CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.04415] Overzicht wijzigingen APV 2025

Commissie Algemeen Bestuur 15 januari 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening 20253.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen APV 2025

T23.04415

Hieronder vindt u de volgende tabellen: - Wijzigingen VNG model APV – Najaar 2023 - Wijzigingen VNG model APV – Zomer 2024 - Technische wijzigingen Voorgestelde wijzigingen Wijzigingen VNG model APV – Najaar 2023 Artikel in APV 2:23a (slaap)verblijf op of aan de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen

Was

Wordt Lid 2 toegevoegd: Het verbod geldt niet op plaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen als kampeerplaats.

Toelichting Het voorgestelde artikel 2:54 APV van de VNG nemen wij niet over. Wij behouden artikel 2:23a van de APV en voegen hieraan een tweede lid aan toe. Dit artikel verbiedt slapen op of aan de weg, in voertuigen of andere onderkomens, en wij zien geen noodzaak om het voorgestelde artikel 2:54 van de VNG over te nemen, omdat er in onze gemeente weinig meldingen en overlast zijn gerapporteerd met betrekking tot slapen in de openbare ruimte. Het tweede lid van artikel 2:23a biedt een uitzonderingsbepaling voor aangewezen kampeerplaatsen, waardoor het verbod daar niet van toepassing is. Deze wijziging is in lijn met de APV van gemeente Rotterdam.

Artikel 2:35 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

Artikel 2:77a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen

Artikel 2:35 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

Lid 1 Dit betreft een artikel die is overgenomen vanuit de APV Rotterdam. In artikel 2:77a van de huidige APV van Lansingerland staan verschillende situaties benoemd waarin sluiting van een publiek openstaande gebouwen of daarbij behorend erf mogelijk is. Dit zorgt echter voor een beperking om tot sluiting over te kunnen gaan. Door de voorgestelde wijziging naar artikel 2:35 wordt het artikel algemener en zullen hier, naast de opgesomde situaties in artikel 2:77a, meerdere situaties onder kunnen vallen. Ook toekomstige situaties die we nu nog niet kunnen voorzien. Het verschil met het voorstel van de VNG zit hem in het stukje ‘- niet zijnde een seksinrichting-‘. Deze mogelijkheid tot sluiting is namelijk al geregeld in artikel 3:9a APV Lansingerland. Indien we dit stukje tekst niet overnemen hebben we twee artikelen die hetzelfde doen. Dat kan onduidelijkheid met zich meebrengen. Lid 2 Voor artikel 2:35 tweede lid is gekozen voor een overname van het zesde lid van artikel 2:77a van de huidige APV van Lansingerland. Dit is om te voorkomen dat we tegenstrijdige artikelen in de APV opnemen. Bijvoorbeeld artikel 2:30, eerste lid APV Lansingerland en artikel 13b van de Opiumwet voorzien namelijk al in de mogelijkheid om tot sluiting over te gaan.

Lid 3 Artikel 2:35 tweede lid vanuit de APV van Rotterdam wordt overgenomen in dit voorstel van artikel 2:35 derde lid. Artikel 2:35 tweede lid vanuit de APV van Rotterdam biedt, in tegenstelling tot het huidige artikel 2:77a tweede lid en het voorstel van de VNG, meer mogelijkheden tot het plaatsen van het afschrift en geeft tevens een bevestiging van wanneer de sluiting in werking treedt. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze en adviseer ik daarom over te nemen. Lid 4 Artikel 2:35 vierde lid is overgenomen uit het door de VNG voorgestelde artikel 2:80 vierde lid. Artikel 2:35 derde lid van de APV van Rotterdam is hetzelfde. In het huidige artikel 2:77a van de APV van Lansingerland staat dit artikel niet opgenomen. Om discussies/problemen met exploitanten en beheerders te voorkomen is wenselijk dat exploitanten en beheerders weten dat zij volgens de APV verplicht zijn om het afschrift waar de sluiting op vermeld staat, laten hangen op de plek waarop deze is aangebracht. Lid 5 en 6 In tegenstelling tot het door de VNG voorgestelde artikel 2:80 vijfde lid, biedt de splitsing van deze artikelen meer duidelijkheid in hetgeen dat verboden is ten tijde van een sluiting.

Om deze reden kan worden gesteld dat aansluiting moet worden gezocht bij het huidige artikel 2:77a leden 4 en 5, maar artikel 2:35 leden 4 en 5 van de APV van Rotterdam zijn uitgebreider en zijn daardoor in meer situaties

van toepassing. Het advies is daarom om aansluiting te zoeken bij artikel 2:35 leden 4 en 5 van de APV van Rotterdam. Lid 7 In artikel 2:77a derde lid van de huidige APV van Lansingerland staat de mogelijkheid om een sluiting op te heffen. In artikel 2:35 zesde lid van de APV van Rotterdam is dit artikel, met de twee mogelijke gronden voor opheffing, uiteengezet. Hierdoor is het artikel duidelijker. Er is daarom voor gekozen om artikel 2:35 zesde lid van de APV van Rotterdam over te nemen in artikel 2:35 zevende lid van dit voorstel. Het door de VNG voorgestelde artikel 2:80 zesde lid is niet overgenomen, omdat dit artikel, net als artikel 2:77a derde lid van de huidige APV van Lansingerland, minder duidelijk is. Artikel 2:36 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Artikel 2:35

Artikel 2:36 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Lid 1 Voor artikel 2:36 eerste lid is aansluiting gezocht bij artikel 2:36 eerste lid van de APV van Rotterdam. Er is echter wel voor gekozen om artikel 2:36 eerste lid, onder c, ‘bedrijf’, te wijzigen naar het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 eerste lid, onder a, ‘bedrijfsmatige activiteit’. In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 eerste lid, onder a staat tevens dat dit niet betrekking heeft op artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3 van de APV van Lansingerland. Opname van het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 eerste lid, onder a is van belang om tegenstrijdige artikelen in de APV te voorkomen.

Het artikel 2:35 van de huidige APV van Lansingerland is hierin niet overgenomen, omdat ‘beheerder’ en ‘feitelijke leidinggevende’ hierin bijna gelijk zijn en verwarring opleveren. Ook is het wenselijk om te weten wat er wordt verstaan onder ‘bedrijfsmatige activiteiten’ nu daar in dit artikel tevens over wordt gesproken. Lid 2 Het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 tweede lid is overgenomen. In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 tweede lid staat; ‘De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.’ ‘Of ter voorkoming’ is hierin nieuw en biedt meer mogelijkheden om dit artikel toe te passen. Dit betreft een positieve aanvulling op artikel 2:35 tweede lid van de huidige APV van Lansingerland. Lid 3 Het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 derde lid is overgenomen. In artikel 2:36 derde lid van de APV van Rotterdam en artikel 2:35 derde lid van de huidige APV van Lansingerland staat namelijk dat het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten

of indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. Sub b heeft echter geen meerwaarde, omdat het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 derde lid alles al omvat. Door het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 derde lid over te nemen is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. Lid 4 Artikel 2:36 vierde lid van de APV van Rotterdam is hierin overgenomen omdat dit artikel, in tegenstelling tot het voorgestelde artikel 2:81 vijfde lid van de VNG, het volgende lid heeft opgenomen; ‘in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;’. Dit vierde lid is bijna gelijk aan artikel 2:35 vierde lid van de huidige APV van Lansingerland en betreft een extra, en tevens belangrijke grond, om een vergunning te kunnen weigeren. Wel is hierbij het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 vijfde lid, onder f overgenomen; ‘indien het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet Milieubeheer.’ Dit vierde lid sluit namelijk aan bij artikel 2:36 eerste lid onder c, ‘bedrijfsmatige activiteit’, van dit voorstel en is uitgebreider door opname van de Wet milieubeheer.

Lid 5 Artikel 2:36 vijfde lid van de APV van Rotterdam (die gelijk is aan artikel 2:35 vijfde lid van de huidige APV van Lansingerland) is overgenomen. Hierbij zijn twee leden aangevuld die in het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 vierde lid staan. De twee leden zijn; - Voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; o Dit betreft een positieve aanvulling. Hierdoor kan beter worden beoordeeld of het wenselijk of überhaupt mogelijk is om voor deze bedrijfsmatige activiteit een vergunning te verlenen. De bedrijfsmatige activiteit kan bijvoorbeeld in strijd zijn met artikel 3:4 ‘Nuloptie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen’ van de APV van Lansingerland. Ook zijn er bedrijfsmatige activiteiten die gevoeliger zijn voor ondermijnende praktijken. In dat geval kan het wenselijk zijn om hier geen vergunning voor te verlenen. - Een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. o Dit lid biedt een extra mogelijkheid om te controleren of de exploitant en/of beheerder wellicht een verleden heeft in ondermijnende praktijken. Dit kan een reden zijn dat het niet wenselijk is om deze exploitant en beheerder bedrijfsmatige activiteiten te laten uitvoeren in de gemeente Lansingerland.

Lid 6 Artikel 2:36 zesde lid van de APV van Rotterdam (die gelijk is aan artikel 2:35 zesde lid van de huidige APV van Lansingerland) is overgenomen. In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 was dit lid verwijderd. Het is echter van belang dat de burgemeester informatie kan opvragen indien dat nodig is voor de beoordeling van een vergunning. Lid 7 Artikel 2:36 zevende lid van de APV van Rotterdam is overgenomen in artikel 2:36 zevende lid van dit voorstel. In tegenstelling tot het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 negende lid zijn de leden A, B, C en J wel opgenomen, omdat dit meerdere mogelijkheden biedt om over te gaan tot intrekking of wijziging van een vergunning. Er is gekozen voor artikel 2:36 zevende lid van de APV van Rotterdam en niet voor artikel 2:35 zevende lid van de huidige APV van Lansingerland, omdat sub J onnodig uitgebreid is. Artikel 2:36 zesde lid, onder e van dit voorstel is wel aangepast op het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 negende lid, onder b. Door op te nemen dat het gaat om activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit in plaats van activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf, kan dit sub-artikel breder worden toegepast. Lid 8 Voor artikel 2:36 achtste lid van dit voorstel is aansluiting gezocht bij het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 tiende lid.

Hierdoor is artikel 2:35 achtste lid van de huidige APV van Lansingerland

uitgebreid met ‘in strijd met de vergunning of het verbod’. Hierdoor is duidelijk dat de exploitant en/of beheerder niet in strijd mag handelen jegens de vergunning of het verbod, en niet enkel het verbod. Lid 9 en 10 Artikel 2:36 negende lid en tiende lid van dit voorstel staan momenteel niet in artikel 2:35 van de huidige APV van Lansingerland en staan in het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 elfde en twaalfde lid. De leden sluiten aan op de huidige werkwijze en het is daarom wenselijk om deze op te nemen in de APV van Lansingerland. Lid 11 Artikel 2:36 elfde lid van dit voorstel is gelijk aan artikel 2:35 negende lid van de huidige APV van Lansingerland. Ook in artikel 2:36 negende lid van de APV van Rotterdam en het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 dertiende lid is gelijk aan dit artikel. Het lid is daarom in een logische volgorde opgenomen in dit voorstel. Lid 12 In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 veertiende lid is overgenomen in artikel 2:36 twaalfde lid van dit voorstel. In artikel 2:35 tiende lid van de huidige APV van Lansingerland staat namelijk dat later bekend geworden feiten en omstandigheden die hiertoe aanleiding geven, kunnen zorgen voor opheffing van een sluiting.

In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 veertiende lid wordt dit lid aangevuld met de voorwaarde dat er tevens voldoende garanties aanwezig moeten zijn dat geen herhaling van de

feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zullen plaatsvinden. Dit is een positieve aanvulling, die ervoor zorgt dat de mogelijkheid van opheffing van een sluiting extra goed wordt beschermd. Lid 13 Artikel 2:36 dertiende lid van dit voorstel is gelijk aan artikel 2:35 elfde lid van de huidige APV van Lansingerland. Ook in artikel 2:36 elfde lid van de APV van Rotterdam en het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 zesde lid is gelijk aan dit artikel. Het lid is daarom in een logische volgorde opgenomen in dit voorstel. Lid 14 Artikel 2:36 veertiende lid van dit voorstel is gelijk aan artikel 2:35 twaalfde lid van de huidige APV van Lansingerland. Ook in artikel 2:36 twaalfde lid van de APV van Rotterdam en het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 zevende lid is gelijk aan dit artikel. Het lid is daarom in een logische volgorde opgenomen in dit voorstel. Lid 15 Artikel 2:36 vijftiende lid van dit voorstel is gelijk aan artikel 2:35 dertiende lid van de huidige APV van Lansingerland. Ook in artikel 2:36 dertiende lid van de APV van Rotterdam en het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 achtste lid is gelijk aan dit artikel. Het lid is daarom in een logische volgorde opgenomen in dit voorstel.

Lid 16 Het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 vijftiende lid is overgenomen in artikel 2:36 zestiende lid van dit voorstel. Dit betreft een wijziging van artikel 2:35 veertiende lid van de huidige APV van Lansingerland. Door de wijziging van dit lid wordt verduidelijkt wat er met ‘als dat eerder is’, wordt bedoeld. Lid 17 Artikel 2:36 zeventiende lid van dit voorstel is gelijk aan artikel 2:35 vijftiende lid van de huidige APV van Lansingerland. Ook in artikel 2:36 vijftiende lid van de APV van Rotterdam is gelijk aan dit artikel. In het door de VNG voorgestelde artikel 2:81 zestiende lid ontbreekt de verwijzing naar het derde lid van dit voorstel. Voor verduidelijking is het echter wenselijk om hier wel naar de verwijzen. Het lid is in een logische volgorde opgenomen in dit voorstel. 2:47a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

Artikel 2:47a Messen en andere voorwerpen als wapen 1. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of

Artikel 2:47a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het

De VNG heeft een nieuw artikel toegevoegd (artikel 2:50a) die wij al hadden (2:47a). De tekstuele update van de toelichting is overgenomen. De term wapen is vervangen door steekwapen. Daarnaast bevat de tekstuele wijziging een specificering van de Wet wapens en munitie: Als het dragen van het mes of (steek)voorwerp onder de reikwijdte van de Wet wapen en munitie valt, moet handhaving op grond van die wet plaatsvinden.

krachtens de Wet wapens en munitie.

2:48a Hinderlijk lachgasgebruik

2:71 Definitie consumentenvuurwerk

2:77a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen

wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. 2:48a laten vervallen

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1. van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1. van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:77a

Verplaatst naar artikel 2:35

Lachgas is vanaf 1 januari 2023 een softdrug, waardoor het verboden gebruik ervan gereguleerd wordt door artikel 2:74b. Daarmee is de juridische legitimatie van het specifieke lachgasartikel vervallen. Het vermelden van vuurwerkcategorieën is overbodig. Zo valt bijvoorbeeld categorie F3 volgens de ministeriële Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk sinds 2020 al niet meer onder vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld aan particulieren.

Met de wijziging is artikel 2:77a op de plek van 2:35 gekomen als sluitingsmogelijkheid voor publiek openstaande gebouwen. Het voormalige artikel 2:35 is verplaatst naar artikel 2:36.

2:78 Wijkverboden

Artikel 2:78 Wijkverboden

Artikel 2:78 Wijkverboden

1.

1.

2.

3.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden

2.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een

Dit artikel strekt ertoe de burgemeester de bevoegdheid te geven tot het opleggen van een Gebiedsontzegging (wijkverbod) bij (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlastgevend gedrag. De VNG heeft een structurele bepaling opgenomen in haar modelverordening over gebiedsontzeggingen (wijkverboden) en het artikel inhoudelijk gewijzigd: - Bevel wordt opleggen van tijdelijk verbod. Een gebiedsverbod is een besluit in de zin van de Awb. Het is geen bevel in de zin van het Strafrecht of noodbevel op grond van de Gemeentewet. De titel van het artikel is gecorrigeerd in de toelichting, daar stond nog gebiedsontzegging. De nieuwe titel is in lijn met de Gemeente Rotterdam. De VNG noemt het een gebiedsverbod.

4.

5.

gegeven als de strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk acht. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

3.

4.

5.

openbare plaats aanwezig te zijn. Een tijdelijk verbod als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het geven van een eerder tijdelijk verbod, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

Technische wijzigingen Artikel in APV 4:13 lid 4 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Voorgestelde wijzigingen Artikel in APV 2:25a lid 2 0-evenement

Was Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Verordening bescherming landschap en natuur Zuid-Holland.

Wordt Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit artikel conform huidige wet- en regelgeving opgeschreven.

Was De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een categorie 0evenement te verbieden.

Wordt De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een categorie 0- evenement te verbieden.

Toelichting 5 dagen de tijd om een melding te verbieden is erg kort en andere gemeenten houden 10 dagen aan. Het voorstel is daarom om de termijn van 5 dagen te verlengen naar 10. De indieningstermijn blijft minimaal 15 werkdagen van te voren.

5:22 Definitie snuffelmarkt

5:22 laten vervallen. De verwijzingen naar 5:22 zijn ook aangepast.

Met de wijziging vallen Snuffelmarkten onder evenementen. Met deze wijziging wordt de beoordeling gelijkgetrokken met die van andere evenementen.

5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

5:23 laten vervallen. De verwijzingen naar 5:23 zijn ook aangepast.

Met de wijziging vallen Snuffelmarkten onder evenementen. Snuffelmarkten vinden plaats in de openbare ruimte en trekken vaak veel mensen. Door ze als evenement te categoriseren, kan de gemeente hierop anticiperen en maatregelen treffen om dit in goede banen te leiden. De wijziging is in lijn met de APV van gemeente Rotterdam.

Taal technische wijzigingen Onderwerp 1

Tekstuele correcties doorgevoerd

2

Correctie Activiteitenbesluit doorgevoerd in de toelichting

Was

Wordt In een aantal teksten stonden tekstuele verschrijvingen. De APV is tekstueel nagelopen en deze verschrijvingen zijn hersteld.

Activiteitenbesluit milieubeheer

De artikelsgewijze toelichting is meegenomen met de wijzigingen.

Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=37b3d7a6-9440-44af-b79d-e41108729a49