[T23.05460] Beantwoording technische vragen CDA elektrisch laden vanaf eigen terrein
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies
Soort vraag:
Cie AB
Steller van de vraag en partij: M.A. Krieger, CDA Datum:
13 september 2023
Onderwerp: terrein).
5.a Onderzoek verlengde private aansluitingen (elektrisch laden vanaf eigen
Vraag 1: Wat is vanuit het college de exacte feitelijke (tekstuele) onderzoeksopdracht geweest aan Het Energiebureau? Antwoord 1: Zie bijgevoegde offerte en opdrachtbrief.
Vraag 2a: Heeft Het energiebureau ambtelijke ondersteuning gehad bij het uitvoeren van haar onderzoeksopdracht dan wel het opstellen van haar onderzoeksrapport? Antwoord 2a: Er is geen ondersteuning geboden. Wel is zoals gebruikelijk de conceptrapportage besproken tussen gemeenteambtenaren en het Energiebureau. Vraag 2b: Is er sprake geweest van ambtelijke aansturing van Het energiebureau? Zo ja, in welke vorm? Antwoord 2b: Nee.
Vraag 3: Kan de gemeente formeel juridisch eigenaar worden van een VPA die zich niet op gemeentegrond bevindt maar op private grond en van waaruit alleen tijdelijk een laadkabel over gemeentegrond loopt tijdens het laden? Antwoord 3: De gemeente is juridisch eigenaar van objecten die nagelvast zitten in de openbare ruimte. Dus niet van de kabel die tijdelijk over een trottoir ligt, maar wel van bijvoorbeeld een ingegraven kabel met een vast aansluitpunt die door een particulier in de openbare ruimte is aangelegd.
Ons kenmerk
T23.05460
1/4
Vraag 4: In het geval van een situatie zoals in vraag 3 omschreven is het dan formeel juridisch noodzakelijk om een private overeenkomst te sluiten met de eigenaar van de VPA? Antwoord 4: Nee, het kan ook zonder overeenkomst. Echter is het conform de APV nu verboden. Om dit wel mogelijk te maken is het nodig om de APV aan te passen, algemene beleidsregels op te stellen en op basis daarvan vergunningen te verlenen. In een private overeenkomst worden vervolgens afspraken vastgelegd waarbij het bijvoorbeeld gaat om aansprakelijkheid en het (laad)gedrag in de openbare ruimte.
Vraag 5: Hoeveel aanvragen voor het plaatsen van een VPA op gemeente-/publieke grond heeft de gemeente in respectievelijk 2021, 2022 en 2023 ontvangen? Antwoord 5: In de gevraagde periode 2021-2023 zijn er geen specifieke vragen voor het plaatsen van een VPA op gemeentegrond ingediend. Meestal wordt gevraagd naar de mogelijkheid om een laadkabel van privaat terrein naar een publieke parkeerplaats te leggen. Dit is één van de vier verschijningsvormen van een VPA. Het is echter niet altijd duidelijk of het echt gaat om een privélaadpaal op gemeentegrond of slechts het trekken van de kabel over gemeentegrond. In de gevraagde periode 2021-2023 zijn er geen specifieke aanvragen voor plaatsing van een privélaadpaal op gemeentegrond. In 2018 is deze vraag één keer gesteld.
Vraag 6: Hoeveel aanvragen voor het verkrijgen van toestemming (in afwijking van de APV) voor het tijdelijk leggen van een laadkabel vanaf eigen (privaat) terrein naar een publieke parkeerplaats heeft de gemeente in respectievelijk 2021, 2022 en 2023 ontvangen? Antwoord 6: Zoals reeds aangegeven bij de beantwoording van vraag 5, gaan de meeste vragen over het toestaan van een kabel over de weg. Deze vragen worden vooral telefonisch gesteld. Een inschatting is ongeveer 70 vragen over dit onderwerp tot nu toe.
Vraag 7: Hoe verhoudt hetgeen door Het Energiebureau gestelde in het onderzoeksrapport onder punt 4.4. zich tot het in één van haar bronnen (Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (2022) Hoe om te gaan met aanvragen voor verlengd private aansluitingen (VPA'S?) gestelde onder punt 2.2. (gelijkheid tussen bewoners)? Antwoord 7: In het aangehaalde document van Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) wordt aangegeven dat er situaties denkbaar zijn waar een VPA niet mogelijk is en dit tot ongelijkheid kan leiden. Hierbij wordt aangegeven dat er per wijk of gebied andere keuzes zouden kunnen worden gemaakt in het toestaan of het stellen van verschillende regels. 2/4
In 4.4 van het rapport is bedoeld dat er veel verschillende situaties zijn van inwoners zonder eigen oprit. Er is niet één standaardsituatie. Om ongewenste en bijzondere situaties te voorkomen is er ons inziens geen eenduidige oplossing. Dit zou ertoe leiden dat er onder deze categorie een verdere differentiatie nodig is. In het rapport is eveneens aangegeven dat hierbij eisen gesteld moeten of kunnen worden voor verschillende situaties. Dit betekent dat het in bepaalde situaties wel mogelijk kan zijn en in andere situaties niet.
Vraag 8: Indien de gemeente haar beleid goed motiveert en zeer duidelijk heeft afgekaderd wanneer, en onder gehoudenheid van het voldoen aan strikte vereisten, elektrisch laden vanaf eigen terrein is toegestaan, hoe groot is dan formeel juridisch de kans dat er in strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt gehandeld door de gemeente? Antwoord 8: Voor de juiste beantwoording van deze vraag is nadere juridische advisering noodzakelijk. Mocht het college besluiten verder te gaan met de VPA, in welke vorm dan ook, dan zal dit advies worden ingewonnen.
Vraag 9: In welke situaties vormt het laden met een tijdelijke laadkabel (enkel gebruikt tijdens het laden van het voertuig), die tijdelijk en zichtbaar over gemeentegrond loopt, een gevaar bij het openbreken van een straat? Antwoord 9: Hierbij wordt gedoeld op een specifieke vorm van een VPA. Het rapport heeft de verschillende vormen van VPA’s niet afzonderlijk behandeld, maar heeft VPA’s in zijn algemeenheid beschouwd. In het geval van deze specifieke VPA, een losse kabel over de weg, zal dit weinig tot geen problemen opleveren bij het openbreken van de weg. Zijn het er velen die over de weg lopen, of zijn er kabels ingegraven in openbaar groen of onder een trottoir door, dan is het gevaar dat de kabel, het voertuig, de laadpaal, het materieel beschadigen of het personeel letsel oploopt. Als het niet goed juridisch is geregeld, ontstaan er ook problemen t.a.v. aansprakelijkheid.
Vraag 10: Op welke wijze vormen kabelgoottegels een gevaar of bedreiging voor de uniformiteit van het straatbeeld? Antwoord 10: Ook dit betreft een specifieke vorm van een VPA. Het is mogelijk om een specifieke vorm van VPA’s toe te staan. Door te kiezen voor een specifieke vorm van een VPA met een zo standaard mogelijke oplossing wordt het verschil in uniformiteit beperkt en wordt het straatbeeld minimaal aangetast. Daarom is het belangrijk om een zo standaard mogelijke oplossing na te streven. Er zijn meerdere vormen en varianten denkbaar en beschikbaar.
Vraag 11:
3/4
Kan ik de met de betreffende private partij gesloten overeenkomst voor het plaatsen van publieke laadpalen ontvangen of inzien? Antwoord 11: De stukken zelf kunnen wij niet zomaar delen wegens bedrijfsgevoelige informatie. Wel kunnen we hier het volgende over kwijt: Wij hebben in de concessie exclusiviteit toegekend aan EQUANS op openbare laadlocaties waar laadvermogen tot en met 22 kW per laadpunt wordt aangeboden. Openbare laadpunten worden in de aanbesteding gedefinieerd als “Laadpunt in de openbare ruimte dat 24/7 beschikbaar is voor iedere gebruiker. Gesitueerd aan een parkeervak, dat door middel van een verkeersbesluit wordt gereserveerd als Laadvak”. Ingenieursbureau Movares definieert VPA’s in een onderzoek welke zij voor het ministerie van economische zaken heeft uitgevoerd als “een laadpunt geplaatst in de openbare ruimte dat is aangesloten achter de meter van een elektrische installatie”. Deze definitie is vergelijkbaar met de definitie die de gemeente Lansingerland hanteert. Als de definitie wordt vergeleken met die van de concessie komen we tot de conclusie dat VPA’s niet ingaan tegen de exclusiviteit. Verder is in het contract met EQUANS niet expliciet opgenomen dat VPA’s niet zijn toegestaan. Wel heeft de gemeente Lansingerland een laadkader opgesteld waarin de uitrol van de laadinfrastructuur staat omschreven.
In dit laadkader is opgenomen dat wij als gemeente geen verlengd private aansluiting en openbaar laden vanuit de woning toestaan. In de samenwerkingsovereenkomst welke wij met alle deelnemende gemeentes in de regionale concessie zijn aangegaan hebben wij in overweging genomen dat ondanks dat iedere partij een eigen concessieovereenkomst met de concessiehouders is aangegaan, de partijen de intentie hebben om in het gehele concessiegebied een gelijkwaardig niveau van publiek laden te bereiken, alsmede uniformiteit op het gebied van techniek, standaarden, interoperabiliteit, prijsstelling en beleid.
Vraag 12: Op welke bronnen, wetenschappelijke onderzoeken, feiten en/of cijfers is het onder punt 4.7. door Het energiebureau in haar rapport gestelde gebaseerd? Antwoord 12: Zoals in het rapport gesteld wordt, wordt dit ‘aannemelijk’ geacht. Het is een relatief nieuw onderwerp en er zijn (nog) geen wetenschappelijke onderzoeken. Deze aanname is mede gebaseerd op de betrokkenheid en ervaringen van HetEnergieBureau bij meerdere projecten, zoals ook opgenomen in de opdracht.
4/4