024 hebben we gaandeweg inzicht gekregen in de financiële consequenties van de Tweede actualisatie van het IHP. 2/7
In de genummerde raadsinformatiebrieven, over de stand van zaken van de opgave onderwijshuisvesting, hebben wij u in 2024 regelmatig geïnformeerd over de voortgang in deze stappen. Zoals: in raadsinformatiebrief 5 (op 20 maart) hebben we u laten weten dat de uitvoering van alle beschikte IHP projecten financieel niet haalbaar bleek. in raadsinformatiebrief 8 (op 12 juni) hebben wij u laten weten dat we bezig waren om de uitkomsten van de gesprekken met de schoolbesturen te vertalen in financiële middelen. in raadsinformatiebrief 9 (op 9 juli) geven we nogmaals aan dat “we een aantal moeilijke keuzes moeten maken. We zien dat we met name op financieel en organisatorisch gebied voor grote uitdagingen staan om de verschillende projecten uitgevoerd te krijgen. Dit zal hierna waarschijnlijk ook voor de gemeenteraad gelden vanuit het budgetrecht van de raad.” Vraag 3: Is er rekening gehouden met toekomstige veranderingen in bouwkosten en economische omstandigheden? (van belang voor eventueel uitstellen van niet-beschikte projecten) Antwoord: Voor de sporthal Wilderszijde is er rekening gehouden met prijsstijgingen tot eind 2026. Voor de beschikte onderwijshuisvestingsprojecten is een forse bijstelling gedaan van de investeringskosten om hiermee te kunnen voldoen aan de benodigde investeringen.
Daarbij hebben we alles wat we nu weten meegenomen en is ook rekening gehouden met verwachte toekomstige prijsstijgingen. Ook houden we rekening met toekomstige indexeringen doordat we alle investeringen hebben opgenomen in een rekenmodel. Voor de niet beschikte plannen zijn nog geen herberekeningen gemaakt. Dat doen we in aanloop naar het volgende IHP (2026/2027). De middelen die hiervoor opgenomen waren bij het huidige IHP (ongeveer € 7,4 miljoen) zetten we nu in om de beschikte projecten te realiseren. Ze zijn nog niet beschikt wat betekent dat deze projecten doorschuiven naar het volgende IHP.
SPECIFIEKE OORZAKEN VAN TEKORTEN Vraag 4: Wat zijn de belangrijkste factoren voor de overschrijding van de kosten in Wilderszijde (sporthal)? Genoemd worden bouwkosten en “diverse oorzaken” maar kunnen deze en andere factoren worden uitgesplitst? (zoals die van het Programma van eisen) Antwoord: Bij de herberekening van de geraamde kosten kwam een forse overschrijding aan het licht. De belangrijkste factoren voor de kostenoverschrijding voor de sporthal Wilderszijde zijn: Stijging bouwkosten van 16,5% sinds 2021 Omvang van sporthal (2221 m2 BVO versus 1000 m2 BVO) Grondkosten per m2 (€ 342 m2 versus € 100 m2) Vraag 5: Wat zijn de belangrijkste factoren voor de overschrijding van de kosten van het IHP? Genoemd worden bouwkosten en “diverse oorzaken”, maar kunnen deze en andere factoren worden uitgesplitst? (Bijlage 1 in de Notitie geeft slechts cijfers per project)
3/7
Antwoord: De eerste stap voor de Tweede actualisatie van het IHP was het maken van een analyse. Uit de financiële analyse bleek een discrepantie tussen de destijds geraamde kosten en de herberekening daarvan. Als belangrijkste punten kwamen de volgende factoren naar voren: De gestegen bouwkosten De projecten uit het IHP 2020-2024 en de actualisatie uit 2022 zijn gebaseerd op VNG-normbedragen uit onze verordening die bij herberekening achterhaald bleken De uitvoeringskosten door de gemeentelijke organisatie Daarnaast zijn de bedragen voor onderwijshuisvesting in de begroting niet jaarlijks geïndexeerd. Vraag 6: Zijn er alternatieve financieringsmogelijkheden buiten de Algemene Reserve? Zo ja, welke? Is overwogen om voor deze financieringsmogelijkheden te kiezen? Antwoord: Een alternatieve financieringsvorm zou zijn dat de afschrijvingslasten ook ten laste komen van de meerjarenbegroting. Gezien de grote bezuinigingsopgave welke voor ligt voor de komende jaren heeft het college dit niet als een realistische optie gezien. Ook wordt met de schoolbesturen gesproken over het meefinancieren aan verduurzamingsmaatregelen aan de te vervangen/bouwen schoolgebouwen. Deze gesprekken zijn onderdeel van het proces om te komen tot een Tweede actualisatie, van het IHP. De uitkomst krijgt hierin een plek.
DETAILS VAN DE ALTERNATIEVE SCENARIO’S Vraag 7: Wat zijn de criteria voor het bijstellen van ambities van het Masterplan Wilderszijde en die van het IHP? Wat wordt bedoeld met “niet kunnen uitstellen”, “niet willen uitstellen” resp. “onwenselijk”? Antwoord: Voor Wilderszijde gaan we uit van de ambities uit het Masterplan Wilderszijde 2020, waarin is uitgegaan van een sporthal. Het bijstellen van onze ambitie uit het Masterplan om financiële redenen, betekent dat we terugvallen op onze wettelijke taak. Dat wil zeggen dat we moeten voorzien in ruimte voor bewegingsonderwijs (twee gymzalen) voor de basisscholen in Wilderszijde. Voor het IHP gaan we uit van de ambities uit het IHP 2020-2024. Het bijstellen van onze ambitie uit het IHP om financiële redenen, betekent dat we deels uitvoering geven aan onze wettelijke taak en niet aan onze juridische verplichtingen. Dat wil zeggen dat: - we moeten voorzien in voldoende onderwijshuisvesting voor de nieuwe basisscholen. Dit betreft groep 1: Cadans, Het Avontuur, Het Palet en Treehouse. - we dure tijdelijke locaties afstoten, omdat we daarmee kosten besparen. Het gaat om basisscholen die vanwege groei en vervangende nieuwbouw gehuisvest zijn in tijdelijke (huur) locaties. Dit betreft groep 2a: Prinses Maxima, De Gouden Griffel en De Wiekslag. - we beschikte projecten uitstellen naar een volgend IHP.
Van deze projecten hebben we al eerder in het IHP vastgesteld dat renovatie of vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. Uitstellen is onwenselijk vanwege de vastgestelde noodzaak en daarbij afgegeven beschikking. Daarbij is een risico op juridische geschillen met de schoolbesturen. Dit betreft groep 2b: De Oosthoek, De Klimophoeve, De Parel en dependance Prins Johan Friso (De Wereld). Vraag 8: Wat is het verwachte effect op de gemeenschapsfunctie van de voorzieningen als gekozen wordt voor het alternatieve scenario van twee gymzalen met beperkte ambities? 4/7
Antwoord: De ambitie van Wilderszijde is een levendige woonwijk door een landschap van ontmoetingen. De maatschappelijke voorzieningen leveren hier een belangrijke bijdrage in. Om van Wilderszijde een levendige woonwijk te maken zijn in het Masterplan Wilderszijde ambities opgenomen voor het maatschappelijke voorzieningenniveau. Het betreft onder andere basisscholen, een sporthal en een ontmoetingscentrum voor bewoners. Als de raad kiest voor de minimumvariant met de bouw van twee gymzalen en het laten vervallen van de ontmoetingsfunctie en huurmogelijkheid voor sportverenigingen, dan heeft dat effect op de levendigheid en daarmee de gemeenschapsfunctie van de voorzieningen in de wijk.
DE ROL VAN DE GREX-WINSTEN Vraag 9: Zijn er risico’s verbonden aan het inzetten van de tussentijds genomen GREX-winsten uit de Algemene Reserve voor dit project? Antwoord: GREX-projecten kennen te allen tijde het risico dat winsten (ook tussentijds genomen winsten) omslaan in lagere winsten of zelfs verlies. In dat geval zal, om de verliezen te compenseren, een beroep worden gedaan op de algemene reserve. Vraag 10: Is er een plan voor eventuele tekorten die deze reservering zou kunnen veroorzaken in andere gemeentelijke projecten? Antwoord: Op dit moment bedraagt de Algemene Reserve ongeveer €89 miljoen (exclusief €93 miljoen Reserve Enecogelden). Een uitname van €22 miljoen zal dit verlagen naar €67 miljoen. De keuze om de Algemene Reserve in te zetten voor gemeentelijke projecten is aan de gemeenteraad.
LANGETERMIJN-IMPACT VAN FINANCIERING OP DE BEGROTING Vraag 11: Hoe beïnvloeden de voorgestelde rente- en afschrijvingslasten de begroting van onze gemeente op lange termijn? Antwoord: Met de inzet van de Algemene Reserve ter dekking van de afschrijflasten, zijn deze afschrijflasten voor de middellange en lange termijn gedekt. Op het moment dat de schoolgebouwen en sporthal vervangen dienen te worden (na 25 en 40 jaar) zal er opnieuw geïnvesteerd moeten worden. Op dat moment ontstaat er geen voordeel door wegvallende afschrijflasten van de dan “oude” gebouwen. Op dat moment zal er dus voor de volledige afschrijflasten opnieuw financiële ruimte gevonden moeten worden. De rentelasten worden wel meegenomen in de begroting. In het antwoord op vraag 12 gaan we in op het effect van de extra inzet op de extra rentelasten. Vraag 12: Kan een overzicht gegeven worden van de impact op de begroting bij verschillende scenario's van rekenrente?
5/7
Antwoord: In de beantwoording van deze vraag gaan we uit van de rekenrente over de additionele financiering van € 22 miljoen. De reeds beschikbare kredieten voor het IHP en de sporthal zijn reeds meegerekend in het MIP en niet onderhevig aan de rekenrente maar aan de interne omslagrente.
Rekenrente scenario 5% 4% 3% 2,6% 2%
2027 582.553 466.043 349.532 302.928 233.021
2028 621.530 497.224 372.918 323.195 248.612
2029 621.530 497.224 372.918 323.195 248.612
2030 2031 en verder 621.530 1.198.216 497.224 958.573 372.918 718.930 323.195 623.073 248.612 479.287
De rente is gebaseerd op de huidige rekenrente uit de Kadernota 2025 (4%). Een hoge rente van 5% is sinds ongeveer 2000 niet meer voorgekomen. De huidige tienjaarsrente voor de Nederlandse overheid is ongeveer 2,6%. Voor de volledigheid zijn ook 3% en 2% toegevoegd om een beeld te geven van de meest waarschijnlijke scenario’s. Daarbij merken wij op dat de rente zich lastig laat voorspellen.
EFFECTEN VAN UITGESTELDE PROJECTEN IN HET IHP Vraag 13: Welke gevolgen heeft het uitstellen van bepaalde projecten in het IHP voor de kwaliteit en capaciteit van onderwijshuisvesting in de gemeente? Antwoord: Dat hangt van het type project af. Het niet realiseren van nieuwe schoolgebouwen leidt tot een capaciteitstekort en daarmee komt de wettelijke taak van de gemeente in het geding. Het niet vervangen van bestaande schoolgebouwen leidt tot een verdere verslechtering van de bouwkundige kwaliteit. Sommige schoolgebouwen zijn intussen ernstig verouderd, waardoor niet voldaan kan worden aan bijvoorbeeld eisen op arbotechnisch gebied en op het gebied van binnenklimaat en toegankelijkheid. Vraag 14: Zijn er specifieke scholen of locaties die door uitstel van projecten disproportioneel worden beïnvloed? Welke gevolgen heeft het concreet voor de scholen in de Notitie onder Groep 2b, Groep 3 en groep 4? (wordt deels herhaald onder “inhoudelijke consequenties voor IHP” in de Notitie maar geeft daar geen details) Antwoord: Ja, dit zijn de basisscholen uit Groep 2b. Dat betekent dat we de vervangende nieuwbouw voor De Oosthoek, De Klimophoeve en de dependance van Prins Johan Friso (IKC De Wereld) uitstellen. Ook stellen we de renovatie van De Parel uit.
De basisscholen blijven hierdoor gehuisvest in niet adequate schoolgebouwen: de schoolgebouwen zijn te klein en/of voldoen niet meer aan diverse eisen zoals arbo, binnenklimaat en toegankelijkheid. De noodzaak voor vervanging, uitbreiding, renovatie of verduurzaming voor de scholen in Groep 3 is vastgesteld in het huidige IHP. Ze zijn nog niet beschikt wat betekent dat deze projecten doorschuiven naar het volgende IHP. Voor de scholen in Groep 4 zijn er op dit moment geen gevolgen.
6/7
BESLUITVORMINGSPROCES EN PLANNING Vraag 15: Welke risico's zijn verbonden aan de huidige planning (van de diverse voorliggende opties), en welke bij vertraging van het besluitvormingsproces? Antwoord: Aan de huidige planning zijn geen specifieke risico’s verbonden. Het grootste risico is dat vertraging van het besluitvormingsproces het probleem waarschijnlijk groter maakt, omdat de bouwkosten blijven stijgen. Voor de nieuwe bewoners van Wilderszijde is er een risico dat hun kinderen onderwijs op grotere afstand van de nieuwe wijk moeten volgen. Het risico voor de basisscholen is dat de realisatie van uitbreiding, renovatie, bouw of vervangende nieuwbouw van hun schoolgebouwen verdere vertraging oploopt als de besluitvorming vertraagt.
7/7