CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.00238] Ruimtelijke onderbouwing versie april 2024, inclusief bijlagen

Commissie Ruimte 14 mei 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Ontwerpomgevingsvergunning en VVGB Paard & Coaching Bergschenhoek26.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PAARD & COACHING

29 maart 2024

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PAARD Ä COACHING

Datum

29 maart 2024

In opdracht van

Paard S Coaching Rotterdam

Re-BUS Rotterdam Maashaven n.z. 829 3072 AE Rotterdam

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.

2.

3.

4.

INLEIDING..................................................................................................................................7 1.1

Aanleiding.......................................................................................................................................7

1.2

Ligging en begrenzing.................................................................................................................... 7

1.3

Vigerend bestemmingsplan...........................................................................................................8

1.4

Procedure.......................................................................................................................................9

BELEID..................................................................................................................................... 11 2.1 Rijksbeleid................................................................................................................................... 11 2.2

Provinciaal beleid........................................................................................................................ 11

2.3

Gemeentelijk beleid..................................................................................................................... 13

BESCHRIJVING VAN HET PROJECT............................................................................................15 3.1

Omgeving en huidig gebruik........................................................................................................15

3.2

Het project....................................................................................................................................15

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN.................................................................................. 19 4.1 4.2

Water............................................................................................................................................ 19 Milieuzonering ............................................................................................................................ 21

4.3 4.4

Geluid........................................................................................................................................... 22 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................. 23

4.5

Externe veiligheid ....................................................................................................................... 24

4.6

Bodem...........................................................................................................................................26

4.7 4.8

Archeologie...................................................................................................................................26 Flora en fauna ............................................................................................................................. 27

4.9

Duurzaamheid............................................................................................................................. 28

4.10 Besluit m.e.r..................................................................................................................................29

5.

UITVOERBAARHEID................................................................................................................ 31

6.

CONCLUSIE..............................................................................................................................33 BIJLAGEN ALS APARTE DOCUMENTEN TOEGEVOEGD ^ Onderbouwing noodzaak bedrijfswoning • Randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing Paard & Coaching ^ Definitief ontwerp indeling perceel ^ Advies geurcontouren Sporthoeklaan Bergschenhoek ^ Aviv, Externe veiligheid / Sporthoeklaan in Lansingerland ^ Verkennend milieukeundig bodemonderzoek ^ Quickscan Wnb Sporthoekpad ong. ^ Stikstofdepositieonderzoek • Aanmeldnotitie • Nota wettelijk vooroverleg Paard en Coaching

Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

-5-

-6-

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Paard S Coaching is een gerenomeerde geestelijke gezondheidszorg (ggz) organisatie die professionele begeleiding biedt aan kinderen, jongeren en volwassenen met gedrags­ problemen, waaronder autisme, ADHD, gezinsproblematiek, eetstoornissen en angsten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van therapiepaarden in een natuurlijke omgeving, waardoor een veilige en ontspannen sfeer wordt gecreëerd waarin cliënten zich op hun gemak voelen. De zorg die aan cliënten wordt geboden, wordt gefinancierd via het persoonsgebonden budget (Pgb) van de jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz) door gemeenten. De gemeente Lansingerland is één van de grootste gemeentes waarvoor cliënten worden begeleid en tot voor kort werd mede daarom tot 2022 een terrein gehuurd aan de Bergweg Zuid 110 te Bergschenhoek. Nadat vanwege verkoop van de locatie het huurcontract werd ontbonden, is een onderkomen gevonden in Rotterdam Nesselande, aan de Onderweg 1. Ook dit betreft echter een tijdelijk huurcontract. Voor een permanente vestiging is nu een geschikt en goed bereikbaar perceel gevonden in het Hoekse Park West. De locatie bevindt zich tevens in de directe nabijheid van het Lage Bergse Bos, wat vanwege de aard van het werk belangrijk is.

Ter plaatse van de locatie geldt het bestemmingsplan "Hoekse Park West", waarbij de gronden zijn voorzien van een agrarische bestemming. De beoogde functie past daar grotendeels binnen, maar op onderdelen is een afwijking noodzakelijk. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan zelf, maar om praktische redenen (zie Ş 1.3) is in het kader van de vergunningverlening gekozen voor het doorlopen van een procedure als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze procedure vereist een ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat ondanks deze afwijking, wordt voldaan aan de vereisten van 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.2

Ligging en begrenzing Het projectgebied bevindt zich in het Hoekse Park West, direct ten oosten van het bedrijvenpark Weg en Land. Aan de noordzijde bevinden zich diverse sportvelden die ontsloten worden via de Sporthoeklaan (tevens doorgaande route richting de Hoeksekade).

Afbeelding 1: Globale ligging van het perceel binnen Bergschenhoek (links) en in de directe omgeving (rechts).

Ruimtelijke onderbouwing Paard S Coaching

-7-

Noordoostelijk van de locatie zijn recentelijk woningen gerealiseerd voor de langdurige opvang van onder andere Oekraïners. Ten zuiden van de locatie bevinden zich weilanden en het Lage Bergse Bos. Het perceel staat kadastraal bekend onder nummer BSHOO-B-4336 en was tot voor kort in agrarisch gebruik (grazen van koeien). Vigerend bestemmingsplan Het gehele perceel valt binnen het bestemmingsplan Hoekse park West. Dit plan is vastgesteld op 28 november 2013 en daarna in werking getreden (onherroepelijk). Het perceel is geheel voorzien van de hoofdbestemmingen 'Agrarisch'.

1.3

Binnen de agrarische bestemming zijn uitsluitend agrarische bedrijven toegestaan, met uitzondering van niet-grondgebonden agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen. Daarnaast zijn de gronden bedoeld voor het behoud en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde, natuurontwikkeling en water. Ook het bijbehorend gebruik ten dienste van erven, groen, nutsvoorzieningen, wandel-, fiets- en ruiterpaden is toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Zonder afwijking zijn ten dienste van de bestemming enkel bouwwerken toegestaan van maximaal één meter hoog, of twee meter in geval van een brug. Mét afwijking is het toegestaan om onder voorwaarden per agrarisch bedrijf één agrarisch bedrijfsgebouw op te richten, zoals een veldschuur of een melkstal, mits het vloeroppervlak niet meer dan 150 m2 en de hoogte niet meer dan 4 m bedraagt. Voor een zeer klein deel van het perceel geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Deze is bedoeld ter bescherming van de archeologische waarden in de ondergrond. Zo dienen bouw- en/of graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld en een groter oppervlak betreffen dan 500 m2 getoetst te worden getoetst op de noodzaak voor onderzoek. Tot slot is nog een tweetal vrijwaringszones van toepassing, beide gericht op de aanwezigheid van Rotterdam The Hague Airport.

Deze vrijwaringszones hebben betrekking op de toegestane maximum bouwhoogte ten behoeve van de vliegveiligheid en de ontvangst van het radiobaken. De maximum bouwhoogte bedraagt 15 meter boven NAP, waarbij het bevoegd gezag kan afwijken tot 70 meter boven NAP.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding Hoekse Park West met daarop het projectgebied geprojecteerd.

-8-

Zoals aangegeven in de inleiding, is voor het projectgebied tevens voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van een wijzigingsbevoegdheid (Wro - zone - wijzigingsgebied - 1). In artikel 15 lid 3 is daarover bepaald dat de agrarische bestemming kan worden gewijzigd in een recreatieve, verkeers- en/of waterbestemming. De recreatieve, water- en verkeersbestemming sluit aan op al bestaande regels die zijn opgenomen in de planregels. Voor de recreatieve bestemming geldt echter een aanvullende bestemming (Recreatie - 1). Deze bestemming maakt aanvullend op de bestemming 'Recreatie', een hippisch centrum mogelijk (maximaal 5.000 m2) met één bedrijfswoning (maximaal 750 m3) mogelijk. Deze wijzigingsbevoegdheid is voor het nu beoogde hippisch centrum echter niet toepasbaar, omdat het geen recreatieve functie betreft. Daarom wordt een 'uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure' doorlopen. Deze procedure ziet expliciet toe op de oprichting van de voor de functie benodigde gebouwen en het gebruik van de bijbehorende gronden ten behoeve van Paard S Coaching. De landschappelijke inrichting kent op grond van de geldende bestemming geen strijdigheden en behoeft planologisch dan ook niet te worden onderbouwd. Daarover worden op grond van een anterieure overeenkomst afspraken gemaakt tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

1.4

Procedure Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Vanaf dat moment zijn aanvragen om afwijking van het bestemmingsplan aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een 'reguliere' en een 'uitgebreide' omgevingsvergunningsprocedure. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het nu geldende bestemmingsplan, is het noodzakelijk om van de bepalingen af te wijken. Voor de afwijking wordt toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid sub a, onder 3 van de Wabo. Hiervoor geldt de uitgebreide procedure, zoals beschreven in Ş 3.3 van de Wabo. Ten behoeve van deze procedure is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk; dit document voorziet hierin. De aanvraag ten behoeve van de planologische afwijking wordt gelijktijdig met de bouwaanvraag ingediend. We spreken daarom van een gecombineerde aanvraag.

Ruimtelijke onderbouwing Paard S Coaching

-9-

- 10 -

2

BELEID Zoals aangegeven, past het voornemen om het betreffende perceel in gebruik te nemen als hippisch centrum niet binnen het bestemmingsplan. Onderstaand wordt het voornemen getoetst aan het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

2.1

Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder de Wro. De Omgevingsvisie gaat in op een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door daar goed op in te spelen kunnen kansen worden verzilverd. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving. De opgaven zijn daarbij als volgt ingedeeld: 1. Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel. 3. Sterker en leefbaarder maken van steden en regio's. 4. Toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Het beleid met betrekking tot de ruimtelijke inrichting heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden. Wel is sprake van een 'ladder voor duurzame verstedelijking' (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en bestond oorspronkelijk uit drie treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen.

Daarnaast is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Hiervan is in dit geval geen sprake, wat betekent dat het hier geen stedelijke ontwikkeling betreft en dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Aangezien een visie geen bindende werking heeft voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld, zijn deze nationale belangen geborgd in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte. Deze AMvB wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De NOVI kenmerkt zich door een hoog abstractieniveau en bevat geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Op grond van het Barro is in de directe omgeving evenmin sprake van een nationaal belang. De beoogde afwijking ten opzichte van wat in het bestemmingsplan reeds is voorzien, is dermate gering dat geen sprake is van strijdigheid met Rijksbeleid.

2.2

Provinciaal beleid In het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Omgevingsvisie en één Omgevingsverordening. De meest recent geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie is in

Ruimtelijke onderbouwing Paard S Coaching

- 11 -

werking getreden per 1 april 2023 (NL.IMRO.9928.OVisie-GC09). Voor de omgevingsverordening betreft dit de versie die gelijktijdig met de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden (NL.IMRO.9928.ZHOVgeconsolideerd-0051). In het Omgevingsbeleid zijn de operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken deel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur. 2.

De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing. 3. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. 4. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden. Om de verschillende waarden en kenmerken te kunnen benoemen en tot hun recht te laten komen, is gekozen voor een ordening in een viertal lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Hieraan gekoppeld zijn bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening, waar ontwikkelingen rekening mee moeten houden.

De vier lagen zijn samengevat in één integrale kwaliteitskaart. De kwaliteiten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Het projectgebied voor Paard SCoaching valt echter niet binnen een specifiek gebiedsprofiel. De provincie heeft 12 provinciale beleidsopgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en regels in de verordening. De voor het projectgebied relevante opgaven betreffen: 1. Gezondheid en veiligheid: Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. 2. Ruimte en verstedelijking: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied.

- 12 -

3.

Wonen: Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen.

De hier betreffende ontwikkeling betreft de realisatie van een geestelijke gezondheidszorg (ggz) organisatie die professionele begeleiding biedt aan kinderen, jongeren en volwassenen waarbij gebruik wordt gemaakt van therapiepaarden in een natuurlijke omgeving. De inmiddels ongebruikte agrarische gronden (voorheen stonden hier koeien te grazen) zijn bij uitstek geschikt voor deze functie. De locatie is goed bereikbaar en gelegen op korte afstand van het Lage Bergse Bos. Het is daarmee een optimale locatie voor het goed kunnen functioneren van de voorziening en een ideale plek om een veilige en ontspannen sfeer te creëren waarin cliënten zich op hun gemak voelen. De functie zet in op een gezond leefklimaat en zal met het oog op het voorzieningenniveau bijdragen aan een goede leefomgeving. De ontwikkeling is daarnaast nagenoeg in lijn met wat het bestemmingsplan reeds beoogde. Gesteld kan worden dat in geen enkel opzicht sprake is van strijdigheid met het provinciale beleid. 2.3

Gemeentelijk beleid In de Omgevingsvisie van de gemeente valt het perceel binnen de zogenoemde 'Groene Flanken'. De bosrijke deelgebieden hiervan zijn het Hoge en Lage Bergse Bos, het Hoekse Park, de Bleiswijkse Zoom en Bleiswijkse Fles. Deze worden beter op elkaar aangesloten door de ontwikkeling van nieuw bos en slim bosbeheer. Het beleid doet geen uitspraak over de wenselijkheid van de beoogde ontwikkeling, maar moet juist zo gelezen worden dat het kansen biedt ten zaanzien van het versterken van groenstructuren, het vergroten van biodiversiteit, het toekomstbestendig maken van het buitengebied en het verbeteren van recreatieve routes en activiteiten voor fietsers en wandelaars. Er zijn verschillende koppelkansen met andere ontwikkelingen, zolang die het karakter van het gebied versterken. Voor het recreatiegebied maakt de Omgevingsvisie een verwijzing naar het Ontwikkelplan Landschapspark de Rotte. In dat ontwikkelplan wordt het Hoekse Park West gezien als een uitbreiding van het Lage Bergse Bos om in de groeiende behoefte aan recreatieruimte te kunnen voorzien. Het Lage Bergse Bos is een stadsbos met ruimte voor picknick, spelen, diverse horeca, wandelrondjes, fitness-parcours en hardlopen. Wanneer het Lage Bergse Bos wordt aangevuld met het Hoekse Park West dan wordt er gezorgd voor aanvullende capaciteit voor extensieve recreatie.

Hierbij wordt gedacht aan voorzieningen als een stadswijngaard met kleinschalige horeca, maatschappelijke voorzieningen en combinaties van bos en agrarische activiteiten waar recreanten welkom zijn. De stadsparkachtige sfeer van het Lage Berge Bos wordt doorgetrokken, zowel in beeld als in functies. Langs de randen en in het Hoekse Park wordt bos en groen langs de randen gerealiseerd. Er wordt een visueel aantrekkelijke buffer tussen Landschapspark de Rotte en het bedrijventerrein Weg en Land gecreëerd die tevens de ecologische bosverbinding robuuster maakt en het gebied meer body geeft. Het gebied krijgt ook enkele recreatieve voorzieningen en attracties. Combinaties van publieksbos en agrarische activiteiten zijn mogelijk met bijvoorbeeld een natuurspeelplaats 7 ravotbos voor kinderen, doortrekken van de ruiterpaden , een sporttoestellen en uitbreiding van het trimparcours. Met al deze aspecten is in de uitwerking van het plan rekening gehouden, mede door in nauw overleg met de gemeente de uitgangspunten voor de inrichting te bepalen. Van strijdigheid met gemeentelijk beleid is dan ook geen sprake.

Ruimtelijke onderbouwing Paard S Coaching

- 13 -

- 14 -

3

BESCHRIJVING VAN HET PROJECT In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie, het huidig gebruik van de omgeving en de beoogde nieuwe situatie.

3.1

Omgeving en huidig gebruik

3.1.1

Hoekse park West Zoals aangegeven is het projectgebied gelegen in het Hoekse Park West, aan de noordzijde van het Lage Bergse Bos. Een deel van de gronden in dit gebied is in eigendom van het Recreatieschap Rottemeren. Deze gronden zijn in het bestemmingsplan voorzien van een recreatieve bestemming. De overige gronden, waaronder ook die binnen het projectgebied, zijn bestemd voor agrarische doeleinden. Zoals eerder aangegeven worden de gronden binnen het projectgebied inmiddels niet meer als zodanig gebruikt. Ten noordwesten van de locatie bevindt zich het bedrijventerrein Weg en Land, ten noordoosten de sportvelden langs het Sporthoekpad en de nieuwbouw voor de langdurige opvang van Oekraïners.

Projectgebied

Afbeelding 3: Zicht op het projectgebied met op de achtergrond het bedrijventerrein Weg en Land.

3.2

Het project Zoals al beschreven, betreft Paard & Coaching een professionele geestelijke gezondheidszorgorganisatie waar kinderen, jongeren en volwassenen met gedragsproblematiek (zoals autisme, ADHD, gezinsproblematiek, eetproblematiek en angsten) worden begeleid. Het epicentrum van de cliënten bevindt zich in gemeente Lansingerland, maar Paard & Coaching is nu tijdelijk gevestigd in Rotterdam Nesselande. Om aan de behoeften van hun cliënten te voldoen, is het voornemen om ter plaatse van het in bovenstaande paragrafen beschreven perceel een hippisch zorgcentrum te realiseren met 20 tot maximaal 40 paarden en ander kleinschalig vee. De focus ligt op een groene en natuurlijke uitstraling, passend bij het belang van rust, ontspanning en leren in de natuur. Onderdeel van de aanvraag betreft niet uitsluitend de benodigde stallen, rijbakken en bijbehorende ruimtes voor de opvang van cliënten, maar ook

Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

- 15 -

de bouw van een bijbehorende bedrijfswoning. De noodzaak voor deze bedrijfswoning is onderbouwd in het bij dit document behorende bijlage1. Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 past de beoogde ontwikkeling niet binnen het bestemmingsplan. Door de gemeente zijn randvoorwaarden opgesteld die zijn opgenomen in het document 'Randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing Paard & Coaching'. Deze is als bijlage opgenomen1 2. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in onderstaande opzet. Voor een meer gedetailleerde versie hiervan wordt verwezen naar de documenten die behoren tot de gecombineerde bouwaanvraag, maar de kaart is tevens rechtsreeks als bijlage van deze onderbouwing opgenomen3. Zoals reeds beschreven in Şl.B is de landschappelijke inrichting reeds toegestaan binnen het geldende bestemming en behoeft daarvoor dus geen afwijking te worden verleend. Wel worden over de inrichting afspraken gemaakt die op grond van een anterieure overeenkomst worden vastgelegd tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

Afbeelding 4: Overicht landschappelijke inpassing van Paard & Coaching (beeld: De Graaf, bouwkundig teken- en adviesbureau).

De bebouwing bevindt zich uitsluitend aan de noordwestzijde van het perceel. De gronden aan de zuidoostzijde blijven onbebouwd en krijgen een landschappelijke inrichting met een deels openbaar karakter. Over de exacte invulling hiervan vindt afstemming plaats met het Recrea­ tieschap Rottemeren. De inrichting zal goed aansluiten op het Lage Bergse Bos, wat niet alleen een beleidsmatige wens is (zie Ş 2.3), maar ook een wens vanuit Paard & Coaching zelf. Daar waar gebouwd zal worden zal sprake zijn van een aantal gebouwen die ieder op hun eigen wijze worden ingepast in het landschap. Er zal sprake zijn van een ruime binnenbak van 30 meter breed en 65 meter lang. Deze stal zal dienen als overdekte rijbak, gevuld met zand met de mogelijkheid waar cliënten zowel op als naast het paard kunnen werken. Voor de dieren zal ook gezorgd worden voor een inloopstal en een overdekte longeerbak. Deze voorzieningen zullen een totale oppervlakte hebben van 21 meter bij 52,5 meter, inclusief alle benodigde faciliteiten om de dieren goed te kunnen verzorgen en trainen. Daarnaast zal een gebouw worden gerealiseerd voor kantoren en lokalen. Deze heeft een omvang van 18,5 meter bij 72,5 meter, waardoor sprake ook sprake is van voldoende ruimte voor educatieve activiteiten. Ten slotte wordt voorzien in een bedrijfswoning met een breedte van 9 meter en een lengte van 14 meter.

Deze woning zal dienen voor de beheerder en zodanig zijn gesitueerd dat deze

1 Paard & Coaching, onderbouwing noodzaak bedrijfswoning. 2 Gemeente Lansingerland, Randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing, november 2023. 3 De Graaf Bouwkundig teken- en adviesbureau, definitief ontwerp indeling perceel, december 2023.

- 16 -

nauwelijks zal opvallen vanaf de openbare weg, maar wel goed gelegen is om zicht te houden op het terrein en het welzijn van de dieren. Naast de woning komt ook nog een bijgebouw van 8,5 meter bij 8,5 meter, die vooral bedoeld is als garage. Het geheel zal niet alleen functioneel en efficiënt zijn, maar ook een veilige en aangename omgeving bieden voor zowel de cliënten als de dieren. Onderstaand een aantal impressies van de verschillende gebouwen.

Afbeelding 5: Impressie bedrijfswoning (beeld: De Graaf, bouwkundig teken- en adviesbureau).

Afbeelding 6: Impressie gebouw met kantoren en lokalen. Op de achtergrond de binnen- en inloopstal (beeld: De Graaf, bouwkundig teken- en adviesbureau).

Het terrein biedt voorts voldoende ruimte om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte. Het huidige parkeerpatroon gedurende de dag wordt hoofdzakelijk bepaald door de komst van coaches met auto's tussen 9:00 en 17:00 uur. Dagelijks zijn er ongeveer 15 coaches die via een nog te realiseren weg vanaf het Sporthoekpad het terrein oprijden en parkeren, resulterend in een gemiddelde van 10 tot 15 geparkeerde auto's gedurende de dag. Rekening houdend met het toekomstperspectief en beoogde groei zouden er in de toekomst 30 coaches kunnen zijn, wat gelijk staat aan 30 parkeerplaatsen. Het aantal cliënten varieert, maar bedraagt gemiddeld 15 cliënten verdeeld over de gehele dag. Dit met uitzondering van de drukste momenten op de woensdagmiddag en

Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

- 17 -

zaterdagochtend. Dan kunnen er maximaal 15 cliënten (en dus ook 15 coaches) gelijktijdig aanwezig zijn. Een cliënt brengt gemiddeld 3 uur door op de locatie, met individuele begeleiding van coaches, wat betekent dat er vaak duo's zijn van coach en cliënt die op verschillende locaties binnen het terrein actief zijn. Vervoer cliënten: De helft van de cliënten wordt door ouders zelf gebracht, danwel op de fiets (50%) of met de auto (50%). Dit houdt in dat het kind wordt afgezet en de ouders weer vertrekken. Ouders blijven niet hangen vanwege de invloed die dit heeft op de begeleiding. De coach haalt het kind op bij het hek. De andere helft van de cliënten wordt gehaald door de coach zelf of door ons eigen taxibusje. Voor wat betreft de parkeervoorzieningen voor eigen gebruik is sprake van een paardentrailer, een aanhangwagen en het taxibusje. Deze laatste staat 's nachts naast de stal geparkeerd. Hierdoor zijn er 's nachts drie parkeerplekken in gebruik. Met de volgende berekening kan er geconcludeerd worden dat er 42 parkeerplaatsen nodig zijn die op de toekomstige groei gericht zijn: - 30 coaches = 30 parkeerplaatsen - 30 cliënten = 8 parkeerplaatsen (zoals aangegeven wordt 50% gehaald en gebracht.

De andere 50% van de cliënten komt dus met eigen vervoer, 50% hiervan komt met de auto) - 2 paardentrailers = 2 parkeerplaatsen (er vanuit gaande dat er een tweede trailer bij komt als er 40 paarden zouden zijn). - 1 aanhangwagen = 1 parkeerplaats - 1 taxibusje = 1 parkeerplaats In totaal zijn er dus 42 parkeerplaatsen nodig om aan alle behoeften te voldoen.

- 18 -

4

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor deze ruimtelijke ontwikkeling, van belang zijn. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. Veel aspecten zijn reeds verantwoord op grond van het vigerende bestemmingsplan. Onderstaand wordt daarop ingegaan en, indien van toepassing, aandacht geschonken aan nader uitgevoerde onderzoeken.

4.1

Water De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het projectgebied is gelegen binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het oppervlaktewater beheert. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Waterplan Lansingerland ). Deze beleidsplannen zijn er allemaal in hoofdzaak opgericht, dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal ontwikkeld moeten worden. Deze beleidsterm heeft dan ook vooral betrekking op het zoveel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. Hierbij speelt de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' een belangrijke rol. Aangezien het hoogheemraadschap de belangrijkste instantie is voor waterkwantiteit en kwaliteit, ligt de focus hieronder vooral op hun rol in de ontwikkeling.

Het beleid van het hoogheemraadschap is afgestemd op dat van hogere overheden. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Hoogheemraadschap is tot stand gekomen met input van verschillende partijen, waaronder onafhankelijke experts, belanghebbende organisaties, mede-overheden en enkele bewonersorganisaties. Het programma staat voor efficiënt en duurzaam waterbeheer, nauw verbonden met de omgeving. Taken worden uitgevoerd tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, bijdragend aan de leefbaarheid en de toekomstbestendigheid van het watersysteem. Het hoogheemraadschap gaat actief in gesprek met de omgeving en staat open voor initiatieven van bewoners, bedrijven en partners. Het Waterbeheerprogramma schetst de hoofdlijnen voor taken van het hoogheemraadschap, waaronder waterveiligheid, oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, afvalwaterketenbeheer en emissies, evenals wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Belangrijke aandachtspunten voor duurzaam waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, voldoende waterberging met ecologische insteek, verantwoord afkoppelen van verhardingen en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door duurzame bouwmaterialen. Over het algemeen geldt dat wijzigingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem van het hoogheemraadschap een vergunning vereisen op basis van de Keur, tenzij algemene regels van toepassing zijn.

Bij een verhardingsuitbreiding van meer dan 500 m2 moet er voldoende

Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

- 19 -

waterberging worden gerealiseerd volgens NBW-systematiek. De norm varieert per gebiedsfunctie (woongebied, bedrijfsterrein of glastuinbouwgebied) en is gebaseerd op actuele klimaatontwikkelingen en de daarmee verbonden wateruitdagingen in het gebied. De extra benodigde waterberging wordt berekend in volume en meestal omgezet naar wateroppervlak of percentage. Voorkomen van vervuiling van het watersysteem en milieu is het uitgangspunt. Nieuwe vervuilingsbronnen moeten worden vermeden. Uitlogende metalen, PAK's, bepaalde coatings en andere stoffen kunnen oppervlakte- en grondwater belasten. Bij verontreinigd afstromend water moet zuivering plaatsvinden via zuiveringsvoorzieningen. De gemeente Lansingerland en het hoogheemraadschap werken samen aan een integrale kijk op ambities, ruimtelijke ontwikkelingen, en waterproblemen, evenals concrete maatregelen voor uitvoering. Het daartoe opgestelde gemeentelijk Waterplan Lansingerland heeft geen wettelijke status, maar fungeert als een overkoepelend kader voor watermaatregelen tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Daarnaast is in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) de gemeentelijke aanpak beschreven voor de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater. De focus ligt op het voorkomen van hemelwaterafvoer naar het vuilwaterriool.

Nieuwe ontwikkelingen dienen klimaatadaptief gebouwd te worden, waarbij regenwater realistisch wordt vastgehouden, opgeslagen, afgevoerd of hergebruikt, rekening houdend met kosten.

Huidig watersysteem Het projectgebied is volgens de provinciale risicokaart gelegen in dijkring "Zuid-Holland"; deze ring is onder andere gelegen langs de Nieuwe Maas en de Hollandsche IJssel. Het betreft hier een primaire waterkering met een beschermingsniveau van 1 op 10.000 jaar. Dit betekent dat de waterkering bescherming biedt tegen een extreem hoogwaterpeil dat gemiddeld genomen eens in de 10.000 jaar voorkomt. Daarnaast is het projectgebied ook gelegen binnen de regionale dijkring "Centraal Holland". Hier geldt een beschermingsniveau van 1 op 100. Geen van de waterkeringen, dan wel de bijbehorende beschermingszones, zijn binnen het projectgebied gelegen. Bij een eventuele doorbraak van de waterkeringen is het mogelijk dat het gebied onder water komt te staan. Het terrein is op dit moment geheel onbebouwd, waardoor binnen het projectgebied ook geen rioolstelsel aanwezig is. Een gemengd rioolstelsel bevindt zich wel ter plaatse van het Sporthoekpad. Het afvalwater dat wordt vanaf daar getransporteerd naar het eindgemaal op de hoek Leeuwhoekweg 7 Sporthoekpad en verder naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Kralingseveer.

Toekomstig watersysteem Het is de bedoeling om de nieuwbouw aan te sluiten op het riool bij het Sporthoekpad. In praktijk zal dat gaan gelden voor het (huishoudelijk) afvalwater, omdat het regenwater ter plaatse in de grond zal infiltreren al dan niet op het bestaande of nieuw te graven wateroppervlak. Ook behoort hergebruik van het regenwater tot de mogelijkheid. Voor de ontwikkeling is sprake van gedeeltelijke verharding van nu onbebouwde agrarische grond. Het Hoogheemraadschap verlangt om die reden compensatie waarbij minimaal 7,5% van de toename gecompenseerd wordt, minus de 500 m2 vergunningvrije toename. Door de realisatie van het voorgenomen bouwplan neemt het verhard oppervlak vanwege gebouwen toe met 2.550 m2. Daarnaast zullen een aantal wegen worden gerealiseerd voor de ontsluiting - 20 -

van het terrein en de routes tussen de gebouwen. Dit betreft ca 2.250 m2. Indien die voor 100 % verhard meegenomen worden, komt de totale extra verharding uit op 4.800 m2. Uitgaande van 500 m2 waarvoor geen compensatieplicht geldt komt de netto verharding dan uit op 4.300 m2, wat betekent dat er sprake zal moeten zijn van 301 m2 aan watercompensatie (7,5% van 4.300). In het plangebied komt een waterpartij en een nieuwe watergang. Dit leidt tot een toename van het wateroppervlak met circa 2.400 m2, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de compensatieverplichting en het vasthouden van water in geval van droogte. Overigens zal het gebouw met kantoren en lokalen (ca 1.340 m2) geheel worden voorzien van een groen dak, mede met het oog op het vasthouden van water en een langzame afgifte van regenwater. Het regenwater wordt daarbij geloosd op het water met het ter plaatse geldende peilniveau, waarop ook de nieuwe watergang en waterpartij komt te liggen (dat is een hoger niveau dan die van de watergang die is gelegen tussen dit gebied en de locatie voor de opvang van Oekraïners). Het feit dat de huidige sloten doodlopend zijn, kan leiden tot problemen met watercirculatie, wat op zijn beurt kan resulteren in ophoping van vuil, beplanting, bagger, kroos en dergelijke aan de uiteinden van de sloten. Dit kan leiden tot vervuiling en vereist meer onderhoud.

Bovendien zal stilstaand water de verversing ervan belemmeren, wat mogelijk van invloed kan zijn op de geur en de waterkwaliteit. Stilstaand water warmt ook sneller op en verliest snel zijn zuurstofgehalte, wat kan bijdragen aan ongunstige omstandigheden voor aquatisch leven en het milieu. Daarentegen heeft bewegend water een koelend effect, wat klimaatadaptiever is en helpt bij het verminderen van hitte. Om deze problemen te verhelpen, wordt een verbinding tussen de sloten tot stand gebracht om de waterstroom te bevorderen. Dit wordt uitgevoerd middels een ondergrondse verbinding (duiker) aan te leggen. Deze aanpassing zal niet alleen de waterkwaliteit en het onderhoud verbeteren, maar ook een positieve impact hebben op het ecosysteem en de omgeving. Omdat het plangebied niet is gelegen in (de nabijheid van) een waterkering, noch in de daarbij behorende beschermingszone, heeft de voorgenomen ontwikkeling geen invloed hierop. Omdat geen parkeerkelders worden voorzien, treden ook geen effecten op ten aanzien van het grondwatersysteem. Om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen, wordt de nieuwe bebouwing voorzien van duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen. Zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating. Het aspect 'water' staat de vergunningverlening niet in de weg. 4.2

Milieuzonering De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in de uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" (maart 2009) een handreiking geboden voor het toepassen van milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (bijv. bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies (bijv. woningen) krijgen en dat milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden.

Ruimtelijke onderbouwing Paard S Coaching

- 21 -

Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, gevaar en stof. Daarnaast is milieuzonering gericht op nieuwe ontwikkelingen. Het is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties waarbij gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op minder dan de richtafstand van elkaar staan. Met de handreiking kan worden bepaald wat de gewenste richtafstand is tussen de milieugevoelige functie(s) en de bedrijven in de omgeving. Dit kan oplopen tot de maximale richtafstand voor bedrijven met milieucategorie 6 en die bedraagt 1.500 meter tot het omgevingstype rustige woonwijk. De meest nabijgelegen niet-agrarische functies zijn het sportpark aan het Sporthoekpad, de bedrijven op het bedrijventerrein Weg en Land en de recent gerealiseerde woningen voor de langdurige huisvesting van onder ander Oekraïners. Het sportpark en het bedrijventerrein betreffen functies die niet gevoelig zijn voor geluid, geur, gevaar of stof. De woningen benoemde woningen zijn dat wel ten aanzien van geur en geluid. Voor wat betreft het aspect geur, dienen deze op basis van de aard en ligging beschermd te worden als 'geurgevoelige objecten gelegen buiten de bebouwde kom'. Dit betekent dat de wettelijk aan te houden minimum afstand tussen een dierenverblijf en de gevel van de woningen 50 meter bedraagt.

Hetzelfde geldt voor de afstand tussen een eventuele vaste mestopslag groter dan 3 m3 en deze woningen. Naar dit aspect is onderzoek uitgevoerd4. Daaruit komt naar voren dat een klein deel van het buitenverblijf binnen de 50 meter is gelegen. Dit betreft echter geen intensief gebruik, omdat het concept van Paard S Coaching erop is gericht om meer vrije bewegingsruimte per paard te realiseren dan op gangbare paardenbedrijven. Het is daarmee minstens vergelijkbaar met een gangbare paardenweide. Voor een intensievere wijze van huisvesten van de paarden, is meer dan voldoende ruimte beschikbaar buiten de 50 meter contour. Het deel dat binnen de 50 meter contour is gelegen bedraagt volgens een grove inschatting ongeveer 15-20% van het totale oppervlak dat beschikbaar is voor de paarden en daarmee is de tijd dat binnen de contour paarden aanwezig zijn zeer beperkt en is de 'geuremissie' van mest hier te verwaarlozen. De vaste mestopvang (een mestbak die gemiddeld eens in de zes weken door een gespecialiseerd bedrijf wordt opgehaald) bedraagt ca. 200 meter. Aangezien binnen de 50 meter ook geen voederplaats of schuilplaats is voorzien, ontstaat hier ook geen opeenhoping van mest. Deze wijze van gebruik is feitelijk te vergelijken met een gangbare paardenweide. Geur vormt dan ook geen belemmering voor de vergunningverlening.

Wat betreft geluid kent de VNG-lijst geen indicatieve afstanden voor een buitenbak. Voor een manege geldt echter een richtafstand van 30 meter. Daarbinnen zijn geen functies gelegen die behoren tot de bedrijfsactiviteiten. De beoogde bedrijfswoning behoort tot de inrichting zelf en kan om die reden buiten de toetsing gehouden worden. Deze woning is tevens op ruime afstand (>100 m) gelegen van de bedrijven op bedrijventerrein Weg en Land waarvoor een richtafstand geldt van minimaal 100 m. Het aspect 'milieuzonering' staat de vergunningverlening niet in de weg. 4.3

Geluid Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies, zoals 4 Pouderoyen Tonnaer, Advies geurcontouren Sporthoeklaan Bergschenhoek, januari 2023, projectnummer P230009.

- 22 -

woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Paard & coaching zelf betreft geen nieuw geluidsgevoelig objecten. Toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder is daardoor niet aan de orde. Wel is sprake zijn van de oprichting van een bijbehorende bedrijfswoning. Voor deze woning geldt dat toetsing aan de normen in de Wet geluidhinder wél aan de orde is, mits de woning gelegen is binnen de contour van een gezoneerde (spoor)weg, vliegroute of in de nabijheid van een bedrijventerrein. De woning is op ruime afstand gelegen van de gezoneerde wegen N209 en de Hoeksekade (beide op ongeveer 500 m), waardoor deze niet relevant zijn. Op de niet-gezoneerde wegen, zoals het Sporthoekpad is de intensiteit van het verkeer dermate klein dat ook daarvan geen hinder ondervonden wordt. Temeer omdat ook de afstand tot die weg zo'n 160 meter betreft en tevens wordt afgeschermd door de tussenliggende bedrijfsbebouwing van Paard & Coaching zelf. Zoals aangegeven in Ŝ4.2 behoeft de bedrijfswoning niet getoetst te worden op het aspect geluid ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten van Paard & Coaching zelf.

Daarnaast bevinden zich op het nabijgelegen bedrijventerrein Weg en Land uitsluitend bedrijven tot een maximale categorie 3.2 op grond van de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Deze kennen een aan te houden richtafstand van minimaal 100 meter tot nieuw geplande woningen in een rustige woonwijk. Voor bedrijfswoningen geldt niet hetzelfde woon- en leefklimaat als voor een rustige woonwijk. Om die reden mag voor bedrijfswoningen een stap terug worden gedaan en geldt een lichter regime, waarbij in dit geval een afstand van 50 meter volstaat. De afstand tussen de bedrijfsbestemming en de beoogde bedrijfswoning die behoort tot Paard & Coaching betreft hier niettemin ca. 140 meter waarmee ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. Gesteld wordt, dat het aspect 'geluid' de beoogde vergunningverlening niet in de weg staat. 4.4

Luchtkwaliteit Voor een aantal stoffen in de lucht gelden wettelijke grenswaarden, welke zijn vastgelegd in het hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (de zogenaamde Wet luchtkwaliteit). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. De luchtkwaliteit dient in zijn algemeenheid, met uitzondering van de werkplek, bepaald te worden. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De gemeente toetst daartoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen expliciet aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit. Is de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot overschrijding van de normen, dan wordt naar een zodanig (technisch en/of planologisch) alternatief gezocht dat wordt voldaan aan de normen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen worden uitgevoerd. Een project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging als de grens van 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof en stikstofdioxide niet wordt overschreden. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.

Een woningbouwproject wordt in de Regeling NIBM als niet in betekenende mate aangemerkt, indien het maximaal 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg betreft. Met de beoogde ontwikkeling van Paard & Coaching is het hoe-dan-ook aannemelijk dat de verkeersaantrekkende werking vele malen lager is dan een dergelijke woningbouwontwikkeling. Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

- 23 -

Desondanks is op basis van de NIBM-tool een berekening uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van dezelfde uitgangspunten als bij de berekening voor stikstof (zie ŝ 4.8). Daarbij is uitgegaan van 14.068 voortuigbewegingen per jaar, waarvan 528 vrachtverkeer (0,03%). Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevoig van een plan op de luchtkwallteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2024

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

40

Aandeel vrachtverkeer NO2 In pg/m^

3,oro

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 In pg/m^ Grens voor "Niet In Betekenende Mate" In pg/m^

0,03 0,01 1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Een gemiddelde weekdag komt daarmee uit op ca. 40 voertuigbewegingen per dag. De bijdrage NO2 in pg/m3 bedraagt dan 0,3 en de bijdrage PM10 in pg/m3 0,01. Voor beide geldt een grens van 1,2. De activiteit kan dan ook als niet in betekenende mate worden aangemerkt, waarbij tevens extra wordt opgemerkt dat het verkeersbewegingen betreffen die nu elders plaatsvinden en na de verhuizing daar dus wegvallen. Het aspect luchtkwaliteit staat de vergunningverlening dan ook niet in de weg. 4.5

Externe veiligheid Binnen het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico zegt iets over de theoretische kans op overlijden op een bepaalde plaats voor een persoon die een jaar lang op die plaats zou staan. Hiervoor geldt dat een kans groter dan 1 op de miljoen per jaar (10-67jaar) onacceptabel wordt geacht. De norm voor het plaatsgebonden risico is bij kwetsbare objecten een grenswaarde die niet mag worden overschreden. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico, dat in één getal kan worden uitgedrukt, wordt het groepsrisico door een (grafiek)lijn weergegeven. Naarmate de groep mogelijke slachtoffers groter wordt, moet de kans op zo'n ongeval kleiner zijn. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt het 1% letaliteitsgebied. De normen voor het groepsrisico weerspiegelen geen grenswaarde maar een oriënterende waarde. Dit houdt in dat bij de beoordeling van het groepsrisico het lokaal en regionaal bevoegd gezag de mogelijkheid geboden wordt om gemotiveerd van de oriënterende waarde af te wijken. In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig, noch is sprake van risicovol transport over de weg, het water, het spoor of door buisleidingen. Het plangebied ligt wel in het verantwoordingsgebied EV van de luchthaven.

Deze risicobron wordt onderstaand beschouwd.

Verantwoordingsgebied EV Voor wat betreft de verantwoording van het groepsrisico wordt aangesloten bij het Bevi. Als het groepsrisico door de ruimtelijke ontwikkeling toeneemt en het bepaalde groepsrisico is hoger dan de oriëntatiewaarde, moeten in de motivering bij het betrokken besluit ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: - De aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de luchthaven.

- 24 -

-

-

-

-

Het groepsrisico op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde. Indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in dat besluit zijn opgenomen. De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp als gevolg van het neerstorten van een vliegtuig op weg naar of afkomstig van de luchthaven, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten de luchthaven. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de luchthaven om zich in veiligheid te brengen indien zich een ongeval als hierboven beschreven voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van het besluit stelt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio waarin het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de luchthaven.

Paard & Coaching is gelegen binnen hetzelfde gebied als waar recent door AVIV in het kader van de realisatie van 78 flexwoningen en 54 woningen voor de langdurige opvang van vluchtelingen (Oekraïners) een onderzoek is uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid5. Met de DCMR milieudienst Rijnmond is afgestemd dat de conclusie van dit rapport ook bruikbaar is voor de planologische onderbouwing voor het gebruik ten behoeve van Paard & Coaching. Uit het onderzoek blijkt dat zowel in de huidige als toekomstige situatie het groepsrisico kleiner is dan 1% van de oriëntatiewaarde. Volgens het GBRA is op basis van hoofdstuk 4.4, lid 2 een verdere motivatie om de voorgenomen ontwikkeling binnen het verantwoordingsgebied te bestemmen niet nodig. Het volledige rapport is als bijlage toegevoegd. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid is door de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond een aantal maatregelen voorgesteld in het kader van het wettelijk vooroverleg (Ş 5.2). De gegeven adviezen hebben allemaal betrekking op uitvoerings- en gebruiksaspecten en zullen ook in dat kader worden meegenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat zowel cliënten, coaches en personeel allemaal zelfredzaam zijn in het geval van een noodsituatie. Cliënten krijgen tevens één op één begeleiding, waardoor in geval van nood altijd een vaste begeleider betrokken is bij de cliënt.

Er zal voor worden gezorgd dat te allen tijden duidelijk is hoe te handelen in geval van een noodsituatie. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Andersom bevat het planvoornemen geen risicovolle activiteiten en belemmeringen in het kader van de externe veiligheid voor de omgeving. Zodoende staat het aspect 'externe veiligheid' de vergunningverlening niet in de weg.

5 Aviv, Externe veiligheid 7 Sporthoeklaan in Lansingerland, november 2022, projectnummer 225055.

Ruimtelijke onderbouwing Paard & Coaching

- 25 -

Bodem De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico's voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerst genoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is.

4.6

Voor de projectlocatie is in het verleden bodemonderzoek uitgevoerd, maar de uitkomsten daarvan zijn inmiddels verjaard. Ondanks dat destijds binnen de projectlocatie geen vervuiling is aangetroffen die noodzaak gaf tot sanering, is besloten opnieuw onderzoek uit te voeren6. Tijdens het chemisch onderzoek zijn ten hoogste lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater aangetoond. Deze vormen geen belemmering voor de geplande ontwikkeling van de locatie. Met betrekking tot asbest is wel een nader onderzoek uitgezet ter plaatse van één enkele boring ter plaatse van het toekomstige parkeerterrein. Indien asbest wordt aangetroffen zal dit worden verwijderd op de daartoe gebruikelijke wijze. Het aspect 'bodem' staat de vergunningverlening verder niet in de weg. 4.7

Archeologie Nederland heeft zich in 1992 in Europees verband gecommitteerd aan het Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In aansluiting op dit verdrag is in Nederland op 1 september 2007 de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Deze is per 1 juli 2016 met grote delen van de Monumentenwet opgegaan in de Erfgoedwet. Dit is sindsdien de wet voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. In hoofdlijnen is het doel om (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem, (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

Op grond van het nu geldende bestemmingsplan, is slechts op een zeer klein deel van de locatie aangewezen tot potentiële vindlocatie van archeologisch waardevolle sporen. Dit deel is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' (zie ook Ŝ1.3). In het belang van de archeologische monumentenzorg is het ter plaatse noodzakelijk dat bouw- en graafwerkzaamheden worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Voor het projectgebied betreffen het werkzaamheden die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld en een groter oppervlak betreffen dan 500 m2. Gelet op het feit dat ter plaatse van 6 B&L grondmanagement, Verkennend milieukeundig bodemonderzoek, november 2023, projectnummer B-23074.

- 26 -

de dubbelbestemming geen activiteiten zijn voorzien, is er geen reden tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat op basis van het bestemmingsplan geen archeologische verwachting geldt. Archeologisch onderzoek is derhalve niet nodig en staat de vergunningverlening ook niet in de weg. 4.8

Flora en fauna De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming.

G ebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet Natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); deze gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan7 blijkt, dat het projectgebied op ruime afstand (ruim 13,5 kilometer) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt (Boezems Kinderdijk). Door deze afstand zijn effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met een stikstofgevoelige habitat betreft Meijendel&Berkheide op ca. 19 km van het projectgebied. Uit een uitgevoerde AERIUS-berekeningen8 blijkt, dat zowel in de aanleg- als de gebruiksfase de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar.

Daarmee heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de omringende Natura 2000-gebieden. De planlocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (een beschermd gebied met beschermingscategorie 1). Het meest nabijgelegen deel dat wel behoort tot het Natuurnetwerk is gelegen op een afstand van ca. 1,2 km. De planlocatie is wel gelegen binnen de Groene buffer. Op de grond waar de planlocatie zich bevindt vindt een transitie plaats van agrarisch naar meer recreatief groengebied. Hierbij wordt gekozen voor ontwikkelingen waarbij de kwaliteiten van het landschap benut worden en die een relatie hebben met het agrarische karakter. Een manage valt hier ook onder. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Soortbescherming Het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet Natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar deze zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: 7 Blom Ecologie, Quickscan Wnb Sporthoekpad ong., september 2023, rapportkenmerk 2023-0918. 8 Adromi groep, Stikstofdepositieonderzoek, oktober 2023, project R202364/2301a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=18ec4956-83ab-4502-87ca-f688054c9d6d