[T24.00798] Vast te stellen plan compleet
Tekst van het document
Lansìngerland Bestemmingsplan “Hoeksekade nabij nr. 111” te Bergschenhoek
25 april 2024
Vaststelling
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Hoeksekade nabij nr. 111” te Bergschenhoek
Vaststelling
INHOUD: -
TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING
Identificatiecode: NL. IMRO.1621 .BP0214-VAST Werknummer: Datum: 25 april 2024
AAB Nederland
Gemeente Lansingerland
Procedureoverzicht datum Concept 10 december 2021 3 maart 2022 Voorontwerp * »
2 februari 2023
document 1e concept 2e concept
Opmerkingen Regels wonen aangepast Geluidsonderzoek aangepast Update stikstofdepositie berekening Geluidsonderzoek aangepast
Inspraak Overleg
Ontwerp
7 november 2023
Vaststelling
25 april 2024
Plattelandswoning omgezet naar bestemming wonen Update stikstofdepositie berekening
TOELICHTING
Inhoudsopgave toelichting OVERZICHTSKAART
6
1.
7
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
Aanleiding Ligging Bestemmingsplan Planopzet
PLANBESCHRIJVING
7 7 8 9
10
2.1. 2.2.
Bestaande situatie Nieuwe situatie
10 11
3.
BELEIDSKADER
12
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10 . 4.11 . 4.12 .
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
6. 6.1. 6.2.
5
INLEIDING
Rijk Provincie Regionaal Gemeente Conclusie
12 14 15 15 18
OMGEVINGSASPECTEN Flora en fauna Water Archeologie Cultuurhistorie Bodem Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe Veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid Milieueffectrapportage (m.e.r.)
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING Algemeen Bestemmingsplan Plansystematiek Bestemmingsplanprocedure Regels
UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
20 20 22 24 25 26 26 29 31 32 34 35 37
39 39 39 39 39 40
42 42 42
OVERZICHTSKAART
Moordeinde
Btejswijk
Dŵŵoekeinď NQĢfdpokleŗ /'
(X)ld«r
rodenrijs
De Aekefs' v
BetggehetiNõelí Boterdorp
OM-VeríaăizevenhiMerptas
R«ie
Ommoord
ebfoek
I
Hilleţieisberg
éěfģse AeWc/ptes
Bergse Voorplas
Terbregge Oòsiėrflarţk
Kaart omgeving plangebied (bron: www.kadaster.nl).
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
6
1.
INLEIDING
1.1.
Aanleiding De initiatiefnemer heeft in de afgelopen jaren zijn glastuinbouwbedrijf aan de Anthuriumweg 14 te Bleiswijk uitgebreid. Om dit te realiseren moesten 2 bedrijfswoningen (Anthuriumweg 10 en 16) uitgeplaatst worden. Ten tijde van de uitbreiding was er nog geen geschikte locatie gevonden. De gemeente heeft aangegeven medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het bedrijf en daarmee ook de sloop en uitplaatsing van de bedrijfswoningen. Daarbij gaf de gemeente aan dat zodra er een geschikte locatie is gevonden binnen het glastuinbouwgebied, een verzoek in te dienen voor het uitplaatsen van de woningen. Inmiddels is er een geschikte locatie gevonden. De beoogde kavel ligt aan de Hoeksekade nabij nummer 111 te Bergschenhoek. Deze locatie valt binnen een ander bestemmingsplan dan de Anthuriumweg in Bleiswijk. De kavels aan de Anthuriumweg in Bleiswijk hebben beide volgens het huidige bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch-Glastuinbouw' met functieaanduiding ‘bedrijfswoning' en zonder de aanduiding ‘bouwvlak'. De uitplaatsingslocatie heeft volgens het huidige bestemmingsplan ook de bestemming ‘Agrarisch-Glastuinbouw' met bouwvlak, maar zonder functieaanduiding ‘bedrijfswoning'. De initiatiefnemer wil graag de 2 bedrijfswoningen aan de Anthuriumweg verplaatsen naar de uitplaatsingslocatie en de bedrijfswoningen omzetten naar burgerwoningen.
Om dit mogelijk te maken moet op de uitplaatsingslocatie de bestemming ‘AgrarischGlastuinbouw' worden omgezet naar de bestemmingen ‘Wonen' en ‘Tuin' in combinatie met het wijzigen van de bouwvlakken. Om de herbouw van bedrijfswoningen aan de Anthuriumweg uit te sluiten is dit als voorwaarde in een anterieure overeenkomst vastgelegd.
1.2.
Ligging Het plangebied ligt aan de Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek. Het perceel wordt aan de noordwest-, noord- en noordoostzijde begrensd door een andere woningen (o.a. Hoeksekade nr. 111). Deze woningen maken onderdeel uit van ontwikkelingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening”. Aan de zuidoostzijde wordt het perceel begrensd door grasland. De zuidwestzijde wordt begrensd door een watergang, gevolgd door de weg en een sportpark. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Bergschenhoek, sectie B, nummer 9381. De ligging van het plangebied is op de topografische kaart voorafgaand aan de inleiding weergegeven. De in figuur 1.2.1 opgenomen luchtfoto geeft tevens het plangebied en de directe omgeving daarvan weer.
7
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
Figuur 1.2.1: Luchtfoto, Ruimtelijkeplannen.nl). 1.3.
in
het rood omkadert het plangebied (bron
luchtfoto:
Bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan “Oosteindsepolder en Warmoeziersweg”, gemeente Lansingerland, vastgesteld op 26 september 2013 vigerend.
Figuur 1.3.1: fragment bestemmingsplan met in het rood omcirkelt het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Het plangebied is aangeduid met: Enkelbestemming: ‘Agrarisch-Glastuinbouw' Aanduiding: ‘bouwvlak' Volgens het huidige bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘AgrarischGlastuinbouw'. Het perceel heeft alleen de aanduiding ‘bouwvlak' (voor een glastuinbouwbedrijf), waardoor er geen woning is toegestaan. De initiatiefnemer wil graag een bestemmingplanwijziging doorlopen om in eerste instantie de twee bedrijfswoningen te verplaatsen naar het perceel aan de Hoeksekade nabij nummer 111 te Bergschenhoek en deze om te zetten naar burgerwoningen. Aan de Anthuriumweg nummer 10 en 16 dient de functieaanduiding ‘bedrijfswoning' worden
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
8
verwijderd en op locatie Hoeksekade de bestemming ‘Agrarisch-Glastuinbouw' worden omgezet in de bestemmingen ‘Wonen' en ‘Tuin'. Hierbij dienen aan de Hoeksekade het bouwvlak voor een kas gewijzigd te worden naar twee bouwvlakken voor de woning. 1.4.
Planopzet Het plan sluit betreffende de juridische opzet aan op het vigerende bestemmingsplan “Oosteindsepolder en Warmoeziersweg” en dient door de gemeenteraad vastgesteld te worden. De juridisch-planologische regeling geschiedt door middel van de toelichting (met bijlagen), de planregels en een verbeelding. Deze stukken omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden en anderzijds een juridisch kader voor het te realiseren project. Het bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en verbeelding is aangesloten op de regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan voldoet aan de digitale verplichting zoals deze per 1 januari 2010 van kracht is. In de toelichting wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en nieuwe situatie omschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleid benoemd van de overheden en van de gemeente Lansingerland dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan behandeld aan de hand van onderzoeken op onder andere het gebied van milieu. Hoofdstuk 5 geeft een juridische planbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 inzicht gegeven in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
9
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1.
Bestaande situatie De twee te verwijderen aanduidingen ‘bedrijfswoning' zijn gelegen aan de Anthuriumweg 10 en 16 te Bleiswijk. Voor beide woningen is een sloopmelding aangevraagd. Het perceel aan de Anthuriumweg 10 staat kadastraal bekend als gemeente Bleiswijk, sectie D, nummer 2596. De sloopmelding is geregistreerd onder nummer 78055 en heeft de datum van 23 januari 2020. De woning is inmiddels gesloopt. Het perceel aan de Anthuriumweg 16 staat kadastraal bekend als gemeente Bleiswijk, sectie D, nummer 2343. De sloopmelding is geregistreerd onder nummer 303997 en heeft de datum van 2 juli 2021. De woning is inmiddels ook gesloopt.
Anthuriumweg
Hoeksekade ,/ Figuur 2.1.1: Tekening bestaande situatie Anthuriumweg 10 en 16: In het oranje aangegeven de percelen en woningen (bron onderlegger: ruimtelijkeplannen.nl). Het perceel aan de Hoeksekade nabij nr. 111 is circa 1.783 m^ en ligt ten oosten van Bergschenhoek en ten zuiden van glastuinbouwgebied wat onderdeel uitmaakt van Greenport Westland-Oostland. Het perceel is onbebouwd en ingericht als grasland. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan functies, zoals nieuwbouwwoningen, glastuinbouw, sport en andere vormen van recreatie.
Anthuriumweg
Hoeksekade
Kcotřy:.íy
Figuur 2.1.2: Tekening bestaande situatie Hoeksekade nabij nr. 111: In het rood het perceel (bron onderlegger: ruimtelijkeplannen.nl).
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
10
2.2.
Nieuwe situatie Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel twee woningen te realiseren. De bouwplannen zullen nog uitgewerkt worden, maar daarbij zal rekening gehouden worden met de regels in het bestemmingsplan, namelijk: De inhoud van de woning (exclusief aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen; maar inclusief dakkapellen) is maximaal 750 m^. De goothoogte bedraagt maximaal 4 m. De bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m. De afstand van de woning tot de perceelgrens naar de openbare weg bedraagt ten minste 5 m mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. De afstand van een woning tot de perceelsgrens of andere bestemmingen bedraagt ten minste 5 m. De beoogde woningen worden op circa 8 meter van de zuidwestelijke perceelgrens gesitueerd. Met deze situering wordt aansluiting gezocht bij de ‘voorgevelrooilijn' van omliggende bebouwing en worden bestaande zichtlijnen zoveel mogelijk gerespecteerd. Tussen de woningen worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie g 4.10.2). De nieuw te bouwen woningen sluiten in maat, schaal en korrel aan bij de bestaande bebouwing aan de rand van het (kassen)gebied en zijn een goede overgang naar de naastgelegen geplande woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B. De woningen staan een eventuele toekomstige reconstructie/herstructurering van glastuinbouwbedrijven niet in de weg.
Ontwikkeling Hoeksekade Noord
Inrit
Woningen
Figuur 2.2.1: Situatietekening gewenste situatie (bron onderlegger: ruimtelijkeplannen.nl).
11
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
3.
BELEIDSKADER
3.1. Rijk 3.1.1. Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' (SVIR) vastgesteld. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; Verbeteren van de bereikbaarheid; Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.
Gebiedsgerichte nationale belangen In de Structuurvisie worden verschillende deelgebieden onderscheiden. De Zuidvleugel omvat de provincie Zuid-Holland, het Groene Hart en (een deel van) de Zuidwestelijke Delta. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn: Het verbeteren van Den Haag internationale stad, de stad/Mainport Rotterdam en de Greenports Westland-Oostland, Boskoop en Duin- en Bollenstreek door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de bereikbaarheid, het faciliteren van de woningbouwopgave, het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer en het Bereikbaarheidspakket Zuidvleugel, het oppakken van het nationale programma Rotterdam-Zuid en het opstellen van de Rijksstructuurvisies Nieuwe Westelijke Oeververbinding en Haaglanden; Vernieuwen en versterken van de Mainport Rotterdam door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal logistiek netwerk in samenhang met de andere Nederlandse zeehavens, de haven van Antwerpen en achterlandknopen in lijn met de MIRT-verkenning Antwerpen-Rotterdam; Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma), het behouden van het kustfundament en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma's Rijnmond-Drechtsteden, Kust, Rivieren en Zuidwestelijke Delta van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma's
Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het aanwijzen van leidingstroken voor (toekomstige) buisleidingen van nationaal belang van en naar de Mainport Rotterdam; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV); Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden (waaronder de Biesbosch en de Nieuwkoopse plassen). 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft als doel om de ruimtelijke belangen van het rijk vast te leggen. Deze belangen moeten juridisch doorwerken in de ruimtelijke onderbouwing. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke besluitvorming van andere overheden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
12
kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen. De eerder uitgebrachte PKB's hebben onder de nieuwe Wro de status van structuurvisie gekregen en zijn daarmee niet langer bindend voor andere partijen. Het Barro bevat daarom, passend binnen het nieuwe stelsel van de Wro, een zo beleidsneutraal mogelijke vertaling van deze bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB's Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Het gaat om de kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, de nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Aan de hand van het Barro maakt het rijk duidelijk aan welke regels provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen en wat de ruimte is waarbinnen provincies en gemeenten hun eigen ruimtelijke belangen vorm kunnen geven. 3.1.3. Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Grote complexe opgaven als klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw komen in de visie aan bod.
Het rijk formuleert 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking op het plangebied Het voorliggend plan is van kleinschalige aard, daardoor heeft het geen landelijke impact. Wel kan het indirect de gevolgen merken van de strategie van de overheid. Daarom zal er rekening gehouden worden met de ambities van de overheid met betrekking tot klimaatadaptatie, duurzaamheid en toekomstbestendige fysieke leefomgeving. 3.1.4. Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.
Doorwerking plangebied Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavig plan voorziet in het mogelijk maken van twee woningen. Gezien de kleinschaligheid van het project kan worden gesteld dat de verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet noodzakelijk is. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling niet nader getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
13
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
3.2. Provincie 3.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 1 april 2023 heeft Provincie Zuid-Holland de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie werkt de Provincie ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes uit die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in de provincie. Provincie Zuid-Holland werkt 7 richtinggevende ambities uit in de omgevingsvisie: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Doorwerking op het plangebied Het voorliggend plan draagt bij aan bovengenoemde ambities voor zover die relevant zijn. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee woningen en doet dit met behoud van de ruimtelijke kwaliteit.
Het betreft een kleinschalige ontwikkeling aan de rand van stedelijk gebied, waarbij de aard en de schaal van het plan aansluiten op het karakter van aangrenzende gebieden. 3.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland Op 1 april 2023 heeft Provincie Zuid-Holland de Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsverordening zijn regels en instructies uitwerkt om de omgevingskwaliteit te bewaren en de ambities van de Omgevingsvisie te realiseren. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. De provincie maakt hierbij onderscheid in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.
Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In de Omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Doorwerking op het plangebied a. Ruimtelijke kwaliteit Het plangebied is gelegen aan de Hoeksekade welke het kenmerk ‘Droogmakerijenlandschap' heeft. Hierbij is het behoud van de dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders belangrijk. De Hoeksekade blijft behouden en het perceel zal op hetzelfde niveau blijven liggen, waardoor de Hoeksekade herkenbaar is. Het plangebied is in de stedelijke occupatie ‘Stads- en dorpsranden gelegen. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. De beoogde
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
14
woningen worden op circa 8 meter van de perceelgrens gesitueerd. Met deze situering wordt aansluiting gezocht bij de ‘voorrooilijn' van omliggende bebouwing en worden bestaande zichtlijnen gerespecteerd. De nieuw te bouwen woningen sluiten in maat, schaal en korrel aan bij de bestaande bebouwing in het kassengebied en zijn een goede overgaan naar de naastgelegen geplande woningbouw. Bij het initiatief zijn geen bijzondere kwaliteiten aanwezig. Er gelden vanuit het provinciaal beleid geen belemmeringen voor de planvorming. b. Stedelijke ontwikkeling De twee woningen staan op een perceel van circa 1.783 m^ waarvan circa 420 m^ als ‘Tuin' bestemd wordt waardoor er voldoende ruimte is om een tuin te realiseren waarin aandacht kan zijn voor groen en biodiversiteit. De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt behandeld in paragraaf 3.1.4 van dit document. c. Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen De gevolgen van klimaatverandering en het toekomstbestendig bouwen worden behandeld in paragraaf 4.2 en paragraaf 4.11. 3.3. Regionaal 3.3.1. Integrale visie greenport Westland-Oostland 2020 De samenwerkende gemeenten in de Greenport Westland-Oostland hebben een toekomstvisie voor de greenport tot 2020 vastgesteld, maar tot op heden is geen nieuwe visie vastgesteld.
Een hoofddoelstelling ten aanzien van de glastuinbouw is de consolidatie van een duurzaam glastuinbouwareaal om de rol als Greenport waar te kunnen blijven maken. De Zuidplaspolder en Lansingerland bieden nog ruimte voor areaaluitbreiding, ter compensatie van glasareaal dat door transformatie moet wijken of die zich er vanuit economische groei willen vestigen. Bij tuinders is het wonen ”op” je bedrijf van oudsher een traditie, maar als deze niet meer gebruikt worden kan dit kan beperkingen geven voor de uitbreiding van de glastuinbouwbedrijven. Door de bedrijfswoningen naar de rand van het glastuinbouwgebied te verplaatsen kan dit mogelijkheden genen om de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing te verbeteren. 3.4. Gemeente 3.4.1. Omgevingsvisie Lansingerland De gemeente Lansingerland beschrijft in de omgevingsvisie wat voor gemeente zij in de toekomst willen zijn. De visie geeft antwoord op de vraag wat de uitdagingen zijn voor Lansingerland en welke keuzes er in de toekomst gemaakt worden voor een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland. Op thema's zoals wonen, duurzaamheid, mobiliteit, kwaliteit van leefomgeving en gezondheid. De gemeenteraad heeft op 24 februari 2022 de omgevingsvisie vastgesteld.
Doorwerking op het plangebied Het plangebied is gelegen in het gebied ‘Glastuinbouw van wereldformaat', ‘Groenblauwe verwerving' en ‘Ontwikkelen groeneblauwe ribben'.
15
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
_______ L_____dĹ._LI__ LI_I_I_1_!_1___ m____________ ._________________ Figuur 3.4.1.1: Uitsnede omgevingsvisiekaart, met in het rood aangegeven de planlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl). De glastuinbouw in Lansingerland is onderdeel van het glastuinbouwcluster ‘Het Oostland'. Het is de ambitie van de vier Oostland-gemeenten en de provincie ZuidHolland om de regio verder te ontwikkelen als een sterk, duurzaam en internationaal concurrerend glastuinbouwcluster. Er wordt tevens op deze locatie ingezet op het verbeteren van de verbindingen tussen de kernen en groengebieden en er is aandacht voor de meervoudige functies van groen en de bereikbaarheid en beleving van groen en water; de ‘groenblauwe verwerving' gebieden. De ‘groeneblauwe ribben' verbinden de gebieden voor mensen en dieren en dragen zo bij aan het verbeteren van respectievelijk de recreatieve waarde en de lokale biodiversiteit. Direct naast het voorgenomen initiatief ligt het woningbouwplan Hoeksekade Noord. Hier is een nieuw bestemmingsplan voor vastgesteld. De visie is in dit gebied aangepast. Tevens sluiten de nieuw te woningen in maat, schaal en korrel aan bij de bestaande bebouwing in het kassengebied en de naastgelegen geplande woningbouw.
De twee woningen staan op een perceel van circa 1.783 m^ waarvan een deel bestemd als tuin, waardoor er voldoende ruimte is om een tuin te realiseren waarin aandacht kan zijn voor groen en biodiversiteit. Daarnaast is het een uitruil van woningen die zich nu ook in het glastuinbouwgebied vinden. Door de uitruil wordt het glastuinbouwgebied aan de Anthuriumweg versterkt. 3.4.2. Woonvisie Lansingerland 2021-2025 De Woonvisie Lansingerland 2021-2025 is de leidraad om de komende jaren onder eigen voorwaarden te kunnen groeien. De Woonvisie schetst een stip op de horizon over 10 jaar als ambitie, maar kijkt ook verder richting 2040. Lansingerland wil met haar Woonvisie werken aan een krachtige samenleving in Lansingerland. Wonen is immers een basisbehoefte. Via het woonbeleid geeft de gemeente richting aan een toekomstige evenwichtige bevolkingssamenstelling die past bij het karakter van Lansingerland. De Woonvisie is onderdeel van de Omgevingsvisie. In de woonvisie staan drie pijlers centraal: 1. Een plek voor iedereen: Woningbouwontwikkeling aansluiten op vraag van krachtige samenleving, doelgroepen met weinig geschikte woningen ondersteunen, meer aandacht voor huisvesting van bijzondere doelgroepen, woningbouw gebruiken om samenleving divers te maken in doelgroepen en doorstroming stimuleren. 2.
Fijn en toekomstbestendig wonen: Huidige woonkwaliteit op peil houden, meer inbreiden, aandacht voor groen in de woonomgeving, gemixte woonwijken plannen, variëren in woningaanbod,
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
16
toekomstbestendige woningen realiseren en uitbreiding en verdichting rond knooppunten, OV- en autoverbindingen en voorzieningencentra. 3. Wonen in verbondenheid: Wonen koppelen aan economie, mobiliteit, sociale leefomgeving, duurzaamheid en andere thema's, laten bijdragen aan sociale infrastructuur, de plek versterken in de metropool, samenwerken aan goed wonen. 3.4.3. Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling Om ruimtelijke projecten binnen de gemeente een helder en concreet duurzaamheidskader te bieden is de Duurzame Gebiedsontwikkeling (hierna: DGO) gemaakt. Hiermee kan bij de actuele ruimtelijke projecten meer eenheid en consistentie worden geboden bij de invulling van het begrip duurzaamheid. De scope van het kader DGO is als volgt: 1. De notitie geeft het duurzaamheidskader voor nieuwbouwontwikkelingen van woningen binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland. Alle projectgroottes ten aanzien van woningaantallen zijn hierin begrepen. 2. De notitie geeft een uitwerking aan de drie door de gemeente geselecteerde focusthema's: Energie, Klimaatadaptatie, Circulaire Grondstoffen. Deze focusthema's zijn één op één afgeleid uit de routekaart die op dit moment wordt opgesteld. 3. De notitie geeft per thema de ondergrens de te realiseren duurzaamheidprestaties. Projectgebonden kunnen hier uiteraard aanvullingen en toevoegingen op worden gedaan. 4. Het kader DGO blijft een richtlijn.
Projectleiders dienen, binnen de contractuele en financiële context van hun project, maximale inspanning te verrichten om de criteria in de planontwikkeling te verwerken. 3.4.4. Welstandsnota Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimuleren. Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de redelijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij' aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling'. Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: welstandsvrij; vrij met excessenregeling; licht; bijzonder Naast de welstandsniveaus is de gemeente ook opgedeeld in verschillende gebieden. Per gebied zijn er welstandseisen gesteld aan de omgeving.
Het plangebied valt onder woon- en werklinten in het glastuinbouwgebied met een licht welstandsniveau.
17
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
Figuur 3.4.3.1: Links welstandsniveaus, rechts gebiedenkaart. Het plangebied is omcirkeld (Bron: Welstandsnota Lansingerland). Licht Bij dit welstandsniveau is de preventieve welstandsbeoordeling primair gericht op het bewaren van de stedenbouwkundige en architectonische samenhang. Dit welstandsniveau is toegekend aan veel woonwijken buiten de kernen. In deze gebieden worden de openbaarheid en de publieke ruimte vooral beleefd door de mensen dier wonen of werken. Het zijn ‘rustige' gebieden waar de leefbaarheid van groot beland is omdat mensen er langdurig (moeten) verblijven. Woon- en werklinten in het glastuinbouwgebied. a. Ordenende principes en dragende kwaliteiten Ruimtelijke structuur: kassencomplexen met bijbehorende woonhuizen, gekoppeld aan de historische bovenland-linten en de (insteek)wegen in de droogmakerijen. Vrijwel monofunctioneel ruimtelijk karakter: glastuinbouw-en sierteeltcomplexen bestaand uit kassen, gietwaterbassins en bedrijfshallen e.d. Individuele vormgeving van de woonhuizen Uitgangspunten welstandsbeleid Ondernemers en bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit. Gezien het monofunctionele en minimaal publieke karakter kan de rol van welstand beperkt blijven. Aanwezige ruimtelijke kwaliteit wordt via het bestemmingsplan gewaarborgd. De woon-werklinten zijn daarom qua welstand ‘vrij'.
Een uitzondering hierop is gemaakt bij een strook ten westen van de N209 ter hoogte van Bleiswijk. Gezien de grote zichtbaarheid van het glastuinbouwgebied vanaf de N209 is het gewenst dat voor deze zone een excessenregeling van toepassing is. 3.4.5. Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan ‘Oosteindsepolder en Warmoeziersweg' is reeds besproken in paragraaf ‘1.3 Bestemmingsplan' van dit document. 3.5.
Conclusie Voornaamste doel van de huidige procedure is de uitplaatsing van voormalige bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied in Bleiswijk naar de Hoeksekade met als resultaat versterking van het glastuinbouwgebied in Bleiswijk. Omdat het hier om twee
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
18
bedrijfswoningen gaat, is gekozen om deze te verplaatsen naar een geschikte locatie met een agrarische bestemming. Dit heeft als gevolg dat het voorgestelde plan niet direct passend is in de woonvisie. Maar omdat het om de verplaatsing van twee bestaande woningen gaat, vormt dit geen belemmering op voor voorliggend plan. Per saldo verandert de woningvoorraad niet. Tevens moet opgemerkt worden dat het voorgestelde plan niet geheel in lijn is met de omgevingsvisie. Het gebied is namelijk aangewezen als ‘Glastuinbouw van wereldformaat'. Direct naast het voorgestelde initiatief (en tevens in het gebied met aanduiding ‘Glastuinbouw van wereldformaat) zijn reeds woningen voorzien, waarvoor al bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de raad. Hierbij kan worden gesteld dat de omgevingsvisie op deze specifieke locatie te grofmazig is weergegeven, en daardoor niet volledig in lijn is met de huidige ontwikkelingen. Bovendien vertegenwoordigt het voorgestelde plan een uitwisseling van woningen die momenteel ook binnen het glastuinbouwgebied zijn gelegen. Deze ruil draagt bij aan de versterking van het glastuinbouwgebied aan de Anthuriumweg. Verder dient te worden benadrukt dat dit specifieke gebied niet is aangewezen als glastuinbouwgebied in de provinciale verordening. Het ruimtelijk beleid van het Rijk, provincie en de gemeente vormt derhalve geen belemmering voor dit initiatief.
19
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
4.
OMGEVINGSASPECTEN
4.1. Flora en fauna 4.1.1. Wet- en Regelgeving Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming een drietal wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het doel van deze wet is de bescherming van de biodiversiteit in Nederland, decentralisatie van verantwoordelijkheden en een vereenvoudiging van regels. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse diersoort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rusten verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Met de nieuwe Wet natuurbescherming is onopzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat tevoren goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd, blijft strafbaar. 4.1.2. Onderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Blom Ecologie B.V. heeft 13 oktober 2021 een quickscan Wet natuurbescherming opgesteld. De locatie is op 21 september 2021 bezocht. De rapportage is in de bijlage van deze toelichting opgenomen.
Hieronder volgt de conclusie en het advies. a. Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart - 15 juli). b. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Groene buffers en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets, AERIUSberekening en/of ‘nee, tenzij'-toets is niet noodzakelijk. Om zeker te zijn dat het project inderdaad geen invloed heeft op omliggende Natura 2000-gebieden is er door AAB een voortoets WNB-onderdeel stikstof opgesteld. c. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig, een meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing.
d. Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
20
e. -
-
-
-
Te treffen maatregelen Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De te dempen sloot wordt gefaseerd gedempt in één werkrichting en alle aanwezige dieren krijgen de gelegenheid om te vluchten. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.
Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
Stikstofdepositie In het kader van de Wet natuurbescherming dient de invloed van dit project ter plaatse van (nabijgelegen) Natura 2000-gebieden te worden beoordeeld. AAB heeft 8 januari 2024 een voortoets WNB-onderdeel stikstof opgesteld. De voortoets is in de bijlage van deze toelichting opgenomen. Hieronder volgt de conclusie. Het beoordelen van de stikstofdepositie heeft tot doel om vast te stellen in welke mate het plan bijdraagt aan de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000gebieden. Afhankelijk van de uitkomsten zijn mogelijk vervolgacties noodzakelijk. a. Binnenlandse gebieden Uit de berekeningen middels AERIUS Calculator komt naar voren dat de depositie van het plan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie en hiermee dus significante negatieve effecten op nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Verdere vervolgacties zijn niet noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat, ten behoeve van de aan te vragen omgevingsvergunning, de stikstofdepositie van het project separaat dient te worden vastgesteld. b. Buitenlandse gebieden Gezien de afstand van de planlocatie tot de dichtstbijzijnde buitenlandse Natura 2000gebieden (> 25 km) zijn deze niet relevant in het kader van de stikstofdepositie. 4.1.3.
Conclusie Het project is op het gebied van ecologie uitvoerbaar.
21
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
4.2. Water 4.2.1. Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Nationaal Waterplan 2016-2021 Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.
Het kabinet speelt, om overstromingen te voorkomen, proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Waterbeheerplan 2016 - 2021 - Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water', Keur van het HHSK, peilbesluiten en de leggers. Het waterbeheerplan bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Met het nieuwe Waterbeheerplan staat het HHSK voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer, in directe verbinding met de omgeving. Per 1 januari 2016 is de geactualiseerde Keur in werking getreden. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staan de ambities van het hoogheemraadschap voor de komende jaren. De ambities en thema's worden gekoppeld aan de taken van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap zet de volgende ambities centraal: 1. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen; 4. het zuiveren van afvalwater. Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
22
Daarbij is veel aandacht voor het samenwerken met inwoners, bedrijven en andere overheden om bewustwording te creëren en de leef- en werkomgeving klimaatbestendig in te richten. 4.2.2. Onderzoek Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is aangesloten op de landelijke website van de Digitale Watertoets. De Digitale Watertoets is ingevuld en als bijlage van deze toelichting opgenomen. Een korte samenvatting is hieronder weergegeven. Situatie Bij het plangebied is in de huidige situatie een watergang gelegen. Op het perceel ligt circa 171 m^ terreinverharding. Het perceel is ontsloten vanaf de Hoeksekade d.m.v. een dam met duiker van circa 4 meter breed en 4 meter lang. In de nieuwe situatie worden er twee woningen gerealiseerd. De bestaande inrit wordt verplaatst en vergroot. Daarnaast wordt langs de Hoeksekade en zone als ‘Tuin' bestemd in aansluiting met het naastgelegen plan ‘Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B'. Veiligheid en waterkeringen In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen waterkeringen gelegen. Ook is het plangebied niet gelegen in een gebied met een overstromingsrisico. Oppervlakte watersysteem Het perceel is gelegen aan een ‘overige watergang'. De watergang tussen het perceel en de Hoeksekade heeft de code OWA-3431. De watergang wordt onderhouden door de aangrenzend eigenaar.
Aan weerskanten van de watergang is een 1 meter brede beschermingszone vastgesteld. Het perceel is grotendeels onbebouwd. Voldoende water - wateroverlast Er is ter plaatse ook geen sprake van wateroverlast. Volgens het beleid ‘toename van verharding bij ruimtelijke ontwikkelingen' wordt gesteld dat een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m^ moet worden gecompenseerd door de aanleg van water. Deze compensatie bestaat uit minimaal 9,74% van de toename in verhard oppervlak. Voorliggend initiatief blijft echter onder deze norm. De verharding voor de realisatie van de woningen is circa 670 m^, waarvan 171 m^ bestaande verharding is. Voor het dempen van oppervlaktewater geldt een 1:1 verhouding voor de compensatie. De bestaande inrit wordt verplaatst en vergroot. Door de nieuwe inrit wordt circa 18 m^ water gedempt. Dit wordt gecompenseerd door de sloot te verbreden met een oppervlak van circa 18 m^. Twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden zal het hoogheemraadschap ingelicht worden. Schoon water - goed omgaan met afvalwater Schoon hemelwater wordt rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater. Afvalwater van de woningen worden via het rioolsysteem van de gemeente Lansingerland geloosd, maar dit is niet van betekenende hoeveelheid. Volksgezondheid Door het afkoppelen van het hemelwater worden vuilwater overstorten tegengegaan.
De risico's van water gerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Bodemdaling Door de voorgenomen ontwikkeling zal het (grond)waterpeil niet worden aangepast. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed.
23
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
Grondwatero verlast Het grondwater zit (vrij) ondiep. Indien ondergrondse constructies worden gebouwd, waarvan de onderkant dieper ligt dan de hoogste grondwaterstand, wordt geadviseerd waterdicht te bouwen om te voorkomen dat overlast van grondwater ontstaat. Wegen Op het perceel zijn geen wegen in beheer van het Hoogheemraadschap. De watergang is voldoende bereikbaar voor goed beheer. 4.2.3. Conclusie Er gelden vanuit het aspect water geen belemmeringen voor het voorliggende plan. 4.3. Archeologie 4.3.1. Wet- en regelgeving Rijk Door de ondertekening van het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta genoemd) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Monumentenwet is geregeld hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument 'Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS)' welke sinds januari 2017 van kracht is. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht.
Gemeentelijk archeologiebeleid Op 7 maart 2017 is de geactualiseerde Beleidsnota Archeologie Lansingerland in werking getreden. Daarmee heeft de gemeente Lansingerland invulling gegeven aan haar archeologische taak en de daarbij horende verantwoordelijkheden. Dit beleid is bij de actualisatie op enkele punten herzien. Op basis van deze geactualiseerde nota kan worden bepaald wat de verwachtingswaarde van een bepaald gebied is. 7" Z z
z
i
t /'
t z'
*z
—________ _______________________________^ .
-__________________________________ L- . - --V________ C______________ I
Figuur 4.3.1.1: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Lansingerland 2017 (bron: gemeente Lansingerland).
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
24
4.3.2. Onderzoek Volgens de Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Lansingerland heeft het plangebied geen archeologische verwachtingswaarde. Er behoeft geen archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan te worden opgenomen. 4.3.3. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van dit plan. 4.4. Cultuurhistorie 4.4.1. Wet- en regelgeving Rijk Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Eén van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Regioprofielen Cultuurhistorie De provincie Zuid-Holland wil waardevolle cultuurhistorische elementen behouden of inpassen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om dit richting te geven, zijn Regioprofielen Cultuurhistorie opgesteld. De zestien regioprofielen dienen als een handreiking en sturingskader voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus om cultuurhistorie op te nemen in ruimtelijke plannen.
Ze zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen voor cultuurhistorie in ruimtelijke plannen zoals die staan in de provinciale Structuurvisie. Nota Cultuurhistorie Plus De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld. Waar mogelijk moeten de uitgangspunten uit de Nota worden vertaald in een juridische regeling in het bestemmingsplan.
Historische poldemnten Historische dìjklinten Historische kernen Rijtjes aan straten {1950-1970)
rn Stroken en blokken (1960-1975) Woonerven (1970-1990) Woongebieden na 1985 Woon en werkunten ín het glastuinbouwgebied Bedrijventerreinen Agrarisch gebied Recreatie- en sportgebieden
lUM
Ontwikkelingsgebied Transformatiegebied
Figuur 4.4.1.1: Uitsnede uit de gebiedenkaart van de Nota Cultuurhistorie Plus (bron: gemeente Lansingerland).
25
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
4.4.2. Onderzoek Het plangebied is volgens de gebiedenkaart van de Nota Cultuurhistorie Plus gelegen in ‘woon en werklinten in het glastuinbouwgebied' en tevens aangemerkt als transformatiegebied. Het glastuinbouwgebied is een gebied met een geheel eigen, monofunctioneel karakter en een eigen dynamiek. De aanwezige bebouwing en ruimtelijke structuren zijn bijna exclusief gericht op het optimaal kunnen functioneren van de tuinbouwsector. Het ruimtelijk beleid is gericht op het faciliteren hiervan. Aandachtspunten voor het ruimtelijk beleid is het behoud van het patroon van tochten en sloten als historische ‘dragers'. Cultuurhistorisch gezien is het glastuinbouwgebied niet van bijzondere waarde, wel zijn er enkele historische restanten die het behouden waard zijn. Deze zijn echter niet binnen het voorliggende plangebied gelegen. De nieuw te bouwen woningen sluiten in maat, schaal en korrel aan bij de bestaande bebouwing in het (kassen)gebied en zijn een goede overgang naar de naastgelegen geplande woningbouw. 4.4.3. Conclusie Het project leidt niet tot aantasting van de cultuurhistorische waarden. In het plangebied komen geen monumenten voor. Het project is op het gebied van cultuurhistorie uitvoerbaar. 4.5. Bodem 4.5.1.
Wet- Regelgeving In het Besluit ruimtelijke ordering is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) is daarom onderdeel van de onderzoek verplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Daarnaast geldt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de volksgezondheid dat het bestemmen van gronden met een (water)bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel moet worden voorkomen. 4.5.2. Onderzoek Op 28 april 2021 is er een bodemonderzoek opgesteld door Van der Helm Milieubeheer B.V. De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 31 maart 2021 en het grondwater is bemonsterd op 7 april 2021. Het onderzoek is in de bijlage van deze toelichting opgenomen. Hieronder volgt de conclusie en het advies. Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen nieuwbouw van twee woningen.
Ter onderbouwing van bovenstaand wordt tevens geconcludeerd dat: de grond (zowel boven- als ondergrond) en het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte parameters; visueel zowel op het maaiveld als in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de onderzoekslocatie als onverdacht op asbest beschouwd. 4.5.3. Conclusie Het project is op het gebied van bodemkwaliteit uitvoerbaar. 4.6. Geluid 4.6.1. Wet- en regelgeving geluidhinder Sinds 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Geluidsgevoelige ontwikkelingen moeten aan deze wet worden getoetst. In de Wgh is bepaald dat de
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
26
geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en/of industrielawaai op de gevels van (andere) geluidsgevoelige gebouwen getoetst moet worden aan de in de Wgh opgenomen (voorkeurs)grenswaarden. De Wet geluidhinder (Wgh) is erop gericht om de geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. Wegverkeerslawaai De Wgh bepaalt dat de ‘geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. De Wet geluidhinder gaat uit van een voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde dan staat de Wgh op basis van art. 83 lid 1 en 2 een maximale grenswaarde toe van 63 dB voor woningen in de zone van een binnenstedelijke weg en 53 dB voor woningen in een buiten stedelijke omgeving Hogere waarden beleid gemeente Lansingerland In de situatie dat woningen een geluidsbelasting ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de gemeentelijke geluidsnota ‘Beleidsnota Hogere Waarden'. Het beleid is van toepassing als het geluid hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Het beleid gaat uit van maatregelen aan de bron (wegdek, rijsnelheid) of overdracht (geluidscherm/wal) of maatregelen bij de ontvanger. Als maatregelen niet mogelijk zijn en als een hogere waarde moeten worden vastgesteld op basis van de Wet geluidhinder dan is dit in principe mogelijk als de woning een geluidluwe gevel heeft en een geluidluwe buitenruimte waar het geluidsniveau niet meer bedraagt dan 53 dB (zonder aftrek). Daarnaast kunnen eisen worden aan de indeling van de woning (bv. slaapkamers achterzijde). Overige geluidsbronnen Wgh Omdat het plangebied niet is gelegen binnen de toetsingszone van een zoneplichte spoorweg en/of binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein, is toetsing aan de betreffende normen uit de Wet geluidhinder niet aan de orde. Naast de bronnen uit de Wgh zijn er nog twee andere bronnen relevant voor het plangebied. Luchtvaartlawaai Het plangebied is op circa 4,3 kilometer van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport gelegen. Op grond van de geldende omzettingsregeling van de luchthaven gelden momenteel geen beperkingen ter plaatse van het plangebied. De toekomstige woningen zijn immers gelegen buiten de 35 Ke-contour. Het plangebied ligt in het verlengde van de start-Zlandingsbaan van het vliegveld, waardoor vliegtuigen op een hoogte van circa 250 meter passeren.
Uitgaande van een gemiddelde bezetting van 2,4 mensen per woning, leidt realisatie van het bouwplan tot circa 5 extra gehinderden. Gezien de huidige persoonsdichtheid binnen de 20 Ke-contouren wordt deze beperkte toename acceptabel geacht. De toekomstige bewoners worden bij de aankoop van hun woning geattendeerd op het feit dat hun woning is gelegen binnen de invloedssferen van Rotterdam The Hague Airport. Het anticiperen op toekomstig beleid voor de luchthaven, waarvan de richting en uitkomst nog onzeker is, is gezien het bovenstaande niet wenselijk. Bedrijfslawaai Ten behoeve van het bestemmingsplan voor de realisering van de woningen op de naast gelegen kavel is een onderzoek verricht naar de geluidbelasting van het daarachter gelegen bedrijf Stolk Flora B.V.. Het bedrijf valt onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit wil zeggen dat bij de woningen in eerste instantie voldaan dient te worden aan de standaardnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. 27
Hoeksekade nabij nr. 111 te Bergschenhoek Toelichting Vaststelling
Uit het onderzoek blijkt dat als het bedrijf voldoet aan de voor het bedrijf geldende standaardnormen uit het Activiteitenbesluit bij de bestaande woning aan de Hoeksekade 111, die op ongeveer gelijke afstand tot het bedrijf ligt, geen overschrijding van de geluidsnormen plaatsvindt. Op een aantal van de geplande woningen op de naast gelegen kavel worden de geluidniveaus in de avond- en nachtperiode beperkt overschreden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de komende en gaande vrachtwagens. Om de op basis van het Activiteitenbesluit toelaatbare bedrijfsvoering van het bedrijf niet in gevaar te brengen zijn maatwerkvoorschriften gesteld (Beschikking maatwerkvoorschriften, DCMR, 1739204_3840549, d.d. 25 april 2023). Hiermee heeft het bedrijf meer geluidruimte gekregen in de avond- en nachtperiode. Voor de woningen in het plangebied is alleen de verruiming van het geluidsniveau van de komende en gaande vrachtwagens van belang: 1.2 In afwijking van artikel 2.17, lid 6 van het Activiteitenbesluit mag het maximale geluidniveau (LAmax), veroorzaakt door de komende en gaande vrachtwagens (inclusief laden en lossen), op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer bedragen dan: - 68 dB(A) over de beoordelingsperiode van 19:00 tot 22:00 uur; - 67 dB(A) over de beoordelingsperiode van 22:00 tot 06:00 uur.
Ondanks deze verruiming zal er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen. Gelet op de eisen in het Bouwbesluit ten aanzien van de geluidwering van de woningen van 20 dB, blijven in de woning de niveaus in de avond- en nachtperiode beperkt tot respectievelijk maximaal 27 dB(A) en 25 dB(A) en wordt voldaan aan de normaal gehanteerde eis van 35 dB(A) etmaalwaarde in woningen.
4.6.2. Onderzoek Wegverkeerslawaai Op 29 juni 2023 is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai gedaan door Ardea acoustics & consult v.o.f. Het gehele rapport is als afzonderlijk bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting van de woningen uitkomt op 53 dB. Deze waarde is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar voldoet wel aan de maximale toelaatbare waarde van 53 dB voor het buitengebied. Op basis van het hogere waardenbeleid is het nodig om na te gaan of het mogelijk is om de geluidsbelasting van de woningen te reduceren tot de voorkeurswaarde van 48 dB. In principe is dat gedeeltelijk mogelijk door toepassing van geluidarm asfalt of reductie van de rijsnelheid. Toepassing van geluidarm asfalt kan een reductie leveren van enkele decibellen maar zal naar verwachting meer kosten dan het toets bedrag van 5 dB x 2 woningen x C 1.000 = C 10.000. Verlagen van de rijsnelheid kan een reductie geen van 3 dB en is mogelijk als de gemeente het besluit neemt om de 30 km/uur zone aan te passen via een verkeersmaatregel met aanvullend herinrichtingsmaatregelen om een daadwerkelijke verlaging van de rijsnelheid te realiseren. Al met al zullen de kosten van herinrichting dan toch al snel meer dan C 10.000 bedragen.