CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.00798] Vast te stellen plan compleet

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hoeksekade nabij nr. 11124.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8

Beoordeling (b) gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 13,1 km ligt het Natura 2000-gebied 'Boezems Kinderdijk' (figuur 4).

Figuur 4

De planlocatie ligt op een afstand van circa 13,1 km tot het Natura 2000-gehied 'Boezems Kinderdijk' (hron: nationaal Georegister PDOK).

Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woningen. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wet nb art. 2.9a). Momenteel is de juridische houdbaarheid van deze partiële vrijstelling onzeker. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a.

het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Gezien er sprake is van een grote afstand (13,1 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. AAB Nederland voert voor elk nieuwbouwproject volledigheidshalve een AERIUS-berekening uit.

9

Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: het Natuurnetwerk Nederland, Belangrijke weidevogelgebieden en de Groene buffer. Op een afstand van circa 2,2 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 5). Op een afstand van circa 5,8 km ligt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van circa 4,7 km afstand ligt een Groene buffer (figuur 6). Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland, Belangrijke weidevogelgebieden en de Groene buffer geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Figuur 5

De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,2 km tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: Provincie Zuid-Holland).

Legenda —^ Belangrijk weidevogelgebied mill Groene buffer Recreatiegebied

Et«Theli ttoierdorp

(XirmSI

Sohotlļww

Figuur 6

10

De planlocatie ligt op een afstand van circa 5,8 km tot een Belangrijk weidevogelgebied en circa 4,7 tot een Groene buffer het recreatiegebied geniet geen bescherming (bron: Provincie ZuidHolland).

Beoordeling (c) houtopstanden Er staan geen bomen op de planlocatie. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet van toepassing.

11

Conclusies Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart - 15 juli). (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Groene buffers en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets, AERIUS-berekening en/of 'nee, tenzij'-toets is niet noodzakelijk. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig, een meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Tabel 2

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Planten

Nee

Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen

Nee Nee

Amfibieën Reptielen

Nee Nee

Vissen

Nee

Insecten en andere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4)

Nee

Vogels (cat. 5)

Nee

Tabel 3

Mogelijk functie plangebied

Nee

Overzicht van beschermde gebieden in het kader van Gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming

Afstand

Effecten

Nader onderzoek

Natura 2000

13,1 km

Geen

AERIUS

Natuurnetwerk Nederland

2,2 km

Geen

N.v.t.

Belangrijk weidevogelgebied

5,8 km

Geen

N.v.t.

Groene buffer

4,7 km

Geen

N.v.t.

Tabel 4

12

Soortenbescherming Beschermings­ Soortspecifiek regime Wet nb onderzoek

Overzicht van beschermde Houtopstanden.

Houtopstanden

Aanwezig

Kap

Melding

Struiken

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Bomen

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Uitvoerhaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Conclusie De realisatie van twee vrijstaande woningen aan de Hoeksekade ong. te Bergschenhoek is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

Vervolgstappen De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Te treffen maatregelen ^ •

•

• ^

^

13

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De te dempen sloot wordt gefaseerd gedempt in één werkrichting en alle aanwezige dieren krijgen de gelegenheid om te vluchten. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.

Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.nationaalgeoregister.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.ndff.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.synbiosys.alterra.nl www.vleermuisprotocol.nl www.zoogdiervereniging.nl

14

We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,

Bijlage 1 Fotografische impressie

© Blom Ecologie B.V. Zandweg 46a - 4181 PM Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.

15

Bijlage 1 Fotografische impressie

16

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Hoeksekade ong. te Bergsehenhoek en bestaat uit een weiland.

Figuur 2

De planlocatie grenst aan een glastuinbedrijf.

17

Figuur 3

De sloot aan de zuidzijde van het pereeel is volledig begroeid met kroos.

Figuur 4

De overzijde van de planlocatie betreft een jonge boomgaard.

BIJLAGE 2 Voortoets WNB, onderdeel stikstof, AAB Nederland bv, 8 januari 2024

VOORTOETS WNB ONDERDEEL STIKSTOFDEPOSITIE

Opdrachtgever:

Anthura B.V. Anthuriumweg 14 2665 KV BLEISWIJK

Adviesbureau:

AAB Nederland Honderdland 1040 2676 LV MAASDIJK +31 174 63 76 37 info@aabnl.nl www.aabnl.nl

Behandeld door:

Plaats en datum:

Maasdijk, 8 januari 2024

Projectcode:

105800-240108-SaV-Voortoets Wnb SSD

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING..................................................................................................................1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding.................................................................................................................. 1 Doelstelling................................................................................................................ 1 Opbouw..................................................................................................................... 1

2.

BESCHRIJVING PLAN................................................................................................. 2

21 2.2 2.3 2.4 2.5

Planlocatie................................................................................................................. 2 Beoogde initiatief......................................................................................................3 Fasering en samenloop..............................................................................................3 Scenario('s)................................................................................................................ 3 Buitenlandse gebieden..............................................................................................3

3. 4.

REFERENTIESITUATIE............................................................................................... 4 WETTELIJK KADER....................................................................................................5

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.

Omgevingswet (Ow)..................................................................................................5 Omgevingsbesluit (Ob).............................................................................................. 6 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)...................................................................... 6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).................................................................. 6 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).......................................................................... 6 Omgevingsregeling (Or)............................................................................................. 6 Provinciale beleidsregels...........................................................................................7 Overig........................................................................................................................ 7

5.

METHODIEK

5.1. 5.2.

AERIUS Calculator...................................................................................................... 8 Gehanteerde kengetallen.......................................................................................... 8

6.

ONDERBOUWING OVERIGE KENGETALLEN............................................................ 10

6.1. 6.2.

Realisatiefase........................................................................................................... 10 Beoogd gebruik........................................................................................................ 11

7.

CONCLUSIE................................................................................................................ 12

7.1. 7.2.

Binnenlandse gebieden.......................................................................................... 12 Buitenlandse gebieden...........................................................................................12

.

,

Realisatiefase, incl. beoogd gebruik Bijlage 1 overzicht gehanteerde gegevens en resultaten berekeningen Bijlage 2 resultaten berekening middels AERIUS Calculator

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

8

1.

INLEIDING

1.1.

Aanleiding Anthura B.V. is gespecialiseerd in het telen van uitgangsmateriaal voor anthuriums en orchideeën en levert in meer dan 70 landen over de hele wereld. Anthura heeft in de afgelopen jaren zijn glastuinbouwbedrijf aan de Anthuriumweg 14 te Bleiswijk uitgebreid. Om dit te realiseren worden 2 bedrijfswoningen (Anthuriumweg 10 en 16) uitgeplaatst. Ten tijde van de uitbreiding was er nog geen geschikte locatie gevonden. Inmiddels is er een geschikte locatie gevonden in Bergschenhoek. Hiervoor moet wel een nieuw bestemmingsplan worden gemaakt. In het kader van de Omgevingswet dient de invloed van dit project, in dit geval stikstofdepositie, ter plaatse van nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te worden beoordeeld.

1.2.

Doelstelling Het beoordelen van de stikstofdepositie heeft tot doel om vast te stellen of het plan kan leiden tot significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Afhankelijk van de uitkomst zijn mogelijk vervolgacties noodzakelijk.

1.3.

Opbouw In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de situatie(s) waarvoor de stikstofdepositie is beoordeeld. De relevante referentiesituatie, indien van toepassing, wordt in hoofdstuk 3 beschreven. Het wettelijk kader is in hoofdstuk 4 kort uiteengezet. Een algemene beschrijving van de methodiek alsmede een onderbouwing van de gehanteerde kengetallen is opgenomen in respectievelijk hoofdstuk 5 en 6. Op basis van de resultaten wordt onderhavig rapport afgesloten met een conclusie (hoofdstuk 7).

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

1

AA^^L

2.

BESCHRIJVING PLAN

2.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Hoeksekade nabij 111 te Bergschenhoek. In de bestaande situatie betreft de locatie grasland. De direct omgeving van de locatie betreft woningen en glastuinbouw. Op afbeelding 2.1 en 2.2. worden respectievelijk een kaart weergegeven van de planlocatie in relatie tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden en van de specifieke locatie. De planlocatie is niet gelegen in of grenst niet direct aan een Natura 2000-gebied. 9®

Tempel

LeidácJ>enveen Roeleveen

Westerpanr

Hooriwlfk Nootdorp

NoukoiM)

Ritsvmjk

(ruisweg

Rokkeveen

waddinxveen

Katwijkedaan

Platieweg Vrijertban

Qouda Deifgauw

Berkel en Rodeonjs Ruiven

Bergschenhoek MoofdrecW

Tanthof ípfutden Rotte

mgeweg Ommoord Kiem HiHand H'iiegersoerg Terbregge Oosterllank

Kralīftgie Figuur 2.1: Globale ligging planlocatie in relatie tot nabijgelegen natuurgebieden (bron: AERIUS Calculator). De globale planlocatie is rood omcirkeld.

Figuur 2.2: Specifieke ligging planlocatie (bron: AERIUS Calculator). De specifieke planlocatie is rood omcirkeld.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

2

AA^^l

De planlocatie is niet gelegen in of grenst niet direct aan een Natura 2000-gebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt circa 13,5 km.

2.2.

Beoogde initiatief In de beoogde situatie worden op de locatie twee woningen gerealiseerd. Deze woningen zullen geen gasaansluiting krijgen.

2.3.

Fasering en samenloop Voor de beoogde ontwikkeling wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. In het kader van deze berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2024.

2.4.

SCENARIO('S) Voor de stikstofdepositie zijn twee fasen te onderscheiden; de realisatiefase en het beoogd gebruik. Deze worden onderstaand nader toegelicht. Ten behoeve van de berekening is een worst-case benadering gehanteerd waarbij de gehele realisatiefase en beoogde gebruik in hetzelfde kalenderjaar zijn meegenomen Realisatiefase Ten behoeve van de realisatie zullen verscheidene mobiele werktuigen worden ingezet ten behoeve van het heiwerk, grondwerk, betonwerk en het realiseren van de bovenbouw. Hiernaast vinden er vervoersbewegingen plaats voor de aan- en afvoer van materiaal/materieel en transport van het personeel. Gebruiksfase Ten behoeve van het vaststellen van de effecten van onderhavig plan is het beoogde gebruik dat met de bestemmingsplanwijziging mogelijk wordt gemaakt wel relevant en derhalve beoordeeld. In dit kader zijn verschillende verkeersbewegingen meegenomen. Hierbij is uitgegaan van een worst-case benadering.

2.5.

Buitenlandse gebieden Gezien de afstand tot zowel de Belgische als Duitse gebieden (> 25 km) zijn deze niet relevant in het kader van de stikstofdepositie.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

3

AA^^L

3

REFERENTIESITUATIE

In de beoogde situatie is geen sprake van een verhoogde stikstofdepositie (zie hoofdstuk 7). Het is derhalve niet relevant om de referentiesituatie vast te stellen.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

4

AA^^L

4.

WETTELIJK KADER

4.1

Omgevingswet (Ow) In de Omgevingswet zijn regels opgenomen voor zogenaamde Natura 2000-activititeiten om de natuur te beschermen. Natura 2000-activiteiten betreffen projecten die een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied. Een natura 2000-activiteit kan niet zondermeer worden uitgevoerd. Hierbij zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het desbetreffende Natura 2000-gebied leidend. Bij projecten, die niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied worden uitgevoerd, is de stikstofdepositie veelal de kritische factor. In figuur 4.1 is een overzicht opgenomen van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Friese Front

ľltĥü^en WadddKžee

Leeuw^en

Groningen

Heerenveen

Emmen Hoogeveen

ernaar

Hartlenbi^

larkermee^

trUmeer Z

■íAlmeto

Amsterdi fdoom

Ŵmeřsì 's-ŵļiÄ/enhage

Erìschí

Utrecht

Rotterdam

Nijmegt Oss senbosch

îfŵeigcn

. Roosendaal

Tiiburįj5ÿ t įirìdhoven

Figuur 4.1: Overzicht stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden; blauw = Vogelrichtlijn, geel = Habitatrichtlijn, lichtgroen = Vogel- en Habitatrichtlijn, donkergroen = buitenlandse gebieden (bron: AERIUS Calculator).

Een toename aan stikstof heeft invloed op de voedselrijkheid en zuurgraad van de bodem. Bij een significant negatieve verstoring van het bodemevenwicht kunnen beschermde 105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

5

AA^^l

plantensoorten verdwijnen. Het verdwijnen van dergelijke soorten kan ook weer een significant negatieve invloed hebben op beschermde soorten die afhankelijk zijn van deze habitats. In de Ow is verder opgenomen dat zo spoedig mogelijk een programma legalisering projecten natuur moet worden vastgesteld om projecten, met een geringe stikstofdepositie, die legaal waren vóór de PAS-uitspraak van de Raad van State, d.d. 29 mei 2019, te legaliseren. Hiernaast zijn omgevingswaarden opgenomen voor stikstofdepositie, waarbij het areaal stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden waar een kwaliteitsverslechtering als gevolg van stikstofdepositie is uitgesloten, minimaal 40% dient te bedragen in 2025, minimaal 50% in 2030 en minimaal 74% in 2035. De Ow biedt verder de mogelijkheid om middels een algemene maatregel van bestuur (AmvB) een programma vast te stellen om stikstofdepositie op natuurwaarden te verminderen in het kader van een evenwichtige en duurzame economische ontwikkeling.

4.2.

Omgevingsbesluit (Ob) In het Ob zijn algemene regels opgenomen voor het programma stikstofreductie en natuurverbetering en het programma legalisering projecten natuur.

4.3.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Bal bevat onder andere regels ten aanzien van de specifieke zorgplicht, de mogelijkheden tot het stellen van maatwerkregels en -voorschriften en de mogelijkheid tot het aanwijzen van vergunningsvrije Natura 2000-activiteiten. Deze laatste kan bijvoorbeeld in de vorm van een programma, omgevingsverordening of ministeriële regeling. De begrenzing van deze aanwijzing is eveneens opgenomen in het Bal.

4.4.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) In het Bbl zijn geen specifieke regels ten aanzien van Natura 2000-activiteiten opgenomen.

4.5.

Besluit kwaliteit leefomgeving(Bkl) Het Bkl bevat regels voor de bevoegde gezagen om onder andere invulling te geven aan een programma met vergunningsvrije Natura 2000-activiteiten zoals opgenomen in het Bal.

4.6.

Omgevingsregeling (Or) De Or schrijft meerdere zaken voor waaronder het verplicht gebruik van AERIUS Calculator voor stikstofberekeningen, het gebruik van AERIUS Monitor voor de monitoring van de omgevingswaarde voor 2030 en regels voor het stikstofregistratiesysteem (SSRS) middels AERIUS Register.

105800-240108-SaV-Voortoets Wnb SSD

6

AA^^l

4.7

Provinciale beleidsregels Naast de voornoemde wet- en regelgeving hebben de Provincies eigen beleidsregels vastgesteld waarin aanvullende nadere voorwaarden/richtlijnen zijn opgenomen ten aanzien van extern salderen, verleasen en depositiebanken. Echter, in nog niet elke provincie is extern salderen en/of verleasen mogelijk gemaakt. Uit deze beleidsregels volgt onder andere: - Wat als een "toestemming" wordt gezien ten aanzien van de bestaande stikstofrechten. - Afromingsrichtlijnen bij het gebruik maken van salderen. De eis dat een project, waarvoor een onherroepelijke natuurvergunning is afgegeven, binnen drie jaar moet worden gerealiseerd.

4.8.

Overig De Provincie Noord-Brabant heeft een stappenplan opgesteld om de toestemmingsverlening bij nieuwe activiteiten, op basis van stikstofdepositie, te verduidelijken. Dit stappenplan wordt in figuur 4.2 weergegeven.

Figuur 4.2: Stappenplan toestemmingsverlening nieuwe activiteiten (bron: aanpakstikstofbrabant.nl). 105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

7

AA^^L

5.

METHODIEK

5.1

AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie van een activiteit of project wordt gebruik gemaakt van de AERIUS Calculator. Dit betreft een online rekeninstrument. Binnen AERIUS dienen één of meer bronnen (punt, vlak of lijn) te worden gedefinieerd. Puntbronnen betreffen onder andere stookinstallaties. Onder vlakbronnen worden bronnen verstaan waarvoor geen specifiek punt kan worden opgegeven, zoals bij het inzetten van mobiele werktuigen. Lijnbronnen hebben veelal betrekking op de route van verkeersvoertuigen, boten, etc. Per bron dient de desbetreffende sector te worden aangegeven (bijvoorbeeld industrie, energie, wegverkeer, etc.) in combinatie met een specifieke sector. Aan de hand van de ingevoerde gegevens (zie hoofdstuk 6 en de bijlage), wordt de stikstofdepositie berekend voor (nabijgelegen) stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Bij het invoeren van de benodigde gegevens is gebruik gemaakt van de 'Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023.1.' (d.d. december 2023, versie 1) van BU12.

5.2.

Gehanteerde kengetallen Om de berekening te kunnen uitvoeren zijn een aantal kengetallen noodzakelijk. Voor een aantal hiervan kan ook gebruik worden gemaakt van de default waarden vanuit AERIUS. De benodigde kengetallen zijn afhankelijk van de desbetreffende sector. Hierbij wordt veelal onderscheid gemaakt in vaste/variabele kenmerken en emissies. Voor de onderbouwing van de gehanteerde invoergegevens en de invoergegevens zelf wordt verwezen naar hoofdstuk 6 en de bijlage. Kenmerken Uitstoothoogte (m). Bijvoorbeeld de hoogte van de uitlaat van een voertuig of mobiel werktuig (bijvoorbeeld een shovel), schoorsteen van een stookinstallatie, etc. - Warmte-inhoud (MW). Deze wordt berekend aan de hand van de temperatuur, het uitstroomoppervlak en de uitstroomsnelheid. Emissies NOx (kg/jaar). Dit ontstaat met name bij het verbranden van (aard)gas, benzine en diesel, zoals bij voertuigen, mobiele werktuigen, stookinstallaties, etc. NHb (kg/jaar). De grootste bron hiervan is de veehouderij, maar dit kan ook vrijkomen bij installaties waarbij ureum (zoals AdBlue) wordt toegepast om de rookgassen te reinigen, zoals bij nieuwere voertuigen en mobiele werktuigen. Hierbij wordt opgemerkt dat bij een rookgasreiniger van een WKK geen sprake is van de uitstoot van ammoniak omdat bij de laatste reinigingsstap, middels oxidatie, het ammoniak geheel wordt omgezet.

Mobiele werktuigen Als basis voor het berekenen van het brandstofverbruik zijn de kengetallen vanuit het rapport 'AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen" (TNO, projectnummer 060.47477, d.d. 10 december 2021) gehanteerd.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

8

Voor de concrete berekening is die uit de bij AUB rapport bijgeleverde Excel-sheet aangehouden. Hiermee wordt het brandstofverbruik per uur per mobiel werktuig berekend. Hiervoor zijn een aantal variabelen benodigd: - Maximale vermogen (kW). Belasting (%). Hiervoor worden de gemiddelden aangehouden uit tabel 5 van het AUB rapport. Motorefficiëntie (%). Deze is afhankelijk van het bouwjaar. Uitgangspunt hierbij is dat de motoren ieder jaar 1% efficiënter zijn geworden sinds 2010. Vaste kenmerken Er zijn op voorhand geen gegevens bekend ten aanzien van de vaste kengetallen; de uitstoothoogte, warmte-inhoud, etc. Derhalve is gebruik gemaakt van de default waarden vanuit AERIUS.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

9

AA^^L

6

ONDERBOUWING OVERIGE KENGETALLEN

Onderstaand wordt onderbouwd welke kengetallen zijn gebruikt voor het berekenen van de in Ŝ 2.4 genoemde scenario's. Een overzicht van de specifiek gehanteerde kengetallen is opgenomen in de bijlage.

6.1.

Realisatiefase

6.1.1.

Variabele kenmerken en emissies De gegevens ten aanzien van de benodigde mobiele werktuigen, draaiuren, etc. zijn gebaseerd op de gegevens van de initiatiefnemer in combinatie met ervaringsgetallen van soortgelijke projecten. Hierbij is een worst-casebenadering gehanteerd.

6.1.2.

Vervoersbewegingen Intensiteit en rijrichting Ten behoeve van de realisatiefase zullen aanvullende verkeersbewegingen plaatsvinden van en naar de planlocatie. De verkeersroute loopt vanaf de planlocatie van en naar de provinciale weg Boterdorpseweg (N472). Eenmaal aangekomen op de N472 gaat het verkeer op in het overige verkeer. De uitgangspunten zijn weergegeven in tabel 6.1. Voor een nadere uitsplitsing en toelichting van deze aantallen wordt verwezen naar bijlage 2. Tabel 6.1: Overzicht vervoersbewegingen realisatiefase Wegverkeer

Frequentie Voertuigen Bewegingen

Opmerking

Licht verkeer

Jaar

80

160

Kengetallen soortgelijke projecten.

Middelzwaar verkeer

Jaar

0

0

Idem.

Zwaar verkeer

Jaar

35

70

Idem.

Voor zowel het aankomende als vertrekkende verkeer is de verkeersroute hetzelfde. Deze is als één lijnbron gemodelleerd met verkeer in beide richtingen. Het langzaam manoeuvreren van de vrachtwagens (achteruitrijen het bouwterrein op) is als separate lijnbron gemodelleerd in één richting met een stagnatie van 100% (worst-case). Zodra de vrachtwagens het bouwterrein hebben bereikt, wordt de motor uitgezet. Uit het Centraal instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) volgt voor de route een maximale congestie van 0% (jaar 2021). Ten behoeve van de AERIUS-berekening is voor deze gehele route 2% aangehouden (worst-case). Overige bronkenmerken Het verkeer speelt slechts een kleine rol ten opzichte van de overige bronnen. Derhalve zijn de overige bronkenmerken (tunnelfactor, type hoogte ligging, weghoogte en afscherming) niet van belang.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

10

AA^^l

6.2.

Beoogd GEBRUIK

6.2,1

Vervoersbewegingen Intensiteit en rijrichting Het gebruik van woningen hebben een verkeersaantrekkende werking. Hierbij is enerzijds uitgegaan van dagelijks verkeer van de bewoners en anderzijds minder vaak voorkomende, maandelijkse, bewegingen ten behoeve van boodschappen, uitjes, bezoek van familie en overige bewegingen. De verkeersroute is gelijk aan die van de realisatiefase (zie Ş 6.1.2). De uitgangspunten zijn weergegeven in tabel 6.2. Tabel 6.2: Overzicht vervoersbewegingen beoogd gebruik Wegverkeer

Frequentie Voertuigen Bewegingen

Opmerking

Licht verkeer

Etmaal

4

8

Worst-case benadering.

Maand

88

176

Idem

Middelzwaar verkeer

Jaar

0

0

Idem.

Zwaar verkeer

Jaar

0

0

Idem.

Zie voor uitgangspunten Ş 6.1.2.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

11

AA^^l

7.

CONCLUSIE

7.1

Binnenlandse gebieden In tabel 7.1 worden de resultaten van de verschillende scenario's voor de binnenlandse gebieden samengevat. Indien sprake is van een toename aan stikstofdepositie op (bijna) overbelaste habitats (> 0,00 mol/ha/jaar) dan zijn vervolgacties benodigd. Op basis van het huidige beleid mag een plan pas worden gerealiseerd als geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie. Tabel 7.1: Samenvatting resultaten Scenario

Realisatiefase i.c.m.

Totale emissie (kg/j)

Max. bijdrage

NOx

NH3

(mol/ha/j)

54,2

0,1

0,0

Vervolgacties

N.v.t.

beoogd gebruik

Uit de berekeningen middels AERIUS Calculator komt naar voren dat de netto depositie van het plan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het plan geen stikstofdepositie veroorzaakt op nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en dus niet leidt tot significante effecten. Het plan betreft derhalve geen Natura 2000-activiteit. Verdere vervolgacties zijn niet noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat, ten behoeve van de aan te vragen omgevingsvergunning, de stikstofdepositie van het project separaat dient te worden vastgesteld. De insteek hiervoor is wezenlijk anders dan nu voor het beoogd plan is gebeurd. Ten behoeve van het project dienen onder andere alle onlosmakelijk verbonden elementen te worden beoordeeld. Veelal komt dit neer op het gehele situatie en dus niet alleen de uitbreiding. Hiernaast geldt voor projecten een andere referentiesituatie.

7.2.

Buitenlandse gebieden Gezien de afstand van de planlocatie tot de dichtstbijzijnde buitenlandse Natura 2000gebieden (> 25 km) zijn deze niet relevant in het kader van de stikstofdepositie.

105800-240108-SaV-Voon:oets Wnb SSD

12

BIJLAGE 1

Overzicht gegevens

Realisatiefase Bron

Bouwjaar

Vermogen

Brandstof­

Draaiuren

verbruik

AdBlue-

Emissie NOx

Reductie

Reductie

Emissie NOx

(standaard)

brandstof

uitlaat

(gereduceerd)

30%

0,20 kg/j

0%

0%

0,20 kg/j

0,00 kg/j

Belasting

verbruik

Emissie NH3

Bouwrijp maken Trekker

2014

50 kW

9 l/j

2 u/j

N.v.t.

Realisatie woningen Hoogwerker

2014

30 kW

144 l/j

100 u/j

N.v.t.

10%

3,39 kg/j

0%

0%

3,39 kg/j

0,00 kg/j

Betonmixer + pomp

2014

200 kW

298 l/j

9 u/j

18 l/j

60%

1,65 kg/j

0%

0%

1,65 kg/j

0,07 kg/j

Trilbalk

2014

2 kW

5 l/j

4 u/j

N.v.t.

80%

0,12 kg/j

0%

0%

0,12 kg/j

0,00 kg/j

Vlindermachine

2014

18 kW

18 l/j

4 u/j

N.v.t.

80%

0,38 kg/j

0%

0%

0,38 kg/j

0,00 kg/j

Heistelling

2000

200 kW

1.336 l/j

68 u/j

N.v.t.

30%

40,43 kg/j

0%

0%

40,43 kg/j

0,01 kg/j

Hijskraan (groot)

2014

300 kW

356 l/j

14 u/j

21 l/j

30%

1,99 kg/j

0%

0%

1,99 kg/j

0,09 kg/j

Heftruck

2014

100 kW

425 l/j

48 u/j

25 l/j

30%

2,53 kg/j

0%

0%

2,53 kg/j

0,10 kg/j

Totaal Realisatiefase

105800-231102-SaV-Beoogd-RF

50,70 kg/i

50,70 kg/i

0,27 kg/i

1 van 2

Overzicht gegevens Realisatiefase Verkeer Werkzaamheden

Aantallen

Licht

Middel

Zwaar

Bouwrijp maken

Voertuigen

5

0

5

Realisatie woningen

Voertuigen

75

0

10

Bouwafval

Voertuigen

0

0

20

Totaal realisatiefase

Voertuigen Bewegingen

80 160

0 0

35 70

105800-231102-SaV-Beoogd-RF

1 van 2

BIJLAGE 2

AERIUS^

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

A

Projectberekening

AERIUS^ CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatíe

Activiteit Omschrijving Toelichting

Berekening AERiUS kenmerk Datum berekening Rekenconflguratie

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NHs

Emissie NO!

Gebruiksfase i.c.m. reaiisatiefase- Beoogd

2024

0,1 kg/j

54,2 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase i.c.m. reaiisatiefase - Beoogd Gekarteerd opperviak met toename (ha) Gekarteerd opperviak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

2/7

A

Projectberekening

AERIUS^ CALCULATOR

Gebruiksfase i.c.m. realisatiefase (Beoogd), rekenjaar2024

Emissiebronnen Anders... | Anders... | Realisatiefase ^

Verkeersnetwerk

S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

Emissie NO!

Emissie nhs

-

50,7 kg/j

0,1 kg/j

3,5 kg/j

3/7

Projectberekening

AERIUS^ CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

I I Habitatrichtlijn I I Vogelrichtlijn I I Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Grootste toename (projectberekening)

|ī| Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

Grootste afname (projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

4/7

ng

AERIUS^ CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase i.c.m. realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

(ha gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr) Totaal

S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

-

N/ha/jr) -

-

-

-

-

5/7

Projectberekening

AERIUS^ CALCULATOR

Gebruiksfase i.c.m. realisatiefase, Rekenjaar2024 ^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeer gebruik

Links Rechts NŨ!

2,7kgZj

Locatie

X:94489,31Y:444111,6

Type scherm

NO2

0,4 kg/j

Lengte

1.809,99 m

Hoogte

NHs

0,1 kg/j

Wegtype

Binnen bebouwde kom (normaal)

Afstand tot de weg

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogtet.o.v. maaiveld

0m

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

8,0 /etmaal

2,00/0

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,00/0

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,00/0

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /etmaal

0,00/0

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

176,0/maand

2,00/0

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0/maand

0,00/0

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0/maand

0,00/0

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0/maand

0,00/0

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeer materieel

Locatie

X:94489,31Y:444111,6

Lengte Wegtype

Links Rechts NŨ!

0,8 kg/j

Type scherm

-

NO2

0,2 kg/j

1.810,00 m

Hoogte

-

NHb

13,0 g/j

Binnen bebouwde kom (normaal)

Afstand tot de weg

-

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

0m

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

160,0/jaar

2,00/0

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0/jaar

2,00/0

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

70,0/jaar

2,00/0

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0/jaar

0,00/0

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeer laden/lossen materialen

Locatie

X:95160,38Y:444133,95

Type scherm

-

NO2

3,7 g/j

Lengte

57,79 m

Hoogte

-

NHb

0,0 kg/j

Wegtype

Binnen bebouwde kom (stagnerend)

Afstand tot de weg

-

Rijrichting

Van AnaarB

Tunnelfactor

1

Typehoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

0m

Links Rechts NŨ!

13,6 g/j

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

0,00/0

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

35,0/jaar

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

0,00/0 100,00/0 0,00/0

6/7

Projectberekening

AERIUS^ CALCULATOR

^9 Anders... ļ Anders... Naam

Realisatiefase

Uittreedhoogte

4,0 m

Locatie

X:95165,57 Y:444122,53

Warmteinhoud Spreiding

0.000 MW 4m

Oppervlakte

0,21 ha

NOx

50,7 kg/j

Wijze van ventilatie Nietgefbrceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20231207_46ea8e9191 Database versie 2023.1_46ea8e9191_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

S6DPmdslF2Xr (OSjanuari 2024)

7/7

BIJLAGE 3 Vergunningscheck Digitale Watertoets, 10 december 2021

Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 10-12-2021

Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het ^äterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WXTERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

korte procedure

2.

Advies kunstwerken

3.

Advies verharding oppervlakte

4.

Advies oppervlaktewater

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

10-12-2021, 13:01

Pagina 1 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging betreft van bestaande bebouwing zonder dat de bebouwing wordt uitgebreid? «

2.

WDrden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? *

3.

nee

WDrden er bestaande watergangen gedempt? *

11.

ja

WDrden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? *

10.

ja

Is er in of grenzend aan het plangebied oppervlaktewater aanwezig .

9.

nee

Neemt door het plan de hoeveelheid verharding toe? «

8.

nee

WDrden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? »

7.

nee

Heeft het plan een permanente waterpeilverandering tot gevolg? »

6.

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2? *

5.

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? *

4.

nee

nee

WDrden er nieuwe watergangen aangelegd?

10-12-2021, 13:01

Pagina 2 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets * 12.

WDrden er kunstwerken aangebracht, zoals dammen, duikers en/of bruggen? .

13.

nee

Hoofdwatergangen »

23.

nee

Zonering windrecht »

22.

nee

Zonering wegen *

21.

nee

Zonering hoofdwatergangen *

20.

nee

Transportleidingen »

19.

nee

Rioolgemalen »

18.

nee

Grondwaterbeschermingsgebieden *

17.

nee

Afvalwaterzuiveringsinstallaties *

16.

nee

Kunstwerken *

15.

ja

^äterkeringen »

14.

nee

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

10-12-2021, 13:01

Pagina 3 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets *

nee

10-12-2021, 13:01

Pagina 4 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1

. korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt.

Wat moet ik doen? Bij de indiening van uw plan bij de gemeente moet u laten zien op welke wijze u rekening houdt met deze belangen.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-12-2021, 13:01

Pagina 5 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2

. Advies kunstwerken U wil kunstwerken aanleggen.

Wat moet ik doen? In watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. De lengtes van duikers mogen niet langer zijn dan voor het doel hiervan strikt noodzakelijk is. Let ook op dat de kunstwerken voldoende ruime dimensies hebben om te veel opstuwing bij de kunstwerken te voorkomen. In overleg met het hoogheemraadschap kan over de minimale afmetingen kunstwerken specifieke afmetingen worden besproken, maar in zijn algemeenheid gelden de volgende uitgangspunten: *

minimale diameter duikers in hoofdwatergangen: 1.000 mm (Schieland)

*

minimale diameter duikers in hoofdwatergangen: alleen bruggen* (Kri^fe)

*

minimale diameter duikers in overige watergangen: 600 mm (Schieland)

*

minimale diameter duikers in overige watergangen(Kri^fe): 500 mm (Kri^ä) duikers met 1/3 luchtten opzichte van schouwpeil (Kri^ä) of zomerpeil (Schieland)

*

minimale breedte bruggen: 2,0 m

*

minimale vrije hoogte bruggen boven hoogste waterpeil: 1,0 m (Schieland)

*

minimale vrije hoogte bruggen boven hoogste waterpeil: 0,65 m (Kri^ä)

Waterhuishoudkundige werken Voor waterhuishoudkundige werken zijn alleen milieuvriendelijke en niet-uitlogende materialen toegestaan. Meldings- of vergunningplicht Voor het aanbrengen van kunstwerken geldt een een meldings- of vergunningplicht.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-12-2021, 13:01

Pagina 6 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS

3. Advies verharding oppervlakte Uw plan zorgt voor verharding van het oppervlak.

Wat moet ik doen? Het landelijk waterbeleid schrijft voor dat ontwikkelingen waterneutraal moeten worden gerealiseerd. Dit betekent dat de versnelde afvoer van water door de verhardingstoename moet worden gecompenseerd. In de regel moet daarom aanvullende waterberging in de vorm van oppervlaktewater worden gegraven. In bepaalde gevallen kan de benodigde aanvullende waterberging ook met alternatieve waterberging worden opgelost. De benodigde aanvullende waterberging wordt door het hoogheemraadschap berekent volgens de landelijke norm (NBWafspraken). De norm verschilt per gebiedsfunctie (woongebied, bedrijfsterrein of glastuinbouwgebied) en is mede gebaseerd op de actuele klimaatontwikkelingen en de daaraan gelieerde wateropgave in het gebied. De benodigde aanvullende waterberging wordt berekend als volume en doorgaans omgerekend in een wateroppervlak of percentage. Voor ‘toename van verharding bij ruimtelijke ontwikkelingen' heefí Schieland en de Krimpenerwaard beleid vastgesteld. Dit beleid kunt u hier vinden. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: »

compenserende waterberging wordt in beginsel gerealiseerd door het graven van open water;

*

compensatie vindt in beginsel plaats binnen de grenzen van het plangebied;

«

wanneer compensatie in het plangebied niet mogelijk is, dan wordt de compensatie in ieder geval gerealiseerd in hetzelfde peilgebied.

*

wanneer er geen mogelijkheid is om compenserende waterberging te realiseren binnen het plangebied of het peilgebied kan in overleg met het hoogheemraadschap een andere positie worden bepaald. Tevens zijn onder restricties bepaalde vormen van alternatieve waterberging bespreekbaar. Voor het beleid t.a.v. ""alternatieve vormen van waterberging"" klik hier.

*

waterberging wordt gerealiseerd vóór uitvoering van het plan.

*

het aanbrengen van >500 m2 verharding is vergunningplichtig op grond van de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard

*

De berging wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan.

Daarbij: Hoofdwaterstructuur met de bestemming ""water"" opnemen op de verbeelding. In bepaalde gevallen volstaat een aanduiding binnen een andere bestemming ook. In toelichting en bij voorkeur in regels opnemen dat op grond van de Keur onderhoudsstroken langs de hoofdwatergangen moeten worden vrijgehouden. Indien de ligging van de onderhoudsstroken exact bekend is, is het gewenst deze ook op de verbeelding op te nemen. Vastleggen van belangrijke peilregulerende kunstwerken op verbeelding en in de regels. De voorwaarden in de regels moeten een goede bedrijfsvoering niet 10-12-2021, 13:01

Pagina 7 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets hinderen. ^äteraanvulling opnemen in toelichting en indien belangrijk ook in regels. Bij minder belangrijke plannen kan ook worden verwezen naar de watervergunning. Verboden stoffen Conform artikel 6.2 van de ^äterwet is het verboden om stoffen in een oppervlaktewaterlichaam te brengen, tenzij een daartoe strekkende vergunning is verleend. Het verdient de voorkeur bij de inrichting van nieuwe terreinen preventieve maatregelen te nemen die onkruidbestrijding m.b.v. chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk voorkomen. Vergunningplichtige lozingen: Lozingen in oppervlaktewater van hemelwater die als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijv. zinken of koperen daken) verontreinigd zijn geraakt zijn vergunningplichtig. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op straatverharding is ongewenst en mag volgens wettelijke gebruiksvoorschriften uitsluitend volgens de DOB-methode (Duurzaam OnkruidBeheer) worden toegepast. Verdroging Verdroging van gebieden moet worden tegengegaan. Verdroging wordt onder andere veroorzaakt door de afname van de infiltratie van water. Stedelijke gebieden zijn sterk verhard waardoor water minder makkelijk kan infiltreren naar het grondwater. Het toepassen van waterdoorlatende verhardingen of het vergroten van het wateroppervlak en onverharde terreinen zijn goede maatregelen om verdroging tegen te gaan.

Ook (grote) grondwateronttrekkingen (landbouw, glastuinbouw) leiden tot verdroging. Voorkom nieuwe bronnen van verdroging en verminder de negatieve effecten van bestaande. Overleg met de provincie (grondwaterbeheerder van grote onttrekkingen).

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-12-2021, 13:01

Pagina 8 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS

4. Advies oppervlaktewater Uw plan gebied is (deels) gelegen in oppervlaktewater.

Wat moet ik doen? Bij het ontwerp van een plan moet goed rekening worden gehouden met het onderhoud van het watersysteem. Het oppervlaktewater moet bereikbaar zijn voor het onderhoudsmaterieel (belastingstype landbouwmaterieel). Zorg voor goed toegankelijke oevers en te water laat plaatsen en voorkom obstakels als bomen, lantarenpalen en bebouwing direct langs de oever. Deze zogeheten 'onderhoudsstroken' zijn bij hoofdwatergangen tenminste vijf meter. Zie ook de legger van de watergangen, waarin deze waterstaatswerken zijn opgenomen. Daarbij: *

^äter en onderhoudsstroken vastleggen op verbeelding en voorwaarden opnemen in regels, zie ook ""^ätersystemen/waterkwantiteit"".

*

Reserveer ruimte voor onderhoud langs oevers watergangen.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-12-2021, 13:01

Pagina 9 van 9

https://dewatertoets.nl

BIJLAGE 4 Verkennend bodemonderzoek, Van der Helm Milieubeheer B.V., 28 april 2021

ie

VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK AAN DE HOEKSEKADE 111 TE BERGSCHENHOEK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f9d0902d-1a1d-480b-8156-edecd9d91c3d