CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.06894] Nota Reserves en Voorzieningen 2024

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Nota Reserves en Voorzieningen 20248.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Reserves en Voorzieningen 2024

Afdeling: Financiën Datum: november 2024 Corsanummer: T24.06894

1

1

Inleiding ...........................................................................................................3 1.1 Doelstelling .................................................................................................3 1.2 Onderscheid tussen reserves en voorzieningen ......................................................3 1.3 Wettelijk kader ............................................................................................4 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................4 1.5 Wijzigingen ten opzichte van de Nota Reserves en Voorzieningen 2020 ........................5 1.6 Samenvatting ...............................................................................................5 1.7 Begrippenlijst ..............................................................................................7 2 Reserves ...........................................................................................................8 2.1 Algemeen ...................................................................................................8 2.2 Soorten reserves ...........................................................................................9 2.3 Criteria voor het vormen van reserves ................................................................9 2.4 Mutaties reserves

........................................................................................ 10 2.5 Wijzigen van doel of bestemming en opheffen reserves ......................................... 12 2.6 Overige spelregels reserves ............................................................................ 12 2.7 Informatievoorziening en administratie reserves .................................................. 13 3 Voorzieningen .................................................................................................. 14 3.1 Algemeen ................................................................................................. 14 3.2 Criteria voor het vormen van voorzieningen ....................................................... 14 3.3 Soorten voorzieningen .................................................................................. 15 3.4 Mutaties voorzieningen ................................................................................. 16 3.5 Opheffen voorzieningen ................................................................................ 16 3.6 Overige spelregels voorzieningen ..................................................................... 17 3.7 Informatievoorziening en Administratie Voorzieningen ..........................................

17 4 Relatie reserves en weerstandsvermogen ................................................................. 18 4.1 Algemeen ................................................................................................. 18 4.2 Omvang algemene reserve ............................................................................. 18 5 Slotbepalingen ................................................................................................. 20 5.1 Citeertitel ................................................................................................. 20 5.2 Inwerkingtreding ......................................................................................... 20 5.3 Hardheidsclausule ....................................................................................... 20 Bijlage: Specificatieblad Algemene Reserve .................................................................... 21 Bijlage: Specificatieblad Bestemmingsreserves ................................................................ 22

2

1

Inleiding

Eens in de vier jaar wordt het beleid op het gebied van reserves en voorzieningen onder de loep genomen en geactualiseerd. In het reserve- en voorzieningenbeleid is het van belang om een duidelijke visie te schetsen in samenhang met het financieel beleid. Dit beleid dient te passen binnen de huidige kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en binnen de door de gemeenteraad vastgestelde financiële verordening. Met het actualiseren van de nota reserves en voorzieningen wordt het doel van de bestemmingsreserves en het eventueel in stand houden van door de raad ingestelde bestemmingsreserves opnieuw beoordeeld. Van bestemmingsreserves, waarvan het doel niet langer aanwezig is, zal via de actualisatie van deze nota aan de raad worden voorgesteld deze op te heffen. De raad staat het altijd vrij om de middelen een ander doel te geven.

1.1

Doelstelling

Deze nota is een uitwerking van artikel 14 in de Financiële verordening 2024. De nota reserves en voorzieningen is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kaderstellende rol van de raad. Het doel van deze nota is: 1. Informatie geven over de richtlijnen van het BBV over reserves en voorzieningen. 2. Beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop reserves en voorzieningen in de gemeentelijke administratie moeten worden vastgelegd en verantwoord

1.2

Onderscheid tussen reserves en voorzieningen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op de gemeentelijke reserves en voorzieningen. Reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd. Toch is er een wezenlijk onderscheid. Reserves zijn vrij besteedbaar en zijn bestemd voor het afdekken van risico’s, het egaliseren van baten en lasten en het dekken van incidenteel beleid. Reserveren is een vorm van sparen. Meestal gaat het om zaken die niet direct in de exploitatie kunnen worden opgevangen en die incidenteel van aard zijn. Reserves kunnen in principe vrij worden bestemd. De raad kan aan reserves een bepaalde bestemming geven of de bestemming wijzigen. Bij voorzieningen ligt dat anders. Voorzieningen worden gevormd, omdat daar verplichtingen of risico’s tegenover staan waarbij omvang of tijdstip van optreden onzeker zijn.

3

In onderstaande tabel is het onderscheid tussen reserves en voorzieningen samengevat:

Verantwoordelijkheid

Reserves

Voorzieningen

De raad: instellen, beschikken en opheffen

De raad: instellen en opheffen). Het college: beschikken

Onderdeel van

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Wijziging bestemming

Mogelijk

Niet mogelijk

Aanwending vrij

Ja

Alleen voor het betreffende doel

Opbouw (toevoeging)

Resultaat bestemmend (wordt begroot)

Resultaat bepalend

Het resultaat van de baten en de lasten leidt

De storting in een voorziening is een last

tot een toevoeging aan respectievelijk een

voor de begroting en komt direct ten

onttrekking uit de reserve.

laste van de exploitatie.

Raadsbesluit vereist Directe toevoeging is niet toegestaan Aanwending

Resultaat bestemmend (wordt begroot)

Rechtstreeks uit de voorziening

Directe onttrekking (via exploitatie) is niet toegestaan. Financiële onderbouwing Indeling

Niet verplicht, wel wenselijk 

Algemene reserve

Bestemmingsreserves

Ja, verplichte onderbouwing Voorzieningen voor: 

Verplichtingen en verliezen

Bestaande risico’s

Egalisatie van kosten

Bijdragen van derden

Vanwege de inhoudelijke verschillen is er in deze notitie voor gekozen reserves en voorzieningen in afzonderlijke hoofdstukken te behandelen

1.3

Wettelijk kader

Deze nota sluit aan bij de Gemeentewet (artikel 212) en bij het BBV. De kaders voor reserves en voorzieningen worden gevormd in artikel 41 tot en met 45, 49, 54 en 55 BBV (bijlage 1). In de toepassing van het BBV is de afgelopen jaren door de Commissie BBV aan de hand van praktijkcases veel informatie beschikbaar gekomen welke een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV bevorderen. In deze nota wordt daarmee rekening gehouden. Met het aanbieden van deze nota aan de raad wordt voldaan aan artikel 14 van de Financiële verordening gemeente Lansingerland.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het beleid en beheer van reserves toegelicht. Hierin worden de richtlijnen weergegeven met betrekking tot het instellen, wijzigen, onttrekken, doteren en opheffen van reserves. Hoofdstuk 3 behandelt de richtlijnen rondom voorzieningen. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de relatie tussen de reserves en het weerstandsvermogen van de gemeente en in hoofdstuk 5 volgen een aantal slotbepalingen.

4

1.5

Wijzigingen ten opzichte van de Nota Reserves en Voorzieningen 2020

Ten opzichte van de voorgaande nota Reserves en Voorzieningen is deze nota op de volgende onderdelen gewijzigd: Het weerstandsvermogen werd in de vorige nota bepaald op basis van de algemene reserve. In deze nota wordt dit uitgebreid met de Enecoreserve die wij meenemen in de berekening van het weerstandsvermogen. -

De nota heeft een andere indeling. Ten opzichte van de voorgaande nota worden de kaders voor de reserves en voorzieningen aparte hoofdstukken toegelicht.

-

Voor onttrekkingen aan de reserves is in deze nota opgenomen dat deze plaatsvinden op basis van de werkelijke bestedingen tot het maximum van de begrote onttrekkingen. Uitzonderingen hierop zijn mutaties inzake de resultaten van de grondexploitatie aan de algemene reserve, de mutaties in de reserve Rekenkamercommissie en de onttrekkingen aan de reserve Groot onderhoud gemeentelijke accommodaties.

-

Voor het instellen van een voorziening is ten opzichte van de vorige nota een minimumbedrag opgenomen van € 50.000. Op voorzieningen die vanuit de wet- en regelgeving moeten worden gevormd is het hiervoor genoemde minimumbedrag niet van toepassing.

-

De gewenste ratio’s genoemd in deze nota voor het weerstandsvermogen zijn aangepast op basis van de gewijzigde nota Risicomanagement.

-

In de vorige nota is onder het beleid rondom het inzetten van de kapitaallastendekkingsreserve de onderstaande voorwaarde opgenomen:

De investering wordt gefinancierd met eigen vermogen. Er hoeft voor dat deel niet te worden geleend c.q. de schulden van de gemeente stijgen hierdoor niet. Dit bovenstaande is gewijzigd in. De investering wordt gefinancierd met eigen vermogen. Op grond van de bovenstaande wijziging is een aanvullende voorwaarde opgenomen: Indien de investering wordt gefinancierd met vreemd vermogen, dienen de rentelasten structureel te worden gedekt.

1.6

Samenvatting

Hieronder volgt een opsomming van de financiële kaders uit de verschillende hoofdstukken. Reserves (hoofdstuk 2) 

Er zijn twee soorten reserves: algemene reserve en bestemmingsreserves.

Een reserve is onderdeel van het eigen vermogen.

Bestemmingsreserves kunnen worden geclusterd.

Bij het vormen van een reserve dient aan een aantal criteria te worden voldaan, waarbij het minimumbedrag voor het instellen van een bestemmingsreserve € 50.000 bedraagt, uitgezonderd:

5

de reserve Rekenkamercommissie, de wettelijke of contractuele en keiharde onontkoombare verplichtingen en de reserves ter dekking van de kapitaallasten. 

Bestemmingsreserves vervallen uiterlijk vijf jaar na het instellen tenzij anders is besloten. Een mutatie van de looptijd van een reserve wordt voorgelegd aan de raad via de jaarlijkse beoordeling bij het vaststellen van de begroting of bij het vaststellen van de jaarrekening.

Het instellen, opheffen, toevoegen en onttrekken aan reserves is een raadsbevoegdheid, dit kan via een rapportagemoment in de P&C cyclus dan wel via een afzonderlijk raadsvoorstel.

De toevoegingen in de jaarrekening worden verwerkt tot aan maximaal het begrote bedrag van deze toevoegingen uitgezonderd toevoegingen op basis van resultaten van de grondexploitaties aan de Algemene Reserve en mutaties aan de reserve Rekenkamercommissie.

De onttrekkingen in de jaarrekening worden verwerkt tot aan maximaal het begrote bedrag van deze onttrekkingen uitgezonderd onttrekkingen op basis van resultaten van de grondexploitaties aan de Algemene Reserve, onttrekkingen aan de Reserve Groot onderhoud gemeentelijk vastgoed en onttrekkingen aan de reserve Rekenkamercommissie

Uitgaven ten laste van een reserve dienen incidenteel van aard te zijn tenzij met toestemming van

Vrijkomende middelen uit een reserve komen ten gunste van de algemene reserve.

Aan reserves wordt geen rente toegerekend.

de Provincie anders is besloten.

Voorzieningen (hoofdstuk 3) 

Er zijn drie soorten voorzieningen: voor verplichtingen, verliezen en risico’s, ter egalisatie van kosten (onderhoudsvoorzieningen) en voor middelen van derden waarvan de bestemming is gebonden.

 

Een voorziening is onderdeel van het vreemd vermogen. Voor het vormen van een voorziening ter egalisatie van kosten wordt een minimum bedrag van € 50.000 gehanteerd, tenzij de wet- en regelgeving anders bepaald. Voor het instellen is een raadsbesluit noodzakelijk.

Voorzieningen worden gewaardeerd op nominale waarde, met uitzondering van de pensioenverplichting en de verliesvoorzieningen Grondexploitaties, die tegen contante waarde worden opgenomen.

Voor achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situatie wordt een voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s gevormd. Dit achterstallig onderhoud wordt niet in de voorziening ter egalisatie van kosten opgenomen.

De raad is bevoegd tot het instellen van en doteren aan een voorziening.

Het beschikkingsrecht over voorzieningen ligt bij het college.

Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorziening is gevormd, is vervallen of is opgehouden te bestaan. In deze situaties is geen raadsbesluit noodzakelijk.

Bij opheffing van een voorziening ter egalisatie van kosten is een raadsbesluit noodzakelijk.

Bij opheffing valt het resterende saldo van de voorziening vrij ten gunste van de exploitatie.

Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld of de verplichting of het risico nog bestaat en of de omvang nog voldoende dekking biedt.

Afwijkingen worden gemeld in de tussenrapportage en uiteindelijk via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd

Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend, tenzij de waardering tegen contante waarde plaatsvindt of dit door derden als voorwaarde is gesteld. 6

Relatie reserves en weerstandsvermogen (hoofdstuk 4) 

Voor het bepalen van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve en de Enecoreserve hanteert de gemeente bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening:

-

een koppeling aan een gekwantificeerde risicoanalyse

-

een weerstandsratio van minimaal 1,4 (ruim voldoende). Op lange termijn wordt gestreefd naar

-

een solvabiliteitsratio van minimaal 20%.

een gemiddeld ratio van 1,7

1.7

Begrippenlijst

Een balans is het overzicht van bezittingen, schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment. Op de balans zie je de bezittingen en hoe deze gefinancierd zijn en wat de financiële positie van de gemeente is. De rechterkant van de balans (creditzijde) bevat de passiva: het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen, onderverdeeld in voorzieningen, vaste schulden, vlottende schulden en verplichtingen die volgend jaar tot betaling komen (overlopende passiva). Het eigen vermogen is een post op de balans en wordt gevormd door de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De omvang van het eigen vermogen wordt bepaald door het saldo van bezittingen en schulden. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. De bestemmingsreserves zijn onderdeel van het eigen vermogen. De exploitatie geeft een overzicht van de verwachte c.q. gerealiseerde lasten, baten, stortingen en onttrekkingen en laat per jaar zien of per saldo sprake is van een voor- of nadeel. Het vreemd vermogen omvat de balansposten voorzieningen, vaste schulden, vlottende schulden en verplichtingen die in een volgend jaar tot betaling komen en ontvangen voorschotbedragen (EU en Nederlandse overheid) die ten bate van een volgend begrotingsjaar komen (overlopende passiva).

Voorzieningen zijn gevormd voor (1) verplichtingen, verliezen en risico’s die onzeker zijn, maar redelijkerwijs te schatten, (2) het gelijkmatig verdelen van kosten (van vervangingsinvesteringen) die in een volgend jaar worden gemaakt (waarvoor een heffing wordt geheven) en (3) van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. De voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen. De solvabiliteit geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt door de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (totale vermogen): hoe hoger het eigen vermogen, hoe beter de solvabiliteit. Een score lager dan 20% wordt als risicovol gezien. Het budgetrecht van de gemeenteraad betreft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen. Door de begroting vast te stellen geeft de gemeenteraad het college toestemming om per programma geld uit te geven aan de afgesproken activiteiten (artikel 189 Gemeentewet).

7

2

Reserves

2.1

Algemeen

De definitie van reserves luidt: reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden:  Bufferfunctie: de algemene reserve heeft een bufferfunctie en dient om bepaalde (onvoorziene) risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Verder worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het aanspreken van de algemene reserve en de Enecoreserve verlaagt de weerstandscapaciteit.  Egalisatiefunctie: reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.  Financieringsfunctie: reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op overige financieringsbronnen (van derden) worden beperkt.

 Bestedingsfunctie: de gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Een reserve kan daarbij worden ingezet om incidentele uitgaven te doen om een impuls te geven aan een bepaald doel. Het gaat dan om zaken die niet direct in de exploitatie zijn op te vangen en incidenteel van aard zijn. Inzet van reserves is van invloed op het financiële resultaat en op de solvabiliteit. Op de lange termijn kan dit van invloed zijn op de financiële weerbaarheid van de gemeente.

Impact financiële positie Reservemutaties wijzigen de omvang van het eigen vermogen. Voor zover dit de algemene reserve en de Enecoreserve betreffen, wijzigt ook de beschikbare weerstandscapaciteit. Het eigen vermogen laat zien voor welke omvang er geen schulden op het bezit rusten (solvabiliteit). Reserves zijn niet liquide (geen ‘cash’). Dit betekent dat het besluit tot dekking van uitgaven uit een reserve tot een financieringsbehoefte leidt die de schuld vergroot. Inzet van een reserve betekent een verschuiving van het eigen vermogen naar het vreemd vermogen. Hierdoor daalt de solvabiliteit. Een toename van de schuld leidt tot hogere schuldquotes.

8

2.2

Soorten reserves

Reserves worden op de balans verantwoord onder het eigen vermogen. In het BBV (artikel 43) worden reserves onderscheiden in twee soorten reserves: 1. de algemene reserve: dit is de reserve waaraan geen bestemming is gegeven en heeft een permanent karakter en vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve draagt veelal het karakter van spaarfunctie en buffer. Een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. 2. bestemmingsreserves: dit zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Bestemmingsreserves worden gevormd om tijdelijk een bepaald doel te realiseren of om ongewenste schommelingen in lasten en baten te egaliseren. Bestemmingsreserves zijn niet bedoeld om structurele lasten te dekken, waarvoor de ruimte in de structurele meerjarenbegroting ontbreekt. Binnen de gemeente Lansingerland delen wij de bestemmingsreserves op in twee extra categorieën namelijk de kapitaallasten dekkingsreserves en de overige bestemmingsreserves. Een overige bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Het is weliswaar een vastgelegde toekomstige aanwending maar nog geen financiële verplichting. Immers het staat de raad nog altijd vrij om aan de gelden een ander doel te geven bij de daadwerkelijke besteding van de reserve.

Een kapitaallasten dekkingsreserve wordt ingesteld ter dekking van de afschrijvingslasten voortvloeiend uit een gedane investering. Tegenover de onttrekkingen uit deze reserves staan dus te allen tijde structurele afschrijvingslasten die hierdoor gedekt worden. Wij kiezen ervoor om enkel de afschrijvingslasten te dekken uit de reserve en niet de bijkomende rentelasten. Reden hiervoor ligt in het feit dat het rentepercentage van de omslagrente jaarlijks fluctueert en dit dan ook noodzaakt tot jaarlijkse extra stortingen of onttrekkingen aan deze reserve. Op voorstel van het college kunnen bestemmingsreserves door de raad nader worden geclusterd op basis van het doel van deze reserves. De besluitvorming door de raad over onttrekkingen aan en stortingen in reserves vindt plaats op het niveau van de afzonderlijke reserve en niet per cluster.

2.3

Criteria voor het vormen van reserves

De vorming van een reserve is in het kader van het budgetrecht een bevoegdheid van de raad. Een bestemmingsreserve wordt ingesteld voor een concreet door de raad vastgesteld doel. Om te voorkomen dat er onnodig middelen worden vastgelegd waarvoor een andere bestemming mogelijk is, moet een bewuste afweging en onderbouwing ten grondslag liggen aan de vorming van een reserve. Bij het instellen van reserves gelden de volgende criteria:  De vorming van een reserve dient via een raadsbesluit plaats te vinden.  In het raadsbesluit zal, voor zover van toepassing, het volgende aangegeven moeten worden: - de soort reserve; - het doel waarvoor de reserve wordt gevormd; 9

2.4

de minimale en/of maximale omvang; de omvang en de wijze van stortingen en onttrekkingen (structureel of incidenteel), inclusief de onderbouwing daarvan; de looptijd van de reserve (start- en einddatum). Het minimumbedrag voor het instellen van een afzonderlijke bestemmingsreserve bedraagt € 50.000. Er kunnen geen financiële verplichtingen worden aangegaan alvorens de raad tot vorming van een bestemmingsreserve heeft besloten. Bestemmingsreserves en claims op reserves vervallen uiterlijk vijf jaar na het instellen van de reserve of het ontstaan van de claim, tenzij er een bewuste afweging en onderbouwing aan ten grondslag ligt om de specifieke reserve/claim te handhaven of bij het instellen van de reserve een specifieke looptijd is besloten. Het jaar waarin opheffing van de reserve/claim plaatsvindt, is het jaar van vorming plus vijf jaar.

Mutaties reserves

In beginsel is het toevoegen en onttrekken aan reserves een bevoegdheid van de raad. Hierbij gelden de volgende criteria: Toevoegingen  Toevoegingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus of via een afzonderlijk raadsbesluit.  In de jaarrekening worden de toevoegingen aan elk van de reserves verwerkt tot het begrote bedrag dat door de raad is goedgekeurd. Daarboven is een expliciet raadsbesluit vereist. Voorgaande geldt niet voor de resultaten van de grondexploitaties en toevoegingen aan de reserve Rekenkamercommissie. Om ervoor te zorgen dat het resultaat bij resultaatbestemming niet wordt vertroebeld door de resultaten op de grondexploitaties, worden deze (toevoegingen aan de Algemene Reserve) voor resultaatbestemming verrekend met de Algemene Reserve. Onttrekkingen  Onttrekkingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus of via een afzonderlijk raadsbesluit.  In de jaarrekening worden de onttrekkingen aan elk van de reserves verwerkt op basis van de werkelijke bestedingen tot het begrote bedrag dat door de raad is goedgekeurd.

Uitgezonderd onttrekkingen aan de reserve Groot Onderhoud Gemeentelijke Gebouwen voor het dekken van de uitgaven van groot onderhoud, onttrekkingen aan de reserve Rekenkamercommissie en onttrekkingen aan de Algemene Reserve op basis van resultaten van de grondexploitaties. Om ervoor te zorgen dat het resultaat bij resultaatbestemming niet wordt vertroebeld door de resultaten op de grondexploitaties, worden deze (onttrekkingen aan de Algemene Reserve) voor resultaatbestemming verrekend met de Algemene Reserve.  Onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat de reserve negatief wordt.  Uitgaven die worden gedaan ten laste van een reserve, dienen incidenteel van aard te zijn omdat een reserve eindig is. Als de reserve besteed is, zijn er geen middelen die deze uitgaven kunnen opvangen. Vandaar dat structurele uitgaven, structureel gedekt moeten worden in de begroting. Incidentele uitgaven kunnen wel worden gedekt uit een reserve.

10

De Algemene Reserve wordt gevoed door overschotten op de jaarrekening. Tekorten worden onttrokken aan de Algemene Reserve. Het college stelt daartoe een voorstel op aan de raad.

Egalisatiereserves Op het moment dat de raad een egalisatiereserve voor een doel heeft ingesteld dan kunnen tekorten en overschotten voor dat doel worden onttrokken of toegevoegd zonder dat daarvoor een afzonderlijk raadsbesluit noodzakelijk is. De toevoegingen en onttrekkingen aan deze egalisatiereserves worden via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd.

2.4.1

Beleid omtrent het inzetten van de kapitaallasten dekkingsreserve

In het kader van structureel begrotingsevenwicht worden reservemutaties in de gemeentebegroting in principe buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat tegenover structurele (kapitaal-)lasten structurele inkomsten staan. Uitzondering hierop binnen de verslaggevingsregels is de reserve ter dekking van kapitaallasten. De reden hiervoor ligt in het feit dat met het inzetten van de kapitaallastendekkingsreserve structureel, in ieder geval voor de looptijd (afschrijvingstermijn) van het betreffende actief, de voortvloeiende kapitaallasten worden afgedekt binnen de begroting. Voorwaarde die in het BBV is gesteld is dat een dekking uit de reserve kapitaallasten enkel mag plaatsvinden wanneer de reserveomvang gelijk is aan de totale kapitaallasten die voortvloeien uit de investering. Wanneer dit niet het geval is, mag slechts naar rato dekking worden toegerekend, waardoor de lasten voor de volledige looptijd van het actief gelijk blijven. Aan het einde van de looptijd heeft de raad opnieuw de keuzemogelijkheid om het actief te blijven exploiteren en op dat moment de dekking van de lasten te bepalen. Door het inzetten van de kapitaallastendekkingsreserve wordt echter niet via de afschrijvingen gespaard voor de eventuele vervanging of levensduurverlenging van een actief.

Hierdoor is het van belang spelregels op te stellen voor welke activa we de dekking via kapitaal dekkingsreserves vormgeven en van welke activa de kapitaallasten ten laste van de exploitatie worden gedekt. Doordat reeds bestaande activa worden gedekt uit de reserve kapitaallasten worden deze activa buiten de hierna genoemde spelregels gehouden. Voor de dekking van kapitaallasten uit een reserve moet in ieder geval voldaan worden aan de volgende criteria: - Het weerstandsvermogen van de gemeente blijft ook met de inzet van de reserve kapitaallasten boven de 1,4; - De investering wordt gefinancierd met eigen vermogen. - Indien de investering wordt gefinancierd met vreemd vermogen, dienen de rentelasten structureel te worden gedekt. Hiernaast moet ten minste nog aan een van de onderstaande criteria worden voldaan: - Het actief is tijdelijk en zal na de looptijd van het actief, naar beste inschatting, niet meer benodigd zijn of na einde van de looptijd kan worden door geëxploiteerd met een beperkte (aanvullende) investering in of aan het actief. Het betreft dus geen vervangingsinvestering; - Het betreft een bijdrage in een activum van een derde; - De investering vloeit voort uit gewijzigde wettelijke verplichtingen die niet konden worden voorzien;

11

-

De investering draagt bij aan impulsen voor maatschappelijk belangrijke thema’s (bijvoorbeeld duurzaamheid).

Aanvullend nemen we de jaarlijkse onttrekking aan de reserve kapitaallasten mee in de risicoanalyses die ten grondslag liggen aan de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Hiermee kwantificeren wij dan ook het risico op incidentele dan wel structurele tegenvallers. Van de bovenstaande criteria kan alleen met instemming van de raad worden afgeweken.

2.5

Wijzigen van doel of bestemming en opheffen reserves

De gemeenteraad besluit, al dan niet op voorstel van het college, over het wijzigen van het doel of de bestemming dan wel tot het opheffen van reserves. Hierbij gelden de volgende criteria:  De raad kan besluiten het doel of de bestemming van de reserves geheel of gedeeltelijk te wijzigen (voor zover hiervoor nog geen externe verplichtingen zijn aangegaan).  De raad kan besluiten tot het opheffen van een reserve.  Opheffing kan geschieden op momenten dat het geformuleerde doel is gerealiseerd dan wel op basis van ontwikkelingen het doel op enig moment is komen te vervallen of de reserve is uitgeput. Bestemmingsreserves kleiner dan € 50.000 vallen vrij bij de jaarrekening, uitgezonderd: de wettelijke of contractuele en harde onontkoombare verplichtingen en de reserves ter dekking van de kapitaallasten en de reserve Rekenkamercommissie.  Vrijkomende middelen komen ten gunste van de Algemene Reserve.

2.6

2.6.1

Overige spelregels reserves

Herziening reserves

Bij de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus kunnen de bestemmingsreserves inclusief claims op voorstel van het college worden herzien. Nagegaan wordt of het doel nog steeds bestaat en of de hoogte van de bestemmingsreserve nog in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.

2.6.2

Rentetoerekening

Aan reserves wordt geen rente toegerekend.

2.6.3

Tussentijdse prognoses algemene reserve en bestemmingsreserves

Een actualisatie van het verwachte verloop en de prognose van de stand van de algemene reserve en de bestemmingsreserves vindt plaats bij de begroting. Voor zover noodzakelijk kan deze actualisatie ook in de tussenrapportage plaatsvinden.

12

2.7

Informatievoorziening en administratie reserves

Informatievoorziening Het BBV schrijft voor dat per reserve jaarlijks een overzicht wordt geboden met het verloop (stand begin boekjaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand einde boekjaar). Het college neemt een dergelijk overzicht op in de programmabegroting en in de jaarrekening. Administratie reserves Het instellen van, doteren aan, onttrekken uit, laten vrijvallen uit en opheffen van reserves vindt plaats via de exploitatie. Mutaties in reserves dienen per programma zichtbaar gemaakt te worden.

13

3

Voorzieningen

3.1

Algemeen

De definitie van voorzieningen luidt: voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Ze geven een inschatting van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar. Soms zijn de gevolgen nog beïnvloedbaar. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt daar rekening mee gehouden.

3.2

Criteria voor het vormen van voorzieningen

De vorming van voorzieningen is veel dwingender voorgeschreven door het BBV dan de vorming van reserves. Eke voorziening heeft een specifieke bestemming en is niet vrij besteedbaar. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV aan strikte regelgeving gebonden. Het vormen van voorzieningen is geregeld in artikel 44 BBV. Voorzieningen worden gevormd wegens:  verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten;  bestaande risico’s ter zake van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;  kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;  de bijdragen aan toekomstige (vervangings-)investeringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 lid 1b BBV;  van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Uitgezonderd zijn voorschotbedragen ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Voor het instellen van voorzieningen gelden de volgende criteria:  De wet geeft aan dat voor het afdekken van risico’s een voorziening in de balans gevormd moet worden. Bij deze voorzieningen geldt het principe dat lasten genomen moeten worden zodra ze bekend zijn (en baten wanneer ze gerealiseerd zijn). Het nemen van verlies betekent het verwerken direct ten laste van de exploitatie al of niet via de vorming van een voorziening. Het instellen van voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien vanuit de bedrijfsvoering en wettelijke regelingen, kan achteraf bij de vaststelling van de jaarrekening worden geformaliseerd.  Voor het vormen van een voorziening ter egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV) wordt een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd, tenzij de wet- en regelgeving anders bepaald. De vorming van een dergelijke voorziening dient via een raadsbesluit plaats te vinden.

14

Door derden beschikbaar gestelde middelen met een specifiek bestedingsdoel worden gerekend tot de voorzieningen (artikel 44 lid 2 BBV). Voor zover de middelen worden aangewend voor dit doel, worden deze via de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus in de begroting verwerkt.  Bij de vorming van een voorziening wordt in ieder geval het volgende aangegeven: - de onderbouwing (aard en reden) voor het vormen en de omvang van de voorziening; - de gehanteerde aannames voor de berekening. De hoogte van de voorziening wordt gebaseerd op schattingen, aannames of modellen. Vastgelegd wordt welke methode wordt gebruikt en welke aannames zijn gedaan; - de verwachte looptijd van de voorziening. Met andere woorden, wanneer wordt de verplichting of het risico naar verwachting afgehandeld.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de verplichting of het voorzienbare verlies, met uitzondering van de pensioenverplichting. Deze wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen.

3.3

Soorten voorzieningen

De voorzieningen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:  voor verplichtingen, verliezen en risico’s,  ter egalisatie van kosten,  voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is.

3.3.1

Voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Voor de verplichtingen, verliezen en risico’s welke vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk zijn en waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (bijvoorbeeld voorziening wethouderspensioenen, reorganisatievoorziening en risico’s op juridische claims) wordt een voorziening gevormd. Een dergelijke voorziening wordt ook gevormd in geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties.

3.3.2

Ter egalisatie van kosten

Voor werkzaamheden met een structureel karakter en jaarlijks sterk wisselende uitgaven wordt zo veel mogelijk een egalisatievoorziening ingesteld. Met een egalisatievoorziening wordt transparantie en een stabiel financieel meerjarenbeleid bevorderd. Momenteel hebben wij geen egalisatievoorziening.

3.3.3

Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

Door derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel worden door het BBV op twee verschillende wijzen gerubriceerd in de balans. Dit onderscheid is voor de juiste besluitvorming en rechtmatigheid van belang. In artikel 44 lid 2 staat vermeld dat door derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden, gerekend worden tot de voorzieningen. Voor deze middelen geldt het beschikkingsrecht zoals vermeld onder de voorzieningen. Dit zijn bijdragen (niet zijnde

15

EU- of Nederlandse overheidsbijdragen), waarvan de besteding over een aantal jaren wordt uitgesmeerd en waarvan de bestemming gebonden is. Uitgezonderd hierop zijn voorschotbedragen nader geduid in artikel 49 lid 1b BBV. De voorziening afvalstoffenheffing en de voorziening rioolheffing worden onder deze categorie gerubriceerd.

3.4

Mutaties voorzieningen

Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet hoger of lager zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat een voorziening te hoog is doordat verplichtingen wegvallen of risico’s afnemen dan valt een gedeelte van de voorziening vrij ten gunste van de exploitatie. De raad is bevoegd tot het instellen van en het doteren aan de voorziening tenzij wettelijk anders is bepaald. De raad heeft bij het instellen van de voorzieningen weinig ruimte voor het maken van keuzes (allocatiefunctie). Voorzieningen hebben een verplichtend karakter uitgezonderd de onderhoudsvoorzieningen en egalisatievoorzieningen. Met het instellen van de voorziening gaat de raad ook akkoord met de jaarlijkse onttrekkingen aan de voorziening. Het beschikkingsrecht ligt bij het college. Toevoegingen  Toevoegingen moeten zijn gebaseerd op de gewenste of noodzakelijke omvang.  Voorzieningen ter egalisatie van kosten worden afgestemd op de door de raad bepaalde kaders (in het bijzonder de meerjarige onderhoudsplannen). De verwachte totale lasten worden gelijkmatig verdeeld over een aantal begrotingsjaren.  De voeding van voorzieningen vindt plaats via de exploitatie. Bij (verwachte) tekorten per balansdatum dienen de voorzieningen te worden aangevuld.

Onttrekkingen  De uitgaven worden rechtstreeks ten laste van een voorziening gebracht en blijven buiten de exploitatie.  Bestedingen ten laste van voorzieningen vinden plaats zonder raadbesluit maar vinden alleen plaats indien de onttrekkingen zijn gepland bij de vorming van de voorziening. Deze staan in directe relatie tot het doel van de voorziening.  Voorzieningen mogen niet negatief zijn.

3.5

Opheffen voorzieningen

Het doel of de bestemming van een voorziening kan niet gewijzigd worden. Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorziening is gevormd, is vervallen of is opgehouden te bestaan. Aangezien opheffing van de voorziening volgens het BBV in deze situatie verplicht is, is voor het opheffen geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de raad worden opgeheven. Bij opheffing valt het resterende saldo van de voorziening vrij ten gunste van de exploitatie.

16

3.6

3.6.1

Overige spelregels voorzieningen

Beoordeling voorzieningen

Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld of de verplichting of het risico nog bestaat. Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer (mogelijke) toekomstige verplichtingen te kunnen afdekken, is het van belang periodiek te beoordelen of de omvang van de voorziening op termijn de gewenste dekking kan bieden. Afwijkingen worden gemeld in de tussenrapportage en uiteindelijk via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd. 3.6.2

Rentetoerekening

Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend, tenzij de waardering van de voorziening tegen contante waarde plaatsvindt of bij voorzieningen als gevolg van bijdragen van derden dit als voorwaarde is gesteld.

3.7

Informatievoorziening en Administratie Voorzieningen

Informatievoorziening Het BBV schrijft voor dat per voorziening jaarlijks een overzicht wordt geboden met het verloop (stand begin boekjaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand einde boekjaar). Het college neemt een dergelijk overzicht op in de programmabegroting en in de jaarrekening. Administratie voorzieningen Het instellen van, toevoegen aan, laten vrijvallen uit en opheffen van een voorziening verloopt via de exploitatie. Deze kosten worden gepresenteerd op het betreffende programma. Bestedingen ten laste van de voorziening verlopen rechtstreeks via de voorziening (en dus niet via de exploitatie).

17

4

Relatie reserves en weerstandsvermogen

4.1

Algemeen

Voor wat betreft de reserves ligt er een nadrukkelijke relatie met het weerstandsvermogen binnen onze gemeente. Het doel van het hebben van weerstandsvermogen is dat er een buffer aanwezig is om de financiële tegenvallers op te vangen zodra risico’s werkelijkheid worden. Kortom: weerstandsvermogen is het vermogen om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:  de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;  alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Bij weerstandsvermogen gaat het dus om de mate waarin een gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid te hoeven wijzigen.

4.2

4.2.1

Omvang algemene reserve

De algemene reserve en Enecoreserve als buffer

De algemene reserve en de Enecoreserve (buffervermogen) worden gerekend tot de vrij besteedbare reserves en kunnen daarom tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend. Op basis van een periodieke risicoanalyse blijkt welk deel van de beschikbare weerstandscapaciteit noodzakelijk is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s (gekwantificeerde risicoanalyse). Dit deel is niet toe te rekenen aan het vrije deel van de algemene reserve en kan niet ingezet worden voor nieuwe beleidsimpulsen. Dit betekent dat voor dit deel van de algemene reserve of de Enecoreserve de raad niet kan besluiten tot het vormen van of aanvullen van een bestemmingsreserve. De gemeente Lansingerland heeft als uitgangspunt dat de gewenste omvang van de minimumpositie van de algemene reserve en het weerstandsvermogen wordt gekoppeld aan een gekwantificeerde risicoanalyse. Incidentele risico’s zijn risico’s die een eenmalige last tot gevolg kunnen hebben. Ter dekking van deze risico’s kan een beroep worden gedaan op de algemene reserve of de Enecoreserve. Structurele risico’s kunnen leiden tot meerjarige lasten en raken daarmee het begrotingsevenwicht. De verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit geeft inzicht in het gemeentelijk weerstandsvermogen.

Buffer ter dekking algemene risico’s Voor de bepaling van de minimum omvang van de algemene reserve en de Enecoreserve worden tenminste bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening de risico’s geïnventariseerd en gekwantificeerd. Op deze wijze wordt bepaald welk deel van de beschikbare weerstandscapaciteit

18

nodig is om de risico’s af te dekken. Deze analyse wordt toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing in de begroting en in de jaarrekening.

4.2.2

Minimumpositie algemene reserve en Enecoreserve in relatie tot weerstandsvermogen

Het BBV kent een aantal verplichte ratio’s en kengetallen. Deze getallen geven een goed inzicht in (het verloop van) de financiële positie. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het bepalen van de minimum norm m.b.t. het weerstandsniveau en de overige financiële ratio’s. De gemeente Lansingerland stelt voor het weerstandsvermogen de kwalificatie “ruim voldoende” als norm vast. Dit wil zeggen een ratio groter dan 1,4. Er wordt op lange termijn gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7 De solvabiliteitsratio heeft een sterke relatie met de reservepositie en het weerstandsvermogen. Deze ratio wordt daarom betrokken bij het bepalen van het minimumniveau van de weerstandscapaciteit. Het eigen vermogen omvat de algemene reserve en de bestemmingsreserves (waaronder de kapitaallastenreserve). De bestemmingsreserves zijn reserveringen met vastgestelde doelen die door de inzet ervan jaarlijks afnemen. De algemene reserve en de Enecoreserve(weerstandscapaciteit) moeten gerelateerd worden aan de geïnventariseerde risico’s om inzicht te verkrijgen in het weerstandsvermogen. Samenvattend betekent dit dat voor het bepalen van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve en de Enecoreserve de volgende uitgangspunten door de gemeente Lansingerland worden gehanteerd: - koppeling aan een gekwantificeerde risicoanalyse, - weerstandsratio van minimaal 1,4.

Op lange termijn wordt gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7), - solvabiliteitsratio van minimaal 20%. De analyse van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve en de Enecoreserve wordt opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarrekening.

19

5

Slotbepalingen

5.1

Citeertitel

Deze nota wordt aangehaald als de Nota reserves en voorzieningen gemeente Lansingerland

5.2

Inwerkingtreding

Deze nota treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2024. De nota reserves en voorzieningen gemeente Lansingerland 2020 komt per gelijke datum te vervallen.

5.3

Hardheidsclausule

Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad op voorstel van het college het recht om anders te beslissen, dan is opgenomen in deze nota.

20

Bijlage: Specificatieblad Algemene Reserve

Algemene Reserve

1. Doel

Het doel van de Algemene Reserve is: * Het opvangen van onvoorziene uitgaven voortvloeiende uit opkomende verplichtingen die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en uit calamiteiten; * Het opvangen van rekeningtekorten; * Het afdekken van begrotingstekorten, voor zover op basis van een meerjarenbegroting blijkt dat deze niet van structurele aard zijn. Door de resultaten van de grondexploitaties te betrekken in de resultaatbestemming vertroebelt het zicht op de resultaten van de gemeente als geheel. Dit maakt sturen op resultaat erg lastig. Om ervoor te zorgen dat het resultaat bij resultaatbestemming niet wordt vertroebeld door de resultaten op de grondexploitaties worden deze (onttrekkingen uit en dotaties aan de Algemene Reserve) voor resultaatbestemming verrekend met de Algemene Reserve.

2. Voeding

* Rekeningoverschotten indien niet anders bestemd; * Saldo van opgeheven reserves (voor zover niet anders bestemd); * Resultaten grondexploitaties.

3. Max. hoogte

Er is geen maximale hoogte.

4. Omvang

De Algemene Reserve rekenen wij tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Het totale weerstandsvermogen wordt beoordeeld in de ratio van de weerstandscapaciteit. Maximale of minimale omvang van de Algemene Reserve is niet te bepalen omdat het om het geheel gaat van het weerstandsvermogen. Onze doelstelling is een ratio van minimaal 1,4. Op lange termijn wordt gestreefd naar een gemiddeld ratio van 1,7

5. Looptijd

Deze reserve heeft een onbepaalde levensduur.

6. Weerstand

Deze reserve vormt onderdeel van het weerstandsvermogen. Het benodigde weerstandsvermogen voor de Algemene Reserve blijkt uit de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en de jaarrekening. Daar wordt onderscheid gemaakt tussen het benodigde weerstandsvermogen voor de grondexploitaties en het benodigde weerstandsvermogen voor de overige taken.

21

Bijlage: Specificatieblad Bestemmingsreserves

22

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het weerstandsvermogen

Reserve Rekenkamer

Deze reserve is ingesteld als

Dotatie vindt plaats op grond van de

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is in principe

onderzoek reserve voor de

verordening Rekenkamer

40% van het jaarlijks budget voor

constant van aard, omdat

Rekenkamer Lansingerland

Lansingerland.

onderzoek

het maximum van 40%

Onbepaald

Nee

Nee

onderzoekskosten In de verordening Rekenkamer

gereserveerd wordt ofwel

Lansingerland is opgenomen in

€ 1,50 per inwoner.

artikel 6 lid 6 dat de

Eigenlijk mogen reserves

Rekenkamer tot maximaal 40%

onder de € 50.000 niet

van het budget mag

bestaan. Hierop wordt

reserveren. De huidige omvang

voor deze reserve een

is overeenkomstig de

uitzondering gemaakt

verordening Rekenkamer

vanwege diens specifieke

Lansingerland.

karakter voor de Raad en de onderliggende verordening Rekenkamer.

Reserve Baggeren

Deze reserve is gevormd om de

Jaarlijks vindt op basis van een

De maximale hoogte is

De omvang van de

De reserve is

onderhoudslasten ten behoeve

beheerplan een dotatie plaats aan

afhankelijk van de

reserve is wisselend van

gekoppeld aan de

van baggerwerkzaamheden

deze reserve.

beheerplannen.

aard, omdat zowel

beheerplannen. De

dotaties als onttrek-

looptijd wordt op

kingen plaats vinden.

onbepaald gezet

evenredig over de tijd te kunnen verdelen.

Onttrekkingen vinden plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten ten

zolang de systematiek

behoeve van baggerwerkzaamheden.

van beheerplannen bestaat.

23

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het weerstandsvermogen

Reserve Tijdelijke

Dekking van kosten gerelateerd

Bij vaststelling van de jaarrekening

De maximale hoogte is het

De omvang is afnemend

De komende jaren

huisvesting primair

aan de tijdelijke huisvesting en

2013 heeft een eenmalige storting

bedrag van de oorspronkelijke

van aard, omdat nu enkel

worden nog dotaties

onderwijs

realisatie van scholen voor

plaatsgevonden. Onttrekkingen

dotatie.

nog onttrekkingen plaats

en onttrekkingen

primair onderwijs.

vinden plaats op basis van de

gaan vinden.

verwacht. Voorlopig

werkelijk gemaakte kosten voor

wordt de einddatum

tijdelijke huisvesting primair

31 december 2029

onderwijs.

gehanteerd.

Reserve Overdracht

Dekking van kosten gerelateerd

Bij vaststelling van de jaarstukken

De maximale hoogte is het

De omvang is afnemend

De komende jaren

schoolgebouwen

aan het onderhoud van de

2017 heeft een eenmalige storting

bedrag van de oorspronkelijke

van aard, omdat nu enkel

worden nog dotaties

schoolgebouwen om deze in

plaatsgevonden. De onttrekkingen

dotatie.

nog onttrekkingen plaats

en onttrekkingen

goede staat over te kunnen

vinden plaats op basis van de

gaan vinden.

verwacht. Voorlopig

dragen aan de schoolbesturen.

werkelijk gemaakte kosten van het

wordt de einddatum

onderhoud aan deze schoolgebouwen.

31 december 2026

Nee

Nee

gehanteerd.

Reserve Sociaal

Dekking van de kosten voor

Middels twee stortingen is de hoogte

De maximale hoogte is het

De omvang is afnemend

De komende jaren

Domein

ombuiging van jeugdhulp en de

van de reserve bepaald. Naar de

bedrag van de oorspronkelijke

van aard, omdat nu enkel

worden enkel

opvang van eventuele tekorten

toekomst toe zullen enkel

dotatie.

nog onttrekkingen plaats

onttrekkingen

op deze taak.

onttrekkingen plaatsvinden ter

gaan vinden.

verwacht. Voorlopig

grootte van de werkelijk gemaakte

wordt de einddatum

kosten voor Jeugdhulp en de daardoor

31 december 2026

ontstane tekorten op deze taak.

gehanteerd.

24

Nee

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het weerstandsvermogen

Reserve Actieplan

Deze reserve is gevormd voor

De voeding heeft plaatsgevonden op

De maximale hoogte is

De omvang van de

Wordt opgeheven

Omgevingswet

de bekostiging van de uitgaven

basis van de ontvangen bijdragen van

overeenkomstig de reeds gedane

reserve neemt jaarlijks

per 31 december

die gedaan worden in het

het rijk voor de implementatie van de

stortingen. De reserve zal enkel

af op basis van de

2024.

kader van de implementatie

omgevingswet. De onttrekkingen

nog aflopen op basis van de

werkelijk gemaakte

van de omgevingswet.

vinden plaats op basis van de

onttrekkingen die zijn begroot.

kosten voor de

werkelijk gemaakte kosten voor de

Nee

omgevingswet.

implementatie van de omgevingswet.

Reserve Groot

Dekking van cyclische

Jaarlijks vinden de gebruikelijke

Onderhoud

onderhoudslasten van de

Gemeentelijke

gemeentelijke gebouwen.

gebouwen

Er is geen maximale hoogte.

De omvang van de

De looptijd van de

dotaties per gebouw plaats op basis

reserve is gebaseerd op

reserve is onbepaald,

van het onderhoudsplan. Onttrekking

het beheerplan groot

omdat een beheer-

vindt plaats op basis van de werkelijk

onderhoud gemeentelijke

plan continue

gemaakte kosten voor de uitvoering

gebouwen.

geactualiseerd en

van het onderhoud.

Nee

vervangen wordt.

Reserve

Het dekken van incidentele

Eenmalige storting bij de Kadernota

De maximale hoogte is gesteld

De omvang is gebaseerd

De looptijd van de

Onderzoekskosten

onderzoekskosten naar de

2020. De onttrekking aan deze reserve

op het eenmalig gestorte bedrag

op de verwachte

reserve is gesteld op

veranderopgaven binnen de

bestaat uit de werkelijk gemaakte

bij de kadernota 2020.

onderzoekskosten

31 december 2026

gemeente.

kosten voor de uitgevoerde

Nee

onderzoeken.

Reserve Eneco gelden

Het separaat verantwoorden

De voeding heeft plaatsgevonden op

De maximumhoogte is gesteld op

De omvang is gelijk aan

De looptijd van de

van de opbrengst welke

basis van het ontvangen bedrag vanuit

het ontvangen bedrag met

het ontvangen bedrag

reserve is gesteld op

voortvloeit uit de verkoop van

de verkoop van Eneco.

betrekking tot de verkoop.

met betrekking tot de

31 december 2029.

de aandelen Eneco voor latere

verkoop. Inzet van deze

besluitvorming.

gelden is onderhevig aan latere besluitvorming.

25

Ja

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het weerstandsvermogen

Reserve Kapitaallasten

Dekking van de

Eenmalige storting plaatsgevonden

De omvang van de

De looptijd van de

afschrijvingskosten van

door omzetting van bestemmings-

Er is geen maximale hoogte.

reserve is gebaseerd op

reserve is onbeperkt,

specifiek aangewezen

reserve. Onttrekking uit reserve vindt

het afschrijvingsbeleid

omdat middelen voor

investeringen

plaats overeenkomstig de afschrij-

van de gemeente.

het dekken van

vingslasten van de specifiek

afschrijvingen van

benoemde investeringen. Wanneer

nieuwe investeringen

de totale reserve niet voldoende

kunnen worden

dekkend is, zal conform het BBV, naar

toegevoegd.

Nee

rato van dekkendheid onttrokken worden of additionele storting in de reserve plaatsvinden. Reserve Kapitaallasten

Dekking van de

In de begroting 2021 heeft een

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang van de

De reserve heeft een

Verduurzaming Primair

afschrijvingskosten die

eenmalige storting plaatsgevonden.

de incidentele storting bij de

reserve is gebaseerd op

looptijd gelijk aan de

Onderwijs

voortvloeien uit de

Onttrekking uit reserve vindt plaats

begroting 2021.

het afschrijvingsbeleid

afschrijvingsduur van

investeringen van

overeenkomstig de afschrijvingslasten

van de gemeente.

de investeringen.

duurzaamheidsmaatregelen

van de specifiek benoemde

voor bestaande

investeringen. Wanneer de totale

schoolgebouwen voor de

reserve niet voldoende dekkend is, zal

komende 15 jaar.

conform het BBV, naar rato van

De maximumhoogte is gesteld op

De omvang is gelijk aan

Wordt opgeheven

het ontvangen bedragen met

het ontvangen bedrag

per 31 december

betrekking tot de warmtevisie.

met betrekking tot de

2024.

Nee

dekkendheid onttrokken worden of additionele storting in de reserve plaatsvinden. Reserve Warmtevisie

Uitgaven te dekken voor het opstellen van de Warmtevisie Lansingerland inclusief energiestrategie.

De voeding van de reserve heeft plaatsgevonden middels de eenmalig ontvangen gelden vanuit het gemeentefonds ter dekking van deze kosten. Eventuele toekomstige ontvangsten met betrekking tot dit doel worden ook toegevoegd aan deze reserve. Onttrekking vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de warmtevisie.

warmtevisie vermindert met de werkelijke gemaakte kosten.

26

Nee

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het weerstandsvermogen

Reserve Ombuiging

Het dekken van de incidentele

Eenmalige storting bij de Kadernota

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

kosten in de aankomende 3

2020. De onttrekking vindt plaats op

de incidentele storting bij de

op de verwachte kosten

is gesteld op

jaar voor het herinrichten van

basis van de werkelijke gemaakte

kadernota 2020

voor het verbeteren van

31 december 2026.

de werkprocessen ter

kosten die samenhangen met de

verbetering van onze

herinrichting en verbetering van de

procedures.

procedures.

Reserve Aanloopfase

Het dekken van onvoorziene

Overschotten op budgetten

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

Cultuurhuis

tekorten van het Cultuurhuis

gerelateerd aan het Cultuurhuis

op de te verwachten

van de reserve is

kosten

gesteld op

Nee

de procedures.

Nee

31 december 2028. e

Reserve 1 inrichting

Het dekken van de uitgaven

Eenmalige storting bij de vaststelling

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

en Onderwijs

1e inrichting en onderwijs-

van het Integraal Huisvestingsplan

de incidentele storting bij de

op de verwachte kosten

is gesteld op

Leermiddelen pakket

leerpakket voor de komende

Primair Onderwijs 2020-2024

vaststelling van het Integraal

voor de uitgaven 1e

31 december 2026.

Huisvestingsplan Primair

inrichting en onderwijs-

Onderwijs 2020-2024

leerpakket voor de

15 jaar.

Nee

komende 15 jaar. Kapitaallasten

Het dekken van de

De reserve wordt gevormd uit nog te

De omvang is gebaseerd

De looptijd van de

Dekkingsreserve

afschrijvingslasten die

realiseren winsten uit het project

op verwachte winsten en

reserve onbekend.

Groenzoom

voortvloeien uit de

Ruimte voor Ruimte De Groenzoom.

verliezen uit grond-

investeringen in het natuurgebied De Groenzoom.

exploitaties en Onttrekkingen aan de reserve vinden

werkelijke afschrijvings-

plaats op basis van werkelijke

lasten die voortvloeien

afschrijvingslasten of tegenvallers die

uit investeringen in het

zijn opgetreden in de grond-

natuurgebied

exploitatie.

De Groenzoom.

27

Nee

Bestemmingsreserve

Doel

Voeding

Maximale hoogte

Omvang

Looptijd

Onderdeel van het Weerstandsvermogen

Reserve

Het dekken van de incidentele

Eenmalige storting bij vaststelling ter

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

Herstelwerkzaamheden

kosten voor de herstelwerk-

hoogte van de verkregen schadeclaim.

de incidentele storting bij

op de verwachte kosten

is gesteld op

Meerpolder

zaamheden Meerpolder. Door

vaststelling van de jaarstukken

voor de herstelwerk-

31 december 2026.

de verkregen schadeclaim te

2020.

zaamheden Meerpolder.

Nee

reserveren in een separate bestemmingsreserve herstelwerkzaamheden blijven de gelden zichtbaar en beschikbaar voor het doel waarvoor de gelden zijn verkregen.

Reserve Opgave

De opgave Langdurige opvang

De reserve is gevoed vanuit de

Deze middelen zijn

De maximale looptijd

Opvang Nieuwkomers

Oekraïense Ontheemden is

exploitatieoverschotten voor de

bestemd voor de

is gesteld op

(voorheen Opvang

opgegaan in de opgave Opvang

opvang van vluchtelingen uit

integrale aanpak van

31 december 2026.

Vluchtelingen

Nieuwkomers waarbij de

Oekraïne.

opgave Nieuwkomers,

Oekraïne)

doelgroep Oekraïense

waaronder de Oekraïense

ontheemden een onderdeel is

Ontheemden.

Nee

van de integrale opgave.

Reserve Opruimkosten

Het vormen van een reserve is

Bij vaststelling van de jaarstukken

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

Sporthoeklaan

uitvoering van de business case

2013 heeft een eenmalige storting

de incidentele storting bij de

op de verwachte kosten.

is gesteld op

Sporthoeklaan

plaatsgevonden.

jaarstukken 2023.

Reserve Opruimkosten

De reserve dient voor het

Eenmalige storting uit de algemene

De maximale hoogte is gelijk aan

De omvang is gebaseerd

De maximale looptijd

Tijdelijke woonlocatie

dekken van de kosten voor het

reserve en een bijdrage vanuit het

de storting op basis van het

op de verwachte kosten.

is gesteld op

Noordpolder

opruimen van de locatie.

Rijk.

raadsbesluit BR2400061.

Nee

31 december 2034.

31 december 20240.

De Eigenaar van de locatie verwacht de grond terug te ontvangen in de huidige staat (BR2400061)

28

Nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1eda2b2b-42c6-4c98-8257-48fe5edf2d10