[T24.06986] Verordening verblijfsbelasting Lansingerland 2025
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van verblijfsbelasting Lansingerland 2025 Intitulé De raad van de gemeente Lansingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gemeente Lansingerland 19 december 2024, BR2400094; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordending vast te stellen: Verordening verblijfsbelasting Lansingerland 2025
Artikel 1 Begripsbepaling Verblijfsbelasting: de belasting die wordt geheven over het belaste feit als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. Het begrip verblijfsbelasting is inwisselbaar met het veel gebruikte begrip toeristenbelasting. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘verblijfsbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor: a. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; b. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1.
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Ons kenmerk
T24.06986
1/6
Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 3,23. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1 en 2 van dit artikel gestelde termijnen. Artikel 10 Aanmeldingsplicht 1.
De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dient voordat hij voor de eerste maal na inwerkingtreding van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, hiervan een schriftelijke melding te maken bij de in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaren. 2. De verplichting in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het belastingjaar voorafgaand aan het huidige belastingjaar reeds in de heffing van de verblijfsbelasting betrokken is. Artikel 11 Registratieplicht 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden de verblijf houdende personen als bedoeld in artikel 2 te registreren in een daarvoor bestemd en door de in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaren beschikbaar gesteld papieren of digitaal nacht(verblijf)register. 2. De verplichting in het voorgaande lid geldt niet indien de belastingplichtige een eigen registratie voert waarmee het verblijf van de verblijf houdende personen als bedoeld in artikel 2 kan worden vastgesteld, zulks ter beoordeling aan de in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaren. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van verblijfsbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
2/6
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 14 citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening verblijfsbelasting Lansingerland 2025”.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 19 december 2024.
de griffier,
de voorzitter,
drs. Eveline Hamelink – van Rens
drs. Pieter van de Stadt
3/6
Toelichting op het raadsbesluit Algemene toelichting Art. 224 Gemeentewet maakt het mogelijk om een toeristenbelasting te heffen voor het houden van verblijf door nietingezetenen. Het gaat hier om een algemene belasting waarvan de opbrengsten toevloeien aan de algemene middelen van de gemeente. Hoewel de Gemeentewet daartoe niet verplicht, beperkt de verordening het belastbaar feit tot een verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. Deze beperking is aangebracht uit een oogpunt van uitvoerbaarheid. Zonder deze nadere beperking zou bijvoorbeeld ook de logeerpartij bij familie tot belastingheffing moeten leiden. Dit is in de praktijk niet te controleren en te handhaven. Met de keuze voor overnachtingen tegen een vergoeding in welke vorm ook, sluit de verordening aan bij een in de praktijk bestaand afrekenmoment. Degene die gelegenheid biedt tot overnachting zal immers ervoor zorgdragen dat hij de afgesproken vergoeding ontvangt. Daarnaast zal de ontvangen vergoeding in de (financiële) administratie worden verantwoord. De heffing van de verblijfsbelasting sluit daarmee aan bij een al bestaande wettelijke plicht tot het voeren van een administratie. Dit maakt de controle en handhaving uitvoerbaar. Hoewel de naam ‘toeristenbelasting’ niet verplicht is voorgeschreven, is deze naam ontleend aan artikel 224 Gemeentewet.
Opgemerkt wordt dat de naam de lading van de belastingheffing op grond van deze verordening niet volledig dekt. In navolging van de Gemeentewet stelt deze verordening aan de overnachting geen eisen van toeristische of recreatieve aard. Ook in de jurisprudentie is al meermalen bevestigd dat ook betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of recreatieve aanleiding, tot belastingplicht leidt. Derhalve is in deze verordening gekozen om de term toeristenbelasting te verlaten en is gekozen voor de term verblijfsbelasting. Een neutraal belastbaar feit Voor een goede spreiding van lasten is het wenselijk dat het belastbaar feit niet onnodig wordt ingeperkt. Doel is alle overnachtingen waarvoor de verblijfhouder een vergoeding in welke vorm dan ook verschuldigd is, in de heffing te betrekken. Alleen dan kan het tarief per overnachting zo laag mogelijk worden gehouden. Daarom is het belastbaar feit in de verordening neutraal geformuleerd. Hierdoor wordt voorkomen dat nieuwe benamingen die voor nieuwe en bestaande verblijfsvormen worden geïntroduceerd, zonder aanpassingen in de verordening aan de verblijfsbelasting zijn onderworpen.
4/6
Toelichting per artikel Artikel 1. Begripsbepaling In dit artikel is duidelijk gemaakt dat verblijfsbelasting hetzelfde betreft als toeristenbelasting. Deze termen zijn inwisselbaar. Artikel 2. Belastbaar feit Ter voorkoming van discussies is het belastbaar feit neutraal geformuleerd. Zie uitgebreider onder Algemeen Artikel 4. Vrijstellingen De Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor. Desondanks is ervoor gekozen enkele bijzondere verblijfsvormen vrij te stellen. Het gaat hierbij om verblijfsvormen waarbij de verblijfhouder doorgaans geen vrije keuze heeft. Naast verzorgden en verpleegden in verzorgings- en verpleeghuizen is daarbij in een regeling voorzien voor asielzoekers die door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zijn gehuisvest. Voor de vrijstelling voor verzorgden en verpleegden is aansluiting gezocht bij de Wet toetreding zorgaanbieders. Artikel 5. Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing voor de verblijfsbelasting is het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Een overnachting is de keer dat een niet-ingezetene overnacht. Bij een gezin van 4 personen dat een week in een hotel verblijft, is dus sprake van 28 (4 x 7) overnachtingen. Artikel 6. Belastingtarief De gemeente hanteert een vast tarief per overnachting. Artikel 7. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Hieraan doet niet af dat het onderkomen waar wordt overnacht, maar een gedeelte van het jaar is opengesteld. Deze beperkte openstelling komt tot uitdrukking in de berekening van het aantal overnachtingen. Artikel 8. Wijze van heffing De verblijfsbelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Doordat de belastingschuld pas aan het einde van het jaar kan worden vastgesteld, vindt de aanslagregeling in het volgende kalenderjaar plaats. Het is mogelijk dat de gemeente daarop vooruitlopend in de loop van het belastingjaar voorlopige aanslagen verblijfsbelasting oplegt. Artikel 9. Termijnen van betaling Dit artikel geeft enkele aanwijzingen voor de aanslagregeling. Artikel 10. Aanmeldingsplicht Dit artikel geeft enkele aanwijzingen voor de aanmeldingsplicht. Het SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling) is het orgaan dat zorgdraagt voor de heffing en invordering van de verblijfsbelasting. Artikel 11. Registratieplicht Door het SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling) is een nacht(verblijf)register beschikbaar gesteld. In de verblijfssector zijn voornamelijk ondernemers actief. Op deze ondernemers rust op grond van fiscale wetgeving al een administratieplicht. Daarnaast zijn deze ondernemers op grond van het Wetboek van Strafrecht verplicht een zogenoemd nachtregister bij te houden.
Deze administraties bieden op zich al voldoende informatie om de hoogte van de belastingaanslag te bepalen. Door bij de aanslagregeling op deze administraties aan te sluiten, wordt voorkomen dat ondernemers onnodige aanvullende handelingen moeten verrichten.
5/6
Artikel 12. Inwerkingtreding Dit artikel regelt op welk moment de verordening in werking treedt en vanaf welk moment de belasting volgens de nieuwe verordening wordt geheven. Op basis van deze bepaling gaan de wijzigingen in op 1 januari 2025. Artikel 13. Citeertitel Dit artikel geeft aan met welke verkorte naam de verordening kan worden aangehaald.
6/6