[T24.02795] Aanvraagformulier vangnetuitkering 2023 tbv het BUIG tekort
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG
1 2
Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.
1
pagina raadsleden:
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
3
Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023
3
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet. Het BUIG-budget dient ter dekking van de uitkeringslasten. Indien een gemeente cumulatief over 3 jaar een tekort heeft van meer dan 7,5% overschrijding, kan een vangnetuitkering worden aangevraagd. Lansingerland komt hiervoor in aanmerking voor het jaar 2023.
De hoogte van het BUIG-budget baseert het Rijk op een prognose die zij voor iedere gemeente maken. Een model berekent de objectieve kans dat huishoudens in de gemeente afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Die kans is afhankelijk van allerlei indicatoren: de conjunctuur van de economie; aantal sociale huurwoningen; alleenstaande moeders; medicijngebruik; migranten, etc. Op basis van de kenmerken van de Lansingerlandse bevolking ontvangen wij een lager BUIGbudget dan gemiddeld waardoor er in 2023 een tekort is. Dit komt omdat wij relatief veel jongeren in het bestand hebben en de taakstelling statushouders de afgelopen jaren is verdubbeld. Het uitkeringsbestand is in de afgelopen jaren echter ongeveer gelijk gebleven ondanks de gestegen bevolkingsgroei. Indien je als gemeente minder uitkeringen verstrekt dan de prognose van het Rijk, mag je het resterende budget houden. Indien je meer uitkeringen verstrekt, moet je met eigen geld bijbetalen.
5
Over de jaren 2020-2023 zag de ontwikkeling voor Lansingerland er als volgt uit: Jaar
Ontvangen BUIGbudget Tekort BUIGbudget Eigen risico Vangnetuitkering
2020
2021
2022
2023
€9.220.580
€8.929.752
€8.446.789
€8.967.546
€ -221.138
€765.748
€1.158.715
€1.846.400
NVT
NVT
€633.509
€896.755
NVT
NVT
€314.036
€949.645
In 2020 had gemeente Lansingerland een overschot op het BUIG-budget. In 2021 had gemeente Lansingerland een tekort op het BUIG-budget. De gemeente verstrekt sinds 2021 meer uitkeringen dan het Rijk prognosticeert. Echter, er is nog geen recht op de vangnetuitkering. In 2022 had gemeente Lansingerland wederom een tekort. Ditmaal komt de gemeente wel in aanmerking voor een vangnetuitkering, omdat het gecumuleerde tekort over 2020-2022 meer was dan 7,5%. Het tekort voor 2022 bedraagt € 1.158.715. Daarvan is € 633.509 voor eigen risico en bedraagt de aan te vragen vangnetuitkering € 314.036. Deze vangnetuitkering is aangevraagd en goedgekeurd. Ook in 2023 had gemeente Lansingerland een tekort. Deze keer komt de gemeente wederom in aanmerking voor een vangnetuitkering van € 949.644.
Waarom komen wij boven de prognose van het Rijk uit? Vanaf de zomer van 2021 geven wij meer uitkeringen uit dan het Rijk van ons verwacht. Sindsdien geven wij ruim 10% meer geld uit dan wij krijgen toegekend van het Rijk. Dit betekent dat wij in 2023 ruim 70 uitkeringsdossiers 'teveel' hadden. Alhoewel wij als gemeente meer uitkeringen verstrekken dan de prognose van het Rijk, wil dit niet zeggen dat ons uitkeringenbestand stijgt. Dit aantal schommelt al vele jaren rond de 600, terwijl de bevolkingsgrootte stijgt.
B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Lansingerland heeft gekozen voor interne maatregelen met de grootste verwachte (financiële) impact. Ze spelen direct in op de grootste oorzaken van het tekort, zijn goed uitvoerbaar en hebben instemming van het uitvoerende team. 6
Dit zijn de intern maatregelen: Herinrichten dienstverlening aan de poort Statushouders sneller aan het werk Extra inzet loonkostensubsidie Daarnaast zijn er externe maatregelen getroffen en wordt er intensief gewerkt aan regionale samenwerkingen waardoor er focus ontstaat en uitkeringsgerechtigden begeleid worden naar de arbeidsmarkt op een persoonlijke en passende wijze.
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De verschillende maatregelen zetten vooral in op het tegengaan van instroom, het bevorderen van uitstroom en de inzet van specifiek beleid en bedrijfsvoering op het zittende bestand. De getroffen maatregelen hebben in 2023 als effect gehad dat het totale uitkeringenbestand vrijwel gelijk is gebleven aan eerdere jaren, ondanks het feit dat de taakstelling huisvesting statushouders de afgelopen jaren verdubbeld is. De helft van alle instroom van uitkeringsgerechtigden in 2023 bestond uit statushouders. Ondertussen is ruim 1 op de 3 uitkeringsgerechtigden in Lansingerland een statushouder. De toegenomen taakstelling statushouders is daarmee de belangrijkste oorzaak van de overschrijding op het BUIG-budget in 2023. Door de inkoop van re-integratievoorzieningen apart voor statushouders, nieuw beleid in het kader van de Wet inburgering en extra formatie in de uitvoering zijn er verschillende maatregelen getroffen om deze doelgroep sneller te laten integreren op de arbeidsmarkt.
Maatregelen gericht op de preventie van instroom betreffen vooral controle op rechtmatigheid van aanvragen, de regionale samenwerking met het Regionaal Mobiliteitsteam en het doorstroompunt. Daarnaast zetten we extra in op preventie van jeugdwerkeloosheid. De getroffen maatregelen op het zittende (complexe) bestand zijn gericht op de activering en reintegratie van de verschillende doelgroepen, met als doel uitstroom naar werk.
7
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
x
De kadernota, de begroting.
x
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
x
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
x
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
x
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
x
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
8
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Het BUIG-budget Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet. Het BUIG-budget dient ter dekking van de uitkeringslasten. Indien een gemeente cumulatief over 3 jaar een tekort heeft van meer dan 7,5% overschrijding, kan een vangnetuitkering worden aangevraagd. Lansingerland komt hiervoor in aanmerking voor het jaar 2023. De hoogte van het BUIG-budget baseert het Rijk op een prognose die zij voor iedere gemeente maken. Een model berekent de objectieve kans dat huishoudens in de gemeente afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Die kans is afhankelijk van allerlei indicatoren: de conjunctuur van de economie; aantal sociale huurwoningen; alleenstaande moeders; medicijngebruik; migranten, etc. Op basis van de kenmerken van de Lansingerlandse bevolking ontvangen wij een lager BUIGbudget dan gemiddeld. Het Rijk verwacht dat wij minder uitkeringen hebben dan menig andere gemeente. Indien je als gemeente minder uitkeringen verstrekt dan de prognose van het Rijk, mag je het resterende budget houden. Indien je meer uitkeringen verstrekt, moet je met eigen geld bijbetalen. Lansingerland heeft over 2021, 2022 en 2023 een tekort op het BUIG-budget. Wij verstrekken sinds 2021 meer uitkeringen dan het Rijk prognosticeert. In 2020 hadden wij een overschot op het BUIG-budget.
In 2021 hadden we een tekort op het BUIG-budget. Echter, nog geen recht op de vangnetuitkering. In 2022 hadden wij wederom een tekort. Ditmaal kwamen wij wel in aanmerking voor een vangnetuitkering, omdat het gecumuleerde tekort over 2020-2022 meer was dan 7,5%. Het tekort voor 2022 bedraagt C 1.156.275. Daarvan is C 844.679 voor eigen risico en bedraagt de ontvangen vangnetuitkering C 311.596. In 2023 hadden wij wederom een tekort van € 1.846.400. Hiervan is € 896.755 voor eigen risico en bedraagt de aan te vragen vangnetuitkering over 2023 € 949.645. Waarom komen wij boven de prognose van het Rijk uit? Vanaf de zomer van 2021 geven wij meer uitkeringen uit dan het Rijk van ons verwacht. Sindsdien geven wij ruim 10% meer geld uit dan wij krijgen toegekend van het Rijk. Dit betekent dat wij in 2023 ruim 70 uitkeringsdossiers 'teveel' hadden. Alhoewel wij als gemeente meer uitkeringen verstrekken dan de prognose van het Rijk, wil dit niet zeggen dat ons uitkeringenbestand stijgt. Dit aantal schommelt al vele jaren rond de 600, terwijl de bevolkingsgrootte stijgt.
9
Meest significante oorzaken voor het tekort op het BUIG budget in Lansingerland: 1. Taakstelling statushouders De taakstelling huisvesting statushouders is de afgelopen jaren verdubbeld. Dit betekent dat wij tweemaal zoveel statushouders moeten huisvesten in onze gemeente. Ondertussen is ruim 1 op de 3 uitkeringsgerechtigden in Lansingerland een statushouder. Echter, de instroom van statushouders wordt vertraagd (-2 jaar) meegenomen in de BUIG-beschikking. Het hoge aantal gehuisveste statushouders in 2023 wordt dus pas in 2025 toegevoegd aan het BUIGbudget. 2. Controle aan de poort Voor iedere aanvraag levensonderhoud wordt een rechtmatigheidsonderzoek uitgevoerd. Vanaf januari 2020 tot en met juni 2021 voerden wij additionele controles uit om onterechte verstrekking van bijstandsuitkeringen tegen te gaan. Deze controles werden uitgevoerd i.s.m. team Veiligheid en kwamen bovenop de toetsing die onze rechtmatigheidsconsulenten van team Participatie doen. Halverwege 2021 moesten we stoppen met dit project door een tekort aan personeel. Vanaf dat moment zijn onze prestaties verder gaan afwijken van de prognose van het Rijk. Door blijvende personeelstekorten, maar wel nieuwe opgaven voor dezelfde teams (zoals leefgeld Oekraïners en de energietoeslag) is het niet gelukt dit project weer op te starten.
Het percentage aanvragen dat in Lansingerland wordt goedgekeurd, ligt 10% boven het landelijk gemiddelde. Wij kennen nu dus mogelijk meer uitkeringen toe dan nodig. 3. Complex uitkeringenbestand Bijna iedereen die kan en wil werken heeft nu een baan. De reden dat veel van onze kandidaten een uitkering ontvangen, is niet een tekort aan beschikbare banen, maar allerlei persoonlijke belemmeringen die hen weerhouden. Dit betekent dat de mogelijkheid om terug te keren naar de arbeidsmarkt voor een aanzienlijk deel van de bijstandsgerechtigden moeilijk of niet mogelijk is.
10
A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
De verschillende maatregelen zetten vooral in op het tegengaan van instroom, het bevorderen van uitstroom en de inzet van specifiek beleid en bedrijfsvoering op het zittende bestand. De getroffen maatregelen hebben in 2023 als effect gehad dat het totale uitkeringenbestand vrijwel gelijk is gebleven aan eerdere jaren, ondanks het feit dat de taakstelling huisvesting statushouders de afgelopen jaren verdubbeld is. De helft van alle instroom van uitkeringsgerechtigden in 2023 bestond uit statushouders. Ondertussen is ruim 1 op de 3 uitkeringsgerechtigden in Lansingerland een statushouder. De toegenomen taakstelling statushouders is daarmee de belangrijkste oorzaak van de overschrijding op het BUIG-budget in 2023. Door de inkoop van reintegratievoorzieningen apart voor statushouders (eind 2021), nieuw beleid in het kader van de Wet inburgering en extra formatie in de uitvoering zijn er verschillende maatregelen getroffen om deze doelgroep sneller te laten integreren op de arbeidsmarkt. De effecten van deze maatregelen zijn vanaf Q4 2023 geëvalueerd. Maatregelen gericht op de preventie van instroom betreffen vooral controle op rechtmatigheid van aanvragen, de regionale samenwerking met het Regionaal Mobiliteitsteam en het Leerwerkloket. Daarnaast hebben we extra ingezet op preventie van jeugdwerkeloosheid.
De getroffen maatregelen op het zittende (complexe) bestand zijn gericht op de activering en reintegratie van de verschillende doelgroepen, met als doel uitstroom naar werk. A3.
Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.
Voor bovenstaande analyse is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
Het beeld van de uitvoering 2023. Interne data mbt doelmatigheid obv Cognos. Interne date mbt rechtmatigheid obv Cognos. Het onderzoek van de beleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix “Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget”. Data aangeleverd door het WSP. Gesprekken met de uitvoerders van de Participatiewet. Gesprekken met de betrokken managers Divosa Benchmark Werk en inkomen Waarstaatjegemeente.nl
11
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: 1) Taakstelling statushouders Nieuwe inkoop van re-integratievoorzieningen apart voor statushouders (eind 2021). Ingang van de nieuwe Wet inburgering (1-1-2022). De nieuwe wet geeft de gemeente de regie en maakt het mogelijk leerroutes te combineren met de toeleiding naar arbeid. Meer formatie in de uitvoering vanaf 2022 waardoor er meer focus komt op deze doelgroep. 2) Maatregelen gericht op preventie van instroom Voordat een aanvraag wordt ingediend, wordt In een verkennend gesprek beoordeeld of iemand direct naar werk kan worden begeleid, of dat een andere route, zoals onderwijs, passender is. Binnen de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal (ZHC) werken we samen met het Regionaal Mobiliteitsteam en het Leerwerkloket in om- en bijscholing en toeleiding naar werk. Door scholingsadviesgesprekken, een Jongerensteunpunt en intensieve begeleidingstrajecten zorgen we ervoor dat jongeren naar school of werk gaan. Binnen de arbeidsmarktregio ZHC is in 2023 een project gericht op het bevorderen van het behalen van een startkwalificatie voor vroegtijdig schoolverlaters gestart. 3) Complex uitkeringenbestand: maatregelen gericht op uitstroom Nieuwe inkoop van re-integratievoorzieningen, aansluitend op de specifieke behoefte van verschillende doelgroepen in het bestand.
Versoepeling van beleidsregels stelt consulenten in staat kandidaten beter tegemoet te komen om praktische belemmeringen, die uitstroom in de weg staan, weg te halen. Het programma 'Lansingerland Start', waarin uitkeringsgerechtigden deelnemen aan workshops waarin rechten, plichten en het aspect werk en participatie belicht worden. Samenwerking met werkgevers bij het matchen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Binnen de arbeidsmarktregio ZHC werken we samen met het Werkgeversservicepunt. Middels social return verplichtingen bij inkoop wordt de arbeidsparticipatie van bijstandsgerechtigden en inwoners met een arbeidsbeperking bevorderd. Door mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, bevorderen we het werken met loonkostensubsidie. Hiermee verlagen we de kosten van de gemiddelde uitkering. Inzet op hernieuwde aandacht voor de groep 50-plussers die lang in de bijstand zitten. Handhaving vindt plaats middels incidentele her-controles op rechtmatigheid, op basis van signalen en middels inzet van team Toezicht en Handhaving. 12
Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: n.v.t.
Maatregelen die nieuw zijn getroffen: 1. Herinrichten dienstverlening aan de poort Het opnieuw inrichten van de dienstverlening aan de poort is een preventiemaatregel, waarmee we instroom in de bijstand beperken. Wij beogen een verbetering van onze dienstverlening richting de aanvrager. We willen het mogelijk maken om extra aandacht te besteden aan het proces voorafgaand de (mogelijke) toekenning van een uitkering. De veranderingen bestaan grofweg uit 3 onderdelen: 1. We intensiveren het rechtmatigheidsonderzoek door extra fte uren beschikbaar te stellen. Dit betekent niet dat wij mensen een uitkering ontzeggen die hier recht op hebben en buitensporig streng optreden. Het betekent echter dat het uitvoerende team participatie beter in staat wordt gesteld om onze wettelijke verplichting zorgvuldig uit te voeren en te toetsen of een aanvrager recht heeft op een uitkering. Wij voorkomen hierdoor dat uitkeringen onrechtmatig worden verstrekt. De inzet van extra FTE is goedgekeurd door de gemeenteraad. 2. Hierbij intensiveren wij ook onze aandacht voor de uitvraag van de hulpvraag van de aanvrager. We kunnen zo meer aandacht besteden aan de vraag of er voorliggende, of alternatieve, voorzieningen beschikbaar zijn. Aanvragers die geen recht hebben op een uitkering, maar wel in aanmerking komen voor een andere voorziening worden hier actief naar doorverwezen.
Dit voorkomt onnodige aanvragen. 3. We zetten meer in op directe arbeidsbemiddeling. Aanvragers die kunnen en willen werken worden direct en actief naar een baan begeleidt, zodat zij geen uitkering (meer) nodig hebben. Hiermee voorkomen wij uitkeringen. Dit is in het voordeel van de aanvrager evenals de gemeente. Hiervoor zijn korte lijntjes nodig met matchmakers/partners die vacatures beschikbaar hebben. Door meer capaciteit beschikbaar te stellen, kunnen we hetgeen wij nu ook doen, beter en zorgvuldiger doen. We doen een zorgvuldige toetsing op rechtmatigheid en ondersteunen aanvragers door actief te begeleiden naar werk of een andere voorziening die beter dekkend is voor de hulpvraag. Een externe partij is al ingehuurd om in de komende maanden (werk)processen te bekijken en met ons efficiënter in te richten. Onderdeel hiervan is implementatie van voornoemde werkwijze. 2. Statushouders sneller aan het werk Veel statushouders moeten inburgeren en hebben meerdere dagdelen per week een inburgeringsactiviteit. Een parttime optie daarnaast is dan de meest ideale route. Dit is ook de intentie van de wetgever met de nieuwe Wet inburgering; het tot stand brengen van dualiteit tussen werk en taal. Nu hebben consulenten te weinig parttime opties tot hun beschikking om aan te bieden naast de taallessen. Een fulltime matchmaker (in dienst) kan zorgen dat er een goede selectie ontstaat 13
aan parttime werkplekken waar de consulenten naar kunnen doorverwijzen/bemiddelen. Vanzelfsprekend aangevuld met fulltimebanen voor diegene die daar klaar voor zijn. De gemeenteraad heeft de inzet van een extra matchmaker geaccordeerd. Intentie voor de toekomst: Startbaan Voornoemde werkwijze betreft een opmaat naar het introduceren van startbanen. Het is uiteindelijk onze intentie om toe te werken naar het aanbieden van een startbaan en/of participatieplek aan iedere statushouder die in Lansingerland komt wonen. Door de startbaan (betaald) of participatieplek (onbetaald) ontstaat direct een reguliere week- en dagstructuur. Dit is in lijn met de wensen van het Rijk. Het Rijk voert nu met 4 gemeenten een proef uit om statushouders bij vestiging in de gemeente direct een betaalde baan te geven, waardoor ze direct kunnen participeren en de taal leren op de werkvloer. De proeven worden gemonitord en geëvalueerd in een overkoepelend onderzoek. In 2024, 2025 en 2026 worden de succesvolle aanpakken gedeeld en kan de uitrol naar andere gemeenten plaatsvinden. 3. Extra inzet loonkostensubsidie Een loonkostensubsidie wordt toegekend aan werkgevers ten behoeve van kandidaten met een verminderde arbeidsproductiviteit. De loonkostensubsidie is bedoeld om productiviteitsverlies te compenseren.
Door meer in te zetten op het inzetten van loonkostensubsidie, verlagen we de kosten van de gemiddelde uitkering. Met ingang van 2022 is namelijk de financieringssystematiek voor Loonkostensubsidie (LKS) gewijzigd. Gemeenten krijgen nu 100% van de plaatsingen vergoed. De groep mensen met een arbeidsbeperking is een groeiende groep in het uitkeringenbestand, zowel landelijk als lokaal. Zonder loonkostensubsidie zijn zij moeilijk aan het werk te helpen. Dat maakt dit een duurzame en noodzakelijke oplossing om ook in de toekomst grip te houden op ons bestand. Om dit mogelijk te maken is het nodig dat de consulenten worden ondersteunt door een nieuw te werven administratief medewerker. Voor het inzetten van loonkostensubsidie zijn namelijk zeer veel administratieve handelingen nodig. De extra FTE hiervoor is door de gemeenteraad goedgekeurd.
14
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet
Het Werkgeversservicepunt. Om uitkeringsgerechtigden te begeleiden naar werk is het tegenwoordig nodig om maatwerk te leveren waarbij een baan op maat gecreëerd kan worden, gezien het complexe uitkeringsbestand. Deze expertise is gevonden in een regionale samenwerking tussen gemeenten uit de arbeidsmarktregio. Het netwerk van het WSP kan een grote bijdrage leveren aan het netwerk van Lansingerland. Op basis van deze conclusie is in 2023 de deelname aan het WSP uitgebreid met een extra matchmaker zodat door maatwerk en jobcarving er meer uitkeringsgerechtigden kunnen uitstromen naar een betaalde baan. Samenwerking met het UWV rondom voorliggende voorzieningen. Op zowel uitvoerend, beleidsmatig en in de stuurgroep liggen er goede contacten met het UWV, hierdoor is de kennis met betrekking tot de inzet van voorliggende voorzieningen up to date. Dit resulteert in verminderde instroom.
Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Niet van toepassing.
Maatregelen die nieuw zijn getroffen
Samenwerking in het kader van beperken instroom jongeren. In het kader van de jongerenaanpak wordt samengewerkt met de regio in het Doorstroompunt. Door de samenwerking kunnen jongeren in de bijstand beter naar school en werk begeleid worden en instroom in de bijstand zoveel mogelijk worden beperkt. In de regio wordt het
15
Doorstroompunt opnieuw vorm gegeven zodat deze ook beter aansluit bij de nieuwe Wet Van school naar duurzaam werk. Inzet op de instrumenten Dennis en Eva Instrumentengids Eva voor werkzoekendendienstverlening is hét middel om inzicht te krijgen in het brede instrumentarium dat ingezet kan worden bij de re-integratie. Door gebruik te maken van zoekfilters op gebied van werklandschap (van diagnose, maatschappelijk fit t/m plaatsing), klantkenmerk en doelgroep wordt op lokaal, regionaal en landelijk niveau het beschikbare aanbod duidelijk. Belangrijke informatie als doel, duur en kosten staan per instrument benoemd. De gids biedt binnen elke gemeente van de arbeidsmarktregio inzicht in eigen instrumentarium maar ook in dat van de andere gemeenten van onze regio. Instrumentengids Dennis, voor werkgeversdienstverlening, is een regionale gids. Hierin staan de regionaal geharmoniseerde instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan de daadwerkelijke plaatsing van een kandidaat vanuit een uitkeringssituatie bij een werkgever. Naast de regionale instrumenten zijn ook instrumenten vanuit landelijke organisaties inzichtelijk, bijvoorbeeld van het UWV en Belastingdienst. Ook in Dennis kan gebruik worden gemaakt van een zoekfilter. Dennis is een open omgeving, Dennis (instrumentengids-dennis.nl).
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Beoogd effect van de genoemde maatregelen De verschillende maatregelen zetten vooral in op het tegengaan van instroom, het bevorderen van uitstroom en de inzet van specifiek beleid en bedrijfsvoering op het zittende bestand. De getroffen maatregelen hebben de afgelopen jaren als effect gehad dat het totale uitkeringenbestand vrijwel gelijk is gebleven aan eerdere jaren, ondanks het feit dat de taakstelling huisvesting statushouders in de afgelopen jaren verdubbeld is.
16
De helft van alle instroom van uitkeringsgerechtigden in 2023 bestond uit statushouders. Ondertussen is ruim 1 op de 3 uitkeringsgerechtigden in Lansingerland een statushouder. De toegenomen taakstelling statushouders is daarmee de belangrijkste oorzaak van de overschrijding op het BUIG-budget in 2023. Door de inkoop van re-integratievoorzieningen apart voor statushouders, nieuw beleid in het kader van de Wet inburgering en extra formatie in de uitvoering zijn er verschillende maatregelen getroffen om deze doelgroep sneller te laten integreren op de arbeidsmarkt. De effecten van deze maatregelen worden medio 2024 geëvalueerd. Maatregelen gericht op de preventie van instroom betreffen vooral controle op rechtmatigheid van aanvragen, de regionale samenwerking met het Regionaal Mobiliteitsteam en het Leerwerkloket. Daarnaast zetten we extra in op preventie van jeugdwerkeloosheid. De getroffen maatregelen op het zittende (complexe) bestand zijn gericht op de activering en reintegratie van de verschillende doelgroepen, met als doel uitstroom naar werk.
Maatregel
Schatting financieel
Maatschappelijk
effect
effect
Herinrichten dienstverlening aan de
Preventie van 15 tot
Kansengelijkheid door
poort
30
beter georganiseerde
uitkeringen (300.000
dienstverlening
Kosten
Vanaf wanneer effect
1 FTE
Direct na invoering
-600.000) Statushouders sneller aan het
Vergroten kans op
Grotere kans op
1 fte
6 maanden tot
werk
uitstroom, 10
meedoen,
matchmaker
een jaar
tot 30 uitkeringen
kansengelijkheid,
(200.000 –
bestaandszekerheid
600.000) Extra inzet loonkostensubsidie
10 tot 20 (parttime)
Grotere kans op
1 fte
Direct na
uitkeringen
meedoen,
administratief
invoering
(200.000 – 400.000)
kansengelijkheid,
ondersteuner
bestaandszekerheid
C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Niet van toepassing.
C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord.
17
De voortgang en effecten monitoren wij middels de reguliere rapportages die naar het college en gemeenteraad gaan. Daarnaast is er een dashboard ingericht om de getroffen maatregelen te monitoren.
18
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
19
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. 20
Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Lansingerland stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet.
21
Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
Datum: ___________ De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
22
Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording
Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
23
Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende:
indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.
Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? 24
In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.
Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander verder toegelicht.
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente en/of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Hierdoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. 25
Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Bij voorgaande jaren gaat het vooral om de afgelopen drie jaar en vooral het afgelopen jaar. Het belangrijkste punt is dat als uit de analyse blijkt dat bepaalde maatregelen een beperkt of geen effect hebben dat dit voor het college een reden kan zijn om de maatregel te heroverwegen en niet langer mee te nemen bij het pakket te treffen maatregelen voor het lopende jaar en volgende jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20234 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.
Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij de verwachtingen, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. 4 5
https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/ www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
26
Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit:
B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.
En per onderdeel (interne c.q. externe maatregelen) zijn er drie sub kopjes gemaakt waaronder de maatregelen kunnen worden toegevoegd:
Voor 2023 getroffen maatregelen, die dit jaar zijn voortgezet; Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet dit jaar; Maatregelen die nieuw zijn getroffen dit jaar.
Daarmee wordt expliciet de reguliere P&C-cyclus doorlopen: er wordt nagegaan wat het daadwerkelijk effect is van de getroffen maatregel afgelopen jaar, vervolgens wordt afgewogen of met die maatregel wordt doorgegaan of niet. Vervolgens wordt ingeschat welke extra maatregelen nodig zijn en wat de effecten zijn van alle maatregelen tezamen en tot slot wordt gevolgd wat de daadwerkelijke effecten zijn van de getroffen maatregelen. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college. Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?
27
b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B
U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO; o de benchmark Divosa; o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden minder, anders of extra heeft getroffen.
Onderdeel C In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect (C1). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd en wordt dus zoveel mogelijk cijfermatig onderbouwd. Indien deze kwantificering niet mogelijk is wordt toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2).
28
Ook wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het zoveel mogelijk kwantificeren maakt het beter mogelijk om de (deel)effecten te kunnen monitoren. Hierdoor wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de realisatie van de maatregelen en het (totaal)effect op het terugdringen van het tekort. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op het ontstaan en de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. In de regelgeving staat dat het college verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. Het tekort verder reduceren betekent dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen heeft getroffen waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort ten opzichte van voorgaande jaren. Verder reduceren kan ook worden geïnterpreteerd als maatregelen die een reducerend effect hebben op de stijging van de uitgaven. Dus wordt hier verwacht om inzichtelijk te maken dat maatregelen zijn getroffen waarmee het college verwacht/beoogt de eerdere bijdrage aan de neerwaartse trend van de uitgaven te vervolgen. De beschrijving van de effecten van maatregel kan per maatregel of per groep van maatregelen worden beschreven, afhankelijk van de beschikbare informatie en de aard van de maatregel.
De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate waarin de maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort en geeft ook geen oordeel over de mate van tekortreductie. De commissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag C. Het college geeft vervolgens aan op welke wijze de effecten worden gemonitord. Aan de wijze van monitoring worden geen verdere eisen aan gesteld. Het is dus aan het college en de gemeenteraad hoe de monitoring precies wordt ingericht. De enige eis is dat de wijze van monitoring beschreven wordt onder vraag C2. Onder monitoring wordt verstaan het volgen van de resultaten van de getroffen maatregelen in relatie tot de verwachte opbrengsten, zodat op grond van deze informatie bijstelling van het beleid en de uitvoering van maatregelen mogelijk is. De monitoring kan fijnmazig per maatregel of per totaalpakket van maatregelen worden uitgevoerd. De monitoring kan specifiek gericht zijn op het domein van de Participatiewet en/of de andere onderdelen van het sociaal domein. Ook kan dit onderdeel uitmaken van een reguliere maand- of kwartaalrapportage. De monitorinformatie kan vervolgens worden gebruikt om de gemeenteraad te informeren en ook kan deze informatie worden gebruikt bij een analyse van het volgend jaar (zie vraag A1).
Het is aan het college en de gemeenteraad om de wijze van monitoring te bepalen die het beste aansluit bij het kunnen volgen van de uitgavenontwikkeling en zo een bijdrage levert aan de tekortreductie.
29
Suggesties bij de beantwoording van C
Geef inzicht in de redenering op basis waarvan het college verwacht dat het tekort verder reduceert met de onder B genoemde maatregelen. U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is, voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U hoeft geen onderscheid te maken tussen beoogd effect van interne maatregelen en beoogd effect van externe maatregelen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden extra heeft getroffen en welk effect hiermee wordt beoogd.