CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.03556] Eindrapport Multimodaal mobiliteitsonderzoek N209

Beeldvorming 3 juli 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: 20:00 - 21:45 uur - Multimodaal verkeersonderzoek N209 en infrastructuur Klappolder - Commissie Ruimte22.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ta. Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together

RAPPORT Multimodaal mobiliteitsonderzoek N209 Lansingerland

Klant:

Gemeente Lansingerland en Provincie Zuid-Holland

Referentie: BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001 Status:

Definitief/1

Datum:

28 mei 2024

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure

+31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Multimodaal mobiliteitsonderzoek N209 Lansingerland Sub titelReferentie: BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001 Status: Definitief/1 Datum: 28 mei 2024 Projectnummer: BJ4210 Opgesteld door: Projectteam Royal HaskoningDHV

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B. V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B. V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

ii

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding en opdracht

1

1.2

Onderzoeksgebied

1

1.3

Werkwijze en proces

2

2

Huidige situatie

4

2.1

Functie van het wegennet

4

2.2

Gebruik van het wegennet

9

2.3

Doorstroming

11

2.4

Verkeersveiligheid

15

2.5

Leefbaarheid

19

2.6

Bereikbaarheid van de kernen

20

2.7

Knelpunten in de huidige situatie

20

3

Toekomstige situatie

22

3.1

Ontwikkelingen richting 2030 - 2040

22

3.1.1 3.1.2 3.1.3

Algemeen Ruimtelijke ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen

22 22 24

3.2

Verkeersgroei richting 2030 en 2040

25

3.3

Doorstroming

26

3.4

Verkeersveiligheid

31

3.5

Leefbaarheid

31

3.6

Bereikbaarheid van de kernen en de nieuwe gebiedsontwikkelingen

32

3.7

Knelpunten in de toekomstige situatie

33

3.8

Beschouwing

33

4

Oplossingsmogelijkheden

35

4.1

De toetsingscriteria, het beoordelingskader

35

4.2

Mogelijke oplossingsrichtingen

36

4.3

Kansrijke maatregelen

37

4.4

Maatregelenpakketten

39

5

Voorkeursvariant maatregelenpakket N209

40

5.1

Samenstelling maatregelenpakket

40

5.2

Effectbeoordeling

45

5.2.1

Verkeersintensiteiten

45

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

iii

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7

Doorstroming Verkeersveiligheid Leefbaarheid Bereikbaarheid van de kernen en de nieuwe gebiedsontwikkelingen Overige aspecten Totaalbeoordeling

46 48 49 50 51 53

5.3

Optimalisatie van voorkeursvariant

54

6

Conclusies en aanbevelingen

55

6.1

Conclusies

55

6.2

Aanbevelingen

57

Bijlagen Bijlage 1: Resultaten verkeersmodel Bijlage 2: Longlist van oplossingsmogelijkheden Bijlage 3: Schetsontwerpen

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

iv

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en opdracht

De N209 tussen Rotterdam-Noord en de A12 is de belangrijkste ontsluitingsweg binnen de gemeente Lansingerland en heeft ook een belangrijke regionale doorvoerfunctie. Door de relatief hoge, en nog steeds verder toenemende verkeersdruk, zijn er in de afgelopen jaren verkeersveiligheidsknelpunten, doorstromingsknelpunten en leefbaarheidsknelpunten ontstaan dan wel verergerd. Met de aansluiting van de A16-Rotterdam zal deze druk nog verder toenemen. Daarnaast ligt er een woningbouwopgave volgens de regionale realisatieagenda 2023 van circa 11.000 woningen en doorontwikkeling van bedrijventerreinen in de gemeente Lansingerland. Royal HaskoningDHV heeft opdracht gekregen een integraal en multimodaal mobiliteitsonderzoek uit te voeren, waarin onderzoek wordt gedaan naar de (huidige en toekomstige) knelpunten op de N209 in de gemeente Lansingerland. Dit onderzoek moet leiden tot toekomstbestendige oplossingsrichtingen, keuzemogelijkheden van verbetermaatregelen, die toepasbaar zijn binnen de gemeente en met specifieke aandacht voor de mogelijkheden die alternatieve vervoersmodaliteiten bieden, waarin een haalbare en betaalbare mix wordt gezocht tussen verkeersafwikkeling (doorstroming), leefbaarheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van alle deelgebieden, met als zichthorizon 2040. Hoofddoelen van het onderzoek: 1.

De verkeersveiligheid, de doorstroming en de bereikbaarheid op en de daaraan gerelateerde wegen (parallelweg, toeleidende wegen) verbeteren; 2. De leefbaarheid voor de omwonenden verbeteren; 3. Toekomstbestendig maken van de N209 en daarmee bijdragen aan een vitalere en beter bereikbare gemeente, waarmee geplande woningbouwontwikkelingen mogelijk gemaakt worden en een beter vestigingsklimaat voor bedrijven ontstaat. Deze rapportage geeft de bevindingen van het onderzoek met de uiteindelijke resultaten: de conclusies en aanbevelingen om (zo veel als mogelijk) de gewenste doelen te bereiken.

1.2

Onderzoeksgebied

Het primaire onderzoeksgebied betreft de N209, de parallelwegen hiervan en de aansluitende wegen binnen de gemeente Lansingerland. In Figuur 1 is dit studiegebied in roze weergegeven. Het studiegebied wordt begrensd door de A4, A13, A20, N207, N455, komgrens Zoetermeer. Binnen dit gebied wordt gezocht naar eventuele verbetermaatregelen. Voor de (mogelijke) effecten is een groter, wijder gebied in oogschouw genomen, het invloedsgebied. Van dit gebied, in blauw weergegeven zijn de hoofdstructuren meegenomen.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

1

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Figuur 1: Studiegebied (roze) en invloedsgebied (blauw)

1.3

Werkwijze en proces

Om een goed en volledig beeld van de knelpunten te krijgen is gebruik gemaakt van verschillende databronnen. De gehanteerde databronnen, gericht op de objectieve knelpunten (cijfermatig onderbouwd), waren de volgende: ^ ^ ^ ^ • •

Tellingen van Provincie Zuid-Holland; Tellingen van Gemeente Lansingerland; Fietstellingen uitgevoerd door Bokwold; Ongevalsdata, BRON-data van ViaSTAT; TomTom-data; VRI-data van Provincie Zuid-Holland;

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Verkeersmodel V-MRDH versie 3.0; MRDH Fietsnetwerk; RET-lijnennetkaart en -dienstregeling; Presentatie “Beeldvormende avond 6 sept N209” van de gemeente Lansingerland; “Knelpunteninventarisatie” d.d. 1 september 2022, opgesteld door gemeente Lansingerland; Wegbelevingsonderzoek N209, bureau Toponderzoek, augustus 2018; “Top-10 onveilige N-wegen”, Sweco, januari 2023; Schouw door projectteam d.d. 5 oktober 2023.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

2

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Om een (objectieve) voorspelling te maken van knelpunten op het wegennet in de toekomst is een verkeersmodel een bruikbaar instrument. In deze studie is gebruik gemaakt van een mesoscopisch dynamisch verkeersmodel. Dit is een tussenvorm tussen een macro- en microscopisch verkeersmodel. Het is nauwkeuriger dan een macroscopisch (statisch) model, omdat in een dynamisch model elk voertuig individueel wordt gesimuleerd. Hiermee worden reistijden betrouwbaar gegenereerd, maar ook filevorming wordt beter zichtbaar. Hiermee wordt ook de samenhang tussen kruispunten, en bijvoorbeeld terugslag, goed meegenomen. Voor het mesoscopisch verkeersmodel, vervaardigd in Aimsun, is gebruik gemaakt van het statisch model V-MRDH model versie 3.0 als basis. Na toetsing van dit statisch model aan de gebruikelijke normen door MRDH en vrijgave voor gebruik zijn de berekeningen van het statisch model voor de planjaren 2030 en 2040 gemaakt en vervolgens het model ‘gedynamiseerd’ voor beide spitsperiodes, door toevoeging van de vertrekprofielen (de verdeling van de verkeersvraag over de kwartierperioden), de overstekende fietsers uit de fietstellingen en andere dynamische instellingen, zoals voertuigkarakteristieken. Dit heeft geleid tot resultaatbeelden van dit mesoscopisch model.

Het mesoscopisch model voor het basisjaar is getoetst op juistheid en herkenbaarheid door vertegenwoordigers van de provincie, gemeente en MRDH. In het verdere proces heeft een brede brainstormsessie plaatsgevonden om op basis van de knelpuntanalyse zo breed mogelijk potentiële oplossingsrichtingen en verbetermaatregelen te identificeren. In deze sessie hebben circa 25 experts vanuit de gemeente Lansingerland, de provincie Zuid-Holland en ook Rijkswaterstaat en Zuid-Holland Bereikbaar geparticipeerd.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

3

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV 2

Huidige situatie

2.1

Functie van het wegennet

In dit onderzoek wordt gekeken naar de N209 in de gemeente Lansingerland. De scope van dit project wordt begrensd door de (nieuwe) aansluiting op de A16 nabij de Ankie Verbeek-Ohrlaan en in het noorden door de gemeentegrens nabij Zoetermeer (het Bentwoudpad).

Kruispunt Australiëwcg 'rinttrļfttrtfiifíīi

1i^ Ě^.]ļiyļ

Mcerh^pellt

Kruispunt Zoetcrmeerselaan

Aansluiting A12 Kruispunt Laan van Mathenesse Bitŕitiiįi.

Kruispunt Bleiswijk-Noord ,

NÓOfOpůUiiĩ

W

Kruispunt Klappoldar

ZevBnhu

Slřiswijjk

Kruispunt Bleiswijk-Zuid

Kruispunt Oosteindseweg

.IHŬľffitŕ-

Uįvjí'niiff

Ęfñăfaqi

■■flűűW

Btìrkeíen Roder nj:

eengschenhock īfń/lţKfŮ, Kruispunt De Kuick

HìťďMijįrŵf' Aansluiting A16: Ankie Verbeek-Ohrla'^an

Aansluiting Bergschenhoek-Zuid [N47Z)

Figuur 2: N209 in de gemeente Lansingerland

De kruispunten op de N209 zijn allen geregeld met verkeerslichten (iVRI’s), behalve de aansluiting Bergschenhoek, die door middel van een halfklaverbladaansluiting. Hierbij voegt het verkeer in- en uit met specifieke stroken langs de hoofdrijbaan van de N209. Het verkeer onder deze aansluiting wordt geregeld door middel van twee meerstrooksrotondes.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

4

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Aan de westelijke zijde van de N209 is een parallelweg aanwezig, tussen de gemeentegrens nabij Zoetermeer en de aansluiting bij Bergschenhoek-Noord (Oosteindseweg). Vervolgens gaat de parallelweg over in een parallel fietspad, tot de Dominee van Couwenhovelaan nabij de aansluiting BergschenhoekZuid. Aan de westzijde is zuidelijker geen parallelstructuur meer aanwezig. Aan de oostzijde is een (semi)parallelweg aanwezig tussen de op- en afritten van de A12 en BleiswijkNoord. Soms bevindt zich op dit traject bebouwing tussen de parallelstructuur en de N209. Tussen Bleiswijk-Noord en Bleiswijk-Zuid is geen parallelweg aanwezig, maar gaat de Hoefweg in een rechte lijn door Bleiswijk. Vanaf Bleiswijk-Zuid is tot aan de aansluiting Bergschenhoek-Zuid weer een parallelweg aanwezig. Op regionaal niveau zijn aan de N209 een aantal parallelle routes gelegen (zie Figuur 3): ^ De route N470 - N471 tussen de A12 en de te realiseren A16 en de A20; ^ De N219 tussen de A12 en de A20; ^ De N457 (Moordrechtboog) tussen de A12 en de A20. N206

Voorburg

Bėrìthuizen

Boskoop

ihage

N207

Nootdorp

„ļ^oerkapelle

Rijswijk

Waddinxveen

N470 N209

Pijnacker Den Hoorn"'.

Delft

tleiswijk

Zevenhuizen N457

N20

Ďelfgauw iŕkel en Rodenrijs N219 N471

BergschenhoeJ

Moordrecht

M209

Schipluiden

Ńięüwerkerk āanden Ussel

.A20

Càpelleaanden IJsSçľ

-Schiedam A2o.,

Rotterdam

Vlaardingen

Figuur 3: Parallelle routes aan N209 tussen A12 en A20 f A16

Wanneer we gaan kijken naar mogelijke oplossingsrichtingen of verbetermaatregelen voor de problematiek op en rond de N209, is ook van belang mee te nemen wat de functie van de weg is, of in de toekomst zou kunnen zijn. De provincie Zuid-Holland doet dat vanuit de “Netwerkanalyse”. In de bestaande netwerkanalyse (die mogelijk geactualiseerd wordt) heeft de N209 de functie van een regionale weg en dient daarmee te zorgen voor de ontsluiting van regio’s en gebieden van regionaal belang, naar het bovenregionale en nationale wegennet. De parallelgelegen N470 en N471 hebben in de bestaande netwerkanalyse een bovenregionale functie en daarmee een belangrijkere verkeersfunctie op een groter schaalniveau.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

5

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Op basis van de TomTom-data is een analyse gemaakt van het huidige gebruik van de N209, van de herkomst en bestemmingen van het verkeer dat de N209 op- en afrijdt bij de A12, en het verkeer aan de zuidzijde, ter hoogte van de nieuwe aansluiting van de A16. Het percentage verkeer dat de gehele N209 tussen A12 en A16 afrijdt, is hieronder weergegeven voor de wegvakken aan de noord- en zuidkant van het traject. Tabel 1: Percentage doorgaand verkeer op N209 (bron: TomTom-data september 2022)

Ochtendspits (07.00 - 09.00 u)

Avondspits (16.00 - 18.00 u)

Doorgaand verkeer in noordelijke richting

23%

26%

Doorgaand verkeer in zuidelijke richting

19%

22%

Ochtendspits (07.00 - 09.00 u)

Avondspits (16.00 - 18.00 u)

Doorgaand verkeer in zuidelijke richting

26%

25%

Doorgaand verkeer in noordelijke richting

22%

29%

Verkeer op N209-wegvak A12 - Laan van Mathenesse

Verkeer op N209-wegvak A16 - Ankie Verbeek-Ohrlaan

Hieruit komt naar voren dat in de huidige situatie 20% tot 30% van het verkeer de gehele N209 (binnen Lansingerland) berijdt. Dit betekent dat 70 tot 80% van het verkeer op de N209 een herkomst en/of bestemming heeft binnen Lansingerland. De huidige ontsluitingsfunctie van de N209 voor de dorpskernen Bleiswijk en Bergschenhoek komt met deze getallen nadrukkelijk naar voren. Daarnaast fungeert de N209 als verbindingsweg tussen Rotterdam-Noord en Zoetermeer (en verderop gelegen herkomsten en bestemmingen). De parallelweg van de N209 ontsluit erven en woningen die langs de N209 gelegen zijn, en is het een verbinding tussen achtergelegen gebieden en de N209. Ook wordt de parallelweg gebruikt door fietsers die tussen Rotterdam, Bergschenhoek, Bleiswijk en/of Zoetermeer fietsen. Op de N209 is geen fietsverkeer toegestaan. De N209 kent een geslotenverklaring voor (land)bouwverkeer. (Land)bouwverkeer moet dus gebruik maken van de aanwezige parallelwegen. Openbaar vervoer Op de N209 rijdt één buslijn, buslijn 173 (zie Figuur 4). Deze rijdt van metrostation Rodenrijs naar NSstation Lansingerland-Zoetermeer. De buslijn komt bij Bergschenhoek-Noord (Oosteindseweg) op de N209, rijdt vervolgens bij Bleiswijk-Zuid via een route door de kern Bleiswijk en gaat bij Bleiswijk-Noord de N209 weer op. Vervolgens gaat de bus bij de Laan van Mathenesse richting NS-station LansingerlandZoetermeer.

Op de N209 zijn op enkele delen vrije busbanen aanwezig, met name voor en na met verkeerslichten geregelde kruispunten, zodat de bus prioriteit kan krijgen en minder hinder ondervindt van eventuele vertragingen van het overige verkeer. De locaties van de busstroken op de N209 zijn in Figuur 4 opgenomen. Buslijn 173 rijdt in de volgende frequenties: ^ Spitsperiode: 6x per uur; ^ Dalperiode: 3x per uur; ^ Avond en weekend: 2x per uur. 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

6

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Buslijn 173 halteert op de N209 in haltehavens, bij de haltes Bleiswijk Hoekeindseweg en Klappolder. Verder zijn qua openbaar vervoer relevant buslijn 174, die de N209 ter hoogte van Bergschenhoek kruist, en buslijn 170, de “ZoRo-lijn”, een busverbinding die tussen de Zoetermeer en Rotterdam circa 1,5 kilometer ten westen van de N209 loopt en grotendeels over vrije businfrastructuur gaat. Buslijnen 170 en 173 zijn R-net buslijnen, buslijn 174 niet.

Kruísvweg

busstrook aanwezig op westelijke rijbaan

zone 5330

Bleiswijk

busstrook + halte aanwezig op oostelijke

Akker

rijbaan

Bergschenhoek

Įolcrdorp

busstrook aanwezig op westelijke rijbaan

Figuur 4: Lijnennet busvervoer op en rond de N209

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

7

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Fietsnetwerk Het (utilitaire en recreatieve) fietsnetwerk langs de N209 loopt in het noordelijke gedeelte, boven de A12, via de parallelstructuur aan de westzijde en kruist met een onderdoorgang de A12 (of via de parallelweg bij de VRI’s op de af- en opritten van de A12). Tussen de A12 en Bleiswijk is de oostelijke parallelweg wel onderdeel van de utilitaire fietsroute (regionaal basisnet fiets van de MRDH), maar niet van de recreatieve fietsroutes. De westelijke parallelstructuur is wel onderdeel van beide fietsnetwerken. Beide fietsnetwerken gaan vervolgens door Bleiswijk (Hoefweg - Dorpsstraat), om zich te vervolgen via de westelijke parallelweg tussen Bleiswijk en Bergschenhoek. Bij Bergschenhoek gaan de fietsnetwerken verder aan de westzijde over een parallel fietspad, tot de aansluiting Bergschenhoek-Zuid.

f!üV|ļŕrviŕ.^rr rJŗrmw

l&BMľrtţ.

Ci-ïŕTÌ^f

Spoennddlict \

Woįflļ/jPÇ^r'

iāriėyroũktr WWffKlJlíf

Figuur 5: Utilitaire fietsroutes, regionaal basisnet fiets MRDH met gelijkvloerse oversteken (zwarte cirkels) en ongelijkvloerse oversteken (rood onder de N209 door en groen over de N209 heen)

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

8

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV 2.2

Gebruik van het wegennet

Gemotoriseerd verkeer De N209 wordt dagelijks door veel gemotoriseerd verkeer gebruikt. Er zijn een aantal permanente meetpunten van de provincie Zuid-Holland die de passerende motorvoertuigen tellen. Deze telpunten, met daarbij de resulterende gemiddelde (werkdag)intensiteiten over het jaar 2023, zijn weergegeven in Tabel 2. Tabel 2: Verkeersintensiteiten op wegvakken N209 2023 (in aantal motorvoertuigen, afgerond op honderdtallen, bron NDW)

Noordelijke richting

Zuidelijke richting

Beide richtingen

Wegvak 2. Australiëweg - Zoetermeerselaan

13.900

12.400

26.300

Wegvak 3. Zoetermeerselaan - A12-Noord

18.500

16.900

35.400

Wegvak 4. A12-Zuid - Laan van Mathenesse

16.800

17.000

33.800

Wegvak 5. Laan van Mathenesse - Klappolder

16.000

16.400

32.400

Wegvak 6. Klappolder - Bleiswijk-Noord

13.500

13.800

27.300

Wegvak 7. Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid

10.400

10.700

21.100

Wegvak 8. Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg

11.700

12.200

23.900

Wegvak 10. De Kulck - Aansluiting Bergschenhoek

10.300

10.000

20.300

Van

Ten noorden van de A12 is de etmaalintensiteit op de N209 ca. 26.000 motorvoertuigen per etmaal. Ter hoogte van de aansluitingen van de A12 neemt dit toe tot maximaal 35.000 motorvoertuigen per etmaal. Vanaf Klappolder nemen de etmaalintensiteit en liggen deze op de wegvakken tussen Bleiswijk-Noord en de aansluiting Bergschenhoek tussen de 20 en 25.000 motorvoertuigen per etmaal. Ten noorden van de aansluiting van de Klappolder bestaat de N209 uit minimaal 2x2 rijstroken. Ten zuiden van Klappolder bestaat de N209 uit 2x1 rijstroken op de wegvakken. Langzaam verkeer De parallelwegen van de N209 worden dagelijks door langzaam verkeer gebruikt. Er zijn in het verleden fietstellingen uitgevoerd, in opdracht van de provincie Zuid-Holland. Deze tellingen zijn opgenomen in de rapportage “Verkeersveiligheid parallelwegen en kruispunten” van 16 oktober 2021 van Royal HaskoningDHV. In deze rapportage zijn twee figuren opgenomen, waarin het aantal getelde fietsers op de parallelwegen tussen Bleiswijk-Zuid en Bergschenhoek weergegeven is, voor de maand september in de jaren 2018 (1 tot en met 15 september 2018) en 2020 (8 tot en met 18 september 2020). Deze figuren zijn hierna ook weergegeven.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

9

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Figuur 7: Fietsintensiteiten 2018 (etmaal)

Figuur 8: Fietsintensiteiten 2020 (etmaal)

Wat opvalt is dat de fietsintensiteiten in 2020 lager zijn dan in 2018. Dit kan verklaard worden doordat de tellingen in 2020 zijn uitgevoerd tijdens de COVID-pandemie. Ondanks de lagere intensiteiten in 2020 kan wel waargenomen worden dat de meeste fietsers geteld zijn op de route tussen Bleiswijk en Bergschenhoek. Ongeveer de helft van de fietsers kiest voor de westelijke parallelweg, een kwart voor de Anthuriumweg en ook ongeveer een kwart van de fietsers voor de oostelijke parallelweg. Ook is zichtbaar dat de Hoekeindseweg in Bleiswijk een belangrijke verbinding is voor fietsers. In het kader van deze studie zijn over een groter gebied ook fietstellingen uitgevoerd, met name om de kruisende fietsbeweging goed in beeld te brengen. Er is geteld in de periode van 22 oktober tot 5 november 20231. De telresultaten zijn in Tabel 3 op de volgende pagina weergegeven. In de telresultaten zijn de tellingen van 2 november 2023 niet meegenomen, omdat op die dag code oranje was afgegeven voor najaarsstorm Ciarán en daarmee deze dag geen representatief beeld geeft voor het aantal fietsers.

Telpunt įļ Ã 2

^ II Bleiswijli

f

I

Telpunt 3 S 4 Borket en Rodenrij!

Telpunt 5' Telpunt 6

Telpunt/ Telpunt 8 Ã 9

Figuur 9: telpunten fietstellingen najaar 2023

1 Voor telpunt 9 is als gevolg van een kapotte telslang geteld van 12 tot 25 november 2023 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

10

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Tabel 3: Fietsintensiteiten op kruisingen N209 najaar 2023 (aantallen per werkdag)

#

Locatie

Intensiteit

1

Kruispunt Bleiswijk-noord (noordelijke oversteek)

139

2

Kruispunt Bleiswijk-noord (zuidelijke oversteek)

780

3

Kruispunt Bleiswijk-Zuid (noordelijke oversteek)

1.782

4

Kruispunt Bleiswijk-Zuid (oostelijke oversteek)

676

5

Kruispunt Oosteindseweg (zuidwestelijke oversteek)

203

6

Kruispunt De Kulck (zuidelijke oversteek)

341

7

Onderdoorgang Hoeksekade (langzaam verkeer)

1.126

7

Onderdoorgang Hoeksekade (gemotoriseerd verkeer)

3.117

8

Onderdoorgang Bergweg-Zuid

1.997

9

Onderdoorgang Leeuwenhoekweg - Europasingel

501

De meeste fietsers kruisen de N209 over bij het kruispunt Bleiswijk-Zuid en de onderdoorgang BergwegZuid met ca. 1.780 en 2.000 fietsers. Bij de onderdoorgang Hoeksekade zijn ca. 1.130 fietsers geteld, naast ca. 3.120 voertuigen. Bij de overige kruispunten is het aantal kruisende fietsers duidelijke lager. Noot dat bij de Oosteindseweg er mogelijk sprake is van een onderregistratie, omdat bekend is dat ook fietsers aan de oostzijde soms de rijbaan gebruiken in plaats van het fietspad waar de oversteek op uitkomt.

2.3

Doorstroming

N209 In de spitsperioden is in de bestaande situatie regelmatig sprake van vertragingen en filevorming op de N209. Een ‘harde’ maat of grenswaarde voor acceptabele vertragingen en daarmee de vereiste kwaliteit van doorstroming bestaat niet. Wel hanteert de provincie in het Multidoel Tactisch Kader Operationeel Verkeersmanagement, een maat voor de gemiddelde rijsnelheid van het autoverkeer per wegvak. Deze maat wordt gezien als streefwaarde. Voor de N209, aangemerkt als een regionale stroomweg met een prioriteit 3 (op een schaal van 1 tot 5) geldt een streefwaarde van minimaal 50 kilometer per uur in de spitsperioden. Ook wordt de rijtijdfactor als maat gehanteerd, de verhouding tussen de rijtijd in de spits en de rijtijd in een freeflow situatie. De grenswaarde die hiervoor wordt is 1,8; op werkdagen mag deze factor niet hoger zijn, wat er praktisch op neerkomt dat de gemiddelde snelheid op de N209 niet lager dan 45 km/uur mag zijn. Aangezien er geen vastgestelde grenswaarde is, wordt in dit onderzoek een doorstromingsknelpunt benoemd indien de mate van vertraging voor gemotoriseerd verkeer “substantieel” is, waarbij op basis van het bovenstaande een gemiddelde snelheid lager dan 50 km/uur op een wegvak als maat wordt gehanteerd. Op basis van TomTom-data is gekeken naar de actuele snelheden op de wegvakken.

Dit is gebaseerd op gegevens van oktober 2022, waarbij de gemiddeldes van de wegvaksnelheden worden vermeld. De wegvakken waar de gewenste waarde niet behaald wordt, zijn in Tabel 4 en in Figuur 10 weergegeven, met vermelding van de betreffende spitsperiode.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

11

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Tabel 4: Wegvakken op de N209 met relatief lage gemiddelde snelheden in spitsperioden (bron: TomTom-data oktober 2022)

Wegvak

Richting

Gem. snelheid (km/u)

Tijdvak

Wegvak 9. De Kulck - Oosteindseweg

Z -> N

48 km/u

ochtendpits

Wegvak 8. Oosteindseweg - Bleiswijk-Zuid

Z -> N

45 km/u

ochtendpits

Wegvak 5. Laan van Mathenesse - Klappolder

N -> Z

45 km/u

avondspits

Wegvak 6. Klappolder - Bleiswijk-Noord

N -> Z

43 km/u

avondspits

Wegvak 8. Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg

N -> Z

38 km/u

avondspits

Wegvak 9. De Kulck - Oosteindseweg

Z -> N

42 km/u

avondspits

Wegvak 8. Oosteindseweg - Bleiswijk-Zuid

Z -> N

37 km/u

avondspits

ïetemieef

Avondspits

Ifff Avondspits

Avondspits Ochtend- en avondspits BėrgKitKīihocķ

Figuur 10: Wegvakken met onvoldoende doorstroming in de huidige situatie

Te zien is dat in een aantal situaties de gemiddelde snelheden in de avondspits zelfs onder de 40 kilometer per uur liggen. Dit betreft het wegvak Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg in beide richtingen. Naast de toetsing van deze gemeten data, is ook gebruik gemaakt van het dynamisch verkeersmodel, waar het basisjaar 2020 is gehanteerd als de bestaande situatie. Voor de gehele N209 en alle deeltrajecten (wegvakken) is beschouwd wat de rijtijdfactor is, als indicator voor de mate van vertraging en betrouwbaarheid: de verhouding tussen de reistijd in de spitsperiode ten opzichte van een freeflow situatie. Tabel 5 geeft hiervan de resultaten.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

12

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Tabel 5: Rijtijdfactoren op N209 in basisjaar verkeersmodel 2020 (bron: dynamisch verkeersmodel)

Ochtendspits

Wegvak

Avondspits

Noordelijk

Zuidelijk

Noordelijk

Zuidelijk

Gehele N209 binnen Lansingerland

1,2

1,4

2,2

2,2

staat voor gemiddelde vertraging van

1 minuut

2 minuten

8 minuten

8 minuten

Een rijtijdfactor van maximaal 1,8 wordt door de provincie (vanuit operationeel verkeersmanagement) als streefwaarde gezien. Dit komt ongeveer overeen met een gemiddelde snelheid van 45 km/uur (op een 80 km/uur-weg). De tabel laat zien dat de doorstroming in de ochtendspits modelmatig beperkt vertragingen geeft, de avondspits meer, waarbij de rijtijdfactor boven de 1,8 uitkomt. Deze resultaten komen goeddeels overeen met de bevindingen vanuit de TomTom-data. In de ochtendspits treedt beperkte vertraging op, maar in de avondspits zijn meerdere wegvakken met aanzienlijke vertragingen, hetgeen ook resulteert dat de rijtijdfactor op de gehele N209 binnen Lansingerland een (te) hoge waarde kent, in beide rijrichtingen. Figuur 11 laat een beeld van het dynamisch model zien voor de avondspitssituatie. Hierin is te zien dat met name het kruispunt BleiswijkZuid in het model het knelpunt is, waardoor terugslag in noordelijke richting plaatsvindt op de N209 (en daarnaast de oprit van de A12 vanaf de N209, die zorgt voor terugslag op de N209).

Figuur 11: Screenshot van dynamisch verkeersmodel, basisjaar 2020, avondspitssituatie 17.30 uur

Omliggende wegen Naast de N209 zelf beschouwen we ook mogelijke knelpunten in de directe nabijheid, op omliggende wegen, die van invloed (kunnen) zijn op de N209.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

13

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV In de bestaande situatie kent de parallelweg van de N209 geen doorstromingsproblemen. Optredende vertragingen zijn beperkt; sluipverkeer treedt niet of nauwelijks op. De kwaliteit van de doorstroming op de toeleidende wegen van de N209 is onderzocht op basis van het dynamisch verkeersmodel (de TomTom-data zijn hiervoor minder geschikt). Op de N472, de Boterdorpseweg, laat het dynamisch verkeersmodel op enkele wegvakken rijtijdfactoren zien boven de 1,8, met name in westelijke richting, tussen Randweg-West en de Landscheiding en op gedeeltes in Berkel en Rodenrijs. Dit stemt overeen met de beleving dat de N472 (de Boterdorpseweg) in de huidige situatie enige doorstromingsproblemen kent in spitsperiodes, met name gerelateerd aan de rotondes. Drukte op het hoofdwegennet (A12, A20) kan een invloed hebben, in de zin dat substantiële vertragingen daar voor bepaalde weggebruikers reden kan zijn andere routes te kiezen, waarbij de N209 in bepaalde gevallen een optie kan zijn. Langzaam verkeer Een tweede toetscriterium voor de doorstroming betreft het langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). De doorstroming voor deze groep verkeersdeelnemer wordt als knelpunt gezien, indien de cyclustijd van een (bestaand) verkeerslicht hoger dan 90 seconden bedraagt, conform het “Handboek Ontwerpcriteria Wegen” van de provincie Zuid-Holland.

Een cyclustijd van 90 seconden betekent gemiddelde wachttijden van ongeveer 50 seconden. In de huidige situatie liggen de wachttijden voor het overstekend langzaam verkeer op de kruispunten van de N209, die via de regelingen van de verkeerslichten gereguleerd worden, in de meeste gevallen onder de normwaarde. In Tabel 6 zijn de met COCON berekende cyclustijden opgenomen voor alle kruispunten in de huidige situatie. De cursief aangegeven kruispunten kennen geen overstekend langzaam verkeer. Tabel 6: Cyclustijden op kruispunten N209 in basisjaar 2020 op basis van COCON-berekeningen

Kruispunt

ochtendspits

avondspits

A.

Australiëweg

C = 40 sec.

C = 50 sec.

B.

Zoetermeerselaan

C = 52 sec.

C = 42 sec.

C. A12-aansluiting

C = 40 sec.

C = 43 sec.

D.

Laan van Mathenesse

C = 40 sec.

C = 42 sec.

E.

Klappolder

C = 95 sec.

C = 80 sec.

F.

Bleiswijk-Noord

C = 72 sec.

C = 73 sec.

G. Bleiswijk-Zuid

C = 90 sec.

C = 105 sec.

H.

Oosteindseweg

C = 109 sec.

C = 152 sec.

I.

De Kulck

C = 79 sec.

C = 106 sec.

Op basis van deze tabel kennen de drie meest zuidelijke kruispunten wachttijden in spitsperioden, die langer zijn dan ongeveer 50 seconden (cyclustijden boven de 90 seconden): ^ ^ ^

Bleiswijk-Zuid: in de avondspits (de ochtendspits voldoet net); Oosteindseweg: in zowel de ochtend- als de avondspitsperiode; De Kulck: in de avondspits.

Openbaar vervoer Een derde toetscriterium voor de doorstroming betreft het openbaar vervoer, het busverkeer. Ook hiervoor is geen harde maat of grenswaarde bekend. Wetende dat vertragingen snel leiden tot problemen bij de 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

14

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV uitvoering van de dienstregeling is als maat een gemiddelde vertraging van 2 minuten aangehouden als maat. Op basis van de rijtijden, zoals gesimuleerd in het dynamisch verkeersmodel van de huidige situatie komt naar voren dat buslijn 173 met name in de avondspits meer vertraging ondervindt. Hoewel de bus op een aantal plaatsen eigen busstroken heeft bij de verkeerslichten (die meegenomen worden in de dynamische modelsimulatie) ondervindt ook de bus (veel) hinder van onvoldoende doorstroming voor het overige gemotoriseerde verkeer. Waar in de avondspits vertragingen tot 5 minuten worden berekend, blijven de vertragingen in de ochtendspits beperkt tot gemiddeld 1 à 2 minuten. Het verkeersaanbod en de dynamiek is niet identiek in beide spitsperioden.

2.4

Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid op de N209 is een belangrijk aandachtspunt. In de rapportage “Top-10 onveilige Nwegen” van Sweco uit januari 2023, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van I&W, komt naar voren dat de N209 één van de wegen met de grootste maatschappelijke kosten op het gebied van verkeersveiligheid is. De gehele N209 scoort de 3e plaats van alle geanalyseerde wegen en het traject tussen afslag Berkel en Rodenrijs (Boterdorpseweg) en de Zoetermeerselaan scoort de 4e positie voor wegvakken. Beschouwd naar ongevalsdichtheid (het aantal ongevallen per kilometer weglengte) staat de N209 in zijn geheel op plek 19 en de N209 tussen Bergschenhoek-Zuid en de Zoetermeerselaan op plek 20. Beschouwd naar ongevalsrisico (het aantal ongevallen per afgelegde voertuigkilometer) valt de N209 als geheel en als wegtraject weg uit de top 25. Deze beschouwing laat zien dat er veel ongevallen plaatsvinden op de N209, maar qua ongevalsrisico, als gevolg van de grote lengte van de N209, niet een van de 25 meest onveilige N-weg(vakk)en van Nederland is. Een verdere analyse van deze verkeersonveiligheid heeft op drie manieren plaatsgevonden: een nadere analyse van de verkeersveiligheidscijfers, een schouw en een wegbelevingsonderzoek. De verkeersveiligheidscijfers die geanalyseerd zijn betreffen gegevens over de periode 2014 - 20222 .

De schouw die heeft plaatsgevonden is uitgevoerd door een gecertificeerd verkeersveiligheidsauditor. Ongevalscijfers Van de geregistreerde ongevallen in de periode 2014-2022 zijn uit de ongevallendatabase BRON, geraadpleegd in VIA-software, de relevante gegevens gehaald. De gegevens schetsen een beeld van de locaties waar veel ongevallen plaatsvinden en wat de karakteristieken van deze ongevallen zijn. De karakteristieken geven een nader beeld van de mogelijke oorzaken van een ongeval. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat vrijwel alle ongevallen bij duister plaatsvinden. In dit geval moet goed naar de verlichting gekeken worden. In de tabel hieronder staan de objectief gevaarlijkste wegvakken en kruispunten aangegeven3. Hier staat per wegvak het aantal ongevallen en het aantal slachtoffers weergegeven. In de wetenschap dat er een aanzienlijke onderregistratie is van ongevallen zonder slachtoffers (niet bij alle incidenten worden de hulpdiensten ingeschakeld), zijn de ongevallen met letsel (gewonden of doden) het meest accuraat.

^ Deze cijfers worden per geheel jaar gepubliceerd, enkele maanden na het einde van het jaar. Derhalve zijn de cijfers

voor 2023 nog niet beschikbaar. 3 Eventuele ongevallen op de parallelwegen zijn inbegrepen bij deze tabel, waar dit relevant is. 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

15

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Tabel 7: Geregistreerde ongevallen N209 per wegvak over periode 2014-2022 (bron: VIA-Stat)

Ongevallen

Waarvan letselongevallen

Waarvan met dodelijke afloop (jaartal)

Wegvak Bentwoudlaan - Australiëweg

15

6 (35%)

-

Kruispunt VRI Zoetermeerselaan

6

2 (33%)

-

Aansluiting A12 (viaduct)

3

2 (66%)

-

Kruispunt VRI zuidzijde aansluiting A12

3

2 (66%)

-

Wegvak Klappolder - Bleiswijk-Noord

17

6 (35%)

-

Wegvak Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid

18

6 (30%)

2 (2017, 2017)*

Wegvak Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg

35

11 (29%)

-

Wegvak N472 - De Kulck

25

6 (24%)

2 (2015, 2018)

Kruispunt aansluiting N472

25

13 (51%)

1 (2016)

Wegdeel

*Op het wegvak Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid heeft op zaterdag 6 januari 2024 opnieuw een dodelijk ongeval plaatsgevonden.

Als we kijken naar het type ongevallen, dan zien we dat op veel wegvakken flankongevallen plaatsvinden. Dit is opvallend, omdat flankongevallen over het algemeen ongevallen zijn die op kruispunten plaatsvinden. In dit geval gaat het mogelijk om ongevallen op locaties waar de weg zich vernauwt (van twee naar één rijstrook) en dus ingevoegd moet worden. Mogelijk zijn de invoegvakken niet lang genoeg, of is het gedrag van de weggebruikers hier (meer dan elders) te veel gericht om snel de eindbestemming te bereiken. Ook zijn er veel kop-staart ongevallen geregistreerd bij de kruispunten met verkeerslichten. Dit is een veelvoorkomend beeld in Nederland, zeker waar drukke spitsen optreden met wachttijden. De oorzaak ligt bij auto’s die stoppen wanneer dit niet verwacht wordt door de achteropkomende auto, veelal bij geel licht situaties. Gehaaste automobilisten rijden hier vaak door, maar een deel van de auto’s remt wel bij het zien van een geel licht. Schouw Tijdens de schouw is geconstateerd dat diverse wegdelen een combinatie van karakteristieken hebben, die leiden tot hogere verkeersveiligheidsrisico’s en dat sommige wegdelen uitnodigen tot hard rijden. Op het wegvak Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid is de weg bijvoorbeeld smal, relatief recht, met een geleiderail direct naast de weg aan de ene kant en een aflopende berm naar het water aan de andere kant (zie foto in Figuur 12).

Hier is weinig ‘vergevingsgezindheid’. Een kleine fout is moeilijk nog te corrigeren, met vergroot risico op ongevallen.

Figuur 12: Rijbaan N209 ter hoogte van Bleiswijk

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

16

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Specifieke verkeersveiligheidsrisico’s op kruispunten zijn op een viertal locaties geconstateerd: ^ Kruispunt Bleiswijk-Zuid (Figuur 13). Deze locatie betreft een vrij onoverzichtelijk kruispunt, waar veel verkeersstromen bij elkaar komen. Fietsers, auto’s en grotere (landbouw/vracht) voertuigen kruisen elkaar hier op zeer korte afstand van de kruising. De opstelstroken vanaf de zijwegen zijn te kort om al het verkeer op te kunnen stellen, waardoor bij groen licht verschillende stromen bij elkaar moeten invoegen en door elkaar heen gaan. Het risico op ongevallen is hier aanzienlijk. ^ Kruispunt Oosteindseweg - Leeuwenhoekweg (Figuur 14). De hoogteverschillen op en rondom de kruising zijn groot, waardoor fietsers die hier willen oversteken een groot hoogteverschil moeten overbruggen en mogelijk langzaam op gang komen. ^ Kruispunt Klappolder (Figuur 15). De fietsoversteek over de aansluiting op de N209, parallel aan de N209, is gevaarlijk. Fietsers moeten veel rijstroken oversteken, er is sprake van hoogteverschillen en onduidelijkheid van de (juiste) route. De voetgangersbrug biedt geen echte route voor fietsverkeer en biedt daarmee geen goed alternatief. ^ Zuidelijke rotonde aansluiting Bergschenhoek-Zuid (Figuur 16).

Vanaf de afrit van de N209 komt een weggebruiker met relatief hoge snelheid richting de (turbo)rotonde, waarbij in de bocht de toegang voor een benzinestation aanwezig is en vlak voor de rotonde een fietsoversteek. Dit vraagt meer dan gemiddelde aandacht voor een bestuurder, met kans op plotselinge manoeuvres van medeweggebruikers.

Figuur 13: Luchtfoto kruispunt Bieiswijk-Zuid

28 mei 2024

MMO N209

Figuur 14: Luchtfoto kruispunt Oosteindseweg - Leeuwenhoekweg

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

17

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Figuur 15: Luchtfoto kruispunt Kiappoider

Figuur 16: Luchtfoto zuidelijke rotonde Bergschenhoek-Zuid

Beleving verkeers(on)veiligheid Binnen de gemeente Lansingerland leeft breed de perceptie dat de N209 onveilig is, mede gevoed door de optredende verkeersongevallen en kruispuntsituaties en oversteeklocaties die niet 100% veilig zijn vormgegeven. In een eerder uitgevoerd wegbelevingsonderzoek (bureau Toponderzoek, augustus 2018) hebben 174 deelnemers hun ervaring met betrekking tot de N209 gedeeld. Een ongeveer gelijk aandeel respondenten voelt zich altijd veilig (37%) als wel voelt zich niet veilig (35%) op de N209. Als mogelijke oorzaken voor de beleefde onveiligheid worden meerdere oorzaken benoemd. Dit zijn onder andere te korte invoegstroken na de verkeerslichten en smalle rijstroken. Daarnaast wordt duidelijk dat weggebruikers vaak last hebben van het gedrag van anderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om bumperkleven, inhalen en te hard rijden en het “er tussen drukken” bij invoegstroken. Anderen vinden juist dat verkeer te langzaam rijdt op de weg. Opvallend is dat ook roodlichtnegatie als belangrijke oorzaak voor ongevallen op deze locatie genoemd wordt door de respondenten. Conclusie Een objectieve maat wordt in Nederland niet langer gehanteerd om te bepalen of er sprake is van een verkeersveiligheidsknelpunt.

In dit onderzoek is daartoe gekeken naar een combinatie van factoren: het aantal letselongevallen, het aantal conflicten (ongevalskansen) en/of sterke de beleving, de perceptie van verkeersonveiligheid bij burgerbevolking en/of bestuur. Vanuit voorgaande analyse stellen we zodoende dat er sprake is van knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid op en rond de N209. Nader gespecificeerd betreffen deze knelpunten: > Algemene perceptie van onveiligheid van weggebruikers (automobilisten, fietsers), gerelateerd aan daadwerkelijke ongevallen en wegontwerp karakteristieken die ‘niet optimaal’ zijn; > Enkele specifieke elementen in het wegontwerp van de N209, de parallelweg en zijn kruispunten die de ongevalskansen vergroten, hetgeen ook weerspiegelt wordt in de daadwerkelijk optredende ongevallen: o Inrichting wegvak Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid (combinatie van karakteristieken met beperkte vergevingsgezindheid, rechtstand); o Kruispunt Bleiswijk-Zuid, met onder meer de oversteekvoorziening voor fietsers;

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

18

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV o o o

2.5

Kruispunt Oosteindseweg - Leeuwenhoekweg, met name de oversteekvoorziening voor fietsers; Kruispunt Klappolder: specifiek de oversteekvoorziening voor fietsers aan de westzijde van het kruispunt; Kruispunt Bergschenhoek-Zuid, afrit N209 naar zuidelijke rotonde, met tankstation en fietsoversteek.

Leefbaarheid

Op het gebied van leefbaarheid wordt op de trajecten langs Bleiswijk en Bergschenhoek overlast ervaren door geluids- en fijnstofbelasting ten gevolge van het wegverkeer, zo is in de voorstudie door de gemeente en de provincie zelf al geconstateerd. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van de verkeersintensiteiten, de gereden snelheid, het optrekken en afremmen van verkeer, het type voertuigen, de wegdekverharding en de afstand tot woningen. In het “Actieplan Geluid 2018-2023” van de provincie Zuid-Holland wordt op basis van streefwaarden voor geluidbelasting geconstateerd waar knelpunten aanwezig zijn. Op de N209 in Lansingerland treedt zowel langs Bleiswijk en langs Bergschenhoek een overschrijding op van de geluidsbelasting. Bij Bergschenhoek zijn inmiddels, zeer recent, geluidschermen geplaatst, waarmee het knelpunt is opgelost. Langs Bleiswijk is het knelpunt nog aanwezig en ligt nog geen passende oplossing. Daarnaast voelt de N209 voor kruisend langzaam verkeer als een barrière. Dit speelt voornamelijk bij fietsers en voetgangers, en in het bijzonder bij de fietsende scholieren, die van Bleiswijk naar Bergschenhoek gaan, en vice versa. Verschillende scholen aan weerszijden van de N209 maken het kruisen van de N209 door scholieren noodzakelijk. Zij moeten de N209 oversteken, hetzij bij BleiswijkZuid of bij de Oosteindseweg. In Figuur 17 is dit op kaart weergegeven.

Figuur 17: Oversteeklocaties voor fietsers tussen Bleiswijk en Bergschenhoek met locaties scholen (blauw)

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

19

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Ook is er een relatie tussen Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs, als het hoofdcentrum van de gemeente Lansingerland met daaraan gekoppelde bestemmingen. Verder is de barrièrewerking beperkt, omdat de N209 niet door de dorpskernen heengaat.

2.6

Bereikbaarheid van de kernen

De kwaliteit van de doorstroming op de N209 en op de toeleidende wegen is van invloed op de bereikbaarheid van Bleiswijk en Bergschenhoek. Daar waar vertragingen optreden komt de bereikbaarheid mede onder druk te staan. Daarmee bestaat een directe invloed van en een duidelijke correlatie met het eerste beoordelingscriterium, de doorstroming. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 2.3. In het volgende hoofdstuk komt een specifieke analyse van enkele nieuwe ontwikkelgebieden aan bod voor de toekomstige situatie. Dit criterium is met name daarop gericht; het waarborgen van een goede ontsluiting en bereikbaarheid van de nieuwe woningbouwlocaties en bedrijventerreinen.

2.7

Knelpunten in de huidige situatie

Onderzoeksvraag 1 luidt: welke (verkeerskundige) knelpunten zijn er in huidige situatie voor vrachtverkeer, auto, fiets, voetganger en OV op de N209, de parallelwegen en op de toeleidende wegen? a. Doorstroming/ontsluiting b. Verkeersveiligheid c. Leefbaarheid (geluidsoverlast van de N209) In samenvatting vanuit de voorgaande paragrafen identificeren we in de huidige situatie de navolgende (verkeerskundige) knelpunten op en rond de N209: Doorstroming en bereikbaarheid > N209 ochtendspitsperiode: verminderde doorstroming op een beperkt deel van de N209, met name tussen de kruispunten De Kulck en Bleiswijk-Zuid in noordelijke richting. > N209 avondspitsperiode: verminderde doorstroming op meerdere delen van de N209: tussen de kruispunten Laan van Mathenesse en Bleiswijk-Noord, in beide richtingen, en tussen de kruispunten De Kulck en Bleiswijk-Zuid, ook in beide richtingen. Met name de kruispunten De Kulck en BleiswijkZuid zijn kritisch en (kunnen) zorgen voor het ontstaan van wachtrijen, die terugslaan op de N209. > N472: op de N472, de Boterdorpseweg, is in beide spitsperioden beperking van de doorstroming, met name in westelijke richting, tussen Randweg-West en de Landscheiding, in verband met de afwikkelingscapaciteit van de rotondes.

> Fietsers en voetgangers: een drietal met verkeerslichten geregelde kruispunten op de N209 hebben te lange wachttijden voor overstekend langzaam verkeer: kruispunt Bleiswijk-Zuid, kruispunt Oosteindseweg en kruispunt De Kulck. > Openbaar vervoer: buslijn 173 ondervindt met name in de avondspits hinder van de beperkte doorstroming op de N209 en heeft daardoor (te veel) vertragingen. > Bereikbaarheid: als gevolg van de vertragingen op de N209, met name in de avondspits, is er sprake van een enigszins verminderde bereikbaarheid van de kernen Bleiswijk en Bergschenhoek.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

20

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Verkeersveiligheid > Op en rond de N209 is een brede perceptie van onveiligheid van weggebruikers (automobilisten, fietsers), gerelateerd aan daadwerkelijke ongevallen en combinatie van karakteristieken van de weg en zijn directe omgeving. > Er zijn specifieke elementen in het wegontwerp van de N209, de parallelweg en zijn kruispunten, die de ongevalsrisico’s vergroten: ^ Inrichting van het wegvak Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid (smal, rechtsstand); ^ Kruispunt Bleiswijk-Zuid, met onder meer de oversteekvoorziening voor fietsers; ^ Kruispunt Oosteindseweg - Leeuwenhoekweg, met name de oversteekvoorziening voor fietsers; ^ Kruispunt Klappolder: specifiek de oversteekvoorziening voor fietsers. Leefbaarheid > Overschrijding van geluidbelasting als gevolg van het gemotoriseerd verkeer op de N209 ter hoogte van Bleiswijk; > Barrièrewerking van de N209 voor fietsers tussen Bleiswijk en Bergschenhoek, beperkingen in oversteekbaarh eid.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

21

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV 3

Toekomstige situatie

3.1

Ontwikkelingen richting 2030 - 2040

3.1.1

Algemeen

Door autonome groei, de toekomstige opening van de A16 Rotterdam, de grote woningbouwopgave binnen Lansingerland (conform regionale woningbouw realisatieagenda 11.000 woningen tot 2040) en bedrijventerreinontwikkelingen rondom de N209 neemt de verkeersdruk op de N209 nog verder toe. Deze verkeerstoename blijkt uit de vele verkeerskundige studies die reeds zijn verricht in het kader van de verschillende (woningbouw)ontwikkelingen. In het kader van dit onderzoek zijn vier toekomstige scenario’s nader bekeken: ^ 2030-Laag: planjaar 2030 met de zekere gebiedsontwikkelingen; ^ 2030-Hoog: planjaar 2030 met alle beoogde gebiedsontwikkelingen; ^ 2040-Laag: planjaar 2040 met de zekere gebiedsontwikkelingen; ^ 2040-Hoog: planjaar 2040 met alle beoogde gebiedsontwikkelingen. Onderzoek naar de toekomstige verkeerssituatie heeft plaatsgevonden op basis van verkeersmodellen. In de basis is hiervoor uitgegaan van het verkeersprognosemodel van de metropoolregio Rotterdam - Den Haag, het V-MRDH 3.0 model, specifiek de prognosejaren 2030-Hoog en 2040-Hoog. Op basis van dit statische verkeersmodel van de MRDH en door Royal HaskoningDHV voor deze studie een dynamisch verkeersmodel ontwikkeld, dat voor de ochtendspits- en avondspitsperiode het verkeersbeeld dynamisch weergeeft, met opbouw (en afbouw) van filevorming en een meer reëel beeld van de (mogelijk) werkelijke verkeerssituatie.

3.1.2 Ruimtelijke ontwikkelingen In Figuur 18 zijn de beoogde nieuwe woningbouwlocaties in de gemeente Lansingerland op kaart aangegeven.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

22

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Blein-West ^ ŭOŪDwcfiwgm ŭpifvtrptfw*: zofli - ĴUO LVWVïVT

WnorpnaHļ

'

Ūptaiefperiode: 3(04 - 3028

Htrenwn Tod normam

- 0|Dtív«ŕW)äd4:2D3S-3D3D WWfcnd - (aũ mnnļHi DMvfwioO»: 2D3« - «3? WiLdcmitdí TTdūwofmgto '

(Jptevėfpėnōâė; 3022 - 3033

- 37bbMiqHļ4en ^ Ůptwţ*44»;^|ļ-302ĩ ISO wfinOtA EwwerptfieOŗ li» Ucuwftihotlcweg

ĴODworpngtA ' ūļpUyiėfiïtoödK tirb ī.Tw^

;

Figuur 18: Beoogde toekomstige woningbouwlocaties

Deze gebiedsontwikkelingen hebben niet allen dezelfde status. Onderscheid wordt gemaakt enerzijds in ‘harde’ plannen, zekere plannen, die reeds in uitvoering of waarover belangrijke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Wijziging van deze plannen is daarmee niet meer realistisch. Anderzijds zijn er ‘zachte’ plannen, die voornemens zijn plaats te vinden, maar (mogelijk) nog beïnvloedbaar zijn. Tabel 8 geeft een overzicht van de status van de woningbouwlocaties als aangeduid in de afbeelding. Tabel 8: Status van planvorming woningbouwlocaties

Hard plan

Zacht plan

Toelichting én woningbouw én bedrijventerrein niet mogelijk

Bleizo-West (6.000 woningen) Lange Vaart (200 woningen)

1

X

Merenweg (700 woningen)

1

X

Wolfend (600 woningen)

1

X

į

^

X

^

Wilderszijde (2.700 woningen) Westpolder-Bolwerk (2.700 woningen) Driehoek Noordpolder (150 woningen) Leeuwenhoekweg (200 woningen)

28 mei 2024

MMO N209

1

■-X

dm________________________

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

23

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Figuur 19 geeft de beoogde locaties voor nieuwe bedrijventerreinen weer binnen de gemeente Lansingerland. ţn JļįdŗpriĮĩ o Lid «and i iClůiia.

RodHirili É īa24ia. ţpaqmivHi

«intiHiic PmtI * gġniřįftŤlìtŴTk ±17 ha.

h HoatUtf

’ *líl^aL

HĮįtewite

hHūthlag Klappado-

fflf Ho-wni s -ten Mirna

Figuur 19: Beoogde toekomstige bedrijventerreinen

Ook hiervoor geldt dat er onderscheid te maken is tussen ‘harde’ en zachte’ plannen. Met uitzondering van Bleizo-West, waarin de planvorming nog nader vorm moet krijgen (en ook bepaald moet worden of daar óf woningbouw óf bedrijvigheid ontwikkeld gaat worden) kennen alle locaties met nieuwe bedrijventerreinen uit de afbeelding de status ‘hard’.

3.1.3 Autonome ontwikkelingen Infrastructurele en ruimtelijke projecten in de directe en wijdere omgeving van het studiegebied, die (mogelijk) van invloed zijn op de verkeerssituatie: ^ A16 Rotterdam: nieuwe verbinding tussen de bestaande A16 naar de A13, om vliegveld Zestienhoven heen; ^ Woningbouwontwikkeling in entreegebied Zoetermeer; ^ Verbreding A4 Burgerveen - N14/ Leiden; ^ Verbreding A20 Terbregseplein - Gouda; ^ Blankenburgverbinding: nieuwe snelweg (de A24), die de A20 bij Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg verbindt; ^ Nieuw te bouwen dorp (‘Vijfde Dorp’) in Zuidplaspolder, circa 8.000 woningen, met bijbehorende infrastructuur.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

24

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Een andersoortige autonome ontwikkeling is de invoering van kilometerheffing voor vrachtverkeer op het hoofdwegennet en mogelijke sluipwegen. Dit gaat in vanaf 2026. De N209 is aangemerkt als sluipweg en krijgt dus ook kilometerheffing voor vrachtverkeer. De N470 en de N471 worden gemonitord, maar staan vooralsnog niet op de lijst van wegen waar deze heffing gaat plaatsvinden.

3.2

Verkeersgroei richting 2030 en 2040

Verkeersmodellen zijn gangbare en bruikbare instrumenten om zo goed als mogelijk objectieve voorspellingen te maken van de verkeersstromen in een toekomstige situatie. Zoals eerder toegelicht is ook in dit onderzoek gebruik gemaakt van verkeersprognosemodellen. Het regionale V-MRDH-model is als basis gebruikt, waarin (naast het basisjaar 2020) prognoses opgenomen zijn voor de toekomstige situatie in het planjaar 2030 en het planjaar 2040. In deze planjaren zitten alle zekere ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructurele ontwikkelingen, waarin ten tijde van de modelbouw besluitvorming over had plaatsgevonden. In de vorige twee paragrafen is dit toegelicht voor het plangebied (paragraaf 3.1.2) en de wijdere omgeving (paragraaf 3.1.3). Daarnaast zitten er in een verkeersprognosemodel nog andere ‘autonome’ ontwikkelingen, zoals de verwachte ontwikkeling van het autobezit en kosten voor autogebruik, waarvoor landelijke prognosecijfers worden overgenomen. Belangrijkste uitkomst van verkeersmodellen vormen de intensiteiten, de verwachte omvang van de verkeersstromen. Tabel 9 geeft een overzicht van de etmaalintensiteiten, zoals berekend met het statische (V-MRDH-)model voor de verschillende beschouwde scenario’s. Tabel 9: Verkeersintensiteiten op wegvakken N209 (in aantal motorvoertuigen, afgerond op honderdtallen, bron V-MRDH)

Van

20204

2030-Laag

2030-Hoog

2040-Laag

2040-Hoog

1.

Bentwoudlaan - Australiëweg

18.900

21.600

22.100

21.800

22.300

2.

Australiëweg - Zoetermeerselaan

29.700

39.500

40.900

41.300

42.600

3.

Zoetermeerselaan - A12-Noord

35.500

50.100

52.600

53.100

55.200

4.

A12-Zuid - Laan van Mathenesse

34.200

47.200

52.700

49.100

55.000

5.

Laan van Mathenesse Klappolder

31.700

42.000

43.300

43.300

44.900

6.

Klappolder - Bleiswijk-Noord

25.800

31.300

31.300

33.200

32.400

7.

Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid

22.400

28.800

29.800

29.200

30.100

8.

Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg

25.100

29.500

28.600

28.900

27.600

9.

Oosteindseweg - De Kulck

25.900

31.400

29.400

30.400

27.700

10. De Kulck - Aansluiting Bergschenhoek

21.900

33.400

34.100

34.200

34.900

11. Aansluiting Bergschenhoek-Zuid - Ankie Verbeek-Ohrlaan

29.300

56.700

57.000

60.300

61.700

In Bijlage 1 zijn plots van alle doorgerekende varianten opgenomen, voor de etmaalperiode, maar tevens voor beide spitsperioden.

4 Cijfers van dit basisjaar in het V-MRDH mode zijn gecorrigeerd op COVID-effect. 28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

25

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV Uit deze tabel kunnen de volgende bevindingen worden afgeleid: ^ Op de N209 tussen de A12 en de A16 Rotterdam is naar de toekomst naar een flinke verkeersgroei te verwachten, op sommige wegvakken meer dan 10.000 voertuigen per etmaal extra (40 tot 50% groei); ^ Deze verkeersgroei varieert relatief weinig tussen de verschillende toekomstscenario’s. Zo zijn de verschillen tussen 2030 en 2040 en tussen de scenario’s Laag en Hoog beperkt; ^ Bij deze cijfers moet ook nog in acht worden genomen dat in de toekomstige scenario’s de parallelwegen van de N209 substantieel verkeer gaan verwerken. Tabel 10 maakt dit inzichtelijk. Dit is naar verwachting grotendeels sluipverkeer, dat (delen van) de drukke N209 vermijdt en via de parallelweg een snellere route vindt; ^ De oorzaken van de substantiële groei van de verkeersvraag zijn de volgende: o circa 4.000 voertuigen per etmaal extra doorgaand verkeer5, als gevolg van de vergrote aantrekkelijkheid (verkorting) van de verbinding ten gevolge van de komst van de nieuwe A16; o gewijzigde routekeuze, met name voor verkeer van/naar Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs, vanwege de nieuwe A16; o extra verkeersgeneratie van de nieuwe gebiedsontwikkelingen. Tabel 10: Verkeersintensiteiten op wegvakken N209 + parallelwegen (in aantal motorvoertuigen, afgerond op honderdtallen, bron VMRDH)

ii!2iiiiiii!ini

Van

2040-Hoog hoofdrijbaan

2040-Hoog parallelwegen

4. A12-Zuid - Laan van Mathenesse

34.200

5.400

55.000

8.900

7. Bleiswijk-Noord - Bleiswijk-Zuid

22.400

2.100

30.100

4.200

8. Bleiswijk-Zuid - Oosteindseweg

25.100

4.000

27.600

14.800

10. De Kulck - Aansluiting Bergschenhoek

21.900

4.300

34.900

8.800

11. Aansluiting Bergschenhoek-Zuid Ankie Verbeek-Ohrlaan

29.300

0

61.700

1.000

Deze tabel laat zien dat in de huidige situatie beperkt verkeer gebruik maakt van de parallelwegen, in een omvang die passend is bij de statuur van deze wegen. Het verkeersmodel voorspelt echter substantiële toenames op een deel van deze parallelwegen naar de toekomst toe, niet zozeer als gevolg van nieuwe herkomsten of bestemmingen, maar vooral als alternatieve (sluip)route vanwege de drukte op de hoofdrijbaan van de N209.

3.3

Doorstroming

N209 De substantiële groei van de verkeersvraag naar de toekomst toe, in alle 2030- en 2040-varianten (zie vorige paragraaf) geeft een flinke druk op de (bestaande) capaciteit van de N209 Toetsing van de doorstroming heeft plaatsgevonden op basis van het dynamisch verkeersmodel. Net als voor het basisjaar 2020 (zie paragraaf 2.3) is voor de gehele N209 en alle deeltrajecten (wegvakken) beschouwd wat de rijtijdfactor is, de verhouding tussen de reistijd in de spitsperiode ten opzichte van een freeflow situatie. Tabel 11 geeft hiervan de resultaten voor het scenario 2040-Hoog. De andere toekomstscenario’s geven vergelijkbare resultaten, gezien de relatief geringe verschillen in de ^ Op basis van een selected link analyse met het V-MRDH-model.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

26

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV verkeersvraag, zoals door het statisch verkeersmodel geprognosticeerd. Het scenario 2040-Hoog is het meest ongunstig (verste toekomstjaar, realisatie van alle bouwplannen). Tabel 11: Rijtijdfactoren op N209 in planjaar 2040-Hoog (bron: dynamisch verkeersmodel)

Ochtendspits Wegvak

Avondspits

Noordelijk

Zuidelijk

Noordelijk

Zuidelijk

Gehele N209 binnen Lansingerland

1,9

2,8

2,0

5,0

staat voor gemiddelde vertraging van

12 minuten

20 minuten

7 minuten

21 minuten

Met name in zuidelijke richting nemen de vertragingen toe tot substantiële waarden. De door de provincie (vanuit operationeel verkeersmanagement) gewenste streefwaarde van 1,8 wordt dan ruim overschreden. In de ochtendspitsperiode laat het model minder vertraging zien, maar wel duidelijke toenames ten opzichte van de huidige situatie. Gezien het feit dat dit gemiddelde vertragingen voor de spitsperioden betreft, is wel duidelijk dat er in deze toekomstige situatie sprake is van structurele overbelasting van de N209 en een (zwaar) onvoldoende doorstroming. Dit geldt voor de meeste beschouwde wegvakken en ook voor de N209 als geheel binnen het grondgebied van de gemeente Lansingerland. De doorstroming in de avondspits is nog minder dan in de ochtendspits. De verkeersvraag kan niet adequaat verwerkt worden door de nu beschikbare weginfrastructuur. Het dynamisch model onderscheidt kwartierperiodes en laat daarmee zien waar de ‘kiemen’ van de knelpunten optreden, die vervolgens in de loop van de tijd de doorstroming op wegvakken en kruispunten stroomopwaarts belemmeren. Uiteraard heeft dit ook invloed op de hoeveelheid verkeer stroomafwaarts, het verkeer dat maximaal door de knelpunten heen kan.

Nadere beschouwing van het dynamisch model laat de volgende kiemen van de verminderde doorstroming zien: ^ In de ochtendspitsperiode strookt het verkeer in noordelijke richting op vanaf de kruispunten De Kulck en Oosteindseweg, die de verkeersvraag niet meer kunnen verwerken. Deze wachtrijen slaan op den duur helemaal terug tot aan de aansluiting met de A16 Rotterdam. ^ In de ochtendspitsperiode strookt het verkeer in zuidelijke richting op vanaf het kruispunt Klappolder, dat de verkeersvraag niet meer kan verwerken. Deze wachtrij slaat op den duur helemaal door tot aan en over de aansluiting op de A12. ^ In de ochtendspitsperiode is bovendien aan de zuidzijde van het studiegebied de capaciteit van de rotonde 7 toerit richting de A16 bij de aansluiting Bergschenhoek-Zuid onvoldoende. Deze zorgt al snel voor (veel) terugslag op de N472 en ook de beide rotondes bij de aansluiting. ^ In de avondspitsperiode strookt het verkeer in noordelijke richting, net als in de ochtendspits, op vanaf de kruispunten De Kulck en Oosteindseweg, die de verkeersvraag niet meer kunnen verwerken. Dit resulteert onder meer in sluipverkeer op de westelijke parallelweg richting BleizoWest. ^ In de avondspitsperiode strookt het verkeer in zuidelijke richting op vanaf het kruispunt BleiswijkZuid, dat de verkeersvraag niet meer kan verwerken.

^ Overigens laat het dynamische model ook zien dat de meeste kruispunten de verkeersvraag niet aan kunnen. Ter illustratie van de verkeerssituatie en -doorstroming zijn in de navolgende figuren screenshots opgenomen van de simulatie in het dynamisch model, voor de ochtendspits- en voor de avondspitsperiode.

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

27

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Figuur 20: Screenshot van dynamisch verkeersmodel, prognosejaar 2040-Hoog, ochtendspitssituatie 09.00 uur

28 mei 2024

MMO N209

BJ4210-RHDHV-N209-RP-0001

28

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Figuur 21: Screenshot van dynamisch verkeersmodel, prognosejaar 2040-Hoog, avondspitssituatie 17.30 uur

Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat het dynamisch model bottlenecks laat zien op de A16 Rotterdam en op de A12, die ervoor zouden zorgen dat verkeer niet goed de N209 op en af kan en ten gevolge van deze bottlenecks ‘gridlocks’ ontstaan in het totale verkeerssysteem. Ten behoeve van dit onderzoek is de beperkende werking van deze bottlenecks voor de N209 in het model omzeild. Omliggende wegen Ook voor de kwaliteit van de doorstroming op de toeleidende wegen van de N209 is gebruik gemaakt van het dynamisch verkeersmodel. Op de N472, de Boterdorpseweg, laat het dynamisch verkeersmodel op de meeste wegvakken rijtijdfactoren zien (ruim) boven de 1,8, in beide rijrichtingen en in beide spitsperioden. Ook hier is duidelijk sprake van onvoldoende doorstroming van verkeer. De oorzaak van de vertragingen op deze weg zijn sterk gerelateerd aan de knelpunten van de N209. Zo zorgt de problematiek bij de toerit van de N209 bij de aansluiting Bergschenhoek-Zuid voor terugslag op de Boterdorpseweg, die ten gevolge van de daar aanwezige rotondes ook de doorstroming op de andere rijrichting gaat belemmeren. Daarnaast heeft de extra verkeersvraag ten gevolge van de bouwlocaties in deze omgeving (met name Wilderszijde) ook een negatieve invloed op de doorstroming van de N472.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=cc768645-bd9d-4f00-b696-0200afdf24af