CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.04752] Milieuhygienisch asfalt-, asbest-, en bodemonderzoek Bosland d.d. 7 april 2022 (Stantec)

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: BR2300081 Saneringskosten woonwagencentrum Bosland (bijlagen in map geheime stukken)23.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OPGESTELD VOOR: IFCO FUNDERINGSEXPERTISE II OPGESTELD DOOR: STANTEC BV

Bosland (woonwagencentrum) te

Bergschenhoek

Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland (woonwagencentrum) te Bergschenhoek

In opdracht van: IFCO Funderingsexpertise B.V. Opgesteld door: S. Klijberg Projectnummer: 20210422 Documentnaam: Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland (woonwagencentrum) te Bergschenhoek 20210422 2001 + 2002 + 2018

Datum: 7 april 2022

Versie

Vrijgegeven door

D01

J. Brunink

4 februari 2022

D02

J. Reurich

7 april 2022

Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl

Paraaf

Datum

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen

SAMENVATTING Algemeen Opdrachtgever Adres onderzoekslocatie Kadastrale registratie Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Type onderzoek Aanleiding onderzoek

IFCO Funderingsexpertise B.V. Bosland (ongenummerd) te Bergschenhoek Gemeente Bergschenhoek, sectie A, perceelnr. 3562 Circa 7.865 m2 Woonwagencentrum met opslagloodsen, een autobedrijf en een paardenhouderij Milieukundig asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie

Resultaten vooronderzoek en hypothese Hypothese conform NEN 5740 : Verdacht, onderzoeksstrategie ‘VED-HE-NL’ Hypothese conform NEN 5897 : Verdacht, onderzoeksstrategieën ‘halfverhardingslagen’ en ‘afgedekte fundering (kleinschalig)’ Hypothese conform CROW210 : Onderzoeksstrategie ‘asfalt dat geheel of gedeeltelijk voor 1995 is aangelegd’ Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Datum: 14, 15, 16, 17 en 21 december 2021. ^ Grond en asbest 7 januari 2021. • Grondwater Veldmedewerkers en protocol

Laboratorium

C.J.M. van Laarhoven, A. Jongbloed en J. van den Kieboom conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002 en 2018) Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam

Samenvatting resultaten Grond: ^ Zintuiglijke waarnemingen ^ Bovengrond (0,0-0,5 m-mv) ^ Ondergrond (0,5-0,8 m-mv) ^ PFAS Asbest in puin: • Maaiveld ^ Grove fractie (> 20mm) ^ Fijne fractie (< 20 mm) ^ Respirabele fractie ^ (<0,5 mm) Grondwater Asfalt

Onder andere puin(granulaat), baksteen en beton Div. zware metalen, minerale olie, PAK en PCB’s > AW Plaatselijk zink > I en lood > T; Div. zware metalen, minerale olie, PAK en PCB’s > AW Niet onderzocht Niet aangetroffen Maximaal 224 mg/kg d.s. Maximaal 98 mg/kg d.s. Enkele losse vezels aangetoond; Thans nog niet onderzocht middels SEM-analyse

<S PAK (10 VROM) gehalte max. 18 mg/kg d.s.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek

Conclusies ^ Tijdens het verkennend bodemonderzoek is een sterk verhoogd gehalte aan zink en matig verhoogde gehalten aan lood gemeten in de ondergrond. Dit betekent dat er op basis van de Wet bodembescherming een noodzaak bestaat voor het uitvoeren van een nader onderzoek. ^

Omdat sprake is van een puinlaag met meer dan 50% bodemvreemd materiaal, is de Wet Bodembescherming (Wbb) niet van toepassing. In bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen) zijn de normen voor de niet-vormgegeven bouwstoffen opgenomen. De maximale waarde voor hergebruik van puin met asbest is ook vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Nader onderzoek van het asbest in de puinverharding zal moeten uitwijzen of hier sprake is van een asbesthoudende verharding die aangemerkt wordt als asbestweg in de zin van het Besluit Asbestwegen.

^

Uit het chemisch onderzoek blijkt dat in alle asfaltkernen het PAK (10 VROM) gehalte lager is dan de maximale samenstellingswaarde voor asfaltproducten. Derhalve kan al het onderzochte asfalt als niet-teerhoudend worden aangemerkt en als zodanig worden verwijderd. Indien men asfalt binnen het terrein wilt verwijderen, kan het asfalt op basis van de genoemde conclusies uit dit onderzoek worden afgevoerd en bij een erkende verwerker worden aangeboden.

Aanbevelingen en opmerkingen Aanbevolen wordt om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren om de verontreinigingen met zink en lood nader in beeld te brengen (mate en omvang) en te bepalen of er op basis van de Wet bodembescherming een saneringsplicht geldt. Met onderhavig onderzoek is nog een onvoldoende beeld van de aard (alsmede het asbestgehalte in de respirabele fractie), omvang en ruimtelijke verdeling van de asbestverontreiniging verkregen. Omdat er asbest is aangetoond hoger dan de interventiewaarde voor asbest (>100 mg/kg d.s.) bestaat er een noodzaak voor het uitvoeren van een nader asbestonderzoek conform de NEN 5897. Het voorhanden hebben van een asbesthoudende weg cq. erfverharding is verboden en dient te worden gemeld bij Inspectie Leefomgeving en Transport. Voor het in het bezit hebben van een asbesthoudende erfverharding dienen mogelijk maatregelen te worden genomen zoals bedoelt in het Besluit Asbestwegen. Voor de uitvoering van het nader asbestonderzoek moet rekening worden gehouden met het treffen van passende veiligheidsmaatregelen. Op basis van de CROW publicatie 400 is de voorlopige veiligheidsklasse ‘Zwart niet-vluchtig’ vastgesteld voor deze werkzaamheden.

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid 1.3 Leeswijzer

3 3 3 5

2.0 Vooronderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Aanleiding vooronderzoek 2.3 Bronvermelding

6 6 6 6

2.4 Locatiegegevens 2.5 Gebruik en beïnvloeding van de locatie 2.6 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit

7 8 12

2.7 Bodemopbouw en geohydrologie 2.8 Conclusie vooronderzoek en hypothese(n)

15 16

3.0 Veld- en laboratoriumonderzoek 3.1 Onderzoeksopzet 3.2 Veldonderzoek 3.3 Laboratoriumonderzoek 3.4 Toetsingskader en toetsing analyseresultaten 4.0 Resultaten en interpretatie 4.1 Resultaten grondonderzoek 4.2 Resultaten asbestonderzoek 4.3 Resultaten asfaltonderzoek 4.4 Resultaten grondwateronderzoek 4.5 Toetsing van de hypothese(N)

18 18 19 22 24 26 26 28 29 31 32

5.0 Conclusies en aanbevelingen

34

6.0 Normering en betrouwbaarheid

37

Bijlage 1: Locatiekaart Bijlage 2: Situatietekening met monsternemingspunten Bijlage 3: Boorbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsing analysecertificaten Bijlage 6: Toelichting en achtergrond toetsingskader Bijlage 7: Relevante informatie vooronderzoek Bijlage 8: Fotoreportage Bijlage 9: Kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring

1.0

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL

In opdracht van IFCO Funderingsexpertise B.V. heeft Stantec een milieuhygiënisch asfalt-, asbest-, en bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan Bosland (woonwagencentrum) te Bergschenhoek. De locatie is grotendeels in gebruik als woonwagencentrum en heeft een oppervlakte van circa 7.865 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van de milieuhygiënische onderzoeken vormt de voorgenomen ruimtelijke herinrichting van de locatie. In het kader hiervan is inzicht gewenst in de milieu­ hygiënische kwaliteit van de bodem en verhardingslagen. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN5897. De doelstelling van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de puinlaag.

Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieu­ hygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke herinrichting van de locatie. Omdat een deel van de locatie verhard is met asfalt is tevens inzicht gewenst in de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt. De werkzaamheden met betrekking tot het asfaltonderzoek zijn uitgevoerd conform publicatie 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, juni 2015, CROW'.

1.2

KWALITEITSBORGING EN ONAFHANKELIJKHEID

De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA**). Voor dit project is de heer J. Reurich van ons kantoor te Oosterhout voor het onderdeel asbest opgetreden als erkend projectleider protocol 2018.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 3

Het veldwerk is uitgevoerd onder het procescertificaat van de BRL SIKB 2000: ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’, protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ (1 februari 2018). Protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’ (1 februari 2018) en protocol 2018: ‘Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, (1 februari 2018).

W 2001 +2002+2018

Alle procesonderdelen (uitvoering veldwerk, begeleiding erkend projectleider, overdracht monsters aan laboratorium, en rapportage) zijn uitgevoerd door en onder het certificaat van Stantec B.V., voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification B.V. Ons meest recente certificaatnummer kunt u hier vinden: https://www.stantec.com/nl/about/certifications-memberships. In bijlage 9 is de kwaliteitsborging opgenomen. Hierin is de uitvoeringsdatum van het veldwerk en de naam van de uitvoerende medewerker weergegeven. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. De analyses zijn uitgevoerd door Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam (RvA geaccrediteerd). De monsters zijn voorbehandeld conform het AS3000 protocol. In deze notitie wordt voor grond de volgende terminologie gehanteerd: ^ kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; ^ groter dan AW, kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd.

Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)Z2; ^ groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; ^ groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd. De terminologie voor grondwater is als volgt: ^ kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; ^ groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)Z2; ^ groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; ^ groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 4

In deze rapportage is, afhankelijk van de gemeten asbestconcentraties, gebruik gemaakt van de volgende terminologie: ^ geen verhoogde asbestconcentratie gemeten; niet verontreinigd; ^ een licht verhoogde asbestconcentratie gemeten < 50 mg/kg d.s.; licht verontreinigd (geen vervolg onderzoek); ^ een verhoogde asbestconcentratie gemeten > 50 mg/kg d.s.; verontreinigd (vervolg nader asbestonderzoek); ^ een verhoogde concentratie gemeten > 100 mg/kg d.s.; sterk verontreinigd. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 per 1 juli 2013 en aan de Regeling bodemkwaliteit.

1.3

LEESWIJZER

Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd: ^ ^ ^ ^

vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3); resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4); conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 5

2.0

VOORONDERZOEK

2.1

INLEIDING

Onderdeel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5897 is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Om dit doel te bereiken is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

2.2

AANLEIDING VOORONDERZOEK

De aanleiding voor het vooronderzoek conform de NEN 5725 is: A) Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

2.3

BRONVERMELDING

In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Tevens is aangegeven of voor de onderzoekslocatie relevante informatie aangetroffen is. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen

Instantie

Aspect

Relevante informatie aanwezig

Opdrachtgever

Afbakening onderzoeksgebied

+

Informatie huidig en voormalig gebruik

+

Toekomstig gebruik Eerder bodemonderzoek

+

Bodemloket

Informatie Landsdekkend beeld/Globis

Gemeente Lansingerland /

Bodemkwaliteitskaart

+

DCMR

BodemInformatiesysteem (BIS) en/of eerder

+

-

onderzoek Archief BOOT/tankenbestand

-

Vervallen Hinderwetvergunningen (statisch)

-

Actuele milieuvergunningen (dynamisch)

-

Bouwvergunningen

-

Beschikkingen Wet bodembescherming

-

Regionaal archief

Historische informatie

Literatuur en eigen archief

Topografische kaart en luchtfoto google earth

+

Bevoegd gezag Wbb

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 6

Instantie

Aspect

Kadaster Terreinverkenning

Relevante informatie aanwezig

Historische atlas Topotijdreis

+

DINOloket

+

Grondwaterkaart van Nederland, TNO

-

Grondwateronttrekkingen Provinciale milieuverordening (PMV)

-

Kadastrale situatie

+

Kabels en leidingen informatie (KLIC)

+

Bodembedreigende activiteiten

+

Verwachting t.a.v. asbest

+ +

Locatie interviews +

: Informatie aanwezig m.b.t.

onderzoekslocatie. : Geen voor het onderzoek relevante informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie.

2.4

LOCATIEGEGEVENS

Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens

Aspect

Gegevens

Adres

Bosland (ongenummerd) te Bergschenhoek

Kadastraal

Gemeente: Bergschenhoek Sectie: A

Nummer: 3562

Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1)

x: 78.961

y: 390.523

Huidig gebruik

Woonwagencentrum, diversen opstallen, paardenhouderij en

Eigenaar

Gemeente Lansingerland

Oppervlakte kadastraal perceel(-en)

Circa 7.865 m^

een autoreparatiebedrijf (Bauer Auto's) Onderzoekslocatie: idem (ca. 7.865 m^)

In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 7

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)

Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een perceelsgewijze afbakening. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft richt zich op de onderzoekslocatie waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter.

2.5

GEBRUIK EN BEÏNVLOEDING VAN DE LOCATIE

Voormalig gebruik In tabel 2.3 zijn een aantal historische topografische kaarten opgenomen met onder elke kaart het bijbehorend jaartal. De onderzoekslocatie is tot eind jaren ’60 gebruikt voor agrarische doeleinden. Vanaf 1969 is de locatie in gebruik als woonwagencentrum, waarbij vijf woonwagens, later zeven, op het terrein gevestigd waren. Het oostelijk terreindeel is vroeger in gebruik geweest als autokerkhof. Naar opgave van de bewoners heeft destijds enkel opslag van auto’s plaatsgevonden en geen spuitwerkzaamheden. Uit de historische topografische kaarten is op te maken dat een tweetal watergangen in een noordzuid richting door het westelijk terreindeel hebben gelopen. De watergangen zijn in de periode 1974­ 1980 gedempt. Uit eerder onderzoek blijkt dat de bodemopbouw niet afwijkend is ten opzichte van overige terreindelen. Hierdoor is er geen aanleiding om het toegepaste dempingsmateriaal nu specifiek te onderzoeken. Voor zover bekend zijn op de locaties geen brandstoftanks op de locatie aanwezig geweest. Volgens de bewoners is het terrein in het verleden opgehoogd met (sloop)puin. Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 8

Tabel 2.3: Historische topografische kaarten van de onderzoekslocatie (rode contour)

1940

1963

1980

1990

1999

2010

Direct ten zuiden van de locatie, op de locatie van het huidige afvalbrengpunt, is in het verleden (vermoedelijk vanaf medio jaren ’80) een composteerinstallatie gevestigd geweest. Vanaf medio jaren ’90 werden in de omgeving van de locatie ook grote kassencomplexen opgericht. Binnen de onderzoekslocatie (en haar kadastrale grens) zijn twee met asfalt verharde terreindelen aanwezig, welke zijn weergegeven in figuur 2.2. Het asfaltgedeelte aan de voorkant van het terrein (westzijde) ter plaatse van de woonwagens is aangeduid als deellocatie A. Het asfaltgedeelte op het achterterrein (oostzijde), nabij de paardenbak, is aangeduid als deellocatie B.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 9

Figuur 2.2: Luchtfoto onderzoekslocatie (deellocatie A met oranje en deellocatie B met geel aangegeven)

In tabel 2.4 zijn de bekende asfaltgegevens weergegeven. Tabel 2.4: Gegevens asfaltverhardingen

Aspect

Gegevens

Deellocatie A

Oppervlakte: circa 1.500 m2 Hoeveelheid asfalt: ca. 195 m3 Dikte asfalt: ca. 13 cm Densiteit: “ 2,5 g/cm3

Deellocatie B

Oppervlakte: circa 150 m2 Hoeveelheid asfalt: ca. 23 m3 Dikte asfalt: ca. 15 cm Densiteit: “ 2,5 g/cm3

Ouderdom asfaltverharding

Aangenomen wordt voor 1995

Aanleggevens aanwezig

Nee

Onderhoudsgegevens aanwezig

Nee

Klein homogeen wegvak (<50 m2) aanwezig

Nee

Bijzondere weggedeelten aanwezig *

Nee

Eerder onderzoeksresultaten 7 kwaliteitsverklaringen

Nee

aanwezig Betreffen onder andere bushaltes, parkeervakken, opstelvakken, reparatievakken, vakken met spoorvorming, verbredingen, vluchtstroken.

Huidig gebruik en terreinverkenning De onderzoekslocatie bevindt zich op een bedrijventerrein. Het westelijk terreindeel van de locatie wordt voor het overgrote deel in gebruik genomen door de woonwagenstandplaatsen en wordt deels gebruikt als parkeerplaats. Het middenterrein wordt momenteel gebruikt door het autoreparatiebedrijf Bauer Auto’s en bijbehorende loodsen. De loods van het autobedrijf waar de reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd is verhard met stelconplaten. Het autobedrijf heeft zowel in de loodsen als buiten een aantal voertuigen staan. Een deel van het middenterrein (circa 1.500 m2) is nauwelijks tot niet toegankelijk vanwege het dicht begroeide onkruid of de hinder van objecten zoals

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 10

opslagcontainers. Het oostelijk terreindeel wordt grotendeels in gebruik genomen door de paardenhouderij. Oostelijk van de paardenhouderij ligt ook een braakliggend terrein en een stukje asfaltweg. Ten zuiden en oosten van de onderzoekslocatie is het afvalbrengpunt Lansingerland van het bedrijf Renewi gevestigd. Aan de noordzijde wordt de locatie begrensd door een sloot, vervolgens hierachter ligt een groot kassencomplex. Direct ten westen is een leverancier van bouwmaterialen gevestigd (Hans in ’t Veen). Noordwestelijk is een loonwerkersbedrijf en zuidwestelijk is een glastuinbouwcomplex gevestigd. In de directe omgeving van de locatie zijn de volgende factoren bekend die van invloed kunnen zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie: ^ Een werkplaats, 2 bovengrondse HBO-tanks (8.000L), opslag van verf en afgewerkte olie aan de Leeuwenhoekweg 74; ^ Een voormalige stortplaats, afvalbrengpunt, composteerinstallatie, werkplaats en opslag van onder andere klein chemisch afval, C-hout, schoonmaak- en bestrijdingsmiddelen, AdBlue en verf aan de Bosland 51. Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie. In bijlage 8 zijn aanvullende locatiefoto’s opgenomen.

Figuur 2.3: Foto’s onderzoekslocatie

Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn tijdens de terreinverkenning aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem, ook zijn geen asbestverdachte materialen op de bodem aangetroffen.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 11

2.6

VERWACHTING TEN AANZIEN VAN DE BODEMKWALITEIT

Zonering bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Lansingerland is een bodemkwaliteitskaart uit 2012 beschikbaar. Op basis van deze bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteit verwacht: ^ ^

bovengrond (0,0-0,5 m-mv): klasse ‘landbouw/natuur’. ondergrond (0,5-2,0 m-mv): klasse ‘landbouwnatuur’

Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in de zone ‘Wonen’.

PFAS Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Nadien zijn er diverse aanvullingen op de handelingskader geweest (versie van 1 juli 2020). Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Potentiële bronlocaties van PFAS in Nederland zijn: ^ Producenten van PFOS of PFOA (of andere PFAS). ^ Producenten van Teflon en andere gefluoreerde polymeren. ^ Verwerking van Teflon en andere gefluoreerde polymeren. ^ Galvanische industrie. ^ Locaties waar brandblusschuim wordt ingezet zoals vliegvelden, brandweer oefenplaatsen en militaire locaties en bij grote branden. ^ Bedrijven (waar bekend is dat blusschuimmiddelen zijn opgeslagen). ^ Voormalige stortplaatsen (exclusief de provincies Utrecht en Friesland). ^ Waterzuiveringsinstallaties; • Afvalverbrandingsinstallaties.

Vanwege de ligging van de onderzoekslocatie wordt het terrein aangemerkt als een locatie met een hoge verwachtingswaarde voor PFAS.

Beschikbaar bodemonderzoek Ten behoeve van het vooronderzoek is, op verzoek van Stantec, door de gemeente Lansingerland informatie beschikbaar gesteld over de bij de gemeente bekende relevante gegevens. Daarnaast zijn de beschikbare bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de DCMR geraadpleegd. De relevante kopieën van de beschikbare onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 7. De bekende bodemonderzoeken van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven in de tabel 2.5. De relevante kopieën van de beschikbare onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 7.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 12

Tabel 2.5: Beschikbare bodemonderzoeken

Titel

Bureau, kenmerk en

Samenvatting resultaten

datum

Bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie Herinrichting woonwagenstandplaatsen en bedrijfsterrein Bergschenhoek

Tauw bv, 4485576, d.d. 27-12-2006

Aanleiding: voorgenomen herinrichting van het terrein De locatie is onderverdeeld in een drietal deellocaties: Toekomstige woonplaatsen Bovengrond: minerale olie en/of EOX > AW Ondergrond: EOX > AW Grondwater: koper > T, arseen, chroom, naftaleen en 1,1,2trichloorethaan Bedrijfsterrein Bovengrond: PAK, minerale olie en/of EOX > AW Ondergrond: < AW Grondwater: benzeen en som xylenen > S Paardenhouderii Bovengrond: cadmium, zink, PAK, minerale olie en EOX > AW Ondergrond: < AW Grondwater: koper > S

Bodemonderzoek ter plaatse van Bosland 51 Bodemonderzoek ontvangsthal, achterterrein en biocontainers composteerinstallatie De Leeuwenakker Aanvullend nulsituatie bodemonderzoek Bosland 51 te Bergschenhoek

Iwaco BV, 20046202 d.d. 06-03-2001

Aanleiding: wijziging in de bedrijfsactiviteiten Ontvangsthal Bovengrond: PAK > AW Ondergrond: PAK > T, zink en minerale olie > S Grondwater: < S Koenders & Partners, Aanleiding: aanvulling op het nulsituatie onderzoek uit 2001. 60148, d.d. O.v.v. DCMR zijn een 6-tal deellocaties onderzocht. 16-2-2007 Grond Opslag C-hout: zink > AW Overige deellocaties: < AW Grondwater Opslag containers: arseen > S Overige deellocaties: < S De Leeuwenakker te Royal HaskoningDHV, Aanleiding: monitoren van de grondwaterkwaliteit Bergschenhoek 9S3940, d.d. 19-03-2007 Composteerterrein Arseen, chroom en/of nikkel > S en plaatselijk ook minerale olie en vluchtige aromaten > S Waterzuivering Arseen > I. Volgens Royal HaskoningDHV ligt dit resultaat in lijn met alle eerdere bemonsteringen. Nulsituatie bodemonderzoek Arnicon, C09-221-O, d.d. Aanleiding: vastleggen nulsituatie tpv KCA-depot tbv KCA depot aan de Bosland 7-12-2009 milieuvergunning 51, Bergschenhoek. Grond: < AW Grondwater: arseen > T en barium, chroom en molybdeen > S Aanvullend nul- en Arnicon, C10-141-O, d.d. Aanleiding: vastleggen eindsituatie tpv KCA-depot en C-hout en eindsituatie 18-6-2010 vastleggen nulsituatie tpv nieuwe locatie C-hout en werkplaats bodemonderzoek ter plaatse tbv milieuvergunning van een locatie aan de Oude locatie KCA depot Bosland 51, Bergschenhoek.

Bovengrond: benzeen > AW Grondwater: barium > S Oude locatie C-hout Grondwater: < S Nieuwe locatie C-hout Grond: zink, PAK, PCB's en minerale olie > AW Grondwater: barium > I en nikkel, zink en xylenen > S Werkplaats met stalling In de grond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 13

Titel

Bureau, kenmerk en datum

Samenvatting resultaten

Verkennend bodemonderzoek Bosland 51 te Bergschenhoek

Antea Group, 0402796.00, d.d. 17-6-2015

Herbemonstering grondwater Bosland 51 te Bergschenhoek

Antea Group, 402796, d.d. 23-11-2016

Eindsituatie/nulsituatie bodemonderzoek De Leeuwenakker, Bosland 51 te Bergschenhoek

Grondslag, 26869, d.d. 21-4-2017

Herbemonstering grondwater en nader onderzoek Bosland 51 te Bergschenhoek

Antea Group, 0436900.100, d.d. 17-4-2019

Aanleiding: vaststellen nul- en eindsituatie en vastleggen belemmeringen tegen het voorgenomen gebruik Milieustation Bovengrond: lood en zink > T, enkele zware metalen en PAK > AW Milieupark Boven- en ondergrond: minerale olie en PAK > AW Overig terrein < AW Grondwater (gehele terrein): < S Aanleiding: aanvulling op het eindsituatie onderzoek uit 2015. Hiertoe zijn 2 peilbuizen (01 - KCA-depot) en (02a inzamelpunt koelkasten) aanvullend geanalyseerd op respectievelijk MTBE en ammonium stikstof en ammonium totaal. KCA-depot: MTBE 17 pg/l Inzameling koelkasten: ammonium stikstof (NH4-N) 37 mg N/L Ammonium totaal (NH4): 48 mg/L Aanleiding: beëindiging bedrijfsactiviteiten Indaver Compost BV Samenvattend beeld bodemkwaliteit gehele terrein Grond: enkele zware metalen, PCB's en/of PAK > AW Grondwater: plaatselijk arseen, barium en/of zink > I, minerale olie > T, enkele zware metalen en vluchtige aromaten > S Aanleiding: onvoldoende vastlegging van de eindsituatie KCA-depot: < AW Koelkastopslag: geen verhoogde gehaltes aangetoond

Bodemonderzoeken ter plaatse van Leeuwenhoekweg 74 Milieukundig VanderHelm Aanleiding: voorgenomen transactie van het perceel Milieubeheer B.V., bodemonderzoek aan de Bovengrond: minerale olie en EOX > AW Leeuwenhoekweg 70-74 te AGB50524, Ondergrond: < AW Bergschenhoek d.d. 26-09-2005 Grondwater: koper en EOX > I, nikkel > T en arseen, benzeen en/of nikkel > S Resultaten Aanleiding: grondwaterresultaten uit voorgaand onderzoek VanderHelm grondwateronderzoek Milieubeheer B.V., Grondwater: koper < AW AGB50524, Een sterk verhoogde koperconcentratie in het grondwater wordt derhalve niet opnieuw aangetoond. d.d. 15-2-2007

Uit bovenstaande onderzoek(-en) blijkt samengevat het volgende: Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetoond in de boven- en ondergrond. Van het grondwater is bekend dat (licht tot sterk) verhoogde concentraties aan zware metalen (met name arseen) voorkomen. Het voorkomen van een sterk verhoogde concentratie aan arseen is volgens Royal Haskoning toe te schrijven aan de bodemopbouw. Uit de beschikbare bodeminformatie wordt verwacht dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Asbest Tijdens voorgaand bodemonderzoek in 2006 is geen aandacht besteed aan het uitvoeren van een asbestonderzoek. Uit de boorprofielen van het bodemonderzoek blijkt dat veelvuldig in de bovengrond een puinlaag wordt aangetroffen, deze puinlaag is destijds niet onderzocht. Destijds was de correlatie tussen puin en de aanwezigheid van asbest ook minder bekend. Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 14

De kans op het aantreffen van asbest in de puinlaag kan niet worden uitgesloten. De aard van de samenstelling van de puinlagen is niet bekend. Op basis van de boorprofielen wordt deze laag als verdacht aangemerkt ten aanzien van het voorkomen van asbest.

2.7

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 5,5 meter onder NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw bekend. Tabel 2.6: Bodemopbouw en geohydrologie

Diepte (m-mv)

Formatie

Samenstelling

Geohydrologische eenheid

0 - 9,5

Complexe eenheid

Een afwisseling van zandige klei,

Deklaag

midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand 9,5 - 10,5

10,5 - 26,5

Kreftenheye, Laag van

Hoofdzakelijk bestaande uit zandige

Wijchen, eerste kleiige

klei en klei, met weinig veen, fijn en

eenheid

midden zand en een spoor grof zand

Kreftenheye, tweede

Hoofdzakelijk bestaande uit midden en

en derde zandige

grof zand, met weinig zandige klei, fijn

eenheid

zand en grind en een spoor klei en

Scheidende laag

Watervoerend pakket

veen

Uit voorgaand bodemonderzoek in 2006 is globaal de volgende bodemopbouw bekend: ^ van 0,0-0,5 m-mv: puin of klei; ^ van 0,5-1,5 m-mv: klei; ^ van 1,5-2,5 m-mv: zand. Volgens de bewoners is het terrein in het verleden opgehoogd met (sloop)puin. Het is onbekend wanneer dit precies is gebeurd. Het is ook niet bekend of in het verleden calamiteiten hebben plaatsgevonden. Het freatisch grondwater bevond zich destijds op circa 1,0 m-mv. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater en het eerste watervoerend pakket is niet bekend. Opgemerkt wordt dat de freatische grondwaterstromingsrichting lokaal kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kabels en leidingen, cunetten, funderingen en dergelijke. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van slootjes rondom het perceel. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van de beschikbare informatie is niet bekend of het grondwatersysteem is beïnvloed door menselijk handelen als bemalingen en onttrekkingen.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 15

2.8

CONCLUSIE VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE(N)

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn in onderstaande tabel de antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 2.7: Beantwoording onderzoeksvragen

Onderzoeksvraag

Antwoord

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is

De afbakening van de onderzoekslocatie is weergegeven

deze voldoende?

in figuur 2.1 en op de tekening in bijlage 2. Deze is voldoende.

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie? Is er

De boven- en ondergrond (tot 2,5 m-mv) bestaat uit klei.

binnen de onderzoekslocatie sprake van

De diepere ondergrond bestaat uit zand. In de

verschillende fysische kwaliteiten en/of

bovengrond is vaak een puinlaag aangetroffen tijdens

bodemvreemde lagen?

voorgaand onderzoek.

Wat is de kwaliteitsklasse op basis van de

Klasse ‘AW2000' voor zowel de boven- als ondergrond.

bodemkwaliteitskaart? Zijn binnen de onderzoekslocatie potentiele bronnen

De aanwezige puinlaag kan theoretisch zorgen voor

van bodemverontreiniging aanwezig?

uitloging van (vervuilende) stoffen (o.a. zware metalen en PAK) naar de onderliggende bodem. Het autoreparatiebedrijf is in principe verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging (met o.a. minerale olie) omdat hier gewerkt wordt met olieproducten. De garage is voorzien van een betonverharding (stelconplaten). De stelconplaten zijn aangebracht om de invloed op de bodemkwaliteit te limiteren. In afstemming met de bewoners en opdrachtgevers is besloten om geen inpandige boringen te verrichtten.

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van

Naar verwachting zal de bodemkwaliteit niet door de

de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? omgeving worden beïnvloed als gevolg van mobiele verontreinigingen. De grondwaterkwaliteit kan wel beïnvloed worden door de omgeving, met name door de (historische) activiteiten op het adres Bosland 51. Wordt op de onderzoekslocatie of een deel daarvan

Op basis van de beschikbare bodeminformatie wordt geen

(een geval van ernstige) bodemverontreiniging

ernstige bodemverontreiniging verwacht. Uit eerder

verwacht?

onderzoek blijkt dat de bodem hoogstens licht verontreinigd is.

Is de bodem asbestverdacht?

Het kan niet worden uitgesloten dat asbest aanwezig is in de puinlagen. Voor het overige zijn uit het vooronderzoek geen puntbronnen voor asbest (zoals asbestdaken of stortgaten) naar voren gekomen.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet afdoende bekend is. Er zijn geen actuele gegevens over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (incl. asbest) bekend. De onderzoekslocatie wordt aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, verdachte locatie. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek kunnen plaatselijk licht tot matig verhoogde gehalten/concentraties (aan zware metalen, minerale olie en PAK) worden verwacht in de grond en het grondwater.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 16

Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740, strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Naast de parameters uit het standaard analysepakket conform de NEN 5740 worden de grond- en grondwatermonsters aanvullend onderzocht op arseen en chroom. Verkennend asbestonderzoek De aanwezige puinlaag op de locatie wordt als verdacht aangemerkt ten aanzien van het voorkomen van asbest in puin. Vanwege de hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen (meer dan 50%) is er geen sprake meer van bodem in de zin van de Wet Bodembescherming. Derhalve wordt een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5897 uitgevoerd. Hierbij wordt ter plaatse van de asfaltverhardingen (deellocaties A en B) de strategie voor een afgedekte funderingslaag op een kleinschalige locatie gehanteerd. Voor de overige locatiedelen wordt de strategie voor een open halfverharding aangehouden. Milieuhygiënisch asfaltonderzoek Het asfaltonderzoek dient te voldoen aan de CROW-publicatie 210 'Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt'. De verwachting is, mede vanwege het ontbreken van afdoende voorinformatie, dat het asfalt (gedeeltelijk) teerhoudend is. Hierdoor is gekozen om aan te sluiten bij de onderzoeksstrategie ‘asfalt dat geheel of gedeeltelijk voor 1995 is aangelegd’.

Hiertoe is er per onderzoeksvak een (minimale) boorintensiteit van 1 per (gedeelte van) elke 500 m2 + 1 extra per onderzoeksvak gehanteerd.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 17

3.0

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSOPZET

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en analyses. Bij het onderzoek zijn geen inpandige (beton)boringen verricht. De locatietekening met situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek

Locatie 7 oppervlakte 7 norm

Veldonderzoek (en boornummers) 7iernboring í asfalt)

Chemisch onderzoek

Proefgat I sleuf tot ca. 0,5 m-mv

Boring tot ca. 1,0 m-mv

Boring tot ca. 1,5 á 2,0 m-mv

Boring met peilbuis

18

12

4

2

Nr. 01, 07, t/m 22 en 24

Nr. 01, 07 t/m 09, 11 t/m 14, 17, 19, 22 en 24

Nr. 15, 16, 20 en 21

Nr. 10 en 18

5

5

Grond, asbest en asfalt

Grondwater

‘Overig’ terrein ca. 0,65 ha NEN 5740 & NEN 5897

6x A+ pakket 3x asbest in

2x B+ pakket

puin 3x asbest in materialen

Deeiiocatie A 51 + 32

Asfalt tpv woonwagens, ca. 1500 m2 CROW 210 & NEN 5897

1x A+ pakket 1x asbest in puin 1x asbest in materialen 3x CO + PM 2x PAK GC-MS

Nr. 02 t/m 06

Deeiiocatie B Asfalt tpv achterterrein, ca. 150 m2 CROW 210 & NEN 5897 A+ pakket

21 + 22

2

2

1x A+ pakket 2x zink* 2x CO + PM 1x PAK GC-MS

Nr. 23 en 23A :

Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB's, som-PAK's en minerale olie.

B+ pakket

Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

CO + PM

Constructieopbouw asfalt en PAK-marker conform CROW 210.

PAK GC-MS

GC-MS bepaling van het gehalte aan PAK (10 VROM) (2010 geaccrediteerd). Inclusief structuurpakket (organische stof en lutum).

1

Asfaltboring 0120 mm tbv bepaling constructieopbouw en PAK gehalte in asfalt

2

Asfaltboring 0350 mm tbv asbestonderzoek in afgedekte funderingslagen.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 18

3.2

VELDONDERZOEK

Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op: ^ Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 14, 15, 16, 17 en 21 december 2021. • Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 7 januari 2022. ^

Protocol 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem): op 14, 15, 16, 17 en 21 december 2021.

Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan: ^ Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld. ^ Het plaatsen van de proefgaten, boringen en peilbuizen zoals opgenomen in tabel 3.1. De peilbuizen zijn voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting. ^ Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen. ^ Het visueel inspecteren van de grove fractie (> 20 mm) op asbestverdachte materialen. Deze zijn vervolgens per proefgat gebundeld verpakt tot materiaalverzamelmonsters. Van de fijne fractie (< 20 mm) is een grondmengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 12 kg samengesteld. Bij de proefgaten waarbij meer dan 50% volumepercentage bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat is aangetroffen, is van de fijne fractie (< 20 mm) een mengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 28 kg samengesteld. ^ Het bemonsteren van de grond. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd.

Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd. ^ Het bemonsteren van het grondwater uit de peilbuizen na een wachttijd van minimaal één week. Bij de codering van een grondwatermonster is het nummer van de peilbuis aangehouden met toegevoegd - nummer filter - nummer watermonster (bijvoorbeeld: 1-1-1). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is op de volgende punten afgeweken van de genoemde protocollen: ^ In afwijking van de NEN 5897 zijn minder gaten geplaatst in het asfalt (afgedekte verhardingslaag) ter plaatse van deellocaties A en B dan voorgeschreven. Met een verkennend asbestonderzoek wordt normaliter een indicatie verkregen van het gehalte aan asbest door de uitvoer van een relatief geringe onderzoeksinspanning. De verkregen resultaten dienen formeel gezien als indicatief te worden beschouwd maar worden wel betrouwbaar geacht. Bij het plaatsen van de asfaltboringen is conform de CROW publicatie 210 rekening gehouden met de onderstaande zaken: ^ Als het vak een rijstrook betreft moet de helft van de kernen in de rijsporen en de andere helft buiten de rijsporen worden geboord;

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 19

^ ^ •

Het boren van de asfaltkernen wordt uitgevoerd met een boor met een diameter van minstens 100 millimeter; De asfaltboringen moeten worden doorgezet tot minstens 10 centimeter onder de opgegeven onderzoeksdiepte, maar bij voorkeur tot de onderzijde van het asfalt; De locatie van de asfaltkernen moet worden vastgesteld (bij voorkeur in x- en y coördinaten) én worden vastgelegd ten opzichte van vaste referentiepunten met een afwijking van maximaal 20 centimeter.

Op de kernen is een laagdiktebepaling proef (RAW 77.1) en PAK-detectorproef (RAW 77.2) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is in eerste instantie bepaald of sprake is van voldoende homogeen asfalt. Vervolgens zijn de PAK in asfalt analyses (GCMS) ingezet om de samenstellingswaarden te bepalen. Conform de CROW publicatie 210 is hierbij rekening gehouden met: ^ ^ ^ ^

Monsters mogen worden samengesteld uit ten hoogste 3 verschillende lagen, als deze in één keer kunnen worden gefreesd; Per monster mag materiaal van maximaal 3 verschillende boorkernen gebruikt worden; De dikte van het asfaltpakket dat in één (meng)monster mag worden verzameld (totaal van de 3 kernen) bedraagt maximaal 20 centimeter; Als meerdere boorkernen in een onderzoeksvak overeenkomstige lagen bevatten, hoeven niet alle boorkernen bemonsterd te worden. Wel moet asfalt uit de verschillende lagen in het monster aanwezig zijn.

Resultaten maaiveldinspectie Voorafgaand aan de monstername is het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De weersomstandigheden vormden geen belemmering voor het uitvoeren van de visuele inspectie. De inspectie-efficiëntie van de visuele inspectie (daar waar mogelijk) is geschat op 90%. Hierbij wordt opgemerkt dat een visuele inspectie van het maaiveld op terreindelen niet mogelijk was vanwege de aanwezigheid van verhardingen, objecten of (dichtbegroeide) vegetatie. Tijdens de inspectie van het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Resultaten grond en grondwater In bijlage 3 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Globaal is de bodem tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv als volgt opgebouwd: ^ van 0,0-0,5 m-mv: volledig puin of klei; ^ van 0,5-1,5 m-mv: klei; ^ van 1,5-3,0 m-mv: zand. In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de zintuiglijke waargenomen bijzonderheden aan de opgeboorde grond.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 20

Tabel 3.2: Zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden

Boring

Einddiepte (m-mv) Traject (m-mv)

Textuur

Zintuiglijke waarneming

01

1,00

Klei Klei

02

1,20

sporen baksteen, sporen beton spikkels baksteen volledig asfalt

0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,12 0,12 - 0,22

03

1,20

0,22 - 0,70 0,00 - 0,12

volledig puingranulaat Zand

0,00 - 0,35 04

05

06

0,80

1,20

1,20

0,35 - 0,70 0,00 - 0,14

volledig puingranulaat Zand

volledig slakken

0,00 - 0,12

volledig baksteen, gestaakt op fundatie volledig asfalt

0,00 - 0,70

volledig puingranulaat

0,00 - 0,12

volledig asfalt

0,12 - 0,25

volledig puingranulaat

10

2,80

0,25 - 0,70 0,50 - 0,80 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,30

12

1,50

0,00 - 0,70

13 15

0,70 2,00

0,00 - 0,70 0,00 - 0,50

Zand Zand Klei Klei

Klei

0,50 - 0,70

2,00

0,70 - 1,30 0,00 - 0,50

Klei

16

3,00

0,50 - 0,80 0,00 - 0,70

Klei

18 20

1,50

0,00 - 0,50

21

1,50

0,00 - 0,50

22

1,30

0,00 - 0,70

23

1,00

0,00 - 0,14

1,00

0,70 - 0,80 0,00 - 0,16

0,14 - 0,50

24

1,00

sterk puinhoudend sporen puin, resten ijzer, gestaakt sporen baksteen sporen baksteen volledig puin, volledig baksteen, resten afval volledig baksteen, resten puin, brokken beton, resten ijzer, resten hout, sporen plastic resten baksteen, resten plastic volledig baksteen, resten puin, brokken beton, resten ijzer, resten hout, sporen plastic uiterst betonhoudend, gascellonbeton (poreus) zwakke oliegeur resten aardewerk, volledig baksteen, resten beton, sporen glas resten puin, brokken baksteen volledig baksteen, resten beton, brokken aardewerk, resten ijzer volledig baksteen, sporen beton, sporen ijzer, resten plastic, resten glas volledig baksteen, sporen beton, sporen ijzer, resten plastic, resten glas volledig baksteen, resten beton, brokken aardewerk, resten ijzer volledig asfalt

24 gram 17 gram

347 gram

resten hoogovenslakken Klei

0,16 - 0,50 0,50 - 0,70 0,00 - 0,50

93 gram

sterk puinhoudend volledig asfalt

0,39 - 0,80

0,80 1,00

23A

sterk puinhoudend volledig asfalt

0,14 - 0,39

07 09

Asbest

sporen aardewerk volledig asfalt volledig baksteen, brokken beton

Klei Klei

sterk glashoudend, sporen baksteen sporen beton, resten baksteen, resten leisteen

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 21

Uit het zintuiglijk onderzoek blijkt dat over een groot deel van de locatie een open (half)verharding is aangebracht. Ook onder het asfalt is verhardings- cq. fundatiemateriaal aanwezig. De verhardingslaag heeft een wisselende samenstelling, maar bestaat hoofdzakelijk uit baksteen en/of puingranulaat met beton en aardewerk. De verhardingslaag kan potentieel belastend zijn op de onderliggende bodem door uitloging van stoffen. Alleen onder het asfalt van deellocatie A wordt in de bodem in sterke mate bijmengingen met puin aangetroffen. Voor de overige locatiedelen wordt in de bodem ‘’slechts’’ in zwakke mate diversen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen, hetgeen niettemin kan duiden op een bodemverontreiniging. Plaatselijk wordt in de verhardingslaag ook sporen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eén proefsleuf (15) springt eruit qua hoeveelheid aangetroffen materiaal. In tabel 3.3 staan de veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater. Tabel 3.3: Veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater

Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Stijghoogte (m-mv)

10

1,80 - 2,80

0,81

10,1

7,0

18

2,00 - 3,00

0,78

8,8

7,2

Temp. (0C)

pH*

*)

Ec (pS/cm) **

Troebelheid (NTU)

Zintuiglijke waarneming

757

37,9

-

538

26,9

-

: Normale waarden voor de pH liggen

tussen 4,0 en 8,0. **)

: Normale waarden voor de Ec liggen

onder 1.500 pS/cm.

Aan het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen. De troebelheid (NTU) van de grondwatermonsters ligt boven de natuurlijke troebelheid van grondwater (<10 NTU). De verhoogde troebelheid van het grondwater kan mogelijk veroorzaakt zijn door verstoring van de bodem bij het plaatsen van de peilbuizen. Een verhoogde troebelheid van een grondwatermonster heeft pas consequenties als bepaalde analyseresultaten boven gestelde grenswaarden uitkomen. De beoordeling van de troebelheid vindt mede plaats in samenhang met de analyseresultaten.

3.3

LABORATORIUMONDERZOEK

Een overzicht van de uitgevoerde analyses is weergegeven in de tabellen 3.4 t/m 3.7. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal grondmonsters is samengesteld tot mengmonsters. Voor mengmonsters is de codering MM01 etc. aangehouden. Separate grondmonsters zijn benoemd als boornummermonsternummer (bijvoorbeeld 01-2). Ten aanzien van asbest heeft op basis van de verkregen (veld)informatie een selectie plaats­ gevonden van de te analyseren materiaalverzamelmonsters (>20 mm) en puin(meng)monsters (<20 mm). De puinmengmonsters (<20 mm) zijn in het veld samengesteld. Voor de mengmonsters is de codering MA01 of MMA-01 etc. aangehouden. Naar aanleiding van de aangetroffen asbestverdachte plaatmaterialen in proefgat/proefsleuf 03, 10, 12 en 15 is van de puin uit dit proefgat/proefsleuf een separaat monster samengesteld.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 22

Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond

Monstercode

Samenstelling monsters (boring-monster)

T raject (m-mv)

Omschrijving en bijzonderheden

Analysepakket

MM01

02-1, 03-1, 06-1

0,22 - 0,70

Zand, sterk

A+ pakket

puinhoudend MM02

23-2, 23A-2

0,50 - 0,70

Klei, sterk

A+ pakket

glashoudend, sporen baksteen MM03

09-1, 13-1

0,00 - 0,50

Klei, resten

A+ pakket

baksteen, resten plastic, sporen baksteen MM04

11-1, 14-1, 17-1

0,00 - 0,50

Klei

A+ pakket

01-1

01-1

0,00 - 0,50

Klei, sporen

A+ pakket

baksteen, sporen beton 15-3

15-3

0,70 - 1,20

Klei

A+ pakket

16-2

16-2

0,50 - 0,80

Klei, resten puin,

A+ pakket

brokken baksteen 23-2

23-2

0,50 - 0,70

Klei

Zink + structuurpakket

23A-2

23A-2

0,50 - 0,70

Klei, sterk

Zink + structuurpakket

glashoudend, sporen baksteen 24-1

24-1

0,00 - 0,50

Klei, sporen beton,

A+ pakket

resten baksteen, resten leisteen A+ pakket

:

Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB's, som-PAK's en minerale olie.

Tabel 3.5: Uitgevoerde analyses asbest

Monstercode

Samenstelling monsters

T raject (m-mv)

Omschrijving en bijzonderheden

Analysepakket

MA03

Proefgat 03

0,12 - 0,35

Volledig puingranulaat, zwak

Asbest in puin

asbestverdacht materiaalhoudend MMA-10

Proefsleuf 10

0,00 - 0,50

Volledig puin, volledig baksteen, resten

Asbest in puin

afval MMA-12

Proefsleuf 12

0,00 - 0,50

Volledig baksteen, resten puin, brokken

Asbest in puin

beton, resten ijzer, resten hout, sporen plastic, sporen asbestverdacht materiaal MMA-15

Proefsleuf 15

0,00 - 0,50

Volledig baksteen, resten puin, brokken

Asbest in puin

beton, resten ijzer, resten hout, sporen plastic, sporen asbestverdacht materiaal MVM03

Proefgat 03

0,12 - 0,35

Asbestverdacht materiaal

Asbest in materialen

AVM-10

Proefsleuf 10

0,00 - 0,01

Asbestverdacht materiaal

Asbest in materialen

AVM-12

Proefsleuf 12

0,00 - 0,01

Asbestverdacht materiaal

Asbest in materialen

AVM-15

Proefsleuf 15

0,00 - 0,01

Asbestverdacht materiaal

Asbest in materialen

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 23

Tabel 3.6: Uitgevoerde analyses asfalt

Monstercode

Samenstelling monsters

T raject (m-mv)

Omschrijving en bijzonderheden

Analysepakket

ASF-03

03-3

0,00 - 0,12

volledig asfalt

CO + PM

ASF-04

04-1

0,00 - 0,14

volledig asfalt

CO + PM

ASF-05

05-2

0,00 - 0,12

volledig asfalt

CO + PM

ASF-23

23-asfaltkem

0,00 - 0,14

volledig asfalt

CO + PM

ASF-23A

23A-asfaltkem

0,00 - 0,16

volledig asfalt

CO + PM

ASF-03+

03-3 + 05-2

0,00 - 0,12

ZOAB 0/11 en ZOAB 0/16

PAK GC-MS

ASF-04

04-1

0,00 - 0,14

DAB 0/11 + STAB 0/16

PAK GC-MS

ASF-23 +

23-asfaltkem +

0,00 - 0,16

DAB 0/11 + GAB 0/32 +

PAK GC-MS

ASF-23A

23A-asfaltkem

ASF-05

OAB 0/16

Tabel 3.7: Uitgevoerde analyses grondwater

Monstercode

Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Analysepakket

10-1-1

10

1,80 - 2,80

B+ pakket

18-1-1

18

2,00 - 3,00

B+ pakket

B+ pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

3.4

TOETSINGSKADER EN TOETSING ANALYSERESULTATEN

De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4. Door het laboratorium zijn de onderstaande afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd. Bij monster 15-3 wordt aangegeven dat een verhoogde rapportagegrens is gehanteerd ten gevolge van storingen in de monstermatrix. Gezien het gemeten lage gehalte aan PAK (0,47 mg/kg d.s.) is deze afwijking verwaarloosbaar. Voor puinmengmonsters MMA-12 en MMA-15 is opgemerkt dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN 5898. De droge massa van de aangeleverde mengmonsters bedraagt respectievelijk circa 22,6 en 21,1 kg. Aangezien dit een geringe afwijking van de norm is, wordt aangenomen dat deze afwijking geen effect heeft op het resultaat en de interpretatie daarvan. Voor puinmonster MA03 is ook opgemerkt dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de normeis. De droge massa van MA03 is circa 8,2 kg en betreft monstermateriaal afkomstig uit één proefgat. Hierdoor was het praktisch gezien niet mogelijk om voldoende monstermateriaal aan te leveren. De verkregen analyseresultaten van dit monster worden, ondanks deze afwijking, als representatief en betrouwbaar beschouwd. De volledige toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde c.q.

gehanteerde lutum- en humusgehalte, het toetsingskader en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 24

Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit bij toepassing op of in de bodem. Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 6. De resultaten van het laboratoriumonderzoek worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 25

4.0

RESULTATEN EN INTERPRETATIE

4.1

RESULTATEN GRONDONDERZOEK

In tabel 4.1 zijn de resultaten van het grondonderzoek weergegeven. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten grond

Monstercode

Samenstelling monsters ‘Overig' terrein

T raject (m-mv)

Omschrijving en bijzonderheden

MM03

0,00-0,50

Klei, resten

Cadmium, koper,

Klasse

baksteen, resten

kwik, lood, zink,

‘Industrie'

MM04

09-1, 13-1

11-1, 14-1,

0,00-0,50

Toetsing Wbb > AW

plastic, sporen

minerale olie, PAK

baksteen

en PCB's

Klei

Cadmium

Indicatieve toets Bbk

r> T

Klasse

17-1 01-1

15-3

‘AW2000'

01-1

0,00-0,50

15-3

0,70-1,20

Klei, sporen

Cadmium, chroom,

Klasse

baksteen, sporen

kobalt, lood, nikkel,

‘Industrie'

beton

zink en PAK

Klei

Cadmium, kobalt,

Niet

lood, zink en

toepasbaar*

minerale olie 16-2

16-2

0,50-0,80

Klei, resten puin,

Cadmium, kobalt,

brokken baksteen

kwik, nikkel, zink,

Lood

Niet toepasbaar*

min. olie, PAK en PCB's 24-1

24-1

0,00-0,50

Klei, sporen

Koper, kwik en zink

Lood

Klasse

beton, resten

‘Industrie'

baksteen, resten leisteen

Deellocatie A MM01

02-1, 03-1,

0,22-0,70

06-1

Zand, sterk

Minerale olie, PAK

Niet

puinhoudend

en PCB's

toepasbaar*

Deellocatie B MM02

23-2, 23A-2

0,50-0,70

Klei, sterk

Cadmium, koper,

glashoudend,

kwik, lood, min. olie

sporen baksteen

en PAK

Klei

Zink < AW

Zink

Niet toepasbaar

Uitsplitsing MM02 23-2

23-2

0,50-0,70

Klasse ‘AW2000'

23A-2

23A-2

0,50-0,70

Klei, sterk

Zink

glashoudend,

Niet toepasbaar

sporen baksteen De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: < AW

Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde.

> AW

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde.

>T

Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde.

> I *

Het gehalte is groter dan de interventiewaarde. Niet toepasbaar op basis van de maatgevende parameter minerale olie.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 26

‘Overig terrein’ In de kleiige boven- en ondergrond worden licht verhoogde gehalten gemeten met diversen zware metalen, minerale olie, PAK en PCB’s. Plaatselijk worden ook matig verhoogde gehalten gemeten met lood. Deellocatie A In de sterk puinhoudende zandige bovengrond worden licht verhoogde gehalten gemeten met diversen zware metalen, minerale olie en PAK. De licht verhoogde gehalten zijn te relateren aan de bijmengingen met puin. Deellocatie B In mengmonster MM02 van de kleiige bovengrond, met bijmengingen van glas en baksteen, wordt een sterk verhoogd gehalte aan zink gemeten. Tevens worden licht verhoogde gehalten aangetoond met enkele zware metalen, minerale olie en PAK. Naar aanleiding van het gemeten sterk verhoogde gehalten van zink in mengmonster MM02 is besloten om de deelmonsters waar dit mengmonster uit bestaat separaat te analyseren op zink. Uit de individuele analyses van de deelmonsters blijkt dat in monster 23A-2 (0,50-0,70 m-mv), met bijmengingen van glas en baksteen, een sterk verhoogd gehalte aan zink opnieuw wordt aangetoond. Het sterk verhoogd gehalte aan zink is waarschijnlijk gerelateerd aan de bodemvreemde bijmengingen. De verontreiniging met zink is zintuiglijk afgeperkt tot de onderliggende zandlaag. In het zintuiglijk ‘schone’ monster 23-2 wordt geen verhoogd gehalte met zink gemeten.

Uit de oliechromatogrammen wordt afgeleid dat de gemeten licht verhoogde gehalten aan minerale olie over de gehele locatie sterk gerelateerd zijn aan PAK. Na indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de (meng)monsters hoofdzakelijk zijn beoordeeld als niet toepasbaar of klasse industrie. Enkele (meng)monsters zijn beoordeeld als klasse AW2000 en derhalve altijd toepasbaar.

Stantec | Milieuhygiënisch asfalt-, asbest- en bodemonderzoek Bosland ong. te Bergschenhoek 27

4.2

RESULTATEN ASBESTONDERZOEK

In de tabel 4.2 zijn de resultaten van het asbestonderzoek weergegeven. In bijlage 5 is een tabel met de volledige berekening opgenomen. Tabel 4.2: Bepaling totale gehalte asbest

Monster codes

Proefgat/ proefsleuf

T raject (m-mv)

Losse asbestvezelbundels

Gehalte asbest fractie < 20 mm (mg/kg)

Gehalte asbest fractie > 20 mm

0,12-0,35

Nee

< 0,6

224

224

0,00-0,50

Nee

< 0,2

10,5

10

0,00-0,50

Nee

< 0,6

12,6

12

0,00-0,50

Ja, enkele

98

120

218

(mg/kg)

Totale gehalte aan asbest (mg/kg gewogen)

Deellocatie A MA03 +

Proefgat

MVM03

03

‘Overig' terrein MMA-10 +

Proefsleuf

AVM-10

10

MMA-12 +

Proefsleuf

AVM-12

12

MMA-15 +

Proefsleuf

AVM-15

15

losse vezels

De toetsing van het totale gehalte aan asbest is als volgt geclassificeerd: < I

Het totale gehalte aan asbest is < 0,5 x de interventiewaarde.

> 0,5 x I

Het totale gehalte aan asbest is > 0,5 x de interventiewaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde.

> I

Het totale gehalte aan asbest is groter dan de interventiewaarde.

Het asbestverdachte plaatmateriaal (> 20 mm) uit proefgat 03 blijkt inderdaad asbesthoudend. Het asbesthoudende materiaal betreft cement, standleiding en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10­ 15 %). In de fijne fractie (< 20 mm) van monster MA03 ligt het gewogen gehalte aan asbest beneden de detectielimiet (< 0,6 mg/kg d.s.). Het totale gewogen gehalte aan asbest komt daarmee uit op 224 mg/kg d.s. en dient te worden geclassificeerd als sterk verontreinigd. De veelvuldig aangetroffen asbestverdachte plaatmaterialen (> 20 mm) uit proefsleuf 15 blijken asbesthoudend. Het asbesthoudende materiaal betreft cement, vlakke plaat en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10-15 %). In de fijne fractie (< 20 mm) ligt het gewogen gehalte aan asbest op 98 mg/kg d.s. Daarnaast zijn enkele losse vezels aangetoond (fractie <0,5 mm), hetgeen een aanleiding is tot het bepalen van de respirabele fractie. Het totaal gewogen gehalte aan asbest is bepaald op 218 mg/kg d.s. en dient te worden geclassificeerd als sterk verontreinigd. Het asbestverdachte plaatmateriaal (> 20 mm) uit proefsleuf 10 blijkt ook asbesthoudend. Het asbesthoudende materiaal betreft cement, vlakke plaat en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10­ 15 %). In de fijne fractie (< 20 mm) ligt het gewogen gehalte aan asbest beneden de detectielimiet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=0e493e5d-7577-4d13-8b63-2cf5879cbe10