[T23.02892] Beantwoording technische vragen
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Cie Samenleving
Steller van de vraag en partij: Jan-Willem van den Beukel (CDA) Datum:
2 mei 2023
Onderwerp:
Raadsbrief Varianten noodopvang asielzoekers
Vraag 1: De Kamerbrief over de Actuele situatie in de asielketen d.d. 28 april vermeldt een hogere verwachte asielinstroom (MPP) voor 2023 en ook voor latere jaren en dus ook hogere capaciteitsbesluiten door het COA. Is daarmee de berekening van 300 asielzoekers voor Lansingerland nog actueel? Zo ja, waarom? Zo nee, kunt u een nieuwe inschatting maken en de uitkomst daarvan samen met de onderliggende berekening met de Raad delen? Maak daarbij alstublieft een onderscheid naar 2023, 2024 en 2025 en verder, gelet op de nu bekende verwachte stijging van de asielinstroom. Antwoord: De Landelijke Regietafel Migratie & Integratie heeft de capaciteitsopgave die het COA op 3 november 2022 heeft bepaald vertaald naar de opgave per provincie. Als we met deze staffel rekenen dan komt het aantal op te vangen asielzoekers voor de provincie Zuid-Holland bij een instroom van 67.000 (de in de Kamerbrief genoemde medio prognose) uit op 16.482. Voor de regio Rijnmond wordt met de meest recente cijfers rekening gehouden met 6.619. Dit zou voor Lansingerland een opgave van 318 betekenen. Eerder is aan uw raad -op basis van verschillende prognoses en de toen bekende informatie- een bandbreedte tussen de 300 en 700 voor Lansingerland gepresenteerd.
Dit was gebaseerd op een eerdere prognose voor de provincie Zuid-Holland van ongeveer 8.000 asielzoekers (begin 2022), waarbij er vanuit werd gegaan dat dit voor Lansingerland 320 zou betekenen. Met deze staffel hebben wij steeds gerekend, naar nu blijkt uit de prognoses is dat aantal van 700 voor Lansingerland niet te verwachten. Voor de jaren 2024, 2025 en verder is het lastig een precies getal te noemen omdat de getallen van de regio Rijnmond voor 2023 (6.619) gebaseerd zijn op een eerdere landelijke prognose die tussen het medio en maximum scenario uit de Kamerbrief van 28 april jl. in zit. Op basis van het medio scenario is voor Lansingerland de prognose in 2024 265 asielzoekers en in 2025 290. Voor bovenstaande prognoses gaan we uit van het door het rijk geschetste medio scenario. In de Kamerbrief wordt de verwachting uitgesproken dat de daadwerkelijke opvangbehoefte in 2023 waarschijnlijk ergens tussen het medio (67.000) en maximum scenario (77.000) uit zal komen. Bij dit alles moet opgemerkt worden dat dit slechts rekenkundige verdelingsgetallen zijn. Er zijn immers nog geen afspraken gemaakt over daadwerkelijke taakstellende aantallen.
Gezien het feit dat er van daadwerkelijke landelijke en regionale verdelingen nog geen sprake is en de opvanglocaties nog grotendeels van crisis-noodopvang omgezet moeten worden naar noodopvang, maar we wel zicht hebben op de omvang van het aantal asielzoekers is de inschatting nog steeds dat Lansingerland
Ons kenmerk
T23.02892
1/4
met daadwerkelijke en snelle realisatie van 300 plekken een stap naar voren zet, haar verantwoordelijkheid neemt voor een te verwachten taakstelling in de nabije toekomst en de regie in eigen handen houdt. Vraag 2: In deze zelfde brief staat dat er geen wettelijke beperkingen zijn voor het realiseren van kleinschalige opvang en dat de regering de realisatie van kleinschalige opvang op zowel de korte- als de lange termijn probeert te faciliteren in samenwerking met het Rode Kruis. Welke definitie hanteert de regering inmiddels voor dit begrip ‘kleinschalig’? Antwoord: Wij hebben hierover contact gehad met het COA en er is geen definitie voor kleinschalige opvang. Het COA gaat uit van zoveel mogelijk maatwerk en heeft daarbij ook aangegeven open te staan voor kleinschaligere opvang dan voorheen. Afgaande op de Kamerbrief van 28 april jl. moet bij kleinschalig vooral gedacht worden aan opvang zoals bijvoorbeeld georganiseerd door kerken (hooguit enkele tientallen per locatie). In Utrecht echter wordt een locatie voor asielopvang met 300 plekken ook kleinschalig genoemd (‘plan Einstein’). Vraag 3: Houdt het COA ondanks bovenstaand standpunt van de regering vast aan het standpunt dat zij opvangvoorzieningen kleiner dan 150 niet waar kunnen maken? Antwoord: Het getal van minimaal 150 plekken is eerder genoemd door het COA als een ondergrens om een locatie goed te kunnen beheren.
Dit vooral in relatie tot effectieve inzet van capaciteit en middelen in combinatie met het aantal plekken. In het kader van de discussie over kleinschalige(re) opvang kijkt het COA nu naar maatwerk. Dit zou ook kunnen betekenen dat er opvanglocaties kunnen komen van minder dan 150 plekken. Vraag 4: Wat zouden de organisatorische en financiële consequenties zijn als de gemeente toch minder dan 150 plaatsen zou willen aanbieden? Antwoord: Gezien bovenstaand antwoord is daar op dit moment geen concrete uitspraak over te doen. Wel kunnen we, op basis van de recente ervaringen met de Langdurige Opvang Oekraïners (LOO), zeggen dat de ervaring leert dat dit soort projecten een groot beslag leggen op zowel de ambtelijke organisatie als de maatschappelijke organisaties en het middenveld. Vraag 5: Welke formele juridische zekerheid heeft het college dat huisvesting van asielzoekers op Wilderszijde geen grond kan zijn voor een financiële claim (in welke vorm dan ook) vanuit projectontwikkelaars van Wilderszijde, bijvoorbeeld vanwege de uitstraling van het gebied naar potentiele huizenkopers in een stagnerende woningmarkt? Antwoord: Zoals aangegeven in de beeldvormende avond van 12 april jl. zijn er (nog) geen formele afspraken gemaakt met de projectontwikkelaars.
Wel is er op meerdere momenten contact geweest en is er openheid van zaken gegeven over de mogelijke opvanglocatie op de betreffende kavel van Wilderszijde. Hieruit is niet 2/4
gebleken dat er bezwaren zijn, danwel dat er redenen zouden zijn voor financiële claims. Daar komt bij dat iedere (ook tijdelijke) realisatie van voorzieningen moeten voldoen aan de ruimtelijke uitstralingseisen die er in het project Wilderszijde gesteld zijn. Vraag 6: In dezelfde Kamerbrief staat ook dat de taakstelling voor het huisvesten van vergunninghouders voor 2023-II is vastgesteld op 27.300. Is daar in Lansingerland rekening mee gehouden, of betekent dit een beleidswijziging? Antwoord: De taakstelling voor statushouders is een andere opgave dan de opvang van asielzoekers, vooral doordat het huisvesten van statushouders andere randvoorwaarden, regels en verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Tegelijkertijd zijn het allemaal opgaven die om ruimte en middelen vragen. Vandaar ook dat in de informatievoorziening (bijvoorbeeld tijdens de beeldvormende avonden) de gehele opgave steeds in beeld gebracht wordt: statushouders, ontheemden (Oekraïners), asielzoekers, spoedzoekers en arbeidsmigranten. Aanvullende vraag 7: Hoe en op welke plekken wordt op dit moment onderwijs aan Oekraïense kinderen praktisch vormgegeven? Op welke manier wordt dit voorzien na realisatie van de 150 additionele opvangplekken? Antwoord: Huidige situatie Op dit moment worden er in Lansingerland 12 leerplichtige Oekraïense jeugdigen opgevangen.
Afhankelijk van de leeftijd (basisschoolleeftijd of voortgezet onderwijsleeftijd), krijgen zij op verschillende manieren een plek in het Nederlandse onderwijs: Leerlingen in de basisschoolleeftijd volgen onderwijs op reguliere basisscholen. Dit is in lijn met de afspraken die met het basisonderwijs zijn gemaakt in april 2022: elke basisschool neemt tenminste 5 nietNederlandstalige leerlingen op (waaronder de Oekraïense leerlingen). Op dit moment volgen 8 Oekraïense leerlingen primair onderwijs in Lansingerland. Leerlingen in de leeftijd voor voortgezet onderwijs volgen een andere route. Zij gaan naar zogenaamde Internationale Schakelklassen in Rotterdam (met een regiofunctie) waar zij, naast regulier onderwijs, intensief les krijgen in Nederlandse taal. Op dit moment volgen 7 Oekraïense jongeren uit Lansingerland voortgezet onderwijs. Situatie na opening langdurige opvang aan de Sporthoeklaan Voor de komende maanden staan de afspraken voor de opvang van leerplichtigen in de Langdurige Opvang Oekraïners in het Lansingerlandse onderwijs zoals die zijn gemaakt met het onderwijsveld in april 2022. Op dit moment is het aantal leerplichtigen dat gaat wonen op de Sporthoeklaan nog niet volledig duidelijk. Uitgaande van het type woningen die er komen kunnen er maximaal 54 jeugdigen wonen, verdeeld over de leeftijd van 0 tot 18 jaar.
Van deze 54 jeugdigen wonen er nu al 12 in Lansingerland en gaan hier al naar de kinderopvang, de VVE of naar school. Dat betekent dat er maximaal 42 nieuwe inwoners tussen 0 en 18 jaar een plek nodig hebben op de kinderopvang, de VVE of op school.
3/4
Inrichting speciale onderwijsvoorziening voor Nieuwkomers Op dit moment verkennen wij een specifieke onderwijsvoorziening voor leerlingen die net in Nederland zijn aangekomen en nog onvoldoende Nederlands spreken, de zogenaamde voorziening Nieuwkomersonderwijs. Deze voorziening is er voor alle nieuwkomers, ook de leerplichtige kinderen en jongeren die straks komen wonen op de tweede locatie voor langdurige opvang voor Oekraïners en de kinderen in de eventuele asielopvang. De daadwerkelijke realisatie van deze voorziening is een wettelijke taak van het onderwijsveld. De gemeente treedt hierin op als regisseur.
4/4