[T24.00996] Beantwoording technische vragen
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Cie Samenleving
Steller van de vraag en partij: De heer B. Wezenberg (VVD) Datum:
22 februari 2024
Onderwerp:
Beantwoording aanvullende technische vragen n.a.v. behandeling Beheerplan Gebouwen 2024-2031
Aanleiding: De heer Wezenberg heeft tijdens behandeling van het beheerplan Gebouwen technische vragen gesteld die schriftelijk zijn beantwoord. Hieruit volgde aanvullende vragen. Op verzoek zijn deze besproken in een ambtelijk overleg. Ter voorbereiding aan dit overleg zijn de vragen schriftelijk uitgewerkt, om te dienen als leidraad tijdens het gesprek. Vanuit de heer Wezenberg, ondersteund door griffiemedewerker, is verzocht deze aanvullende technische vragen toe te voegen aan de 1 e set van vragen behorende bij Beheerplan Gebouwen 2024-2031. Vraag: Als eerder aangegeven in het plan van 2017-2024 en in het plan 2024-2031 staat bij respectievelijk paragraaf 6.1 en 7,1 dezelfde tekst als toelichting op de tabel echter met verschillende bedragen. In mijn optiek is dit niet juist. Antwoord: Wij begrijpen de verwarring omdat er met dit plan gewerkt is met dezelfde lay-out als in 2017 maar op onderdelen is het andere tekst en heeft het hiermee ook een andere uitleg. In de versie van het plan welke bij de commissiestukken zat, was de tekst inderdaad hetzelfde. Dit terwijl in het plan 2024 de alinea 7.1 een andere uitleg heeft als dat wat bij 6.1 in de versie 2017 het geval was. In de bijlage voor de raadsvergadering van 29 februari is de tekst hierop aangepast.
De beschrijving gaat over de jaarlijks cyclisch onderhoud waarvan de kosten rechtstreeks op de exploitatiebegroting drukken. Dit zijn de cijfers in de groene tabel. De cijfers in de rood-witte tabel hebben wel betrekking op het groot onderhoud en geven overzicht van dotatie en onttrekking aan de reserve GO Gebouwen. Vraag: In 2017 werd er een prognose gemaakt waarbij de reserve zou uitkomen op 0. Echter komt de reserve uit op circa 1.3 mln. Dit betekent dus dat er aanzienlijk minder is uitgegeven dan indertijd geprognotiseerd. In beantwoording van deze week wordt dit onder andere toegeschreven aan Corona. De onderhoudscontracten hebben indertijd gewoon doorgelopen. Graag ontvang ik een overzicht van het verloop van uitgaven (onttrekking) van 2017-2023.
Ons kenmerk
T24.00996
1/3
Antwoord: De onderhoudscontracten zijn inderdaad gewoon doorgelopen, ook in de corona-jaren. Zoals ook bij 1 genoemd valt deze vorm van onderhoud niet onder het groot onderhoud welke qua kosten onttrokken worden aan de reserve. Het contractonderhoud wordt betaald uit de exploitatie. In onderstaand overzicht is het geheel van dotatie en onttrekkingen over de periode 2017- 2013 te zien. Wat opvalt is dat het lijkt dat in 2020, in tegenstelling tot het beantwoorde in de raadsinformatiebrief, juist heel veel gedaan is aan groot onderhoud. Dit is niet het geval. In 2020 is veel gedaan aan verduurzamingsmaatregelen. Op alle gemeentelijke panden waar dit technisch mogelijk was zijn zonnepanelen aangebracht, is er 1 pand gasloos gemaakt en weer een ander pand voorzien van infraroodverwarmingspanelen. Ook zijn panden beter geïsoleerd et cetera. Om dit in 2020 mogelijk te maken, is er in 2019 een grote dotatie geweest aan de reserve om dit mogelijk te maken.
Mutaties reserve GO gemeentelijke gebouwen
Jaarlaag Stand per 1-1 Onttrekkingen Dotaties Stand per 31-12 2017 € 1.732.326 € 349.427 € 491.000 € 1.873.899 2018 € 1.873.899 € 442.009 € 473.166 € 1.905.056 2019 € 1.905.056 € 434.294 € 2.305.904 € 3.776.666 2020 € 3.776.666 € 1.411.180 € 507.451 € 2.872.937 2021 € 2.872.937 € 756.181 € 492.897 € 2.609.653 2022 € 2.609.653 € 646.549 € 472.324 € 2.435.428 2023 € 2.435.428 € 1.603.573 € 454.988 € 1.286.843 € 5.643.213 € 5.197.730
* betreft de begrote onttrekking, de definitieve onttrekking is nog niet bekent
Nadere toelichting: De werkelijke bedragen van dotatie en onttrekking komen niet 1-op-1 overéén met de weergave in het beheerplan 2017-2024 van auteur Royal HaskoningDHV. In plannen zoals deze wordt gewerkt met prognoses en kengetallen qua vervangingen. Maar in gebouwonderhoud is de mens gelukkig nog steeds onmisbaar. Hoewel het kengetal kan aangeven dat een dak vervangen moet worden, kan de werkelijkheid anders zijn. Als het dak nog niet goede staat is, kan dit werk vooruitgeschoven worden. Dit heeft ook financieel zijn uitwerking, omdat er minder onttrokken wordt. De bedoelde middelen worden vooruitgeschoven of ingezet voor een ander werk wat naar voren is gehaald. Zo blijft het ‘spelen’ met budget binnen de reserve maar altijd gebaseerd op noodzakelijke werken. Vraag: In het nieuwe plan wordt gewerkt naar een reserve van ongeveer 300K. Ook zijn 21 gebouwen in beheer in plaats van 24. Een snelle rekensom leert dan ook dat er een verwachte stijging is in kosten van pus 40% Dit wijkt in mijn optiek sterk af van het beeld wat tijdens de commissievergadering werd geschetst. Graag wil ik vraag of er iets aan gedaan wordt dit beeld te herstellen. De beantwoording zoals ik deze week kreeg was in mijn optiek niet afdoende. 2/3
Antwoord: In de commissievergadering is aangeven dat met de extra dotatie van 68.000,- het meerjarig onderhoud de komende jaren sober en doelmatig kan worden gedaan én voorkomen wordt dat de onttrekkingen het saldo van de bestemmingsreserve onder de 50K -zelfs negatief worden- brengt waarmee deze opgeheven zou worden. Hiernaast is er in de afgelopen jaren niet geïndexeerd, zijn bouwkosten en arbeid enorm gestegen et cetera. Met ‘minimale’ extra middelen is doelmatig gebouwenonderhoud voor de komende jaren gegarandeerd. Het vaststellen van een verhoging van 40% is een vergelijking die eigenlijk niet gemaakt mag worden omdat dit gaat over groot onderhoud. Als een gebouw nieuw is hoeven we geen kosten op te nemen voor groot onderhoud omdat alles in een goede staat is. Naarmate een gebouw ouder wordt moeten er bouwdelen vervangen gaan worden, vaak begint dit meestal na 15 jaar. Dat kan het zijn dat een ketel vervangen moet worden, een boiler, regeltechniek, vloerafwerking etc. Dan zijn dit ineens meer kosten dan de 15 jaar daarvoor. Het is zodoende niet mogelijk een vlak gemiddelde te krijgen over een periode, Als de 40% stijging voortkomt uit exploitatie onderhoud zou dit veel zijn. De stijging van kosten heeft meer te maken met de algehele veroudering van de locaties, waar vanuit onderhoud meer kosten gemaakt moeten gaan worden om deze op een acceptabel niveau te houden.
Los van de opmerking dat een verhoging niet over groot onderhoud kan worden berekend een aanvullende overweging. Als dit wel zo zou zijn het volgende: In 8 jaar is er niet geïndexeerd, als dit wel zo zijn met een indexatie van 2,5%, zou dit na 8 jaar al een prijsverhoging zijn van 21%, Gezien een hogere indexatie de laatste 2 a 3 jaar zou dit uit kunnen komen op 36%.
3/3