CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.02624] Toelichting financiële mutaties (Bijlage Kaderbrief 2025)

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kaderbrief 20256.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025

Afdeling: Financiën Datum: 6-6-2024 Corsanummer: T24.02624

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Financiële mutaties Kaderbrief 2025 ........................................................................... 3 Financiële uitgangspositie ......................................................................................... 4 Algemene uitkering ................................................................................................. 6 Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten ................................................... 7 4.1 Indexaties ....................................................................................................... 7 4.2 Stelpost Ontwikkeling CAO 2025 ............................................................................ 8 4.3 Sociaal Domein ................................................................................................. 8 4.4 Bijstelling budgetten bestaande taken ................................................................... 10 4.5 Nieuwe wettelijke taken ................................................................................... 11 4.6 Dividend nutsbedrijven ..................................................................................... 12 5 Actualisatie OZB, leges en heffingen........................................................................... 13 6 Capaciteit ............................................................................................................

14 7 Actualisaties projecten en MJOP ............................................................................... 16 8 Overige ontwikkelingen........................................................................................... 17 9 Incidentele claims.................................................................................................. 18

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

2

1

Financiële mutaties Kaderbrief 2025

In de Kaderbrief 2025 presenteren we het financiële meerjarenbeeld 2025-2028. Hieronder vindt u de samenvattende tabel en verderop in deze bijlage lichten we de financiële mutaties nader toe.

Financieel meerjarenbeeld 2025-2028 Baseline beginsaldi 2. Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging 2. Bijstelling algemene uitkering Totaal bovenstaande posten (A) 4. Autonome ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 in T24.02624) 5. OZB, leges en heffingen 3. Meicirculaire 6. Capaciteit 7. Actualisaties projecten en MJOP 8. Overige ontwikkelingen Totaal bovenstaande posten (B) Totaal (A+B)

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

2025 -1.098 2.212 1.114 -9.608 903 PM -496 11 670 -8.521 -7.407

2026

Bedragen x € 1.000 2027 2028

-11.016 5.791 -5.225 -9.177 1.027 PM -234 11 561 -7.812 -13.037

-11.448 5.492 -5.956 -9.205 1.164 PM 54 11 918 -7.058 -13.014

-12.217 8.203 -4.014 -7.878 1.302 PM -1.123 11 917 -6.771 -10.785

3

2

Financiële uitgangspositie

Bij het opstellen van de Kaderbrief 2025 zijn we gestart met een financiële uitganspositie. Deze financiële uitganspositie is ontstaan uit de Begroting 2024 met wijzigingen en de bijstelling van de algemene uitkering op basis van de Decembercirculaire 2023 (de laatst gepubliceerde circulaire). Daarnaast hebben we een eerste inschatting gemaakt van de effecten van de Voorjaarnota 2024 van het Rijk, waarvan we de definitieve uitwerking in de Meicirculaire 2024 verwachten. De uitgangspositie betreft het structurele saldo dat is geschoond van de incidentele baten en lasten, aangezien de Gemeentewet (en daarmee de PZH als toezichthouder van de gemeente) een structureel sluitende begroting vraagt. Het meerjarenbeeld bij de start van de Kaderbrief 2025 is als volgt:

Financiële uitgangspositie Structureel begrotingssaldo na Slotwijziging 2023 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. decembercirculaire 2023 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. prijspeil 2025 Bijstelling algemene uitkering o.b.v. nieuwe maatstaf inwoners Bijstelling algemene uitkering: 1e inschatting Voorjaarsnota 2024 Beginstand begrotingssaldo 2025-2028

2025 -1.098 44 4.066 21 -1.919 1.114

2026 -11.016 76 4.078 -288 1.925 -5.225

Bedragen x € 1.000 2027 2028 -11.448 -12.217 109 1.709 4.190 4.187 -785 331 1.978 1.977 -5.956 -4.014

De jaren 2025-2028 starten we, na de Begroting 2024 tezamen met de structurele effecten van de Slotwijziging 2023, met een tekort van € 1,1 mln. negatief in 2025. Dit tekort loopt op tot € 12,2 mln. in 2028. Hiermee hebben we voor 2025 geanticipeerd op extra compensatie, voor onder andere inflatie, vanuit het Rijk. Deze compensatie zien we terug bij de bijstelling van de Algemene Uitkering o.b.v. de Decembercirculaire 2023 met het prijspeil 2025. De aanpassing naar het prijspeil 2025 levert een plus op van ca. € 4,1 mln. per jaar. Per saldo betekent dit een positieve bijstelling van de algemene uitkering en daarmee een dekking van het tekort. Echter, daar staan aan de lastenkant ook aanvullende loon- en prijsstijgingen tegenover, die op dit moment op basis van de nu bekende informatie ook dit jaar niet volledig door de Algemene Uitkering gedekt worden. Daarnaast is de Algemene Uitkering bijgesteld o.b.v. de meest recente maatstaven. De aangepaste maatstaven leveren, met name door de lagere stijging van inwoneraantallen (zie hiervoor 1.2 in T24.02625), een negatieve bijstelling op van ca. € 0,3 mln. in 2026 en ca. € 0,7 mln. in 2027. In 2028 leveren de nieuwe maatstaven een beperkte positieve bijstelling op van € 0,3 mln. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat eerder 2027 was doorgekopieerd.

In deze Kaderbrief zijn de eerste inschattingen van de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk verwerkt. Uit deze Voorjaarsnota hebben twee elementen een significante impact, namelijk de verschuiving van de bbp-systematiek en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. De verdere impact wordt pas duidelijk bij de Meicirculaire. In de Voorjaarsnota 2023 kondigde het Rijk aan het gemeentefonds voortaan via de ‘bbpsystematiek’ te indexeren. Hiermee wordt per 2027 de bekende ‘trap-op trap-af’ systematiek losgelaten. In de Voorjaarsnota 2024 wordt de nieuwe bbp-systematiek versneld ingevoerd. Hierdoor dalen de accressen voor de jaren 2024 en 2025. Voor 2024 en voor 2026 en verder wordt dit volledig gecompenseerd, maar voor 2025 slechts ten dele, leidend tot een fors tekort van € 675 miljoen in 2025. Het effect op onze gemeente wordt geschat op -/- € 1,9 miljoen in 2025.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

4

Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met de zogenaamde opschalingskorting, een korting die oploopt tot € 975 miljoen. Sinds 2019 is de stand van € 300 miljoen bereikt en bevroren. In de Voorjaarsnota 2024 wordt nu besloten de verdere oploop van € 675 miljoen te schrappen. Daarmee blijft de opschalingskorting op € 300 miljoen staan. Voor Lansingerland levert dit € 1,9 miljoen structureel op voor 2026 en verder.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

5

3

Algemene uitkering

De Algemene Uitkering (AU) in de Begroting 2024 – 2027 werd gebaseerd op de Meicirculaire 2023, die door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt gepubliceerd. Via de amendementen bij de begrotingsbehandeling is dit bijgesteld met de gepubliceerde Septembercirculaire 2023. Bij het opstellen van deze Kaderbrief 2025, is de Meicirculaire 2024 echter nog niet gepubliceerd. Dit betekent dat er bij deze Kaderbrief nog niet bekend is wat de effecten van Meicirculaire 2024 voor onze gemeente zullen zijn. Het Rijk heeft wel reeds de Voorjaarsnota 2024 gepubliceerd, waarvoor een eerste inschatting van de effecten is gemaakt in deze Kaderbrief. De doorrekening van de Meicirculaire, waarin deze effecten definitief worden genomen, wordt verwerkt in een raadsinformatiebrief, die we voor de behandeling van de Kaderbrief 2025 aan de Raad zullen verstrekken. Op die manier kunt u zich toch een completer (en minder onzeker) beeld vormen van de financiële uitgangspositie voor de Begroting 2025-2028.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

6

4

Autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten

Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen in 2025 en latere jaren waarvan nagenoeg zeker is dat die op ons afkomen. Wij kunnen als gemeente niet of maar beperkt invloed uitoefenen op deze ontwikkelingen. Het gaat hierbij met name om indexaties, bijstellingen binnen het sociaal domein en reeds vastgesteld beleid.

Autonome ontwikkelingen 4.1.1. Indexaties (excl. GRJR; incl. verdeelsleutel RR) 4.1.2. GRJR 4.2. Stelpost ontwikkeling CAO 2025 4.3.1. Bijstelling Participatie 4.3.2. Bijstelling GGD 4.3.3. Bijstelling Jeugd lokaal 4.3.4. Bijstelling WMO 4.4. Bijstelling budgetten bestaande taken 4.4.1. Bijstelling budget Wet Garantiebanen 4.4.2. Bijstelling budget WGA-risicodrager 4.4.3. Bijstelling budget onderwijs 4.4.4. Bijstelling budget Optisport 4.4.5. Bijstelling budgetten informatievoorziening 4.4.6. Bijstelling budget asielopvang 4.5. Nieuwe wettelijke taken 4.6. Bijstelling dividend nutsbedrijven Totaal

4.1

2025 -2.125 -1.903 -2.560 -95 63 -2.349 -377 -298 -150 -105 -237 -101 -190 -222 -148 1.187 -9.608

2026 -2.000 -1.903 -2.560 93 63 -2.325 -362 -478 -150 -110 -237 -101 -190 -222 -148 1.453 -9.177

Bedragen x € 1.000 2028 2027 -1.872 -1.861 -1.903 -1.903 -2.560 -2.560 -161 -163 63 63 -2.445 -2.385 -646 -246 -368 -710 -150 -150 -122 -116 -237 -237 -101 -101 -190 -190 -222 -222 -188 -148 3.223 1.723 -7.878 -9.205

Indexaties

Ieder jaar indexeren we onze budgetten. De indexatie heeft zowel betrekking op onze eigen (materiële) budgetten, alsook de bijdragen aan verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Indexatie materiële budgetten (4%) Met het oog op verantwoord financieel beleid en systematiek indexeren we jaarlijks de aan inflatie gerelateerde materiële budgetten. Wij achten het van belang om bij het opstellen van de Begroting 2025 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. De indexatie is van toepassing op tal van budgetten in de gemeente zoals uitbesteed werk, onderhoud, uitvoeringsbudgetten, accountantskosten, onderzoek en advies, maar bijvoorbeeld ook gas en elektriciteit en overige budgetten. Er is gerekend met één vast indexpercentage (4%). Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen/budgetten. Het percentage is gebaseerd op de Septembercirculaire 2023 van het Rijk. In het gemeentefonds volgt door middel van het accres, compensatie voor de indexatie van de materiële budgetten. Richting de begroting kan zowel de indexatie als het accres nog behoorlijk wijzigingen als gevolg van de Meicirculaire 2024. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn.

Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2024 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2025-2028 hierop bijstellen. Indexatie Wmo en Jeugd (voor zover lokaal ingekocht) (2,8%-5%) Ook de budgetten van het sociaal domein worden jaarlijks geïndexeerd. Het gaat onder andere om Hulp bij het huishouden, Dagbesteding, Mantelzorg, Collectief vervoer (allen Wmo) en Jeugd met

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

7

een beperking, Basis GGZ en Ernstige enkelvoudige dyslexie (allen Jeugd). Om onze wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is het van belang om deze budgetten jaarlijks te indexeren. Dit is bovendien conform de contractafspraken die wij met onze zorgaanbieders hebben. Er zijn overigens signalen dat er individuele aanbieders stoppen met de dienstverlening binnen de huidige contracten en aanzienlijk hogere indexaties rekenen, wat erop duidt dat de toegepaste indexatie mogelijk nog aan de lage kant is. Indexatie verbonden partijen (6,8%) De budgetten van de verbonden partijen worden geïndexeerd met een vastgesteld indexpercentage voor het komende begrotingsjaar 2025. In opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond en Goeree-Overflakkee berekent een financiële werkgroep jaarlijks het indexpercentage voor gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Hiermee kunnen GR’en de door de deelnemende gemeenten te leveren bijdragen verhogen in verband met loon- en prijsstijgingen waar deze GR’en zich mee geconfronteerd zien. Het gaat om de verbonden partijen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), DCMR en GGD. De GR Recreatieschap Rottemeren conformeert zich ook aan deze indexatie. Voor 2024 is het percentage berekend op 6,8%.

Dit percentage bestaat uit CPI, loonindexatie en een eventuele bijstelling (naar boven óf beneden) op het afgegeven indexpercentage van de afgelopen 3 jaar. De ophoging van het budget voor de GRJR bestaat uit zowel een component voor prijsstijgingen als een component voor volumestijging (zie ook 4.3.3). De bijstelling van de deelnemersbijdrage voor het Recreatieschap Rottemeren bestaat ook uit twee componenten, namelijk enerzijds de indexatie en anderzijds de nieuwe verdeelsleutel (zie ook BR2400006). Indexatie raamcontracten Openbare Ruimte (7,2%) In diverse raamcontracten, zoals op het gebied van Openbare Ruimte, liggen al indexatiecijfers vast. Zo wordt voor Openbare Ruimte gerekend met de indexatiecijfers van het CBS/GWW per 1 januari. Hiervoor is de indexatie over 2025 toegepast. Indexatie subsidies (5%) Tot slot indexeren we de subsidies. Bijdragen aan gesubsidieerde instellingen zijn een aparte categorie en hebben betrekking op de hoofddoelen Samenleving, Jeugd, Volwassenen en Ouderen. De geïndexeerde budgetten vallen niet onder de indexatie van de materiële budgetten, verbonden partijen, of Wmo en Jeugd lokaal. Het gehanteerde percentage is 5%.

4.2

Stelpost Ontwikkeling CAO 2025

Zoals we in paragraaf 1.3.2. van T24.02625 aangeven, hanteren we voor 2025 een Cao-stijging van 5,3%. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties realistisch zijn. Mocht de indexatie ten tijde van de Meicirculaire 2024 anders uitvallen, dan zullen we de Begroting 2025-2028 hierop bijstellen. Overigens is er gerekend met een 5,3% indexatie van de loonkosten over heel 2025. Aangezien de huidige Cao afloopt op 31 maart 2025 en een nieuwe Cao naar verwachting daarom pas ingaat op 1 april 2025, houdt dat in dat per 1 april 2025 de loonkosten stijgen met 7,1%. De 5,3% kostenstijging die conform de aanname berekend is over het gehele jaar, wordt namelijk gerealiseerd in negen maanden (april t/m december).

4.3

Sociaal Domein

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

8

In 2023 heeft de gemeenteraad de Samenlevingsvisie vastgesteld. Deze visie is ons kompas en afwegingskader voor beleid en uitvoering in het domein samenleving. Momenteel werken we eraan om de visie uit te werken naar ambities en uitvoering. Onze gemeente groeit in de komende jaren verder en ook onze demografische samenstelling verandert. Het aantal 65-plussers in onze gemeente groeit sterk, maar ook wonen er steeds meer jongeren in onze gemeente. Daarnaast zijn in toenemende mate nieuwkomers in Lansingerland gehuisvest, denk aan de ontheemde Oekraïners, statushouders en asielzoekers. Deze ontwikkelingen zullen invloed hebben op het aanbod en gebruik van gemeentelijke voorzieningen. 4.3.1

Bijstelling Participatie

Het BUIG-budget is bijgesteld naar de laatst bekende beschikking. De bijstelling van het budget leidt vooralsnog tot een positief effect. Eind september 2024 volgt de definitieve beschikking. Te zijner tijd zal daarom een nieuwe (definitieve) bijstelling van de BUIG plaatsvinden. In 2024 is een wijziging van de Participatiewet voorzien, namelijk Participatie in balans met als doel om de menselijke maat meer terug te brengen. De consequenties van deze wetswijziging zijn nog niet bekend. Voor 2025 verwachten we een stijging in de kosten voor Participatie op bijstandsverlening, inkomensondersteuning en individuele bijzondere bijstand, onder andere door prijsstijgingen. 4.3.2

Bijstelling GGD

Er is voor de GGD een nieuwe meerjarenbegroting 2025-2028 opgesteld. De deelnemersbijdrage van de gemeenten is geïndexeerd met het indexcijfer dat is vastgesteld door de Kring van Gemeentesecretarissen. De bijdrage is vastgesteld op € 9,01 per inwoners. Ondanks deze indexatie is gebleken dat de bijdrage in Begroting 2024 voor 2025 en verder te hoog was geraamd. Per saldo leidt dit tot een positieve bijstelling. 4.3.3

Bijstelling Jeugd

Beweging in de jeugdhulp We stellen onze begroting voor jeugd bij. Zowel de uitgaven voor de specialistische hulp stijgen, als de uitgaven aan kinderen die van het lokaal ingekochte jeugdhulpaanbod gebruik maken. In de regionaal ingekochte hulp is een stijgende trend in de uitgaven, die voornamelijk te verklaren is door hoge indexaties, een stijging van de kostprijs en hoge kosten indien er geen passende plek is voor zware problematiek en de inzet van één-op-één begeleiding nodig is. De uitgaven in de lokaal ingekochte jeugdhulp stijgen onder andere door een verschuiving van jeugdigen die nu lokaal hulp krijgen in plaats van bij een regionale aanbieder. Taakstelling op jeugdhulp In 2024 werken we toe naar het realiseren van een taakstelling op specialistische jeugdhulp. In het maatregelenpakket ligt de focus op maatregelen rondom de instroom. Een belangrijke inzet is de verschuiving van regionaal ingekochte zorg (GRJR) naar lokale zorg. De sterke stijging in 2022 van het aantal kinderen dat specialistische ambulante jeugdhulp gebruikt, lijkt vooralsnog niet door te zetten in 2024. In het eerste kwartaal van 2024 398 jeugdigen ten opzichte van 509 jeugdigen een jaar eerder. We zien dat meer kinderen in het lokale aanbod geholpen worden met licht specialistische hulp: een toename van 41 jeugdigen in het eerste kwartaal van 2023 naar 298 in het eerste kwartaal van 2024.

We beginnen hier de gewenste verschuiving van kosten te zien: een daling van de uitgaven aan regionale hulp en meer uitgaven aan lokale hulp. De kosten van een hulptraject zijn per jeugdige lager in het lokaal ingekochte aanbod. Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

9

Aantal jeugdigen met hulp Specialistische ambulante hulp (regionaal) Licht specialistische hulp (lokaal)

Kwartaal 1 2023 509 41

Kwartaal 1 2024 398 298

Bij jeugdhulp met verblijf voor zwaardere problematiek is de instroom moeilijk te beïnvloeden. Jeugdigen die deze zorg nodig hebben moeten het wel krijgen. Als nieuwe maatregel is ingevoerd dat we bijvoorbeeld soms kortere beschikkingen afgeven voor deze hulpvorm. Dit dwingt de jeugdhulpaanbieder en de jeugdige om tussentijds de zorg te evalueren. Ook kijken we kritischer mee op de samenstelling van een hulparrangement en de prijs. Op dezelfde manier willen we ook meer grip krijgen op de inzet van zeer hoog-specialistische landelijke ingekochte hulp. Maatregelen en landelijke hervormingen De gemeenten die onderdeel uitmaken van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond voeren in 2024 kostenbesparende maatregelen in. Dit om de trend van steeds stijgende uitgaven te keren. De maatregelen die regionaal worden ontwikkeld zullen in 2025 een bescheiden financieel effect hebben. Deze is in de regionale GRJR-begroting meegenomen. In de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 zijn kostenbesparingen afgesproken tussen rijk en gemeenten. De taakstelling en de regionale maatregelen dragen hieraan bij. Verdere maatregelen, waaronder de inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet, worden de komende jaren uitgewerkt door het rijk en gemeenten. 4.3.4

Bijstelling Wmo

In de memo Realistisch Begroten Sociaal Domein zijn ook de budgetten voor Wmo geïndexeerd en bijgesteld. Het kabinet heeft aangekondigd aanpassingen te gaan doen in het abonnementstarief, bijvoorbeeld door herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage, om de grip op groei uitgaven te vergroten. Deze gewijzigde eigen bijdrage systematiek zal naar verwachting op zijn vroegst 1 januari 2026 in gaan. Qua inschatting groei van cliëntenaantallen houden we nog geen rekening met de voorgestelde wetswijziging.

4.4

Bijstelling budgetten bestaande taken

In een aantal gevallen is er een bijstelling nodig van het budget voor bestaande taken ten opzichte van het reeds beschikbare budget, of worden recent genomen besluiten in deze Kaderbrief financieel verwerkt. Denk hierbij aan het elimineren van lucht uit de begroting, het ophogen van het budget voor accountantsdiensten, het bijstellen van de softwarekosten als gevolg van het gewijzigde aantal medewerkers, hogere inhuurkosten door het niet in kunnen vullen van vacatures, het bijstellen van het budget voor raadsleden en het bijstellen van budgetten voor EHBO-trainingen. 4.4.1

Bijstelling budget Wet Garantiebanen

Uit een analyse van de kosten voor de Wet Garantiebanen dat er eerder gerekend is met verouderde gegevens. Een nieuwe doorrekening met het huidige prijspeil en het huidige (wettelijke) quotum levert een aanvullende budgetbehoefte op van € 150.000. 4.4.2

Bijstelling budget WGA-risicodrager

De premie die we als gemeente betalen voor de WGA-risicodrager is gebaseerd op een percentage van de loonsom van de gemeente, aangevuld met een kortingspercentage. Zowel het percentage als

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

10

de loonsom van de gemeente zijn gestegen en het kortingspercentage is juist gedaald. Dit gecombineerd resulteert in een structurele stijging van de kosten.

4.4.3

Bijstelling budget onderwijs

De bijstelling van dit budget heeft met name te maken met de stijging van de te betalen OZB voor het voortgezet onderwijs als gevolg van stijging van de WOZ-waarde. 4.4.4

Bijstelling budget Optisport

De budgetten voor Optisport zijn bijgesteld op basis van de begroting van Optisport. Dit betreft onder andere hogere kosten voor water en een verlaging van de huuropbrengsten als gevolg van lagere tarieven voor verenigingen in de nieuwe tarievennota Sport. 4.4.5

Bijstelling budgetten informatievoorziening

Team I&D is eind 2023 opgesplitst in team IP&A en I&I, waardoor de kosten voor informatiebeheer duidelijker zijn geworden. We verlagen daarom het incidentele budget voor kluisarchivering (zie 11.b.) en vragen structureel budget aan voor verbetering van intern datamanagement, actueel houden van procesbeschrijvingen en licenties voor applicatie- en informatiebeheer. De ontwikkelingen op ICT-gebied gaan snel. De vragen vanuit de organisatie en daarbuiten op dit vlak dus ook. In het verleden vroeg het college daarom ook structureel aanvullend budget aan voor ICT en informatiebeheer. Destijds is gekozen voor het minimale scenario. We merken dat dit scenario nu ontoereikend blijkt. De huidige infrastructuur en technologie moeten worden aangepast aan toekomstige ontwikkelingen zoals AI, cloud-based systemen en digitale innovaties zoals voorgesteld door de EU en Common Ground beweging van de VNG. Er is behoefte aan ‘digitale duurzaamheid’, van ad-hoc naar gestructureerd en op basis van een visie/stip op de horizon. 4.4.6

Bijstelling budget asielopvang

In juni 2023 is er een raadsvoorstel vastgesteld met betrekking tot de noodopvang van asielzoekers (BR2300027). Op Wilderszijde wordt er asielopvang voor 200 asielzoekers gerealiseerd. Voor de structurele uitvoering van asielopvang is beleidscapaciteit nodig.

4.5

Nieuwe wettelijke taken

Vanuit het Rijk komen er regelmatig nieuwe wettelijke taken of nieuwe wetgeving op ons af, die invloed heeft op ons takenpakket als gemeente. Om feitelijk zicht te krijgen op de formatie en werkzaamheden ten aanzien van de Wpg, AVG, toenemende eisen aan informatieveiligheid die in 2024 neergelegd worden in NIS2, de rechtmatigheidsverantwoording en ook politieke vragen over het gebruik van algoritmes in onze processen is een inhoudelijk gedreven en toekomstgerichte benchmark uitgevoerd. Vraagstelling in het onderzoek was of formatie en werkzaamheden in de context van de ambities (de na te streven ambities in het strategisch informatieveiligheidsbeleid en het privacybeleid) en de wettelijke eisen die voortkomen uit de AVG, de Wpg, de nog te implementeren NIS2 en de Rechtmatigheidsverantwoording met elkaar overeenstemmen. Met andere woorden, of de basis voldoende op orde is. Vanuit onze regionale contacten weten we dat onze organisatie bovenstaande werkzaamheden altijd scherp en ambitieus heeft geformuleerd in termen van benodigde capaciteit (de capaciteit bij andere gemeente is groter). Nu er steeds nieuwe eisen bij komen vanuit de wetgever knelt dit teveel. Daarom is in deze Kaderbrief rekening gehouden met benodigde toename van budget voor deze wettelijke taken. Daarnaast zullen we als gemeente tijdens de verkiezingen aan de slag gaan met een nieuwe telmethodiek, namelijk VOX.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

11

4.6

Dividend nutsbedrijven

Als aandeelhouder in Stedin en de BNG ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. Gezien de huidige prognoses, is het te verwachten dividend voor de komende jaren structureel naar boven bijgesteld op basis van het laatste bekende gerealiseerde dividend.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

12

5

Actualisatie OZB, leges en heffingen

In de Kaderbrief 2025 hebben we niet alleen gekeken naar de lasten, maar ook naar de baten. De OZB-opbrengsten vormen daarin een belangrijk onderdeel. Bij de OZB spelen een aantal factoren een rol, namelijk de WOZ-waardes, de areaaluitbreiding, de inflatiecorrectie en de eventuele tariefsaanpassingen. In de Kaderbrief 2025 hebben wij een aanpassing gedaan voor de inflatie. We hebben ook hier de indexatie van 4% uit de Septembercirculaire 2023 van het Rijk toegepast. Het SVHW levert ons tweemaal per jaar een rapportage aan met een raming van de grondslagen voor onze lokale heffingen, deze ontvangen wij in juni en september. De OZB-raming in de Kaderbrief 2025 is bijgewerkt met de grondslagen uit de raming van september 2023. Voor de Begroting 2025 dient onze OZB-raming nog te worden herijkt op basis van de SVHW-rapportage van juni 2024. Daarnaast is de OZB voor niet-woningen net als bij Begroting 2024 verhoogd naar het landelijk gemiddelde tarief van 2024. Ervaring over afgelopen jaren heeft geleerd dat de derving voor OZB niet-woningen in lijn lag met de dervingspercentages van pre-coronajaren, namelijk 3%. In de Kaderbrief 2025 gaan we dan ook weer uit van 3%. Voor de overige leges en heffingen worden de opbrengsten nog geactualiseerd. Wel is er gebleken dat een groter aandeel van de SVHW-deelnemersbijdrage toegerekend kan worden aan de afvalstoffen.

Deze mutatie is reeds verwerkt.

OZB, leges en heffingen Actualisatie OZB Actualisatie overige leges en heffingen Totaal

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

2025 806 97 903

Bedragen x € 1.000 2026 2027 2028 937 1.069 1.203 90 95 99 1.027 1.164 1.302

13

6

Capaciteit

We hanteren het principe ‘capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak’. De benodigde capaciteit (formatie en inhuur samen) is afhankelijk van de hoeveelheid werk. Door toename van onder andere het geprognosticeerde aantal inwoners van 65.579 op 1/1/2024 naar 71.800 in 1/1/2028 (bijv. door de geplande op te leveren woningen op Wilderszijde), de groei van het aantal jongeren van 16.052 naar 16.800, de uitbreiding van het areaal met ca. 2,5% per jaar, het aantal Wmo-gebruikers dat oploopt naar ca. 3.800 in 2028, de toenemende zorgcasuïstiek en de mogelijke uitbreiding van het aantal raadsleden in 2028, voorzien wij een groeiende capaciteitsbehoefte over de jaren. Hieronder volgt een overzicht van de groeifactoren per programma.

Programma

Overhead

Programma 1

Programma 2 Programma 3

Programma 4 Programma 5

Programma 6 Programma 7

Capaciteitsmutatie (x € 1.000) Indicatoren 2025 Aantal teams, aantal inwoners, aantal raadsleden, aantal medewerkers (in dienst en inhuur), aantal WOO-verzoeken, aantal bezwaren, toenemende complexiteit 995 Aantal inwoners, aantal aanvragen, aantal vragen/contactmomenten, toenemende complexiteit 4 Aantal inwoners, aantal meldingen, aantal handhavingszaken, aantal vergunningaanvragen, toenemende complexiteit 3 toenemende complexiteit -1 Aantal WMO-gebruikers, aantal jeugdhulpdossiers, aantal uitkeringen, toenemende complexiteit -119 Areaaluitbreiding, aantal meldingen, aantal -25 gebouwen, toenemende complexiteit Aantal inwoners, aantal vergunningaanvragen, toenemende 15 complexiteit Aantal inwoners, toenemende complexiteit 0 873

2026

2027

2028

986

947

1.190

-18

-56

120

-26 -1

-61 -1

57 34

-247

-414

-103

-74

-82

96

24 -4 641

34 -9 358

105 14 1.513

Ieder jaar actualiseert de gemeente de personeelsbegroting. De actualisatie betreft onder andere het effect van de huidige Cao-verhoging (CAO 2024), de onregelmatigheidstoeslag en de toeslag voor gladheidsbestrijding. De Cao-verhoging loopt van 1 jan. 2024 t/m 31 maart 2025. De definitieve doorrekening volgt bij de Begroting 2025. Het opleidingsbudget van de gemeente is gekoppeld aan de personeelsbegroting. De vuistregel daarbij is dat we 2% van de personeelsbegroting reserveren voor opleidingsbudget. Hiervan gaat 0,5% naar het centrale opleidingsbudget; de overige 1,5% gaat naar de afzonderlijke teams. Conform uitgangspunt 10 voor de Begroting 2025-2028 (Zie ook 1.10 in T24.02625) stellen we voor om naast de grondexploitaties en de anterieure overeenkomsten, ook overhead door te belasten aan investeringsprojecten. Een voorlopige doorrekening hiervan is meegenomen in de Kaderbrief 2025.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

14

Capaciteit a. CAO 2024 b. Capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak c. Meegroeien centraal opleidingsbudget met p-begroting d. Toerekening overhead aan MIP Totaal

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

2025 -1.145 -873 -92 1.613 -496

2026 -1.120 -641 -86 1.613 -234

Bedragen x € 1.000 2027 2028 -1.120 -1.120 -358 -1.513 -81 -104 1.613 1.613 54 -1.123

15

7

Actualisaties projecten en MJOP

Actualisaties projecten en MJOP a. MIP b. MPG 2024 (uren/overhead/rente) c. AOK's (uren en overhead) d. MJOP Totaal

Bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM 11 11 11 11 11 11 11 11

a. Meerjaren Investeringsplan (MIP) Elk jaar vindt er een actualisatie plaats van het MIP. Gekeken wordt onder andere welke investeringen kunnen worden afgesloten of doorgeschoven, welke nieuwe- technische noodzakelijke- en vervangingsinvesteringen gepland staan en hoe de afschrijven van de afgesloten investeringen en nieuwe investeringen zich verhouden ten opzichte van de huidige begroting. Dit is een technische exercitie waarvan de financiële effecten in het structurele begrotingssaldo worden meegenomen. Momenteel actualiseren we het MIP voor de begroting 2025-2028. b. Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2024 Bij de grondexploitaties worden alle te relateren kosten toegerekend. Het gaat daarbij om het toerekenen van uren, overhead en rente, inclusief de doorwerking van de gebiedsexploitatie Wilderszijde. Momenteel brengen we in beeld wat de effecten van het MPG 2024 zijn op de begroting 2025-2028. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen. Om die reden is er in de regel van het MPG een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige, dekking van de projecten is opgenomen. c. Anterieure overeenkomsten (AOK’s) Ook aan de AOK’s worden uren en overhead toegerekend.

Momenteel brengen we in beeld wat de effecten van de nieuwe AOK-ramingen zijn op de begroting 2025-2028. Net als bij de grondexploitatie neemt over de jaren de dekking vanuit de AOK’s af, omdat de huidige AOK’s aflopen en er dus minder kosten kunnen worden doorbelast. Daarom is in de regel van de AOK’s een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige dekking is opgenomen. d. Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) Eens in de vier jaar wordt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd. De meest recente actualisatie is verwerkt in deze kaderbrief.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

16

8

Overige ontwikkelingen

Overige ontwikkelingen a. Bijstellen stelpost BTW compensatiefonds b. Vrijval stelpost LPO Septembercirculaire c. Financieringsfunctie d. Areaaluitbreiding buitenruimte Totaal

2025 653 877 -800 -60 670

2026 657 764 -800 -60 561

Bedragen x € 1.000 2027 2028 698 697 1.080 1.080 -800 -800 -60 -60 918 917

a. Bijstellen stelpost BTW-compensatiefonds (BCF) Afgelopen jaar is, gezien de financiële opgave waar we voor staan, de dekking van het BCF verhoogd van 50% naar 100%. Gezien het feit dat het BCF kan fluctueren, betekent dit een risico, omdat er dan geen buffer is waarmee tegenvallers in de afrekening van het BCF worden opgevangen. Op basis van de Voorjaarsnota 2024 is de stelpost in deze kaderbrief verhoogd. Mocht dit leiden tot een tegenvaller bij de jaarrekening in enig begrotingsjaar dan komt dit nadeel (incidenteel) ten laste van het rekening resultaat (en daarmee de algemene reserve). b. Vrijval stelpost LPO Septembercirculaire Bij de Begroting 2024 is conform het amendement de Septembercirculaire 2023 verwerkt. Zoals beschreven in de raadsinformatiebrief over die circulaire, steeg de algemene uitkering vanwege aanvullende te verwachten loon- en prijsontwikkelingen (LPO) in 2024. Omdat deze aanvullende indexaties nog niet aan de lastenkant waren opgenomen in de begroting, is er tegenover de aanvullende baten een stelpost opgenomen. Bij deze kaderbrief zijn de CAO 2024 en eventuele andere prijsstijgingen verwerkt op specifieke budgetten. Daarmee kan de stelpost die daarvoor was opgenomen vrijvallen. c. Stelpost Financieringsfunctie Begin 2023 is een grote lening afgelost. Daardoor is het saldo aan liquide middelen (incl.

uitzettingen in de schatkist van het Rijk) sterk gedaald. Gezien de huidige investeringsplannen en het achterblijven van de inkomsten uit de grondexploitaties zijn er in 2024 verschillende kasgeldleningen aangetrokken. Afhankelijk van de investeringsambitie en de cashflow op de grexen, verwachten wij voor 2025 en verder een vergelijkbare financieringsbehoefte. Daarom stellen wij voor om de stelpost financiering op te hogen naar een lening van € 40 mln. met een looptijd van 10 jaar en een rente van 4% (zie uitgangspunt 1.6 in T23.02967). De voorlopige aanname is dat daar ca. 25% van gedekt wordt uit de projecten en dat we daarnaast ca. € 250.000 aan rente ontvangen. d. Areaaluitbreiding buitenruimte De areaaluitbreiding van de buitenruimte bekostigen we vanuit een stelpost. De kosten van areaaluitbreiding hebben o.a. betrekking op groenpercelen, verlichting, wegen, straatreiniging, kunstwerken en oppervlaktewater. De reeds opgenomen stelpost is onvoldoende voor de geplande areaaluitbreiding en wordt daarom bijgesteld.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

17

9

Incidentele claims

Naast de structurele posten in de Kaderbrief zijn er ook incidentele claims. De reserves bieden voldoende ruimte voor het dekken van noodzakelijke incidentele claims. In onderstaand overzicht staan de incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die uit de reserves te dekken:

Incidentele claims a. E-mailarchivering b. Vrijval kluisarchivering (via Alg. Reserve) c. Basis op orde WPB, AVG en NIS2 d. Dotatie voorziening nieuwe RVU-regeling e. Incidentele capaciteitsuitbreiding IP&A f. Kwartiermaker digitale duurzaamheid g. Omgevingswet bouwstenen 2 t/m 8 h. WMEBV i. Opgavemanager nieuwkomers j. Incidentele inzet t.b.v. jeugdhulp Totaal incidentele claims

Bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 PM PM PM PM 0 0 0 0 -396 -196 -96 0 PM PM PM PM -280 -176 0 0 -200 -200 0 0 -358 -792 -396 -1.188 -100 0 0 0 -125 -125 -125 0 -374 0 0 0 -1.833 -1.489 -617 -1.188

a. E-mailarchivering Met ingang van 1 januari 2024 organiseert gemeente Lansingerland haar e-mail op een ander manier. Op grond van de Archiefwet 1995, Selectielijst 2020 en de Wet Open Overheid heeft de gemeente een zorgen beheerplicht ten aanzien van mail. Deze wetten beogen inwoners en medewerkers te voorzien van complete en transparante informatie. Een juiste registratie en bewaring van informatie is hierin cruciaal. Gevolgen van een juiste registratie zijn evident: informatie wordt gearchiveerd in de juiste omgeving, is toegankelijk en wordt op tijd vernietigd. Voor het inrichten van automatische e-mailarchivering is incidenteel budget nodig. b. Vrijval kluisarchivering Team I&D is eind 2023 opgesplitst in team IP&A en I&I, waardoor de kosten voor informatiebeheer duidelijker zijn geworden. We verlagen daarom het incidentele budget voor kluisarchivering. De dekking van deze post loopt via de Algemene Reserve en de vrijval dus ook. Daarmee is deze mutatie budgettair neutraal. We vragen daarnaast structureel budget aan (zie ook 4.4.5.). c. Basis op orde WPB, AVG en NIS2 Om de organisatie in te richten voor de nieuwe wet- en regelgeving zijn er incidentele middelen nodig voor o.a. een kwartiermaker NIS2. Zie voor verder toelichting 4.5. d.

Dotatie voorziening nieuwe RVU-regeling Op dit moment wordt er onderzocht hoe hoog de benodigde dotatie is voor de voorziening van de nieuwe Regeling Vervroegd Uittreden (conform CAO 2024). e. Incidentele capaciteitsuitbreiding IP&A Voor het draaiend houden van de huidige infrastructuur is meer capaciteit nodig, Voorheen huurden we deze in, maar door strenger budgetteren is dit niet langer haalbaar. We willen deze inhuur daarom omzetten naar tijdelijke formatie voor 2-3 jaar, omdat dit goedkoper is dan inhuren. Daarnaast werven we vooruitlopend op pensionering van een collega alvast een collega die de taken in de toekomst kan overnemen. Zo zorgen we voor goede overgang en continuïteit van kennis.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

18

f. Kwartiermaker digitale duurzaamheid Om de benodigde toekomstige digitale infrastructuur te plannen, inclusief visie, uitvoeringsplan en voorbereiding van besluitvorming, stellen we voor een senior ICT-architect en informatievoorzieningsexpert in te huren. Deze functie was eerder aangevraagd maar niet toegekend, wat heeft geleid tot achterstand in digitalisering, resulterend in systeemuitval, gebrek aan integraal plan en gemiste kansen. g. Omgevingswet bouwstenen 2 t/m 8 Op 23 december 2021 heeft de raad het plan van aanpak (T21.06290) voor het opstellen van het omgevingsplan vastgesteld. In het plan van aanpak staat hoe het omgevingsplan in de zogenaamde transitiefase wordt opgebouwd. Het omgevingsplan bevat algemene regels die de gemeente stelt over de fysieke leefomgeving. Het is één plan dat geldt voor het hele grondgebied van de gemeente. Het vaststellen van (delen van) het omgevingsplan is de bevoegdheid van de raad. Het omgevingsplan is juridisch bindend voor zowel de overheid, bedrijven als burgers. Juridisch gezien is het omgevingsplan de rechtsopvolger van het bestemmingsplan. De gemeente heeft tot en met 2031 om het omgevingsplan op te bouwen. De opbouw vindt plaats via zogenaamde bouwstenen. Het doel is dat met de vaststelling van deze bouwstenen tegelijkertijd de bestemmingsplannen worden ingetrokken, om te voorkomen dat er twee regimes tegelijk gelden.

In de raadsbrief van 29 juni 2023 (U23.02313) is de stand van zaken van het omgevingsplan gedeeld. Voor bouwstenen 2 t/m 8 zijn er incidentele budgetten nodig. h. Wet Modernisering Elektronische Bestuurlijk Verkeer (WMEBV) Op 1 januari 2025 treedt de Wet Modernisering Elektronische Bestuurlijk Verkeer (WMEBV) in werking. Om deze wet goed te implementeren wordt een externe projectleider ingehuurd. i. Opgavemanager nieuwkomers Lansingerland werkt aan de huisvesting van statushouders, asielzoekers en ontheemde Oekraïners, ook wel de opgave nieuwkomers genoemd. Lansingerland heeft een taakstelling om 200 statushouders te huisvesten, 446 asielzoekers en 300 ontheemde Oekraïners op te vangen. Naast deze doelgroepen hebben we ook huisvestingsvraagstukken voor arbeidsmigranten en ander urgent woningzoekende, zoals jongeren. Vanwege de raakvlakken tussen deze taken en vanwege de verdeling van schaarse ruimte en middelen, is het belangrijk om een totaaloverzicht te hebben op deze vraagstukken en vanuit het totaaloverzicht te sturen op de richting, inrichting en uitvoering van deze taken. Daarom is voor de komende jaren een opgavemanager nodig. j. Incidentele inzet t.b.v. jeugdhulp Om de kosten van de Jeugdhulp structureel om te buigen is extra capaciteit nodig.

De capaciteit wordt ingezet om middels een consultatie- en adviesrol vanuit het uitvoerend team het aantal verwijzingen naar de gespecialiseerde jeugdhulp door huisartsen terug te dringen. Daarnaast wordt casuïstiek van huisartsen overgenomen indien de jeugdige in het jeugdhulpsysteem dreigt vast te lopen, de huisarts vermoedt dat er dagbehandeling of dagbesteding nodig is of er systemische hulp nodig is. Het beheersbaar houden van de wachttijd voor inwoners vraagt extra capaciteit zolang de kaders van de jeugdwet en ons beleid niet zijn aangescherpt en de brede maatschappelijke discussie over ‘normalisatie’ niet is gevoerd (resulteert in meer aanvragen/her-indicaties Jeugdwet). Een korte wachttijd voorkomt escalatie van problematiek. De casusregiefunctie zetten we in om meer grip te krijgen op o.a. de instroom op opname (verblijf) door eerder betrokken te raken bij complexere casuïstiek en waar mogelijk in te zetten op intensievere ambulante zorgproducten. Dit vraagt nauwe(re) samenwerking met zorgaanbieders, verwijzers en gezinnen.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

19

Deze inzet kan niet met de reguliere formatie worden gerealiseerd daar het uitvoerende team Jeugd bij meer individuele casuïstiek wordt betrokken.

Toelichting financiële mutaties Kaderbrief 2025 (T24.02624)

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f00b4a84-4241-404b-afdf-32b862541b20