CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.02967] Uitgangspunten Begroting 2024-2027 (Bijlage Kaderbrief 2024 T23.02867)

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kaderbrief 2024 - 20271.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten Begroting 2024-2027

Afdeling: Financiën Datum: 6-6-2023 Corsanummer: T23.02967

Voor de samenstelling van de Begroting 2024–2027 stelt het college de volgende kaders en uitgangspunten voor. Het college verzoekt de Raad deze kaders en uitgangspunten vast te stellen.

1.1

Een structureel sluitende begroting in 2024

De toezichthouder (Provincie Zuid-Holland) eist van de gemeente een structureel sluitende begroting voor het betreffende begrotingsjaar en bij voorkeur ook voor de opvolgende jaren. Dit betekent dat alle structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Het college stelt voor dat er een structureel sluitende begroting komt voor 2024 en voldoet daarmee aan de vereisten van de toezichthouder. Maatregelen die ingezet worden voor 2024 met een structurele doorwerking, hebben daarmee ook een impact op de meerjarige begroting. Uitgaande van de huidige verwachtingen zal dan ook 2025 nagenoeg structureel sluitend zijn.

1.2

In 2026 en 2027 een sluitende begroting d.m.v. onttrekkingen aan de algemene reserve

De zogenoemde ravijnjaren 2026 en 2027 zullen niet structureel sluitend zijn, omdat deze jaren nog met te grote onzekerheden omgeven zijn. De toezichthouder staat incidentele dekking toe van de tekorten 2026-2027 via een onttrekking aan de algemene reserve. Deze werkwijze is niet anders dan voorgaande jaren. Het komen tot een structureel sluitende begroting voor 2026 en 2027 zou zeer ingrijpende maatregelen vereisen, die het college gezien de grote mate van onzekerheid niet aanvaardbaar vindt. In de recente Voorjaarsnota 2023 heeft het Rijk een stelselwijziging aangekondigd die van kracht zal zijn vanaf 2027. Het principe ‘trap op, trap af’ waarbij het accres van het gemeentefonds de uitgaven van het Rijk volgt, zal vervangen worden door een systematiek waarbij de omvang van het gemeentefonds gekoppeld wordt aan de historische ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Welk effect dit zal hebben voor onze gemeente is nog onbekend.

1.3

De inwoneraantallen uit de bevolkingsprognose hanteren

Het inwoneraantal is een belangrijke factor in de begroting. Zowel aan de lasten- als aan de batenkant is het aantal inwoners bepalend. Meer inwoners betekent meer uitgaven. Daarom neemt ook de algemene uitkering toe bij een toename van het aantal inwoners. Sinds de invoering van de nieuwe systematiek voor het gemeentefonds in 2022, waarbij er gerekend wordt met minder maatstaven, is de zwaarte van de maatstaf ‘inwoneraantal’ fors toegenomen. Zo betekent 1.000 inwoners meer, ca. € 525.000 meer inkomsten uit het gemeentefonds en vice versa; hierbij is gekeken naar de directe impact van het aantal inwoners; het aantal inwoners heeft daarnaast ook nog een indirecte impact via andere maatstaven. Een goede prognose van het aantal inwoners is daarom essentieel. Dat is ook de reden dat hier voor de Kaderbrief 2024 extra aandacht aan is besteed. Daarnaast vereist een solide begroting dat er voor zowel de baten als de lasten met dezelfde maatstaven gerekend wordt, om scheve verhoudingen te voorkomen. Immers, als er aan de inkomstenkant rekening gehouden wordt met meer inkomsten als gevolg van een stijgend aantal inwoners, terwijl we aan de lastenkant uit zouden gaan van gelijkblijvende situatie, dan zouden we ons als gemeente onterecht rijk rekenen. De tabel hieronder laat de prognose van de bevolkingsgroei zien.

De cijfers over 2023 betreffen de werkelijke aantallen inwoners, per 1 januari 2023. Het geraamde aantal inwoners vanaf 2024 is Uitgangspunten Begroting 2024-2027 (T23.02967)

2

gebaseerd op de bevolkingsprognose van maart 2023, die onder andere weer gebaseerd is op de meest recente woningbouwprognose. de prognose die we voorheen hanteerden was gebaseerd op de cijfers van 2021. Het geraamde aantal inwoners is naar beneden bijgesteld. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door het uit huis gaan van jongeren, met gemiddeld kleinere huishoudens tot gevolg, en anderzijds de bij de planning achterblijvende woningbouw, waardoor deze jongeren geen andere woning in Lansingerland kunnen betrekken. De lagere aantallen opgeleverde nieuwbouwwoningen in combinatie met een toename van kleinere huishoudens hebben een remmende werking op de bevolkingsgroei.

Aantal inwoners per 1 januari Inwoners prognose mrt. 2023 Toename in begrotingsjaar

2023 64.744 633

2024 64.744 0

2025 65.300 556

2026 68.200 2.900

2027 71.000 2.800

Inwoners prognose 2021 Afwijking t.o.v. eerdere prognose

65.900 -1.156

67.000 -2.256

69.500 -4.200

70.600 -2.400

71.500 -500

1.4

Loon- en prijsontwikkeling (inflatie)

Afgelopen jaar hebben we te maken gehad met uitzonderlijk hoge inflatiecijfers. De stijgende kosten hebben een grote impact op ons als gemeente en ook op de gehele samenleving. Om realistisch te begroten passen we een indexatie van de kosten toe. Dit wordt ook voorgeschreven door de Provincie.

1.4.1

Kostenbudgetten indexeren met inflatiecorrectie (variërend van 4,54% tot 24,3%)

De uitgavenramingen 2024 worden met inflatie verhoogd. De budgetten die met indexatie worden verhoogd zijn onder te verdelen in:  Materiële budgetten (4,54%): De toegepaste indexatie is gebaseerd op de loon- en prijsontwikkeling die het Rijk in haar Voorjaarnota 2024 heeft gehanteerd. Hiermee sluiten we aan bij de indexatie die naar verwachting in de Meicirculaire 2023 zal worden toegepast voor het Gemeentefonds. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties minimaal zo hoog zijn als de percentages die toegepast worden in de Mei- of Septembercirculaire 2023. Mocht de indexatie in de Meicirculaire 2023 hoger uitvallen, dan zullen we de Begroting 2024-2027 hierop bijstellen. Ter indicatie is 1% gelijk aan ca. € 188.000.  Verbonden partijen (8,4%): Jaarlijks wordt er door de kring van gemeentesecretarissen Rijnmond een indexatie vastgesteld voor de verbonden partijen waaraan de deelnemende gemeenten zich committeren.  Subsidies (8,4%): Subsidies kennen wij toe aan maatschappelijke partners die vrijtoegankelijke voorzieningen aanbieden in het sociaal domein. De 8,4% is een gewogen gemiddelde gebaseerd op de loon- en prijsindexatie en de inwonersgroei.  Wmo en Jeugd Lokaal (4,74%): Voor Wmo en Jeugd Lokaal wordt er een prijsindexcijfer van 4,74% toegepast.

 Sport (24,3%): De reeds toegepaste indexatie over 2023 wordt hiermee opgehoogd conform de afspraken in de raamovereenkomst.  Openbare Ruimte (13,7%): De reeds toegepaste indexatie over 2023 wordt hiermee opgehoogd conform de raamovereenkomst. Voor 2024 is de indexatie van het CBS/GWW toegepast. Ter indicatie is bij de indexatie over 2024 1% gelijk aan ca. € 95.000. Uitgangspunten Begroting 2024-2027 (T23.02967)

3

1.4.2

Loonkostenraming: een stelpost opnemen voor de nieuwe Cao

De huidige Cao voor gemeentepersoneel loopt tot 1 januari 2024. De lonen zijn in april 2023 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024 verhoogd. Deze Cao-stijging is in de Kaderbrief verwerkt. Voor 2024 en verder zal er naar verwachting een nieuw Cao-akkoord komen. Het is nog niet bekend wat de financiële consequenties hiervan zullen zijn. In de Kaderbrief hebben wij vooralsnog een stelpost opgenomen voor de Cao 2024 van 4%. Hierbij hebben we, net als voor de prijsontwikkeling, aansluiting gezocht bij de gehanteerde cijfers in de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk. Ter indicatie: 1% betreft ca. € 449.000. De Provincie Zuid-Holland heeft vanuit haar rol als toezichthouder het uitgangspunt dat de toe te passen indexaties minimaal zo hoog zijn als de percentages die toegepast worden in de Mei- of Septembercirculaire 2023. Mocht de indexatie in de Meicirculaire 2023 hoger uitvallen, dan zullen we de Begroting 2024-2027 hierop bijstellen.

1.5

Tarievenbeleid met betrekking tot belastingen en heffingen

De tarieven van de algemene belastingen (onroerendzaakbelasting (OZB), hondenbelasting en precario) worden minimaal verhoogd met een inflatiecorrectie, die nu wordt ingeschat op 4,54%. We onderzoeken of de tariefstijgingen van afgelopen jaren dekken waren voor de inflatie over de desbetreffende jaren. Toepassing op heffingen/leges vindt plaats met inachtneming van het uitgangspunt dat de kostendekkendheid niet mag worden overschreden. Eerdere jaren is ervoor gekozen om de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen vooralsnog alleen te corrigeren voor inflatie. Daarnaast wordt de toename van de WOZ-grondslag (als gevolg van toename aantal woningen en niet-woningen) doorberekend in de OZB-opbrengst. Gezien de huidige financiële situatie kan ervoor gekozen worden om de begrotingsknop OZB verder in te zetten dan alleen een verhoging als gevolg van inflatie. Dit ter dekking van (een deel van) het nu begrote tekort c.q. om de structurele lasten van de lokale ambities en wettelijke taken met de structurele baten in evenwicht te brengen.

1.6

Rente

Voor te verwachten nieuw af te sluiten langlopende leningen, onder andere in verband met de financiering van nieuwe investeringen, wordt in de Meerjarenbegroting 2024-2027 een percentage van 4% gehanteerd. Dit is een inschatting van het rentepercentage indien we een 10-jarige lineaire lening bij de BNG zouden af moeten sluiten, waarbij we uitgaan van het huidige rentepercentage met een kleine stijging.

1.7

Capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak

Om uitvoering te geven aan het amendement op de Begroting 2023 en om realistisch te ramen, hanteren we het principe ‘capaciteit volgt beleid, groei en (wettelijke) taak’. Indien besloten wordt om beleid te stoppen dan heeft dit gevolgen voor de capaciteit en vice versa. Wettelijke taken kunnen alleen met voldoende capaciteit worden uitgevoerd en aangezien we een groeigemeente zijn, groeit de capaciteit mee met de groeigerelateerde factoren. We maken deze groei, in lijn met de strekking van het amendement, zichtbaar per taak/beleidsveld.

Uitgangspunten Begroting 2024-2027 (T23.02967)

4

1.8

Vasthouden aan het huidige format van de begroting

In lijn met wat er tijdens de evaluatie van de Begroting 2023 en de Commissie AB besproken is, zullen wij voor het opstellen van de Meerjarenbegroting 2024-2027 uitgaan van het bestaande format met daar waar mogelijk aandacht voor wensen met betrekking tot beleidsteksten.

1.9

De ratio weerstandsvermogen blijft op of boven de 1,4

Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of lokale lasten te verhogen. De ratio dient binnen de bandbreedte van de door de raad gewenste marge ‘ruim voldoende’ te blijven (tussen de 1,4 en 1,8), waarbij de Raad streeft naar een ratio van 1,7. Gezien de onzekerheid die er nog heerst over het ‘ravijnjaar’ 2026 en de jaren erna, is het effect op het weerstandsvermogen in die jaren nog niet duidelijk.

1.10 Post onvoorzien hanteren die gerelateerd is aan het inwoneraantal De comptabele regelgeving (BBV) schrijft een structurele post onvoorzien voor: de hoogte is aan de gemeente zelf. Als leidraad wordt € 1 per inwoner genomen. Dat is budgettair van beperkte omvang, maar heeft meer symbolische waarde dan een vast bedrag, omdat zichtbaar wordt dat Lansingerland een groeigemeente is.

1.11 Gemeentefondsraming op basis van vaste prijzen en prijspeil 2024 Voor de gemeentefondsraming hanteren we de toepassing van vaste (of gefixeerde prijzen) en gaan we uit van prijspeil 2024. Dit is de bestendige gedragslijn. In de regel hanteren gemeenten bij hun gemeentefondsramingen de systematiek van contante prijzen (doet Lansingerland ook); d.w.z. de cijfers van begroting en meerjarenramingen worden weergegeven in het op dat moment bekende prijspeil. Bij elke opvolgende circulaires kan –hoeft niet- dat prijspeil wijzigen; die eventuele prijsbijstellingen vinden plaats middels een positieve of negatieve correctie op de cijfers: eenvoudig en de oorsprong/moment van aanpassing prijspeil is traceerbaar. Gemeenten mogen ook kiezen voor ramingen in lopende prijzen: dan wordt per jaar het prijspeil van dat jaar gebruikt. Theoretisch geeft dat een preciezer beeld per begrotingsjaar van de voor inflatie gecorrigeerde cijfers. Deze systematiek is echter aanzienlijk meer bewerkelijk (en daarmee in de praktijk juist minder inzichtelijk over de jaren heen en is bovendien meer foutgevoelig) omdat bij elke aanpassing van het prijspeil alle cijfers per jaar moeten worden herberekend.

Uitgangspunten Begroting 2024-2027 (T23.02967)

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=36cd329b-bc02-4449-bcb3-ace5da83e509