CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.00324] Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” te Berkel en Rodenrijs (T23.00324)

Commissie Ruimte 14 maart 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg 340" te Berkel en Rodenrijs28.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan "Noordeindseweg 340”

17 januari 2023

Vast te stellen

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan "Noordeindseweg 340"

Vast te stellen Inhoud: •

TOELICHTING

•

PLANREGELS

•

VERBEELDING

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0213-VAST Werknummer: 621.113.90 Datum: 17-01-2023 KuiperCompagnons BV Rotterdam

Gemeente Lansingerland Team Omgevingsrecht

Procedureoverzicht Datum Concept

29 maart 2022

Voorontwerp

12 mei 2022

Ontwerp

23 augustus 2022

Terinzagelegging

1 september t/m 12 oktober 2022

Vast te stellen Vastgesteld

17 januari 2023

Document

Opmerkingen

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

1 1 1 2 2

2

Planbeschrijving

4

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Ontwikkelingen Juridische aspecten

4 5 9

3

Beleidskader

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

13 14 17 20

4

Natuur en landschap

21

4.1 4.2 4.3

Kader Onderzoek Conclusie

21 22 23

5

Water

24

5.1 5.2 5.3

Kader Onderzoek Conclusie

24 28 32

6

Archeologie en cultuurhistorie

33

6.1 6.2

Archeologie Cultuurhistorie

33 36

7

Milieu

40

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid

40 40 40 42 44 45 47 50 53

8

Uitvoerbaarheid

57

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

57 57 57

9

Procedure

59

9.1 9.2 9.3

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

59 59 60

Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1: Flora- en faunaonderzoek Noordeindseweg 340 – Berkel en Rodenrijs, ABOMilieuconsult, d.d. 24 maart 2022 Bijlage 2: Notitie stikstofdepositie woningbouw Lansingerland, DCMR, d.d. 6 december 2019 Bijlage 3: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van twee woningen aan de Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, Vestigia, d.d. 12 april 2022 Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 – Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs, ABO-Milieuconsult, d.d. 29 maart 2022 Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340”, KuiperCompagnons, d.d. 27 juli 2022 Bijlage 6: Verkavelingstekening met erfinrichting en positionering woningen Bijlage 7: Watersleutel, KuiperCompagnons, d.d. 1 augustus 2022 Bijlage 8: Nota vooroverleg en staat van wijzigingen Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340”, Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, d.d. 23 augustus 2022 Bijlage 9: M.e.r-beoordelingsbesluit bestemmingplan “Noordeindseweg 340”, Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, d.d. 23 augustus 2022 Bijlage 10: Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder, gemeente Landsingerland, d.d. 23 augustus 2022 Bijlage 11: Asbestonderzoek Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs, ABO-Milieuconsult, d.d.

18 augustus 2022 Bijlage 12: Nota zienswijzen en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Noordeindseweg 340”, Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, d.d. 3 januari 2023

Afbeelding 1.1: Globale ligging van het plangebied in de omgeving (plangebied is rood omcirkeld). Bron: Google Earth.

Afbeelding 1.2: Globale begrenzing van het plangebied (plangebied is wit omkaderd). Bron: Google Earth.

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Voor het perceel aan de Noordeindseweg 340 te Berkel en Rodenrijs bestaat het voornemen om de bestaande kassen te slopen en twee nieuwe woningen te bouwen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ (2013) is deze ontwikkeling niet mogelijk. De gronden waar de woningen zijn voorzien kennen hierin een agrarische bestemming, waarbinnen woningen niet zijn toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs, in het lint aan de Noordeindseweg. Het plangebied omvat het perceel bij de bestaande bedrijfswoning en -bebouwing aan de Noordeindseweg 340. Ten noorden van het plangebied ligt het perceel aan de Noordeindseweg 344, aan de zuidkant bevinden zich de woningen aan de Noordeindseweg 338 en 336. Het plangebied wordt aan de oostkant begrensd door het kassencomplex aan de Abraham Molenaarweg. Ten westen van het perceel loopt de Noordeindseweg en evenwijdig daaraan de Noordeindsevaart, en bevindt zich tevens de woning aan de Noordeindseweg 342. De globale ligging en begrenzing van het plangebied is in afbeelding 1.1 en 1.2 weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan ‘Lint Noord’, dat door de gemeenteraad van Lansingerland is vastgesteld op 27 juni 2013. In het bestemmingsplan is het voorliggende plangebied bestemd als ‘Agrarisch’. Hierbinnen is voor de bestaande bebouwing van de Noordeindseweg 340 een bouwvlak opgenomen, waarbij het westelijk deel de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ kent. Voor de bestaande kassen ten oosten en zuiden van de woning is de functieaanduiding ‘kas’ opgenomen. Aan het westelijk deel van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ toegekend. Evenwijdig aan de Noordeindsevaart kent een strook aan de westkant van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Afbeelding 1.3 toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan. De nieuwe woningen zijn voorzien binnen de vigerende agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is het realiseren van nieuwe woningen niet toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling is daarom in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Ook biedt het plan geen toereikende afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden. Daarnaast vigeert ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Lansingerland’, dat op 30 maart 2017 is vastgesteld.

Dit plan voegt aan onderliggende plannen een regeling met betrekking tot parkeren toe, waarin is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernota.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

2

Afbeelding 1.3: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan “Lint Noord” (2013). Het voorliggende plangebied is rood omkaderd.

1.4

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald1 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

1.5

Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding wordt in hoofdstuk twee ingegaan op de bestaande situatie en beoogde ontwikkelingen in het plangebied, en de juridische aspecten van dit bestemmingsplan. In het derde hoofdstuk worden de beleidskaders geschetst op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. De hoofdstukken 4 tot en met 6 gaan achtereenvolgens in op natuur en landschap, water en archeologie en cultuurhistorie. In hoofdstuk zeven komen de verschillende milieuaspecten aan bod, en wordt verslag gedaan van 1

Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

3

het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse hiervoor geldende toetsingskaders. Hoofdstuk acht gaat vervolgens in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, en het aspect van handhaving. Tenslotte wordt in het laatste hoofdstuk de procedure rondom dit bestemmingsplan nader toegelicht.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

4

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Het plangebied ligt in het bebouwingslint aan de Noordeindseweg en Noordeindsevaart. Dit betreft een oud bebouwingslint met een gevarieerde ruimtelijke structuur. Het bebouwingsbeeld van het lint wordt afwisselend bepaald door woningen, oude boerderijen en verspreide bedrijfsbebouwing en -percelen. De Noordeindsevaart en Noordeindseweg hebben de basis gevormd voor het ontstaan van het lint, en begrenzen het plangebied aan de westzijde. Door de bebouwing tussen de Noordeindseweg en Noordersingel ten westen van het plangebied is sprake van een dubbel bebouwingslint. In de huidige situatie is in het plangebied de bestaande bedrijfswoning aan de Noordeindseweg 340 aanwezig. Deze bevindt zich aan de westzijde van het perceel, en is aangebouwd tegen de woning aan de Noordeindseweg 342 die is georiënteerd op de weg. Aan de zuidkant langs de woningen loopt een toegangsweg tot het perceel. De rest van het plangebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit glastuinbouwkassen. Deze zijn gesitueerd ten oosten en zuiden van de woning en toegangsweg. Afbeelding 2.1 toont het plangebied bezien vanaf de Noordeindseweg, afbeelding 2.2 geeft een situatieschets van de bestaande situatie van het plangebied weer.

Afbeelding 2.1: Bestaande situatie plangebied, bezien vanaf de Noordeindseweg (bron: Google Streetview).

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

5

Afbeelding 2.2: Situatieschets bestaande situatie plangebied.

2.2

Ontwikkelingen

2.2.1 Programma Dit bestemmingsplan voorziet de sloop van de bestaande kassen, en in plaats daarvan de bouw van twee nieuwe woningen. Daarbij wordt het perceel verdeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. De eerste nieuwe woning wordt gesitueerd direct ten zuiden van de bestaande bedrijfswoning (Noordeindseweg 340) en toegangsweg. De tweede nieuwe woning is voorzien ten noorden van de bestaande woning, en iets verder terug gelegen op het perceel ten opzichte van de weg. Het betreft twee vrijstaande woningen, die qua oriëntatie aansluiten bij de bestaande bebouwing en verkavelingsstructuur in de omgeving. Aan de bestaande bebouwing van de Noordeindseweg 340 zijn geen wijzigingen voorzien. De aangrenzende woning aan de Noordeindseweg 342 valt buiten het plangebied. De toegangsBestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

6

weg ten zuiden van de bestaande bebouwing die het perceel ontsluit blijft daarbij ook behouden. Het voormalige ketelhuis aan het uiteinde van de toegangsweg, aan de oostzijde van het plangebied, blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd als bijgebouw. Een schets van de verkaveling in de toekomstige situatie is weergegeven in afbeelding 2.3. Bijlage 6 bij deze toelichting bevat de verkavelingstekening met de beoogde erfinrichting en positionering van de woningen.

Afbeelding 2.3: Situatietekening van de beoogde toekomstige verkaveling van het plangebied (28 februari 2022).

2.2.2 Ruimtelijke inpassing De nieuwe woningen worden als vrijstaande woning gerealiseerd, en met de voorgevel in een schuine hoek georiënteerd op de Noordeindseweg. Daarmee wordt aangesloten bij de verkavelingsstructuur van het perceel en de bestaande en direct omliggende bebouwing. Met het bouwplan wordt qua maat, schaal en ontwerp aangesloten bij de bestaande bebouwing op het perceel en in de omgeving. Zodoende wordt het karakter en de ruimtelijke structuur van het bebouwingslint ter plaatse gerespecteerd en voortgezet. Door het slopen van de kassen, die een groot deel van het perceel beslaan, ontstaat bovendien een opener bebouwingsbeeld. Daarbij is de toevoeging van twee nieuwe woningen ook in functioneel opzicht passend binnen het bebouwingslint, dat door de jaren heen geleidelijk steeds verder is ingevuld met (kleinschalige) woningbouw.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

7

2.2.3 Stedenbouwkundige uitgangspunten Op het bestaande erf waar een boerderij, een ketelhuis en kassen aanwezig zijn worden twee nieuwe woningen toegevoegd. Om dit mogelijk te maken worden de kassen verwijderd. De boerderij en het ketelhuis blijven gehandhaafd. De bestaande boerderij is later opgedeeld in twee woningen. Het voorhuis met een kleine voortuin behoort tot een andere eigenaar en vormt geen onderdeel van de ontwikkeling. De initiatiefnemer bewoont het achterhuis en is eigenaar van het erf. Desalniettemin is het belangrijk dat het historische karakter van het erf behouden blijft en het erf zich toont als één geheel. In dit kader zijn voor de ontwikkeling stedenbouwkundige uitgangspunten geformuleerd, bestaande uit randvoorwaarden voor de erfinrichting en bebouwing en welstandscriteria. Het bouwplan zal aan deze uitgangspunten worden getoetst. De relevante elementen zijn ook in de bouwregels van dit bestemmingsplan verwerkt. Randvoorwaarden voor erfinrichting • Het erf heeft een groene en landschappelijke uitstraling. Het erf wordt kadastraal gescheiden in drie percelen echter dit dient niet zichtbaar te zijn in de inrichting, het erf toont zich als één geheel. • De hogere ligging van de weg ten opzichte van het aangrenzende kavels is karakteristiek voor de oorspronkelijke linten en dient te worden gehandhaafd, ophogen van het terrein is derhalve niet toegestaan.

• De bestaande boerderij en de nieuw te bouwen woningen delen gedrieën de inrit. Materialisering van de inrit is passend bij het erf, zoals halfverharding of gebakken klinkers. • Parkeren ten behoeve van de nieuwe woningen geschiedt op het achtererf bij de woning, parkeerplaatsen worden niet gemarkeerd. • De inrichting van het erf is vergelijkbaar met een boerenerf met een onderscheid in een voorerf en een achtererf. • De voorzijde heeft een representatieve uitstraling terwijl het achtererf een functioneel karakter heeft. • Het voorerf biedt zicht op de entree van de bestaande woning die aan de zijkant is gesitueerd. • Het is mogelijk om leibomen voor de boerderij te plaatsen en/of hoogstammige bomen op het voorerf. De gemeenschappelijk erfafscheiding rondom het erf is donker en terughoudend van kleur. • Het voorerf heeft een groene en landschappelijke inrichting en hier is geen bebouwing toegestaan. • Een eventuele garage en/of buitenberging behorend bij de woning dient qua materiaalen kleurgebruik te worden afgestemd op de woning. Randvoorwaarden voor nieuwe bebouwing • De boerderij vormt de hoofdwoning op het erf, de woningen zijn hier ondergeschikt aan. De woningen vormen samen met de bestaande boerderij een ensemble op het erf.

• Dat betekent dat de woningen eenvoudig zijn van vorm, de bebouwingsrichting van de boerderij volgen en in hoogte onder de nok- en goothoogte blijven van de bestaande boerderij. • De nieuwe bebouwing dient door de architectonische uitwerking passend te zijn binnen een boerderij-ensemble. • De woning is van het type schuurwoning, dit is een landelijke woning met natuurlijke materialen afgestemd op de bestaande boerderij. Een schuurwoning heeft een eenvoudige hoofdvorm, bestaande uit één laag met een kap. De woning heeft geen ondergeschikte bouwdelen, met uitzondering van een schoorsteen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

8

Hoofdvorm bebouwing • De woningen hebben een maximale goothoogte van 4,5 meter en een maximale nokhoogte van 9 meter, de 10% regel wordt niet toegepast omdat de nieuwe bebouwing niet hoger mag worden dan de bestaande boerderij. • Het type schuurwoning is een type dat passend is binnen een erf, bestaande uit één laag met een kap. • De dakhelling is afgestemd op de dakhelling van de bestaande boerderij (maximaal 50 graden). • De schuurwoning heeft een eenduidige volume, met één kaprichting en geen op- of aanbouwen. • De gevelindeling is eenvoudig en harmonisch en heeft een horizontale opbouw. Kozijnen die in verticale richting doorlopen over de begane grond en de verdieping zijn niet passend. Uitgangspunten voor welstand De boerderij en de erfbebouwing moeten een ensemble op een erf vormen, dat de historische betekenis van deze landelijke locatie ondersteunt. Het realiseren van twee gebouwen vraagt om een zorgvuldige inpassing en terughoudende architectuur. Om deze reden zal ook voor de nieuwbouw een bijzonder welstandstoezicht gelden. Voor de bijgebouwen op het erf van de historische boerderij gelden in aanvulling op de welstandsnota de volgende welstandscriteria, die worden toegepast in samenhang met de beschreven uitgangspunten. Welstandscriteria relatie met de omgeving • De bijgebouwen staan op het erf van de boerderij en zijn daaraan ondergeschikt.

Welstandscriteria bouwwerk op zichzelf • de bijgebouwen passen op het erf en zijn ondergeschikt aan de boerderij. • de gebouwen hebben een eenvoudige, heldere massa van één laag met zadeldak. • uitvoeren met een rechthoekige plattegrond, die voor zover zichtbaar. • vanuit de openbare ruimte geen insnedes heeft of ondergeschikte bouwdelen waaronder aanbouwen. • de architectuur is landelijk, terughoudend en onnadrukkelijk verzorgd. • de gevels zijn goed van verhoudingen. • de opbouw van de gevels is consequent en evenwichtig. • gevelopeningen in voor en zijgevels vormgeven als bij boerenschuren. • geen dakkapellen aan de voorzijde. Welstandscriteria detaillering, materiaal en kleurgebruik • ambachtelijke en eenvoudige architectuur. • sober uitvoeren zonder ornamenten, maar met oog voor detail. • uitvoeren in gedekte klassieke kleuren en traditionele materialen afgestemd op en ondergeschikt aan de boerderij. • per gebouw één hoofdmateriaal en één vormgeving voor de gevels. • gevels in houten delen of metselwerk met roodbruine baksteen. • daken dekken met matte keramische pannen, bij eigentijdse architectuur eventueel een zinken roevendak of vergelijkbaar. • ononderbroken daklijn zonder overstekken en uitvoeren met mastgoot of bescheiden lijstgoot, bij een eigentijdse uitvoering is een verholen goot eveneens mogelijk.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

9

2.2.4 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt via de Noordeindseweg ontsloten. De nieuwe woningen worden ontsloten via de bestaande erftoegangsweg, die direct aan de zuidkant langs de woningen aan de Noordeindseweg 340 en 342 loopt. De Noordeindseweg verdeelt het verkeer in noordelijke en zuidelijke richting. In zuidelijke richting zorgt deze weg voor een verbinding naar de kernen Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek, en zijn ook de N471, N472 en N209 bereikbaar. In noordelijke richting sluit de Noordeindseweg aan op de N470, die vervolgens een verbinding vormt met de A12. Om zicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van een ruimtelijk plan, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Met de voorgenomen ontwikkeling worden twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Een dermate kleine ontwikkeling levert naar verwachting geen significante toename in het aantal verkeersbewegingen op. Bovendien worden de bestaande kassen in het plangebied gesloopt. De (planologische) agrarische functie, met bijbehorende verkeersbewegingen, is daardoor niet langer aanwezig. Mobiliteitsonderzoek is om deze reden dan ook niet noodzakelijk.

Parkeren Met betrekking tot parkeren, is in het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Lansingerland’ bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, slechts wordt verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland' die op 27 februari 2014 zijn vastgesteld, of de rechtsopvolger(s) daarvan. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient wat betreft parkeren zodoende te worden voldaan aan de geldende gemeentelijke parkeernota. Momenteel is dit de ‘Nota parkeernormen Gemeente Lansingerland’ (2014). Op basis van deze nota geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (koop vrijstaand, rest Lansingerland). Gelet hierop dienen ten minste 4,8 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Het uitgangspunt voor dit plangebied is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Om juridisch te borgen dat deze parkeerplaatsen gerealiseerd worden is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierin is geregeld dat een omgevingsvergunning voor bouwen en het wijzigen van gebruik slechts wordt verleend indien binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de geldende gemeentelijke parkeernota.

2.3

Juridische aspecten

2.3.1 Inleiding Het voorliggende bestemmingsplan ‘Noordeindseweg 340’ is zoveel mogelijk opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

10

2.3.2 Planmethodiek Het uitgangspunt van het voorliggende wijzigingsplan is het mogelijk maken van de ontwikkeling van twee nieuwe vrijstaande woningen, ter vervanging van de bestaande agrarische functie en bestemming. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor een redelijk gedetailleerde wijze van bestemmen. Hierbij zijn eindbestemmingen en bouwvlakken opgenomen, gebaseerd op de beoogde situatie. Op grond van de bepalingen van een eindbestemming kan direct een omgevingsvergunning voor het bouwen worden afgegeven, indien het bouwplan past binnen de regels die gelden bij de bestemming.

2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1); • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); • Algemene regels (hoofdstuk 3); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het wijzigingsplan voorkomende bestemmingen geregeld: ‘Tuin’, ‘Wonen’, ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een korte toelichting per bestemming. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en ongebouwde parkeervoorzieningen en opritten behorende bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde bestemmingen.

Waar gronden met de bestemming ‘Wonen’ tevens gebruikt mogen worden voor tuinen en erven, is deze bestemming opgenomen voor gronden waar hoofdzakelijk tuin is toegestaan, en bouwmogelijkheden zeer beperkt zijn. Deze bestemming is opgenomen voor het voorerfgebied, tussen de woningen en de Noordeindseweg. Daarnaast zijn middels de tuinbestemming in combinatie met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – bouwwerken’ twee zones in het plangebied gevrijwaard van bebouwing. Ter plaatse van deze aanduiding zijn bouwwerken uitgesloten, en zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De aanduiding is opgenomen in een strook tussen de noordelijke woning en het naastgelegen perceel aan de Noordeindseweg 344, om een open zichtlijn te behouden en ter bescherming van de monumentale bebouwing aan de Noordeindseweg 344. Ook is de zichtlijn tussen de bestaande bebouwing (Noordeindseweg 340) en de zuidelijke nieuwe woning op deze manier gewaarborgd. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de twee nieuw te bouwen woningen en de bestaande woning. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen worden gebruikt voor woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen, tuinen, erven, parkeervoorzieningen, opritten en water.

Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de nieuwe woningen gerealiseerd dienen te worden. Het hoofdgebouw moet worden opgericht binnen het bouwvlak dat op de verbeelding is aangegeven. De maximum

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

11

goot- en bouwhoogte bedraagt 4,5 respectievelijk 9 meter, aangeduid op de verbeelding. De bestaande bedrijfswoning en aangebouwde schuur aan de Noordeindseweg 340 zijn eveneens voorzien van een woonbestemming. Aan het noordelijk deel van het bouwvlak, de aangebouwde schuur bij de voormalige bedrijfswoning, is de aanduiding ‘bijgebouw’ toegekend. Waarde – Archeologie 1 en 2 (dubbelbestemmingen) De gronden die zijn bestemd met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. De dubbelbestemmingen en bijbehorende vrijstellingsgrenzen zijn toegespitst op het plangebied in lijn met de resultaten van het archeologisch onderzoek, zoals beschreven in paragraaf 6.1. Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) De gronden die zijn bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor a) waterkering, en/of b) de waterhuishouding. De dubbelbestemming is ongewijzigd overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, en geldt alleen voor een strook evenwijdig aan de Noordeindsevaart die ten westen van het plangebied ligt. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel.

Ook worden algemene gebruiksregels gegeven en wordt gesteld dat bestaande bouwwerken, die niet voldoen aan de regels in het plan, als toelaatbaar mogen worden beschouwd. Verder zijn enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen die de flexibiliteit van het plan vergroten. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling opgenomen met betrekking tot parkeren. Indien op grond van de woonbestemming wordt gebouwd, dient binnen het plangebied voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid. Momenteel is dit vastgelegd in de ‘Nota parkeren Gemeente Lansingerland’ (2014). Indien de parkeernota in de toekomst wordt herzien, wordt getoetst aan de rechtsopvolger(s) hiervan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond (in combinatie met de Basisregistratie Kadaster (BRK)) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

12

De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

13

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.

Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

14

is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied komt niet specifiek aan bod in de nationale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling van twee nieuwe woningen en de beoogde ruimtelijke kwaliteit dragen wel bij aan een toekomstbestendige en bereikbare woonomgeving en waardevolle leefomgeving. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid twee en drie) dienen plannen, waarin nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Toetsing aan de Ladder houdt in dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee nieuwe woningen. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De voorliggende ontwikkeling van twee nieuwe woningen wordt derhalve niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor ladderonderzoek niet benodigd is.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

15

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Afbeelding 3.1: Ruimtelijke hoofdstructuur provinciale Omgevingsvisie. Bron: Provincie Zuid-Holland (2019).

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

16

Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Om de verschillende waarden en kenmerken te kunnen benoemen en tot hun recht te laten komen, is gekozen voor een ordening in een viertal lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Hieraan gekoppeld zijn bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening, waar ontwikkelingen rekening mee moeten houden. De vier lagen zijn samengevat in één integrale kwaliteitskaart. De kwaliteiten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Voorliggend plangebied valt echter niet binnen een specifiek gebiedsprofiel.

Het plangebied is opgenomen in drie van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied deels aangeduid als ‘Veencomplex - Oude zeeklei’. Richtpunt hierbij is: • Ontwikkelingen in droogmakerijen leveren een bijdrage aan een duurzame waterhuishouding. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een duurzame waterhuishouding. Er is geen sprake van verstoring van grond- en oppervlaktewater. Door het slopen van de kassen, die een groot deel van het plangebied beslaan, zal het verhard oppervlak beduidend afnemen. Watercompensatie is daarom niet benodigd. Op de verschillende wateraspecten wordt in hoofdstuk 5 nader ingegaan. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het uiterste westelijke deel van het plangebied aangeduid als ‘Lint’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de bebouwingsvorm en het lineaire karakter van het lint.

De nieuwe woningen wordt landschappelijk en stedenbouwkundig ingepast in de omgeving. Zo worden de woningen gesitueerd in lijn met de bestaande bebouwing en verkavelingsstructuur, met eenzelfde schuine oriëntatie op de Noordeindseweg. Hiermee wordt aangesloten bij genoemde richtpunten. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘stads- en dorpsranden’. Richtpunt voor ontwikkelingen hierbij is: • Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

17

De voorgenomen ontwikkeling wordt ingepast in het bebouwingslint aan de Noordeindseweg. De realisatie van twee nieuwe woningen past binnen het beeld van het lint, waar geleidelijk en op kleine schaal nieuwe woningen zijn en worden toegevoegd. Daarbij wordt aangesloten bij de voor de omgeving karakteristieke lintbebouwing. De woningen worden qua stijl, situering en schaal ingepast in de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. Door het slopen van de kassen worden deze structuren bovendien beter zichtbaar. Zodoende wordt een passende overgangskwaliteit gerealiseerd. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. • Gezondheid en veiligheid: Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. • Ruimte en verstedelijking: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. • Wonen: Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen.

Momenteel is er ter plaatse van de nieuwe woningen sprake van een kassencomplex, met relatief weinig ruimtelijke kwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsverbetering en zorgvuldiger en compacter ruimtegebruik. Met de twee nieuwe woningen wordt op kleine schaal een aantrekkelijke, gezonde en veilige woon- en leefomgeving toegevoegd aan het bestaande aanbod. Programma ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst in de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed, en Water, bodem en energie.

3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Vooruitlopend op de Omgevingswet, heeft de gemeente Lansingerland gewerkt aan een omgevingsvisie. De ‘Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond’ is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee vervangt de omgevingsvisie de gemeentelijke structuurvisie uit 2010. De omgevingsvisie beschrijft wat voor gemeente Lansingerland in de toekomst wil zijn. De Omgevingsvisie schets de gewenste ontwikkelingen voor thema’s als wonen, werken, recreeren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. In 2040 is Lansingerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. Om dat voor elkaar te krijgen moeten strategische keuzes gemaakt worden en het beleid voor de fysieke leefomgeving worden bepaald. Dit is, samen met de opbrengst uit een uitvoerig participatietraject waarin inwoners, ondernemers en partners hebben meegedacht, vertaald in een ‘omgevingsvisie 1.0’.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

18

In de Omgevingsvisie Lansingerland staan de volgende ambities centraal: • Verbonden in de metropool o Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duurzame en schone vervoersmogelijkheden. o Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht. o Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en landschappelijke structuren. • Vindingrijk en ondernemend o Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. o Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen o Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde middenstand. • Gezond samen leven o Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige en samenleving waar iedereen mee doet. o Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften.

o Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve gezondheid en het beperken van gezondheidsrisico’s Deze ambities zijn vervolgens nader toegespitst op verschillende deelgebieden binnen de gemeente. Voorliggend plangebied ligt in het deelgebied ‘linten en buurtschappen’. De voor de voorgenomen ontwikkeling relevante ambities voor dit deelgebied zijn: • De linten zijn belangrijke identiteitsdragers maar ze zijn ook altijd in ontwikkeling. Daarbinnen is er ruimte voor initiatieven zolang de kenmerkende structuur, opbouw, samenhang en doorzichten naar het open landschap niet aangetast worden. Bij voorkeur worden deze kenmerken versterkt. • Watergangen (onder andere voormalige molentochten) blijven behouden. • Aangezien historisch gezien in de linten gewoond en gewerkt wordt, is hier in de toekomst ook ruimte voor, zolang beide functies geen hinder van elkaar ondervinden. • De linten lopen als herkenbare, doorgaande elementen door de kernen. De structuur en opbouw van ieder lint (type bebouwing, percelen, dichtheid, watergang, bruggen en bomen) is leidend voor wat er mogelijk is. Zo zijn in sommige linten de oorspronkelijke structuren nog deels intact, waarbij het van belang is om de gebieden die nog cultuurhistorisch betekenisvol zijn, zoveel mogelijk te behouden.

Bij linten die ingrijpend zijn getransformeerd, zijn weer andere uitgangspunten van belang, zoals het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit. Met de voorgenomen ontwikkeling worden twee nieuwe woningen in het bestaande bebouwingslint aan de Noordeindseweg toegevoegd. Het initiatief past binnen de al aanwezige (woon- en werk-) functies van het lint. De ontwikkeling sluit aan bij de landschappelijke en stedenbouwkundige structuren die het lint kenmerken; de woningen worden qua situering en bouwvolume afgestemd op de bestaande verkavelingsstructuren en omliggende bebouwing. Doordat het plangebied in de huidige situatie vrijwel geheel bebouwd is worden landschappelij-

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

19

ke lijnen of doorzichten niet aangetast, en mogelijk beter zichtbaar. De ontwikkeling sluit zodoende aan bij de ambities die in de omgevingsvisie voor het gebied zijn geformuleerd.

Woonvisie 2021-2025: Een plek voor iedereen In juli 2021 heeft de gemeenteraad van Lansingerland de nieuwe Woonvisie 2021-2025, ‘Een plek voor iedereen’ vastgesteld. Het is de opvolger van de Woonvisie 2015-2020. De gemeente wil de komende twintig jaar meer betaalbare en gelijkvloerse woningen realiseren. Dat is de belangrijkste uitkomst van de nieuwe Woonvisie 2021-2025. Uit het document komt naar voren dat de woningmarkt meer dan ooit sturing vraagt. Zo maakt de vergrijzende bevolking meer gelijkvloerse woningen noodzakelijk. Verder zijn er ook meer betaalbare woningen voor bijvoorbeeld starters nodig. Naast deze behuizing blijft er nog steeds vraag naar eengezinswoningen. Lansingerland voorziet tot 2040 een bouwopgave van ongeveer 11.000 woningen, zowel voor de lokale als regionale woonbehoefte. Tegelijk maakt Lansingerland zich hard voor behoud van haar groene omgeving in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De beoogde kleinschalige ontwikkeling van twee nieuwe vrijstaande woningen geeft invulling aan de bestaande vraag naar eengezinswoningen in de gemeente. Ook wordt een (bescheiden) bijdrage geleverd aan de forse woningbouwopgave tot 2040 die de Woonvisie stelt.

Welstandsnota Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimuleren. Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de redelijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij’ aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling’.

Afbeelding 3.4: Uitsnede Welstandsnota Lansingerland (het plangebied is globaal zwart omcirkeld).

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

20

Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: welstandsvrij, vrij met excessenregeling, licht en bijzonder. Het plangebied valt binnen het welstandsniveau ‘bijzonder’ (zie afbeelding 3.4). Bij dit welstandsniveau is de welstandsbeoordeling gericht op het stimuleren van de beeldkwaliteit, in alle facetten. De gemeente wil hier duidelijke regie voeren op de ruimtelijke kwaliteit. Dit welstandsniveau is toegekend aan de kernen met hun voorzieningen- en winkelgebieden, de infrastructuur en daarbij behorende civieltechnische objecten (kunstwerken), en de gebieden die de kwalificatie ‘bijzonder’ hebben gekregen, zoals de linten Noordeindseweg en Rottekade. Het plangebied valt binnen het gebiedstype ‘historische polderlinten’. Binnen de linten is van oudsher een enorme diversiteit aan individuele bebouwing, die onderling sterk verschilt in kwaliteit. De samenhang van het gebied wordt bepaald door het landschappelijk raamwerk, en niet zozeer door de bebouwing. Aan de Noordeindseweg is het vooral van belang behoedzaam om te gaan met de doorzichten voor zover die nog aanwezig zijn, en met de kwaliteiten van de bestaande bebouwing. Dit lint vormt de context voor nogal wat (potentiële) monumenten. Aan de Noordeindseweg geldt daarom een bijzonder welstandstoezicht. Met dit bestemmingsplan wordt geen waardevolle bestaande bebouwing aangetast.

De bestaande woningen aan de Noordeindseweg 340 en 342 blijven behouden. Omdat het plangebied vrijwel geheel bebouwd is met kassen zijn er ook geen bestaande doorzichten die verloren gaan. Omdat een concreet bouwplan momenteel nog ontbreekt, is een toets van de nieuwe woningen aan de welstandsnota niet mogelijk. Het bouwplan wordt in het kader van de omgevingsvergunningprocedure getoetst aan de criteria uit de gemeentelijke welstandsnota.

3.4

Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen op het perceel bij de Noordeindseweg 340. Gelet op het voorgaande wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

21

4

Natuur en landschap

4.1

Kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Natura 2000 De Wnb ziet ook op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt.

De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

22

4.2

Onderzoek Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van twee nieuwe woningen, waarvoor in ieder geval de bestaande kassen worden gesloopt. De kans bestaat dat in het plangebied beschermde flora en/of fauna voorkomen. Door ABO-Milieuconsult is daarom een quickscan uitgevoerd, waarin het plangebied wordt onderzocht op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en/of dierensoorten. De rapportage is opgenomen in bijlage 1. Op basis van de uitgevoerde bureaustudie en biotooptoets wordt geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Tabel 4.1 toont een overzicht van de onderzoeksresultaten per onderzochte soortgroep.

Tabel 4.1: Overzicht onderzochte soorten en onderzoeksresultaten (bron: ABO-Milieuconsult, 24 maart 2022).

Daarnaast is de zorgplicht van de Wet natuurbescherming altijd van toepassing. In de quickscan wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. In verband met het ontbreken van broedgelegenheid voor vogels hoeft met het broedseizoen geen rekening te worden gehouden. Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming worden in de quickscan nog enkele aanbevelingen gedaan in relatie tot de voorgenomen nieuwbouw en herinrichting van het gebied. Deze hebben als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied, en binnen een straal van 10 km zijn ook geen Natura 2000-gebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied bevindt zich op meer dan 17 km afstand. Daarnaast maakt het plangebied geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook is het plangebied geen onderdeel van een ander beschermd natuurgebied, zoals een belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Gezien de aard van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden, is een direct, negatief effect van de voorgenomen ruimtelijke ingrepen op de stikstofemissie en daarmee op beschermde gebieden niet aannemelijk. Door de DCMR is op 6 december 2019 bovendien een notitie opgesteld met betrekking tot stikstofdepositie bij woningbouwontwikkeling in de gemeente Lansingerland. Deze notitie is opgenomen in bijlage 2. Hierin is bepaald dat binnen de gemeentegrenzen te allen tijde 45 woningen gerealiseerd kunnen worden zonder dat dit een depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Daarbij is uitgegaan van een ‘worstcasescenario’ op basis Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

23

van AERIUS-berekeningen voor verschillende locaties. Voorgenomen ontwikkeling van twee nieuwe woningen valt ruim binnen deze grenswaarde. Een nadere stikstofberekening is daardoor niet benodigd.

4.3

Conclusie Op basis van de uitgevoerde quickscan kan worden geconcludeerd dat voor het aspect flora en fauna geen belemmeringen worden verwacht voor de voorgenomen ontwikkeling. Gezien de aard en locatie van de ontwikkeling wordt ook geen substantieel negatief effect op beschermde gebieden verwacht. Daarnaast valt het aantal woningen ruim onder de door de DCMR gestelde grenswaarde, waardoor negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 340” Toelichting Vast te stellen 17 januari 2023

24

5

Water

5.1

Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet.

5.1.1 Europees en rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hadden de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Zij ontwikkelden dit samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b1fc0324-b6b1-4ebc-91db-c2695a78c533