CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.06644] Totaal vast te stellen bestemmingsplan (A) BP0164/H01

Commissie Ruimte 12 november 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Hoefweg-Zuid 2016, 1e part. herz. Transformatorstation Bleiswijk (Stedin ) (BP0164H01)”22.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.17 Hoogspanningsverbinding Ondergrondse of bovengrondse kabels en leidingen met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, inclusief bijbehorende masten, mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels. 1.18 Maaiveld De hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het gebouw, bouwwerk of afgewerkte terrein. 1.19 Middenspanningsnet Een netwerk van ondergrondse kabels met een spanningsniveau van minimaal 10 kV en maximaal 20 kV die aansluiten op een transformatorstation en in beheer zijn bij een regionale netbeheerder, inclusief de bij de kabels behorende mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels. 1.20 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.21

Peil

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b.

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 3

1.22 Voorzorgsbeleid Beleid dat erop gericht is zoveel mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij gevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt waar kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een jaargemiddeld magneetveld hoger dan 0,4 microtesla. Deze gevoelige bestemmingen zijn woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen. Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4

2

BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 3.1

Bedrijf - Nutsvoorziening

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

een hoogspanningsstation;

b.

bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, terreinafscheiding, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de in artikel 3, lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2

Bedrijfsgebouwen

a.

een bedrijfsgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.

de bouwhoogte van het bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 30 m;

c.

de afstand van een bedrijfsgebouw tot de perceelsgrens(zen) bedraagt ten minste 3 m, tenzij gebouwen tegen elkaar worden aangebouwd.

3.2.3

Andere bouwwerken

Bij ieder hoofdgebouw mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a.

30 m voor trafocellen en overige hoogspanningsvoorzieningen;

b.

3 m voor terreinafscheiding;

c.

5 m voor overige andere bouwwerken.

3.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 3.3.1 a.

Andere bouwwerken het bouwen van een terreinafscheiding met een hogere bouwhoogte dan 3 m, mits: 1.

dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is;

2.

het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft;

b.

het bouwen van vlaggenmasten en oriëntatie- en/of reclamezuilen tot een bouwhoogte van 11 m;

c.

de bouw van andere bouwwerken zoals borstweringen met een bouwhoogte van maximaal 1 m, gemeten vanaf het betreedbaar oppervlak, op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk.

3.3.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 10.2.

5

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1

Strijdig gebruik

Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 8, lid 8.1. 3.4.2

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 8, lid 8.4.

Artikel 4 4.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

4.2.1 Algemeen De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in milieucategorie 1 tot en met 4.2 van de als bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en 'bedrijf tot en met categorie 4.1' uitsluitend bedrijven in milieucategorie 1 tot en met 3.2 respectievelijk 1 tot en met 4.1 zijn toegestaan;

b.

bedrijfsgebonden ondersteunende detailhandel, met uitzondering van genotmiddelen, mits voldaan wordt aan de specifieke gebruiksregels (lid 4.4);

c.

een hoogspanningsstation;

d.

kassen voor onderzoeks- en educatiedoeleinden;

e.

biomassavergistingsinstallaties, mits voldaan wordt aan de specifieke gebruiksregels (lid 4.4.6);

f.

kleinschalige, zelfstandige kantoren;

g.

bedrijfsgebonden kantoren, mits voldaan wordt aan de specifieke gebruiksregels (lid 4.4.2);

h.

bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

voedings-

en

4.2.2 Aanduidingen a.

ter plaatse van de functieaanduiding Nutsvoorziening tevens een elektriciteitsdistributiebedrijf in de milieucategorie 2 tot en met 4.2 van de als bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten;

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de in artikel 4, lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2

Bedrijfsgebouwen en kantoren

a.

een bedrijfsgebouw alsmede gebouwde parkeervoorzieningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.

de bouwhoogte van het bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 30 m;

c.

de afstand van een bedrijfsgebouw tot de perceelsgrens(zen) bedraagt ten minste 3 m, tenzij gebouwen tegen elkaar worden aangebouwd.

6

4.2.3

Andere bouwwerken

Bij ieder hoofdgebouw mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m, mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 4.2.4 Bouwwerken functieaanduiding Nutsvoorziening Ter plaatse van de functieaanduiding Nutsvoorziening mogen eveneens worden gebouwd: a.

trafocellen en overige hoogspanningsvoorzieningen tot een hoogte van 30 m;

b.

terreinafscheiding tot een hoogte van 3 m;

c.

overige andere bouwwerken tot een hoogte van 5 m.

4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 4.3.1

Bedrijfsgebouwen

a.

het vergroten van de grondoppervlakte van bestaande bedrijfsgebouwen met maximaal 10%;

b.

het vergroten van de footprint van een hoogteaccent met maximaal 10%.

4.3.2

Andere bouwwerken

a.

het bouwen van een terreinafscheiding met een maximum bouwhoogte van 5 m, mits: 1.

dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is;

2.

het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft;

b.

het bouwen van vlaggenmasten en oriëntatie- en/of reclamezuilen tot een bouwhoogte van 11 m;

c.

de bouw van andere bouwwerken zoals borstweringen met een bouwhoogte van maximaal 1 m, gemeten vanaf het betreedbaar oppervlak, op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk.

4.3.3

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 10.2. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Bedrijfsgebonden detailhandel

Het gebruik van bouwwerken voor bedrijfsgebonden detailhandel, met uitzondering van voedings- en genotsmiddelen, is toegestaan, op voorwaarde dat: a.

er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;

b.

het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering, waarbij de winkelvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 200 m2 per bedrijf;

c.

de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan de distributiestructuur binnen de gemeente waarmee met name dient te worden gelet op het kernwinkelgebied.

4.4.2

Bedrijfsgebonden kantoren

De bedrijfsvloeroppervlakte van bedrijfsgebonden kantoren bedraagt: a.

voor kavels tot 30.000 m2 niet meer dan 50% van de bedrijfsoppervlakte met een maximum van 3.000 m2;

b.

voor kavels groter dan 30.000 m2 niet meer dan 10% van de bedrijfsoppervlakte met een maximum van 3.000 m2.

7

4.4.3

Zelfstandige kantoren

a.

Het bedrijfsvloeroppervlak van zelfstandige kleinschalige kantoren bedraagt ten hoogste 1.000 m2 per vestiging;

b.

het bepaalde onder a. is niet van toepassing voor kantoren die een lokaal verzorgingsgebied bedienen.

4.4.4

Strijdig gebruik

Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 8, lid 8.1. 4.4.5

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 8, lid 8.4. 4.4.6

Biogasinstallatie

Biogasopslag van meer dan 4.000 m3 is niet toegestaan. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor: 4.5.1

De vestiging van gelijk te stellen bedrijven

Bedrijfsactiviteiten die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de onder 4.1.1 onder a. bedoelde bedrijfsactiviteiten. 4.5.2

Biogasinstallaties

Biogasopslag van meer dan 4.000 m3 indien middels onderzoek is aangetoond dat geen sprake is van onacceptabele externe veiligheidsrisico's. 4.5.3

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 10.2.

Artikel 5 5.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor: a.

een bovengrondse hoogspanningsverbinding hoogspanningsverbinding';

b.

de aanleg, het herstel en de instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 380 kV;

c.

de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding.

5.2

ter plaatse

van

de

'hartlijn

leiding

-

Bouwregels

Op de voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 65 m. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).

8

5.3.2

Randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a) door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b) vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder(s); c) voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 8, lid 8.1, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden voor opslag. 5.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1

Verbod

Het is verboden op of boven de in artikel 5, lid 5.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen;

b.

het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen;

c.

het aanbrengen en rooien van hoogopgaande beplantingen en/of bomen;

d.

het plaatsen van onroerende objecten, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;

e.

het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

f.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;

g.

het verhogen of verlagen van de grondwaterstand;

h.

het opslaan van goederen.

5.5.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 5, lid 5.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende en bovenliggende bestemming(en);

b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

c.

mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning;

d.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 5, lid 5.2 of lid 5.3.

5.5.3

Toelaatbaarheid

De in 5.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a.

door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;

b.

vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

9

10

3

ALGEMENE REGELS

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwonderdelen

7.1.1

Hoogte

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van goot- en bouwhoogten worden ondergeschikte bouwonderdelen van bouwwerken, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, opbouwen voor technische systemen en daarmee gelijk te stellen onderdelen waarvan de overschrijding van de gooten/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1 meter of 10%, buiten beschouwing gelaten. 7.1.2

Bouw- en bestemmingsgrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen en bij de bepaling van het bebouwde oppervlakte worden ondergeschikte bouwonderdelen van bouwwerken, zoals: a.

7.1.3

plinten, pilasters, luifels, kozijnen, gevelversieringen, balkons, brandtrappen, ventilatiekanalen, uitspringende schoorsteenwanden, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en daarmee gelijk te stellen onderdelen waarvan de overschrijding van de bouwgrens of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 0,5 meter. Bestaande ondergeschikte bouwonderdelen

Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in de leden 7.1.1 en 7.1.2, zijn toegestaan voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering. Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

8.1.1

Algemeen verbod

Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. 8.1.2

Gebruik van onbebouwde gronden

Onder strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a.

het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;

b.

het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan;

c.

het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan;

d.

het opslaan van vuurwerk;

e.

prostitutie; 11

f.

een seksinrichting;

g.

het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens;

met uitzondering van: h.

vormen van gebruik, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt, met dien verstande dat buitenopslag op het voorerf niet is toegestaan;

i.

het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming.

8.1.3

Gebruik van bouwwerken

Onder strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a.

vrijstaande bijbehorende bouwwerken, bedrijfsgebouwen, garageboxen en/of andere niet voor bewoning bestemde gebouwen te gebruiken als woning;

b.

de in het plan toegestane bouwwerken te gebruiken voor prostitutie en/of als seksinrichting;

c.

bouwwerken te gebruiken voor het opslaan van vuurwerk.

8.2

Ondergeschikte bouwonderdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwonderdelen zoals bedoeld in artikel 7, lid 7.1 niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten. 8.3

Breedte in-7uitrit

Voor zover elders in de regels naar dit lid is verwezen, geldt voor de inrichting van een in-/uitrit dat een maximale breedte mag worden gehanteerd van 10 m, waarbij: a.

er een duidelijk onderscheid dient te zijn tussen het privé en openbaar terrein door middel van een (groene) (erf)afscheiding;

b.

de bepaling uit lid 8.4 onverminderd van toepassing is;

c.

voor zover de Adviesleidraad uitwegen, vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouder op 15 juli 2020, van toepassing is hier alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken.

8.4

Voorwaardelijke verplichting parkeren a.

Voor zover elders in de regels naar dit lid is verwezen, geldt dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 29 april 2014 in werking is getreden, of de rechtsopvolger daarvan.

b.

Van het bepaalde onder a. kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

8.5

Afwijken van de algemene gebruiksregels

8.5.1

Breedte in-/uitrit

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de algemene gebruiksregels voor het aanleggen en in gebruik nemen van een bredere in-/uitrit, mits: a.

dit als zodanig aantoonbaar noodzakelijk is vanwege de onmogelijkheid om anders vanaf de (openbare) weg het eigen terrein op te kunnen draaien;

b.

er een duidelijk onderscheid is tussen het privé en openbaar terrein door middel van een (groene) (erf)afscheiding;

c.

goedkeuring is verleend door de verkeerskundige.

12

8.5.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 10.2. Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - industrie’ zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van gronden en gebouwen, welke deel uitmaken van een industrieterrein, waar geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn toegelaten. 9.2

Geluidzone - gezoneerd industrieterrein

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - gezoneerd industrieterrein' is een gezoneerd industrieterrein gelegen. 9.3

Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt dat er geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige functies mogen worden gebouwd of in gebruik worden genomen, tenzij wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder of de voorwaarden opgenomen in het Besluit hogere grenswaarden. Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van deze regels ten behoeve van: a.

het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding, zoals gasdrukregelstations, duikers, keermuren en bruggen, gemalen, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4 m en de inhoud niet meer dan 75 m3 mag bedragen;

b.

het bouwen van niet voor bewoning bestemde kunstobjecten, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen;

c.

overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, maatvoeringsgrenzen en overige aanduidingen op de verbeelding, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;

d.

het afwijken van de voorgeschreven maatvoering van bouwwerken (waaronder goothoogte, bouwhoogte, bebouwingsoppervlakte, onderlinge afstand, afstand tot perceelsgrenzen) met ten hoogste 10 %;

e.

het afwijken van de voorgeschreven maatvoering voor ondergeschikte bouwonderdelen zoals bepaald in artikel 7 'Algemene bouwregels' leden 7.1.1 en 7.1.2 waarbij de overschrijding van de bouwhoogte, bouwgrens en/of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 3 meter;

f.

de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen en waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.

een goede landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische inpassing van deze voorzieningen, mits dit ruimtelijk inpasbaar is in relatie tot de visuele kwaliteit van 13

gebouw en omgeving en landschappelijke gebieden, en op vooraarde dat open landschappen en monumenten zoveel mogelijk vrij moeten blijven van bebouwing;

g.

2.

een situering bij voorkeur bij sportcomplexen, op of aan de randen van bedrijventerreinen, aan de randen van woonwijken en in de tussengebieden tussen woonwijken en bedrijventerreinen;

3.

een maximale “site-sharing” en gebruik van bijvoorbeeld hoogspanningsmasten, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is;

de bouw van andere bouwwerken tot 15 m.

10.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken Afwijken is slechts mogelijk mits: a.

de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde;

b.

dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op: 1.

de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

2.

de functionele en ruimtelijke structuur, groenelementen en waterelementen;

3.

de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken;

4.

de verkeersveiligheid;

5.

de sociale veiligheid;

6.

het gewenste voorzieningenniveau;

7.

het milieu;

zoals

aansluiting

op

(structurele)

c.

de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de grond, dan wel de mogelijkheid van herstel van die waarden niet onevenredig wordt verkleind en de overige belangen niet onevenredig worden geschaad;

d.

de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving;

e.

voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a.

het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding met een inhoud van ten hoogste 150 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 6 m;

b.

een andere situering en/of begrenzing van bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 20% zal worden gewijzigd;

14

c. het wijzigen van de per aanduiding of in de planregels gegeven maten en afmetingen met ten hoogste 20%, indien, in verband met ingekomen bouwaanvragen, deze wijzigingen nodig of wenselijk zijn. 11.2

Dubbelbestemmingen en aanduidingen

11.2.1

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a.

het wijzigen van de bestemmingen ten behoeve van de aanleg van een (ondergrondse) leiding van welke aard dan ook. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij een, ter zake de veiligheid van leidingen, deskundige instantie zoals het RIVM of de beheerder(s) van de leiding;

b.

het geheel verwijderen en/of wijzigen van gebiedsaanduidingen, indien dit:

c.

1.

in verband met de herinrichting van inrichtingen en bedrijven wenselijk en/of vereist is; en/of

2.

in verband met gewijzigde milieuhinder, wetgeving en/of beschermingsregimes wenselijk en/of vereist is;

het geheel verwijderen en/of wijzigen van functieaanduidingen, indien dit in verband met de herinrichting van inrichtingen en bedrijven vereist is en dit geen verruiming van de bouw- of gebruiksmogelijkheden inhoudt.

11.2.2 Algemene randvoorwaarden voor wijzigen Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging van het plan, mits: a.

b.

dit ruimtelijk inpasbaar is, gelet op: 1.

de kwaliteit van het openbare gebied, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

2.

de functionele en ruimtelijke structuur, groenelementen en waterelementen;

3.

de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken;

4.

de verkeersveiligheid;

5.

de sociale veiligheid;

6.

het gewenste voorzieningenniveau;

7.

het aantal parkeervoorzieningen;

8.

het milieu:

zoals

aansluiting

op

(structurele)

voldaan wordt aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1.

luchtkwaliteit;

2.

parkeerbehoefte;

3.

geluid;

4.

bodemkwaliteit;

5.

watertoets;

6.

archeologie;

7.

externe veiligheid (afweging van het groepsrisico);

8.

ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; 15

9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.

16

4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 12 12.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken a.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een (omgevings)vergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.

het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %;

c.

het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik a.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;

c.

indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

d.

het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: -

Regels van het bestemmingsplan Hoefweg-Zuid 2016, 1e part.herz. Transformatorstation Bleiswijk (Stedin).

17

BIJLAGE(N) BIJ DE REGELS 18

BIJLAGE 1 Staat van bedrijfsactiviteiten 19

Witteveen

Bos

NOTITIE

Onderwerp

Akoestisch onderzoek transformatorstation

Project

Nieuwbouw Stedin station Bleiswijk 3 Stedin Netbeheer B.V.

Opdrachtgever

132193 Definitief

Projectcode Status Datum Referentie

31 augustus 2023 132193/23-014.063

Bijlage(n)

I II III

Aan

-

Kopie

1

Plattegrond Modelgegevens Berekeningsresultaten

INLEIDING

Stedin is voornemens een nieuw transformatorstation op te richten aan het Craenenborgpad te Bleiswijk ten behoeve van de regionale energie-infrastructuur. De beoogde locatie is opgenomen in onderstaande afbeelding die is aangeleverd door Stedin. Naast de beoogde locatie is een bestaand 380 kV station van TenneT gesitueerd. De locatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan Hoefweg-Zuid 2016 (gemeente Lansingerland). Ter plaatse van het nieuwe Stedin station geldt op dit moment de bestemming Groen - Parkeren. Bouw van en gebruik van de grond als hoogspanningsstation is in strijd met deze bestemming waardoor een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is. Voorliggend onderzoek maakt deel uit van de onderbouwing. In voorliggende notitie toetsen wij of dit tot akoestische bezwaren leidt. De situering van het voornemen ten opzichte van het bestaande station van TenneT is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer

Stationsweg 5 | Postbus 3465 | 4800 DL Breda | +31 (0)76 523 33 33 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

Afbeelding 1.1 Locatie transformatorstation

In bijlage I is een plattegrond van de beoogde situatie opgenomen.

2

WETTELIJK KADER

Het maximaal in te schakelen vermogen van het station is 270 MVA. De transformatoren worden niet onderbracht in een gesloten gebouw. In bijlage I, onderdeel C, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is aangegeven dat stations van meer dan 200 MVA die in een niet gesloten gebouw worden gesitueerd vergunning- en zoneringplichtig zijn in de zin van respectievelijk de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder.

2.1

Wet geluidhinder (Wgh)

Vanwege het opgestelde vermogen en de open opstelling moet een geluidzone rondom het transformatorstation vastgesteld worden in het bestemmingsplan. Hoofdstuk V van de Wet geluidhinder beschrijft de regels hieromtrent. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan wordt rondom het industrieterrein een geluidzone opgenomen waarbuiten de geluidbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan (artikel 40 Wgh). Bij het voorbereiden van de vaststelling (door burgemeester en wethouders) van een zone wordt een akoestisch onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting op de omgeving, in het bijzonder naar de geluidgevoelige bestemmingen binnen de beoogde zonegrens.

2 |7

Witteveen + Bos | 132193/23-014.063 | Definitief

Bijzondere geluiden - tonaal geluid De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening stelt dat indien sprake is van tonaal geluid ter plaatse van het beoordelingspunt (woningen), er een straftoeslag van 5 dB op het equivalente geluidniveau vanwege de gehele inrichting op het langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau dient te worden toegepast. Deze toeslag is alleen van toepassing op het geluidniveau bij geluidgevoelige bestemmingen, en geldt niet bij de toetsing op de zonegrens van een gezoneerd industrieterrein. Het geluid van transformatoren staat bekend om het tonale karakter. We gaan er daarom in voorliggend onderzoek vanuit dat dit hier ook het geval is.

3

UITGANGSPUNTEN

3.1

De omgeving

De beoogde locatie is gelegen in het ontwikkelingsgebied van Bleizo Business Park; een samenwerking van de gemeentes Lansingerland en Zoetermeer en vormgegeven in de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo. Direct ten zuiden ligt het naastgelegen 380 kV station van TenneT. Aan de noordzijde van de beoogde locatie zijn de rijksweg A12 en spoorlijn Zoetermeer-Gouda gelegen op een afstand van respectievelijk 110 en 80 m van de inrichtingsgrens. Aan de westzijde van het plangebied ligt de hogesnelheidslijn (HSL). Verder bestaat het gebied voornamelijk uit distributiecentra van supermarkten en agrarische activiteiten in de vorm van kassenbouw. Ten oosten en zuidoosten liggen enkele woningen aan de Hoefweg in Bleiswijk, op een afstand van 850-950 m. Ten noordoosten van de inrichting liggen woningen aan de Kruisweg in Bleiswijk gelegen op een afstand van eveneens circa 850-900 m. Verder liggen in het zuidwesten enkele woningen aan de Violierenweg in Bleiswijk (ruim 900 m) en ligt ten westen van de inrichting een pand met bestemming 'onderwijs' aan de Loodstaat 3 in Zoetermeer (afstand 1.200 m). Onderstaande tabel vat de informatie met betrekking tot de te nabijgelegen woningen samen. Het gebouw met functie onderwijs wordt gezien de afstand tot de inrichting buiten beschouwing gelaten.

Tabel 3.1 Beschouwde woningen in de omgeving Punt

Adres

Afstand (m)

Richting

01

Kruisweg 6, Bleiswijk

850

noordoost

02

Kruisweg 4, Bleiswijk

850

noordoost

03

Kruisweg 2 Bleiswijk

800

noordoost

04

Hoefweg 235 Bleiswijk

800

oost

05

Hoefweg 225, Bleiswijk

900

zuidoost

06

Hoefweg 206, Bleiswijk

800

zuidoost

07

Violierenweg 34, Bleiswijk

900

zuidwest

Voor de situering van deze woningen wordt verwezen naar bijlage II en afbeelding 4.1.

3 |7

Witteveen + Bos | 132193/23-014.063 | Definitief

3.2

Het station

Het station wordt gefaseerd ontwikkeld en gebouwd. Er zullen schakelinstallaties 23kV en tevens maximaal drie vermogenstransformatoren van elk 90 MVA (totaal 270 MVA) geplaatst worden. De eindsituatie betreft een hoogspanningsstation (HS/TS/MS). Onderstaande afbeelding toont de beoogde situatie.

Afbeelding 3.1 Beoogde indeling transformatorstation

Op het geprojecteerde station zijn de volgende installaties voorzien (zie afbeelding 2.1): - drie 90 MVA transformatoren (niet inpandig opgesteld), met een bronvermogen van maximaal 89 dB(A)1; - één airco unit, met een bronvermogen van 75 dB(A). Het station is in principe onbemand, maar wordt wekelijks bezocht voor inspectie en onderhoud door twee man personeel. Hiervoor zijn twee bewegingen opgenomen met een bronvermogen van 87 dB(A).

3.3

Naastgelegen station TenneT

Naast het beoogde station van Stedin is een 380 kV van TenneT gesitueerd. De akoestische situatie is inzichtelijk gemaakt in rapport 'Akoestisch onderzoek ten behoeve van het geprojecteerde 380 kV-transformatorstation Bleiswijk (herziene locatie 4C)' met kenmerk FA 4372-5 d.d. 20 augustus 2009. Het rapport maakt de actuele bedrijfssituatie inzichtelijk en toont het geluidniveau op de omgeving. Deze bedrijfssituatie is eveneens ingevoerd in het opgestelde akoestische overdrachtsmodel (zie paragraaf 4.1). Voor de modelgegevens wordt verwezen naar bijlage II. Omdat deze niet zoneringplichtig is, de vermogenstransformatoren zijn immers ondergebracht in een gesloten gebouw, maakt dit geen onderdeel uit van het te zoneren industrieterrein.

1

Dit volgt uit de bestekseis dat het geluidniveau maximaal 60 dB(A) op 1 m van een transformator mag bedragen.

4 |7

Witteveen + Bos | 132193/23-014.063 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=fe89f626-e00d-419b-8597-75a02aa6d8ab