[T24.07764] Memo dilemma’s Omgevingsvisie 2.0
Tekst van het document
Memo dilemma’s Omgevingsvisie 2.0 Doel In deze memo wordt een aantal dilemma’s aan de Commissie Ruimte voorgelegd met als doel om richtinggevende uitspraken te doen voor de (ontwerp) Omgevingsvisie 2.0. Deze bespreking zal plaatsvinden op 3 december 2024. Deze memo dient ter voorbereiding hiervan. De dilemma’s zijn een selectie van de dilemma’s (in de vorm van stellingen) zoals besproken op de beeldvormende avond van 4 september 2024. Het gaat hierbij om die onderwerpen waarover in de huidige beleidslijn nog onvoldoende koers is vastgelegd om deze goed te kunnen borgen in de Omgevingsvisie 2.0 of een aanscherping/bijstelling van de lange termijnkoers behoeven. Deze zijn klimaatadaptatie, energietransitie, economie en de linten. Deze beslaan dus niet alle onderwerpen in de fysieke leefomgeving; denk aan mobiliteit of de glastuinbouw. Het staat de Commissie uiteraard vrij om ook andere onderwerpen/dilemma’s in de ruimtelijke ordening te bespreken. Van belang is dat de Omgevingsvisie over de strategie voor de lange termijn (2050) gaat. Hierdoor is het abstractieniveau hoger en gaat de visie vooral over de grotere “wat moet de toekomst van Lansingerland zijn”-vragen en veel minder over de “hoe gaan we dat bereiken”-vragen. Stand van zaken proces Omgevingsvisie 2.0 De gemeenteraad stelde op 24 februari 2022 de Omgevingsvisie 1.0 vast.
Op 21 december 2023 heeft de gemeenteraad uitgangspunten voor het opstellen van de Omgevingsvisie 2.0 vastgesteld. Hierna wordt het kopje Context een belangrijk uitgangspunt uitgelicht. In 2024 zijn voor de Omgevingsvisie 2.0 voorbereidingen getroffen waaronder als belangrijkste het participatieproces. Zo heeft er een dialoogavond plaatsgevonden en is een enquête uitgezet. Op www.Lansingerland.nl/omgevingsvisie is het participatieproces waaronder verslagen. De enquête met de resultaten zijn bij deze memo gevoegd. Met de bespreking van deze memo in de Commissie Ruimte wordt deze voorbereidende fase afgesloten. De volgende fase is het opstellen van de ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Beoogd is om het ontwerp in maart 2025 in de raad te behandelen. Ook zal een beeldvormende avond worden georganiseerd.
Context Er zijn in Lansingerland - net als in heel Nederland - veel ruimteclaims bijvoorbeeld voor woningbouw, (circulaire) economie, Horti Science, de energietransitie, infrastructuur en waterberging maar ook het behoud van de huidige waarden en kwaliteiten. Tegelijkertijd nemen de ruimtelijke eisen die gesteld worden toe. Dit alles speelt ook in Lansingerland. De gemeenteraad is zich hiervan bewust en heeft daarom als één van de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 2.0 gesteld dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden1. De omgevingsvisie is alleen bindend voor het vaststellend orgaan zelf (de gemeenteraad). Een omgevingsvisie bevat dus geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. De Omgevingsvisie 2.0 zal worden vertaald in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Laatstgenoemde is bindend voor een ieder. Bij het vaststellen van de Omgevingsvisie 2.0 zal rekening gehouden worden met de omgevingsvisies van andere gemeentes, de provincie en het Rijk. De Omgevingsvisie 2.0 is een belangrijk instrument op grond van de Omgevingswet. In eerder genoemd raadsbesluit van 21 december 2023 is uitgebreid aandacht besteed aan de zogenaamde beleidscyclus. Met de Omgevingsvisie 2.0 wordt deze cyclus in gang gezet.
Het overige ter beschikking staande instrumentarium zoals de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan zijn erop gericht om de ambities uit de visie te realiseren. Hieronder zijn de te bespreken dilemma’s en enige bijbehorende achtergrondinformatie kort samengevat. Voor extra informatie wordt in het kort verwezen naar de beeldvormende avond van 4 september 2024. De “druk op de ruimte” vormt het overkoepelende thema, waarbinnen een aantal dilemma’s wordt voorgelegd. Dilemma’s Op de beeldvormende avond van 4 september jl. is een aantal stellingen voorgelegd met de mogelijkheid om daarop te reageren met post-its. Aan de hand daarvan vond het gesprek plaats. Zoals hiervoor onder het kopje ‘Doel’ is toegelicht, blijft wat ons betreft een aantal dilemma’s ter bespreking over. Bij de beschrijving hiervan wordt deze volgorde aangehouden: 1. Wat zegt het huidige gemeentelijke beleid, specifiek de Omgevingsvisie 1.0? 2. Wat komt er op de gemeente af? (waaronder trends en ontwikkelingen) 3. Wat kwam er uit de participatie? 4. Wat is het dilemma en/of welke keuze ligt er voor? Dilemma 1: klimaatadaptatie De stelling op 4 september jl. hierover was: “Bij de (her)inrichting van de (openbare) ruimte is klimaatbestendigheid het leidende principe.” 1.
Wat zegt het huidige gemeentelijke beleid, specifiek de Omgevingsvisie 1.0? In de Omgevingsvisie 1.0 staat dat Lansingerland in 2050 volledig klimaatadaptief is ingericht. Alle ontwikkelingen moeten het hoofd bieden aan risico’s zoals overstromingen, wateroverlast door piekbuien, hittestress en droogte. Lansingerland wordt een groene gemeente: veerkrachtige natuurlijke systemen ter voorkoming van hittestress en wateroverlast. En heeft een robuust watersysteem: overstromingen, wateroverlast, lage waterkwaliteit en droogte moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
1 Uit het raadsbesluit d.d. 21 december 2023: “de opgaven zijn groot en ingrijpend (denk aan klimaatverandering); scherpe keuzes zijn daarom
noodzakelijk. Prioritering van belangen is gewenst, ook als houvast voor de uitvoering”
2. Wat komt er op de gemeente af? Door het veranderende klimaat krijgen inwoners en bedrijven meer te maken met overlast door periodes met extreme hitte, extreme droogte, extreme neerslag, mogelijk overstromingen en biodiversiteitsafname. Op de lange termijn zet klimaatverandering de bestaanszekerheid onder druk. De toename van extreme weersomstandigheden heeft invloed op de leefbaarheid en weerbaarheid van een plek en daarmee de benodigde inrichting van de leefomgeving. De opgave is om Lansingerland zo in te richten dat we gesteld staan voor het veranderende klimaat. Dit vraagt om klimaatadaptieve acties (het blijvend aanpassen aan de omstandigheden). Dit zijn vaak ingrijpende maatregelen aan de buitenruimte. Het klimaatrobuust maken van wijken, gebieden en systemen vraagt om een langjarige aanpak, waarbij we bij elke ingreep in de buitenruimte nú de juiste keuzes moeten maken voor de komende vijftig jaar. Dat betekent bijvoorbeeld zo goed mogelijk ruimte creëren voor groen in wijken, maar dat geldt zeker ook voor onze bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden. Daar worden bij wateroverlast of langdurige hittestress economische belangen geschaad en staat het werkklimaat van werknemers stevig onder druk. Zonder aanpassingen zal alleen al de waterschade door klimaatverandering voor Lansingerland naar schatting tussen de 170 en 470 miljoen euro bedragen tot en met 2050.
Door nu te investeren worden deze kosten in de toekomst vermeden. 3. Wat kwam er uit de participatie? Dialoogavond: https://www.lansingerland.nl/dialoogbijeenkomst-kwaliteit-leefomgeving/ In de enquête is de volgende vraag gesteld: “Welke maatregelen vindt u dat de gemeente mag nemen om meer plaats te maken voor groen (bomen en struiken)?” De helft van de personen (49%) zegt dat de gemeente waar mogelijk op straat tegels eruit mag halen om hiervoor in de plaats meer groen te plaatsen. Een derde van de personen (33%) vindt dat de gemeente meer de hoogte in mag bouwen om zo meer plaats te maken voor groen. Bij ‘Anders’ noemen inwoners dat zij graag zien dat de gemeente minder bouwt en meer aandacht besteedt aan het bestaande groen. Ze pleiten voor creatieve oplossingen zoals groene daken en het vergroenen van parkeerplaatsen. Zie voor meer informatie pagina 8 van de enquête. 4. Wat is het dilemma en/of welke keuze ligt er voor? Moet klimaatbestendigheid het leidende principe worden bij de inrichting van de (openbare) ruimte en dus prioriteit krijgen ten opzichte van andere ruimtevragen? Voor achtergrondinformatie kunt u de Ruimtelijke adaptatiestrategie (Corsa T21.00265) raadplegen. Hierin staan per kern aangegeven waar onder andere de hitte- en wateroverlast locaties zijn. In 2025 worden de stresstestkaarten geüpdatet.
Dan worden ook de nieuwe eisen aan de stresstesten op landelijk niveau bepaald (Nationale klimaatadaptatiestrategie). Om een klimaatbestendige omgeving te ontwikkelen hebben we ruimte nodig voor groenblauweoplossingen zoals wadi’s, bomen, groenstructuren, groene gevels en daken. Dit zijn oplossingen op maaiveldniveau. Maar ook in de ondergrond is ruimte nodig, bijvoorbeeld voor wortelende bomen en waterbergende oplossingen zoals infiltratiekratten. Dilemma 2: de energietransitie De stelling op 4 september jl. hierover was: “De energietransitie vraagt ruimte. Daarom accepteren we dat dit ten koste gaat van alle andere functies en voorzieningen.” De ruimte die de energietransitie vraagt betreft niet alleen de bovengrond (bijvoorbeeld elektriciteitshuisjes) maar ook de ondergrond (bijvoorbeeld een warmtenet en bodemenergiesystemen). Zie de illustratie.
1. Wat zegt het huidige gemeentelijke beleid, specifiek de Omgevingsvisie 1.0? In de Omgevingsvisie 1.0 wordt uiteraard volop aandacht geschonken aan de energietransitie en de gemeentelijke inzet in de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag hierbij. Het doel is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. 2. Wat komt er op de gemeente af? Om onze doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn te behalen, moeten we zowel energie besparen als energie duurzaam opwekken. We hebben de ambitie om minimaal 25% van ons elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken binnen onze gemeentegrenzen. Dit kan onder meer via zonne-energie. Grondgebonden zon is - op basis van het Beleidskader Zonne-energie - onder voorwaarden mogelijk langs infrastructurele lijnen en op reststroken: gronden waarvoor geen andere passende functionele invulling kan worden gevonden. Daarnaast behoort ook zon op water tot de mogelijkheden. Doordat het elektriciteitsnet op verschillende plekken vol raakt, ook wel netcongestie genoemd, moet het elektriciteitsnet de komende jaren enorm verzwaard en uitgebreid worden. Zo moet netbeheerder Stedin in hun verzorgingsgebied, waar wij als gemeente onderdeel van uitmaken, voor 2030 4.000 nieuwe elektriciteitshuisjes bijplaatsen en het elektriciteitsnet uitbreiden met kilometers aan kabels. Stedin verwacht dat 1 op de 3 straten open moet voor graafwerkzaamheden.
Alle woningen in Nederland moeten in 2050 aardgasvrij zijn. In onze Transitievisie Warmte zijn uit de analyse diverse wijken naar voren gekomen als wijken waar een warmtenet mogelijk een geschikt alternatief is voor aardgas. Boomwortels kunnen schade aan kabels en leidingen veroorzaken. Groen en kabels en leidingen zijn niet eenvoudig te combineren. Andere ontwikkelingen die we op ons af zien komen en die ruimte vragen zijn bijvoorbeeld logistieke laadstations, smart energy hubs op de bedrijventerreinen en (grootschalige) batterijopslag.
3. Wat kwam er uit de participatie? Dialoogavond: https://www.lansingerland.nl/dialoogbijeenkomst-energietransitie/ In de enquête is de volgende vraag gesteld: “In Lansingerland wordt er ruimte gemaakt voor het aanleggen van duurzame energie. Waarvan mag deze ruimte niet ten koste gaan?” Driekwart van de inwoners (74%) zegt dat het aanleggen van duurzame energie niet ten koste mag gaan van het groen in de gemeente.
Elf procent van de inwoners vindt dat dit niet ten koste mag gaan van de ruimte voor woningen en acht procent van de inwoners benoemt dat dit niet ten koste mag gaan van recreatie. Zie voor meer informatie pagina 10 van de enquête. 4. Wat is het dilemma en/of welke keuze ligt er voor? Moet energietransitie altijd voorgaan op andere gebruiksmogelijkheden? Dilemma 3: economie De stelling hierover was: “Bedrijventerreinen en centrumgebieden zijn vol en er verdwijnen werklocaties. Daarom moeten we bestaande werklocaties zoveel mogelijk behouden en uitbreiden.” 1. Wat zegt het huidige gemeentelijke beleid, specifiek de Omgevingsvisie 1.0? In de Omgevingsvisie 1.0 wordt aandacht geschonken aan de werklocaties. Het beleid is erop gericht dat Lansingerland zich als een vindingrijke en ondernemende gemeente blijft ontwikkelen. De nadruk ligt op het behouden van de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen. Er wordt niet ingezet op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Daarnaast wordt beoogd om de winkelcentra vitaal te houden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken naar passende kleinschalige voorzieningen. 2. Wat komt er op de gemeente af? Er is een grote vraag naar bedrijfsruimte en bedrijven hebben moeite om ruimte te vinden om te groeien. Dit komt doordat er te weinig aanbod is. Het leegstandspercentage is laag (minder dan 5%).
Daarnaast staan werklocaties onder druk door de behoefte aan woningen (transformatie/functiemenging). Het areaal aan beschikbare werklocaties neemt dus af. Voor de circulaire economie is bovendien ook ruimte nodig, niet alleen fysiek maar ook milieuruimte (afstand tot gevoelige functies zoals wonen). Hoeveel en wanneer is nog niet precies bekend; dit vraagt om strategische schuifruimte op bedrijventerreinen of elders in de gemeente. Daarnaast digitaliseert de economie; hiervoor is bovengronds ruimte nodig voor antennes maar vooral ook ondergronds voor glasvezelkabels. Ter toelichting wordt het volgende opgemerkt. Werklocaties zijn plekken waar gewerkt kan worden. Kantoren, centrumgebieden, campus, op linten en in woonwijken en bedrijventerreinen. Om de beschikbare ruime efficiënt te gebruiken is het belangrijk om het juiste bedrijf op de juiste locatie te vestigen. Daarvoor zijn alle typen werklocaties nodig. Op linten passen lokale kleine bedrijven en op bedrijventerreinen de grote bedrijven. Uit de volgende data blijkt overigens dat Lansingerland een ondernemende gemeente is: https://regiodata.kvk.nl/mosaic/dashboard/structuur-alle-vestigingen. Lansingerland heeft gemiddeld meer vestigingen dan Zuid-Holland en Nederland. 3.
Wat kwam er uit de participatie? Dialoogavond: https://www.lansingerland.nl/dialoogbijeenkomst-economie/ In de enquête is de volgende vraag gesteld: “Welke mogelijkheden vindt u gepast om ruimte te bieden aan bedrijven die op zoek zijn naar nieuwe bedrijfsruimte of uitbreiding ervan?” De helft van de inwoners (48%) vindt dat de gemeente moet kijken naar de herontwikkeling van bestaande werklocaties. Een kwart van de inwoners (23%) vindt het benutten van het verouderde glastuinbouwgebied gepast om meer ruimte te bieden aan bedrijven. Vijftien procent van de inwoners vindt dat de gemeente geen uitbreidingsruimte zou moeten bieden. Zie voor meer informatie pagina 15 van de enquête.
4. Wat is het dilemma en/of welke keuze ligt er voor? Moet de gemeente inzetten op behoud van bestaande werklocaties (dus geen afname door transformeren)? Dilemma 4: de linten De stelling op 4 september jl. hierover was: “Ontwikkelingen in het lint zijn alleen mogelijk door sloop en vervangende nieuwbouw en functiewijziging van bestaande bebouwing, mits dit bijdraagt aan het behoud van het karakter van het betreffende lint.” 1. Wat zegt het huidige gemeentelijke beleid, specifiek de Omgevingsvisie 1.0? In de Omgevingsvisie 1.0 wordt in de historische beschrijving aandacht besteed aan de linten. Deze maken deel uit van de kernkwaliteiten van Lansingerland. De belangrijkste beleidsuitspraak is: “De linten zijn belangrijke identiteitsdragers maar ze zijn ook altijd in ontwikkeling. Daarbinnen is er ruimte voor initiatieven zolang de kenmerkende structuur, opbouw, samenhang en doorzichten naar het open landschap niet aangetast worden. Bij voorkeur worden deze kenmerken versterkt.” En: “De linten lopen als herkenbare, doorgaande elementen door de kernen. De structuur en opbouw van ieder lint (type bebouwing, percelen, dichtheid, watergang, bruggen en bomen) is leidend voor wat er mogelijk is. Zo zijn in sommige linten de oorspronkelijke structuren nog deels intact, waarbij het van belang is om de gebieden die nog cultuurhistorisch betekenisvol zijn, zoveel mogelijk te behouden.
Bij linten die ingrijpend zijn getransformeerd, zijn weer andere uitgangspunten van belang, zoals het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit.” 2. Wat komt er op de gemeente af? De linten zijn onderdeel van de historische structuur van Lansingerland en dragen daarmee bij aan het verhaal van de geschiedenis en identiteit. Doordat Lansingerland de nodige groei doormaakt, ontstaat druk op (ook) de linten. Daarnaast zijn er hier initiatieven van particulieren zelf. De ruimtelijke kwaliteit komt hierdoor in het nauw. 3. Wat kwam er uit de participatie? Dialoogavond: https://www.lansingerland.nl/dialoogbijeenkomst-kwaliteit-leefomgeving/ In de enquête is de vraag gesteld: “De linten zijn een kenmerkend element in het cultuurlandschap van Lansingerland. Wat is uw relatie met de linten?” Iets meer dan de helft van de personen zegt bekend te zijn met de linten. Zij herkennen aan de linten de geschiedenis van de verschillende kernen (23%), recreëren er (22%) of wonen in de linten (19%). De vervolgvraag luidde: “De druk op de ruimte is groot en ook in de linten ontstaan soms initiatieven. In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen?” - “De linten kunnen ruimte bieden voor nieuwe woningen of bedrijvigheid.” Met deze stelling is 41 procent het oneens.
- “Ontwikkelingen zijn alléén mogelijk door sloop en vervangende nieuwbouw of door bestaande bebouwing een andere functie te geven.” Iets minder dan de helft van de inwoners (44%) is het hiermee eens. - “Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn niet wenselijk.” Hierover zijn de meningen verdeeld. 36 procent van de inwoners is het hiermee eens en 28 procent is het hiermee oneens. De overige inwoners zijn neutraal. Zie voor meer informatie pagina 12 van de enquête. 4. Wat is het dilemma en/of welke keuze ligt er voor? Koesteren we de balans tussen openheid en bouwmassa aan het lint en offeren we daarom geen open en/of groene stukken meer op voor nog meer bebouwing aan de linten?
Tot slot De ruimtelijke ordening in Nederland en in Lansingerland is ingewikkeld geworden. Niet alles kan (meer) overal. Uit voorgaande dilemma’s blijkt dit. Deze beslaan overigens niet alle onderwerpen in de fysieke leefomgeving; denk aan mobiliteit of de glastuinbouw. Het staat de Commissie uiteraard vrij om ook andere onderwerpen/dilemma’s in de ruimtelijke ordening te bespreken. Tot slot nog drie opmerkingen over de enquête. De eerste is dat voor een goed begrip ervan aangeraden wordt om deze in zijn geheel te lezen. Een van deze vragen wordt nog uitgelicht. Dit is dan ook de tweede opmerking en betreft de vraag over het maken van keuzes als de ruimte schaars is. Waar wordt dan prioriteit aan toegekend? De drie aspecten die inwoners het meest prioriteit geven zijn: groen (7,8), natuur (7,2) en woningen (6,6). Bedrijven krijgen van de inwoners het minst prioriteit (3,6). Zie voor meer informatie pagina 11 van de enquête. De derde opmerking is dat de enquête niet alleen inzicht biedt in bovengenoemde dilemma’s – hoe mensen erover denken - maar ook over de vraag welk scenario van het Planbureau voor de Leefomgeving aanspreekt. Om gemeenten te helpen bij het maken van omgevingsvisies heeft het Planbureau voor de Leefomgeving namelijk scenario’s geschreven voor hoe Nederland zich zou kunnen ontwikkelen2.
In 2022 heeft hierover een beeldvormende avond plaatsgevonden en is hiermee geoefend. Ruim de helft van de inwoners kiest voor scenario Regionaal Geworteld: mensen voelen zich onderling verbonden, kennen elkaar en zijn trots op de buurt, de wijk en het landschap; mensen dragen zorg voor hun nabije omgeving; kleinere steden en dorpen zijn organisch gegroeid; mensen vinden in de eigen regio wat zij nodig hebben (56%). Voor Groen Land kiest 30%: mensen zien zich echt als onderdeel van de natuur en gedragen zich hier ook naar; het respecteren van de ecologische grenzen wordt belangrijker gevonden dan de vrijheid om te consumeren; bebouwing vindt plaats in de stad en rond openbaar vervoer knooppunten. Mogelijk helpt het denken in scenario’s de Commissie Ruimte en de gemeenteraad bij het beslissen over de dilemma’s en de te maken keuzes. Welke gemeente wil Lansingerland zijn in 2050?
2 https://www.pbl.nl/publicaties/vier-scenarios-voor-de-inrichting-van-nederland-in-2050