CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.02784] TL en Regels Vast te stellen bestemmingsplan Noorderseingel ten noorden 58

Commissie Ruimte 6 juni 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Noordersingel ten noorden van 58 (zienswijzen in map persoonsgegevens)27.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Lansingerland

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58”

29 juni 2023

Vastgesteld

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58”

Gemeente Lansingerland

Identificatie

Planstatus

Identificatiecode: NL.IMRO.1621 .BP0216-VAST Projectnummer: 180207

Datum: 29 juni 2023 Status: Vastgesteld

Toelichting

INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Onderdelen van dit bestemmingsplan Vigerend bestemmingsplan

3 3 3 4 5

2 2.1 2.2

Beschrijving huidige situatieen plan Huidige situatie Planbeschrijving

8 8 10

3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 16 18

4 4.1 4.2 4.3

Milieu en omgevingsaspecten Inleiding Omgevingsaspecten Duurzaamheid

20 20 33 48

5 5.1 5.2 5.3

Juridische toelichting Inleiding Planmethodiek Geometrische plaatsbepaling / verbeelding

49 49 49 51

6

Economische haalbaarheid

52

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en overleg Zienswijzen Conclusie

53 53 53 53

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Memo quick scan bedrijven en milieuzonering, SAB, 25 juli 2022 Memo quick scan externe veiligheid, SAB, 22 maart 2019 Quick scan natuur, SAB, 22 maart 2019 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, SAB, 25 juli 2022 Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, KSP Archeologie, 4 februari 2019 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Rouwmaat groep, 2 april 2019

Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16: Bijlage 17: Bijlage 18: Bijlage 19: Bijlage 20: Bijlage 21: Bijlage 22: Bijlage 23: Bijlage 24:

Advies inspraakreacties Van der Voort en Ton Greeve Groen bedrij­ ven en milieuzonering, DCMR Milieudienst Rijnmond, 17 juli 2019 Onderzoek luchtkwaliteit hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 15 januari 2020 Geuronderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 5 juni 2020 Akoestisch onderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 9 februari 2021 Memo geluidsberekening nieuwe verkaveling bouwplan naast hove­ niersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 6 april 2021 Geuronderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 9 april 2021 Eindsituatie bodemonderzoek, van der Helm milieubeheer, 18 maart 2014 Resultaten grondwateronderzoek (monitoring), van der Helm milieu­ beheer, 2 september 2019 Advies DCMR bodemonderzoek, Milieudienst Rijnmond, 24 oktober 2019 Stikstofdepositie woningbouw, Milieudienst Rijnmond, 6 december 2019 Nader onderzoek Wet natuurbescherming, SAB, 4 september 2019 M.e.r.-beoordelingsbesluit, college B&W gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022 Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan, gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022 Nota zienswijzen en staat van wijzigingen bestemmingsplan Noordersingel ten noorden van 58, april 2023 Onderbouwing zichtlijn, 17 januari 2023 Memo parkeerdruk, 24 januari 2023 Advies van de DCMR Akoestisch onderzoek, 20 april 2023 Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, gemeente

Lansingerland, 9 mei 2023

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, bevindt zich aan de Noordersingel een onbebouwd terrein waar voorheen een kas gelegen was. De locatie, ten noorden van de Noordersingel 58, wordt in de huidige situatie gebruikt als weidegrond. Het voornemen bestaat om op het perceel woningbouw te plegen. Het college van B&W van de gemeente Lansingerland wil in principe medewerking verlenen aan het plan, waarbij maximaal 12 woningen worden gebouwd. Het vigerend bestemmingsplan “Lint Noord” bevat een wijzigingsbevoegdheid (artikel 31.7) waarbij burgemeester en wethouders ter plaatse van dit wijzigingsgebied over­ eenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd zijn het plan te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Water', 'Groen' en/of 'Verkeer'. In dit artikel zijn diverse regels voor de inrichting van het gebied opge­ nomen. Aangezien uit de inspraak op het voorontwerpwijzigingsplan is gebleken dat de inrichting niet geheel voldoet aan deze wijzigingsregels, zal het plan worden voort­ gezet als een bestemmingsplan waarbij wel het uitgangspunt van de wijzigingsbe­ voegdheid wordt gehanteerd. Dat uitgangspunt is dat deze locatie op een markant punt aan het lint ligt, waarbij een van de enclaves tussen de Noordeindseweg en de vaart ligt.

Deze enclaves grenzen direct aan de westzijde van de Noordeindseweg en aan de achterzijde loopt de vaart. Hierdoor worden ze in tegenstelling tot de andere bebouwing aan de westzijde van de Noordeindseweg niet middels bruggen ontsloten. Met de herbestemming van deze locatie dient dit bijzondere element vanaf de Noor­ dersingel dan ook zichtbaar te worden gemaakt door aan de zuidzijde van de locatie een ruimte open te houden, waardoor de insteek van de dijk ervaarbaar wordt. Daarbij dient de hoofdbebouwing op de Noordersingel of de Noordeindseweg te zijn georiën­ teerd, zodanig dat daartussen geen derde rij hoofdgebouwen wordt gebouwd, de zo­ genaamde tweedelijns bebouwing. Dit bestemmingsplan voorziet in een planologischjuridisch kader waarin de gewenste ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied Zoals gesteld bevindt het plangebied zich aan de Noordersingel, ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs. Het perceel ligt aan westelijke en oostelijke zijde ingeklemd tussen de Noordersingel en de Noordeindsevaart. Aan de noordzijde bevinden zich voornamelijk woningen en een bedrijfsperceel. Direct ten zuiden van het plangebied bevinden zich een aantal woningen. In onderstaande afbeeldingen is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 3

Topografische kaart met aanduiding plangebied (rode ster) bron: opentopo.nl

Ligging plangebied: rood gearceerd (bron: pdokviewer.pdok.nl, bewerking: SAB)

1.3

Onderdelen van dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en wordt vergezeld door een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten samen ‘gelezen’ worden. Op de verbeelding staan de bestemmingen van de gronden van het plangebied. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld die de uitgangspunten van het plan verzekeren. In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aange­ geven gronden en bouwwerken juridisch geregeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. Hierin wordt aangegeven wat de beweegredenen en achterBestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 4

gronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook wordt het plan getoetst aan relevant ruimtelijk beleid en de verschillende milieu- en omgevingsaspec­ ten. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Op basis van de conclusie uit de inspraak wordt het voorontwerpwijzigingsplan voort­ gezet als een (ontwerp)bestemmingsplan. In een aantal bijlagen bij de toelichting is nog uitgegaan van de verkaveling en het aantal van 13 woningen uit het vooront­ werpwijzigingsplan. Hierdoor is de tekst wat dat betreft soms verouderd. Ook geldt dat voor de gebruikte afbeeldingen. Dit doet echter niets af aan de resultaten c.q. de rele­ vantie van deze bijlagen.

1.4

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan “Lint Noord”. Dit plan is op 27 juni 2013 door de raad van de gemeente Lansingerland vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet ter plaatse in de enkelbestemming ‘Agra­ risch’. Voor het grootste gedeelte van het plangebied geldt hierbij de functieaandui­ ding ‘kas’. In het zuidelijke deel van het gebied liggen buiten de functieaanduiding ‘kas’ een tweetal bouwvlakken. Voor de bouwvlakken geldt een maatvoering met een bouwhoogte van maximaal 6 meter en een maximale goothoogte van 4 meter. Over het oostelijke deel van het gebied ligt de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Wa­ terkering’. Tot slot is voor het bijna het hele plangebied de dubbelbestemming ‘Waar­ de - Archeologie 1’ van toepassing.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 5

Vigerend bestemmingsplan met plangebied (rode stippellijn) (bron: ruimtelijkeplannen.nl, be­ werking SAB)

De enkelbestemming ‘Agrarisch’ staat ter plaatse agrarische grondgebonden bedrij­ ven c.q. agrarische grondgebonden bedrijfsactiviteiten en glastuinbouwbedrijven c.q. glastuinbouwbedrijvigheid met uitzondering van intensieve veehouderijen toe. Tevens zijn de gronden bestemd voor agrarisch landschapsbeheer, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en verkoop van producten uit eigen bedrijf. Ten slotte zijn diverse daarbij behorende voorzieningen volgens de regels van het be­ stemmingsplan toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘kas’ zijn de gronden te­ vens bestemd voor een kas. Op de overige twee bouwvlakken mogen bedrijfsgebou­ wen worden gebouwd. De bebouwing aan de eerdergenoemde maximale bouwhoogte en goothoogte te voldoen.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 6

Naast de agrarische bestemming geldt ter plaatse ook de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1 ’. Deze bestemming is gericht op behoud van de (potentieel) aanwezi­ ge archeologische waarden. Volgens de regels is uitsluitend bebouwing toegestaan die dieper reiken dan 0,5 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte be­ strijken die groter is dan 100 m2. De gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ zijn mede bestemd voor een waterkering en de waterhuishouding. Tevens geldt voor het gebied een maximale bouwhoogte van 1 m. Het bevoegd gezag kan hier onder bepaalde voor­ waarden van afwijken. Voor het gehele plangebied geldt ten slotte de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 5’. In artikel 31.7 van het vigerende bestemmingsplan is derhalve een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Burgemeester en wethouders, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, zijn bevoegd het plan te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Water', 'Groen' en/of 'Verkeer'. Wel zijn in dit artikel onder sub a t/m s diverse regels voor de inrichting van het gebied opge­ nomen. In paragraaf 2.2.8 zal aan deze voorwaarden worden getoetst.

Aangezien de regels, noch de wijzigingsregels in artikel 31.7 van het vigerende be­ stemmingsplan “Lint Noord” toereikend zijn om de beoogde woningbouw mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan nodig.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 7

2 2.1

Beschrijving huidige situatie en plan Huidige situatie Ten noorden van de Noordersingel 58 te Berkel en Rodenrijs bevindt zich een locatie die voorheen vrijwel geheel bebouwd was met een tuinbouwkas. Deze tuinbouwkas is inmiddels gesloopt in het kader van de beoogde herontwikkeling van de locatie met woningen, waarmee de locatie inmiddels geheel onbebouwd is. Het betreft open gras­ land waarop momenteel vee (schapen) graast. In de zuidelijke hoek van het plange­ bied bevindt zich een vijver. Onderstaande (lucht-)foto’s geven een recente weergave van het plangebied en om­ geving.

Topografische kaart ca. 2010 waarop de tuinbouwkas nog staat aangeduid

Luchtfoto huidige situatie (plangebied omkaderd). (bron: maps.google.nl, bewerking: SAB) Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 8

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Noordersingel, noordwestelijke hoek plangebied (Bron: Google Maps).

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Noordersingel, zuidwestelijke hoek plangebied (Bron: Google Maps).

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Noordeindsweg, noordoostelijke hoek plangebied (Bron: Google Maps).

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 9

2.2 Planbeschrijving 2.2.1

Uitgangspunten en randvoorwaarden Bij de ontwikkeling van de locatie is aangesloten bij de randvoorwaarden en uitgangs­ punten voor de wijzigingsbevoegdheid die voor deze locatie is opgenomen in be­ stemmingsplan “Lint Noord”. De locatie Noordersingel ten noorden van 58 omvat ruim 1 hectare en ligt op een markant punt aan het lint, waarbij een van de enclaves tussen de Noordeindseweg en de vaart ligt. Deze enclaves grenzen direct aan de westzijde van de Noordeindseweg en aan de achterzijde loopt de vaart. Hierdoor worden ze in tegenstelling tot de andere bebouwing aan de westzijde van de Noordeindseweg niet middels bruggen ontsloten. De bebouwing met de kas, die nau­ welijks levensvatbaar is voor de toekomst, zorgt er nu voor dat dit bijzondere element vanaf de Noordersingel nauwelijks zichtbaar is. Bij een ‘Ruimte voor Ruimte’ benade­ ring voor het perceel kan de kas ingewisseld worden voor nieuwe bebouwing. Een grote potentie is er in gelegen om hier een relatie te leggen tussen beide linten waarbij het landschap van de instekende dijk duidelijk zichtbaar wordt. De zichtbaarheid van de enclave aan de Noordeindseweg kan met de herontwikkeling van dit perceel verbeteren. Aan de zuidzijde van de locatie dient een ruimte openge­ houden te worden waarbij de openheid ruimte biedt om de insteek van de dijk ervaar­ baar te maken.

Dit heeft tot gevolg dat grofweg de noordelijke helft van de kavel be­ bouwd kan worden. Ter plaatse van de zichtlijn is ruimte voor de ontsluiting, parkeren, waterberging, groen en speelvoorzieningen. Dit alles dient ontworpen te worden met een landschappelijke uitstraling en veel openheid. De noordelijke helft aan de Noor­ dersingel en de Noordeindseweg zou bebouwd kunnen worden met woningen. Omdat dit deelgebied al behoorlijk dicht bebouwd is, zijn de volgende voorwaarden van be­ lang: - de wand aan de Noordersingel is voor ten hoogste 70% bebouwd, waarbij de gevellengte ten hoogste 30 meter is, de afstand tussen de bouwvlakken is ten minste 6 meter; - aan de zijde van de Noordeindseweg bedraagt de aaneengesloten gevellengte niet meer dan 18 meter, met tussen de bouwvlakken minimaal 6 meter open ruimte; - de hoofdgebouwen zijn georienteerd op de Noordersingel of de Noordeindseweg, er is geen tweedelijns bewoning, wel is voor de hoofdgebouwen aan de Noordeindseweg ontsluiting aan de achterzijde mogelijk; - de bouwvlakken dienen een variatie in architectuur te herbergen.

2.2.2

Planuitwerking Op basis van de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de locatie is het plan uit­ gewerkt. Binnen het plan wordt de locatie herontwikkeld met maximaal 12 woningen. Hiervan staan er 9 aan de zijde van de Noordersingel; een twee-onder-één-kapper en een rijtje van 7 in een ‘boerderijgebouw’ dat eveneens aan de zijde van de Noorder­ singel staat. De overige drie woningen worden georiënteerd op de Noordseindsevaart en -weg. Het betreffen vrijstaande woningen op ruime percelen.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 10

De woningen worden alle ontsloten via een nieuwe toegangsweg die aansluit op de Noordersingel; deze komt uit op het gezamenlijke centraal gelegen boerenerf. Ook wordt een kleine brug gemaakt aan de zijde van de Noordersingel om de woningen aan de voorzijde te voet te kunnen bereiken. Het zuidelijke deel van het plangebied wordt gevrijwaard van bebouwing; hier is ruimte voor groen en water. Er is ruimte voor vervangend oppervlaktewater met natuurvrien­ delijke oevers. Ook in het noordelijk deel van het plangebied komt geen bebouwing vanwege de be­ nodigde afstand tot het bedrijf dat ten noorden van het plangebied ligt.

Globale verkaveling en Inrichting (Bron: oosterlaan | architectuur & vormgeving)

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 11

2.2.3

Beeldkwaliteit De volgende uitgangspunten qua beeldkwaliteit zijn op het plan van toepassing: - De erfscheidingen zullen een groen karakter hebben. - Er wordt een gezamenlijke groenvoorziening gerealiseerd. - De nieuw te realiseren waterpartij wordt uitgevoerd met natuurvriendelijke oevers. - De centrale toegangsweg naar het gezamenlijke erf wordt begeleid door knotwil­ gen. - Er worden verschillende type bestrating toegepast: formelere bestrating op de toe­ gangsweg en een halfverharding op het erf, bij de schuurwoningen en de wandel­ paden. - Voor voetgangers wordt een kleine brug gemaakt vanaf de Noordersingel om de woningen aan de voorzijde te bereiken te voet. - De schuurwoningen krijgen een gemeenschappelijke achtertuin met alleen de eer­ ste paar meter een mogelijkheid voor het plaatsen van groene hagen. Er worden geen bergingen in deze achtertuinen gerealiseerd. - Aan de voorzijde van de schuurwoningen benadrukken leibomen de lengte van de schuurwoningen en de zichtlijn vanuit de Noordersingel naar het boerenerf.

2.2.4

Duurzaamheid De duurzaamheidsaspecten die bij dit plan worden toegepast zijn uitgewerkt in navol­ gende tabel.

Focusthema Energie Subthema Energieprestatie

Indicator Tot 2020: EPC Na 2020: BENG

Gasloos Duurzame energie Focusthema Circulaire grondstoffen Subthema Indicator Milieu Prestatie Gebouw Milieu Prestatie Gebouwen GPR Gebouw Materialenpaspoort Focusthema Klimaatadaptatie Subthema Indicator Vasthouden regenwater

Groen in het gebied

Fase 1 Tenminste 25% lager dan het vigerend bouwbesluit

Fase 2 Nul op de meter volgens defi­ nitie RVO (incl. prestatiegarantie voor 10 jaar)

100% straatverlichting o.b.v. zonneenergie

100% straatverlichting o.b.v. zonneenergie

Fase 1 10% scherper dan vigerend bouwbesluit score 8,0 vereist

Fase 2 >10% scherper dan vigerend bouwbesluit score 8,0 vereist

Fase 1

halfverharding in mandelig ge­ bied, m.u.v. toegangsweg over dijk

Fase 2 (slimme) regenton bij wonin­ gen halfverharding in mandelig ge­ bied, m.u.v. toegangsweg over dijk

groene erfafscheidingen bij wo­ ningen

groene erfafscheidingen bij woningen

groene daken op bijgebouwen

groene daken op bijgebouwen

gebiedseigen beplanting in mandelig gebied

gebiedseigen beplanting in mandelig gebied

(slimme) regenton bij woningen

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 12

28% (openbaar) groen in mandelig gebied + ecologisch beheeri

28% (openbaar) groen in mandelig gebied + ecologisch beheeri

Water in het gebied

>8% van het gebied is open water aanleg natuurvriendelijke oe­ vers: 1 type Plasberm en 1 type Drasberm met bloemrijke oe­ verrand, met een droogtalud van 1:6 volgens de 'Algemene Regels Natuurvriendelijke Oe­ vers' van het Hoogheem­ raadschap van Delfland, d.d. 6­ 7-2010 (zie bijlage 7 bij de overeenkomst voor de locatie)

>8% van het gebied is open water aanleg natuurvriendelijke oe­ vers: 1 type Plasberm en 1 ty­ pe Drasberm met bloemrijke oeverrand, met een droogtalud van 1:6 volgens de 'Algemene Regels Natuurvriendelijke Oe­ vers' van het Hoogheem­ raadschap van Delfland, d.d. 6-7-2010 (zie bijlage 7 bij de overeenkomst voor de locatie)

Hoogteverschil vloerpeil en maaiveld

2 cm

2 cm

2.2.5

Uitgangspunten groen en water Voor het groengebied is het streefbeeld een bloemrijk-gras vegetatie. Dit is een soort­ en bloemrijk stuk gras en vormt een leefgebied voor tal van planten- en diersoorten en is van belang voor insecten, vlinders en dieren zoals bijvoorbeeld de rugstreeppad en ringslang. Hier passen de volgende beheer-en onderhoudsmaatregelen bij: - Sinusbeheer: gebied maaien in twee beurten. - Maaibeurten afstemmen op fora en fauna: 1e beurt tot 2 weken na 15 juni en 2e beurt tot 2 weken na 1 oktober. - Maaisel minimaal 3 dagen laten liggen. - Maaisel afvoeren voor verschraling. - Vermijd zware machines. Ze verdichten en beschadigende bodem en doden insec­ ten. Voor het oeverbeheer is het streefbeeld voor de vegetatie in de droge zone bestaat uit gras, kruidachtige-en oeverbeplanting en in de natte zone uit oever en waterplanten. Kwaliteitseisen die voor de oever zijn: - De breedte van de oeverzone is maximaal 2 meter vanuit de waterlijn. - Minimaal 20% open water tussen de begroeiing in de natte oever. Hier passen de volgende beheer-en onderhoudsmaatregelen bij: - 1x per 2 à 3 jaar de vegetatie maaien. - Jaarlijks 50% van de vegetatie per beurt maaien. - Maaisel laten liggen en na 2 à 3 dagen weghalen.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 13

3

Beleidskader Onderhavig initiatief wordt in dit hoofdstuk getoetst aan het Rijks-, provinciaal en ge­ meentelijk beleid.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie [NOVI] biedt een duurzaam perspectief voor de leefom­ geving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leef­ omgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: - ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - duurzaam economisch groeipotentieel; - sterke en gezonde steden en regio's; - toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de ver­ schillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor de ontwikkeling van een sterke en gezonde regio door te voorzien in woningvraag. Daarnaast wordt er in het plan rekening ge­ houden met de identiteit en kenmerken van de regio onder andere door middel van het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Voorliggend plan is dus in lijn met het NOVI.

3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruim­ telijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uit­ spraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat on­ der meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofd­ structuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofd-

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 14

spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofd­ structuur (EHS) en bij de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is geko­ zen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de be­ grenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Inleiding Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hier­ voor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte pro­ grammering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten na­ gestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Behoefte Onderhavig plan maakt de ontwikkeling van maximaal 12 woningen mogelijk. Kwanti­ tatief voorziet het plan in een actuele regionale behoefte die regionaal is afgestemd. Zodoende past het plan binnen de behoefteraming.

Kwalitatief voorziet het plan in een gevarieerd programma met vrijstaande woningen een twee of drie-onder-één-kapper en een rijtje van zeven woningen, waaronder 3 starterswoningen (goedkopere woning tot C 254.000, - VON (prijspeil 2021). Het plan voorziet derhalve in een gevarieerd aanbod van zowel dure als goedkopere koopwoningen. Dit sluit aan bij één van de doelstellingen uit de woonvisie van de ge­ meente Lansingerland, waarbij onder andere extra aandacht is voor (koop)starters en huishoudens met een laag inkomen. Voorts is het plan aan te merken als dorps woonmilieu en krijgt het gebied een landelijk karakter, onder andere door het vele groen dat is voorzien in de toekomstige woonbuurt. Gelet op het bovenstaande voor­ ziet onderhavig plan in zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 15

Inbreidingslocatie Het plangebied betreft een locatie binnen het bestaande stedelijk gebied. Een voor­ malig agrarisch bedrijfsperceel wordt ingevuld met woningbouw. Door te kiezen voor inbreiding gaat er geen schaarse grond buiten het bestaand stedelijk gebied verloren. Tevens zorgt voorliggend plan voor een opwaardering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, waardoor eveneens de levendigheid van het gebied wordt verbeterd. Derhal­ ve is het plan in lijn met doel van de ladder; namelijk het beter benutten van het be­ staand stedelijk gebied, in dit geval door herontwikkeling. 3.1.4

Beoordeling en conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevings­ visie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zeven rich­ tinggevende ambities, te weten: 1 Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2 Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3 Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en be­ taalbaar voor iedereen. 4 Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5 Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7 Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelin­ gen met een passende ruimtelijke kwaliteit. Ook wil de provincie de bebouwde ruimte beter benutten en de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte verbeteren.

In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuurinclusieve maatregelen. Ten aanzien van de ambitie energievernieuwing wordt in de provinciale Omgevingsvisie gesteld dat Zuid-Holland op dit moment een van de meest energie intensieve regio’s van Europa is. Daarom wenst de provincie haar energieaanpak te vernieuwen. Dit doet de provin­ cie bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische struc­ tuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 16

voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Toetsing Met voorliggend plan wordt voldaan aan de ambities voor zover die relevant zijn. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van twaalf woningen en doet dit met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. Het betreft een binnenstedelijke locatie, waarbij de aard en schaal van het plan aansluiten op het karakter van de aangrenzende gebie­ den. Door het realiseren van woningen te combineren met de implementatie van natuurinclusieve maatregelen, wordt een gezonde en veilige leefomgeving beschermd en bevorderd. Deze natuurinclusiviteit komt onder andere tot uitdrukking door middel van het aanleggen van een nieuwe waterpartij, groene erfafscheidingen en een ge­ zamenlijke groenvoorziening. Bovendien zijn er verschillende duurzaamheidsaspecten die bij dit plan worden toegepast. Deze aspecten zijn uitgewerkt in paragraaf 2.2.4. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening De Omgevingsverordening bevat de ruimtelijke regelgeving. De Omgevingsverorde­ ning van de provincie is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge sa­ menhang: a bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter ver­ vulling van maatschappelijke behoeften; en c zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrin­ sieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diver­ siteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Toetsing Het plangebied is niet gelegen binnen een provinciaal belang zoals te zien is op de provinciale ruimtelijke kwaliteitskaart. In algemene zin geldt dat een plan een bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In Zuid-Holland, dat zich onderscheidt door het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde.

Ruimtelijke ontwikkelin­ gen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tij­ delijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Het perceel betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel, dat wordt ingevuld met woningbouw. De ontwikkeling van de locatie verhoogt de toekomstbestendigheid van het perceel en draagt zodoende bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het voorlig­ gend plan voorziet in maximaal twaalf woningen, met een gevarieerd aanbod van zo­ wel dure als goedkopere koopwoningen. Het plangebied is gelegen binnen het be­ staand stedelijk gebied, waarbij de ontwikkeling aansluit bij de gebiedsidentiteit van de aangrenzende gebieden. Het plan voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van de locatie. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 17

3.2.3

Beoordeling en conclusie Onderhavig plan voorziet in de herontwikkeling van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel (tuinbouwkas) tot een woonlocatie. Wat betreft duurzaamheid kan worden ge­ steld dat hiervoor veel aandacht is geweest, verwezen kan worden naar de passage over duurzaamheid in paragraaf 2.2.5. Concluderend kan gesteld worden dat onderhavig plan aansluit bij het provinciaal be­ leid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Op 24 februari 2022 is de Structuurvisie Lansingerland vastgesteld door de gemeente­ raad van Lansingerland. Lansingerland richt zich met deze versie van de Omgevings­ visie op het jaar 2040. De gemeente ziet tal van trends en ontwikkelingen op zich af­ komen die de kwaliteiten bedreigen en/of een kans bieden kwaliteiten te versterken. De opgaven die hieruit naar voren komen, zijn ondergebracht in zeven thema’s: 1 Gezonde en veilige samenleving 2 Wonen 3 Kwaliteit van de leefomgeving 4 Mobiliteit 5 Horti Science 6 Economie 7 Duurzaamheid De Omgevingsvisie richt zich op drie pijlers. Iedere pijler beschrijft belangrijke ambities voor de hele gemeente. Deze pijlers zijn: - ‘Verbonden in de Metropool’ - ‘Vindingrijk en ondernemend’ - ‘Gezond samen leven’ De locatie van het plangebied is op de omgevingsvisiekaart aangewezen als ‘Linten en buurtschappen’. Aangezien vanuit historisch perspectief in de linten gewoond en gewerkt wordt, is hier in een eventuele toekomstige situatie ook ruimte voor, zolang beide functies geen hinder van elkaar ondervinden. Binnen deze functies is ruimte voor initiatieven, zolang de kenmerkende structuur, opbouw, samenhang en doorzich­ ten naar het open landschap niet aangetast worden. Bij voorkeur worden deze ken­ merken versterkt.

De linten lopen als herkenbare, doorgaande elementen door de kernen. De structuur en opbouw van ieder lint (type bebouwing, percelen, dichtheid, watergang, bruggen en bomen) is leidend voor wat er mogelijk is. In sommige linten is de oorspronkelijke structuur nog (deels) intact. Daarbij het van belang is om de gebie­ den die nog cultuurhistorisch betekenisvol zijn, zoveel mogelijk te behouden. Bij linten die ingrijpend zijn getransformeerd zijn weer andere uitgangspunten van belang, zoals het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 18

Toetsing Onderhavig plan betreft de herontwikkeling van een voormalige tuinbouwkas op deze locatie. De beoogde woningen op deze locatie zijn beter passend bij het karakter van het lint dan deze tuinbouwkas. De hoofdgebouwen voegen zich in het bestaande lint en worden georiënteerd op de Noordersingel en op de Noordeindsevaart en -weg. De ontwikkeling is kleinschalig en houdt rekening met het karakter van het lint, mede door het creëren van doorzichten. Hiermee draagt deze transformatie bij aan een verbete­ ring van de stedenbouwkundige kwaliteit van het lint.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 19

4

Milieu en omgevingsaspecten

4.1 Inleiding Aan de verschillende overheden zijn op basis van milieuwetgeving zoals de Wet mili­ eubeheer, de Wet bodembescherming en de Wet geluidhinder vele taken en be­ voegdheden op milieugebied toegekend. Deze hebben ook betrekking op de ruimtelij­ ke ordening. Het milieubeleid van de verschillende overheden is er op gericht om te komen tot een integrale verbetering van de leefomgeving door een vroegtijdige inte­ gratie van milieukwaliteit in ruimtelijke planvormingsprocessen. 4.1.1

Milieueffectrapportage Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het mi­ lieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is ver­ plicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Toetsing Het project voorziet in de herontwikkeling van een agrarische bedrijfslocatie (tuin­ bouwkas) naar een woonbestemming. Hierbij worden maximaal 12 woningen ge­ bouwd. Hiermee is het project qua aard en omvang zeer kleinschalig te noemen. Gelet op de geringe omvang van het project, ruim onder de drempelwaarden (> 2.000 woningen), en de ligging van het project worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in dit bestemmingsplan in navolgen­ de paragrafen afgewogen. Gelet op het kleinschalige karakter is uit te sluiten dat er significante gevolgen als gevolg van dit project plaatsvinden. Een passende beoorde­ ling op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig, waardoor het project om die reden geen m.e.r-plicht heeft. Ook een nadere beoordeling in een m.e.rbeoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

Het college van Burgemeester en Wet­ houders zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan een formeel m.e.r.beoordelingsbesluit1 nemen. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is als bijlage 18 bij de toe­ lichting opgenomen.

4.1.2

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies moge­ lijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omlig­ gende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe ge­ voelige functies. 1

M.e.r.-beoordelingsbesluit Noordersingel ten noorden van 58 te Berkel en Rodenrijs, Colle­ ge B&W gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 20

Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzone­ ring gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere func­ ties dan de woonfunctie voor. Volgens de VNG-publicatie zijn deze omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting te vergelijken met een stiltegebied of een natuurge­ bied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie). Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebou­ wing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of be­ staande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel.

Toetsing Door SAB is een quick scan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd2. Deze is als bijla­ ge 1 aan deze toelichting toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste resultaten uit de toets besproken. Gemengd gebied De ontwikkellocatie ligt ten noorden van de Noordersingel 58 te Berkel en Rodenrijs. In de omgeving zijn woonfuncties gelegen, met veelal achter deze woningen diverse bedrijven. De omgeving van het plangebied kent een divers karakter. Tevens maakt het deel uit van een bebouwingslint. Een lint wordt in de VNG-publicatie specifiek ge­ noemd als ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat de richtafstanden met een afstandsstap mogen worden gereduceerd. Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van woningen. Wonen betreft geen hinderveroorzakende functie. Dit betekent dat er geen nadere toetsing noodza­ kelijk is. Hinder uit de omgeving van het plangebied Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorza­ kende functies uit de omgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieugevoelig. Aangezien er in de omgeving van de ontwikkellocatie diverse (hindergevende) functies zijn gevestigd, zijn deze geïnventariseerd. De navolgende afbeelding geeft de omliggende functies globaal weer.

Vervolgens zullen eerst de planologische mogelijk­ heden worden bekeken en wanneer nodig zal de situatie feitelijk worden afgewogen,

2

Memo Quick scan bedrijven en milieuzonering Noordersingel ten noorden van 58 te Berkel en Rodenrijs, SAB, kenmerk 180207, 25 juli 2022. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 21

waarbij de verschillende functies nader worden beschreven en er getoetst wordt aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie.

Ligging functies omgeving ontwikkeiiocatie (Bron: pdokviewer.ni, bewerking: SAB).

Bedrijven Bedrijven (paars) Aan alle zijde van het plangebied bevinden zich diverse bedrijven. Deze bedrijven zijn aan de hand van de aldaar geldende situatie geïnventariseerd. Hierbij is de maximale toegestane milieucategorie onderzocht. Voor het bedrijf gelegen bij nummer 1 geldt dat er een groothandel en opslag beho­ rende tot milieucategorie 1 en 2 als bedoeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is toe­ gestaan. Voor een periode van maximaal 5 jaar na vaststelling van het bestemmings­ plan ”Groenzoom “ (oktober 2019) is ook het inzamelen, scheiden en afvoeren van bedrijfsafval en een groothandel en opslag van zand en grond toegestaan op het per­ ceel. De maximale richtafstand in een gemengd gebied is 200 meter voor dit bedrijf. Het bedrijf bij nummer 2 valt in de bedrijfssubgroep ‘Dienstverlening ten behoeve van de landbouw, plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, bedrijfsoppervlak > 500 m2’. Deze bedrijfssubgroep valt in milieucategorie 3.1 met een maximale richtafstand in een gemengd gebied van 30 meter. De richtafstanden worden aangehouden vanaf de grens van het bedrijf, zoals die in de melding in het kader van het Activiteitenbesluit op 19 januari 2011 is vastgelegd. Voor de overige bedrijven geldt dat maximaal milieucategorie 2 planologisch is toege­ staan. Dit betekent dat voor deze bedrijven een richtafstand van maximaal 10 meter in gemengd gebied geldt.

In de navolgende tabel zijn de in de afbeelding genummerde bedrijfslocaties weergegeven. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteid 22

Nummer kaart 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Afstand tot plangebied 20 m 0m 18 m 55 m 60 m 25 m

Uit het voorgaande blijkt dat bedrijfslocatie nummer 2 op een kleinere afstand dan 30 meter van het plangebied ligt. Uit de hiervoor geïnventariseerde richtafstanden blijkt dat de richtafstand van bedrijfslocatie nummer 2 over het plangebied heen valt maar buiten de woonbestemming. Verder geldt dat ter plaatse van bedrijfslocatie 1 wel sprake is van een afstand die ruim genoeg is, maar van deze locatie is bekend dat zich hier momenteel ook een zwaarder bedrijf bevindt. Voor de overige bedrijven in de omgeving geldt dit niet, een nader onderzoek naar deze bedrijven wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De bedrijfslocaties 1 en 2 komen hierna nader aan de orde. Bedrijfslocatie 1 Op de bedrijfslocatie aangeduid met ‘1’ bevindt zich onder andere het bedrijf Noordersingel 127a. Hiervoor geldt dat hier, in samenhang met wat hiervoor over is gezegd, een categorie 2 bedrijf toegestaan is. Onderhavig plan ligt ruim buiten de indicatieve zone van een categorie 2 bedrijf. Er zijn echter tijdelijk activiteiten (voor een periode van maximaal 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan (oktober 2019)) van het bedrijf toegestaan met een hogere hindercategorie. Ten behoeve van deze activiteiten is een tijdelijke (geluids)afscherming gerealiseerd, waarmee bij de bestaande wonin­ gen voldaan kan worden aan de normen.

In het akoestisch onderzoek ten behoeve van deze afscherming is ook de geluidsbelasting van het plangebied beoordeeld (zie ook het advies van DCMR3 dat als bijlage 15 bij de toelichting is gevoegd). Uit het on­ derzoek blijkt dat het bedrijf ook voor de nieuwe woningen binnen dit plangebied aan de geluidgrenswaarden kan voldoen met de extra afscherming. Zowel in de bestaande, tijdelijke situatie, als in de toekomstige situatie wordt het be­ drijf dus niet in haar bedrijfsvoering beperkt door de nieuwe woningen. Vice versa wordt het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen door het bedrijf niet nadelig beïnvloed. Bedrijfslocatie 2 Op bedrijfslocatie 2 aan de Noordersingel 58a bevindt zich hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen.

3

Advies Bedrijven en Milieuzonering, Noordersingel ten noorden van 58, DCMR, kenmerk 9999129491_9999630720, 17 juli 2019. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 23

Adres

Noordersingel 58a

Functie

Hoveniers­ bedrijf

Omschrijving VNG

Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m^

Richtafstanden in meters (gemengd gebied) Geur 10

Stof 0

Geluid 30

Gevaar 10

Een richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van het gevoelige object. Hierbij is niet de grens van de bestemming ‘Bedrijf uit het bestemminsplan “Lint Noord” aangehouden, aangezien deze is bepaald op basis van verouderde gegevens, maar is de grens aangehouden zoals die in de melding in het kader van het Activiteitenbesluit op 19 januari 2011 is vastgelegd. Uit de onderstaan­ de afbeelding blijkt dat de afstand van de gevel van de dichtstbijzijnde woning (het ge­ voelige object) tot het bedrijfsperceel 30 meter bedraagt. De eerder geplande woningen binnen de 30 m zone die in onderstaande afbeelding staan, zijn komen te vervallen. De richtafstand van het hoveniersbedrijf aan de Noordersingel 58a reikt daardoor niet tot de woningen waardoor er voldaan wordt aan de richtafstand.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 24

Afstand dichtstbijzijnde woning bouwplan tot bedrijfsperceel (paars)

In blauw de vervallen woningen binnen de 30 m zone van het bedijf. Mogelijkheden om af te wijken van de richtafstand Er heeft nader onderzoek plaatsgevonden om te kijken of de verkaveling uit het voorontwerpplan met kleinere afstanden tot het bedrijf gehanteerd kon worden in relatie met eventueel te nemen maatregelen. Uitgangspunt daarbij was dat de bedrijfsbelan­ gen niet beperkt zouden worden en of aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen kan worden voldaan. De onderzoeken zijn verricht door M+P raadgevende ingenieurs BV. Op 11 december 2019 is samen met de eigenaar de bedrijfssituatie besproken. Op basis hiervan zijn drie rapporten uitgebracht: - Onderzoek luchtkwaliteit hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen ten behoeve van het naastgelegen bouwplan te Berkel en Rodenrijs van 15 januari 2020, - Geuronderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen ten behoeve van het naastge­ legen bouwplan te Berkel en Rodenrijs van 5 juni 2020, en - Akoestisch onderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen ten behoeve van het naastgelegen bouwplan te Berkel en Rodenrijs van 9 februari 2021. Alleen het aspect luchtkwaliteit leverde geen belemmeringen voor de beoogde verka­ veling in het voorontwerpplan. De geur- en geluidonderzoeken gaven aanleiding om Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 25

de verkaveling aan te passen waarbij rekening is gehouden met de richtafstand van 30 m. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat De onderzoeken voor geluid en geur zijn geactualiseerd aan de hand van de nieuwe verkaveling (Geluidsberekening nieuwe verkaveling bouwplan naast hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen te Berkel en Rodenrijs, 6 april 2021 en Geuronderzoek hoveniers­ bedrijf Ton Greeve Groen ten behoeve van het naastgelegen bouwplan te Berkel en Rodenrijs, 9 april 2021). Uit de actualisatie blijkt dat enkele woningen buiten de 30 m contour nog wel een iets hogere geluidsbelasting als gevolg van piekgeluiden van het bedrijf kunnen ondervinden, maar deze minimale overschrijding wordt aanvaardbaar geacht. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op alle gevels van de beoogde woningen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Alleen de richtwaarden voor de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) worden bij drie woningen in zowel de dag- als de avondperiode overschreden op de eerste en tweede etage. Op de begane grond en dus in de tuinen bij de woningen vindt geen overschrijding plaats. Er is dus sprake van een geluidluwe buitenruimte bij de woningen. Daarnaast is de geluidwering van de woningen op grond van het Bouw­ besluit 20 dB.

Deze geluidwering zorgt ervoor dat het geluidniveau in de woningen voldoet aan de normaal gehanteerde eis uit het Activiteitenbesluit voor het binnenniveau van de geluidspieken. Bij de beoogde woningen is dan ook sprake van een aanvaardbaar akoestisch woonen leefklimaat. Daarnaast wordt het bedrijf ook niet beperkt in zijn bedrijfsvoering, aangezien het toch al rekening moet houden met bestaande woningen. Ook met betrekking tot de geurconcentraties is naar ons oordeel sprake van een aan­ vaardbaar geurhinderniveau en woon- en leefklimaat. Wij lichten dit toe. Het uitgangs­ punt is dat nieuwe geurhinder dient te worden voorkomen door een nieuwe woonloca­ tie op een zodanige afstand te plannen van een geurbron dat geen of hooguit een aanvaardbare mate van hinder te verwachten is. Gezien de behoefte aan woningen groot is, de richtafstand tot het bedrijf gehanteerd wordt, de geurconcentratie op be­ staande woningen ook al boven de hindergrens (= streefwaarde) ligt en er geen klach­ ten bekend zijn, is een afweging gemaakt of er sprake is van een aanvaardbare mate van geurhinder. Het afwegingsgebied voor het aanvaardbaar geurhinderniveau bevindt zich tussen de hindergrens (= streefwaarde) en de ernstige hindergrens. Voor de beoogde woningen, die onder type 1 vallen, zijn dat respectievelijk 0,5 en 4,8 ouE/m3.

Voor de bepaling van de hindergrenzen kunnen in ieder geval de volgende objectieve hulpmiddelen worden gebruikt: klachtenregistratie/-analyse en hedonische waarden. In het geval van het hoveniersbedrijf zijn er geen klachten bekend. De hedonische waarde van de geur is H=-2 (op een schaal van H=0 tot -4) en valt daarmee tussen neutraal (H=0) en uiterst onaangenaam (H=-4). Alle woningen liggen tussen de hindergrens en de ern­ stige hindergrens. De concentratie ligt tussen de 0,8 en 1,7 ouE/m3. Dit betekent dat er wel eens geur waarneembaar zal zijn die door sommigen als hinderlijk wordt ervaren.

Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 26

Conclusie Het voornemen bestaat om ten noorden van Noordersingel 58 te Berkel en Rodenrijs woningbouw te ontwikkelen. Gelet op het onderzoek kan worden geconcludeerd dat voor de afstand tussen de woningen en alle bedrijven voldaan wordt aan de richtafstanden uit de VNG-brochure, waardoor ter plaatse van de woningen een goed woonen leefklimaat is gewaarborgd. De omliggende bedrijven worden niet geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden. 4.1.3

Geluid De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelas­ ting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of in­ dustrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onder­ zoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Toetsing Er is in het kader van onderhavig plan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd4. Dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van onderhavig onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1 De geluidbelasting vanwege de Noordeindseweg bedraagt maximaal 57 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde, maar lager dan de hoogst toelaatbare geluidbelasting. Maatregelen zijn derhalve onderzocht (zie punt 4); 2 De geluidbelasting vanwege de Middelweg (buiten de bebouwde kom, wegvak met zone) bedraagt maximaal 29 dB (inclusief aftrek art. 110g Wgh). De ge­ luidsbelasting vanwege de gehele Middelweg bedraagt maximaal 32 dB (inclu­ sief aftrek art. 110g Wgh). Dit is ruim lager dan de voorkeursgrenswaarde. 3 De geluidbelasting vanwege de Noordersingel bedraagt maximaal 46 dB (inclu­ sief aftrek art.

110g Wgh) en voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde. 4 Voor de Noordeindseweg is onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen verricht. Dit onderzoek wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, finan­ cieel niet doelmatig zijn en verkeerskundig, stedenbouwkundig en landschappe­ lijk niet wenselijk zijn. Er dient derhalve een hogere grenswaarde te worden aangevraagd voor 4 woningen, waarbij tevens maatregelen aan de ontvanger zijde moeten worden getroffen om zodoende de binnenwaarde van 33 dB te waarborgen. Een nader gevelwering onderzoek in het kader van de omgevingsvergunning bouwen dient dit te bevestigen. 5 De woningen hebben een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte en liggen in een groene omgeving. 6 Voor het plan dient een hogere grenswaarde te worden aangevraagd van maximaal 57 dB voor de Noordeindseweg. 7 Omdat de Noordersingel een 30 km/uur weg is en geen geluidszone heeft, hoeft voor deze weg geen hogere grenswaarde te worden aangevraagd.

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Noordersingel ten noorden van 58 Berkel en Ro­ denrijs, SAB, projectnummer 180207, 25 juli 2022. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 27

Conclusie Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderha­ vig plan. Tegelijk met de procedure van dit bestemmingsplan is een hogere waarden­ procedure gevoerd. Het besluit hogere waarden Wet geluidhinder5 inzake het be­ stemmingsplan "Noordersingel ten noorden van 58" te Berkel en Rodenrijs is als bijlage 24 bij de toelichting opgenomen. 4.1.4

Bodem Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwa­ ter geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing Ter plaatse van het plangebied is in 2014 door Van der Helm bodemonderzoek6 en in 2019 door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bodem- en asbestonderzoek7 uitge­ voerd. Deze onderzoeken zijn als bijlage 6 en 13 bij deze toelichting gevoegd. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: - plaatselijk zijn licht tot matige bijmengingen aan kolen of baksteen aangetroffen; - in de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, mine­ rale olie, DDD en/of hexachloorbenzeen aangetroffen; - in de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, zink, PCB en molybdeen aangetroffen; - in één grondwatermonster zijn sterk verhoogde gehalten aan nikkel, kobalt en zink aangetroffen. In de overige grondwatermonsters ging het om licht tot matige ver­ hoogde waarden aan verschillende zware metalen; - bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zo­ wel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. De aangetroffen sterk verhoogde gehalten in het grondwater vormden aanleiding voor een nader onderzoek. Hieruit is gebleken dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Het bodemvolume van de sterke grondwaterverontreiniging bedraagt tenminste 250 m3. De oppervlakte bedraagt in ieder geval 100 m2 (er is geen horizontale afperking verkregen) bij een verontreinigde laag van circa 2,5 meter. Vermoedelijk is de sterke grondwaterverontreiniging ontstaan door oplossing van de metaaldeeltjes door een verlaagde pH welke weer veroorzaakt wordt door nutrificering van de bodem (uitspoeling van meststoffen). Gelet op het langdurig gebruik van de lo­ catie als kassencomplex en bijhorende gebruik van meststoffen wordt de sterke grondwaterverontreiniging beoordeeld als een ‘historisch geval van bodemverontreini­ ging’ (ontstaan voor 1987).

5

Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder inzake het bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” de Berkel en Rodenrijs, 9 mei 2023.

6

Eindsituatie bodemonderzoek aan de Noordersingel 58 te Berkel en Rodenrijs, Van der

7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek. Noordersingel (ong). Berkel en Rodenrijs te Ber­

Helm Milieubeheer B.V., projectcode GRBE130349, 18 maart 2014. kel en Rodenrijs, Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv, projectnummer MT18595, 2 april 2019. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 28

De locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden, echter dient er bij onttrekking van het grondwater rekening te worden gehouden met de sterk verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel en zink in het grondwater. Door Van der Helm is in 2019 een grondwateronderzoek uitgevoerd8. Dit onderzoek is als bijlage 14 bij deze toelichting gevoegd. Op grond van dit onderzoek kan geconclu­ deerd worden dat de concentraties van de onderzochte parameters dusdanig zijn dat er geen belemmeringen meer aanwezig zijn voor de voorgenomen bouw van wonin­ gen. De concentraties kobalt, nikkel en zink ter plaatse van peilbuis Pb01, Pb11, Pb12, Pb13 en Pb14 zijn dusdanig afgenomen dat er geen aanleiding meer is voor sanerende maatregelen en/of nader onderzoek. De milieudienst DCMR heeft de onderzoeken beoordeeld9 en geconcludeerd dat bo­ demkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik (wonen met tuin) en de bo­ demkwaliteit vormt geen belemmering voor het in werking laten treden van een omgevingsvergunning. Het advies is als bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. 4.1.5

Luchtkwaliteit Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofd­ stuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de bui­ tenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stik­ stofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toet­ sen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet vol­ doen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkings­ programma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in beteke­ nende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsge­ richt programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in even­ wicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de 8

Resultaten grondwateronderzoek, Van der Helm Milieubeheer B.V, referentie 20190928, 2 september 2019.

9

Advies bodem Noordersingel 58 e.o. te Berkel en Rodenrijs, DCMR, kenmerk 9999145084_9999680318, 24 oktober 2019. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 29

grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europe­ se grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 ųg/m^ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële rege­ ling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aan­ vaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bij­ draagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Toetsing Het plan maakt de realisatie van maximaal 12 woningen mogelijk, nadat een bestaand glastuinbouwbedrijf zijn bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e6b3f703-2403-4540-bbd0-f7fc99ca0968